Rechtbank Gelderland, 08-09-2026 (C/05/468685)
Kort geding. Vorderingen in conventie inzake het verlenen van toegang tot de administratorrechten in de ICT-omgeving van eiseres, middels verstrekking van een Global Administrator Account door gedaagde. Tevens vorderingen In reconventie strekkende tot betaling van een gemiddelde van het maandelijks overeengekomen bedrag, dan wel voorschot op schadevergoeding ter hoogte van het volledige contractsbelang. De vorderingen in conventie en in reconventie worden afgewezen.
Full text
RECHTBANK Gelderland Civiel recht Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: C/05/468685 / KG ZA 26-264 Vonnis in kort geding van 8 september 2026 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DE VARIABELE GROEP B.V. , gevestigd in Nijmegen, eisende partij, hierna te noemen: De Variabele, advocaat: mr. R.W.P. Kocken, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MORETHANJUST B.V. , gevestigd in Est, gedaagde partij, hierna te noemen: MTJ, advocaat: mr. M. Breur. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding, met de producties 1 tot en met 24; - de aanvullende productie 25 van De Variabele; - de conclusie van antwoord, tevens houdende een (voorwaardelijke) eis in reconventie, met producties 1 tot en met 18; - de mondelinge behandeling van 21 augustus 2026; - de pleitnota van De Variabele; - de pleitnota van MTJ. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. De Variabele is een vennootschap die aandeelhouder en bestuurder is van enkele werkmaatschappijen die actief zijn in vastgoedonderhoud, renovatie en verduurzaming. 2.2. MTJ drijft een onderneming in dienstverlening op het gebied van informatietechnologie en beheer van computerfaciliteiten. Zij levert apparatuur, serverruimte, licenties en daarmee samenhangende beheerdiensten. 2.3. MTJ en De Variabele werken al circa vijftien jaar nauw met elkaar samen. 2.4. Sinds medio 2023 is De Variabele, net als enige andere vennootschappen, als dochtervennootschap onderdeel geworden van het grotere concern Omdus Groep B.V. (hierna: OMDUS). 2.5. Op 2 november 2023 hebben partijen de CIS-overeenkomst gesloten op basis waarvan MTJ tegen betaling apparatuur verkoopt aan De Variabele, licenties verzorgt en de digitale werkomgeving van De Variabele beheert en beveiligt. De Variabele heeft de CIS-overeenkomst op 20 november 2025 opgezegd. 2.6. Na een overlegtraject van meer dan een jaar hebben De Variabele en MTJ op 12 mei 2025 de overeenkomst ‘De Moderne Werkplek’ gesloten (hierna: De Moderne Werkplek). Deze overeenkomst houdt in dat MTJ de digitale werkomgeving van De Variabele opnieuw inricht en na oplevering gedurende een periode van 36 maanden beheert en beveiligt. Deze periode is op 6 oktober 2025 ingegaan. 2.7. Op De Moderne Werkplek zijn de algemene voorwaarden van MTJ van toepassing verklaard. Daarin is voor zover van belang het volgende bepaald: 4 Overeenkomsten (…) 2. De duur van de overeenkomst wordt schriftelijk overeengekomen. Indien geen duur is overeengekomen geldt een duur van één jaar welke stilzwijgend verlengt wordt met iedere keer één jaar. Het recht van opzegging van de Overeenkomst door Opdrachtgeven is alleen mogelijk per jaar met een opzegtermijn van drie maanden. (…) 14. Duur 1. Overeenkomsten voor de levering van Diensten worden aangegeven volgens de duur van de getekende overeenkomst maar minimaal voor één jaar en worden stilzwijgend verlengd, tenzij schriftelijk opgezegd met een opzegtermijn van drie maanden. (…) 2.8. Op 28 november 2025 heeft De Variabele een e-mail naar MTJ gestuurd waarin zij aangeeft dat De Variabele onderdeel is geworden van OMDUS. Zij schrijft daarin tevens dat vanuit het groepsbelang en met het oog op de continuïteit van OMDUS is besloten om de ICT-infrastructuur binnen de groep te harmoniseren ten behoeve van (data)veiligheid en (kosten)efficiëntie. Vervolgens kondigt De Variabele aan dat om die reden de samenwerking met MTJ wordt beëindigd. 