Gerechtshof Amsterdam, 07-09-2026 (23-002513-22)
medeplegen inbraak bij een horlogewinkel waarbij een groot aantal (luxe) tweedehands horloges zijn weggenomen, het hof is het met de rechtbank eens dat op basis van het bloedspoor, bezien in samenhang met de overige bewijsmiddelen, kan worden vastgesteld dat dit een daderspoor is en dat verdachte één van de daders van de inbraak is, overweging over LOVS-oriëntatiepunten , overwegingen over materiële schade bij vordering benadeelde partij
Full text
afdeling strafrecht parketnummer: 23-002513-22 datum uitspraak: 7 september 2026 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw) Arrest van het gerechtshof Amsterdam, gewezen op het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 8 september 2022 in de strafzaak onder parketnummer 13-128913-22 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1985, adres: [adres 1] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 24 augustus 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen zijn raadsvrouw naar voren heeft gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 22 oktober 2020 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een groot aantal (ongeveer 43) horloges (van het/de merk(en) Patek Philipe en/of Cartier en/of Rolex), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde partij] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis van de rechtbank Het vonnis van de rechtbank zal worden vernietigd. Het hof is het grotendeels eens met de rechtbank, maar kiest voor een vernietiging van het vonnis ter bevordering van de leesbaarheid van het arrest. Het hof zal de overwegingen van de rechtbank grotendeels overnemen, maar legt een andere straf op dan de rechtbank en zal een andere beslissing nemen ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij. De overwegingen van de rechtbank en de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt worden daarnaast ook op enkele punten aangevuld. Beoordeling van het bewijs Standpunt van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het vonnis van de rechtbank kan worden bevestigd en dat daarmee dus een bewezenverklaring van de tenlastegelegde inbraak kan volgen. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken. Het aangetroffen DNA-spoor kan niet zonder meer als daderspoor worden aangemerkt. Daarbij is onder meer van belang dat het spoor op de buitenkant van de vitrinekast naast de handgreep is aangetroffen. De verklaring van de verdachte dat hij de inbraak niet heeft gepleegd en dat zijn bloed op een ander moment op de vitrinekast terecht moet zijn gekomen is daarmee niet onwaarschijnlijk. De in hoger beroep door de benadeelde partij verstrekte Instagramberichten zijn niet redengevend voor het bewijs, omdat niet kan worden vastgesteld dat deze daadwerkelijk van de verdachte afkomstig zijn. Indien al sprake is van voldoende wettig bewijs, dan kan niet overtuigend worden vastgesteld dat de verdachte betrokken is geweest bij de inbraak. Oordeel van het hof Het hof is het met de rechtbank eens dat op basis van het bloedspoor, bezien in samenhang met de overige bewijsmiddelen, kan worden vastgesteld dat dit een daderspoor is en dat verdachte één van de daders van de inbraak is. De verbalisant die forensisch onderzoek heeft verricht zag bij aankomst in de horlogewinkel op de ochtend dat de inbraak is gemeld een bloedspoor. Het gaat dus om een zichtbaar bloedspoor. Het bloedspoor is aangetroffen op het glas van een opengebroken vitrinekast naast de handgreep, bij een inbraak waarbij veel glas is stukgeslagen. Uit onderzoek blijkt dat het bloedspoor een DNA-match heeft opgeleverd met het DNA-profiel van de verdachte, de matchkans van de betrokken DNA-kenmerken is kleiner dan één op één miljard. De verdachte heeft verklaard dat hij in Roemenië een bedrijf in de bloemensector heeft, dat hij waarschijnlijk een kraswond heeft opgelopen tijdens zijn