Skip to content
Case Law · Rechtbank Rotterdam ·ECLI:NL:RBROT:2026:12496 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Rotterdam, 15-09-2026 (83-085695-25)

Rechtbank Rotterdam
Summary

Op 8 februari 2024 vond een arbeidsongeval plaats waarbij een werknemer van de verdachte rechtspersoon is overleden. Tijdens het afkoppelen en aansluitend het naar beneden hijsen van de betonslang is de funderingsmachine gekanteld, waardoor het slachtoffer, die boven op deze funderingsmachine stond, vanaf grote hoogte op de grond is gevallen. De verdachte rechtspersoon wordt veroordeeld voor het overtreden van de Arbeidsomstandighedenwet en dood door schuld tot een geldboete van € 100.000,- waarvan € 30.000,- voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Full text

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam Meervoudige economische kamer strafzaken Parketnummer: 83-085695-25 Datum uitspraak: 15 september 2026 Datum zitting: 1 september 2026 Tegenspraak Verdachte rechtspersoon: [verdachte rechtspersoon], gevestigd op de [adres 1], [postcode] te [plaatsnaam], in deze procedure vertegenwoordigd door [naam 1]. Advocaat van de verdachte rechtspersoon: mr. T. van der Goot Officier van justitie: mr. J.A. Bekke Advocaat van de nabestaanden: mr. N.J. Hoogenboom Kern van het vonnis Op 8 februari 2024 vond een arbeidsongeval plaats waarbij een werknemer van de verdachte rechtspersoon is overleden. Tijdens het afkoppelen en aansluitend het naar beneden hijsen van de betonslang is de funderingsmachine gekanteld, waardoor het slachtoffer, die boven op deze funderingsmachine stond, vanaf grote hoogte op de grond is gevallen. De verdachte rechtspersoon wordt veroordeeld voor het overtreden van de Arbeidsomstandighedenwet en dood door schuld tot een geldboete van € 100.000,- waarvan € 30.000,- voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. 1 Tenlastelegging De officier van justitie beschuldigt de verdachte rechtspersoon ervan dat zij – kort gezegd – de Arbeidsomstandighedenwet heeft overtreden als gevolg waarvan levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van haar werknemer ontstond en dat zij schuldig is aan de dood van haar werknemer [slachtoffer] Haaker. De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat 1. zij, op of omstreeks 8 februari 2024 te Rotterdam, gemeente Rotterdam, althans in Nederland, als werkgever, al dan niet opzettelijk, handelingen heeft verricht en/of nagelaten in strijd met de Arbeidsomstandighedenwet en/of de daarop rustende bepalingen, terwijl daardoor, naar zij wist of redelijkerwijs moest weten, levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van een of meer werknemers, te weten [slachtoffer], ontstond of te verwachten was, immers heeft verdachte toen en daar op een arbeidsplaats gelegen aan de [adres 2], (een) handeling(en) verricht en/of nagelaten in strijd met de Arbeidsomstandighedenwet en/of de daarop berustende bepalingen, immers heeft zij bij het werken met een funderingsmachine, - in strijd met artikel 3 lid 1 van de Arbeidsomstandighedenwet niet gezorgd voor de veiligheid en/of de gezondheid van genoemde werknemer inzake alle met de arbeid verbonden aspecten en daartoe niet een beleid gevoerd dat is gericht op zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden en daarbij niet, gelet op de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening, de arbeid zodanig georganiseerd dat daarvan geen nadelige invloed uitging op de veiligheid en gezondheid van genoemde werknemer, aangezien die funderingsmachine niet conform de door de fabrikant opgestelde gebruikershandleiding (hydraulische funderingsmachine 90DR, p. 284 e.v.) en de bijbehorende capaciteitstabellen (Hei-/vibrotabellen 090DR0122, p. 408 e.v.) werd gebruikt en/of, - in strijd met artikel 5 lid 1 Arbeidsomstandighedenwet bij het voeren van een arbeidsomstandighedenbeleid in een inventarisatie en evaluatie niet schriftelijk vastgelegd welke risico’s het werken met een funderingsmachine met zich meebrengen bij het aan- en afkoppelen van de betonslang en/of het hijsen van die betonslang en/of, - in strijd met artikel 8 lid 1 van de Arbeidsomstandighedenwet nagelaten ervoor te zorgen dat haar werknemers doeltreffend werden ingelicht over de te verrichten werkzaamheden, te weten - zakelijk weergegeven - het met (behulp van) een funderingsmachine aan- en afkoppelen van een betonslang en/of het hijsen van een betonslang en de daaraan verbonden risico’s, alsmede over de maatregelen die erop gericht zijn (waren) deze risico’s te voorkomen of te beperken en/of, - in strijd met artikel 8 lid 4 van de Arbeidsomstandighedenwet nagelaten toe te zien op de naleving van de instructies en voorschriften gericht op het voorkomen of beperken van de in artikel 8 lid 1 van de Arbeidsomstandighedenwet genoemde risico’s, immers had verdachte nagelaten erop toe te zien dat het gebruikte arbeidsmiddel (de funderingsmachine) op de juiste (voorgeschreven) wijze werd gebruikt en/of, - in strijd met artikel 7.3 lid 2 Arbeidsomstandighedenbesluit een funderingsmachine, zijnde een arbeidsmiddel dat op die