Skip to content
Case Law · Rechtbank Oost-Brabant ·ECLI:NL:RBOBR:2026:3891 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Oost-Brabant, 08-05-2026 (01-036973-24)

Rechtbank Oost-Brabant
Summary

Deelname aan organisatie die zich schuldig heeft gemaakt aan grote hoeveelheden oplichtingen.

Full text

verkort vonnis RECHTBANK OOST-BRABANT Locatie 's-Hertogenbosch Strafrecht Parketnummer: 01.036973.24 Datum uitspraak: 8 mei 2026 Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [1999] , wonende te [adres] , Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 2 juli 2024, 23 september 2024, 11 december 2024, 17 maart 2026 en 24 april 2026 (sluiting). In deze zaak is op 11 december 2025 een overeenkomst tussen verdachte en het Openbaar Ministerie gesloten betreffende proces- en vonnisafspraken (hierna: de overeenkomst). De rechtbank heeft kennisgenomen van deze overeenkomst, van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van de verdediging naar voren is gebracht. De tenlastelegging. De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 30 mei 2024. Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 23 september 2024 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat: Feit 1 Hij in of omstreeks de periode van 14 oktober 2023 tot en met 25 maart 2024 in Best, Den Bosch, Den Haag, Dordrecht, Drunen, Eindhoven, Geldrop, Helmond, Mierlo, Oirschot, Oss, Valkenswaard en/of Veldhoven, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten verdachte en (onder andere) [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 9] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk oplichting van personen als bedoeld in artikel 326 Wetboek van Strafrecht; Feit 2 hij in of omstreeks 9 december 2023 tot en met 25 maart 2024, te Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen (van) een voorwerp, althans een of meer voorwerpen, te weten grote geldbedragen Sub a - de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel - heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat/die voorwerp(en) was/waren, en/of - heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den) Sub b - heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of - gebruik heeft gemaakt terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf; Feit 3 hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 oktober 2023 tot en met 25 maart 2024 te Gouda en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer stoffen, voorwerpen en/of gegevens, te weten op (een deel van) een (shared) server van Versio B.V. met IP-adres [IP-adres] opgeslagen gegevens, namelijk computerbestanden van een of meer phishingpanels en/of phishing webpagina’s voor de domeinen ics-ac.info en/of ics-valideren.nl en/of ics-ver.info en/of bb.ics-ned.info en/of ics-crd.info en/of ics-ned.info en/of ics-vr.info en/of lcs-verifieren.nl en/of een laptop van het merk Microsoft, type Surface (goednummer 2186307) met daarop opgeslagen gegevens, namelijk - meerdere computerbestanden van phishing panels en/of phishing pagina’s gericht op het nabootsen van websites van Payconic en/of van meerdere banken en/of van International Card Services en het afvangen van op die nagebootste websites ingevoerde gegevens en/of - computerbestanden genaamd ‘sessions.sql’ en ‘sessions (1).sql’ (zijnde databasedumps van databases genaamd ‘kgkveqfvmt_ics2’ en ‘kgkveqfvmt_sqi’) bevattende namen van personen en/of geboortedata en/of telefoonnummers en/of creditcardgegevens en/of wachtwoorden en/of - een computerbestand genaamd ‘team no limit.txt’ met een belscript voor helpdeskfraude en/of - computerbestanden ‘genaamd 80 gmail account.xlsx’ en/of ‘100k nl mail list.txt’ met emailadressen en/of - computerbestanden genaamd ‘17K NL.txt’ en/of ‘18k top nl.txt’ met Nederlandse 06-nummers en/of een mobiele telefoon van het merk Apple, type iPhone (goednummer 3115730) met daarop opgeslagen gegevens, namelijk Telegramberichten met (door gebruik van phishing panels verkregen) namen van personen en/of wachtwoorden en/of creditcardnummers en/of IP-adressen, voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) dat die bestemd waren tot het plegen van oplichting en/of (gekwalificeerde) diefstal, terwijl dit feit betrekking had op de verkrijging van een beveiligde registratie of afgeschermde gegevens, geschikt voor het initiëren van een betaalopdracht, in elk geval een der in de artikelen 226, eerste lid, onderdelen 2° tot en met 5°, 231, eerste lid, 231a, eerste lid, 231b en 232, eerste lid, omschreven misdrijven dan wel een der misdrijven omschreven in de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, terwijl dit feit betrekking had op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument; Feit 4 hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 oktober 2023 tot en met 25 maart 2024 te Gouda en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, a. een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt en/of ontworpen is tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab eerste lid, 138b of 139c Wetboek van strafrecht, voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een van die misdrijven werd gepleegd, door het voorhanden hebben op (een deel van) een (shared) server