werk, en dat hij in de periode van het tenlastegelegde feit tijdens zijn vakantie in Amsterdam in een horlogewinkel is geweest. Voor zover de verdachte daarmee heeft willen zeggen dat zijn bloed op een ander moment dan tijdens de inbraak op het glas van de kapotgeslagen vitrinekast terecht is gekomen volgt het hof – net als de rechtbank – de verdachte daarin niet. De verdachte is geenszins concreet geweest in zijn verklaring en heeft zijn verklaring op geen enkele wijze onderbouwd. Het hof is van oordeel dat de verklaring van de verdachte volstrekt onaannemelijk is. Daarbij neemt het bovendien in aanmerking dat het bloedspoor zichtbaar was, en dat het voor de hand ligt dat een per ongeluk achtergelaten bloedspoor op een vitrinekast snel door het personeel zou zijn waargenomen en schoongemaakt. Het hof gaat er dan ook, net als de rechtbank, vanuit dat de verdachte tijdens de inbraak een verwonding heeft opgelopen en vervolgens bloed op het glas van een vitrinekast heeft achtergelaten. Daar komt bij dat in hoger beroep verschillende screenshots van Instagram berichten aan het dossier zijn toegevoegd die door de aangever zijn overgelegd, die blijkens hun inhoud zien op (onder meer de veroordeling in) deze strafzaak. Het hof gaat ervan uit dat dit berichten zijn tussen de aangever (en een van zijn werknemers) enerzijds, en de verdachte anderzijds. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de gebruikersnaam van de persoon die de berichten stuurt de voor- en achternaam van de verdachte bevat en dat deze gebruiker schrijft dat aan “ [aangever 1] ” (het hof begrijpt: de aangever) het volgende moet worden overgebracht: “say that [verdachte] was greeting from Romania”, en in de berichten wordt bovendien benoemd dat de verdachte en het slachtoffer elkaar op ‘9 april zullen zien’. Op 9 april 2026 is er een zitting geweest in de strafzaak van de verdachte bij het hof. De aard en inhoud van deze berichten – waarin de verdachte onder meer op de vraag van de aangever waar de horloges zijn, antwoord: “In Israël” – bieden naar het oordeel van het hof steun aan de conclusie dat de verdachte één van de daders van de inbraak is. Uit de bewijsmiddelen en hetgeen de aangever daarover voorts in zijn vordering benadeelde partij heeft verklaard, volgt verder dat bij deze inbraak 42 horloges van de merken Patek Philippe, Cartier en Rolex zijn weggenomen. Het hof komt gelet op het bovenstaande dan ook tot de conclusie dat de verdachte één van de daders is die heeft ingebroken bij [benadeelde partij] en daarbij een groot aantal (42) horloges heeft weggenomen. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 22 oktober 2020 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander 42 horloges (van de merken Patek Phillipe en Cartier en Rolex) die aan [benadeelde partij] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, die in een bijlage achter dit arrest zijn opgenomen. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezenverklaarde levert op: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straf De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden met aftrek van het voorarrest De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechtbank is opgelegd. De raadsvrouw heeft geen strafmaatverweer gevoerd. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich met zijn medeverdachte met een stormram de toegang verschaft tot een winkel waar luxe tweedehands horloges worden verkocht. Uit de winkel zijn vervolgens 42 horloges gestolen met een inkoopwaarde van ongeveer € 350.000,00. Door met zoveel grof geweld zich de toegang tot de winkel te verschaffen hebben de verdachte en zijn mededader veel schade en overlast aangericht. De verdachte heeft enkel uit financieel gewin gehandeld en daarbij geen enkel respect getoond voor andermans eigendom. Het hof betrekt - in het nadeel van de verdachte - bij de strafoplegging ook dat de verdachte