arbeidsplaats ter beschikking werd gesteld, niet uitsluitend gebruikt voor het doel, op de wijze en op de plaats waarvoor deze was bestemd, aangezien de door verdachte ter beschikking gestelde funderingsmachine – zakelijk weergegeven – niet conform de door de fabrikant opgestelde gebruikershandleiding (hydraulische funderingsmachine 90DR, p. 284 e.v.) en de bijbehorende capaciteitstabellen (Hei-/vibro- en boortabellen 090DR0122, p. 408 e.v.) werd gebruikt, waarmee niet werd voorkomen dat het gebruik van dat arbeidsmiddel gevaren voor de veiligheid en gezondheid van die werknemer(s) opleverde; 2. zij, op of omstreeks 8 februari 2024 te Rotterdam, gemeente Rotterdam, althans in Nederland, grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig, onachtzaam, onoplettend en/of nalatig op een arbeidsplaats gelegen aan de [adres 2], [slachtoffer] en/of andere werknemers arbeid, te weten funderingswerkzaamheden, heeft laten verrichten met behulp van een funderingsmachine, terwijl zij, verdachte, - heeft nagelaten ervoor te zorgen dat haar werknemers doeltreffend werden ingelicht over de te verrichten werkzaamheden met betrekking tot het aan- en afkoppelen van de betonslang en het hijsen van de betonslang en/of, - heeft nagelaten in een inventarisatie en evaluatie schriftelijk vast te leggen welke risico’s het werken met een funderingsmachine met zich meebrengen bij het aan- en afkoppelen van de betonslang en/of het hijsen van die betonslang en/of, - niet heeft zorggedragen dat de door de fabrikant van de funderingsmachine verstrekte gebruikershandleiding (hydraulische funderingsmachine 90DR, p. 284 e.v.) en de bijbehorende capaciteitstabellen (Hei-/vibro- en boortabellen 090DR0122, p. 408 e.v.) werden gebruikt, waardoor het aan haar schuld te wijten is dat de funderingsmachine is omgevallen, als gevolg waarvan die Haaker, van (grote) hoogte is gevallen, waardoor die Haaker zodanig letsel, te weten inwendig letsel en/of inwendig bloedverlies, heeft bekomen dat deze aan de gevolgen daarvan is overleden. 2 Bewijs 2.1. Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte rechtspersoon moet worden veroordeeld voor de feiten. 2.2. Conclusie van de verdediging De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken. 2.3. Oordeel van de rechtbank 2.3.1. Bewezenverklaring en bewijsmiddelen Bewezen is dat de verdachte rechtspersoon de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.4. De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering. 1. Schriftelijk stuk KVK-uittreksel [verdachte rechtspersoon] Activiteiten: Heien en andere funderingswerkzaamheden, grondverzet. Funderings- en heibedrijf. 2. Proces-verbaal van de politie Op 8 februari 2024 ontving de Nederlandse Arbeidsinspectie een telefonische melding van een ernstig ongeval. Volgens de melding had er op 8 februari 2024 ter hoogte van de [adres 2] een ongeval plaatsgevonden waarbij een heistelling was omgevallen. In die heistelling zat boven in een bakje met een persoon die geschat 35 meter naar beneden was gevallen. 3. Verklaring vertegenwoordiger van de verdachte rechtspersoon Het ongeval is ontstaan doordat de schuiftafel teveel is uitgeschoven en de makelaarsvoet te ver van de grond was. Er is geen aparte werkinstructie voor het hijsen en aan- en afkoppelen van de betonslang. 4. Deskundigenverslag De ondertekenende, gemeentelijk lijkschouwer en forensisch arts, verklaart er niet van overtuigd te zijn dat de dood van [slachtoffer] ten gevolge van een natuurlijke oorzaak is ingetreden. Gemeente en datum overlijden: Rotterdam, 8 februari 2024 Locatie: Bouwterrein Alb. Plasmanweg Aard en oorzaak overlijden: onnatuurlijk overlijden ten gevolge van inwendige verbloeding in de borstholte na val met bakje van een boorstelling die is omgevallen bij een verplaatsing. 5. Proces-verbaal van de politie Op 8 februari 2024 vond een dodelijk arbeidsongeval plaats op de bouwlocatie gelegen aan de Albert Plesmanweg, hoek Maasdijkweg in Rotterdam. Het ongeval vond plaats bij het afkoppelen en aansluitend het naar beneden hijsen van de betonslang die bevestigd was aan de boormotor van de funderingsmachine. Bij deze werkzaamheden stond de heer [slachtoffer], het slachtoffer, op hoogte in de makelaar, hoogstwaarschijnlijk op de boormotor. Bij het afkoppelen en aansluitend het weghijsen van de betonslang met behulp van de 'kubellier' c.q. hijsjib, is de funderingsmachine gekanteld. Het slachtoffer is daarbij van grote hoogte gevallen en aan de gevolgen daarvan overleden. De voorgeschreven werkwijze in de gebruiksaanwijzing en bijbehorende capaciteitstabel en de werkwijze zoals deze werd uitgevoerd weken van elkaar af. Tijdens het hijsen van de, met beton gevulde, betonslang, was de schuiftafel van de funderingsmachine uitgeschoven op 165 centimeter. In de capaciteitstabel staat opgenomen dat, bij hijswerkzaamheden de schuiftafel van de funderingsmachine volledig ingeschoven moet zijn. Tijdens het hijsen van de, met beton gevulde, betonslang, was de makelaar ingetrokken, hangend, dus niet afgesteund op de ondergrond. In de capaciteitstabel staat opgenomen dat, bij hijswerkzaamheden, de makelaar staand moet zijn. Tijdens de hijswerkzaamheden die kort voor het ongeval werden uitgevoerd met de funderingsmachine, werd de funderingsmachine niet zodanig gebruikt dat het gevaar dat zich een ongewilde gebeurtenis voordoet zoals verschuiven, omvallen, kantelen, getroffen worden door het arbeidsmiddel of onderdelen daarvan, oververhitting, brand, ontploffen, blikseminslag en directe of indirecte aanraking met elektriciteit zoveel mogelijk is voorkomen. 