van Versio B.V. met IP-adres [IP-adres] en/of op een laptop van het merk Microsoft, type Surface (goednummer 2186307) van computerbestanden van (een) phishingpanel(s) en/of (een) phishing webpagina(’s), waarmee van bezoekers van (een) phishing website(s) gegevens zoals inlognamen en/of wachtwoorden en/of verificatiescodes en/of pincodes konden worden verkregen, ten behoeve van het verschaffen van onrechtmatige toegang tot (een account op) een geautomatiseerd werk of een deel daarvan en/of b. een computerwachtwoord, toegangscode en/of daarmee vergelijkbaar gegeven, waardoor toegang kon worden gekregen tot een (deel van een) geautomatiseerd werk voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid, 138b of 139c Wetboek van Strafrecht werd gepleegd, door het voorhanden hebben op een laptop van het merk Microsoft, type Surface (goednummer 2186307) van computerbestanden genaamd ‘sessions.sql’ en ‘sessions (1).sql’ (zijnde databasedumps van databases genaamd ‘kgkveqfvmt_ics2’ en ‘kgkveqfvmt_sqi’) bevattende namen van personen en/of wachtwoorden en/of van computerbestanden met combinaties van gebruikersnamen en wachtwoorden van accounts, namelijk: - een bestand genaamd ‘209k usa base.txt’ met ongeveer 209.167 combinaties en/of - een bestand genaamd ‘36 hits netflix br.txt’ met ongeveer 198 combinaties en/of - een bestand genaamd ‘7000X_NORD_VPN_PREMIUM_ACCOUNTS_.txt’ met ongeveer 7.000 combinaties en/of - een bestand genaamd ‘Live-smtp.office365.com.txt’ met ongeveer 218 combinaties en/of - een bestand genaamd ‘SMTPs_CRACKED.txt’ met ongeveer 4.635 combinaties en/of; Feit 5 hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 februari 2024 tot en met 24 maart 2024 te ’s-Hertogenbosch en/of Amsterdam en/of Apeldoorn en/of Gouda, althans in Nederland tezamen en tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen meermalen althans eenmaal (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft bewogen tot ter beschikking stellen van gegevens, te weten een achternaam en/of voorletters en/of een geboortedatum en/of een postcode en/of een huisnummer en/of een telefoonnummer en/of een emailadres en/of een creditcardnummer en/of vervaldatum en/of CVC code van een creditcard en/of tot het aangaan van een schuld, te weten een schuld uit hoofde van een kredietovereenkomst met betrekking tot een creditcard en/of tot de afgifte van een goed, te weten een hoeveelheid geld (van 256,11 euro van die [slachtoffer 1] en/of 193,32 euro van die [slachtoffer 2] en/of 860,00 van die [slachtoffer 3] ), door met zijn mededader(s), althans alleen, valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] een (SMS en/of email) bericht te verzenden uit naam van ICS met een link naar een (valse) website van ICS en/of met behulp van een (valse) website, met de uiterlijke kenmerken van de inlog-pagina's van ICS, te verzoeken voornoemde gegevens in te vullen, en/of vervolgens met gebruikmaking van (voornoemde) gegevens een of meer betalingen te verrichten ten laste van creditcards (en/of daaraan gekoppelde bankrekeningen) van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] waardoor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte; Feit 6 Hij in of omstreeks de periode van 10 maart 2024 tot en met 18 maart 2024 te Moordrecht, althans in Nederland meermalen, althans eenmaal een of meer grote geldbedragen (in totaal 8431,53 euro), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 16] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen geldbedragen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door meermalen, althans eenmaal, - gebruik te maken van creditcardgegevens van klanten van [slachtoffer 16] en/of - een of meer (grote) uitgaven en/of overschrijvingen en/of transacties te doen/uit te voeren vanaf de rekeningen en/of met de creditcardgegevens van die klanten van [slachtoffer 16] , waartoe verdachte niet gerechtigd en/of gemachtigd en/of bevoegd was; De formele voorvragen. Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging. Overwegingen met betrekking tot de overeenkomst. De overeenkomst houdt in dat: de verdediging geen onderzoekswensen indient; de verdediging geen bewijsverweren voert; de verdediging de tenlastegelegde feiten niet zal betwisten; de verdachte geen (nadere) verklaring hoeft af te leggen; de verdachte afstand doet van de onder hem in beslag genomen goederen die niet reeds zijn geretourneerd; de verdachte zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf zal onttrekken; de verdachte geen bezwaar heeft tegen het verstrekken van een kopie van deze overeenkomst aan het CJIB ten behoeve van de executie; het Openbaar Ministerie zal requireren tot een bewezenverklaring en kwalificatie van de feiten als weergegeven in de procesafspraken; het Openbaar Ministerie zal ter terechtzitting een gevangenisstraf vorderen voor de duur van 587 dagen waarvan 365 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar en een werkstraf van twee keer 240 uur;  het Openbaar Ministerie zal ter terechtzitting vorderen om de vorderingen van de benadeelde partijen tot een bedrag van € 21.227,99 toe te wijzen. Dit bedrag dient vermeerderd te worden met de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel; Het