na de inbraak via Instagram nog contact heeft opgenomen met het slachtoffer. De verdachte heeft een afbeelding geplaatst op zijn Instagram account van een stelende roze panter die brutaal omkijkt en inbreekt bij een horlogewinkel met daarboven de tekst ‘ [benadeelde partij] ’. Hierna heeft de verdachte aan het slachtoffer een bericht gestuurd dat het slachtoffer hem zou moeten betalen zodat hij het slachtoffer kan leren hoe hij zijn winkel moet beveiligen, omdat de winkel ‘zwaktes vertoont’. Later heeft de verdachte een bericht naar het slachtoffer gestuurd dat hij niet meer voor zijn hoger beroep naar Nederland komt, omdat er al 4 jaar zijn verstreken en hij zijn straf al heeft uitgezeten. De verdachte schrijft dat hij daarom ook geen reden meer heeft om contact op te nemen met zijn raadsvrouw. Vervolgens heeft de verdachte ermee ‘gepronkt’ dat hij toch geen schadevergoeding gaat betalen aan het slachtoffer, omdat hij ‘niets’ heeft. Tot slot heeft de verdachte nog een duit in het zakje gedaan door te dreigen tegen het slachtoffer dat het slachtoffer ‘een klein kind is’ en dat hij het ‘achterlijke/domme’ slachtoffer heeft gestraft. Uit deze berichten blijkt dat de verdachte op geen enkele wijze het strafwaardige van zijn handelen inziet en dat hij lak heeft aan dat anderen last hebben van de gevolgen van zijn daden. De verdachte heeft het slachtoffer nog een extra trap na gegeven door deze berichten te versturen. Het hof leidt uit deze berichten ook af dat de verdachte niet voornemens is de door het slachtoffer geleden schade te vergoeden, wat er in feite op neerkomt dat de Nederlandse samenleving hiervoor moet opdraaien. De verdachte steekt door het sturen van deze berichten spreekwoordelijk ‘een middelvinger’ op naar zowel het slachtoffer als naar de Nederlandse samenleving. Bij het bepalen van de straf gaat het hof - net als de rechtbank - uit van de oriëntatiepunten voor straftoemeting voor het plegen van een ramkraak, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden. Hoewel bij deze inbraak geen voertuig is gebruikt, hebben de daders om het pand binnen te komen een grote betonnen ligger als ram gebruikt, om daarna met een metalen staaf vitrines in te slaan. Deze gehanteerde methodes schuren dicht tegen een ramkraak aan. Het hof acht - anders dan de rechtbank - een hogere straf dan dit uitgangskomt passend en geboden, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden. Het hof betrekt daarbij de grote schade die is aangericht aan het winkelpand, de enorme waarde van de buit die is gemaakt, de impact die inbraak heeft gehad op het slachtoffer en zijn bedrijfsvoering en, zoals weergegeven, de buitengewoon brutale wijze waarop de verdachte na de inbraak contact heeft gezocht met het slachtoffer. Het hof stelt echter vast dat in hoger beroep de zogenoemde redelijke termijn fors is geschonden. Het hof zal in dit geval - gelet op de periode die de verdachte ook na het instellen van het hoger beroep nog in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht - uitgaan van een termijn van 16 maanden waarbinnen de zaak had moeten worden afgedaan. In aanmerking genomen dat de verdachte op 22 september 2022 hoger beroep heeft ingesteld en er pas op 7 september 2026 uitspraak is gedaan, is de redelijke termijn overschreden. Vanwege deze forse termijnoverschrijding in hoger beroep wordt de op te leggen gevangenisstraf verminderd met 2 maanden. Aan de verdachte zal dus een gevangenisstraf worden opgelegd van 12 maanden. Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft de benadeelde partij zijn vordering gewijzigd, waardoor de vordering tot schadevergoeding in eerste aanleg uitkomt op een totaalbedrag van €170.818,91, waarvan €165.818,91 bestond uit materiële schade en €5.000,00 uit immateriële schade. De rechtbank heeft de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van €52.130,00 aan materiële schade. De benadeelde partij is niet-ontvankelijk verklaard in de overige gevorderde materiële schade. De door de benadeelde partij gevorderde immateriële schade is door de rechtbank geheel afgewezen. In hoger beroep heeft de benadeelde partij zich opnieuw gevoegd en haar vordering naar beneden bijgesteld tot een bedrag van €160.392,55 aan materiële schade. De overige in eerste aanleg gevorderde materiële schade is door de benadeelde partij in hoger beroep niet meer gehandhaafd. De gevorderde materiële schade van de benadeelde partij bestaat uit de volgende posten: gestolen horloges niet vergoed, incl. eigen risico € 49.630,00 eigen risico restauratieschade pand € 2.500,00 omzetderving € 100.000,00 servicekosten horloges € 8.262,55 Met betrekking tot de gestelde immateriële schade ontbreekt in de brief van de benadeelde partij waarin deze de vordering in hoger beroep (naar beneden) bijstelt een bedrag. Op het verzoek aan de benadeelde partij om de vordering op dit punt aan te vullen is niet meer gereageerd. Het hof gaat er daarom van uit dat dit deel van de vordering niet meer wordt gehandhaafd. Standpunt van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het door de rechtbank toegewezen bedrag van €52.130,00 moet worden aangevuld met de servicekosten die de benadeelde partij heeft gemaakt voor de horloges ten bedrage van €8.262,55. Het totaal toe te wijzen bedrag komt daarmee uit op €60.392,55, Standpunt van de verdediging De raadsvrouw van de verdachte heeft primair verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in verband met de door haar bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de gevorderde omzetderving en in de onder horloges 17, 18 en 19 gevorderde servicekosten. Ten aanzien van de onder horloges 11 en 14 gevorderde servicekosten moet het in de toelichting daarop vermelde lagere bedrag worden toegewezen. Oordeel van het hof Toegewezen schade Het hof is van oordeel dat de verdachte met het bewezenverklaarde handelen rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. Voor zover de vordering is betwist (zoals hiervoor is weergegeven), volgt het hof daarin de raadsvrouw. Dit betekent dat na te noemen schadebedragen door de verdediging niet zijn betwist en voor toewijzing gereed liggen nu het hof de vordering in zoverre ook niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt. Het hof zal de gevorderde materiële schade toewijzen tot een bedrag van €59.178,60. De toegewezen schade bestaat uit: gestolen horloges niet vergoed € 49.630,00 eigen risico restauratieschade pand € 2.500,00 servicekosten horloges € 7.048,60 Het hof zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren met betrekking tot de gevorderde omzetderving. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat het aannemelijk is dat de benadeelde partij door (de nasleep van) de inbraak omzet is misgelopen en minder wist heeft gemaakt, maar dat de vordering – ook in hoger beroep – onvoldoende is onderbouwd om toe te wijzen. Het hof neemt daarbij ook in aanmerking dat de periode waarin de verdachte omzet is misgelopen en minder winst heeft gemaakt plaatsvond in de periode van de corona pandemie. Gelet op het gebrek aan onderbouwing en die omstandigheid is het hof van oordeel dat het maken van een reële schatting door het hof van door de inbraak gederfde omzet zonder nadere gegevens onmogelijk is en aanvulling op dat punt in deze fase van het geding een onevenredige belasting van het strafproces zou opleveren. Ten aanzien van de servicekosten die zijn gemaakt voor de horloges zal het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren ten aanzien van de onder horloges 17, 18 en 19 gevorderde servicekosten ten bedrage van €57,50, €225,00 en €573,00. Deze servicekosten zijn onvoldoende onderbouwd, omdat de aan deze horloges in het overzicht gekoppelde nummers niet overeenkomen met de nummers op de facturen die bij deze horloges