2.9. Op 11 december 2025 heeft MTJ per e-mail gereageerd op voornoemd bericht van MTJ. Daarin schrijft zij dat de eerdere beëindiging van De Moderne Werkplek voor de overeengekomen datum aanzienlijke impact heeft op haar organisatie en directe financiële en organisatorische gevolgen heeft voor haar. Voorts schrijft zij in te kunnen stemmen met tussentijds beëindiging van de overeenkomst tegen betaling van een afkoopsom van € 880.000,00, zijnde 70% van de resterende contractwaarde. 2.10. Met een e-mailbericht van 14 januari 2026 heeft De Variabele aan MTJ aangegeven niet akkoord te gaan met de haar voorgestelde afkoopsom, omdat volgens haar geen looptijd van 36 maanden is overeengekomen in De Moderne Werkplek. 2.11. In de daaropvolgende periode hebben partijen verder gecorrespondeerd over, kort gezegd, het wel of niet verstrekken van administratorrechten door MTJ aan De Variabele en het al dan niet bestaan van de mogelijkheid voor De Variabele om De Moderne Werkplek op grond van de algemene voorwaarden (tussentijds) op te zeggen. In die correspondentie heeft De Variabele het standpunt ingenomen dat MTJ gehouden is mee te werken aan het opzetten van een (extra) Global Administrator-account, zodat De Variabele kan beginnen met de overstap naar een single tenant ICT-omgeving van OMDUS en haar nieuwe Cloud Solution Provider, Rubicon, deze kan inrichten en beheren. MTJ stelt zich daarentegen op het standpunt dat partijen in De Moderne Werkplek een looptermijn zijn overeengekomen van 36 maanden, zonder mogelijkheid tot tussentijdse opzegging en dat zij, tot het project helemaal is afgewikkeld, verantwoordelijk blijft voor de technische omgeving die De Variabele gebruikt en de continuïteit daarvan. Daarom zal MTJ geen Global Administrator-account aanmaken of De Variabele zodanige toegang verlenen tot de ICT-omgeving. 2.12. Op 25 januari 2026 heeft De Variabele De Moderne Werkplek opgezegd per 6 oktober 2026. 2.13. Bij e-mail van 17 februari 2026 heeft De Variabele MTJ in gebreke gesteld ter zake haar weigering de administratorrechten te verschaffen van de ICT-omgeving. Daarin licht zij voorts toe dat het verzoek om de administratorrechten past binnen een normale zakelijke verhouding tussen partijen onder De Moderne Werkplek, te meer omdat partijen daarin geen exclusiviteit zijn overeengekomen. 2.14. Bij e-mail van 27 mei 2026 heeft MTJ aangegeven niet mee te zullen werken aan het verlenen van toegang tot de ICT-omgeving zolang geen overeenstemming bestaat over een door haar gewenste (voortijdige) beëindiging van De Moderne Werkplek. 2.15. Op 1 juni 2026 heeft tussen partijen een bespreking plaatsgevonden ten einde het geschil tussen hen inzake de administratorrechten van de ICT-omgeving van De Variabele en de opzegbaarheid van De Moderne Werkplek op te lossen. Dit gesprek heeft niet geleid tot overeenstemming tussen partijen. 2.16. Met een e-mail van 10 juni 2026 is MJT door de advocaat van De Variabele wederom in gebreke gesteld en gesommeerd om binnen zeven dagen volledige en onbelemmerde toegang te verschaffen tot haar de ICT-omgeving, waaronder de administratorrechten, data en domeinen. Daarbij heeft zij tevens aangegeven dat als MTJ niet aan de sommatie voldoet De Variabele een kort geding zal starten. 2.17. Met een e-mail van 15 juni 2026 heeft geweigerd om de door De Variabele verzochte gegevens over te dragen, aangezien volgens haar daarvoor geen grondslag bestaat. Daarop is De Variabele onderhavig kort geding gestart. 3. Het geschil In conventie 3.1. De Variabele vordert, samengevat, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. MTJ te veroordelen om binnen twee dagen na dit vonnis aan De Variabele volledige en onbelemmerde toegang te verstrekken tot de administratorrechten in de ICT-omgeving (van De Variabele) onder De Moderne Werkplek, door toegang te verstrekken aan De Variabele tot een Global Administrator Account, althans toegang te verstrekken tot de data, gebruikersprofielen, en/of domeinen, waaronder begrepen het verstrekken van toegang tot alle benodigde accounts, credentials, wachtwoorden, sleutels, documentatie en overige gegevens die noodzakelijk zijn om deze administratorrechten te