Skip to content
Case Law · Rechtbank Gelderland ·ECLI:NL:RBGEL:2025:12066 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Gelderland, 02-04-2025 (11072269)

Rechtbank Gelderland
Summary

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming van de woning op grond van overlast.

Full text

vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaakgegevens 11072269 \ CV EXPL 24-3576 \ 53854 \ 51710 uitspraak van 2 april 2025 vonnis in de zaak van de stichting Woningstichting Nijkerk gevestigd te Nijkerk eisende partij in conventie verwerende partij in reconventie gemachtigde mr. S.E. Roeters van Lennep tegen [gedaagde] wonende te [woonplaats] gedaagde partij in conventie eisende partij in reconventie procederend in persoon Partijen worden hierna verhuurster en huurster genoemd. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 29 mei 2024 en de daarin genoemde processtukken; - de akte van 14 september 2024 houdende onder meer een eis in reconventie met producties; - de akte houdende overlegging van een nadere productie van de kant van verhuurster; - de reactie van huurster daarop; - de akte houdende overlegging van een aanvullende productie van de kant van verhuurster. 1.2. Op 3 oktober 2024 is een mondelinge behandeling gehouden. De zaak is verwezen naar de rolzitting van 10 oktober 2024 voor het nemen van een conclusie van antwoord in reconventie. 1.3. Verhuurster heeft conclusie van antwoord in reconventie ingediend. Daarna is er op 28 november 2024 een schriftelijke reactie van huurster binnengekomen met producties. Hierna heeft verhuurster een conclusie van dupliek in reconventie genomen. 1.4. Stukken die zijn binnengekomen na of buiten de hiervoor genoemde processtukken zijn door de kantonrechter buiten beschouwing gelaten. 1.5. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Partijen hebben een huurovereenkomst op grond waarvan verhuurster sinds 12 september 2017 aan huurster de woning aan [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning) verhuurt. 2.2. Op de huurovereenkomst zijn de door verhuurster gehanteerde algemene voorwaarden, versie mei 2017, van toepassing. 2.3. Artikel 6.3 van de algemene voorwaarden bepaalt het volgende: “U gedraagt zich als een goed huurder Dit betekent bijvoorbeeld dat u: • ervoor zorgt dat uw buren en anderen in de buurt geen last van u hebben; • (...) • zich netjes gedraagt tegenover ons en onze mensen; • en zich aan al uw andere plichten houdt.” Artikel 6.7 van de algemene voorwaarden bepaalt: “U zorgt dat niemand last van u heeft. Bijvoorbeeld uw buren en anderen in de buurt (...). Ook gedraagt u zich rustig en redelijk tegenover ons en mensen die wij inhuren. Gedraagt u zich agressief? Dan nemen we maatregelen. In het ergste geval stoppen we het huurcontract. U moet dan uit de woning.” 2.4. De woning maakt onderdeel uit van een tweelaags wooncomplex met woningen die eveneens door verhuurster worden verhuurd. De woning van huurster is op een hoek op de begane grond gelegen. Boven huurster, in de woning met huisnummer [huisnummer 1] , woont mevrouw [persoon 1] . 2.5. Bij brief van 4 april 2023 heeft [woonconsulent] , als woonconsulent werkzaam bij verhuurster, aan huurster geschreven: “Helaas ontvingen wij klachten over uw adres. Deze klachten gaan over bonkgeluiden die u veroorzaakt. Daarover gaat deze brief. Eerder onderzoek In 2022 heeft u een klacht ingediend over uw bovenbuurvrouw omdat zij geluidsoverlast zou veroorzaken. WSN is toen samen met de HON bij u geweest. We zijn ook bij de bovenbuurvrouw geweest. We hebben de geluiden waarvan u zei last te hebben nagebootst. Er is toen geen overlast vastgesteld. Niet meer dan gewone leef -en contactgeluiden die buren van elkaar te dulden hebben. Ook is door WSN aangeboden een professioneel bedrijf in te huren om objectief vast te stellen of uw klachten gegrond waren. Hier wilde u echter niet aan meewerken. U gaf toen aan dat u met een stok op het plafond bonkt wanneer u vond dat de buurvrouw geluidsoverlast veroorzaakte. Wij hebben u toen al uitgelegd