zouden horen. Ten aanzien van de onder horloges 11 en 14 gevorderde servicekosten zal het hof deze kosten toewijzen tot de in de vordering in het rood opgenomen lagere bedragen van €55,00 en €173,55 en de benadeelde partij in de vordering op dat punt voor het overige niet-ontvankelijk verklaren, omdat zonder nadere toelichting niet duidelijk is waarom de eveneens opgenomen hogere bedragen de juiste zouden zijn en aanvulling op dat punt in deze fase van het geding een onevenredige belasting van het strafproces zou opleveren. Wettelijke rente De verdachte is vanaf 15 februari 2021 wettelijke rente verschuldigd over het toegewezen bedrag van €2.500,00 voor het eigen risico dat de verdachte heeft betaald aan de verzekering ter zake van de restauratie van het pand. Het hof zoekt bij het bepalen van die datum aansluiting bij de betaaldatum van de desbetreffende factuur. De verdachte is vanaf 8 juni 2022 wettelijke rente verschuldigd over het toegewezen bedrag van €1.500,00 voor het eigen risico dat de verdachte heeft betaald aan de verzekering ter zake van de gestolen horloges. Het hof zoekt bij het bepalen van die datum aansluiting bij de betaaldatum van de van de desbetreffende factuur. Voor de overige toegewezen bedragen (€48.130,00 en € 7.048,60) wordt de wettelijke rente toegewezen vanaf 22 oktober 2020, de dag waarop de inbraak heeft plaatsgevonden. Hoofdelijkheid Het hof zal bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd. Proceskosten Daarnaast dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden begroot op nihil. Schadevergoedingsmaatregel Het hof ziet als gevolg van verdachtes bewezenverklaarde handelen (inbraak in vereniging) aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f Sr op te leggen. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36f en 311 van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden . Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van € 59.178,60 (negenenvijftigduizend honderdachtenzeventig euro en zestig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening . Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij] , ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 59.178,60 (negenenvijftigduizend honderdachtenzeventig euro en zestig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 255 (tweehonderdvijfenvijftig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op - 22 oktober 2020 over een bedrag van € 48.130,00 ter zake van bedrag gestolen horloges niet vergoed door verzekering - 22 oktober 2020 over een bedrag van € 7.048,60 ter zake van servicekosten horloges - 15 februari 2021 over een bedrag van € 2.500,00 ter zake van eigen risico restauratie pand - 8 juni 2022 over een bedrag van € 1.500,00 ter zake van eigen risico gestolen horloges. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. T. de Bont, mr. M.F.J.M. de Werd en mr. D.A.C. Koster, in tegenwoordigheid van mr. M.E. de Waard, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 7 september 2026. Bijlage – bewijsmiddelen De hierna vermelde bewijsmiddelen, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef, onder 5° Sv betreft, zijn telkens slechts gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen . 1. Een proces-verbaal van aangifte van 23 oktober 2020, met bijlagen, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar (doorgenummerde pag. 01 tot en met 14). Dit proces-verbaal houdt onder meer in als de op 23 oktober 2020 door aangever [aangever 2] afgelegde verklaring: [aangever 2] deed aangifte namens [benadeelde partij] , [adres 2] Ik ben eigenaar en houder van het bedrijf [benadeelde partij] . Op 22 oktober 2020 omstreeks 05.00 uur werd ik gebeld door de alarmcentrale van Securitas dat er een inbraak geweest was. Ik ben toen meteen ter plaatse gegaan. Ik zag dat er voor de entree van de zaak een grote betonnen "stormram" lag. Ik zag dat het zijraam van het voorportaal van de