# Rechtbank Den Haag, 30-07-2026 (C/09/702868 / FA RK 26-3423)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Den Haag
- Identifier: ECLI:NL:RBDHA:2026:24694
- Date: 2026-07-30
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBDHA%3A2026%3A24694
- Canonical: https://overview.legal/posts/353821

## Summary

Hoofdverblijfplaats, verdeling zorg- en opvoedingstaken (ontzegging omgang / begeleide omgang afgewezen ivm onvoldoende aanleiding daartoe)

## Full text

Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 26-3423 (bodem) en FA RK 26-3428 (voorlopige voorziening) Zaaknummer: C/09/702868 (bodem) en C/09/702878 (voorlopige voorziening) Datum beschikking: 30 juli 2026 Hoofdverblijfplaats, verdeling zorg- en opvoedingstaken Beschikking op het op 7 april 2026 ingekomen verzoek van: [de vader] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. T.E. Baak te ’s-Hertogenbosch. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. H. Dreesmann-Bruijntjes te ’s-Gravenhage. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoeken; het F9-formulier van 26 juni 2026 van de zijde van de moeder, met bijlage; de brief van 26 juni 2026 met het F9-formulier van de zijde van de vader, met bijlagen; het F9-formulier van 30 juni 2026 van de zijde van de moeder, met bijlagen; het F9-formulier van 2 juli 2026 van de zijde van de moeder, met bijlage. Op 2 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader, bijgestaan door zijn advocaat, de moeder, bijgestaan door haar advocaat, [naam 1], namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad). Van de zijde van de moeder en van de zijde van de vader zijn pleitnotities overgelegd. Feiten - De ouders hebben een affectieve relatie gehad, waarbij zij op [datum 1] 2023 een samenlevingsovereenkomst hebben gesloten. Per [datum 2] 2025 is de samenleving en relatie van ouders verbroken. - Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind: - [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2024 te [geboorteplaats]. - De minderjarige staat in de Basisregistratie Personen (BRP) ingeschreven bij de moeder. - De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarige uit. - De vader heeft uit een eerdere relatie de volgende kinderen; - [meerderjarige], geboren op [geboortedatum 2] 2003, nu meerderjarig; - [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 3] 2008, nu nog minderjarig. Verzoek en verweer De vader verzoekt, voor zover mogelijk, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens: IN DE HOOFDZAAK I. het hoofdverblijf van [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2024 te [geboorteplaats], bij de moeder te bepalen, II. te bepalen dat de vader recht heeft op contact met [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2024 te [geboorteplaats], conform een zorgregeling waarbij [minderjarige 1] elke twee weken, in de even weken, van vrijdagavond 17:00 uur tot en met dinsdagochtend naar school/opvang bij de vader verblijft, alsmede na één jaar nadat de rechtbank, ook in voorlopige voorzieningen, een zorgregeling heeft bepaald een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken bij helfte conform het volgende schema: waarbij [minderjarige 1] telkens naar de andere ouder gebracht wordt door de ouder waar ze tot op dat moment verbleef, althans een andere door de rechtbank in goede justitie te bepalen zorgregeling, III. te bepalen de zorg- en opvoedingstaken over [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2024 te [geboorteplaats], gedurende de vakanties en feestdagen bij helfte door ouders verdeeld worden volgens de volgende verdeling: Vakanties in de even jaren heeft de moeder de eerste keuze welke helft van de vakanties zij met [minderjarige 1] wenst te spenderen en in de oneven jaren heeft de vader de eerste keuze; ouders dienen uiterlijk op 15 december in het voorgaande jaar de andere ouder over de voorkeuren te informeren, indien de ouder met de eerste keuze de andere ouder niet tijdig informeert, krijgt de ouder met de tweede keuze alsnog de eerste keuze dat jaar; voor de zomervakantie behelst de keuze de eerste of de laatste drie weken, waarbij de eerste drie weken van vrijdag uit school/opvang tot maandag 8:30 uur in week vier lopen en de laatste drie weken van maandag 8:30 uur in week vier tot de eerste maandag na de vakantie naar school/opvang lopen; voor tweeweekse vakanties