dat dit geen manier van communiceren is. Klacht over uw gedrag Nu hebben wij klachten gekregen over uw gedrag. Deze klachten gaan over dat u bonkt bij elk geluid wat u hoort van uw bovenbuurvrouw. Ook al zijn dit normale leefgeluiden die u te accepteren heeft van buren. Meerdere buren klagen Vorig jaar zijn wij ook bij u geweest omdat u klachten had over uw overbuurman. Ook deze klachten waren niet terecht. Wij hebben u toen geadviseerd niet zo bezig te zijn met de mensen om u heen. Helaas krijgen wij berichten dat u zelfs onterecht klachten indient bij de politie en bij de gemeente over uw bovenbuurvrouw. Dit alles draagt niet bij aan prettig samenwonen in het complex. Stoppen met bonken Hierbij spreken wij u aan op uw gedrag en wijzen u erop dat u door te bonken zelf geluidsoverlast veroorzaakt en daarom in overtreding bent van de algemene huurvoorwaarden. U dient dit gedrag direct te stoppen en geen overlast meer te veroorzaken. Verder lijkt het ons verstandig dat u niet meer onterecht klachten indient bij gemeente en politie over uw buren. Het is ook uw verantwoordelijkheid om bij te dragen aan prettig samenwonen. Wanneer u hier geen gehoor aan geeft en wij klachten blijven ontvangen zijn wij genoodzaakt juridische stappen te nemen.” 2.6. Op 2 mei 2023 heeft huurster een brief aan [persoon 1] verstuurd, met daarop het logo van Verhuur Veilig geplaatst. [afbeelding gepseudonimiseerd] 2.7. Voormelde brief is aan [woonconsulent] doorgestuurd. Hij heeft daarop richting huurster gereageerd bij brief van 16 mei 2023. Hij heeft huurster bericht dat zij ten onrechte het logo van een makelaarskantoor op haar brief heeft geplaatst alsmede dat zij in strijd met de algemene voorwaarden het huurgenot aan [persoon 1] ontneemt door zonder enig bewijs beschuldigingen richting haar te uiten en met een kort geding en dwangsommen te dreigen. [woonconsulent] heeft huurster gesommeerd om haar gedragingen richting onder meer [persoon 1] per direct te staken. 2.8. Op 1 juni 2023 heeft huurster een e-mail met onderwerp: “Dreigbrief van [woonconsulent] ” gestuurd aan Brabant Wonen, een corporatie waar [woonconsulent] naast verhuurster werkzaam is. De e-mail luidt als volgt: “Gisteren ontving ik geheel onverwachts een dreigbrief vanwege een burenruzie. De brief was gedateerd weken terug en met het logo WSN-Nijkerk. Behalve dat die brief volledig onterecht en kwalijk is is de brief ook nog met het logo van WSN gestuurd. Volgens mijn Informatie werkt de heer [woonconsulent] daar sinds december 2022 niet meer. We gaan dit aangeven bij politie. Verder kunt u misschien vertellen hoe het zit? De heer [woonconsulent] zit goed fout. Zeer ongepast en kwalijk te benoemen zijn optreden!” 2.9. Op 2 juni 2023 heeft huurster aan Brabant Wonen een e-mail met de volgende inhoud gestuurd: “Paar dagen terug ontving ik weer een brief van [woonconsulent] bij u werkzaam als Klantadviseur, Het gaat over een burenruzie waarop ik al jaren klaag. Ik woon in [woonplaats] huur een woning van WSN. Ik klaag al jaren over de buurt en dit is nooit in behandeling genomen door WSN Nijkerk omdat aangegeven werd dat de regel is Wooncooperatie zich niet bemoeit met onderlinge burenruzies. Toch meent de heer [woonconsulent] terwijl er uit informatie is gebleken dat hij sinds december 2022 niet meer werkzaam is bij WSN Nijkerk valse en bedreigende brieven te moeten versturen over die burenruzie. Die brieven zijn gedateerd weken terug en met het logo van WSN. De inhoud van die brieven is zo schadelijk dat er hierop al meerdere keren gereageerd is. Meneer zijn vaste nummer WSN is afgesloten dus wij vragen ons af waar is meneer mee bezig? Echter de veroorzaker van die onrust en opruiing bovenbuurvrouw wordt wel gehoord. Terwijl de regels zo zijn dat een wooncooperatie zich niet bemoeit met onderlinge ruzies. Echter de heer [woonconsulent] is hierbij een uitzondering hoewel hij volgens mij geen werkzaamheden meer heeft bij WSN Nijkerk valt hij mij nog steeds geregeld lastig stuurt dreigbrieven op een verlopen datum en dreigt