deur, aan de onderkant geforceerd was. Ik zag dat het op een zodanige hoogte was, dat raam voor een groot deel ontzet was. Het raam was voorzien van inbraak werend glas met daarachter een lexaan laag. Ik zag dat dat helemaal geforceerd was. Het betrof het raam aan de rechterzijde, als je voor het pand staat. Ik zag dat de onbekende daders de ruiten van de vitrines hadden ingeslagen. Ik zag ook dat er een metalen "staaf', op de grond lag. Ik zag dat de afgesloten kasten waren opengebroken. Ik zag dat alle vitrines waren leeggehaald. Ik zag dat de horloges welke in het voorste deel van de winkel lagen, in deze vitrines, waren weggenomen. Er zijn horloges weggenomen van het merk Rolex, Cartier en Patek Philippe. Ik heb later de camerabeelden bekeken en ik zag dat de onbekende daders zich beperkten tot de voorzijde van de winkel, met de kasten en de vitrines. Ik zag op de beelden twee daders. Bijlage goederen [het hof begrijpt: de gestolen horloges]. 1. Goednummer: PL1300-2020222740-5985591 Object: horloge Merk/type: Rolex Submariner 2. Goednummer: PL1300-2020222740-5985593 Object: horloge Merk/type: Rolex Submariner 3. Goednummer: PL1300-2020222740-5985594 Object: horloge Merk/type: Rolex Submariner 4. Goednummer: PL1300-2020222740-5985595 Object: horloge Merk/type: Rolex Day Date 5. Goednummer: PL1300-2020222740-5985596 Object: horloge Merk/type: Rolex Submariner 6. Goednummer: PL1300-2020222740-5985597 Object: horloge Merk/type: Rolex Submariner 7. Goednummer: PL1300-2020222740-5985598 Object: horloge Merk/type: Rolex Date 8. Goednummer: PL1300-2020222740-5985599 Object: horloge Merk/type: Rolex Date 9. Goednummer: PL1300-2020222740-5985600 Object: horloge Merk/type: Rolex Air ·King 10. Goednummer: PL1300-2020222740-5985601 Object: horloge Merk/type: Rolex Date 11. Goednummer: PL1300-2020222740-5985603 Object: horloge Merk/type: Rolex Datejust 12. Goednummer: PL1300-2020222740-5985614 Object: horloge Merk/type: Rolex Day Date 13. Goednummer: PL1300-2020222740-5985615 Object: horloge Merk/type: Rolex Day Date 14. Goednummer: PL1300-2020222740-5985616 Object: horloge Merk/type: Rolex Day Date 15. Goednummer: PL1300-2020222740-5985618 Object: horloge Merk/type: Rolex Day Date 16. Goednummer: PL1300-2020222740-5985619 Object: horloge Merk/type: Rolex Day Date 17. Goednummer: PL1300-2020222740-5985620 Object: horloge Merk/type: Rolex Datejust 18. Goednummer: PL1300-2020222740-5985621 Object: horloge Merk/type: Rolex Datejust 19. Goednummer: PL1300-2020222740-5985623 Object: horloge Merk/type: Rolex Daytona 20. Goednummer: PL1300-2020222740-5985624 Object: horloge Merk/type: Rolex Daytona 21. Goednummer: PL1300-2020222740-5985625 Object: horloge Merk/type: Rolex Daytona 22. Goednummer: PL1300-2020222740-5985628 Object: horloge Merk/type: Rolex Daytona 23. Goednummer: PL1300-2020222740-5985631 Object: horloge Merk/type: Rolex Gmt Master 24. Goednummer: PL1300-2020222740-5985633 Object: horloge Merk/type: Rolex Gmt Master 25. Goednummer: PL1300-2020222740-5985634 Object: horloge Merk/type: Rolex Yacht Master 26. Goednummer: PL1300-2020222740-5985635 Object: horloge Merk/type: Rolex Yacht Master 27. Goednummer: PL1300-2020222740-5985638 Object: horloge Merk/type: Rolex Yacht Master 28. Goednummer: PL1300-2020222740-5985640 Object: horloge Merk/type: Rolex Submariner 29. Goednummer: PL1300-2020222740-5985642 Object: horloge Merk/type: Rolex Submariner 30. Goednummer: PL1300-2020222740-5985646 Object: horloge Merk/type: Rolex Oyster 31. Goednummer: PL1300-2020222740-5985647 Object: horloge Merk/type: Rolex Oyster 32. Goednummer: PL1300-2020222740-5985652 Object: horloge Merk/type: Rolex Datejust 33. Goednummer: PL1300-2020222740-5985653 Object: horloge Merk/type: Rolex Datejust 34. Goednummer: PL1300-2020222740-5985656 Object: horloge Merk/type: Cartier Santos 35. Goednummer: PL1300-2020222740-5985658 Object: horloge Merk/type: Cartier