# Rechtbank Midden-Nederland, 22-07-2026 (UTR 24/8162)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Midden-Nederland
- Identifier: ECLI:NL:RBMNE:2026:5434
- Date: 2026-07-22
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBMNE%3A2026%3A5434
- Canonical: https://overview.legal/posts/353693

## Summary

Tussenuitspraak 2, met de herstelpoging is het gebrek niet hersteld, verweerder heeft alleen toegelicht wat het in het primaire besluit heeft gedaan, maar heeft geen volledige heroverweging in bezwaar uitgevoerd.

## Full text

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 24/8162 T2 tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juli 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwegein (gemachtigde: mr. M.A. Verhoef-Murray). Procesverloop In het besluit van 21 september 2022 heeft het college gereageerd op het inzageverzoek van eiseres op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). In het besluit van 5 november 2024 heeft het college het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 21 september 2022 niet-ontvankelijk verklaard. Eiseres heeft tegen het besluit van 5 november 2024 beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 20 januari 2026 op een zitting behandeld. Eiseres is, zonder bericht van verhindering, niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en [A] , [functie] van de gemeente Nieuwegein. In de tussenuitspraak van 19 februari 2026 heeft de rechtbank het college in de gelegenheid gesteld om binnen acht weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Het college heeft op 19 maart 2026 een nieuw besluit op bezwaar genomen. Eiseres heeft op 18 mei 2026 een zienswijze gegeven op deze herstelpoging van het college. De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting op dit moment achterwege blijft. Overwegingen Welk gebrek heeft de rechtbank geconstateerd in de tussenuitspraak? Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. De rechtbank blijft bij al wat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist, tenzij hierna uitdrukkelijk anders wordt overwogen. Het staat de rechtbank niet vrij om terug te komen van zonder voorbehoud gegeven oordelen in de tussenuitspraak. Dit is alleen anders in zeer uitzonderlijke gevallen. De rechtbank heeft in de tussenuitspraak overwogen dat het besluit van 21 september 2022 een besluit is dat is gericht op rechtsgevolg. In dat besluit heeft het college namelijk overwogen dat het een aanvullende zoekslag heeft verricht naar aanleiding van het AVG-inzageverzoek van eiseres van 2 maart 2022. Ten onrechte heeft het college geconcludeerd dat het bezwaar enkel gericht zou zijn tegen een mededeling en daarom niet-ontvankelijk is. Het college kan het gebrek herstellen door het bezwaar van eiseres alsnog inhoudelijk te behandelen. Het college heeft vervolgens verklaard mee te willen werken aan de bestuurlijke lus. De vraag die nu voorligt is of het college met het besluit van 19 maart 2026 voldoende gevolg heeft gegeven aan de tussenuitspraak. Heeft het college op juiste wijze uitvoering gegeven aan de tussenuitspraak? De rechtbank begrijpt dat het de bedoeling van het college is geweest om het eerdere besluit op bezwaar van 5 november 2024 te vervangen. Dit blijkt niet duidelijk uit het besluit van 19 maart 2026, omdat niet is vermeld dat het college het eerder genomen besluit op bezwaar intrekt. Het college heeft echter overwogen dat het bezwaar van eiseres ontvankelijk is. Daarmee komt het terug van het eerder ingenomen standpunt dat het bezwaar niet-ontvankelijk zou zijn. De rechtbank maakt hieruit op dat het kennelijk de bedoeling van het college is geweest om het besluit van 5 november 2024 te vervangen door het besluit van 19 maart 2026. Het besluit van 19 maart 2026 bevat vervolgens een toelichting op de besluitvorming van het college in het besluit van 21 september 2022. Eiseres heeft op 2 maart en op 21 maart 2022 (ontvangen op 23 maart 2022) AVG-verzoeken ingediend. Het verzoek van 2 maart 2022 is gericht aan de burgemeester en het verzoek van 21 maart 2022 is gericht aan [B] . In het besluit van 6 april 2022 heeft het college alleen gereageerd op het laatste verzoek en niet op het verzoek van 2 maart 2022 dat, zoals het college heeft erkend, een ruimere strekking heeft. In het besluit van 21 september 2022 heeft het college alsnog gereageerd op dit ruimere AVG-verzoek van eiseres. Er is volgens het college een aanvullende zoekslag uitgevoerd en die heeft niet tot meer documenten met persoonsgegevens geleid dan eiseres al op 6 april 2022 had ontvangen. De documenten die het college toen aan eiseres heeft toegestuurd, zijn opnieuw aan haar verstrekt. Het college stelt dat het bezwaar van eiseres van 28 september 2022 tegen het besluit van 21 september 2022 weliswaar ontvankelijk is, maar inhoudelijk verder ongegrond. De rechtbank constateert dat het college hiermee geen uitvoering heeft gegeven aan de tussenuitspraak, waarin staat vermeld dat het college inhoudelijk op het bezwaar van eiseres moet beslissen. Het college heeft alleen toegelicht hoe het besluit van 21 september 2022 tot stand is gekomen, maar is niet ingegaan op de gronden