6. Proces-verbaal van de politie Vastgesteld werd dat [slachtoffer] op 20 september 2021 in dienst getreden was en sinds 20 september 2022 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd had met [verdachte rechtspersoon] Op 8 februari 2024, kort voor het ongeval stond [slachtoffer] op de boormotor en was bezig met het afkoppelen van de betonslang. [verdachte rechtspersoon] heeft nagelaten de risico's, die de arbeid met zich meebracht voor werknemers, die zich voordeden bij het aan- en afkoppelen van een betonslang op hoogte, te inventariseren en schriftelijk vast te leggen. [naam bedrijf] beschikte over een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) die dateerde van 20 april 2020. De vertegenwoordiger van de verdachte rechtspersoon wist niet of het aankoppelen van de betonslang in de bestaande product RI&E was opgenomen. De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft geen product RI&E ontvangen. In het document 'Uitvoeringsprocedure DPA palen' zag ik dat bij punt 23 op pagina 5 het volgende stond opgenomen: 23. Einde dag het materieel schoon te maken en te ontdoen van beton. Betonresten en ander afval in daarvoor bestemde containers op te ruimen. Ik zag in het document dat het aan- en afkoppelen en het hijsen van de betonslang niet opgenomen was. Ook het hijsen van een gevulde betonslang was niet opgenomen. Eveneens zag ik dat de daarbij behorende risico's zoals het verplaatsen van het zwaartepunt van de machine, het blijven haken van de betonslang achter de boormotor en/of bijbehorend leuningwerk, niet waren opgenomen. In het document 'Werkinstructie DPA paal 2022-11' zag ik dat het doel van instructie ‘Het instrueren van machinist en heier’ was. Het afkoppelen en het hijsen van de betonslang was niet opgenomen in het document. Eveneens zag ik dat de daarbij behorende risico van omvallen van de funderingsmachine niet was opgenomen in het document. In het document 'TRA DPA en DPA PLUS paal' zag ik dat dit een Taak Risico Analyse betrof. Ik zag dat de werkzaamheden opvolgend werden weergegeven in de tabel van 'Start werkzaamheden' op pagina 1, tot en met het 'Parkeerstand / eindedagstand en 'Reinigen betonmixer, betonpomp en betonslangen' op pagina 5 gevolgd door op pagina 5 en 6: 'algemene risico's die doorlopend aanwezig zijn. Onder het kopje 'Opstellen en bedienen betonpomp op locatie' op pagina 3 zag ik dat de volgende gevaarzettingen waren opgenomen: - 'Ontbreken instructie voor het opstellen van de betonpomp en bevestigen van de betonslang. Schade, letsel. o Reductie maatregel: 'Werkinstructie opstellen voor de uit te voeren werkzaamheden' . - 'Betonslang ondeugdelijk opgehangen aan de boormotor en alle koppelingen niet voorzien van een borging. Schade, letsel.' o Reductie maatregel: 'Betonslang deugdelijk ophangen. Koppelingen voorzien van een borging. Onder het kopje 'Reinigen betonmixer, betonpomp en betonslangen' op pagina 5 zag ik dat de volgende gevaarzettingen waren opgenomen: - 'Ontbreken instructie voor het reinigen van de betonmixer, betonpomp en betonslangen. Instabiliteit, schade, letsel. o Reductie maatregel: 'Werkinstructie opstellen voor de uit te voeren werkzaamheden'. - 'Ondeskundigheid m.b.t. het reinigen van de betonmixer, betonpomp en betonslangen. Instabiliteit, schade, letsel.' o Reductie maatregel: 'Werken met aantoonbaar deskundig personeel, die op de hoogte zijn van de werkinstructies.' In het document zag ik dat niet stond vermeld naar welke werkinstructies werd verwezen. Eveneens zag ik dat het risico 'Omvallen funderingsmachine tijdens het afkoppelen en hijsen van de, met beton gevulde, betonslang niet was opgenomen. Voor het project 'bouw bedrijfsunits op de Albert Plesmanweg hoek Maasdijkweg in Rotterdam', was een Veiligheid- en Gezondheidsplan opgesteld door de opdrachtgever. Aanvullend daarop was een Veiligheid- en Gezondheid-deelplan opgesteld waarin een TRA (Taak Risico Analyse) is opgenomen. De specifieke werkzaamheden ten tijde van het ongeval, het hijsen van de betonslang, staan niet opgenomen in de TRA. 7. Proces-verbaal van de politie Werknemers werden met een presentatie, externe opleidingen en handboeken in het algemeen voorgelicht over de te verrichten werkzaamheden, risico's en maatregelen bij [verdachte rechtspersoon] Specifieke risico's zoals het aan- en afkoppelen van een betonslang op de boormotor werden in deze documenten of presentaties niet besproken. Voor onderricht werd verwezen naar opleidingen zoals de TCVT, werkinstructies, V&G-deelplan en de gebruikshandleiding van de funderingsmachine met de capaciteitstabellen. 