Tank Chinoise 36. Goednummer: PL1300-2020222740-5985659 Object: horloge Merk/type: Cartier Baignoire 37. Goednummer: PL1300-2020222740-5985662 Object: horloge Merk/type: Cartier Tonneau 38. Goednummer: PL1300-2020222740-5985663 Object: horloge Merk/type: Cartier Tank Mini 39. Goednummer: PL1300-2020222740-5985665 Object: horloge Merk/type: Cartier Tonneau 40. Goednummer: PL1300-2020222740-5985667 Object: horloge Merk/type: Cartier Baignoire 41. Goednummer: PL1300-2020222740-5985672 Object: horloge Merk/type: Patek Philippe Gobbi Milano 42. Goednummer: PL1300-2020222740-5985674 Object: horloge Merk/type: Patek Philippe Annual Calendar 2. Een proces-verbaal forensisch onderzoek van 23 oktober 2020, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar (doorgenummerde pag. 22 en 23). Dit proces-verbaal houdt onder meer in: Op 22 oktober 2020 om 10:00 uur kwam ik, naar aanleiding van een gekwalificeerde diefstal uit winkel, voor een forensisch onderzoek aan op de locatie [adres 2] . Ik zag, dat bij twee glazen vitrinekasten, nabij de handgrepen van deze kasten bloed was. Ik zag op het glas van de 2e vitrinekast, gezien vanaf de ingang van de horlogerie, naast de handgreep bloed. Spoornummer: PL1300-2020222740- [nummer 3] , SIN: [nummer 1] 3. Een proces-verbaal van 27 oktober 2020, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, met stills als bijlagen (doorgenummerde pag. 46 tot en met 64). Dit proces-verbaal houdt onder meer in, voor zover van belang: Op donderdag 22 oktober 2020 tussen 04:55 en 05:00 werd in de horlogewinkel [benadeelde partij] op de [adres 2] een inbraak gepleegd. Er bestaan camerabeelden van dit incident. Van de camerabeelden heb ik, verbalisant, zogenaamde "STILLS" gemaakt. Ik, verbalisant, heb de stills genummerd van 1 t/m 29, uitgeprint en bij dit proces-verbaal gevoegd. Ik, verbalisant, verwijs hieronder in mijn waarnemingen naar de respectievelijke stills. Beelden CH4 – winkel links voor - Opvallend aan NN2 is dat hij dezelfde opvallende grote rugtas om heeft welke te zien is bij de daadwerkelijke inbraak. Beelden CH1 – winkel rechts voor NN1 en NN2 fietsen meermaals langs het gebouw. NN2 verdwijnt uit beeld en NN1 stapt af. Het lijkt erop dat ze net buiten beeld hun fiets parkeren. Om 04:57:09 zie je NN1 onder in beeld komen. Dat is bij de ingang van de winkel. Hij blijft daar kort staan en loopt weer terug. Om 04:57:50 komen NNI en NN2 in beeld bij de voorzijde van de winkel. Ik zag dat beide verdachte gelijk naar voren en achter bewogen. Op dit moment hebben ze de voorruit ingeramd. Om 05:00:12 verlaten NN1 en NN2 de winkel (STILL18). Ze lopen rustig weg de Wijde Heisteeg in en verdwijnen uit beeld. Beelden CH3 - sluis Ik, verbalisant, zag dat om 04:57:50 de gordijnen begonnen te bewegen en zag dat de ruit daarachter barste. Om 04:58:21 zag ik dat NN1 als eerste naar binnen kwam(STILL19). NN2 komt even later binnen (STILL20). NN1 en NN2 hebben beide hun gezicht bedenkt. NN1 heeft een vest met een capuchon en daaronder een pet op en iets voor zijn mond en NN2 lijkt wel een shirt om zijn hooft te hebben. Ook draagt hij lederen jas en een opvallende grote rugtas. Ik zag dat de vitrines werden geopend. Ik zag dat NN1 de rugtas van NN2 van zijn rug haalde (STILL21). Ik zag dat NN2 bezig was bij de vitrines onder de camera (STILL22). Ik zag dat NN2 vervolgens naar de vitrines aan de andere zijde van de winkel liep en deze opende en de spullen die daarin stonden in zijn rugtas stopte (STILL23). Ik zag dat NN2 ook weer naar de vitrines ging welke onder de camera stonden en samen met NN1 daar iets aan het doen waren. Om 05:00:05 gingen NN1 en NN2 weer door de kapotte ruit weer naar buiten. Beelden CH2 - winkel/sluis - Je ziet NNl en NN2 beide de goederen uit de vitrines haalde (STILL24). Beelden CH9 – baliecamera - Vanuit deze hoek zie je dat NN1 binnen komt en zijn rugtas om zijn buik doet en vervolgens de vitrine opende om daar goederen uit te halen en deze in zijn rugtas te doen (STILL26) Ook zie je dat NN2 vervolgens binnen komt met in zijn linker hand een ijzeren pijp (STILL27). Met deze pijp slaat hij direct de eerste vitrine in. Het lijkt erop dat hij daarna nog een vitrine in slaat. Vervolgens gaat NN1 naar NN2 en ruilt hij de rugtas. 