# Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 02-07-2026 (C/02/445309 FA RK 26-951)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Identifier: ECLI:NL:RBZWB:2026:7107
- Date: 2026-07-02
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBZWB%3A2026%3A7107
- Canonical: https://overview.legal/posts/353712

## Summary

bs voornaamswijziging

## Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Breda Zaaknummer: C/02/445309 FA RK 26-951 datum uitspraak: 2 juli 2026 beschikking betreffende voornaamswijziging in de zaak van [verzoekster] , wonende te [woonplaats] , in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van na te noemen minderjarige, hierna te noemen verzoekster, advocaat mr. J.C. Hissink. 1 Het procesverloop 1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken: - het op 23 februari 2026 ontvangen verzoekschrift met bijlagen, aangepast bij verzoekschrift van 2 april 2026; - de akte met [nummer] van het jaar 2014 van het register van geboorten van de burgerlijke stand van de gemeente Deventer; - de referteverklaring van de hierna onder 2. te noemen belanghebbende; - de op 24 april 2026 ontvangen instemmingsverklaring van de hierna onder 3. te noemen belanghebbende. 1.2 Als belanghebbenden in deze zaak zijn aangemerkt: 1. de minderjarige [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2014. 2. de heer [juridisch vader], juridisch vader van na te noemen minderjarige, bijgestaan door advocaat mr. M. Roerdink; 3. de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Deventer. 1.3 Na te noemen minderjarige is gelet op haar leeftijd in staat gesteld haar mening kenbaar te maken. Zij heeft aangegeven hiervan geen gebruik te willen maken. 2 Het verzoek Het verzoek strekt tot wijziging van de voornamen van de minderjarige. 3 De beoordeling 3.1 In voormelde geboorteakte staan als voornamen van de minderjarige vermeld: ‘[voornamen 1]’. 3.2 In rechte staat vast dat verzoekster de wettelijk vertegenwoordiger is van de minderjarige. Zij wordt in haar verzoek ontvangen. 3.3 Nu de minderjarige in Nederland woont, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De rechtbank Zeeland-West-Brabant is bevoegd, nu de gewone verblijfplaats van de minderjarige binnen haar rechtsgebied is gelegen. 3.4 Aangezien de minderjarige in ieder geval de Nederlandse nationaliteit heeft, zal de rechtbank op grond van artikel 10:20 van het Burgerlijk Wetboek (BW) Nederlands recht toepassen op het verzoek. 3.5 Verzoekster verzoekt de derde voornaam van de minderjarige te verwijderen zodat haar voornamen komen te luiden: ‘[voornamen 2]’. Aan dit verzoek wordt het volgende ten grondslag gelegd. De heer [juridisch vader] heeft de minderjarige erkend, maar heeft nimmer contact met de minderjarige gehad en wil dat ook in de toekomst niet. De minderjarige is woonachtig bij verzoekster en de heer [de stiefvader] (de stiefvader). De minderjarige heeft bij de aangifte van haar geboorte abusievelijk als derde voornaam de achternaam van de heer [juridisch vader] gekregen. Dat is nooit de bedoeling geweest. Verzoekster verzoekt deze derde voornaam te schrappen. De minderjarige is niet bekend met de heer [juridisch vader] en heeft niets van hem te verwachten. Er loopt inmiddels ook een procedure tot stiefouderadoptie. De minderjarige dient niet langer aan de heer [juridisch vader] verbonden te blijven via zijn geslachtsnaam als derde voornaam. De heer [juridisch vader] heeft via zijn advocaat aangegeven dat hij zich niet tegen dit verzoek zal verweren. 3.6 Uit de overgelegde referteverklaring volgt dat de heer [juridisch vader] zich niet verweert tegen het verzoek tot voornaamswijziging. 3.7 Uit voormelde instemmingsverklaring blijkt dat de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Deventer geen bezwaar heeft tegen toewijzing van het verzoek. 3.8 Op grond van artikel 1:4 lid 4 BW kan de rechter wijziging van de voornamen gelasten op verzoek van de betrokken persoon of zijn wettelijk vertegenwoordiger. De gevraagde voornamen mogen volgens artikel 1:4 lid 2 BW niet ongepast zijn of overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen, tenzij deze tevens gebruikelijke voornamen zijn. 3.9 Naar het oordeel van de rechtbank zijn voornamen voor een betrokkene een middel om zich binnen zijn of haar familie en in het maatschappelijk verkeer te identificeren. In die zin zijn voornamen een middel van persoonlijke en emotionele identificatie en hebben daarmee betrekking op een ieders privéleven en familie- en gezinsleven. Ondanks het gebruik van andere middelen van identificatie van personen spelen voornamen ook een belangrijke rol in het maatschappelijk verkeer met betrekking tot de identiteit van personen. Het rechtsverkeer heeft dan ook belang bij een zo hoog mogelijke mate van consistentie in de registratie van persoonsgegevens in het bevolkingsregister. Voor een wijziging van één of meerdere voornamen dient daarom een voldoende zwaarwichtig belang te bestaan. De rechtbank is van oordeel dat met de aangevoerde gronden, tegenover het publieke belang bij naamsconsistentie, een voldoende zwaarwichtig belang bestaat om te komen tot de verzochte wijziging van de voornamen van de minderjarige. Daarbij is in aanmerking genomen dat de derde voornaam van de minderjarige bestaat uit de achternaam van de heer [juridisch vader], zijnde de man die de minderjarige heeft erkend en die geen enkel contact met de minderjarige wenst. Verzoekster heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de minderjarige in relevante mate hinder ondervindt van het feit dat zij via deze derde voornaam aan de heer [juridisch vader] verbonden blijft. Nu voorts naar het oordeel van de rechtbank het verzochte niet in strijd is met de in artikel 1:4 lid 2 BW geformuleerde maatstaven, zal het verzoek op na te melden wijze worden toegewezen. 4 De beslissing De rechtbank 4.1 gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Deventer de voornamen van de minderjarige, zoals vermeld in de akte met [nummer] van het jaar 2014 van het onder hem berustende register van geboorten, te wijzigen in die zin dat deze voortaan luiden: ‘[voornamen 2]’. Deze beschikking is gegeven door mr. Van de Kraats, en in tegenwoordigheid van mr. Laenen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2026. Mededeling van de griffier : Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/353712 · 2026-09-03