8. Relaas [naam 2] bestuurde de funderingsmachine ten tijde van het ongeval. Hij is sinds 2002 machinist op funderingsmachines en werkte sinds 2023 op deze machine. 9. Proces-verbaal van de politie, verklaring [naam 2] Het is niet zo dat wij bij iedere werkzaamheden de capaciteitstabel erbij pakken. In het geval van de werkzaamheden in Rotterdam heb ik geen gebruik gemaakt van de capaciteitstabel. Ik weet niet of er vanuit [verdachte rechtspersoon] instructies zijn beschreven over hoe de machine bediend moet worden bij het loskoppelen van de slang. In de bijscholingen is het in- en uitschuiven van de schuiftafel niet aan bod gekomen. Volgens mij is het plaatsen van de makelaarsvoet in deze opleidingen niet uitgelegd. 2.3.2. Bewijsmotivering – feit 1 De rechtbank moet de vraag beantwoorden of de verdachte rechtspersoon als werkgeefster, opzettelijk, heeft nagelaten de in de tenlastelegging genoemde maatregelen te treffen op grond van de Arbeidsomstandighedenwet (hierna: Arbowet) en het Arbeidsomstandighedenbesluit (hierna: Arbobesluit), terwijl hierdoor – naar zij wist of redelijkerwijs moest weten – levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van [slachtoffer] Haaker ontstond of te verwachten was. De verdachte rechtspersoon is als werkgeefster onderworpen aan de veiligheidsregels zoals die onder meer voortvloeien uit de Arbowet en het Arbobesluit. In de Arbowet is verankerd dat werknemers hun werk op een gezonde en veilige manier moeten kunnen verrichten. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt primair bij de werkgever. De werkgever heeft de verplichting een deugdelijk arbobeleid te voeren, gericht op de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van werknemers. Die zorgplicht houdt mede in dat de werkgever zijn werknemers moet beschermen tegen eigen fouten of onvoorzichtigheden. De rechtbank stelt in de eerste plaats vast dat de plaats van het ongeval een arbeidsplaats was als bedoeld in artikel 1, derde lid, onder g, (oud) van de Arbowet. Het slachtoffer was ten tijde van het ongeval werkzaam als werknemer van de verdachte rechtspersoon, zodat sprake was van een werkgever en een werknemer in de zin van artikel 1, eerste lid, onder a en b, (oud) van de Arbowet. Ten aanzien van de concreet in de tenlastelegging genoemde veiligheidsvoorschriften overweegt de rechtbank het volgende. Artikel 3 lid 1 van de Arbowet In artikel 3 van de Arbowet is onder lid 1 opgenomen dat de werkgever zorgt voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers inzake alle met de arbeid verbonden aspecten en daartoe een beleid voert dat gericht is op zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden. De rechtbank zal de verdachte rechtspersoon van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken. De enkele omstandigheid dat de funderingsmachine niet is gebruikt conform de bijbehorende gebruikershandleiding en capaciteitentabel, zoals ten laste is gelegd, leidt er op zichzelf niet toe dat er conform artikel 3 lid 1 van de Arbowet in het algemeen door de verdachte rechtspersoon geen beleid is gevoerd op zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden. Daarvoor biedt het strafdossier ook overigens geen wettig en overtuigend bewijs. Artikel 5 lid 1 van de Arbowet Deze bepaling legt aan de werkgever de verplichting op om bij het voeren van het arbeidsomstandighedenbeleid, in een inventarisatie en evaluatie, schriftelijk vast te leggen welke risico’s de arbeid voor de werknemers met zich brengt. Deze risico-inventarisatie en -evaluatie (hierna: RI&E) dient ook een beschrijving te bevatten van de gevaren, de risico-beperkende maatregelen en de risico’s voor bijzondere categorieën van werknemers. Vast staat dat in de RI&E van de verdachte rechtspersoon ten tijde van het ongeval niets stond over het aan- en afkoppelen van de betonslang en het hijsen van die slang. Door de verdediging is aangevoerd dat er niet voor elke hijshandeling apart een instructie beschreven diende te worden in de RI&E. Temeer omdat in diverse documenten was vastgelegd dat de gebruikershandleiding en capaciteitstabellen moeten worden gehanteerd. De rechtbank volgt dit standpunt niet. Uit het document 'TRA DPA en DPA PLUS paal', een Taak Risico Analyse van de verdachte zelf voor deze werkzaamheden, volgt dat voor specifieke werkzaamheden met betrekking tot de betonslang, zoals het bevestigen, ophangen en reinigen van de betonslang een instructie moest worden opgesteld, waarbij werd gewezen op de risico’s, te weten: instabiliteit, schade en letsel. Daarnaast brengt het aan- en afkoppelen van de betonslang, waarbij wordt gewerkt op grote hoogte grote risico’s met zich mee, waaruit eveneens kan worden afgeleid dat hiervoor een specifieke RI&E noodzakelijk is. De verdachte rechtspersoon miskent met het niet opstellen van een RI&E voor deze specifieke werkzaamheden het belang van een risico-inventarisatie waarbij alle voor- en nadelen van eventuele te maken afspraken en/of maatregelen in kaart worden gebracht voor alle werknemers. Niet voor niets is dit een duidelijke verplichting in artikel 5, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet. De rechtbank constateert dat de B.V. niet aan die verplichting heeft voldaan. Dit onderdeel kan daarom wettig en overtuigend bewezen worden. Artikel 8 lid 1 van de Arbowet Deze bepaling legt de werkgever de verplichting op de werknemers doeltreffend in te lichten over de te verrichten werkzaamheden en de daaraan verbonden risico’s, alsmede over de maatregelen die erop gericht zijn deze risico’s te voorkomen of te beperken. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat er door de verdachte rechtspersoon voldoende instructies zijn gegeven. Aan de machinist is medegedeeld dat de gebruikershandleiding en de capaciteitstabellen moeten worden toegepast en er worden schriftelijke instructies verstrekt. Deze instructies kwamen volgens haar ook aan de orde bij de machinistenopleiding en bij trainingen en bijscholingen, waaraan de machinist had deelgenomen. Vast staat dat er geen werkinstructie bestond over het aan- en afkoppelen en/of het hijsen van de betonslang. Uit de bewijsmiddelen blijkt weliswaar dat de werknemers met presentaties, externe opleidingen en handboeken in het algemeen werden voorgelicht over de te verrichten werkzaamheden, maar niet is gebleken dat specifieke instructies over het aan- en afkoppelen en hijsen van een betonslang op de boormotor werden gegeven. Dit volgt niet uit de stukken hieromtrent en de machinist van de funderingsmachine verklaarde ook dat hij niet is voorgelicht over deze werkzaamheden. Zoals hiervoor overwogen, was op grond van het document 'TRA DPA en DPA PLUS paal' een specifieke werkinstructie voor de werkzaamheden met betrekking tot een betonslag waarin de risico’s werden toegelicht, vereist. Door enkel te verwijzen naar de gebruikershandleiding en capaciteitstabellen bij het uitvoeren van de werkzaamheden heeft de verdachte rechtspersoon hier niet aan voldaan. Dit geldt temeer, omdat in die handleiding, niet specifiek de werkzaamheden met betrekking tot het aan- en afkoppelen en hijsen van een betonslang worden besproken. Daarbij komt dat de verdachte rechtspersoon alle verantwoordelijkheid legt bij de machinist die conform deze gebruikershandleiding en capaciteitstabellen moest handelen, die beschikte immers als enige over die stukken. Maar juist als men werkt in een risicovolle omgeving kan de verantwoordelijkheid voor de werkzaamheden niet worden neergelegd bij één enkele persoon en dienen alle werknemers te worden geïnstrueerd en gewezen op de risico’s die de werkzaamheden met zich meebrengen en dienen controles daarop plaats te vinden. De rechtbank is daarom van oordeel dat het ontbreken van een werkinstructie voor alle werknemers over het aan- en afkoppelen van de betonslang waarin ook werd gewezen op de daaraan verbonden risico’s een overtreding van artikel 8 lid 1 van de Arbowet oplevert. Artikel 8 lid 4 van de Arbowet In artikel 8 lid 4 van de Arbowet is voorgeschreven dat de werkgever toeziet op de naleving van de instructies en voorschriften gericht op het voorkomen of beperken van de in het eerste lid van dat artikel genoemde risico’s. Zoals reeds hiervoor is besproken, had de verdachte rechtspersoon haar werknemers niet doeltreffend ingelicht met betrekking tot het aan- en afkoppelen en hijsen van de betonslang en geen instructie daartoe opgesteld. Nu de instructies voor deze werkzaamheden ontbreken kan de verdachte rechtspersoon ook niet worden veroordeeld voor het niet toezien op het niet naleven van deze niet-bestaande instructies. De verdachte rechtspersoon zal daarom voor dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken. Artikel 7.3 lid 2 van het Arbobesluit In artikel 7.3 lid 2 van het Arbobesluit is onder meer voorgeschreven dat de arbeidsmiddelen die op de arbeidsplaats ter beschikking van de werknemers worden gesteld, uitsluitend gebruikt worden voor het doel, op de wijze en op de plaats waarvoor zij zijn ingericht en bestemd. Allereerst stelt de rechtbank vast dat de betrokken funderingsmachine een arbeidsmiddel is als bedoeld in artikel 1, derde lid onder h (oud) van de Arbowet. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de schuiftafel van de funderingsmachine ten tijde van het ongeval op 165 centimeter was uitgeschoven. Ook was de makelaar ingetrokken, hangend, dus niet afgesteund op de ondergrond. Uit de gebruikershandleiding en de capaciteitstabel behorende bij de funderingsmachine blijkt dat bij hijswerkzaamheden de schuiftafel van de funderingsmachine volledig ingeschoven en de makelaar staand moet zijn. De verdachte rechtspersoon heeft ook erkend dat de funderingsmachine niet op de juiste wijze werd gebruikt en het ongeval daardoor is ontstaan. Gelet op het voorgaande heeft de verdachte rechtspersoon niet voldaan aan de verplichting uit artikel 7.3 lid 2 van het Arbobesluit. Toerekening rechtspersoon Door de verdediging is aangevoerd dat de verdachte rechtspersoon haar personeel er op verschillende manieren op heeft gewezen dat de handleiding en de capaciteitstabellen behorende bij de funderingsmachine dienen te worden toegepast. Indien dat niet gebeurt, kan het de verdachte