# Rechtbank Midden-Nederland, 10-06-2026 (12054114 MC EXPL 26-179)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Midden-Nederland
- Identifier: ECLI:NL:RBMNE:2026:3577
- Date: 2026-06-10
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBMNE%3A2026%3A3577
- Canonical: https://overview.legal/posts/354098

## Summary

Boete wegens geen geldig vervoersbewijs. Gedaagde voert verweer dat hij niet de persoon in de trein was. De kantonrechter wijst de ritprijs en wettelijke verhoging toe. De administratiekosten worden afgewezen.

## Full text

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Almere Zaaknummer: 12054114 \ MC EXPL 26-179/51246/68749 Vonnis van 10 juni 2026 in de zaak van NS REIZIGERS B.V. , gevestigd in Utrecht, eisende partij, hierna te noemen: NS Reizigers, gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders Groningen, tegen [gedaagde] , wonend in [plaats 1] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 13 januari 2026; - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek met 3 producties; - de conclusie van dupliek. 1.2 Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De kern van de zaak 2.1 NS Reizigers stelt dat [gedaagde] tijdens een treinrit van Den Haag Centraal naar Haarlem geen geldig vervoerbewijs had. NS Reizigers vordert de ritprijs van € 10,40, de wettelijke verhoging van € 50,00 en de administratiekosten van € 15,00. [gedaagde] is het niet eens met de vordering en voert aan dat hij niet de persoon in de trein was. De kantonrechter geeft NS Reizigers grotendeels gelijk. [gedaagde] moet in totaal € 60,40 aan NS Reizigers betalen. 3 De beoordeling 3.1 NS Reizigers stelt dat een van haar medewerkers tijdens de treinrit op [2025] heeft vastgesteld dat [gedaagde] zonder geldig vervoersbewijs reisde. Daarmee heeft [gedaagde] volgens NS Reizigers niet voldaan aan de verplichtingen uit het Besluit Personenvervoer 2000 en heeft hij de Wet op Personenvervoer 2000 overtreden. Op de identiteitskaart die is getoond stonden de persoonsgegevens van [gedaagde] en [gedaagde] kwam overeen met de persoon op de foto van de identiteitskaart. 3.2 [gedaagde] betwist dat hij op [2025] met de trein heeft gereisd. [gedaagde] zegt dat hij al jaren niet meer met de trein gaat en dat hij die dag aan het werk was in Purmerend. [gedaagde] beweert dat hij altijd zijn eigen legitimatie bij zich draagt en dat het door NS Reizigers opgegeven identiteitsnummer die op de aanmaningsbrief staat niet klopt. [gedaagde] zegt dat hij deze in [.] 2024 als vermist heeft opgegeven. [gedaagde] voert verder aan dat hij al vaker aanmaningen van NS Reizigers heeft ontvangen, terwijl hij nooit in de trein heeft gezeten zonder treinkaartje. [gedaagde] zegt dat hij voorgaande keren betaald heeft om van de vordering af te zijn. [gedaagde] is terecht aangesproken in deze kwestie 3.3 De kantonrechter gaat niet in het verweer van [gedaagde] mee. [gedaagde] heeft geen bewijsstukken overgelegd waaruit blijkt dat hij die dag in Purmerend aan het werk was. [gedaagde] zegt dat hij dit heeft nagekeken in de planning, maar heeft deze planning niet overgelegd. Dat [gedaagde] een eigen auto en een auto van de zaak heeft, betekent niet dat hij het openbaar vervoer niet kan hebben gebruikt. Dat [gedaagde] zijn oude identiteitskaart in [.] 2024 als vermist heeft opgegeven, blijkt ook nergens uit. Zo heeft [gedaagde] geen bewijs van aangifte van de vermissing overlegd. [gedaagde] stelt zich op het standpunt dat hij nooit met de trein reist, maar dit is zonder enige onderbouwing niet voldoende. Kortom, er zijn geen aanknopingspunten die het verhaal van [gedaagde] ondersteunen. 