Skip to content
Case Law · Rechtbank Amsterdam ·ECLI:NL:RBAMS:2026:9044 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Amsterdam, 08-09-2026 (1317632326)

Rechtbank Amsterdam
Summary

Bulgaars vervolgings-EAB, verweren m.b.t. de detentieomstandigheden en de lopende asielprocedure verworpen, overlevering toegestaan.

How it connects

Full text

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-176323-26 Datum uitspraak: 8 september 2026 UITSPRAAK op de vordering van 25 juni 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 10 juli 2025 door the District Prosecutor's Office in Haskovo, Bulgarije, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon], geboren op [geboortedag] 1984 in [geboorteplaats] (Turkije), inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen: [inschrijvingsadres] feitelijk verblijfsadres: [feitelijk verblijfadres]. hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 25 augustus 2026, in aanwezigheid van mr. J.I.P. Hofstee, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door mr. D.W.H.M. Wolters, advocaat in Hoofddorp, en door een tolk in de Turkse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Turkse nationaliteit heeft. 3 Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een nationaal aanhoudingsbevel van the District Prosecutor's Office - Haskovo, Territorial Division - Harmanli , van 30 juni 2025, met referentienummer 1112/2023. De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Bulgaars recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. 4 Strafbaarheid Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het strafbare feit niet aangeduid als lijstfeit. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, als – kort gezegd – voldaan is aan de vereisten dat op het feit naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is. De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. Het feit levert naar Nederlands recht op: de meerdaadse samenloop van - opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod (art. 2 jo art. 10 Opiumwet) en - opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod (art. 3 jo art. 11 Opiumwet). 5 Artikel 11 OLW ; Bulgaarse detentieomstandigheden Inleiding De rechtbank heeft op grond van de Public statement van het European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment (hierna: CPT) van 26 maart 2015 geoordeeld dat in het algemeen een reëel gevaar bestaat dat personen die in Bulgarije zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld, in de zin van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Bij uitspraak van 11 februari 2020 heeft de rechtbank geoordeeld dat het CPT-rapport van 4 mei 2018, naar aanleiding van bezoeken tussen 25 september 2017 en 6 oktober 2017, niet tot een ander oordeel leidt. Dit geldt eveneens ten aanzien van het CPT-rapport van 18 oktober 2022. Op 20 juli 2026 heeft de Public Prosecutor van de District Prosecutor’s Office in Haskovo in Bulgarije aanvullende informatie verstrekt met daarin de volgende individuele garanties ten aanzien van de detentieomstandigheden van de opgeëiste persoon: “ 1 . According to the information (…), [opgeëiste persoon] should (…) be detained in the Haskovo detention center at the Regional Service “Enforcement of Sentences” – Haskovo (…) 2. (…) The person has adequate natural and artificial lighting, as well as ventilation. The person will be provided with the necessary living space - 4 square meters (excluding sanitary facilities), space for physical activity, as well as 24-hour access to a sanitary unit and hot water. The detainees in the detention center are provided with basic hygiene products (soap, toilet paper, washing detergent), as well as cleaning products for the sleeping area. (…) 3. (…) The detention center in Haskovo is serviced by a doctor . In emergency cases, persons are necessarily taken out of the detention centers by ambulance and placed in a medical facility. If necessary, the person [opgeëiste persoon] will be provided with medical assistance. Access to medical personnel and opportunities for examination by a doctor are provided in case of health problems. (…) ” Op 27 juli 2026 is door de Public Prosecutor van de District Prosecutor’s Office in Haskovo de volgende aanvullende informatie verstrekt: “ 1. We confirm that the 4 square metres of living space in the detention facilities do not include the sanitary facilities. (…) 3. Information regarding the situation at the Haskovo Pre-trial Detention Center: 3.1. There are no sanitary facilities within the cells; however, there is a shared sanitary facility with an area of 17 square metres, comprising a bathroom and two toilets. Detainees are taken to use the toilet at any time upon their request. 