verlenen aan De Variabele, althans verstrekking tot toegang van data, gebruikersprofielen en/of domeinen in het kader van de ICT-omgeving onder De Moderne Werkplek; II. MTJ te veroordelen tot volledige medewerking aan het mogelijk maken van het beheer van de ICT-omgeving door De Variabele dan wel een door haar aangewezen derde, voor zover daarvoor handelingen of informatie van MTJ noodzakelijk zijn; III. Een en ander op straffe van verbeurte van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 5.000,00 voor iedere dag, een gedeelte van een dag dat MTJ niet voldoet aan het onder I. en II. gevorderde, met een maximum van € 500.000,00; IV. MoreThanJust te veroordelen in de proceskosten inclusief de wettelijke rente. 3.2. MTJ voert verweer een concludeert tot niet-ontvankelijk verklaring van De Variabele, dan wel afwijzing van de vorderingen. In voorwaardelijke reconventie – uitsluitend in het geval de voorzieningenrechter enig deel van de vordering in conventie van toewijst: 3.3. MTJ vordert samengevat: I. te bepalen dat MTJ gehouden is tot (niet meer dan) een eenmalige, zogenoemde ‘cold turkey’-overdracht van de omgeving van De Variabele, welke overdracht wordt uitgevoerd als ongecontroleerde export- en migratiehandeling, waarbij De Variabele weliswaar Global Administrator-rechter of andere beheerrechten kan verkrijgen, maar uitsluitend nadat MTJ de synchronisatie tussen de Microsoft 365-tenant van De Variabele en het gedeelde Active Directory-domein van MTJ volledig en gecontroleerd heeft losgekoppeld en zodanig dat deze rechter geen toegang geven tot gegevens van andere klanten van MTJ; II. dan wel: te bepalen dat, als alternatief voor de onder I. bedoelde ‘cold turkey’-overdracht, een gebruikelijke en projectmatige transitie plaatsvindt van de bedrijfsdata en gebruiksaccounts van De Variabele naar een door De Variabele tijdig en schriftelijk aan te wijzen derde partij of naar De Variabele zelf, uit te voeren als migratieproject onder begeleiding van een in onderling overleg door partijen te benoemen onafhankelijke IT-projectleider, waarbij (a) de ontkoppeling van de omgeving van De Variabele van het gedeelde Active Directory-domein en de inrichting van de nieuwe omgeving zorgvuldig en gefaseerd worden uitgevoerd, (b) gedurende dit traject geen Global Administrator-rechten of andere beheerrechten worden verstrekt die toegang geven tot het gedeelde Active Directory-domein of tot gegevens van klanten van MTJ; en in beide gevallen III. De Variabele te veroordelen tot betaling aan MTJ van alle door MTJ in redelijkheid te maken uren en kotsen voor inventarisatie, planning, uitvoering en nazorg van de transitie, steeds vooraf en tegen de tussen partijen gebruikelijke tarieven, waarbij aan het slot een eindafrekening plaatsvindt; IV. te bepalen dat, indien en voor zover MTJ – al dan niet in het kader van een door de voorzieningenrechter te bevalen transitie of dataoverdracht – niet langer diensten en services levert en niet meer het feitelijke beheer voert over (onderdelen van) de ICT-omgeving van De Variabele conform De Moderne Werkplek, MTJ niet langer gehouden is de op haar rustende verplichtingen uit De Moderne Werkplek na te komen – althans dat die verplichtingen worden opgeschort – zonder dat dit enig gevolg heeft voor de op De Variabele rustende verplichtingen uit De Moderne Werkplek, waaronder met name haar verplichting om de overeengekomen maandelijkse vergoedingen tot het einde van de contractuele looptijd volledig en tijdig te voldoen, en met bepaling dat eventuele geschillen over de reikwijdte van de beheeroverdracht en de daaruit voorvloeiende verantwoordelijkheden worden beslecht met inachtneming van deze uitgangspunten 3.4. De Variabele voert verweer een concludeert tot afwijzing van de vorderingen. In reconventie 3.5. MTJ vordert, samengevat, uitvoerbaar bij voorraad: Primair V. De Variabele te veroordelen tot betaling aan MTJ van een maandelijkse vergoeding van € 47.687,65 exclusief btw, gelijk aan de gemiddelde maandelijkse vergoeding die De Variabele aan MTJ heeft betaald over de