3.4 Daar staat tegenover dat het standpunt van NS Reizigers, namelijk dat de medewerker van NS Reizigers de identiteit van [gedaagde] heeft vastgesteld, door meerdere omstandigheden wordt ondersteund. Na de verificatie van [gedaagde] heeft de medewerker uitstel van betaling aan hem verleend. [gedaagde] heeft zijn voormalig adres [adres] in [plaats 2] opgegeven om het betalingsverzoek naartoe te zenden. NS Reizigers voert daarbij aan dat [gedaagde] op [2024] één keer eerder zwart heeft gereden met hetzelfde identiteitsnummer. Toen heeft [gedaagde] óók dit woonadres in [plaats 2] opgegeven en nagelaten om te betalen. NS Reizigers stelt dat zij die vordering toen niet heeft geïnd en de zaak heeft gesloten. [gedaagde] beweert daarentegen dat hij meerdere aanmaningen heeft ontvangen die hij wél heeft betaald, maar hij heeft dit niet onderbouwd door bijvoorbeeld die aanmaningen en een betalingsbewijs te overleggen. Daarom gaat de kantonrechter ook aan dit standpunt van [gedaagde] voorbij. Hoewel [gedaagde] meent dat hij altijd zijn eigen identiteitsbewijs bij zich draagt, acht de kantonrechter het net als NS Reizigers onaannemelijk dat er tweemaal gefraudeerd is waarbij een eventuele fraudeur kennis zou hebben gehad van het voormalige woonadres van [gedaagde] . 3.5. Nu [gedaagde] zijn verweer op geen enkele manier heeft onderbouwd, oordeelt de kantonrechter dat [gedaagde] onvoldoende gemotiveerd heeft betwist dat hij op [2025] zonder vervoersbewijs heeft gereisd. Dit betekent dat de kantonrechter op basis van de door NS Reizigers gestelde feiten vaststelt dat [gedaagde] op [2025] zonder geldig vervoersbewijs met de trein van station Den Haag Centraal naar station Hilversum is gereisd. [gedaagde] moet de ritprijs en de wettelijke verhoging betalen 3.6. Zoals hierboven toegelicht, heeft [gedaagde] zonder geldig vervoersbewijs gereisd. [gedaagde] voldeed daarmee niet aan de verplichtingen in het Besluit Personenvervoer 2000 zodat [gedaagde] de Wet op Personenvervoer 2000 heeft overtreden. [gedaagde] is de ritprijs van station Den Haag Centraal naar station Hilversum van € 10,40 nog verschuldigd. Op grond van artikel 48 lid 2 van het Besluit Personenvervoer 2000 is [gedaagde] , naast de ritprijs, de wettelijke verhoging van € 50,00 verschuldigd. [gedaagde] hoeft de administratiekosten niet te betalen 3.7. NS Reizigers vordert op grond van artikel 48 lid 6 van het Besluit Personenvervoer 2000 de administratiekosten van € 15,00. Volgens dit artikellid is [gedaagde] de administratiekosten van € 15,00 pas verschuldigd als hij eerst de gelegenheid heeft gekregen om de opgelegde boete – kosteloos – binnen veertien dagen aan NS Reizigers te betalen. NS Reizigers heeft haar stellingen echter niet onderbouwd door het overleggen van afschriften van de brieven waarin [gedaagde] kosteloos is aangemaand tot betaling, zodat de kantonrechter niet kan beoordelen of zij aan de wettelijke vereisten heeft voldaan. De kantonrechter zal daarom de gevorderde administratiekosten van € 15,00 als niet onderbouwd afwijzen. [gedaagde] moet de wettelijke rente betalen 3.8. [gedaagde] is te laat met het betalen van de ritprijs en de wettelijke verhoging van € 60,40. [gedaagde] is daarom de wettelijke rente over deze kosten verschuldigd. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding – 13 januari 2026 – tot de dag van volledige betaling. [gedaagde] moet de proceskosten betalen 3.9. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van NS Reizigers worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 120,78 - griffierecht € 350,00 - salaris gemachtigde € 80,00 (2 punten × € 40,00) - nakosten € 20,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 570,78 4 De beslissing De kantonrechter: 4.1 veroordeelt [gedaagde] om aan NS Reizigers te betalen een bedrag van € 60,40, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 13 januari 2026, tot de dag van volledige betaling, 4.2 veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 570,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 4.3 verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 4.4. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/354098 · 2026-09-17