3.2. In the detention rooms, natural sunlight is provided through a window in the outer wall, and ventilation is provided through a window in the door leading from the rooms to the corridor, which can be opened. 3.3. Adjacent to the detention rooms is a specially designated outdoor area where detainees are taken every day according to an approved schedule. In conclusion, I hereby inform you that the investigative proceedings against Mr [opgeëiste persoon] will be conducted within a 72-hour period, after which (…), the accused will be transferred to Sofia Prison. The cells at Sofia Prison are standardly equipped with a washbasin, toilet and shower with a constant supply of hot and cold water; direct access to daylight and the possibility of natural ventilation are provided. All prisoners are allowed daily outdoor time in areas specifically designated for this purpose. In accordance with timetables drawn up and approved by the prison governor, prisoners may use the communal facilities — the sports hall, library, chapel, etc. — with each activity having a different duration, in line with the prison’s daily routine.” He has access to hospital and outpatient care. His medical care is provided in medical centres and specialist hospitals for active treatment (…) Where necessary, he will also be referred to external healthcare facilities when the healthcare facilities within places of deprivation of liberty do not have the capacity to provide the necessary treatment.(…)” En op 3 augustus 2026 is de volgende aanvullende informatie verstrekt: “(…) It is not possible to consider placing the individual in a detention facility other than that in the city of Haskovo (…) The investigative proceedings against Mr [opgeëiste persoon] will be carried out within a period of 72 hours, after which, pursuant to Article 244(1) of the EPPTDA, the accused will be transferred to Sofia Prison. We confirm that the 4 square metres of living space in the premises of Sofia Prison do not include the sanitary facilities .” Standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat artikel 11 OLW in de weg staat aan de overlevering. In de uitspraak ECLI:NL:RBAMS:2026:3791 is vastgesteld dat de detentieomstandigheden niet op orde zijn voor Haskovo detention centre . Dat ziet met name op de natuurlijke ventilatie in de cellen en de mogelijkheid tot verblijf in de buitenlucht. Dit blijkt ook uit het rapport van de Bulgaarse ombudsman, wat te vinden is op de website. De individuele garantie voor de opgeëiste persoon is niet eenduidig over waar hij geplaatst zal worden. Er wordt gesproken over ‘ Sofia Prison or its branches ’, daardoor kan er niet met zekerheid gesteld worden waar de opgeëiste persoon geplaatst zal worden en hoe de detentieomstandigheden daar zijn. De informatie over de ventilatie en luchten voor Sofia Prison is vergelijkbaar met de aanvullende informatie verkregen in de eerder genoemde uitspraak, wat door de rechtbank als niet voldoende is beoordeeld. Verder wordt de mogelijkheid tot daglicht en een buitenruimte voor luchten alleen voor Sofia Prison gegarandeerd. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat artikel 11 OLW niet in de weg staat aan de overlevering. Volgens Europese jurisprudentie is uitsluitend de detentie-instelling relevant waar de opgeëiste persoon naar alle waarschijnlijkheid wordt geplaatst. Dit is voldoende duidelijk, nu de opgeëiste persoon eerst gedurende 72 uur in Haskovo detention centre blijft en zal daarna worden geplaatst in Sofia prison . De detentiegarantie voor Sofia Prison garandeert de beschikbaarheid van 4 m² individuele leefruimte exclusief sanitair. Verder blijkt uit verstrekte informatie dat sprake is van direct daglicht, natuurlijke ventilatie en de mogelijkheid om tijd door te brengen in de buitenlucht. Daarmee is het individuele gevaar weggenomen voor de opgeëiste persoon, nu er sprake is van voldoende individuele leefruimte en voldoende materiële omstandigheden. Ook voor Haskovo detention centre is een detentiegarantie verstrekt van 4 m² individuele leefruimte, exclusief sanitair. De materiële omstandigheden zijn inmiddels verbeterd, er is sprake van ventilatie en van het gebruik van een buitenruimte. Daarmee is het individuele gevaar voor de opgeëiste persoon weggenomen voor deze instelling. Oordeel van de rechtbank De rechtbank overweegt dat zij gelet op het arrest ML van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ EU) uitsluitend de detentieomstandigheden dient te onderzoeken in de penitentiaire inrichting(en) waar de opgeëiste persoon, volgens