Rechtbank Rotterdam, 04-09-2026 (NL:TZ:2614495:R-RK – NL:TZ:2614591:R-RK & NL:TZ:2614592:R-RK – NL:TZ:2614593:R-RK)
Dwangakkoord toegewezen. Nulaanbod. Aanbod is het maximaal haalbare.
Full text
RECHTBANK Rotterdam Team Insolventie Zittingsplaats Rotterdam Rekestnummer: [nummer 1] – [nummer 2] & [nummer 3] – [nummer 4] Vonnis van 4 september 2026 op het verzoek van [verzoeker ] en [verzoekster ] wonende te [straatnaam], [postcode] te [woonplaats], verzoekers. 1 De procedure Verzoekers hebben op 5 juni 2026, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om één schuldeiser, te weten: - ING Bank N.V., in behandeling bij LAVG Gerechtsdeurwaarders (hierna: ING); die weigert mee te werken aan een door verzoekers aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling. Ter zitting van 28 augustus 2026 zijn verschenen en gehoord: verzoeker; de heer [naam 1] en mevrouw [naam 2], beiden werkzaam bij Stroomopwaarts (hierna: schuldhulpverlening). Verzoekster is in verband met haar medische gesteldheid niet in staat ter zitting te verschijnen. ING is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De uitspraak is bepaald op heden. 2 Het verzoek Verzoekers hebben volgens het ingediende verzoekschrift twee concurrente schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 58.430,76 van verzoekers te vorderen. Verzoekers hebben bij brief van 24 juli 2025 een schuldregeling aangeboden aan hun schuldeisers, die inhoudt dat geen uitdeling zal plaatsvinden aan de schuldeisers en waarbij aan de schuldeisers verzocht wordt de betreffende schulden kwijt te schelden. De schuldenlast betrof toen € 39.035,76. De schuldenlast is derhalve hoger geworden. De vorderingen van ING betreffen leningen die verzoeker destijds is aangegaan voor zijn voormalige onderneming (eenmanszaak). Na faillietverklaring in 2015 is de onderneming opgeheven. Naast deze vorderingen is sprake van (oude) belastingschulden die tijdens het minnelijk traject zijn ingediend. Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De aangeboden regeling is gebaseerd op de afloscapaciteit die verzoeker heeft op basis van zijn dienstbetrekking en zijn inkomsten uit persoonsgebonden budget. Verzoeker ontvangt € 717,91 per maand uit zijn dienstbetrekking en € 994,07 per maand uit persoonsgebonden budget. Verzoekster heeft geen inkomen en is vanwege gezondheidsredenen niet in staat om (betaalde) arbeid te verrichten. Zij lijdt sinds 2007 aan de ziekte van Parkinson en heeft 24 uur per dag zorg nodig. In de uren dat verzoeker niet werkt, zorgt hij voor verzoekster. In de uren dat verzoeker werkt, zorgt de inwonende zoon van verzoekers voor verzoekster. Het is voor verzoeker dan ook niet mogelijk om meer uren te gaan werken dan het huidige aantal uren. Ook zorgt verzoeker voor zijn hoogbejaarde vader, die nog zelfstandig woont en ondersteuning nodig heeft. Verzoeker heeft ter zitting medische stukken overgelegd waaruit het voorgaande blijkt. Bovendien blijkt uit die stukken dat verzoeker zelf ook met gezondheidsklachten kampt. Verzoeker heeft artrose aan beide handen waarvoor operaties noodzakelijk zijn en heeft ook psychische ondersteuning nodig. Ook met een bijdrage van de bij verzoekers inwonende meerderjarige zoon, die net als verzoeker beperkt werkt omdat hij deels voor verzoekster zorgt, beschikken verzoekers niet over enige afloscapaciteit. Hierdoor is aan de schuldeisers een zogeheten ‘nulaanbod’ gedaan, waarin aan de schuldeisers verzocht is om de vordering kwijt te schelden zonder betaling op die vordering. Verzoekers hebben zich op het standpunt gesteld dat zij al het mogelijke hebben gedaan om het aangeboden percentage aan hun schuldeisers aan te bieden. Verzoekers hebben sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan. Eén schuldeiser stemt met de aangeboden schuldregeling in. ING stemt hier niet mee in. Zij heeft een vordering van € 39.035,76 op verzoekers, die 56,82% van de totale schuldenlast beloopt. 3 Het verweer ING heeft aan schuldhulpverlening te kennen gegeven dat zij het aangeboden akkoord niet het maximaal haalbare acht. Onvoldoende is aangetoond dat verzoeker niet in staat kan worden geacht om fulltime te werken. Daarnaast staat ING niet negatief tegenover een voorstel zonder uitdeling, maar dan wel met de voorwaarde dat een doorlooptijd van achttien maanden wordt aangehouden. Hoewel behoorlijk opgeroepen heeft ING geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunten schriftelijk, dan wel ter zitting toe te lichten. 