hij onterecht met uitzetting. In een gesprek wat wij hebben gehad met enige weken geleden hebben wij meneer toen al verzocht te stoppen met die dreigbrieven omdat het niet kan en WSN geen bemoeienissen heeft met onderlingen verschillen. Toch gaat hij maar door. Wij denken dat die brieven worden verstuurd vanuit uw lokatie. Een ernstige klacht over meneer waarbij hij handelt uit uw regio. Wij verzoeken dan ook om meneer hiermee te confronteren. Ik wil die brief met valse beschuldigen en aantijgingen ondertekend door [woonconsulent] zelf wel naar u doorsturen als dat moet. De politie is ook al ingeschakeld.” Tevens heeft huurster via een contactformulier over [woonconsulent] bij Brabant Wonen geklaagd. 2.10. Op 5 juni 2023 heeft huurster aan [woonconsulent] de volgende brief gestuurd: “Onderwerp : herhaaldelijk valse beschuldiging door u van overlast Geachte meneer [woonconsulent] , Helaas ontving mevrouw [gedaagde] wonend aan de [adres] weer een brief van u waarop u haar weer zonder bewijs en onderbouwing beschuldigd van overlast in haar woonomgeving. De brief die naar de bovenbuurvrouw nr. [huisnummer 1] mevrouw [persoon 1] is gestuurd is volkomen terecht. Mevrouw is hierbij op haar gedrag aangesproken. WSN had laten weten dat zij geen burenruzies behandelen. Dus waar bemoeit u zich mee. Eerder heeft u ook al een brief gestuurd waarna er een gesprek met u is geweest en daarin geprobeerd is u duidelijk te maken dat die aantijgingen naar mevrouw [gedaagde] niet kloppen en dat het komt omdat nummer [huisnummer 1] de boel opruit samen met buren [huisnummer 2] , [huisnummer 3] , [huisnummer 4] etc. Een ernstige zaak waardoor mevrouw [gedaagde] zich niet meer veilig voelt in haar woonomgeving. Ook beschuldigd u mevrouw [gedaagde] onterecht dat zij of iemand anders zich voordoet als juridisch medewerker terwijl u de jurist zelf te woord heeft gestaan over de vorige brief met bedreigingen die u stuurde. Verder stelt u dat voor de beweringen die mevrouw uit naar haar bovenbuurvrouw geen enkel bewijs bevat. Tevens zegt u gewoon omdat het niet plaats heeft gevonden. Dit is een tegengestelde reactie hetgeen u eerder noemde, namelijk dat er geen bewijs van is. Heb nieuws voor u het heeft wel plaatsgevonden, er zijn zelfs ook opnames van. Doordat u en de bovenbuurvrouw zich zo misdragen richting een huurder van WSN en haar klachten niet in behandeling neemt ontneemt u mevrouw [gedaagde] haar woongenot en dat is niet toegestaan volgens de Algemene Huurvoorwaarden. Verder bent u niet objectief en komt u gemaakte afspraken niet na. Tevens hebben wij vernomen dat u met ingang van december 2022 niet meer in dienst bent van WSN. Dus wie schrijft die brieven dan? Ook is het opgevallen dat de datum van de brief niet klopt met datum ontvangen van de brief. Het betreft hier een verschil van weken. Ik hoop dat u beseft dat u onrechtmatig bezig bent en mevrouw [gedaagde] vals beschuldigd. Ook bent u verre van objectief door steeds alleen de aanstichter mevrouw [persoon 1] van het geweld te horen en mevrouw [gedaagde] steeds beschuldigd. Bovendien gaat WSN niet over burenruzies hebben wij zwart op wit staan. Na mijn idee vindt u het allemaal wel interessant om steeds mevrouw [gedaagde] te blijven lastig vallen. Wij verzoeken u dan per direct om geen brieven meer te sturen naar mevrouw [gedaagde] en haar met rust te laten! Zolang u niet in staat bent om objectief te zijn wordt u ten laste gelegd valse bedreigingen en aantijgingen te doen richting mevrouw [gedaagde] en dat is volgens het Wetboek Strafrecht Artikel 261 strafbaar zeker in uw positie! Mevrouw [gedaagde] moet met rust gelaten worden door meerdere buren die haar bestoken en lastig vallen en ook door u. Mocht u of de anderen buren hierbij hulp nodig hebben kunt u zelf contact opnemen met een instantie om u te laten helpen om uw vijandige onterechte gedrag jegens mevrouw [gedaagde] te veranderen, anders zullen wij u aanklagen wegens valsheid in geschrifte en laster! Verder komt er een onderzoek over uw handelen en of u nog wel volledig in dienst bent van WSN gezien de ernstige aantijgingen die u op naam van WSN uit naar mevrouw [gedaagde] en waarom u haar klachten niet in behandeling neemt! Ik hoop u zo voldoende te hebben geïnformeerd. Namens de heer [persoon 2] Juridisch medewerker!!” 