Skip to content
Case Law · Rechtbank Amsterdam ·ECLI:NL:RBAMS:2026:8967 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Amsterdam, 04-09-2026 (12247208 \ CV EXPL 26-7474)

Rechtbank Amsterdam
Summary

De incidentele vorderingen ex 195 Rv tot het verstrekken van de volledige financiële verantwoording, de koopovereenkomst ter zake de overdracht van aandelen en contactgegevens worden afgewezen.

Full text

RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 12247208 \ CV EXPL 26-7474 Vonnis in incident van 4 september 2026 in de zaak van 1 [eiser 1] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats 1] , 2. [eiser 2] B.V. , gevestigd te [vestigingsplaats 2] , 3. [eiser 3] , wonende te [woonplaats 1] , 4. [eiser 4] , wonende te [woonplaats 2] , eisende partijen in conventie in de hoofdzaak, verwerende partijen in reconventie in de hoofdzaak, verwerende partijen in het incident, hierna samen te noemen: [eiser 1] en [eisers 2, 3 & 4] , gemachtigde: mr. R. Vos, tegen RQ VASTGOED B.V. , gevestigd te Hilversum, gedaagde partij in conventie in de hoofdzaak, eisende partij in reconventie in de hoofdzaak, eisende partij in het incident, hierna te noemen: RQ Vastgoed, gemachtigde: mr. J.C. Vreugdenhil. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 22 mei 2026, met producties, - de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie, tevens incidentele vordering ex artikel 195 Rv, met producties, - de conclusie van antwoord in het incident. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2 De beoordeling in het incident in de hoofdzaak 2.1. In de hoofdzaak is, samengevat en alleen voor zover van belang voor de beoordeling van het incident, het volgende aan de hand. [eiser 2] huurde de bedrijfsruimte aan de [adres 1] van de rechtsvoorganger(s) van RQ Vastgoed. [eiser 2] heeft haar bedrijf op 11 juli 2024 verkocht aan [eiser 1] , en heeft in verband met die verkoop de rechtsvoorganger van RQ Vastgoed verzocht om indeplaatsstelling door [eiser 1] . Op 15 januari 2025 werd RQ Vastgoed eigenaar van het gehuurde. RQ Vastgoed weigert mee te werken aan indeplaatsstelling. Daarom vorderen eisers in de hoofdzaak primair een verklaring voor recht dat [eiser 1] de huurdersrechten en -verplichtingen heeft overgedragen gekregen van [eiser 2] . 2.2. RQ Vastgoed vordert in reconventie ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde op straffe van een dwangsom en betaling van contractuele boetes. RQ Vastgoed legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [eiser 1] het gehuurde zonder titel of toestemming gebruikt, en dat huurders [eiser 2] , [eiser 3] en [eiser 4] verschillende contractuele bepalingen hebben geschonden. in het incident 2.3. RQ Vastgoed vordert in het incident – samengevat – om [eiser 1] en [eisers 2, 3 & 4] bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad te veroordelen tot het verstrekken van: I. de volledige financiële verantwoording van [eiser 2] , waaronder de jaarrekeningen van de afgelopen 5 jaar en een rekening en verantwoording tot het moment dat de activiteiten zijn gestaakt, II. de koopovereenkomst ter zake de overdracht van aandelen in [eiser 2] aan de heer [naam], alsmede alle bijbehorende documenten, III. de contactgegevens, te weten het huidige huisadres, telefoonnummers en emailadressen van de heer [naam]. 