de informatie waarover zij beschikt, naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd, mede op tijdelijke of voorlopige basis. Uit de aanvullende informatie van 27 juli 2026 en 3 augustus 2026 van de Bulgaarse autoriteiten, leidt de rechtbank af dat de opgeëiste persoon hoogstwaarschijnlijk na zijn overlevering eerst 72 uur in Haskovo detention centre zal worden geplaatst alvorens hij naar Sofia Prison zal worden overgeplaatst. Gelet hierop zal de rechtbank de detentieomstandigheden van beide detentie-instellingen moeten onderzoeken. De detentieomstandigheden in Haskovo detention centre De rechtbank is, gelet op de garantie van de Bulgaarse autoriteiten, van oordeel dat het vastgestelde algemene reële gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden voor de opgeëiste persoon is weggenomen voor Haskovo detention centre . Het algemene gevaar dat de rechtbank heeft aangenomen, wordt door deze garantie namelijk uitgesloten ten aanzien van de opgeëiste persoon, omdat er een individuele leefruimte van 4 m² exclusief sanitair wordt gegarandeerd, met bovendien beschikking tot sanitair ‘ at any time upon their request’ , direct zonlicht, de mogelijkheid om dagelijks te luchten in een ruimte die daarvoor bestemd is en dat Haskovo detention centre ‘ serviced by a doctor’ is. Voor zover er al voor het overige twijfels bestaan over de detentieomstandigheden in Haskovo detention centre , levert dit geen risico op een onmenselijke of vernederende behandeling op, nu het verblijf in deze instelling maximaal 72 uur duurt en derhalve van zeer korte duur is. De detentieomstandigheden in Sofia Prison Ten aanzien van Sofia Prison is de rechtbank ook van oordeel dat het vastgestelde algemene reële gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden voor de opgeëiste persoon is weggenomen. Er is een vergelijkbare detentiegarantie afgegeven, met een garantie voor de opgeëiste persoon voor 4 m² individuele leefruimte exclusief sanitair, met bovendien sanitaire voorzieningen in de cellen, daglicht, natuurlijk ventilatie, de mogelijkheid om dagelijks te luchten in een ruimte die daarvoor bestemd is en ‘ access to hospital and outpatient care ’. Artikel 11 OLW staat daarom niet aan de overlevering in de weg. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman, nu de omstandigheden in het onderhavige geval anders zijn dan in de door hem aangehaalde uitspraak. 6 Artikel 6 OLW De raadsman heeft aangevoerd dat er een terugkeergarantie voor de opgeëiste persoon moet worden gevraagd aan de Bulgaarse autoriteiten nu er een lopende asielprocedure in Nederland is. Voorkomen moet worden dat opgeëiste persoon door Bulgarije naar Turkije wordt gestuurd. Als de opgeëiste persoon niet kan terugkeren naar Nederland na de procedure bestaat voor hem – een Turk van Koerdische afkomst – het risico dat Nederland de verplichting uit het Vluchtelingenverdrag om de asielaanvraag te behandelen, niet kan nakomen. De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat dit verweer niet kan slagen. De omstandigheid dat de opgeëiste persoon asiel heeft aangevraagd voldoet niet aan de vereisten van artikel 6 OLW, waardoor een terugkeergarantie niet nodig is om de overlevering toe te kunnen staan. Dat de opgeëiste persoon in Nederland asiel heeft aangevraagd, levert volgens vaste rechtspraak ook geen grond voor weigering van de overlevering op. 7 Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe. 8 Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 3, 10, 11 Opiumwet, en 2, 5 en 7 OLW. 9 Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the District Prosecutor's Office in Haskovo (Bulgarije) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Verstraeten, voorzitter, mr. L. Baroud en mr J.T.H. Zimmerman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.H. Wisgerhof, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 8 september 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB. Zie HvJ EU 5 april 2016, ECLI:EU:C:2016:198, punten 88-90 en o.a. rechtbank Amsterdam 28 november 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:1269. Rechtbank Amsterdam, 11 februari 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:1097. Rechtbank Amsterdam, 27 oktober 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:6217. HvJ EU 25 juli 2018, C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589 ( Generalstaatsanwaltschaft (detentieomstandigheden in Hongarije) ), punt 117. Rb. Amsterdam 14 januari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:136 en Rb. Amsterdam 14 juli 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:8074. Zie bijv. ECLI:NL:RBAMS:2013:6944