Skip to content
Case Law · Rechtbank Amsterdam ·ECLI:NL:RBAMS:2026:6382 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Amsterdam, 23-06-2026 (13-050664-26)

Rechtbank Amsterdam
Summary

Vervolgings-EAB uit Polen. Na tussenuitspraak om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen drie door de rechtbank geformuleerde vragen ten aanzien van de uitvaardiging van het EAB en het NAB aan de Poolse uitvaardigende justitiële autoriteit te stellen. Naar het oordeel van de rechtbank is met deze informatie de onduidelijkheid over de data van uitvaardiging van het NAB en het EAB weggenomen. Uit de informatie volgt dat het EAB een verschrijving bevat en dat het NAB voor het EAB is uitgevaardigd. Overlevering toestaan.

Full text

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-050664-26 Datum uitspraak: 23 juni 2026 UITSPRAAK op de vordering van 24 februari 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 8 januari 2025 door the Regional Court in Elbląg, II Criminal Division , Polen, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon] geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1988, uit anderen hoofde gedetineerd in de [P.I.] ), hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang Zitting 16 april 2026 De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 16 april 2026, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. S.M. Hof, waarnemend voor mr. R. Malewicz, beiden advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal. De behandeling van de zaak is aangehouden voor bepaalde tijd tot de zitting van 7 mei 2026 om de antwoorden van de uitvaardigende justitiële autoriteit af te wachten over de Poolse detentieomstandigheden in het remand regime in the Bialystok Detention Center. Zitting 7 mei 2026 De behandeling van het EAB is – met instemming van partijen – in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 7 mei 2026 in aanwezigheid van mr. J.I.P. Hofstee, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S.M. Hof die de zaak van mr. R. Malewicz heeft overgenomen, en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen. Tussenuitspraak van 13 mei 2026 Bij deze tussenuitspraak heeft de rechtbank het onderzoek heropend om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen drie door de rechtbank geformuleerde vragen ten aanzien van de uitvaardiging van het EAB en het nationaal aanhoudingsbevel (hierna: NAB) aan de Poolse uitvaardigende justitiële autoriteit te stellen. De zitting van 9 juni 2026 De behandeling van het EAB is – met instemming van partijen – in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 9 juni 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. A.C.M. van Dijk, die waarneemt voor mr. S.M. Hof, beiden advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3 Tussenuitspraak De rechtbank stelt vast dat in de tussenuitspraak van 13 mei 2026 is geoordeeld over de (dubbele) strafbaarheid van de feiten, artikel 11 OLW in combinatie met artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU en de detentieomstandigheden in the remand regime in the Bialystok Detention Center . Wat de rechtbank daarover heeft overwogen en geoordeeld moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. De raadsvrouw heeft op de zitting van 9 juni 2026, samengevat, aangevoerd dat zij over de detentieomstandigheden als bedoeld in artikel 11 OLW een andere lezing heeft van aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteiten van 14 en 29 april 2026 dan de rechtbank blijkens haar tussenuitspraak van 13 mei 2026. Volgens de raadsvrouw wordt de juistheid van de lezing van de verdediging bevestigd door de aanvullende informatie van de justitiële autoriteiten van 12 mei 2026. De rechtbank heeft in de tussenuitspraak van 13 mei 2026, zoals hiervoor overwogen, al geoordeeld over de detentieomstandigheden. Naar het oordeel van de rechtbank bevat de aanvullende informatie van 12 mei 2026 geen nieuwe informatie ten opzichte van de informatie over de detentieomstandigheden van 29 april 2026. Nu die informatie door de rechtbank deel uitmaakt van de betreffende overwegingen in de tussenuitspraak en heeft geleid tot het oordeel zoals opgenomen in die tussenuitspraak ziet de rechtbank geen aanleiding om de detentieomstandigheden opnieuw te beoordelen. De rechtbank zal dan ook geen acht meer kunnen slaan op het terzake opgeworpen verweer. 4 Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een NAB te weten: de beslissing van the District Court in Białystok regarding temporary arrest for 30 days from date of detention van 6 juni 2025, met kenmerk III Kp 1301/25. De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Pools recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. 4.1. Genoegzaamheid Inleiding De rechtbank verwijst allereerst naar haar overwegingen onder punt 3.1 van de tussenuitspraak van 13 mei 2026. Die overwegingen moeten hier als herhaald en ingelast worden beschouwd. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank de volgende vragen geformuleerd: In onderdeel B van het EAB wordt verwezen naar een “ decision of 06 June 2025 by the District Court in Białystok regarding temporary arrest for 30 days from date of detention”, met kenmerk III Kp 1301/25. Uit onderdeel K volgt dat het EAB op 8 januari 2025 is uitgevaardigd. Dit zou betekenen dat in het EAB melding wordt gemaakt van een nog niet uitgevaardigd NAB omdat de datum daarvan later ligt dan het EAB. Kloppen de data van de uitvaardiging van het EAB en het NAB? Zo nee, op welke data zijn het EAB en het NAB wel uitgevaardigd? Zo ja, is op enig ander moment voorafgaand aan de uitvaardiging van het EAB sprake geweest van een nationaal aanhoudingsbevel? Zo ja, op welke datum is dat nationaal aanhoudingsbevel uitgevaardigd en door welke (rechterlijke) autoriteit? Het standpunt van de raadsvrouw en de officier van justitie De raadsvrouw en de officier van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat de onduidelijkheid rondom de uitvaardigingsdatum van het EAB en het NAB met de door de uitvaardigende justitiële autoriteit verstrekte informatie is opgehelderd. Het oordeel van de rechtbank In de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 21 mei 2026 staat het volgende: “I hereby inform you that a European Arrest Warrant was issued on January 8, 2026, while a national arrest warrant was issued on June 6, 2025.” Naar het oordeel van de rechtbank is met deze informatie de onduidelijkheid over de data van uitvaardiging van het NAB en het EAB weggenomen. Uit de informatie volgt dat het EAB een verschrijving bevat en dat het NAB voor het EAB is uitgevaardigd. 5 Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe. 6 Toepasselijke wetsartikelen Artikel 140 Wetboek van Strafrecht, de artikelen 3 en 11 Opiumwet en 2, 5 en 7 OLW. 7 Beslissing STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan the Regional Court in Elbląg, II Criminal Division , Polen, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. C. Klomp, voorzitter, mrs. L. Sanders en C.M.S. Loven, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 23 juni 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. ÁG113126092573tÈ G113126092573 Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. ECLI:NL:RBAMS:2026:4685. Zie onderdeel e) van het EAB.