oordeel van de rechtbank. De rechtbank is bij haar beoordeling van de procesafspraken en het afdoeningsvoorstel uitgegaan van het kader dat de Hoge Raad heeft gegeven in zijn arrest van 27 september 2022. De rechtbank heeft bij de inhoudelijke behandeling ter terechtzitting op 17 maart 2026 benadrukt dat de vragen van artikel 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering leidend zijn bij de beoordeling van de tenlastelegging. Ook is aan partijen uitdrukkelijk te kennen gegeven dat de rechtbank geen partij is bij, en niet is gebonden aan, de gemaakte procesafspraken en het afdoeningsvoorstel. De rechtbank stelt vast dat de verdachte bij de totstandkoming van de procesafspraken en het afdoeningsvoorstel is bijgestaan door zijn advocaat. De rechtbank heeft tijdens de inhoudelijke behandeling ter terechtzitting op 17 maart 2026 de overeenkomst en de consequenties daarvan met verdachte besproken. De verdachte heeft ten overstaan van de rechtbank expliciet bevestigd de inhoud van de gemaakte afspraken en de procesrechtelijke gevolgen hiervan te kennen, te begrijpen en hiermee in te stemmen. De rechtbank stelt op basis van het verhandelde ter terechtzitting vast dat verdachte vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en terwijl hij zich bewust was van de rechtsgevolgen, is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing mee te werken aan de procesafspraken en de voorgestelde afdoening en daarmee afstand te doen van bepaalde verdedigingsrechten. De wijze waarop de overeenkomst tot stand is gekomen doet daarnaast geen afbreuk aan het aan verdachte op grond van artikel 6 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens toekomende recht op een eerlijk proces. Dat betekent dat de rechtbank acht kan slaan op de gemaakte procesafspraken. Conclusie. De rechtbank ziet met betrekking tot de bewezenverklaring geen aanleiding om van het afdoeningsvoorstel af te wijken. Dit betekent dat de rechtbank alle tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen acht. De bewijsmiddelen. Indien tegen dit verkort vonnis een rechtsmiddel wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring en eventuele bewijsoverwegingen opgenomen in een aanvulling op dit verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan dit verkort vonnis gehecht. De bewezenverklaring. De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte: Feit 1 omstreeks de periode van 14 oktober 2023 tot en met 25 maart 2024 in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten verdachte en (onder andere) [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van oplichting van personen als bedoeld in artikel 326 Wetboek van Strafrecht; Feit 2 omstreeks 9 december 2023 tot en met 25 maart 2024, te Nederland tezamen en in vereniging met anderen, een of meer voorwerpen, te weten grote geldbedragen Sub b - heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, en/of - gebruik heeft gemaakt terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat die voorwerp ( en ) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig (eigen) misdrijf; Feit 3 op tijdstippen omstreeks de periode van 12 oktober 2023 tot en met 25 maart 2024 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, een of meer gegevens, te weten op (een deel van) een (shared) server van Versio B.V. met IP-adres [IP-adres] opgeslagen gegevens, namelijk computerbestanden van phishingpanels en phishing webpagina’s voor de domeinen ics-ac.info en ics-valideren.nl en ics-ver.info en bb.ics-ned.info en ics-crd.info en ics-ned.info en ics-vr.info en ics-verifieren.nl en een laptop van het merk Microsoft, type Surface (goednummer 2186307) met daarop opgeslagen gegevens, namelijk - meerdere computerbestanden van phishing panels en phishing pagina’s gericht op het nabootsen van websites van Payconic en van meerdere banken en/of van International Card Services en het afvangen van op die nagebootste websites ingevoerde gegevens en/of - computerbestanden genaamd ‘sessions.sql’ en ‘sessions (1).sql’ (zijnde databasedumps van databases genaamd ‘kgkveqfvmt_ics2’ en ‘kgkveqfvmt_sqi’) bevattende namen van personen en/of geboortedata en telefoonnummers en/of creditcardgegevens en wachtwoorden en - een computerbestand genaamd ‘team no limit.txt’ met een belscript voor helpdeskfraude en - computerbestanden ‘genaamd 80 gmail account.xlsx’ en/of ‘100k nl mail list.txt’ met emailadressen en - computerbestanden genaamd ‘17K NL.txt’ en ‘18k top nl.txt’ met Nederlandse 06-nummers en een mobiele telefoon van het merk Apple, type iPhone (goednummer 3115730) met daarop opgeslagen gegevens, namelijk Telegramberichten met (door gebruik van phishing panels verkregen) namen van personen en wachtwoorden en creditcardnummers en/of IP-adressen, voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en zijn mededaders wisten dat die bestemd waren tot het plegen van oplichting en gekwalificeerde diefstal, terwijl dit feit betrekking had op de verkrijging van een beveiligde registratie of afgeschermde gegevens, geschikt voor het initiëren van een betaalopdracht, in elk geval een der misdrijven omschreven in de artikelen 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, terwijl dit feit