2.4. RQ Vastgoed legt aan haar incidentele vordering ten grondslag dat zij grote zorgen en redenen heeft om aan te nemen dat de overgang van de onderneming of activa transactie tussen [eiser 2] en [eiser 1] uitsluitend diende ter frustrering van verhaal van vorderingen van crediteuren. Zij wil voorkomen dat zij medewerking verleent aan een paulianeuze transactie. RQ Vastgoed stelt belang te hebben bij inzage van de financiële gang van zaken van [eiser 2] , omdat dit als reden wordt opgevoerd voor de activa transactie met [eiser 1] . Ook heeft zij belang bij inzage in de koopovereenkomst van de aandelen in het kapitaal van [eiser 2] , omdat het kort daarop staken van de activiteiten grote vragen oproept over deze handelswijze en de activa transactie die kort daarvoor tussen [eiser 2] en [eiser 1] heeft plaatsgevonden. Ten slotte vordert RQ Vastgoed overlegging van de contactgegevens van de heer [naam], omdat de aandelen in [eiser 2] aan hem zijn overgedragen. RQ Vastgoed wenst in contact met hem te komen om de vragen die zij heeft over de transactie(s) te bespreken, maar de aandeelhouder en bestuurder van [eiser 2] is onbereikbaar en heeft geen reactie gegeven. 2.5. [eiser 1] en [eisers 2, 3 & 4] voeren verweer tegen de incidentele vordering. Zij stellen dat de vordering onder I onvoldoende bepaald is en dat RQ Vastgoed daarbij geen belang heeft. Ook stellen zij dat er geen enkele verplichting is om tot het overleggen van jaarrekeningen over te gaan. Ten aanzien van de vordering onder II stellen [eiser 1] en [eisers 2, 3 & 4] dat de heer [eiser 3] niet (meer) over de akte van verkoop van aandelen beschikt, maar wel over de akte van levering. Desalniettemin is er geen enkele verplichting om deze over te leggen aan RQ Vastgoed. Van een paulianeuze transactie is geen sprake, maar ook in het geval daarvan sprake mocht zijn, is dit niet een aangelegenheid die zich tot het domein van RQ Vastgoed uitstrekt. Ook bij deze vordering heeft RQ Vastgoed geen belang, nu noch het verweer in conventie, noch de grondslagen van haar vorderingen in reconventie door verstrekking van deze stukken zouden worden versterkt. Ten aanzien van de vordering onder III stellen [eiser 1] en [eisers 2, 3 & 4] op de eerste plaats dat de nieuwe aandeelhouder van de oude huurder (de heer [naam]) geen partij is bij de rechtsbetrekking waar het om gaat. Daarnaast stellen zij dat zij enkel over een vermoedelijk verouderd adres beschikken. 2.6. Voor het recht op inzage of afschrift moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Degene die informatie van een ander verlangt moet (i) partij zijn bij een rechtsbetrekking en (ii) de verlangde informatie moet voldoende bepaald zijn. Verder moet een partij (iii) een voldoende belang hebben bij haar informatieverzoek en moet degene van wie inzage wordt verlangd (iv) over de gevraagde informatie beschikken (artikel 194 lid 1 Rv). De kantonrechter beoordeelt de vorderingen onder I tot en met III hierna afzonderlijk aan de hand van dit toetsingskader. 2.7. De vordering tot het verstrekken van “volledige financiële verantwoording van [eiser 2] , waaronder de jaarrekeningen van de afgelopen 5 jaar en een rekening en verantwoording tot het moment dat de activiteiten zijn gestaakt” is naar het oordeelt van de kantonrechter niet voldoende bepaald in de zin van artikel 194 Rv. Ten aanzien van het overleggen van de jaarrekeningen van de afgelopen vijf jaar heeft RQ Vastgoed bovendien onvoldoende toegelicht welk concreet belang zij daarbij heeft in het licht van de vorderingen in de hoofdzaak. 2.8. [eisers 2, 3 & 4] en [eiser 1] hebben ten aanzien van de vordering tot overlegging van de koopovereenkomst ter zake de overdracht van aandelen in [eiser 2] onder andere gesteld niet meer over die koopovereenkomst te beschikken. Naar het oordeel van de kantonrechter bestaat op grond van 194 Rv ten aanzien van een aandelenoverdracht geen verplichting de koopovereenkomst of stukken ten aanzien van de levering te overleggen. Wel geeft de kantonrechter mee dat het in het kader van de stelplicht en bewijslast met betrekking tot de overdracht van de in het gehuurde gedreven onderneming verstandig kan zijn koopovereenkomsten, als die boven te krijgen zijn, danwel aktes van levering voorafgaand aan de zitting in de hoofdzaak te overleggen, als daarmee onderbouwd kan worden dat sprake is van de overdracht van het in het gehuurde gedreven bedrijf. De incidentele vordering tot verplichte overlegging van de koopakte zal worden afgewezen. Voorzover de vordering ziet op "alle bijbehorende documenten" is die onvoldoende bepaald. 