Skip to content
Case Law · Rechtbank Zeeland-West-Brabant ·ECLI:NL:RBZWB:2026:7078 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 01-07-2026 (C/02/449270 / FA RK 26-3068)

Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Summary

Vader niet verschenen. VT medische behandeling

Full text

beschikking RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats: Middelburg Zaaknummer: C/02/449270 / FA RK 26-3068 datum uitspraak: 1 juli 2026 beschikking betreffende vervangende toestemming medische behandeling in de zaak van [de vrouw] , hierna te noemen: de vrouw, wonende te [plaats 1] , advocaat: mr. F.J.L. van den Branden te Terneuzen, tegen [de man] , hierna te noemen: de man, wonende te [plaats 2] . Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: - de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg, hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren. 1 Het procesverloop 1.1 De rechtbank oordeelt op grond van het navolgende stuk: - het op 11 juni 2026 ontvangen verzoek van de vrouw met bijlagen; - F9-formulier van mr. Van den Branden van 24 juni 2026. 1.2 Het verzoek is mondeling behandeld op 1 juli 2026. Bij die gelegenheid is verschenen de vrouw, bijgestaan door haar advocaat. Tevens was aanwezig een vertegenwoordigster namens de Raad. 1.3 De man is opgeroepen op het adres waarop hij geregistreerd staat in het Basisregistratie Personen (hierna BRP). De aangetekende brief is niet door hem ontvangen. De rechtbank stelt vast dit het voor rekening en risico van de man. De man is wettelijk verplicht om te zorgen voor een correct BRP-adres. Alhoewel correct opgeroepen is de man niet verschenen. Bovendien gaat het belang van [minderjarige] op grond van artikel 3 IVRK boven dat van de man, te meer nu de man nergens op reageert wanneer er vanuit de vrouw of vanuit de rechtbank contact wordt gelegd. 1.4 De hierna te noemen minderjarige [minderjarige] is in de gelegenheid zijn mening kenbaar te maken. Hij heeft hiervan gebruik gemaakt door een brief te schrijven aan de kinderrechter. 2 De feiten 2.1 Uit het huwelijk van partijen is het navolgende thans nog minderjarige kind is geboren: - [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2017. 2.2 Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . [minderjarige] woont bij de vrouw. 2.3 Namens de vrouw is op 14 oktober 2024 een verzoekschrift tot echtscheiding met nevenvoorzieningen ingediend. Deze procedure is bij de rechtbank bekend onder zaakkenmerk C/02/427624 / FA RK 24/4773 . 2.4 De vrouw en [minderjarige] hebben de Nederlandse nationaliteit, de man heeft de Belgische nationaliteit. 3 Het verzoek 3.1 De vrouw verzoekt bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de man: toestemming te verlenen voor alle facetten in het kader van de (medische) behandeling althans hulpverlening door praktijk [hulpverlening] te [plaats 3] en in het bijzonder voor het verrichten van (psycho)diagnostisch onderzoek van de minderjarige zoon van partijen, [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2017. toestemming te verlenen voor alle facetten in het kader van de (medische) behandeling althans hulpverlening van de minderjarige zoon van partijen, [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2017, door [diëtist] alsmede door de in het kader daarvan in te schakelen allergoloog. 4 De beoordeling Rechtsmacht en toepasselijk recht 4.1 Nu de man de Belgische nationaliteit heeft, heeft deze zaak internationaalrechtelijke aspecten. De rechtbank heeft deze ambtshalve beoordeeld en is van oordeel dat de Nederlandse rechter bevoegd is van het verzoek kennis te nemen aangezien de minderjarige zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft. Op dezelfde grond is op de gezagsvoorziening Nederlands recht van toepassing. Wettelijk kader 4.2 Ingevolge artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna te noemen: BW) kunnen geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt alsdan een zodanige beslissing als de rechtbank in het belang van het kind wenselijk voorkomt. 4.3 Alvorens te beslissen dient de rechter, op grond van artikel 1:253a lid 5 BW, een vergelijk tussen beide ouders te beproeven. Inhoudelijke beoordeling 4.4 Nu de man niet op de zitting aanwezig was, is het niet mogelijk gebleken om een vergelijk tussen de ouders te beproeven. 4.5 De rechtbank is van oordeel dat toewijzing van het verzoek van de vrouw in belang van het kind wenselijk is. Het is van belang dat er diagnostiek en behandeling voor [minderjarige] komt. Ook is het van belang voor [minderjarige] dat er gekeken kan worden of er sprake is van allergieën bij hem en is om die reden een doorverwijzing naar een diëtist noodzakelijk. [minderjarige] heeft ook zelf aangegeven dat hij graag deze hulpverlening wil. En ook de Raad heeft geadviseerd het verzoek toe te wijzen. 4.6 De rechtbank zal het verzoek van de vrouw dan ook volledig toewijzen. Uitvoerbaar bij voorraad 4.7 De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. De rechtbank doet dit, omdat het voor de ontwikkeling van de minderjarige noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden. 5 De beslissing De rechtbank 5.1 verleent aan de vrouw – ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de man – toestemming voor alle facetten in het kader van de (medische) behandeling althans hulpverlening door praktijk [hulpverlening] te [plaats 3] en in het bijzonder voor het verrichten van (psycho)diagnostisch onderzoek van de minderjarige, [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2017. 5.2 verleent aan de vrouw – ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de man – toestemming voor alle facetten in het kader van de (medische) behandeling althans hulpverlening van de minderjarige, [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2017, door [diëtist] alsmede door de in het kader daarvan in te schakelen allergoloog. 5.3 verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. De Beer, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026 in tegenwoordigheid van mr. Boomaars, griffier en op schrift gesteld op 2 juli 2026. Mededeling van de griffier : Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. verzonden op: In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van het gerecht.