periode maart tot en met augustus 2026 (de zes maanden voorafgaand aan dit kort geding), zoals blijkt uit de als productie 18 overgelegde facturen 260304, 260376, 260475, 260578, 260682 en 260780, te voldoen vanaf 6 oktober 2026 tot en met de maand waarin de contractuele looptijd van De Moderne Werkplek van 36 maanden eindigt (zijnde 5 oktober 2028), althans tot en met een door de voorzieningenrechter in redelijkheid vast te stellen einddatum, één en ander te vermeerderen met de daarover verschuldigde omzetbelasting; Subsidiair VI. De Variabele te veroordelen tot betaling aan MTJ van een voorschot op de schadevergoeding ten bedrage van € 700.000,- exclusief btw, zijnde (naar beneden afgerond) 70% van het volledige contractuele belang over de resterende looptijd van De Moderne Werkplek, althans een door de voorzieningenrechter in redelijkheid vast te stellen voorschot dat zoveel mogelijk aansluit bij dit contractuele belang en rekening houdt met de aangekondigde vroegtijdige beëindiging en betalingsweigering door De Variabele, een en ander te vermeerderen met de daarover verschuldigde omzetbelasting. In (voorwaardelijke) reconventie VII. De Variabele te veroordelen in de proceskosten, zowel in conventie als in (voorwaardelijke) reconventie, te vermeerderen met de wettelijke rente. 3.6. De Variabele voert verweer. 3.7. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4 De beoordeling In conventie Spoedeisend belang 4.1. De Variabele heeft gesteld dat zij toegang tot de administratorrechten binnen haar ICT-omgeving nodig heeft ter voorbereiding van een voorgenomen harmonisatie van het ICT-landschap binnen de OMDUS groep. Door geen toegang te krijgen tot de administratorrechten, komt de bedrijfscontinuïteit van De Variabele, althans van de fusiegroep OMDUS, volgens haar in het gedrang. Hoewel MTJ daartegenin heeft gebracht dat De Variabele onvoldoende concreet en verifieerbaar heeft onderbouwd waarom de harmonisatie binnen OMDUS en de onmiddellijke migratie van de ICT-omgeving naar een andere partij per direct noodzakelijk zouden zijn, blijkt naar oordeel van de voorzieningenrechter uit de doelstelling van De Variabele om, in verband met de fusie, haar bedrijfsprocessen te harmoniseren met die van OMDUS om de bedrijfscontinuïteit te waarborgen voldoende het spoedeisend belang. Gelet op de fusie binnen OMDUS en het daarmee samenhangende belang vervolgens tot één gezamenlijke ICT-omgeving te komen, heeft De Variabele een voldoende spoedeisend belang bij haar vorderingen. Overdracht van administratorrechten 4.2. Partijen strijden over de vraag of MTJ gehouden is de administratorrechten van de ICT-omgeving te verstrekken aan De Variabele, althans toegang te verlenen tot de data, gebruiksprofielen en/of domeinen daarvan. De Variabele heeft aan haar standpunt ten grondslag gelegd dat op grond van De Moderne Werkplek, dan wel de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid, MTJ gehouden is de administratorrechten tot haar ICT-omgeving te verstrekken. Volgens De Variabele zijn partijen een overeenkomst aangegaan waarbij MTJ als niet-exclusieve dienstverlener voor het inrichten en ondersteunen van de Microsoft 365-omgeving. Het administratief beheer komt MTJ dus niet exclusief toe volgens De Variabele. MTJ voert daartegen aan dat zij op grond van De Moderne Werkplek verantwoordelijk is voor het goed functioneren en beveiligen van de ICT-omgeving van De Variabele en zij daarom niet gehouden is de onbeperkte toegang te verschaffen aan De Variabele zoals zij dat vordert, omdat zij anders haar contractuele verplichtingen niet kan nakomen. 