behelst de keuze de eerste of de tweede week, waarbij de eerste week loopt van vrijdag uit school/opvang tot maandag 8:30 uur de week daarna en de laatste week van maandag 8:30 uur tot de eerste maandag na de vakantie naar school/opvang. Met betrekking tot de kerstvakantie wordt gekeken naar het kalenderjaar waarin deze aanvangt voor wat betreft de ouder die de eerste keuze heeft; voor vakanties van één week behelst de keuze welke vakantie die ouder wenst, de herfstvakantie of de voorjaarsvakantie, indien [minderjarige 1] nog een extra vakantie van één week heeft, heeft die ouder ook eerste keuze om die vakantie met [minderjarige 1] te spenderen, waarbij de vakanties lopen van vrijdag uit school/opvang tot de eerste maandag na de vakantie naar school/opvang; Feestdagen in de even jaren is [minderjarige 1] op eerste kerstdag bij de vader en op tweede kerstdag bij de moeder, in de oneven jaren zal de omgekeerd zijn, waarbij eerste kerstdag loopt van 17:00 uur op kerstavond tot 10:00 uur ‘s ochtends op tweede kerstdag en tweede kerstdag van 10:00 uur ’s ochtends op tweede kerstdag tot 10:00 uur ’s ochtends op 27 december; in de even jaren is [minderjarige 1] op eerste paasdag bij de moeder en op tweede paasdag bij de vader, in oneven jaren zal dit omgekeerd zijn, waarbij eerste paasdag loopt van 10:00 uur tot 10:00 uur tweede paasdag en tweede paasdag van 10:00 uur tweede paasdag tot dinsdag naar school/opvang; in de even jaren is [minderjarige 1] met Pinksteren bij de moeder en met Hemelvaart bij de moeder, in de oneven jaren zal dit omgekeerd zijn, waarbij Pinksteren loopt van vrijdag uit school/opvang tot dinsdagochtend naar school/opvang en Hemelvaart van woensdag uit school/opvang tot maandagochtend naar school/opvang; in de even jaren is [minderjarige 1] met Sinterklaas bij de vader en met oud en nieuw bij de moeder, waarbij Sinterklaas vanaf 10:00 uur of uit school/opvang is tot 6 december 10:00 uur of naar school/opvang en oud en nieuw vanaf 10:00 uur op 31 december tot en met 10:00 uur 1 januari is, waarbij voor oud en nieuw gekeken wordt naar het jaar waarin dit aanvangt voor wat betreft of het een even of oneven jaar is; voor zover [minderjarige 1] volgens de reguliere zorgregeling nog niet in het weekend van Moederdag bij de moeder is, respectievelijk in het weekend van Vaderdag bij de vader is, verblijft zij alsnog dat weekend bij de moeder, respectievelijk de vader, waarbij het weekend zoals gebruikelijk loopt van vrijdag 17:00 uur tot maandag naar school/opvang; bij verjaardagen en andere feestdagen c.q. bijzondere dagen, loopt de reguliere zorgregeling door. BIJ WEGE VAN VOORLOPIGE VOORZIENING IV. te bepalen dat de vader gedurende het geding recht heeft op contact met [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2024 te [geboorteplaats], conform de volgende zorgregeling: Eerste 4 weken na de beschikking - [minderjarige 1] is elke zaterdag of zondag vanaf 10:00 uur tot en met 17:00 uur bij de vader, waarbij de moeder [minderjarige 1] ’s ochtend naar de vader brengt en de vader [minderjarige 1] aan het einde van de dag weer naar de moeder brengt; De daaropvolgende 4 weken - [minderjarige 1] is elke zaterdag vanaf 10:00 uur tot en met zondag 10:00 uur bij de vader inclusief overnachting, waarbij de moeder [minderjarige 1] zaterdag naar de vader brengt en de vader [minderjarige 1] op zondag weer naar de moeder brengt; De daaropvolgende 4 weken - [minderjarige 1] is om de week, startend in de even weken, vanaf zaterdag 10:00 uur tot en met maandag naar de opvang bij de vader, waarbij de moeder [minderjarige 1] zaterdag naar de vader brengt en de vader [minderjarige 1] op maandag naar de opvang brengt; Daarna - [minderjarige 1] is om de week, startend in de even weken, vanaf vrijdag 17:00 uur tot en met dinsdagochtend naar de opvang bij de vader, waarbij de moeder [minderjarige 1] vrijdag naar de vader brengt en de vader [minderjarige 1] op dinsdag naar de opvang brengt, alsmede de helft van de vakanties en feestdagen zoals verzocht onder III; althans een andere door de rechtbank in goede justitie te bepalen zorgregeling. De moeder heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Tevens heeft de moeder zelfstandig verzocht: dat [minderjarige 1] haar hoofdverblijfplaats bij moeder zal hebben en voorlopig aan moeder wordt toevertrouwd hangende de procedure; de