2.11. Namens verhuurster is aan huurster een brief d.d. 8 juni 2023 gestuurd waarin huurster opnieuw is gesommeerd om per direct te stoppen met het veroorzaken van geluidsoverlast door met een stok te bonken op haar plafond en het uiten van ongefundeerde beschuldigingen richting omwonenden (in het bijzonder [persoon 1] ) en medewerkers van WSN. 2.12. Op 2 augustus 2023 heeft verhuurster een brief aan huurster verstuurd, waarin aan huurster is voorgesteld om - ter voorkoming van een rechtszaak - op 15 augustus 2023 een laatstekansovereenkomst met gedragsaanwijzingen op het kantoor van verhuurster te ondertekenen. Huurster is niet op het kantoor van verhuurster verschenen. 2.13. Bij brief van 28 augustus 2023 heeft verhuurster aan huurster meegedeeld dat zij de gedragsaanwijzing eenzijdig aan huurster heeft opgelegd. 2.14. Op 16 november 2023 is namens verhuurster een brief met voor zover thans van belang de volgende inhoud gestuurd: “Uw verhuurder, Woningstichting Nijkerk , heeft mij verzocht u aan te schrijven omdat u zich niet heeft gehouden aan de per brief van 28 augustus 2023 aan u opgelegde gedragsaanwijzingen en de afspraken die met u gemaakt zijn op 25 september 2023 op het kantoor van Woningstichting Nijkerk doordat u wederom twee brieven aan buren hebt gestuurd met ongefundeerde beschuldigingen en omwonenden aan Woningstichting Nijkerk hebben laten weten dat er door uw gedrag veel onrust in de buurt is. Door uw gedrag verstoort u het woongenot van de omwonenden. Woningstichting Nijkerk wil dat dit gedrag stopt. Deze brief betreft een allerlaatste waarschuwing. Bij een volgende overlastmelding zal er zonder nadere aankondiging een gerechtelijke procedure tegen u worden gevoerd. De kans is dan groot dat u uw woning kwijtraakt.” 2.15. Namens verhuurster is aan huurster bij brief van 29 januari 2024 onder meer bericht: “Woningstichting Nijkerk heeft mij verzocht u deze brief te schrijven omdat u op 10, 11 en 17 januari 2024 bij haar gemeld heeft dat u overlast ondervindt van uw buurvrouw, mevrouw [persoon 1] , die op haar vloer zou stampen. Navraag bij mevrouw [persoon 1] heeft geleerd dat er geen sprake is van overlast maar dat er sprake is van normale leefgeluiden door eenmalig bezoek dat bij haar langskwam overdag en het in de ochtend laten vallen van een potje honing, waar u op heeft gereageerd door te bonken en te schelden. Ook heeft u mevrouw [persoon 1] uitgescholden voor “hoer” toen u haar begin januari tegenkwam op [adres] .” Verhuurster heeft in de brief verder geschreven dat huurster de gedragsaanwijzing heeft geschonden en haar aangezegd dat bij een volgende schending of ander gedrag van huurster dat in strijd is met het goed huurderschap, een gerechtelijke procedure zal worden gestart, waarbij ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning zal worden gevorderd. 2.16. Bij brief van 11 maart 2024 heeft verhuurster aan huurster een aangepaste gedragsaanwijzing aan huurster gestuurd met daarbij de mededeling dat zij die uiterlijk 20 maart 2024 ondertekend dient te retourneren, bij gebreke waarvan verhuurster een gerechtelijke procedure tegen haar zal starten. 3 De vordering en het verweer in conventie 3.1. Verhuurster vordert bij (voor zover mogelijk) uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning met veroordeling van huurster in de proceskosten. 