rechtspersoon niet worden verweten en kan dit haar niet worden toegerekend. Het onder feit 1 ten laste gelegde heeft betrekking op de overtreding van bepalingen van de Arbowet bij het werken met een funderingsmachine op de Albert Plesmanweg, begaan door de werkgever. Het werken met de funderingsmachine valt binnen de normale bedrijfsvoering van de verdachte rechtspersoon, nu funderingswerkzaamheden de kernactiviteit vormen van de onderneming. De verplichting tot naleving van de Arbowet en het Arbobesluit rust voorts op haar als werkgever. Het naleven van die regelgeving betreft daarom per definitie een gedraging die past binnen de normale bedrijfsvoering van de verdachte rechtspersoon en waarvoor ook niemand anders verantwoordelijk is. De gedragingen kunnen dus worden toegerekend aan de verdachte rechtspersoon en het verweer van de verdediging wordt verworpen. Voorzienbaarheid levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid Door de verdediging is aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat de verdachte rechtspersoon bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat met de ten laste gelegde handelingen een gevaarlijke situatie kon ontstaan en de handelingen niet heeft beoogd. Voor een bewezenverklaring van opzet hoeft dat opzet alleen gericht te zijn geweest op de gedraging zelf, in dit geval een nalaten. Uit hetgeen hiervoor is overwogen blijkt dat de verdachte rechtspersoon op een aantal punten niet heeft voldaan aan de op haar rustende zorgplicht die volgt uit de Arbowet en het Arbobesluit waarbij het ging om het ontbreken van werkinstructies en het wijzen op risico’s die te maken hebben met het aan- en afkoppelen en hijsen van de betonslang bij het werken met de funderingsmachine en het onjuiste gebruik van deze machine. In het nalaten de benodigde maatregelen te treffen ligt het opzet op deze gedragingen besloten en moest de verdachte rechtspersoon redelijkerwijs weten dat als gevolg van dat nalaten, levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van haar werknemers kon ontstaan of te verwachten was. Het is immers evident dat wanneer er geen werkinstructies worden opgesteld voor specifieke werkzaamheden waar grote risico’s aan verbonden zijn, ongelukken kunnen gebeuren met ernstige gezondheidsschade of de dood tot gevolg van werknemers. In dit specifieke geval bestonden de werkzaamheden uit het op een hoogte van ongeveer 35 meter een betonslang aan- en afkoppelen en hijsen terwijl de kraan niet werd gestabiliseerd conform de gebruikshandleiding. Het levensgevaar voor werknemers heeft zich hier ook daadwerkelijk verwezenlijkt door het kantelen van de funderingsmachine en het – als gevolg daarvan – overlijden van [slachtoffer]. De rechtbank is zodoende van oordeel dat de verdachte rechtspersoon de bewezenverklaarde gedragingen opzettelijk heeft begaan en dat als gevolg van het nalaten van de verdachte rechtspersoon levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van haar werknemers kon ontstaan of te verwachten was. Conclusie Gelet op de inhoud van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien met hetgeen hiervoor is overwogen, acht de rechtbank feit 1, met uitzondering van die onderdelen waarvan hiervoor is overwogen dat vrijspraak zal volgen, wettig en overtuigend bewezen. 2.3.3. Bewijsmotivering – feit 2 Door de verdediging is aangevoerd dat het ongeval niet redelijkerwijs aan de verdachte rechtspersoon kan worden toegerekend en niet kan worden vastgesteld dat de handelingen van de verdachte rechtspersoon in causaal verband stonden met het dodelijke ongeval. Voor het aannemen van schuld als delictsbestanddeel in artikel 307 van het Wetboek van Strafrecht (dood door schuld) moet ten minste sprake zijn van een verwijtbare aanmerkelijke onvoorzichtigheid van de zijde van de verdachte rechtspersoon. Vast moet komen te staan dat de verdachte rechtspersoon anders had moeten handelen (verwijtbaarheid) en ook anders had kunnen handelen (vermijdbaarheid). Een en ander wordt bepaald door de manier waarop die schuld in de tenlastelegging nader is geconcretiseerd en is afhankelijk van het geheel van de gedragingen van de verdachte rechtspersoon, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Daarnaast moet in het concrete geval steeds het causaal verband tussen de verweten gedragingen en het ingetreden gevolg worden vastgesteld. Met hetgeen hiervoor ten aanzien van feit 1 is overwogen heeft de rechtbank vastgesteld dat de verdachte rechtspersoon tekort is geschoten in haar wettelijke zorgplicht doordat zij heeft nagelaten specifieke werkinstructies op te stellen, haar werknemers niet heeft gewezen op de risico’s van de werkzaamheden en de funderingsmachine niet op de juiste manier heeft doen gebruiken. Deze verzuimen zijn dermate belangrijk en zwaarwegend (nu zij direct verband houden met de veiligheid van werknemers waarvoor de verdachte verantwoordelijkheid had), dat de verdachte rechtspersoon door schending van de betreffende veiligheidsvoorschriften de op haar rustende zorgplicht in aanzienlijke mate heeft geschonden. Daarbij is tevens van belang hetgeen ten aanzien van de voorzienbaarheid van ernstige schade aan de gezondheid of levensgevaar hiervoor al is overwogen. Dat deze omstandigheden aan de verdachte als rechtspersoon toegerekend kunnen worden, volgt uit hetgeen hierover bij feit 1 is overwogen. Het ongeval staat bovendien in direct verband met het nalaten door de verdachte rechtspersoon. De rechtbank duidt het nalaten van de verdachte rechtspersoon als aanmerkelijk nalatig handelen. De rechtbank acht dan ook bewezen dat het aan de schuld van de verdachte rechtspersoon te wijten is dat de funderingsmachine met daar bovenop het slachtoffer, is gekanteld ten tijde van het aan- en afkoppelen van de betonslang, als gevolg waarvan het slachtoffer is komen te overlijden. 