Rechtbank Amsterdam, 04-09-2026 (12274674 CV EXPL 26-8179)
Vordering van incassobureau op klant voor twee verlengingen van het abonnement en een factuur voor eindafrekeningen tbv het sluiten van incassodossiers. Incassobureau heeft betoogd dat er geen rechtsgeldige opzegging is gedaan, maar dat betoog slaagt niet. Argument dat incassobureau opzeggingse-mail niet heeft ontvangen slaagt niet en ook het argument dat opzegging per aangetekende brief moest slaagt niet. Omdat er sprake is van een geldige opzegging hoeft gedaagde ook de eindafrekeningen niet te betalen, want het opzeggen van het abonnement is niet hetzelfde als "het in de weg staan aan verdere incassobehandeling", waar het incassobureau de vordering op gegrond heeft.
Full text
RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 12274674 \ CV EXPL 26-8179 Vonnis van 4 september 2026 in de zaak van INCASSOCENTER B.V. , gevestigd te Den Haag, eisende partij, hierna te noemen: Incassocenter, gemachtigde: mr. L. Kesting, tegen 1 vennootschap onder firma [gedaagde 1], gevestigd te [vestigingsplaats], 2. [gedaagde 2] , wonend te [woonplaats 1], 3. [gedaagde 3] , wonend te [woonplaats 2], gedaagde partijen, hierna samen te noemen: [gedaagden], procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 27 mei 2026 met producties, - de conclusie van antwoord met producties, - het tussenvonnis van 2 juli 2026 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald, - de mondelinge behandeling van 7 augustus 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Incassocenter is een onderneming die zich richt op het incasseren van (geld)vorderingen. 2.2. [gedaagden] is een autoverhuurbedrijf met alleen de twee vennoten in dienst. 2.3. Op 22 februari 2024 is tussen partijen een zogenoemde “Serviceovereenkomst Incasso Premium” tot stand gekomen (hierna: de serviceovereenkomst). Deze overeenkomst houdt in dat [gedaagden] een jaarlijkse bijdrage moet betalen van € 1.500 exclusief btw, € 1.815 inclusief btw, in ruil waarvoor Incassocenter incassodiensten verricht. In de overeenkomst staat het volgende: “(…) Voorwaarden Op de service overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van Incassocenter van toepassing, te vinden op www.incassocenter.nl/algemene-voorwaarden. (…) Kosten incasso Indien uw debiteur niets betaalt dan is het minnelijk incassotraject kosteloos in de volgende landen: België, UK, Frankrijk, Duitsland, Italië, Spanje, Denemarken, Finland, Zweden. In geval van succes wordt over elke ontvangen betaling nadat de vordering is ingediend een percentage van vijftien procent aan u doorberekend. Al het meerdere wat wordt geïncasseerd bovenop de hoofdsom komt de incassant toe. Gerechtelijke incasso In geval het minnelijk incassotraject niet leidt tot betaling ontvangt u een advies met betrekking tot de vervolgstappen en eventuele kosten hiervoor. U beslist vervolgens zelf of u deze vervolgstappen wilt nemen. De tariefafspraken met betrekking tot de vervolgstappen worden u in een afzonderlijk voorstel voorgelegd. Mocht u besluiten om de opdracht verder te zetten dan gelden in dat geval de voorwaarden uit deze overeenkomst, omtrent incasso, deelincasso of annulering van de zaak. (…) Einde opdracht tot incasso Een incasso-opdracht eindigt bij volledige betaling door de debiteur. Uitzonderingen Als u een incasso-opdracht intrekt, buiten Incassocenter om een betalingsregeling of schikking treft, Incassocenter zonder enig bericht laat of voorzien heeft van onjuiste informatie over de vordering, de betaling zelf regelt of incasseert, Incassocenter geen toestemming geeft om de rente en incassokosten op de debiteur te verhalen of verdere incassobehandeling in de weg staat, berekent Incassocenter u over de gehele ter incasso gestelde hoofdsom provisie volgens bovengenoemde staffel en alle overige gemaakte kosten. (…) Betwisting In het geval een vordering betwist wordt, zal een inschatting worden gemaakt van de betwisting. Houdt deze geen stand, dan wordt het incassotraject voorgezet. Incassocenter beslist wanneer een vordering inhoudelijk betwist is. Is dit het geval dan vervalt de werkwijze van No Cure No Pay en neemt Incassocenter contact met u op om mogelijke vervolgstappen te bespreken. Premium De overeenkomst wordt aangegaan voor de periode van een jaar en wordt daarna automatisch jaarlijks verlengd met een jaar, tenzij schriftelijk