4.3. De voorzieningenrechter overweegt dat De Moderne Werkplek een overeenkomst is die in de kern erop ziet dat MTJ voor De Variabele een ICT-omgeving creëert en inricht en nadat zij dit heeft gedaan, deze gedurende de looptijd van de overeenkomst beheert en beveiligt. De ICT-omgeving is inmiddels gecreëerd en de contractuele relatie van partijen bevindt zich nu in het stadium, dat MTJ deze beheert en beveiligt. In De Moderne Werkplek staat nergens woordelijk opgenomen dat MTJ gehouden is op verzoek van De Variabele aan haar de administratorrechten te verstrekken, dan wel toegang te verlenen tot de data, gebruiksprofielen en/of domeinen. Anders dan De Variabele betoogt, vloeit dit ook niet voort uit de aard of strekking van deze overeenkomst. De Variabele heeft immers het beheer en de beveiliging van de ICT-omgeving voor de duur van de overeengekomen periode uit handen gegeven aan MTJ. Voor zover De Variabele de vorderingen op De Moderne Werkplek baseert dienen deze reeds daarom te worden afgewezen. 4.4. Tussen partijen is niet in geschil dat De Variabele eigenaar is van de gevorderde gegevens en zij in beginsel op grond van artikel 5:2 BW bevoegd is de feitelijk macht daarover terug te eisen. In zoverre maakt De Variabele dus ook aanspraak op afgifte daarvan. Desondanks zal de vordering tot afgifte worden afgewezen. Middels De Moderne Werkplek heeft De Variabele immers de opdracht gegeven aan MTJ om de ICT-systemen van De Variabele in te richten, te beheren en te beveiligen. Zoals MTJ terecht aanvoert, kan zij voor een correcte uitvoering van deze taken niet meer instaan als De Variabele de onbeperkte toegang verkrijgt tot de ICT-omgeving middels een Global Administrator-account ten einde daarmee toegang te verschaffen aan haar CSP, Rubicon, die vervolgens te werk zal gaan in die ICT-omgeving om een single tentant omgeving te maken voor OMDUS. Wanneer een derde deze toegang verkrijgt en er vervolgens storingen optreden in de ICT-omgeving of beveiligingslekken, valt voor MTJ maar zeer moeilijk, dan wel niet, te achterhalen hoe deze zijn ontstaan en welke partij daarvoor verantwoordelijk is. Dit terwijl voor MTJ het reële risico bestaat dat De Variabele haar op dat moment wel aansprakelijk stelt voor de door haar geleden schade als een gevolg van een storing of beveiligingslek, wat vervolgens leidt tot een veelvoud van geschillen tussen partijen. De overdracht van een (additioneel) Global Administrator-account is dan ook slechts mogelijk als De Variabele MTJ volledig vrijwaart voor de mogelijke complicatie die ontstaan wanneer een derde de onbeperkte toegang verkrijgt tot de systemen en de mogelijk fouten en lekken die daarbij kunnen optreden. Alleen dan is het hiervoor omschreven risico voor MTJ voldoende uitgesloten. Het enige alternatief voor een vrijwaring is dat De Variabele een volledige migratie laat uitvoeren van haar ICT-omgeving, echter daarop zijn haar vorderingen niet gericht . Overigens zou de maandelijkse betalingsverplichting van De Variabele aan MTJ daarmee nog niet komen te vervallen, zoals hierna onder 4.12 tot en met 4.14 wordt uitgelegd. 4.5. De Variabele heeft ter onderbouwing van haar standpunt nog verwezen naar rechtspraak waarin is geoordeeld dat een dienstverlener van ICT/digitale systemen de toegang tot de administrator-rechten van de ICT-omgeving van de opdrachtgever moet verstrekken. Zoals MTJ echter terecht aanvoert, waren dit alle gevallen waarbij de overeenkomst tussen de opdrachtnemer en de opdrachtgever wegens wanprestatie was ontbonden, dan wel het einde van de looptijd van de overeenkomst binnen afzienbare tijd zou worden bereikt. Het zag dus telkens op gevallen waarbij de overeenkomst al was geëindigd, of op korte termijn zou eindigen en waarbij een volledige migratie van de ICT-omgeving een logische vervolgstap was. In onderhavig geval loopt de overeenkomst De Moderne Werkplek nog ruim twee jaar en waarbij, zoals hierboven overwogen, MTJ tot die tijd het beheer daarover en de beveiliging daarvan heeft te voeren. 