betrekking had op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument; Feit 4 hij op tijdstippen omstreeks de periode van 12 oktober 2023 tot en met 25 maart 2024 in Nederland, tezamen en in vereniging anderen, a. een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt en/of ontworpen is tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab eerste lid, 138b of 139c Wetboek van strafrecht, voorhanden heeft gehad,met het oogmerk dat daarmee een van die misdrijven werd gepleegd, door het voorhanden hebben op (een deel van) een (shared) server van Versio B.V. met IP-adres [IP-adres] en/of op een laptop van het merk Microsoft, type Surface (goednummer 2186307) van computerbestanden van phishingpanels en phishing webpagina’s, waarmee van bezoekers van (een) phishing website(s) gegevens zoals inlognamen en wachtwoorden en verificatiescodes en pincodes konden worden verkregen, ten behoeve van het verschaffen van onrechtmatige toegang tot (een account op) een geautomatiseerd werk of een deel daarvan en b. een computerwachtwoord, toegangscode en/of daarmee vergelijkbaar gegeven, waardoor toegang kon worden gekregen tot een (deel van een) geautomatiseerd werk voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid, 138b of 139c Wetboek van Strafrecht werd gepleegd, door het voorhanden hebben op een laptop van het merk Microsoft, type Surface (goednummer 2186307) van computerbestanden genaamd ‘sessions.sql’ en ‘sessions (1).sql’ (zijnde databasedumps van databases genaamd ‘kgkveqfvmt_ics2’ en ‘kgkveqfvmt_sqi’) bevattende namen van personen enwachtwoorden en/of van computerbestanden met combinaties van gebruikersnamen en wachtwoorden van accounts, namelijk: - een bestand genaamd ‘209k usa base.txt’ met ongeveer 209.167 combinaties en - een bestand genaamd ‘36 hits netflix br.txt’ met ongeveer 198 combinaties en - een bestand genaamd ‘7000X_NORD_VPN_PREMIUM_ACCOUNTS_.txt’ met ongeveer 7.000 combinaties en - een bestand genaamd ‘Live-smtp.office365.com.txt’ met ongeveer 218 combinaties en - een bestand genaamd ‘SMTPs_CRACKED.txt’ met ongeveer 4.635 combinaties. Feit 5 op tijdstippen omstreeks de periode van 29 februari 2024 tot en met 24 maart 2024 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen, meermalen (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft bewogen tot ter beschikking stellen van gegevens, te weten een achternaam en voorletters en een geboortedatum en een postcode en een huisnummer en een telefoonnummer en een emailadres en een creditcardnummer en vervaldatum en/of CVC code van een creditcard en tot het aangaan van een schuld, te weten een schuld uit hoofde van een kredietovereenkomst met betrekking tot een creditcard en tot de afgifte van een hoeveelheid geld (van 256,11 euro van die [slachtoffer 1] en 193,32 euro van die [slachtoffer 2] en 860,00 van die [slachtoffer 3] ), door met zijn mededader(s), valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid aan die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] een (SMS en/of email) bericht te verzenden uit naam van ICS met een link naar een (valse) website van ICS en met behulp van een (valse) website, met de uiterlijke kenmerken van de inlog-pagina's van ICS, te verzoeken voornoemde gegevens in te vullen, en vervolgens met gebruikmaking van (voornoemde) gegevens betalingen te verrichten ten laste van creditcards (en/of daaraan gekoppelde bankrekeningen) van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] waardoor die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] werden bewogen tot bovenomschreven afgifte; Feit 6 omstreeks de periode van 10 maart 2024 tot en met 18 maart 2024 in Nederland meermalen, grote geldbedragen (in totaal 8431,53 euro) die geheel aan [slachtoffer 16] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die weg te nemen geldbedragen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door meermalen, - gebruik te maken van creditcardgegevens van klanten van [slachtoffer 16] en - (grote) uitgaven en/of overschrijvingen en/of transacties te doen/uit te voeren vanaf de rekeningen en/of met de creditcardgegevens van die klanten van [slachtoffer 16] , waartoe verdachte niet gerechtigd en/of gemachtigd en/of bevoegd was; Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad. De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben. De strafbaarheid van de feiten. Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De strafbaarheid van verdachte. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard. Oplegging van straf en maatregel. De eis van de officier van justitie. De officier van justitie heeft ter terechtzitting, in overleg met de verdediging, zijn strafeis aangepast. De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 587 dagen met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 407 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar. Daarnaast vordert de officier van justitie om een taakstraf van tweemaal 240 uren. Een kopie van de vordering van de officier van justitie bevindt zich in het digitale dossier. Het standpunt van de verdediging. De verdediging heeft de rechtbank verzocht om gebruik te maken van de afwijkbevoegdheid en in het voorddeel van verdachte 10 procent af te wijken bij de hoogte van de werkstraffen. De straf zoals deze is geformuleerd in de overeenkomst is (netto) te hoog. Daar komt bij dat verdachte lang in voorlopige hechtenis heeft gezeten. Het oordeel van de rechtbank. Verdachte heeft zich – kort gezegd – schuldig gemaakt aan deelneming aan een criminele organisatie die zich bezighield met oplichting van voornamelijk oudere personen. Ook heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van de geldbedragen, verkregen uit die oplichtingen. