Skip to content
Case Law · Rechtbank Amsterdam ·ECLI:NL:RBAMS:2026:9045 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Amsterdam, 08-09-2026 (1318106826)

Rechtbank Amsterdam
Summary

Pools vervolgings-EAB, verweer m.b.t. de detentieomstandigheden verworpen, overlevering toegestaan.

How it connects

Full text

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-181068-26 Datum uitspraak: 8 september 2026 UITSPRAAK op de vordering van 26 juni 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 8 april 2026 door the District Court in Krakow, 3rd Criminal Division, Polen, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedatum] 2003 in [geboorteplaats] (Polen), zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, nu gedetineerd in het [detentieplaats], hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 25 augustus 2026, in aanwezigheid van mr. J.I.P. Hofstee, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door mr. R. Zilver, advocaat in Utrecht, en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3 Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een enforceable decision on pretrial detention in preliminary proceedings, issued by Regional Court for Krakow Srodmiescie in Krakow, II Criminal Division van 30 december 2025 met referentie II Kp 1738/25/S. De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Pools recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. 4 Strafbaarheid : feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de strafbare feiten aangewezen als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten: deelneming aan een criminele organisatie, en illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen. Uit het EAB volgt dat voor deze feiten naar het recht van Polen een vrijheidsstraf van minstens drie jaren kan worden opgelegd. Dit betekent dat de rechtbank geen onderzoek doet naar de vraag of de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn. 5 Artikel 11 OLW 5.1. Artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. Het is aan de opgeëiste persoon om omstandigheden aan te voeren en aan te tonen waaruit blijkt dat hij dit gevaar ook daadwerkelijk loopt. Omdat de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed zullen hebben op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. 5.2 Poolse detentieomstandigheden Inleiding Nu de overlevering van de opgeëiste persoon wordt gevraagd in verband met een strafrechtelijke vervolging en de opgeëiste persoon (nog) niet is veroordeeld, zal hij na overlevering aan Polen aldaar in voorlopige hechtenis verblijven, in het zogenoemde remand regime . De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat sprake is van een algemeen reëel gevaar van schending van de grondrechten van gedetineerden die in het remand regime in Poolse detentie-instellingen terechtkomen. Het kernpunt is dat in het remand regime slechts drie vierkante meter persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) in een meerpersoonscel is gegarandeerd voor de voorlopig gedetineerde, terwijl die structureel drieëntwintig uren per dag op zijn cel doorbrengt. De vaststelling van een algemeen gevaar van schending van de grondrechten voor gedetineerden die terechtkomen in het remand regime , kan op zichzelf niet tot weigering van de overlevering leiden. Het enkele bestaan van gegevens die duiden op gebreken in dit regime, impliceert immers niet noodzakelijkerwijs dat, in een concreet geval, de grondrechten van de opgeëiste persoon bij overlevering zullen worden geschonden. Om te verzekeren dat die grondrechten worden geëerbiedigd, is de rechtbank dan ook verplicht om na te gaan of er, in de omstandigheden van het geval, gronden bestaan om aan te nemen dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering aan Polen een reëel gevaar zal lopen van schending van zijn grondrechten gezien de omstandigheden in het remand regime in Polen waar hij zal worden gedetineerd. In het kader van dit onderzoek heeft het Internationaal Rechtshulp Centrum (hierna: IRC) op 28 juli 2026 aan de uitvaardigende justitiële autoriteit gevraagd waar de opgeëiste persoon naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd en hoe de detentieomstandigheden aldaar zijn. Op 10 augustus 2026 heeft de Deputy Circuit Prosecutor in Krakow in een brief het volgende medegedeeld: “ In response to your inquiry from the 28th of July 2026 in relation to processing of European Arrest Warrant issued on the 8th of April 2026 by District Court in Krakow, file number III Kop 41/26 for [opgeëiste persoon] (…). In case the detainee remains at the disposal of the Circuit Prosecutor's Office in Krakow, he will be detained in the Remand Prison in Krakow. Pursuant to the provisions of Executive Penal Code the cell space for a prisoner is not less than 3 m². The space does not include window and radiation recess, area outside the internal grids and separated sanitary zone. The detainee, who takes all opportunities to stay outside the cell, has the possibility to stay there for more than 2 hours a day. Each day he may take a walk for 1 hour. (…) (…) the