4.6. De Variabele heeft verder nog gesteld dat zij op grond van de AVG verwerkingsverantwoordelijke is, en in die hoedanigheid gehouden is tot het treffen van passende technische en organisatorische maatregelen voor de beveiliging van persoonsgegevens. Ook is zij op grond van artikel 16 van de Algemene Voorwaarden verantwoordelijk voor naleving van de AVG en bescherming van voornoemde persoonsgegevens. Volgens haar is het onmogelijk om deze verantwoordelijkheid gestand te doen zonder beheerderstoegang tot haar ICT-systemen. MTJ is echter al gedurende langere tijd de ICT-dienstverlener van De Variabele en De Variabele heeft desgevraagd ter gelegenheid van de mondelinge behandeling zelf verklaard dat wanneer in het verleden AVG-gerelateerde aanvragen binnen kwamen, MTJ dit goed afhandelde en De Variabele de uit de AVG voortvloeiende verplichting goed kon nakomen. Dat De Variabele op is gegaan in OMDUS maakt dit niet anders, aangezien dit al sinds medio 2023 het geval is en De Variabele, zoals omschreven, heeft aangegeven dat er sinds die tijd geen problemen met het nakomen van AVG-verplichting zijn geweest. De enkele vrees van De Variabele dat een medewerker van MTJ wellicht in de toekomst niet mee zal meewerken aan een AVG-verzoek vormt geen aanleiding om alsnog de vorderingen toe te wijzen. Overigens heeft De Variabele ook geen concrete omstandigheden aangevoerd waaruit zou blijken dat MTJ in de toekomst niet meer zal meewerken aan AVG-verzoeken. 4.7. Voorgaande brengt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat de vorderingen in conventie zullen worden afgewezen. Een belangenafweging maakt dit oordeel niet anders. Proceskosten 4.8. De Variabele is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van MTJ worden begroot op: - griffierecht € 735,00 - salaris advocaat € 1.177,00 - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 2.101,00 4.9. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. In voorwaardelijke reconventie 4.10. De voorwaardelijke vordering in reconventie is ingesteld onder de voorwaarde dat het gevorderde in conventie zou worden toegewezen. Die voorwaarde is niet vervuld en daarom behoeft de voorwaardelijke vordering in reconventie geen bespreking. In reconventie 4.11. MTJ vordert primair De Variabele te veroordelen tot betaling van een maandelijkse gemiddelde vergoeding van € 47.678,65 over de periode 6 oktober 2026 tot en met het einde van De Moderne Werkplek op 5 oktober 2028. Ter onderbouwing van haar vordering betoogt MTJ dat De Variabele uitdrukkelijk heeft aangekondigd dat zij vanaf 6 oktober 2026 niet langer de overeengekomen maandelijkse vergoeding zal voldoen. Volgens MTJ is De Variabele met die aankondiging in verzuim getreden en kan zij op grond van artikel 6:80 lid 1 in verbinding met 6:83 sub c BW nakoming vorderen van de betalingsverplichting uit De Moderne Werkplek. Daartegenover stelt De Variabele dat zij De Moderne Werkplek rechtsgeldig per 6 oktober 2026 heeft opgezegd en dus vanaf dat moment geen betalingsverplichtingen meer heeft. 4.12. In de kern strijden partijen over de vraag of De Variabele De Moderne Werkplek rechtsgeldig heeft opgezegd tegen 6 oktober 2026 op grond van artikel 4 lid 2 en 14 van de Algemene Voorwaarden. Volgens De Variabele kan op grond van deze artikelen De Moderne Werkplek per contractjaar worden opgezegd met een opzegtermijn van drie maanden. Volgens MTJ is De Moderne Werkplek slechts opzegbaar per einde van de daarin overeengekomen duur van 36 maanden, tevens met een opzegtermijn van drie maanden en wordt De Moderne Werkplek anders telkens met één jaar stilzwijgend verlengd. 4.13. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de vraag hoe een bepaling uit een overeenkomst moet worden uitgelegd niet kan worden beantwoord op grond van uitsluitend een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van de overeenkomst. Voor de beantwoording van die vraag komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (de zogenoemde Haviltex-norm, Hoge Raad 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158). 4.14. Artikel 14 van de Algemene Voorwaarden bepaalt dat overeenkomsten worden aangegaan volgens de duur van de getekende overeenkomst, in dit geval 36 maanden, doch minimaal voor één jaar, en stilzwijgend worden verlengd, tenzij schriftelijk opgezegd met een opzegtermijn van drie maanden. De voorzieningenrechter acht de tekst van dit artikel in zoverre helder dat overeenkomsten aangegaan voor bepaalde duur tot drie maanden voor het einde van de afgesproken termijn kunnen worden opgezegd, en deze anders telkens met een jaar stilzwijgend worden verlengd. In dat artikel staat verder nergens opgenomen dat overeenkomsten met een bepaalde termijn ook jaarlijks kunnen worden opgezegd. Op grond van artikel 14 van de Algemene Voorwaarden is er dus geen tussentijdse opzegmogelijkheid bij overeenkomsten van bepaalde tijd, dus ook niet De Moderne Werkplek. 