2.3.4. Volledige bewezenverklaring Bewezen is dat: 1. zij, op 8 februari 2024 te Rotterdam, als werkgever, opzettelijk, handelingen heeft verricht en/of nagelaten in strijd met de Arbeidsomstandighedenwet en de daarop rustende bepalingen, terwijl daardoor, naar zij wist of redelijkerwijs moest weten, levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van een werknemer, te weten [slachtoffer], ontstond of te verwachten was, immers heeft verdachte toen en daar op een arbeidsplaats gelegen aan de [adres 2], handelingen verricht en/of nagelaten in strijd met de Arbeidsomstandighedenwet en de daarop berustende bepalingen, immers heeft zij bij het werken met een funderingsmachine, - in strijd met artikel 5 lid 1 Arbeidsomstandighedenwet bij het voeren van een arbeidsomstandighedenbeleid in een inventarisatie en evaluatie niet schriftelijk vastgelegd welke risico’s het werken met een funderingsmachine met zich meebrengt bij het aan- en afkoppelen van de betonslang en het hijsen van die betonslang en, - in strijd met artikel 8 lid 1 van de Arbeidsomstandighedenwet nagelaten ervoor te zorgen dat haar werknemers doeltreffend werden ingelicht over de te verrichten werkzaamheden, te weten - zakelijk weergegeven - het met (behulp van) een funderingsmachine aan- en afkoppelen van een betonslang en het hijsen van een betonslang en de daaraan verbonden risico’s, alsmede over de maatregelen die erop gericht zijn (waren) deze risico’s te voorkomen of te beperken en, - in strijd met artikel 7.3 lid 2 Arbeidsomstandighedenbesluit een funderingsmachine, zijnde een arbeidsmiddel dat op die arbeidsplaats ter beschikking werd gesteld, niet uitsluitend gebruikt op de wijze waarvoor deze was bestemd, aangezien de door verdachte ter beschikking gestelde funderingsmachine – zakelijk weergegeven – niet conform de door de fabrikant opgestelde gebruikershandleiding en de bijbehorende capaciteitstabellen werd gebruikt, waarmee niet werd voorkomen dat het gebruik van dat arbeidsmiddel gevaren voor de veiligheid en gezondheid van die werknemer opleverde; 2. zij, op 8 februari 2024 te Rotterdam, aanmerkelijk nalatig op een arbeidsplaats gelegen aan de [adres 2], [slachtoffer] en andere werknemers arbeid, te weten funderingswerkzaamheden, heeft laten verrichten met behulp van een funderingsmachine, terwijl zij, verdachte, - heeft nagelaten ervoor te zorgen dat haar werknemers doeltreffend werden ingelicht over de te verrichten werkzaamheden met betrekking tot het aan- en afkoppelen van de betonslang en het hijsen van de betonslang en, - heeft nagelaten in een inventarisatie en evaluatie schriftelijk vast te leggen welke risico’s het werken met een funderingsmachine met zich meebrengen bij het aan- en afkoppelen van de betonslang en het hijsen van die betonslang en, - niet heeft zorggedragen dat de door de fabrikant van de funderingsmachine verstrekte gebruikershandleiding en de bijbehorende capaciteitstabellen werden gebruikt, waardoor het aan haar schuld te wijten is dat de funderingsmachine is omgevallen, als gevolg waarvan die Haaker, van grote hoogte is gevallen, waardoor die Haaker zodanig letsel, te weten inwendig letsel en inwendig bloedverlies, heeft bekomen dat deze aan de gevolgen daarvan is overleden. 3 Kwalificatie en strafbaarheid 3.1. Kwalificatie De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op: Feit 1 overtreding van het bepaalde krachtens artikel 32 van de Arbeidsomstandighedenwet, opzettelijk begaan door een rechtspersoon; Feit 2 aan zijn schuld de dood van een ander te wijten zijn, begaan door een rechtspersoon. 3.2. Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte rechtspersoon De feiten en de verdachte rechtspersoon zijn strafbaar. 4 Straf 4.1. Eis van de officier van justitie De verdachte rechtspersoon moet voor de feiten worden veroordeeld tot een geldboete van € 150.000,- waarvan € 50.000,- voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. 4.2. Standpunt van de verdediging In de strafmaat dient rekening te worden gehouden met het feit dat veiligheid binnen het bedrijf een belangrijk thema is, zij een trede drie certificaat heeft gekregen op het gebied van veiligheidsbewustzijn en dat er na het ongeval verschillende documenten zijn opgesteld waarbij de verschillende risico’s meer specifiek zijn beschreven. Tenslotte staat ‘de bouw’ de komende jaren voor forse uitdagingen en volgt uit de jaarrekening van 2023 dat een (forse) geldboete de financiën van het bedrijf stevig onder druk zal zetten. 