drie maanden van tevoren aangetekend wordt opgezegd. (…) Premium Met de Premiumovereenkomst krijgt u bovendien onbeperkt eerstelijns advies over uw incassozaken, kunt u in geval van een onbetwiste vordering gebruik maken van een kantongerechtprocedure op basis van een vaste prijs, krijgt u 36 betaalversnellers (daarna: € 25,- per set) en beschikt u over voorbeeld herinnerings- en aanmaningsbrieven. (…)” 2.4. Op de serviceovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing verklaard. In deze algemene voorwaarden staat onder andere het volgende (niet goed leesbaar, rb): “(…) 4.1 Incassocenter biedt samenwerking op basis van een losse opdracht of op basis van een abonnement. Tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen, wordt een abonnement initieel aangegaan voor een periode van twaalf maanden met stilzwijgende verlenging voor telkens dezelfde periode, tenzij één van de partijen drie maanden voor het verstrijken van enige periode schriftelijk -en aangetekend- heeft opgezegd. Bij geen tijdige opzegging wordt de overeenkomst voor een gelijke periode voorgezet, onder de dan geldende voorwoorden en tarieven. (…) 9.3 Indien Cliënt (…) aan verdere incassobehandeling in de weg staat, is Incassocenter niettemin gerechtigd over de gehele haar ter incasso gestelde vordering 15% commissie en een bedrag van € 25,- (exclusief btw) aan registratiekosten en overige kosten - waaronder alle verschuldigde kosten van derden, zoals buitendienst, leges, proces- en executiekosten - in rekening te brengen. (...) 13.3. Indien Cliënt in verzuim is, i.e. nadat de vervaldatum is overschreden, heeft Incassocenter het recht, zonder dat enige aanmaning of ingebrekestelling nodig is, een rente in rekening te brengen gelijk aan 2% per maand vanaf de vervaldag van de factuur. Zodra Cliënt in verzuim komt te verkeren, worden alle (toekomstige) vorderingen van Incassocenter op Cliënt onmiddellijk opeisbaar en treedt ook ten aanzien van die vorderingen het verzuim in zonder ingebrekestelling of andere voorafgaande verklaring in de zin van art. 6:80 e.v. BW. Incassocenter is in dat geval bevoegd om zijn/haar verplichtingen uit hoofde van enige met de wederpartij gesloten overeenkomst op te schorten totdat alsnog volledige betaling van alle opeisbare vorderingen is ontvangen. 13.4 Indien Cliënt in verzuim is, is zij, zonder dat verdere ingebrekestelling is vereist, vanaf datum verzuim alle gerechtelijke- en buitengerechtelijke kosten verschuldigd. De buitengerechtelijke incassokosten bedragen minimaal 15% van de openstaande vordering met een minimum van € 375,- (exclusief BTW). 13.5 Indien Cliënt in gebreke is met tijdige betaling van één of meer openstaande vorderingen, is Incassocenter gerechtigd haar werkzaamheden onmiddellijk op te schorten en alle stukken onder zich te houden. De opdrachtnemer is niet aansprakelijk voor eventueel uit een opschorting voortvloeiende schade. (...)” 2.5. Incassocenter heeft een factuur gestuurd voor de jaarlijkse bijdrage voor de periode 22 februari 2024 tot en met 21 februari 2025, die [gedaagden] heeft betaald. 2.6. [gedaagden] heeft in totaal vijf vorderingen op debiteuren uit handen gegeven aan Incassocenter. Het betreft de volgende debiteuren: [naam 1], hierna dossier [naam 1], [naam 2], hierna dossier [naam 2], [naam 3], hierna dossier [naam 3], [naam 4], hierna dossier [naam 4], [naam 5], hierna dossier [naam 5]. 2.7. Op 12 mei 2024 heeft de heer [naam 6] (hierna: [naam 6]), vennoot van [gedaagden], een e-mail gestuurd naar een medewerker van Incassocenter met wie hij vaker contact had gehad, de heer [naam 7]. In de e-mail staat het volgende: “(…) Wij hadden telefonisch afgesproken dat we de samenwerking stopzetten en het geld terug zouden ontvangen. Graag wil ik je aandacht vestigen op de afgesproken beëindiging van onze samenwerking en de terugbetaling van het geld, zoals eerder besproken. We hadden afgesproken dat we een mail zouden ontvangen over deze kwestie, maar tot op heden hebben we hier nog niets over vernomen. Dit komt omdat we niet tevreden zijn over de geleverde diensten. Ondanks onze inspanningen en communicatie hierover, hebben we het gevoel dat er weinig tot niets voor ons is betekend. Graag ontvang ik zo spoedig mogelijk een update over de status van de terugbetaling en de verdere afwikkeling van onze samenwerking. (…)” 2.8. Op 21 februari 2025 heeft Incassocenter een factuur gestuurd naar [gedaagden] (factuurnummer [nummer 1]) voor een bedrag van € 1.815,00 inclusief btw, met de omschrijving “Serviceovereenkomst Incasso Premium 22-02-2025 t/m 21-02-2026”. De uiterste betaaldatum van de factuur was 7 maart 2025. [gedaagden] heeft deze factuur niet betaald. 