3.2. Verhuurster heeft onder meer het volgende aan haar vordering ten grondslag gelegd. Huurster klaagt sinds 2021 over geluidsoverlast door [persoon 1] . Verhuurster heeft meermaals onderzoek gedaan naar de vermeende overlast, maar die is nooit geconstateerd. De vloer van [persoon 1] bleek (conform de eis) 10 decibel geluidswerend te zijn. Verhuurster heeft geconcludeerd dat geen sprake is van overlast in de mate waarover huurster heeft geklaagd. Huurster veroorzaakt zelf geluidsoverlast door bij het minste of geringste geluid dat zij hoort (op het plafond of de muur) te bonken. Zij heeft aan [persoon 1] brieven gestuurd met onterechte beschuldigingen. Ook andere omwonenden heeft zij op ongepaste wijze bejegend en geprovoceerd. Voorts uit zij onterechte beschuldigingen over medewerkers van verhuurster, zelfs bij andere opdrachtgevers van die medewerkers. Huurster schiet hiermee ernstig tekort in de nakoming van haar verplichting om zich als goed huurder te gedragen (ex artikel 7:213 BW) en in haar verplichting om geen overlast te veroorzaken, zoals is bepaald in de artikelen 6.3 en 6.7 van de toepasselijke algemene voorwaarden. De tekortkoming rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst. 3.3. Huurster heeft gemotiveerd verweer gevoerd. 4 De vordering en het verweer in reconventie 4.1. Huurster vordert: 1. oplegging van een contactverbod aan verhuurster, met name aan [woonconsulent] en oplegging van een contact- en spreekverbod aan [persoon 1] (nr. [huisnummer 1] ) [persoon 3] (nr. [huisnummer 4] ), [persoon 4] (nr. [huisnummer 5] ) en de familie [naam] (nr. [huisnummer 2] ); 2. voordeling van verhuurster tot betaling van een schadevergoeding met terugwerkende kracht wegens het ontbreken van woongenot; 3. voordeling van verhuurster tot betaling van een verhuisvergoeding; 4. veroordeling van verhuurster tot uitzetting van [persoon 1] en verwijdering van de vloeren in haar woning; 5. veroordeling van verhuurster tot betaling van een schadevergoeding wegens schending van huursters privacy met oplegging van een boete. 4.2. Huurster legt het volgende aan haar vordering ten grondslag. [persoon 1] veroorzaakt geluidsoverlast. De woningen zijn gehorig en [persoon 1] heeft in strijd met het huurcontract stenen plavuizen liggen. De vloer van [persoon 1] heeft onvoldoende ondergrond om het geluid te dempen. [persoon 1] stampt geregeld expres heel hard op de vloer, gilt en maakt oorverdovend geluid. Zij krast expres met stoelen op de vloer. [persoon 1] veroorzaakt ook andere overlast. Zij heeft verkeerd bezorgde post verscheurd, water naar beneden gegooid, zelf geregeld post door de brievenbus van huurster gedaan en ook doorgestuurd naar derden. [persoon 1] is de oorzaak van alle problemen; zij is degene die een hetze (aan)voert tegen huurster en daarbij diverse buren heeft betrokken. Ook [woonconsulent] heeft het op huurster voorzien; hij blijft haar lastig vallen en gooit het zelfs op een akkoordje met [persoon 1] om huurster uit haar woning te verdrijven. Ook ander buren (de buren van nrs. [huisnummer 2] , [huisnummer 3] , [huisnummer 4] en [huisnummer 5] ) bezorgen huurster overlast. Huurster ontvangt geregeld ongewenste post, zoals vervalste aanslagen voor boetes, brieven met uitwerpselen afkomstig van de buurvrouw van nummer [huisnummer 1] of van de familie [naam] van nummer [huisnummer 2] . Ook wordt er door familie [naam] op nummer [huisnummer 2] regelmatig gebruik gemaakt van de brandtrap en parkeren zij dagelijks hun bestelbus voor haar deur, wat niet is toegestaan en voor overlast zorgt. Verhuurster heeft haar klachten niet serieus genomen en niet aan hoor en wederhoor gedaan. Zij heeft voorts huursters goede naam en eer beschadigd. Verder heeft zij huursters privacy aangetast, onder meer door met een machtiging in te breken bij een andere woningcoöperatie, genaamd: woningnet, om te zien op welke woningen huurster heeft gereageerd en welke zij heeft geweigerd, alsmede door uit te zoeken of zij bekend is bij een GGZ-instelling, alsook door persoonsgegevens van huurster door te spelen aan de makelaar wiens logo in de brief van 2 mei 2023 is gebruikt. 4.3. Verhuurster heeft gemotiveerd verweer gevoerd. 5 De beoordeling van het geschil in conventie en in reconventie 5.1. Omdat de vorderingen in conventie en in reconventie nauw met elkaar samenhangen, bespreekt de kantonrechter deze gezamenlijk. 