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan voorhanden hebben van onder meer een grote hoeveelheid persoonsgegevens, phishing panels en andere middelen, gegevens en software, die in verband worden gebracht met het plegen van fraude. Ten slotte heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het plegen van diefstal met valse sleutels, en dat in verband met bankhelpdeskfraude. Bankhelpdeskfraude is een veelvoorkomende en ingrijpende vorm van fraude, waarbij misbruik wordt gemaakt van het gewekte vertrouwen bij het slachtoffer. Uit het strafdossier komt naar voren dat verdachte dit op grote schaal heeft gedaan. Hij heeft samen met anderen een flink aantal slachtoffers op geniepige wijze sieraden en grote geldbedragen afhandig gemaakt. Zij hebben zich daarbij bewust gericht op oudere mensen. Verdachte en zijn medeverdachten hebben de slachtoffers, die zoals gezegd vrijwel allemaal op leeftijd zijn, hiermee niet alleen financiële schade toegebracht, maar ook hun gevoel van veiligheid en vertrouwen in de medemens ernstig geschaad. Daar komt bij dat zij sommige slachtoffers ook sieraden, die een grote emotionele waarde vertegenwoordigden, afhandig hebben gemaakt. Verdachte was enkel gericht op eigen financieel gewin. Daarbij heeft hij geen rekening gehouden met de schade die hij bij de slachtoffers heeft veroorzaakt en de maatschappelijke onrust die hij daarmee heeft veroorzaakt. Dit zijn ernstige feiten. Dit neemt de rechtbank verdachte kwalijk. De rechtbank heeft acht geslagen op de afspraken in de overeenkomst en de daaruit voortvloeiende door de verdachte aanvaarde strafeis van de officier van justitie. De rechtbank heeft de uitkomst hiervan beschouwd in het licht van de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Hierbij zijn ook het wettelijke strafmaximum, de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte betrokken. De rechtbank heeft ook acht geslagen op de afspraken in de overeenkomst en de daaruit voortvloeiende door de verdachte aanvaarde strafeis van de officier van justitie. Gelet op wat hiervoor werd overwogen, is de rechtbank van oordeel dat niet gezegd kan worden dat de straf die door de officier van justitie is gevorderd en met welke eis verdachte heeft ingestemd, niet in redelijke verhouding staat tot de ernst van de zaak zoals deze blijkt uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting. De rechtbank is van oordeel dat deze straf in afdoende mate recht doet aan deze zaak, en dat aldus het belang van verdachte en dat van de maatschappij geëerbiedigd worden. De rechtbank zal verdachte dan ook veroordelen tot de straf zoals de officier van justitie – conform de procesafspraken – heeft geëist. De rechtbank merkt hier wel bij op dat zij, gelet op de ernst en omvang van de feiten en de leidende rol die verdachte daarbij heeft gespeeld, een aanzienlijk hogere straf ook zeker passend had gevonden. De nu voorgestelde straf valt echter wel binnen een acceptabele bandbreedte. Daarbij weegt de rechtbank mee dat het alternatief, niet akkoord gaan met de voorgestelde straf, zou betekenen dat de zaak alsnog uitgebreid inhoudelijk moet worden behandeld. Het hiermee gemoeide tijdsverloop, dat bij een eventueel hoger beroep al gauw meerdere jaren zou kunnen omvatten, zou ertoe leiden dat een eventuele straf pas veel later ten uitvoer gelegd zal worden. Ook zouden de slachtoffers daardoor veel langer op schadeloosstelling moeten wachten, hetgeen de rechtbank, mede gelet op de hoge leeftijd van de meeste slachtoffers, zeer onwenselijk acht. Ter zitting is besproken dat de voorgestelde straffen niet verenigbaar zijn met het bepaalde in artikel 9 lid 4 SR. Hierin wordt bepaald dat een combinatie van een gevangenisstraf en een taakstraf slechts mogelijk is als het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf niet meer dan 6 maanden bedraagt. Partijen hebben vervolgens ingestemd met het voorstel van de rechtbank om de gevangenisstraf als volgt te bepalen: 587 dagen waarvan 407 dagen voorwaardelijk met aftrek van voorarrest en een proeftijd van 3 jaren. Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. Schadevergoeding voor de slachtoffers De rechtbank heeft acht geslagen op de afspraken in de overeenkomst en de daaruit voortvloeiende door de verdachte aanvaarde betalingsverplichting ten behoeve van de slachtoffers. De officier van justitie heeft op verzoek van de rechtbank een overzicht verstrekt waaruit blijkt hoe dat genoemde bedrag is verdeeld over de benadeelden. Uit het overzicht blijkt hoeveel er per onderzoek en per benadeelde zal worden betaald door verdachte. Dit bedrag is gebaseerd op de genoemde schadebedragen in de aangiften en niet op de vorderingen van de benadeelde partijen, omdat, zo stelt de officier van justitie, ten tijde van het maken van de procesafspraken nog niet alle schadevergoedingsvorderingen waren ingediend. De rechtbank heeft geconstateerd dat er door een groot aantal benadeelden een vordering tot schadevergoeding is ingediend. Niet alle benadeelden zijn meegenomen in het overzicht van het Openbaar Ministerie. Daarnaast blijkt uit het dossier dat niet alle aangevers, zoals genoemd in de bijlage van de tenlastelegging, in het overzicht van het Openbaar Ministerie zijn meegenomen. Ook komen niet alle bedragen uit de aangiftes overeen met het verstrekte overzicht. Dit zou betekenen dat, indien de rechtbank de procesafspraken zou volgen, niet alle slachtoffers (geheel) schadeloos worden gesteld. Ondanks de hierboven gemaakte kanttekeningen, is de rechtbank van oordeel dat met de belangen van de slachtoffers in voldoende mate rekening is gehouden. De rechtbank is ermee bekend dat ook met een aantal medeverdachten procesafspraken zijn gemaakt die bij vonnissen van heden door de rechtbank worden geaccordeerd. Ook deze medeverdachten zijn verplicht bij te dragen aan de vergoeding van geleden schade. Op die manier kan een aanzienlijk deel van de slachtoffers op relatief korte termijn grotendeels schadeloos worden gesteld. De slachtoffers die nu al dan niet gedeeltelijk ‘buiten de boot’ vallen, kunnen hun vordering of het niet toegewezen deel daarvan alsnog bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Zij hebben daarbij de beschikking over een onherroepelijk strafvonnis waarin de door verdachte jegens hen gepleegde onrechtmatige daad bewezen wordt verklaard. Daarmee is de basis voor aansprakelijkheid van verdachte gelegd. De rechtbank merkt ten overvloede op dat het naar haar oordeel wenselijker zou zijn geweest indien de slachtoffers voorafgaand aan de procesafspraken actief door het Openbaar Ministerie waren benaderd. De vorderingen van de benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen: Onderzoek Meike. [slachtoffer 4] De rechtbank zal voor het bedrag van € 38,43 de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (13 december 2023) tot de dag der algehele voldoening. [slachtoffer 5] De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 150,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (14 december 2023) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten. Schadevergoedingsmaatregel. De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€ 150,00) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (14 december 2023) tot de dag der algehele voldoening. [slachtoffer 6] namens [slachtoffer 7] De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 175,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (16 december 2023) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten. Schadevergoedingsmaatregel. De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€ 175,00) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (16 december 2023) tot de dag der algehele voldoening. [slachtoffer 8] De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 125,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (16 december 2023) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten. Schadevergoedingsmaatregel. De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€ 125,00) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (16 december 2023) tot de dag der algehele voldoening. [slachtoffer 9] De rechtbank zal voor het bedrag van € 2250,00 de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (19 december 2023) tot de dag der algehele voldoening. [slachtoffer 10] De rechtbank zal voor het bedrag van € 145,71 de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (20 december 2023) tot de dag der algehele voldoening. [slachtoffer 11] De rechtbank zal voor het bedrag van € 114,29 de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (21 december 2023) tot de dag der algehele voldoening. [slachtoffer 12] De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 250,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (22 december 2023) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten. Schadevergoedingsmaatregel. De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€ 250,00) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (22 december 2023) tot de dag der algehele voldoening. [slachtoffer 13] De rechtbank zal voor het bedrag van € 77,78 de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (27 december 2023) tot de dag der algehele voldoening. [slachtoffer 17] De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 3550,60 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (06 november 2023) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten. Schadevergoedingsmaatregel. De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€3550,60) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (06 november 2023) tot de dag der algehele voldoening. [slachtoffer 18] De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 4338,16 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van de betaling aan het slachtoffer (19 december 2023) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten. Schadevergoedingsmaatregel. De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€ 