2.9. Op 13 augustus 2025 heeft Incassocenter vijf eindafrekeningen gestuurd naar [gedaagden] voor de vijf incassodossiers die bij haar in behandeling waren (zie hieronder). De uiterste betaaldatum van de facturen betrof 27 augustus 2025. Alle facturen betreffen een totaal bedrag omschreven als en opgebouwd uit buitengerechtelijke incassokosten, dossierkosten en btw. [gedaagden] heeft deze facturen niet betaald. Factuurnummer Dossier Totaal Buitengerechtelijke incassokosten Dossierkosten Btw [nummer 2] [naam 1] € 1.145,89 € 922,02 € 25,00 € 198,07 [nummer 3] [naam 2] € 566,11 € 442,86 € 25,00 € 98,25 [nummer 4] [naam 3] € 689,10 € 544,50 € 25,00 € 119,60 [nummer 5] [naam 4] € 129,08 € 81,68 € 25,00 € 22,40 [nummer 6] [naam 5] € 3.481,02 € 2.851,88 € 25,00 € 604,14 2.10. Op 17 maart 2026 heeft Incassocenter een factuur gestuurd naar [gedaagden] (factuurnummer [nummer 7]) voor een bedrag van € 1.815,00 inclusief btw, met de omschrijving “Serviceovereenkomst Incasso Premium 22-02-2026 t/m 21-02-2027”. De uiterste betaaldatum van de factuur was 31 maart 2026. [gedaagden] heeft deze factuur niet betaald. 2.11. De gemachtigde van Incassocenter heeft op 19 augustus, 18 september, 24 september en 16 december 2025 aanmaningen gestuurd voor de facturen, behalve voor factuur [nummer 7] (de laatst gestuurde factuur voor de jaarlijkse bijdrage voor het jaar 2026-2027, zie 2.10). 3 Het geschil 3.1. Incassocenter vordert - samengevat – dat de kantonrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van i. de hoofdsom van € 9.641,20, bestaande uit a. factuur [nummer 1] voor een bedrag van € 1.815,00, b. factuur [nummer 2] voor een bedrag van € 1.145,89, c. factuur [nummer 3] voor een bedrag van € 566,11, d. factuur [nummer 4] voor een bedrag van € 689,10, e. factuur [nummer 5] voor een bedrag van € 129,08, f. factuur [nummer 6] voor een bedrag van € 3.481,02, g. factuur [nummer 7] voor een bedrag van € 1.815,00, te vermeerderen met de contractuele rente van 2% per maand, althans de wettelijke handelsrente in de zin van artikel 6:119a Burgerlijk Wetboek (BW), vanaf de vervaldata van de facturen tot de dag der voldoening, de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.446,18, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW vanaf 27 mei 2026 tot de dag der voldoening, de kosten van de procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag der voldoening. 3.2. [gedaagden] voert verweer. [gedaagden] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Incassocenter, met veroordeling van Incassocenter in de kosten van deze procedure. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. Incassocenter heeft betaling gevorderd van zeven facturen. Het betreft twee keer een factuur voor de jaarbijdrage in verband met de (stilzwijgende) verlenging van de serviceovereenkomst en vijf facturen in verband met het sluiten van de vijf incassodossiers die [gedaagden] aan Incassocenter uit handen heeft gegeven. De kantonrechter zal eerst ingaan op de facturen voor de jaarbijdragen 2025-2026 en 2026-2027. [gedaagden] heeft de serviceovereenkomst rechtsgeldig opgezegd 4.2. De vorderingen van Incassocenter ten aanzien van de jaarbijdragen worden afgewezen. Het meest verstrekkende verweer van [gedaagden], dat zij de serviceovereenkomst op 12 mei 2024 heeft opgezegd, slaagt. Daartoe geldt het volgende. 4.3. Incassocenter heeft een aantal argumenten aangevoerd waarom de opzegging van [gedaagden] niet geldig zou zijn, hoewel deze opzegging wel (ruim) drie maanden voor de einddatum van de serviceovereenkomst is gedaan. Die argumenten gaan echter niet op. Incassocenter heeft allereerst aangevoerd dat zij de e-mail met de opzegging niet heeft ontvangen. Dat komt echter voor haar eigen rekening en risico. Ter zitting heeft de kantonrechter namelijk door inzage in het mailsysteem op de telefoon van [naam 6] vastgesteld dat [gedaagden] haar opzegging heeft gestuurd naar het e-mailadres van de heer [naam 7] (hierna: de medewerker). Incassocenter heeft bevestigd dat deze persoon inderdaad werkzaam was bij Incassocenter, althans bij het Invorderingsbedrijf dat gelieerd is aan Incassocenter. [gedaagden] heeft sinds het afsluiten van de serviceovereenkomst in februari 2024 vaker contact gehad met deze medewerker, via het e-mailadres waar [gedaagden] uiteindelijk ook de opzegging naartoe heeft gestuurd. Niets wees erop dat het e-mailadres niet klopte en [gedaagden] mocht er dan ook vanuit gaan dat haar e-mail Incassocenter zou bereiken. 