2.9. De vordering tot overlegging van de contactgegevens (het huisadres, telefoonnummers en emailadressen) van de heer [naam] wordt afgewezen omdat niet valt in te zien wat in het kader van deze procedure het belang van RQ Vastgoed is de oude aandeelhouder van [eiser 2] te bereiken nu geen vordering tegen de heer [naam] is ingesteld. 2.10. RQ Vastgoed is in het incident in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van [eiser 1] en [eisers 2, 3 & 4] voor zover gemaakt in het incident betalen. Deze kosten worden als volgt begroot: - salaris gemachtigde € 288,00 (1 punten × € 288,00) - nakosten € 144,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 432,00 3 De beoordeling in de hoofdzaak 3.1. De kantonrechter is van oordeel dat de zaak zich leent voor een mondelinge behandeling. 3.2. Op de rolzitting van zal worden bepaald op welke datum deze mondelinge behandeling zal plaatsvinden. 3.3. Tot uiterlijk drie werkdagen vóór die rolzitting kunnen partijen hun verhinderdata over een periode van vijf maanden, ingaande vier weken na heden, schriftelijk opgeven aan het Bureau Teamplanner per post ([adres 2]) of per e-mail ([email]). Bij de opgave van de verhinderdata moeten kenmerk van de zaak en de datum van de rolzitting vermeld worden. 3.4. Op deze rolzitting hoeven partijen dus nog niet te verschijnen. Na afloop van de rolzitting krijgen partijen schriftelijk bericht van de datum waarop de mondelinge behandeling zal plaatsvinden. 3.5. Partijen kunnen maximaal 20 dagdelen als verhindering opgeven. Indien toch meer dan 20 dagdelen als verhindering worden opgegeven, zal daar niet in alle gevallen rekening mee kunnen worden gehouden. Indien een partij binnen genoemde termijn geen verhinderdata opgeeft, zal het tijdstip van de mondelinge behandeling worden vastgesteld zonder verhinderingen van die partij in de planning te betrekken. 3.6. Na vaststelling van de datum van de mondelinge behandeling wordt geen uitstel van die datum verleend. 3.7. Stukken voor de mondelinge behandeling moeten uiterlijk tien dagen voor de datum van de mondelinge behandeling per post of per e-mail, onder gelijktijdige verzending per post, ingediend worden bij de griffie van de afdeling privaatrecht, team kanton van de rechtbank. Kopieën van deze stukken moeten tegelijkertijd gezonden worden naar (de gemachtigde van) de andere partij(en). 3.8. Voor de mondelinge behandeling is 90 minuten ingepland. 3.9. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 4 De beslissing De kantonrechter in het incident 4.1. wijst de vorderingen af, 4.2. veroordeelt RQ Vastgoed in de proceskosten van het incident van € 432,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als RQ Vastgoed niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, in de hoofdzaak 4.3. bepaalt dat een mondelinge behandeling zal worden gehouden waarop partijen inlichtingen aan de kantonrechter kunnen geven en waar de mogelijkheid van een schikking zal worden onderzocht, 4.4. bepaalt dat de zaak weer zal dienen ter rolzitting van vrijdag 18 september 2026 te 10:00 uur om een datum voor de mondelinge behandeling vast te stellen, 4.5. bepaalt dat verhinderdata kunnen worden opgegeven zoals hiervoor vermeld, 4.6. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. H.M. Patijn, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 september 2026. 64443