# College van Beroep voor het bedrijfsleven, 08-09-2026 (26/92, 26/93, 26/94, 26/95 en 26/96)

- Type: Case Law
- Source: College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Identifier: ECLI:NL:CBB:2026:444
- Date: 2026-09-08
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ACBB%3A2026%3A444
- Canonical: https://overview.legal/posts/354010

## Summary

Beslissing 8:29 Awb. Beperkte kennisneming grotendeels gerechtvaardigd.

## Full text

beslissing COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 26/92, 26/93, 26/94, 26/95 en 26/96 beslissing van de rechter-commissaris op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen Vereniging DOET , te Utrecht (gemachtigde: mr. F.J. Webbink) N.V. Nederlandse Gasunie , te Amsterdam (gemachtigden: mr. J.E. van Uden en mr. Y.M.C. Pluis) Equinix Netherlands B.V. , te Amsterdam (gemachtigde: mr. C.L. Klapwijk) de minister van Infrastructuur en Waterstaat (gemachtigden: mr. I. Brinkman en mr. C.E. Barnhorn) de Staat, de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de staatssecretaris van Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane (de Staat) (gemachtigden: mr. I. Brinkman en mr. C.E. Barnhoorn) gezamenlijk appellanten, en de Autoriteit Consument en Markt, (ACM) (gemachtigden: mr. J.J. Reuveny, mr. T. Telder en mr. W. Wolbers) met als derde partij Netbeheer Nederland , te Den Haag (gemachtigde: mr. J.E. Janssen) Procesverloop Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de ACM van 12 december 2025. De ACM heeft de vertrouwelijke versie van een aantal gedingstukken ingezonden en meegedeeld dat uitsluitend het College kennis zal mogen nemen van deze stukken. Het betreft (delen van) de stukken die in de inventarislijst zijn aangegeven als dossierstuk: 4, 52, 64, 65, 67 en 107. Appellanten en de derde partij zijn in de gelegenheid gesteld te reageren op de mededeling van de ACM. Equinix, de minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Staat en Netbeheer Nederland hebben een schriftelijke reactie ingediend. Overwegingen 1. Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) beslist het College of de weigering dan wel beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Met toepassing van artikel 8:12 van de Awb heeft het College mr. J.H. de Wildt opgedragen om als rechter-commissaris deze beslissing te nemen. 2 De ACM heeft als reden voor de beperking van de kennisneming van passages van deze stukken verwezen naar een algemene motivering zoals opgenomen in de ‘Standaardtabel motivering vertrouwelijkheid’, aangevuld met een nadere motivering die is opgenomen in de brief van 7 juli 2026 waarin de ACM de mededeling heeft gedaan. Daarbij heeft de ACM aangegeven dat vertrouwelijkheid van (delen van) deze stukken aangewezen is omdat sprake is van concurrentiegevoelige informatie en persoonsgegevens. 3 Bij deze beslissing moet de rechter-commissaris belangen tegen elkaar afwegen. Aan de ene kant speelt hierbij het belang dat partijen beschikken over dezelfde voor het beroep relevante informatie en het belang dat het College beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Aan de andere kant kan kennisneming van bepaalde gegevens door de ene partij het belang van een betrokkene onevenredig schaden, terwijl de ACM er belang bij heeft ook in de toekomst de informatie aangeleverd te krijgen die zij voor een goede uitoefening van haar taken nodig heeft. 4 De rechter-commissaris constateert dat in stuk 65 een telefoonnummer is weggelakt, terwijl de ACM de weglating heeft gemotiveerd met een beroep op concurrentiegevoeligheid. De rechter-commissaris gaat ervan uit dat dit een kennelijke vergissing is en dat de ACM in dit geval de bescherming van de persoonlijke levenssfeer als gewichtige reden heeft bedoeld. Beperking van de kennisneming om die reden is gerechtvaardigd. In stuk 107, aan het slot van de brief van 20 augustus 2025, zijn een naam en een functie weggelaten. Gelet op het niet-vertrouwelijke onderwerp van de brief zijn deze naam en functie eenvoudig te herleiden. Om die reden is beperking van de kennisneming niet gerechtvaardigd. In de brief van 20 augustus 2025 zijn verder twee passages weggelakt vanwege bedrijfsvertrouwelijkheid. Omdat het hier niet om een bedrijf gaat, is dit een niet-toereikende motivering. Daar staat tegenover dat er voor de rechter-commissaris geen twijfel over bestaat dat het gaat om zodanig gevoelige informatie dat om die reden beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. 