Skip to content
Case Law · Rechtbank Amsterdam ·ECLI:NL:RBAMS:2026:8527 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Amsterdam, 17-08-2026 (C/13/792524 / HA RK 26-311)

Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot wraking, omdat het niet tijdig is gedaan.

Status Not cited by any decision here yet

Judgment

Full text 2 paragraphs

Paragraphs carrying a topic or an applied provision show those connections inline

Verloop van de procedure

¶1

1.1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de navolgende processtukken: - het proces-verbaal van 13 augustus 2026 waarin opgenomen de gronden tot wraking en de pleitnota van verzoeker. 1.2. De rechter heeft niet in de wraking berust.

De ontvankelijkheid van het verzoek

¶2

2.1. Bij de rechter is in behandeling een beroepszaak van verzoeker tegen een beslissing van de Deken van de Amsterdamse Orde van Advocaten op zijn verzoek om inzage in vastgelegde persoonsgegevens (zaaknummer [nummer] ). De zaak is op 13 november 2025 op zitting behandeld en op 13 augustus 2026 heeft een tweede zitting plaatsgevonden. 2.2. Blijkens het proces-verbaal is aan het wrakingsverzoek ten grondslag gelegd dat de rechter bij de mondelinge behandeling van 13 november 2025 de gemachtigde van de Deken onvoldoende tegenspraak heeft geboden. Voorts heeft de rechter in een brief aan verzoeker van 1 mei 2026 de schijn van partijdigheid gewekt. 2.3. In artikel 8:15 van de Algemene Wet Bestuursrecht (hierna Awb) is bepaald dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt, op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. 2.4. Krachtens artikel 8:16 van de Awb dient het verzoek te worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden. Nu de verwijten van verzoeker de gang van zaken tijdens de zitting van 13 november 2025 en de brief van 1 mei 2026 betreffen, acht de Wrakingskamer het verzoek niet tijdig gedaan. 2.5. De Wrakingskamer acht verzoeker daarom kennelijk niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek kan achterwege blijven. 2.6. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt. BESLISSING De Wrakingskamer:  verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking. Aldus gegeven door mrs. N.C.H. Blankevoort, voorzitter, K.A. Brunner en J.H.J. Evers, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 augustus 2026 in tegenwoordigheid van de griffier. Deze beslissing is bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door de oudste rechter. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

How it connects

1 of 2 paragraphs apply legislation or carry a topic — see them in the full text ↓