# Rechtbank Gelderland, 31-08-2026 (ARN 26/2601)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Gelderland
- Identifier: ECLI:NL:RBGEL:2026:6780
- Date: 2026-08-31
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBGEL%3A2026%3A6780
- Canonical: https://overview.legal/posts/353886

## Summary

Verzoek om voorlopige voorziening, kennelijk ongegrond, Woo, geen spoedeisend belang.

## Full text

RECHTBANK GELDERLAND Bestuursrecht zaaknummer: ARN 26/2601 uitspraak van de voorzieningenrechter van in de zaak tussen [verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [plaats] . Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de beslissing van het college op zijn verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo). 1.1. Op 23 januari 2026 heeft verzoeker een Woo-verzoek ingediend bij het college. Verzoeker heeft – kort samengevat – om openbaarmaking verzocht van alle ongepubliceerde documenten en informatie met betrekking tot enige vorm van besluitvorming over de locatie aan de [adres] over de periode van 3 februari 2026 tot en met 20 maart 2026. Ook heeft verzoeker gevraagd om informatie rondom een melding van 1 juni 2024 tot en met 10 april 2026. 1.2. Bij besluit van 30 april 2026 heeft het college de aanvraag (gedeeltelijk) toegewezen en besloten om de gevonden documenten openbaar te maken met uitzondering van de persoonsgegevens die daarin staan. 1.3. Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. 1.4. Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is. Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. De voorzieningenrechter kan op grond van artikel 8:81 van de Awb gedurende een bezwaarprocedure een voorlopige voorziening treffen als sprake is van een spoedeisend belang. Daarvan is sprake als de beslissing op bezwaar van het college niet kan worden afgewacht. Een beslissing op bezwaar kan niet worden afgewacht als er vóórdat dat besluit genomen is onomkeerbare gevolgen ontstaan of dreigen te ontstaan. Het is aan verzoeker om het spoedeisend belang aannemelijk te maken. 2.1. Verzoeker stelt dat het college een onvolledige zoekslag heeft gebruikt en dat niet alle documenten aan hem zijn verstrekt. Hij stelt een spoedeisend belang te hebben bij het tijdig (per direct) verkrijgen van de niet verstrekte documenten, ook omdat sprake is van een voortdurende schending van het Verdrag van Aarhus nu het om milieu-informatie gaat. 2.2. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft bij een voorlopige voorziening. Daarvoor is het volgende van belang. 2.3. Bij toepassing van de Woo wordt uitgegaan van het algemeen belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische samenleving. Het (individuele) belang van de belanghebbende heeft in deze belangenafweging geen betekenis. Dit betekent dat de specifieke belangen van de belanghebbende geen rol kunnen spelen bij de beoordeling van het verzoek om voorlopige voorziening. Het moet immers gaan om een spoedeisend belang in het licht van het algemeen belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische samenleving. 2.4. Verzoeker heeft slechts in algemene zin gesteld dat hij de stukken direct nodig heeft, maar heeft niet toegelicht waarom. De voorzieningenrechter vermoedt – dit volgt impliciet uit het dossier – dat hij deze stukken nodig heeft in het kader van een handhavingsverzoek dat hij heeft ingediend ten aanzien van het perceel [adres] in [plaats] . Dit leidt niet tot spoedeisend belang. Ten eerste kan dit belang niet gezien worden als een algemeen belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische samenleving, maar als een persoonlijk belang van verzoeker. Ten tweede dient het spoedeisend belang ontleend te worden aan de rechtsgevolgen van het bestreden besluit. In dit geval is dat het wel of niet openbaar maken van de documenten. Dat verzoeker de documenten snel nodig heeft, is een te ver verwijderd verband tot de rechtsgevolgen van het bestreden besluit. 2.5. De stelling van verzoeker dat het Verdrag van Aarhus wordt geschonden – wat daar overigens ook van zij – maakt het voorgaande niet anders. Ook als het gaat om milieu-informatie moet het spoedeisend belang zijn gelegen in een algemeen belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische samenleving, en niet – zoals in dit geval – een persoonlijk belang van verzoeker bij het snel verkrijgen van bepaalde documenten. 2.6. De voorzieningenrechter concludeert daarom dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft bij een voorlopige voorziening. Conclusie en gevolgen 3. Het verzoek is kennelijk ongegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. 3.1. Voor een proceskostenveroordeling of een vergoeding van het griffierecht bestaat dan ook geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Goldebeld, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/353886 · 2026-09-10