5 De rechter-commissaris oordeelt dat de gevraagde beperking van de kennisneming van delen de stukken 4, 52, 64, 65 en 107 voor het overige gerechtvaardigd is. Het betreft passages die bedrijfsvertrouwelijke gegevens bevatten, die soms ook in vertrouwen zijn gedeeld met de ACM, of gegevens waaruit (een deel van) de (markt)strategie van betrokkenen zou kunnen worden afgeleid, voor zover al niet zonder meer sprake is van concurrentiegevoelige gegevens. Deze gegevens moeten vertrouwelijk blijven, omdat een onbeperkte kennisneming van deze informatie tot een onevenredig nadeel voor de verstrekker van de gegevens zal kunnen leiden, terwijl kennisneming van deze informatie door de partij die er niet over beschikt niet noodzakelijk is om haar standpunten toereikend te kunnen bepleiten. Daarnaast bevat stuk 107, net als stuk 67, persoonsgegevens van verschillende niet bij deze procedure betrokken personen. Deze gegevens moeten vertrouwelijk blijven, omdat kennisneming van deze informatie door alle partijen tot een onevenredig nadeel voor betrokkenen zal kunnen leiden en een inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer tot gevolg zal kunnen hebben. De rechter-commissaris heeft daarbij ook het belang meegewogen van de ACM om in de toekomst de informatie aangeleverd te krijgen die zij nodig heeft voor een goede uitoefening van haar taken. Ook is de rechter-commissaris van oordeel dat kennisneming van deze informatie door de partijen die er niet over beschikken niet noodzakelijk is om hun belangen naar behoren te kunnen bepleiten. 6 Ten aanzien van stuk 4 heeft Equinix (verstrekker van dit stuk) verzocht om geheimhouding van het gehele stuk en niet alleen van de door de ACM weggelakte passages. De versie van het stuk met alleen de weggelakte passages is echter al als openbaar processtuk aan het procesdossier toegevoegd en moet als bekend worden verondersteld bij partijen. Alleen al hierom kan de rechter-commissaris geheimhouding van deze delen van stuk 4 niet gerechtvaardigd achten. 7 Het College kan alleen met toestemming van de andere partijen mede op de grondslag van die stukken uitspraak doen. Appellanten en de derde partij worden verzocht om binnen twee weken na heden schriftelijk kenbaar te maken of zij ermee instemmen dat het College mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van de stukken 4, 52, 64, 65, 67 en 107 (met uitzondering van het slot van de brief van 20 augustus 2025) uitspraak doet op het beroep. Beslissing De rechter-commissaris: - beslist dat de gevraagde beperking van de kennisneming van de stukken 4, 52, 64, 65, 67 en 107 gerechtvaardigd is, met uitzondering van het slot van de brief van 20 augustus 2025; - verzoekt appellanten en de derde partij om binnen twee weken na de verzending van deze beslissing schriftelijk aan het College kenbaar te maken of zij ermee instemmen dat het College mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van de stukken 4, 52, 64, 65, 67 en 107 uitspraak doet op de beroepen (voor zover zij deze stukken niet kennen); - verzoekt de ACM binnen twee weken na de verzending van deze beslissing de gegevens van het slot van de brief van 20 augustus 2025 aan het College en de andere partijen toe te sturen. Deze beslissing is genomen op 8 september 2026 door mr. J.H. de Wildt, in aanwezigheid van mr. A. Graefe, griffier. w.g. J.H. de Wildt w.g. A. Graefe

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/354010 · 2026-09-17