4 De beoordeling Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van ING bij haar weigering vast. De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of ING in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoekers of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad. De rechtbank stelt allereerst vast dat de vordering van ING een aandeel vormt in de totale schuldenlast van 56,82%. De andere schuldeiser van verzoekers (de Belastingdienst) is met de aangeboden regeling akkoord gegaan. De rechtbank stelt ook vast dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij, te weten Stroomopwaarts. Voorts is het voorstel naar het oordeel van de rechtbank goed en controleerbaar gedocumenteerd. De rechtbank is van oordeel dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoekers in staat moeten worden geacht. Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is allereerst voor de rechtbank voldoende aannemelijk geworden dat verzoekster niet in staat is betaalde arbeid te verrichten of hiernaar te solliciteren, omdat zij aan de ziekte van Parkinson lijdt. Ook is voor de rechtbank voldoende aannemelijk geworden dat verzoeker het maximaal haalbare uren werkt dat van hem verwacht kan worden. In de overige uren draagt verzoeker zorg voor verzoekster en zorgt hij voor zijn vader. Daarnaast heeft verzoeker artrose aan beide handen waarvoor operaties noodzakelijk zijn en heeft hij ook psychische ondersteuning nodig. Verzoeker heeft hiervan ook medische stukken aan de rechtbank overgelegd. Ook een bijdrage van de inwonende meerderjarige zoon zal niet leiden tot enige afloscapaciteit. Voldoende aannemelijk is geworden dat verzoekers geen inkomen zullen verwerven dat hoger is dan hun huidige inkomen. Gelet op het voorgaande is voldoende aannemelijk geworden dat verzoekers in de komende periode geen afloscapaciteit zullen verkrijgen. Daarnaast is niet gebleken dat verzoekers over vermogensbestanddelen beschikken die waarde zouden kunnen opleveren voor de schuldeisers. Het ontstaan van nieuwe schulden ligt niet in de rede. Uit het bovenstaande vloeit ook voort dat er geen reëel perspectief is op afloscapaciteit binnen een wettelijke schuldsaneringsregeling, zoals subsidiair verzocht. Dat betekent dat ook in de situatie dat de schuldsaneringsregeling (eventueel met een eerdere ingangsdatum) op verzoekers van toepassing zou zijn, er geen vooruitzicht is op een uitdeling aan de schuldeisers. Dat terwijl toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling aanzienlijke kosten met zich brengt, bestaande uit onder meer salaris voor de bewindvoerder en griffierecht. De verwachting is dat een groot deel van de wsnp-gerelateerde kosten ten laste van de Staat zouden moeten komen. Gelet op die omstandigheden en het belang van verzoekers bij een schuldenvrije toekomst, dient het belang van verzoekers in dit geval naar het oordeel van de rechtbank te prevaleren boven het belang van ING. Het verzoek om ING te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt daarom toegewezen. ING zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Nu voor het onderhavige verzoekschrift geen griffierecht verschuldigd is en verzoekers niet zijn bijgestaan door een advocaat, worden de kosten begroot op nihil. De rechtbank stelt vast dat er thans een gedwongen schuldregeling is afgekondigd, die in de plaats komt van de vrijwillige instemming van de schuldeisers. Hieruit volgt dat verzoekers zullen kunnen voortgaan met het betalen van hun schulden en dat zij niet verkeren in de toestand dat zij hebben opgehouden te betalen zodat het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden afgewezen. 5 De beslissing De rechtbank: - beveelt ING om in te stemmen met de door verzoekers aangeboden schuldregeling; - veroordeelt ING in de kosten van deze procedure, aan de zijde van verzoekers begroot op nihil; - bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vrijwillige instemming; - wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af; - verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. M.P. van Eeden-van Harskamp, rechter, en in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier, in het openbaar uitgesproken op 4 september 2026. Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.