4.3. Oordeel van de rechtbank 4.3.1. Ernst en omstandigheden van de feiten Op 8 februari 2024 heeft zich een ongeval voorgedaan als gevolg waarvan [slachtoffer], een werknemer van de verdachte rechtspersoon, om het leven is gekomen. De verdachte rechtspersoon droeg als werkgeefster de verantwoordelijkheid voor de veiligheid en het welzijn van haar werknemers op de werkplaats en was uit dien hoofde verplicht om passende en adequate maatregelen te treffen tegen de op de arbeidslocatie aanwezige gevaren. Dit heeft de verdachte rechtspersoon nagelaten door geen werkinstructie op te stellen over het aan- en afkoppelen en hijsen van de betonslang, werknemers niet te wijzen op de risico’s bij deze werkzaamheden en de funderingsmachine niet conform de door de fabrikant opgestelde gebruikershandleiding en bijbehorende capaciteitstabellen te laten gebruiken. Werknemers moeten erop kunnen vertrouwen dat hun werkgever de werkzaamheden goed voorbereidt en daarbij het personeel van de juiste instructies voorziet en wijst op de aanwezige risico’s. Dit geldt temeer als het gaat over werkzaamheden op grote hoogtes zoals in dit geval. Het ongeval heeft onuitwisbare gevolgen gehad voor de nabestaanden van het slachtoffer. Ter terechtzitting heeft mr. N.J. Hoogenboom namens de bonusmoeder van het slachtoffer van het spreekrecht gebruik gemaakt en op indrukwekkende wijze gesproken over het verlies van [slachtoffer]. De rechtbank realiseert zich dat onherstelbaar leed aan de nabestaanden is toegebracht en dat een strafoplegging, in welke vorm of omvang dan ook, dit leed niet ongedaan zal kunnen maken. 4.3.2. Strafblad Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 27 mei 2026 blijkt dat de verdachte rechtspersoon niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. 4.3.3. Overige bedrijfseconomische omstandigheden Uit de jaarrekening van 2025 en de verklaring van de vertegenwoordiger van de verdachte rechtspersoon blijkt dat de verdachte rechtspersoon de laatste jaren minder omzet heeft gegenereerd en meer kosten maakt dan daarvoor. Ook het eerste halfjaar in 2026 is zwaar geweest vanwege tekort aan werk, maar dat lijkt het tweede halfjaar beter te gaan. 4.3.4. Oplegging straf Gelet op de aard en ernst van de strafbare feiten is het opleggen van een forse geldboete passend. Bij het bepalen van de hoogte van deze boete heeft de rechtbank acht geslagen op geldboetes die in soortgelijke zaken worden opgelegd. In strafverminderende zin houdt de rechtbank rekening met het feit dat de verdachte rechtspersoon na het ongeval alsnog actieve verbeterstappen heeft gezet voor het ontwikkelen van een veilige werkwijze. Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen legt de rechtbank een geldboete van € 100.000,- op. Van de geldboete wordt een bedrag van € 30.000,- voorwaardelijk opgelegd. Dit voorwaardelijke strafdeel heeft als doel te voorkomen dat de verdachte rechtspersoon in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. 5 Wettelijke voorschriften De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 51, 57 en 307 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikelen 5, 8 en 32 van de Arbeidsomstandighedenwet en artikel 7.3 van het Arbeidsomstandighedenbesluit. 6 Beslissingen De rechtbank: verklaart bewezen dat de verdachte rechtspersoon de feiten 1 en 2, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd; stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten; verklaart de verdachte rechtspersoon strafbaar; veroordeelt de verdachte rechtspersoon tot een geldboete van € 100.000,- [honderdduizend euro] ; bepaalt dat € 30.000,- [dertigduizend euro], van deze geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist; verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 [twee] jaren , waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte rechtspersoon de onderstaande voorwaarde niet naleeft; stelt als algemene voorwaarde dat: - de verdachte rechtspersoon zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt. 7 Samenstelling rechtbank en ondertekening Dit vonnis is gewezen door: mr. L. Daum, voorzitter, en mrs. S.W.H. Bootsma en S.M. den Hollander, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.E. Kroon, griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 15 september 2026. Mr. S.M. den Hollander is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen. De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier Donau. DOC-004-01, KVK-uittreksel [verdachte rechtspersoon], pagina 200 e.v. Pagina 93 van het proces-verbaal [proces-verbaalnummer 1]. Verklaard op de zitting van 1 september 2026. FARR verklaring, pagina’s 193 en 194 van het zaaksdossier, [document]. Pagina 166 e.v. van het proces-verbaal [proces-verbaalnummer 2]. Pagina 146 e.v. van het proces-verbaal [proces-verbaalnummer 3]. Pagina 157 e.v. van het proces-verbaal [proces-verbaalnummer 4]. Pagina 19, zaaksdossier Donau. Pagina 45 e.v. van het proces-verbaal [proces-verbaalnummer 5].