detainees have the possibility to participate in cultural and education activities averagely three to four times a week for 1 hour. The detainee who would like to participate in all possible forms of spending his free time outside the cell, namely : 1) everyday walks — seven hours, 2) cultural and educational activities in day room — four hours, 3) outdoor gym exercises — one hour, 4) religious service — two hours, 5) talks with prison educator and psychologist — over one hour, in the maximum version may stay outside the cell over 15 hours a week, that means over two hours a day. The participation in the activities is at the discretion of the detainee. It should be noted that it is not possible to plan ahead what activities and other propositions will be proposed to the detainees in future. Additionally, the detainee (if he has the approval of the authority) may spend his time outside the cell during the visit of his family members .” Standpunt van de verdediging De advocaat heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd en subsidiair gesteld dat de zaak moet worden aangehouden om nadere vragen te laten stellen aan Polen. Er is door de Poolse autoriteiten niet gegarandeerd dat de opgeëiste persoon in een cel komt met ten minste 4m2 persoonlijke ruimte. Daarom is van belang dat gegarandeerd kan worden dat hij minimaal twee uren per dag buiten zijn cel mag verblijven. Daar wordt niet aan voldaan, nu de toegezegde activiteiten – zonder de religieuze activiteiten mee te rekenen - bij elkaar geteld samen gemiddeld 12,84 uren per week opleveren. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat artikel 11 OLW niet in de weg staat aan de overlevering. Uit de aanvullende informatie blijkt dat als alle mogelijkheden worden benut, de opgeëiste persoon gemiddeld vijftien uur per week buiten zijn cel kan verblijven. Dat is meer dan twee uur per dag. Alles afwegend is de garantie voldoende. Oordeel van de rechtbank Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voorgaande garantie. De rechtbank is, gelet op de garantie van de Poolse autoriteiten, van oordeel dat het vastgestelde algemene reële gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden voor de opgeëiste persoon is weggenomen. Het algemene gevaar dat de rechtbank heeft aangenomen, wordt door deze garantie namelijk uitgesloten ten aanzien van de opgeëiste persoon, omdat hij ten minste één uur per dag kan wandelen en daarnaast de mogelijkheid krijgt om deel te nemen aan dagelijks georganiseerde culturele, educatieve en sportactiviteiten buiten zijn cel. Daarnaast kan de opgeëiste persoon tijd buiten de cel verblijven in het kader van contacten met penitentiaire medewerkers en psychologen en kan hij tijd doorbrengen in de gemeenschappelijke ruimte. Uit de aanvullende informatie kan worden afgeleid dat de opgeëiste persoon als hij ervoor kiest om aan alle aangeboden activiteiten deel te nemen, gemiddeld genomen ten minste twee uur per dag buiten de cel kan verblijven. Dat volgt immers uit de zinsnede: “ in the maximum version, may stay outside the cell over 15 hours a week, that means over two hours a day. The participation in the activities is at the discretion of the detainee.” Daarmee is voldaan aan het criterium dat de rechtbank moet kunnen vaststellen dat de opgeëiste persoon gemiddeld genomen zo’n twee uur per dag buiten zijn cel kan verblijven. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het algemene reële gevaar dat de opgeëiste persoon wordt blootgesteld aan een structureel verblijf van 23 uur per dag in een cel met een oppervlakte tussen de 3 en 4 m² voor de opgeëiste persoon is weggenomen. Artikel 11 OLW staat daarom niet aan overlevering in de weg. De rechtbank verwerpt het verweer van de advocaat en ziet geen aanleiding om hierover nadere vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. 6 Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe. 7 Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 5, en 7 OLW. 8 Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the District Court in Krakow, 3rd Criminal Division, (Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Verstraeten, voorzitter, mr. L. Baroud en mr J.T.H. Zimmerman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.H. Wisgerhof, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 8 september 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB. Rb. Amsterdam 10 februari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:420, r.o. 5.3.1-5.3.3 en Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1793, r.o. 4.4. Vgl. Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1793, onder verwijzing naar HvJ EU 22 februari 2022, C-562/21 PPU en C-563/21 PPU, ECLI:EU:C:2022:100 ( Openbaar Ministerie (Recht op een gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld in de uitvaardigende lidstaat)) . Rechtbank Amsterdam 5 juni 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:3311. HvJ EU 25 juli 2018, C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589 ( Generalstaatsanwaltschaft (detentieomstandigheden in Hongarije) ), punt 114.