5.2. Uit artikel 6:265 lid 1 BW volgt dat iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van zijn verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid geeft om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te (doen) ontbinden, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. 5.3. Op grond van artikel 7:213 BW is de huurder verplicht zich ten aanzien van het gebruik van de gehuurde zaak als een goed huurder te gedragen. Dit betekent niet alleen dat hij voor de zaak zelf goed heeft te zorgen, maar ook dat hij zich zodanig gedraagt dat aan derden die zich in de omgeving van het gehuurde bevinden geen overlast wordt bezorgd. Om een grond tot ontbinding te kunnen opleveren, moet sprake zijn van onaanvaardbare overlast, dat wil zeggen ernstige en structurele overlast. 5.4. Huurster bestrijdt dat zij overlast veroorzaakt. Zij stelt juist geluidsoverlast van [persoon 1] en andere buren te ervaren. Haar klachten daarover worden door verhuurster niet serieus genomen, aldus huurster. 5.5. Dit verweer slaagt niet. De kantonrechter overweegt daartoe als volgt. Verhuurster heeft ter onderbouwing van haar stellingen naast (onder meer) de hiervoor onder 2.6 en 2.8 tot en met 2.10 genoemde brieven, meerdere verklaringen overgelegd. 5.6. Zo heeft zij een verklaring van de heer [persoon 4] , woonachtig op [straatnaam] [huisnummer 5] , overgelegd. Hij heeft op 26 maart 2024 verklaard dat huurster over iedereen roddelt en met iedereen ruzie heeft; met nummer [huisnummer 1] , nummer [huisnummer 2] , en met meer mensen in het complex. Hij heeft verklaard dat huurster eerder ook aan hem een brief heeft gestuurd waarin ze klaagt over het vlaggen waarbij hij heeft toegelicht dat bewoners gewoonlijk de vlag hijsen als er iemand jarig is. Huurster heeft, aldus [persoon 4] , gedreigd met aangifte en dwangsommen. 5.7. Mevrouw [persoon 5] heeft mede namens de heer [naam] met wie zij woonachtig is op het adres [straatnaam] [huisnummer 2] , op 3 april 2024 verklaard dat zij beiden buschauffeur zijn, dat zij huurster eerder op het Eemplein in Amersfoort zijn tegengekomen in haar auto en dat ze de bus van mevrouw [persoon 5] heeft geblokkeerd. Bij de heer [naam] heeft ze een onbehoorlijk briefje op de voorruit van zijn auto gedaan. Ook heeft ze een e-mail naar de werkgever van de heer [naam] en mevrouw [persoon 5] gestuurd waarin zij hen heeft belasterd en heeft gedreigd met aangiftes en dwangsommen. Verklaard is dat ze in een fijne buurt wonen en dat huurster de agressor is. Ook hebben beiden verklaard dat ze huurster regelmatig horen bonken, bijvoorbeeld als de buurman van huisnummer [huisnummer 3] de vaatwasser uitruimt. Het gedrag van huurster heeft echt impact op het dagelijks leven van bewoners, vooral voor mevrouw [persoon 1] , aldus [naam] en [persoon 5] . 5.8. De heer [persoon 3] , bewoner van de [straatnaam] [huisnummer 4] heeft onder meer verklaard dat de problemen zijn begonnen toen de vader van huurster is overleden. Volgens [persoon 3] heeft hij een keer een stukje grond bij de gemeente aangevraagd. Huurster heeft toen de gemeente gebeld om te zeggen dat hij de grond had gepikt. Hij heeft verder verklaard dat hij een keer bij Hubo had gesolliciteerd bij Hubo en een shirt van dit bedrijf aanhad. [persoon 3] vermoedt, naar hij heeft verklaard, dat huurster daarop de Hubo heeft gebeld om te zeggen dat meneer een oplichter was en ze hem niet aan moesten nemen. Tegen de bewoners van nummer [huisnummer 5] heeft ze, aldus [persoon 3] , gezegd dat ze wel een paar Polen kende die meneer [persoon 3] de les zouden komen lezen. Vaak staat ze buiten de woning naar boven te schreeuwen en daarna klapt ze de deur dicht. Ze heeft ook een hele tijd om 6:30 uur bij haar buurman [persoon 6] aangebeld, aldus [persoon 3] . 