Raad te gelasten een onderzoek te doen teneinde te beoordelen welke regeling in het belang van [minderjarige 1] is; partijen te verwijzen naar [zorginstantie] voor omgangsbegeleiding; primair de omgang tussen vader en [minderjarige 1] te ontzeggen gedurende de tijd dat de Raad voor de Kinderbescherming onderzoek doet en subsidiair te bepalen dat vader [minderjarige 1] eenmaal per week zal zien op dinsdag van 16.45 uur tot 18.45 uur onder begeleiding van moeder dan wel een familielid van moeder op een neutrale overeen te komen plek; een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad. Beoordeling Inleidend Door de ouders is een zeer wisselend beeld van de huidige situatie geschetst. De moeder stelt -samengevat- dat er sprake is van controlerend, intimiderend en grensoverschrijdend gedrag van de vader. Zij is heel bang voor de vader. Volgens de moeder kan van onbegeleid contact tussen de vader en [minderjarige 1] geen sprake zijn. Zij wenst inzet van hulpverlening en/of een onderzoek door de Raad om tot veilig contact tussen de vader en [minderjarige 1] te kunnen komen. Zij verzoekt de rechtbank tot die tijd geen regeling vast te stellen dan wel de omgang te ontzeggen. De vader stelt dat de huidige regeling door de moeder is bepaald. Op dit moment ziet hij [minderjarige 1] enkel in aanwezigheid van de moeder op een openbare plek voor drie uur per week. Het is niet gelukt om in overleg tot een andere, uitgebreidere zorgregeling te komen. De vader mist [minderjarige 1] en stelt dat de kostbare tijd die belangrijk is voor de hechtingsrelatie van de vader en [minderjarige 1] doortikt. Volgens de vader bestaat er geen enkele noodzaak om de omgang begeleid te laten plaatsvinden dan wel de inzet van hulpverlening en/of een onderzoek door de Raad af te wachten. Het is de rechtbank in ieder geval duidelijk geworden dat er in afgelopen periode veel heeft gespeeld tussen de ouders. Tegen die achtergrond zal de rechtbank beslissen op de voorliggende verzoeken. Voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv Op grond van het eerste lid van artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan iedere partij tijdens een aanhangig geding vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding. Nu de rechtbank in de bodemprocedure een beslissing neemt over hetzelfde onderwerp dat in de voorlopige voorzieningenprocedure voorligt, zal de rechtbank het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening afwijzen bij gebrek aan belang. Onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming De moeder verzoekt om de Raad onderzoek te laten doen naar de vraag welke regeling in het belang is van [minderjarige 1]. De rechtbank ziet geen redenen om een raadsonderzoek te gelasten. De rechtbank ziet onvoldoende aanknopingspunten om zich zorgen te maken over de veiligheid van [minderjarige 1] bij de vader. De rechtbank acht zich op grond van de stukken en de zitting bovendien voldoende geïnformeerd om een beslissing te nemen in het belang van [minderjarige 1]. Hoofdverblijfplaats Op grond van het eerste lid van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen, in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag, geschillen hieromtrent op verzoek van de ouders of van één van hen aan de rechter worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt. De rechtbank kan onder meer beslissen over de hoofverblijfplaats van de minderjarige. Inhoudelijke beoordeling De vader verzoekt om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] bij de moeder te bepalen. De moeder stemt hiermee in. De rechtbank zal het verzoek van de vader toewijzen, nu niet is gebleken dat het belang van [minderjarige 1] zich hiertegen verzet. Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken Wettelijk kader Op grond van artikel 1:253a tweede lid onder a BW kan de rechtbank op verzoek van de ouders of van één van hen een zorgregeling vaststellen. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Inhoudelijke beoordeling De rechtbank heeft oog voor de onveiligheid die de moeder tijdens de relatie heeft ervaren en nog steeds ervaart. De rechtbank ziet echter in de stukken onvoldoende onderbouwing om zonder meer aan te nemen dat er voor dit gevoel van onveiligheid gegronde redenen zijn. In de stellingen die door de moeder zijn ingenomen en de stukken die ter onderbouwing daarvan zijn ingediend ziet de rechtbank eerder een patroon dat duidt op het structureel weren van de vader uit het leven van [minderjarige 1] en het voorkomen van het opbouwen van een normale relatie tussen hen. Daarmee doet de moeder naar het oordeel van de rechtbank de vader en [minderjarige 1] tekort. De rechtbank verwijst naar productie 15 vaderszijde, een op 22 februari 2026 door de moeder aan de vader gestuurde e-mail, waarin de moeder acht punten heeft genoemd waaruit volgens de moeder blijkt dat sprake is van een structureel gebrek aan veiligheid. Zo noemt de moeder onder andere de volgende punten: (…) 2. Incident kinderboerderij – 17 oktober 2025 Tijdens deze afspraak ontstond een conflict nadat jij weigerde een noodzakelijk formulier te ondertekenen voor de verwijzing naar [zorginstantie]. Jij uitte je vervolgens op intimiderende wijze. Toen ik met [minderjarige 1] vertrok om de situatie te de-escaleren, bleef jij mij volgen. Jij sprak mij op dreigende toon toe met de woorden dat jij het “heel jammer zou vinden” indien ik jou of onze dochter nog eenmaal bij de volledige naam zou noemen. Een omstander voelde zich genoodzaakt mij bij te staan en heeft schriftelijk zijn zorgen geuit. Geluidsopnames en screenshots zijn beschikbaar. 3 Incident Stadstuin Rusthout – 29 november 2025 [minderjarige 1] viel voorover met een blokkenkar, waarbij zij met haar voorhoofd op een houten rand terechtkwam. Toen ik het letsel wilde vastleggen, verhinderde jij dit door jouw hand voor de camera te houden. Ook hiervan is een geluidsopname aanwezig. (…) 6 Grensoverschrijdend gedrag Tijdens het contactmoment op 2 december 2025 bij [naam 2] heb ik geconstateerd dat jij [minderjarige 1] herhaaldelijk aan haar billen aanraakte. Ik heb jou moeten verzoeken dit te staken. Tevens heb jij eerder een topless babyfoto van haar op Instagram geplaatst, ondanks waarschuwingen van instanties. Screenshots en geluidsopnames zijn beschikbaar. 7 Pedagogische zorgen Tijdens afspraken bij [locatie 1] [plaats 1] (8 november 2025) en [locatie 2] [plaats 2] (15 november 2025) gaf jij aan: “Door vallen leren ze.” Deze benadering acht ik voor een kind van één jaar onverantwoord. 8 Privacyschending en manipulatief handelen Jij hebt zonder toestemming mijn privégegevens gedeeld en dit gebagatelliseerd. Daarnaast ervaar ik structureel manipulatief gedrag, waaronder het beïnvloeden van derden, het verspreiden van een onjuist beeld van mij en het benaderen van personen uit mijn omgeving met tegenstrijdige informatie. (…) De rechtbank acht deze punten onvoldoende redengevend om zorgen te hebben over de veiligheid van [minderjarige 1] bij de vader. Alle punten betreffen zaken die door de moeder op een bepaalde manier worden geïnterpreteerd, maar waar voor de rechtbank niet zodanige zorgen uitspreken dat er geen contact tussen de vader en [minderjarige 1] zou moeten zijn. Uit de stukken en hetgeen op zitting is besproken is het de rechtbank gebleken dat beide ouders onhandig zijn geweest in het contact naar elkaar toe. Ook van de moeder zijn voorbeelden gebleken van gedrag dat als controlerend en onwenselijk zou kunnen worden gezien en dat eveneens niet in het belang van [minderjarige 1] lijkt te zijn. Bovendien zijn beide ouders in de afgelopen periode druk bezig geweest met het betrekken van derden bij de situatie. Gebleken is dat ook de moeder gedrag heeft vertoond dat zij de vader onder punt 8 van de hierboven geciteerde e-mail verwijt. Een en ander is niet wenselijk en niet in het belang van [minderjarige 1]. Alles bij elkaar genomen ziet de rechtbank onvoldoende reden om geen contact tussen de vader en [minderjarige 1] vast te stellen. Bovendien heeft er afgelopen periode ook contact plaatsgevonden. De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige 1] dat dit contact zo snel mogelijk, op een minder belastende wijze, wordt uitgebouwd en dat de vader een normale rol kan spelen in het leven van [minderjarige 1]. De rechtbank ziet eveneens onvoldoende aanleiding om een voorlopige, begeleide regeling vast te stellen en de zaak aan te houden in afwachting van de hulpverlening voor de ouders via [zorginstantie]. De rechtbank is van oordeel dat de ouders en [minderjarige 1] gebaat zijn bij duidelijkheid en een regeling waarop ze zich kunnen richten. De rechtbank zal de ouders ook niet doorverwijzen naar [zorginstantie] voor