van bezwaar van eiseres tegen dat besluit. Eiseres heeft in haar bezwaar van 28 september 2022 gesteld dat niet alle persoonsgegevens aan haar zijn verstrekt. Het besluit van 19 maart 2026 geeft hier geen reactie op, terwijl – zoals blijkt uit het advies van de bezwaarcommissie van 5 november 2024 – wel duidelijk was dat dit de kern van het bezwaar van eiseres is. De enkele vermelding in het besluit dat – zo begrijpt de rechtbank – destijds een aanvullende zoekslag is uitgevoerd en die niet tot meer persoonsgegevens heeft geleid, is onvoldoende. Het college heeft niet toegelicht hoe het precies heeft gezocht naar de persoonsgegevens van eiseres en in welke concrete databestanden of systemen er is gezocht. Een toelichting op de gemaakte zoekslag ontbreekt daarmee geheel. Eiseres heeft dat in haar zienswijze terecht naar voren gebracht. Het college heeft in bezwaar ook geen aanvullende zoekslag verricht in het licht van de aangevoerde bezwaren. Het college heeft dus in het besluit van 19 maart 2026 geen volledige heroverweging in bezwaar gemaakt, zoals bedoeld in artikel 7:11, eerste lid, van de Awb, maar alleen een uiteenzetting van wat het eerder heeft gedaan. Het lijkt erop alsof het college heeft gemeend dat de reparatie van het in de tussenuitspraak geconstateerde gebrek uitsluitend inhield dat er een andere duiding moet worden gegeven aan het schrijven van 21 september 2022. Het college heeft het oordeel van de rechtbank dat dit een besluit is waartegen eiseres bezwaar kon maken, overgenomen. Dat is echter maar één onderdeel van die uitspraak. Als tegen een bestuursrechtelijk besluit bezwaar kan worden gemaakt, zal het college het daartegen gemaakte bezwaar vervolgens ook inhoudelijk moeten beoordelen Dat heeft het college ten onrechte nagelaten. Waarom doet de rechtbank een tweede tussenuitspraak? 8. De rechtbank constateert dat het gebrek dat in de tussenuitspraak is geconstateerd, niet volledig is hersteld. Het bezwaar van eiseres is weliswaar ontvankelijk verklaard, maar zij heeft nog steeds geen inhoudelijk besluit op haar bezwaar ontvangen. Met het oog op de finale geschilbeslechting in deze procedure die al heel lang loopt, vindt de rechtbank het aangewezen om opnieuw een tussenuitspraak te doen. Zij schat in dat een tweede herstelpoging van het college sneller tot een eindresultaat zal leiden, dan een vernietiging van het besluit dat nu voorligt en een opdracht aan het college om opnieuw te beslissen. Wat moet het college nu doen om het gebrek te herstellen? 9. Het college zal om het gebrek te herstellen inhoudelijk moeten beslissen op het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 21 september 2022. Als het de besluiten van 5 november 2024 en 19 maart 2026 niet langer handhaaft, zal het die besluiten ook daadwerkelijk moeten intrekken. Bij de behandeling van het bezwaar van eiseres, zal het college ook de zienswijze van eiseres van 18 mei 2026 moeten betrekken, voor zover die gaan over de inzage in de persoonsgegevens van eiseres zelf. Eiseres noemt in haar zienswijze ook persoonsgegevens van haar twee zoons, maar daarover gaat haar AVG-verzoek niet. Ook haar verwijzing naar andere wetten dan de AVG zijn niet relevant, omdat zij daarmee treedt buiten de omvang van dit geding. Het college zal wel moeten ingaan op haar standpunt dat de inzage onvolledig is en dat de gemaakte zoekslag niet controleerbaar is. Zoals hiervoor al is overwogen, moet het college dus in elk geval concreet toelichten hoe het heeft gezocht naar de persoonsgegevens van eiseres en in welke databestanden en systemen. Een volledige heroverweging in bezwaar zal er ook toe kunnen leiden dat het college een nieuwe zoekslag moet verrichten over de nu voorliggende periode. 10. Het college moet op grond van artikel 8:51b, eerste lid, van de Awb én om nodeloze vertraging te voorkomen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken, meedelen aan de rechtbank of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen. Als het college gebruik maakt van die gelegenheid, zal de rechtbank eiseres in de gelegenheid stellen binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van het college. In beginsel, ook in de situatie dat het college de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zal de rechtbank zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep. Zijn er nog overige geschilpunten? 11. Zoals in de tussenuitspraak is verwoord heeft eiseres betoogd dat er dwangsommen zijn verbeurd, omdat het college te laat heeft beslist. Zij doet ook een beroep op overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank zal hierover oordelen in de einduitspraak. 12. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat zij over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt. Beslissing De rechtbank: - draagt het college op binnen twee weken de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen; - stelt het college in de gelegenheid om binnen acht weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak; - houdt iedere verdere beslissing aan. Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak. Artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/353693 · 2026-09-03