5.9. Overgelegd is verder een door [persoon 1] over de periode van 13 tot en met 25 maart 2024 bijgehouden logboek, waarin zij op zeven dagen melding maakt van (protest)gebonk door huurster. Overgelegd is ook een e-mail van 19 september 2024 van [persoon 1] aan [woonconsulent] , waarin het volgende staat: “Een paar rustige dagen worden steevast afgewisseld met een exces en lijken vaak getriggerd doordat ze mij weer gezien heeft in de auto of op de fiets. De zomer was echt naar, als ik visite had en er werd door mij gelachen ging mw. [gedaagde] mij na zitten lachen, dus hoorde ik mijn eigen lach als een echo terug. Heel vervelend omdat je op een bepaald moment niet meer durft te lachen of uberhaupt nog gasten wilt ontvangen. Ook op straat lukt het haar niet om langs me te lopen zonder te schelden of op een andere manier afkeuring uit te drukken. En daarnaast gaat ook het bonken regelmatig, bij de meest gewone normale bewegingen in huis, gewoon door.” 5.10. De ontkenning van huurster is onvoldoende om de vele en gedetailleerde verklaringen van omwonenden over de overlast en de ernst daarvan te ontzenuwen. Uit de verklaringen blijkt allereerst dat huurster zich stoort aan normale leefgeluiden van haar bovenbuurvrouw en andere omwonenden. Zij heeft weliswaar gesteld dat [persoon 1] , in strijd met het huurcontract, stenen plavuizen heeft liggen en dat de woningen gehorig zijn, maar zij heeft haar stellingen op dit punt niet onderbouwd. Dit had wel op haar weg gelegen, nu verhuurster heeft gesteld dat er alleen in de keuken van [persoon 1] wat tegels liggen en dat de vloer en ondervloer aan de daaraan te stellen eisen en geluidsnormen voldoen. Bij gebrek aan onderbouwing, kan er niet als vaststaand vanuit gegaan worden dat er meer aan de hand is dan de normale leefgeluiden, die buren van elkaar te hebben accepteren . Niet geoordeeld kan worden dat verhuurster huurster niet serieus heeft genomen. Verhuurster heeft immers ter plaatse onderzoek verricht en bovendien voorgesteld om professioneel bedrijf onderzoek naar de ervaren geluidsoverlast te laten doen. Nu huurster dit voorstel, naar zij ter zitting heeft bevestigd, heeft afgewezen, komt dit voor haar rekening en risico . 5.11. Uit de verklaringen volgt verder dat huurster zich stelselmatig, obsessief, met andere bewoners - waaronder [persoon 1] - bezig houdt en hen in diskrediet probeert te brengen. Dit blijkt ook uit het feit dat zij ter zitting heeft verklaard dat zij [persoon 1] in de gaten houdt en dat het verdacht is dat zij telkens andere mannen voor een bepaalde tijd bij [persoon 1] ziet komen, waarmee zij de suggestie wekt dat [persoon 1] een prostituee is. Ook [persoon 4] houdt zij in de gaten en probeert zij in diskrediet te brengen. Bij de akte d.d. 14 september 2024 als vermeld onder 2.1. heeft huurster een foto overgelegd die zij van [persoon 4] heeft genomen op het moment dat hij zijn woning ingaat, met de tekst “klagende buurman De heer [persoon 4] nummer [huisnummer 5] schaars gekleed vlucht woning in”. In een e-mail van huurster aan de gemachtigde van verhuurder van 19 maart 2024 noemt huurster de heer [persoon 4] een “doorgesnoven drugsgebruiker” en een “labiele gevaarlijke man” . Over [persoon 5] heeft zij opgemerkt dat [persoon 5] drie jaar “illegaal” op het adres [straatnaam] [huisnummer 2] heeft gewoond. Huurster gaat bij het in diskrediet brengen van haar buren en omwonenden zelfs zover dat zij derden zoals de werkgever van [persoon 5] en [naam] aanschrijft. Uit de verklaringen blijkt verder dat huurster regelmatig dreigende taal richting andere bewoners uit. 5.12. De negatieve invloed van het gedrag van huurster op het woongenot van haar directe buren en de buurt is, naar het oordeel van de kantonrechter, ernstig. Dit gedrag is in strijd met de verplichtingen die zij als goed huurster heeft. Verder volgt uit de hiervoor onder 2.6 en 2.8 tot en met 2.10 weergegeven brieven dat zij ook [woonconsulent] onheus heeft bejegend door hem er van te beschuldigen dat hij onrechtmatig handelt en dreigbrieven aan huurster stuurt. Ook hier geldt dat huurster niet schroomt om derden aan te schrijven om [woonconsulent] in diskrediet te brengen. De kantonrechter is van oordeel dat zij daarmee ernstig en structureel tekortschiet in de nakoming van hun verplichting zich als goed huurder te gedragen; zowel jegens verhuurster als jegens haar buren. 