4.15. In artikel 4 lid 2 van de Algemene Voorwaarden wordt ten eerste bepaald dat de duur van een overeenkomst schriftelijk wordt overeengekomen. Zoals omschreven is dat in dit geval 36 maanden, dat is tussen partijen ook verder niet in geschil. Vervolgens bepaalt het artikel dat als geen termijn is overeengekomen een duur van één jaar geldt die telkens met één jaar stilzwijgend wordt verlengd. De bepaling bepaald afsluitend dat opzegging van de overeenkomst door opdrachtgever (De Variabele) alleen mogelijk is per jaar met een opzegtermijn van drie maanden. De Variabele heeft betoogd dat de laatste zin van artikel 4 lid 2 van de Algemene Voorwaarden slaat op de gehele bepaling en dat om die reden overeenkomsten altijd jaarlijks opzegbaar zijn met een opzegtermijn van drie maanden, ook als een contractduur is overeengekomen. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter brengt een redelijke uitleg van artikel 4 lid 2 van de Algemene Voorwaarden, mede gezien in het licht van artikel 14 van de Algemene Voorwaarden, mee dat slechts wanneer geen termijn is afgesproken overeenkomsten conform het artikel voor één jaar worden aangegaan en in dat geval telkens met diezelfde termijn worden verlengd, tenzij de opdrachtgever drie maanden voor het einde van een jaar heeft opgezegd. De jaarlijkse opzeggingsmogelijkheid geldt dus alleen als tussen partijen geen andere looptijd is overeengekomen, of als de overeenkomst na de overeengekomen duur stilzwijgend is verlengd. Het opnemen van een bepaalde tijd in een overeenkomst zou met de uitleg die De Variabele aan de artikelen geeft zinledig zijn. Immers voegt het opnemen van een contractstermijn dan feitelijk niks toe, aangezien met of zonder bepaalde termijn overeenkomsten altijd jaarlijks opgezegd kunnen worden en zonder opzegging altijd stilzwijgend met een jaar verlengd worden, aangezien overeenkomsten volgens die Algemene Voorwaarden niet van rechtswege eindigen. 4.16. Gelet op het voorgaande bestaat naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter op grond van de Algemene Voorwaarden geen mogelijkheid tot tussentijdse opzegging van De Moderne Werkplek. Voor zover De Variabele de overeenkomst per 6 oktober 2026 heeft opgezegd, heeft zij dit niet rechtsgeldig gedaan. Dat betekent dat De Variabele ook na 6 oktober 2026 gehouden is de tussen partijen in De Moderne Werkplek overeengekomen maandelijkse vergoeding te voldoen. Toch zal de voorzieningenrechter het primair in reconventie gevorderde afwijzen. Hierna wordt toegelicht hoe de voorzieningenrechter tot dit oordeel komt. MTJ heeft gevorderd De Variabele te veroordelen tot betaling van een geldsom. Met betrekking tot een voorziening in kort geding bestaande uit een veroordeling tot betaling van een geldsom is terughoudendheid geboden. De rechter zal daarbij onder meer moeten onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde en de omvang daarvan voldoende aannemelijk is. Dat is hier niet het geval. MTJ vordert betaling van een bedrag van € 47.678,65, exclusief btw, per maand, zijnde het door haar berekende gemiddelde maandelijks verschuldigde bedrag over de maanden april tot en met augustus 2026, de zes maanden voorafgaand aan de mondelinge behandeling van dit kort geding. Zoals De Variabele echter terecht aanvoert, geldt dat de hoogte van de verschuldigde maandelijkse facturen structureel verschillen met grote bedragen en deels eenmalige posten bevatten. De door MTJ genoemde maandelijkse bedragen ter berekening van het gemiddelde variëren van € 43.217,17 tot € 51.825,44, wat een verschil is van tot wel 20%. Het door De Variabele aan MTJ maandelijks verschuldigde bedrag vanaf 6 oktober 2026 kan dus in dit kort geding onvoldoende concreet worden vastgesteld, mede gelet op de te betrachte terughoudendheid van toewijzing van geldvorderingen in kort geding. Om de hiervoor genoemde redenen zal het primair in reconventie gevorderde worden afgewezen. 