4. Een proces-verbaal van 10 november 2020, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, met stills als bijlagen (doorgenummerde pag. 70 tot en met 72). Dit proces-verbaal houdt onder meer in, voor zover van belang: Ik, verbalisant, zag op camerabeelden, om 04:49:58 NN1 en NN2 samen aan komen fietsen. Ik zag dat NN1 voorop fietsen gevolgd door NN2 (STILL1). Om 04:55:00 zag ik een man uit de [straat 1] komen. Ik zag dat hij op het hoekje met de [straat 2] ging staan. Ik zag dat hij vervolgens weer teug de steeg in stapte. Ik zag dat er kort daarna een schaduw uit de steeg zichtbaar was. Ik zag dat er om 04:56:12 twee schaduwen zichtbaar waren van uit de [straat 1] . Ik zag dat NN1 om 04:57:01 uit de [straat 1] kwam lopen. Ik zag dat hij richting [benadeelde partij] liep. Ik zag dat hij in zijn rechter hand een soort van staaf vast hield en in zijn linker hand een dikkere buis (STILL2). Ik zag dat hij beide voorwerpen voor de deur bij [benadeelde partij] neer legde en terug liep in de Richting van de [straat 1] . Ik zag dat hij de [straat 1] ook in liep. Ik zag dat om 04:57:40 NN1 en NN2 samen met de betonnen balk de steeg uit liepen (STILL3). Ik zag dat NN1 de balk voor vast hield en NN2 de achterkant. Ik zag dat zij met deze balk richting de ingang van [benadeelde partij] liepen. Ik zag dat zij bij de ingang stopte en en vrijwel direct met deze balk de de ruit in ramde. Ik zag dat ze maar liefst 14 keer de balk heen en weer ramde. Ik zag dat ze vervolgens de balk neerlegde en uit beeld verdwenen de [benadeelde partij] in. 5. Een proces-verbaal van 1 maart 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar (doorgenummerde pag. 109 en 110). Dit proces-verbaal houdt onder meer in, voor zover van belang: Op donderdag 22 oktober 2020 heeft er een inbraak plaatsgevonden bij het bedrijf/horlogerie " [benadeelde partij] " gevestigd. [adres 2] . Op donderdag 22 oktober 2020 is er door collega P. Kroon van de afdeling Forensische opsporing een onderzoek ingesteld op het adres [adres 2] . Bij het ingestelde onderzoek zijn sporen veiliggesteld. De sporen zijn vastgelegd onder de nummers: - SIN [nummer 2] (bloed) spoornummer [nummer 3] bemonstering 2e vitrinekast, Nederlandse DNA-profielen worden ook vergeleken met een aantal buitenlandse DNA-databanken. Hierbij zijn matches gevonden tussen een DNA-profiel van een spoor uit Nederland, één van een persoon afkomstig DNA-profiel uit Oostenrijk en één van een spoor afkomstig DNA-profiel uit Duistsland. De matchkans van de bij de match betrokken DNA-kenmerken is kleiner dan één op één miljard. De code van het DNA-profiel uit Oostenrijk is: [nummer 4] De code van het DNA-profiel uit Nederland is [nummer 2] . Met behulp van de codes zijn middels een internationaal rechtshulpverzoek de bij de DNA-Profiel behorende gegevens opgevraagd zowel in Duitsland als ook in Oostenrijk. Ontvangen antwoord DNA bevraging Oostenrijk: Uit het antwoord ontvangen bij het Europees Onderzoek Bevel bleek dat het DNA profiel uit Oostenrijk voorzien van het nummer: [nummer 4] gekoppeld was aan de onderstaande persoonsgegevens: [verdachte] geboren op [geboortedag] -1985 geboren te [geboorteland] . 6. Een ander geschrift, te weten schermafdrukken van een berichtenwisseling via Instagram tussen de verdachte en het slachtoffer. Het hof neemt waar dat op de onderstaande afbeeldingen een roze panter (‘Pink Panther’) zichtbaar is die horloges steelt en een foto van de winkel [benadeelde partij] . ========================================================================= […]