ouderschapsbemiddeling, aangezien de ouders zich daarvoor zelf al aangemeld hebben en die aanmelding nu loopt. De rechtbank vindt het in het belang van [minderjarige 1] noodzakelijk dat de ouders zich maximaal gaan inzetten om dit traject te laten slagen. De rechtbank ziet geen aanleiding om de ouders door te verwijzen naar omgangsbegeleiding. De begeleiding door de moeder bij de contactmomenten van [minderjarige 1] met de vader acht de rechtbank ontzettend belastend voor [minderjarige 1] en niet in haar belang. De rechtbank beslist dan ook dat de verdere uitbouw zonder haar aanwezigheid plaats dient te vinden. De rechtbank stelt de volgende regeling vast, waarbij [minderjarige 1] bij de vader is: - week 1 t/m week 4: een dagdeel in het weekend van 4 uur, waarbij de tijden in overleg tussen de ouders worden bepaald; - week 5 t/m week 8: een tijdvak in het weekend van 6 uur, waarbij de tijden in overleg tussen de ouders worden bepaald; - week 9 t/m week 12: een dag in het weekend van 8 uur inclusief het avondeten bij/met de vader, waarbij de tijden in overleg tussen de ouders worden bepaald; - week 13 t/m week 16: van vrijdagmiddag tot zaterdagmiddag. Het contact duurt 24 uur in totaal, waarbij de tijden in overleg tussen de ouders worden bepaald. In overleg kunnen de ouders ook afspreken dat het contact van zaterdagochtend tot zondagochtend zal plaatsvinden, waarbij ook geldt dat het contact 24 uur in totaal duurt; - vanaf week 17 voor de duur van drie maanden: om de week van zaterdag 10:00 uur tot zondag 19:00 uur, inclusief het avondeten bij/met de vader; - na die drie maanden: om de week van vrijdag 17:00 uur tot maandagochtend naar de opvang; - de ouder waar [minderjarige 1] verblijft brengt [minderjarige 1] naar de andere ouder en vice versa; - de moeder is niet aanwezig bij de contactmomenten; - bovengenoemde regeling loopt door in de vakanties. Dit tot [minderjarige 1] naar school gaat. Vanaf dat moment wordt het uitgangspunt dat de vakanties bij helfte worden verdeeld. Uitvoerbaarheid bij voorraad De verzochte uitvoerbaarverklaring bij voorraad wordt toegewezen. Dit betekent dat de regeling ook ingaat en doorloopt indien er hoger beroep wordt ingesteld. De rechtbank acht dit noodzakelijk omdat zij het in het belang van [minderjarige 1] acht dat het contact met de vader zo snel mogelijk wordt genormaliseerd. Uitstel vanwege een ingesteld hoger beroep zal dit doel bemoeilijken. Proceskosten Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld. Beslissing De rechtbank: * bepaalt dat de minderjarige: - [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2024 te [geboorteplaats], de hoofdverblijfplaats zal hebben bij de moeder; * bepaalt dat [minderjarige 1] bij de vader zal zijn: - week 1 t/m week 4: een dagdeel in het weekend van 4 uur, waarbij de tijden in overleg tussen de ouders worden bepaald; - week 5 t/m week 8: een tijdvak in het weekend van 6 uur, waarbij de tijden in overleg tussen de ouders worden bepaald; - week 9 t/m week 12: een dag in het weekend van 8 uur inclusief het avondeten bij/met de vader, waarbij de tijden in overleg tussen de ouders worden bepaald; - week 13 t/m week 16: van vrijdagmiddag tot zaterdagmiddag. Het contact duurt 24 uur in totaal, waarbij de tijden in overleg tussen de ouders worden bepaald. In overleg kunnen de ouders ook afspreken dat het contact van zaterdagochtend tot zondagochtend zal plaatsvinden, waarbij ook geldt dat het contact 24 uur in totaal duurt; - vanaf week 17 voor de duur van drie maanden: om de week van zaterdag 10:00 uur tot zondag 19:00 uur, inclusief het avondeten bij/met de vader; - na die drie maanden: om de week van vrijdag 17:00 uur tot maandagochtend naar de opvang; - de ouder waar [minderjarige 1] verblijft brengt [minderjarige 1] naar de andere ouder en vice versa; - de moeder is niet aanwezig bij de contactmomenten; - bovengenoemde regeling loopt door in de vakanties. Dit tot [minderjarige 1] naar school gaat. Vanaf dat moment wordt het uitgangspunt dat de vakanties bij helfte worden verdeeld. * verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad; * bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt; * wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.J. te Boekhorst als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juli 2026.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/353821 · 2026-09-10