4.4. Ten tweede heeft Incassocenter aangevoerd dat de opzegging per aangetekende brief moest worden gedaan. Hoewel in de algemene voorwaarden van Incassocenter staat dat er inderdaad per aangetekend schrijven moet worden opgezegd, is het in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar om [gedaagden] daaraan te houden. Daarvoor zijn een aantal omstandigheden van belang. Allereerst heeft Incassocenter ter zitting bevestigd dat zij het beleid hanteert dat als een klant opzegt op een onjuiste manier (op een andere manier dan per aangetekend schrijven), zij dit aan de klant laat weten. In dit geval staat in de e-mail van 12 mei 2024 dat er telefonisch contact is geweest, waarna de opzegging per e-mail naar de medewerker is gestuurd. [gedaagden] heeft ter zitting namelijk toegelicht dat zij er vanuit ging dat alleen een telefoontje niet voldoende zou zijn. Hier heeft Incassocenter dus na het telefoontje en na de e-mail niet haar eigen beleid opgevolgd en [gedaagden] gewezen op het feit dat een aangetekende brief vereist was voor een geldige opzegging van de serviceovereenkomst. Daarnaast is [gedaagden] een kleine ondernemer, waardoor de kantonrechter ook om die reden van oordeel is dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om vast te houden aan het vereiste van een aangetekend schrijven. Tot slot is het onaanvaardbaar, omdat in de gehele overeenkomst en algemene voorwaarden nergens staat waar een aangetekende opzegging naartoe gestuurd moet worden. In de verwerkingsovereenkomst in verband met de AVG staat wel een adres, maar het is onbekend of dat het juiste adres is voor een opzegging. Dit adres bevindt zich bovendien in Rotterdam, terwijl Incassocenter gevestigd is in Den Haag. Deze onduidelijkheid komt eveneens voor rekening van Incassocenter. 4.5. Al het voorgaande maakt dat er sprake is van een regelmatige opzegging door [gedaagden]. Dat betekent dat Incassocenter de serviceovereenkomst ten onrechte twee keer met een jaar heeft verlengd. Dit leidt ertoe dat [gedaagden] deze facturen niet hoeft te betalen. [gedaagden] hoeft de eindafrekeningen niet te betalen 4.6. Ten aanzien van de vorderingen voor de vijf eindafrekeningen geldt dat deze moeten worden afgewezen. Incassocenter heeft aan betaling van deze facturen ten grondslag gelegd dat er sprake is van een situatie in de zin van artikel 9.3 van de algemene voorwaarden, namelijk dat [gedaagden] in de weg stond aan verdere incassobehandeling door de jaarbijdragen niet te betalen. Zij schort haar werkzaamheden op bij niet betaling en mist dan de mogelijkheid om de vordering te innen. Nu echter sprake is van een regelmatige opzegging op 12 mei 2024, maakt dat er geen sprake is van het in de weg staan aan verdere incassobehandeling. Een rechtsgeldige opzegging is immers niet het in de weg staan aan verdere incassobehandeling. Tot slot is ook niet door Incassocenter onderbouwd op welke momenten en op welke manieren zij heeft gecorrespondeerd met [gedaagden] op een andere manier ten behoeve van de betaling van de abonnementsfacturen, behalve dan de brief met de aanzegging voor een faillissementsaanvraag. Daarmee is dus niet komen vast te staan dat [gedaagden] aan verdere incassobehandeling in de weg heeft gestaan. 4.7. Het voorgaande betekent dat ook de vorderingen ten aanzien van de eindafrekeningen worden afgewezen. Proceskosten 4.8. Incassocenter is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [gedaagden] worden begroot op: - verletkosten € 50,00 Totaal € 50,00 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. wijst de vorderingen van Incassocenter af, 5.2. veroordeelt Incassocenter in de proceskosten van € 50,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Incassocenter niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. C.M.E. de Koning, kantonrechter, bijgestaan door mr. L. Schwalb, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 4 september 2026.