4.17. Wat betreft de subsidiair gevorderde voorschot aan schadevergoeding ter hoogte van € 700.000,00, volgens MTJ een bedrag ter hoogte van 70% van de nog resterende betaaltermijnen vanaf 6 oktober 2026 tot en met 5 oktober 2028 geldt het volgende. MTJ heeft betoogd dat De Variabele op grond van artikel 6:80 lid 1 sub b in verbinding met 6:83 sub c BW reeds nu in verzuim verkeerd met betrekking tot toekomstige verplichtingen, aangezien zij uitdrukkelijk heeft medegedeeld dat zij vanaf 6 oktober 2026 niet langer de overeengekomen maandelijkse basisvergoeding op grond van De Moderne Werkplek aan MTJ zal betalen. 4.18. Een mededeling in de zin van artikel 6:80 lid 1 sub c in verbinding met 6:83 sub c BW dient echter een definitief karakter te dragen en er dient vast te staan dat de subjectieve bereidheid van de schuldenaar (hier De Variabele) om na te komen ontbreekt. De mededeling van De Variabele waar MTJ naar verwijst inhoudende dat zij vanaf 6 oktober 2026 niet meer zal nakomen, stamt uit haar veronderstelling dat zij rechtsgeldig per die datum De Moderne Werkplek heeft opgezegd en zij vanaf dat moment dus ook de maandelijkse vergoeding niet meer verschuldigd is. Echter heeft De Variabele ter zitting meerdere malen verklaard dat zij wanneer vast komt te staan dat De Moderne Werkplek niet rechtsgeldig is opgezegd ook vanaf 6 oktober 2026 haar verplichting op grond van die overeenkomst zal blijven nakomen. Aangezien dit vonnis het voorlopig oordeel bevat dat De Variabele De Moderne Werkplek niet rechtsgeldig per 6 oktober 2026 heeft opgezegd, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de mededeling van De Variabele waar MTJ naar heeft verwezen geen definitief karakter draagt en de subjectieve bereidheid van De Variabele om na te komen niet ontbreekt. Daarom verkeert De Variabele (nog) niet in verzuim in de zin van artikel 6:80 lid 1 sub c BW en zal om die reden het subsidiair gevorderde worden afgewezen. Overigens ook als wel zou zijn aangenomen dat De Variabele na dit vonnis een weigerachtig houding zal hebben tot nakoming van haar betalingsverplichting, is het nog maar zeer de vraag of de subsidiaire vordering dan wel zouden zijn toegewezen. Immers is door MTJ onvoldoende uiteengezet hoe het gevorderde voorschot op het schadebedrag is opgebouwd, en welke posten deze precies behelzen, zoals gederfde winst en kosten voor het aannemen van extra personeel, maar ook in hoeverre MTJ die schade in de toekomst zal kunnen beperkten door bijvoorbeeld het overschot aan personeel ergens anders in te zetten. Proceskosten 4.19. MTJ wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van De Variabele worden begroot op: - salaris advocaat € 1.177,00 - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.366,00 4.20. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 5 De beslissing De voorzieningenrechter In conventie 5.1. wijst de vorderingen van De Variabele af, 5.2. veroordeelt De Variabele in de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als De Variabele niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.3. veroordeelt De Variabele tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, In (voorwaardelijke) reconventie 5.4. wijst de vorderingen van MTJ af, 5.5. veroordeelt MTJ in de proceskosten van € 1.366,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als MTJ niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.6. veroordeelt MTJ tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, In conventie en in (voorwaardelijke) reconventie 5.7. verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. E.W. de Groot en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2026. !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS! !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER! !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS! TM, Parl. Gesch. BW Boek 6 1981, p. 277.