4338,16) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van de betaling aan het slachtoffer (19 december 2023) tot de dag der algehele voldoening. [slachtoffer 19] De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 3924,74 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van de betaling aan het slachtoffer (22 december 2023) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten. Schadevergoedingsmaatregel. De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€ 3924,74) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van de betaling aan het slachtoffer (22 december 2023) tot de dag der algehele voldoening. [slachtoffer 14] De rechtbank zal voor het bedrag van € 585,00 de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (13 december 2023) tot de dag der algehele voldoening. [slachtoffer 15] De rechtbank zal voor het bedrag van € 40,00 de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (28 december 2023) tot de dag der algehele voldoening. [slachtoffer 20] . De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, het volgende bedrag te weten € 5463,29 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (10 maart 2024) tot aan de dag der algehele voldoening. De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten. Schadevergoedingsmaatregel. De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag (€ 5463,29) tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict (10 maart 2024) tot de dag der algehele voldoening. De overige benadeelde partijen. De rechtbank zal de benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] , [benadeelde 3] , [benadeelde 4] , [benadeelde 5] , [benadeelde 6] , [benadeelde 7] , [benadeelde 8] , [benadeelde 9] , [benadeelde 10] , [benadeelde 11] , [benadeelde 12] , [benadeelde 13] , [benadeelde 14] , [benadeelde 15] , [benadeelde 16] , [benadeelde 17] , [benadeelde 18] , [benadeelde 19] , [benadeelde 20] , [benadeelde 21] , [benadeelde 22] en [benadeelde 23] , niet-ontvankelijk verklaren in de vorderingen tot schadevergoeding. De benadeelde partij kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. In de gevallen dat aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade zijn opgelegd, is hij van zijn betalingsverplichting bevrijd als hij aan één van beide heeft voldaan. Toepasselijke wetsartikelen. De beslissing is gegrond op de artikelen: 9, 14a, 14b, 22c, 22d, 36f, 47, 57, 139d, 140, 234, 311, 326, 420bis Wetboek van Strafrecht DE UITSPRAAK Bewezenverklaring. Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven. Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij. Kwalificatie. Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven: Feit 1: Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van strafrecht; Feit 2: Medeplegen van het plegen van witwassen, meermalen gepleegd; Feit 3: gegevens vervaardigen, ontvangen, verwerven, zich verschaffen, verspreiden, anderszins ter beschikking stellen en voorhanden hebben waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van een misdrijf omschreven in artikel 311 en artikel 326 voor zover het feit betrekking heeft op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument, gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd; Feit 4: met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid, 138b of 139c van het Wetboek van Strafrecht wordt gepleegd, een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is tot het plegen van een zodanig misdrijf, voorhanden hebben; en met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid, 138b of 139c van het Wetboek van Strafrecht wordt gepleegd, een computerwachtwoord, toegangscode of een daarmee vergelijkbaar gegeven waardoor toegang kan worden verkregen tot een geautomatiseerd werk of een deel daarvan, voorhanden hebben; Feit 5: Oplichting, gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd; Feit 6: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige de weggenomen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd. Strafbaarheid. Verklaart verdachte hiervoor strafbaar. Straf. t.a.v. feit 1 tot en met 6: Legt op de volgende straffen: Een gevangenisstraf voor de duur van 587 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht, waarvan 407 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar. Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit. Tweemaal een werkstraf van 240 uren te vervangen door 120 dagen vervangende hechtenis (totaal 480 uren). t.a.v. feit 1: Benadeelde partijen onderzoek Meike. [slachtoffer 4] De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd slachtoffer, van een bedrag van 38,43 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 1 dag. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. [slachtoffer 5] De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 150,00 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen; De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 150,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 1 dag. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. [slachtoffer 6] namens [slachtoffer 7] De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 175,00 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen; De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 175,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 1 dag. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. [slachtoffer 8] De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 125,00 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen; De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 125,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 1 dag. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. [slachtoffer 9] De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd slachtoffer, van een bedrag van 2250,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 22 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. [slachtoffer 10] De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd slachtoffer, van een bedrag van 145,71 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 1 dag. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. [slachtoffer 11] De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd slachtoffer, van een bedrag van 114,29 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 1 dag. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. [slachtoffer 12] De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 250,00 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen; De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 250,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 2 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. [slachtoffer 13] De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd slachtoffer, van een bedrag van 77,78 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 1 dag. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. [slachtoffer 17] De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 3550,60 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 06 november 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen; De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 3550,60 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 35 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 06 november 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. [slachtoffer 18] De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 4338,16 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen; De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 4338,16 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 43 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. [slachtoffer 19] De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 3924,74 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen; De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 3924,74 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 39 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. [slachtoffer 14] De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd slachtoffer, van een bedrag van 585,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 5 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. [slachtoffer 15] De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd slachtoffer, van een bedrag van 40,00 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 1 dag. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. [slachtoffer 20] De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan bovengenoemd benadeelde partij, van een bedrag van 5463,29 euro. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 maart 2024 tot aan de dag der algehele voldoening. De rechtbank veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de (proces)kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De rechtbank legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van bovengenoemd benadeelde partij van een bedrag van 5463,29 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 52 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 maart 2024 tot aan de dag der algehele voldoening. [benadeelde 1] , [benadeelde 2] , [benadeelde 3] , [benadeelde 4] , [benadeelde 5] , [benadeelde 6] , [benadeelde 7] , [benadeelde 8] , [benadeelde 9] , [benadeelde 10] , [benadeelde 11] , [benadeelde 12] , [benadeelde 13] , [benadeelde 14] , [benadeelde 15] , [benadeelde 16] , [benadeelde 17] , [benadeelde 18] , [benadeelde 19] , [benadeelde 20] , [benadeelde 21] , [benadeelde 22] en [benadeelde 23] De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk zijn in de vorderingen tot schadevergoeding en de vorderingen in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kunnen aanbrengen. In de gevallen dat aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade zijn opgelegd, is hij van zijn betalingsverplichting bevrijd als hij aan één van beide heeft voldaan. Voorlopige hechtenis. Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van heden. Dit vonnis is gewezen door: mr. S.J.W. Hermans, voorzitter, mr. E.C.L. Pechaczek en mr. E.H. Groen, leden, in tegenwoordigheid van mr. K.D.A.J. Hombergen, griffier, en is uitgesproken op 8 mei 2026. Het Openbaar Ministerie is van oordeel dat zonder procesafspraken een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van minimaal 30 maanden passend en geboden zou zijn. Hoge Raad 27 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1252.