5.13. De gevorderde ontbinding en ontruiming moet daarom worden toegewezen. De kantonrechter betrekt hierbij dat huurster keer op keer is gewaarschuwd en haar daarbij steeds kansen zijn gegeven om zich als goed huurster te gaan gedragen en daarmee een gerechtelijke procedure te voorkomen. Door verhuurster is ook meermaals een gedragsaanwijzing aangeboden, die huurster heeft geweigerd te ondertekenen. Huurster is door verhuurster voorts voldoende gewaarschuwd voor de consequentie van het voortduren van de overlast. Toch is zij weer doorgegaan met het gedrag waardoor de buren ernstig gestoord worden in hun woongenot. Onder deze omstandigheden kan van verhuurster niet gevergd worden om haar nog langer in het gehuurde te laten. De kantonrechter zal huurster een termijn van veertien dagen geven om het gehuurde te ontruimen. 5.14. Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Weliswaar is sprake van een moeilijk omkeerbare situatie indien in hoger beroep anders mocht worden beslist, echter het belang van verhuurster bij tenuitvoerlegging van het vonnis dient in dit geval te prevaleren. Zij dient haar huurders een rustig woongenot te verschaffen. Van verhuurster en de omwonenden kan niet worden verlangd dat huurster in de woning mag blijven wonen in afwachting van de uitkomst van de aan te wenden rechtsmiddelen, met het risico dat de overlast voortduurt. 5.15. Voor wat betreft de ingestelde reconventionele vorderingen overweegt de kantonrechter als volgt. Huurster kan niet worden ontvangen in de vordering als weergegeven onder 4.1. onder 1. voor zover deze zich richt tegen [persoon 1] , [persoon 3] , [persoon 4] en de familie [naam] , nu zij geen partij in deze procedure zijn. Voor zover gericht tegen verhuurster wordt de vordering afgewezen. Anders dan huurster heeft gesteld heeft verhuurster niet onrechtmatig gehandeld door huurster telkens te wijzen op de juridische consequenties van haar gedrag. 5.16. De vordering onder 4.1. onder 2 is gelet op hetgeen hiervoor onder 5.10 tot en met 5.13 is overwogen niet toewijsbaar. 5.17. De vordering als weergegeven onder 4.1. onder 3 zal bij gebrek aan het bestaan van een wettelijke grondslag worden afgewezen. 5.18. Door toewijzing van de vordering in conventie heeft huurster geen belang meer bij vorderingen als weergegeven onder 4.1. onder 4. Deze vordering wordt daarom afgewezen. 5.19. Huurster baseert de vordering als vermeld onder 4.1. onder 5 , naar de kantonrechter begrijpt, op onrechtmatige daad. Deze vordering zal worden afgewezen omdat huurster niet heeft onderbouwd dat verhuurster haar privacy heeft geschonden, hetgeen gelet op de betwisting door verhuurster wel op haar weg lag. 5.20. Huurster wordt zowel in conventie als reconventie als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. 6 De beslissing De kantonrechter: in conventie 6.1. ontbindt de huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan het adres [adres] te [woonplaats] ; 6.2. veroordeelt huurster om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning met alles wat van huurster is en ieder die bij huurster hoort te verlaten en te ontruimen, verlaten en ontruimd te houden, en de sleutels af te geven aan verhuurster; 6.3. veroordeelt huurster in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van verhuurster begroot op € 136,72 aan dagvaardingskosten, € 130,- aan griffierecht, € 408,- (2 pt x € 204,-) aan salaris voor de gemachtigde en € 102,- aan kosten die na dit vonnis zullen ontstaan, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis; 6.4. verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad; 6.5. wijst het meer of anders gevorderde af; in reconventie 6.6. verklaart huurster niet ontvankelijk dan wel wijst de vorderingen af; 6.7. veroordeelt huurster in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van verhuurster begroot op € 204,- (2 pt x 0,5 x € 204,-) aan salaris voor de gemachtigde; 6.8. verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. W. van der Boon en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2025.