Rechtbank Gelderland, 16-09-2026 (05.310142.25 en 08.163227.23 (tul))
Man veroordeeld voor het (mede)plegen van het meermalen plegen van oplichting, het voorhanden hebben van niet-openbare gegevens, Marktplaatsfraude en bankhelpdeskfraude. Opgelegd wordt een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en bijzondere voorwaarden.
Full text
RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummers: 05.310142.25 en 08.163227.23 (tul) Datum uitspraak : 16 september 2026 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 2000 in [geboorteplaats] , op dit moment gedetineerd in de P.I. [plaats] . Raadsman: mr. B. van Elst, advocaat in Utrecht. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1 De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: feit 1 Hij in of omstreeks de periode van 4 mei 2025 tot en met 5 mei 2025 te Assen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de volgende personen heeft bewogen tot de afgifte van de volgende geldbedragen: - zaak 2: [aangever] tot de afgifte van €1019,- euro en - zaak 3: [aangever] tot de afgifte van €1023,- euro en - zaak 4: [aangever] tot de afgifte van €645,23 euro en - zaak 5: [aangever] tot de afgifte van €799,- euro en - zaak 6: [aangever] tot de afgifte van 958,39 euro en - zaak 7: [aangever] tot de afgifte van €1336,- euro door: - voornoemde slachtoffers telefonisch te benaderen en zich voor te doen als medewerker van de Tuinmeubelshop en/of; - die slachtoffers te melden dat er sprake zou zijn van een pinstoring en/of defect pinapparaat bij de bezorger van/namens de Tuinmeubelshop waardoor bij aflevering van de/het door hem/hun bestelde goed(eren) niet kon worden betaald en/of; - die slachtoffers te melden dat zij het verschuldigde bedrag via een Tikkie en/of bankoverschrijving diende(n) te voldoen en/of; - die slachtoffers (via WhatsApp) een bankrekeningnummer te sturen waarop het verschuldigde bedrag diende te worden bijgeschreven en/of een Tikkie te sturen die moest worden betaald; feit 2 Hij in of omstreeks de periode van 4 mei tot en met 5 mei 2025 te Assen, althans in Nederland, niet-openbare gegevens, te weten ordergegevens van de Tuinmeubelshop (bevattende ordernummers en/of bestelde producten en/of (contact)gegevens van kopers en/of factuurbedragen) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen van deze gegevens wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze door misdrijf waren verkregen; feit 3 Hij in of omstreeks de periode van 2 maart 2025 tot en met 7 juni 2025 te Assen, althans in Nederland, een beroep of gewoonte heeft gemaakt van het door middel van een geautomatiseerd werk verkopen van goederen en/of het verlenen van diensten tegen betaling, te weten - zaak 8: via Marktplaats een DJI mini 3 pro aan [aangever] voor €406,75 en/of - zaak 9: via Marktplaats een Kreidler Blok aan [aangever] voor €506,95 en/of; - zaak 10: via Marktplaats een motorblok aan [aangever] voor €626,75 en/of; - zaak 11: via Marktplaats een ecoflow river 2 powerstation aan [aangever] voor €206,75 en/of; - zaak 12: via Marktplaats een Leica verrekijker aan [aangever] voor €206,75 en/of; - zaak 13: via Marktplaats een Kreidler RS 5 bak aan [aangever] voor €556,75 en/of; - zaak 14: via Marktplaats een Kreidler 5 bak aan [aangever] voor €350,- en/of; - zaak 15: via Marktplaats een lego set aan [aangever] voor €181,75 en/of; - zaak 16: via Marktplaats een fietsendrager aan [aangever] voor €463,95 en/of; - zaak 17: via Marktplaats een fietsendrager aan [aangever] voor €357,50 en/of; - zaak 18: via Marktplaats een camera aan [aangever] voor 415,85 met het oogmerk om zonder volledige levering zich en/of een ander van de betaling van die goederen of diensten te verzekeren; feit 4 hij in of omstreeks de periode van 16 juni 2025 tot en met 27 juni 2025 te Assen en/of Klazienaveen en/of Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [aangever] (zaak 19) en/of [aangever] (zaak 20) en/of [aangever] (zaak 21) en/of [aangever] (zaak 22), heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en/of het ter beschikking stellen van gegevens, te weten een of meerdere pinpassen/bankpassen en/of creditcards en/of (bijbehorende) pincodes, door: - die slachtoffers telefonisch te benaderen en zich voor te doen als medewerker van een (fraudehelpdesk van een) bank (genaamd [alias 1] of [alias 2] ) en/of - die slachtoffers te melden dat diens bankpas(sen) geskimd is/zijn en/of dat met diens bankpas(sen) gepoogd is (een) betaling(en) te verrichten en/of dat er sprake zou zijn van ongebruikelijke transacties op diens rekening(en) en/of - die slachtoffers te melden dat diens rekening(en) bevroren is/zijn door de bank en/of - die slachtoffers te melden dat zij hun pinpas(sen) in een enveloppe moeten doen en/of overhandigen aan een koerier en/of medewerker van de bank die bij voornoemde slachtoffers aan de deur zou komen en/of - slachtoffers hierbij een naam van de koerier en/of bankmedewerker en een code ( [nummer] of [nummer] of [nummer] ) te geven ter verificatie en/of identificatie en/of - slachtoffers te melden dat zij na de pieptoon de bij de pinpas behorende pincode in moeten spreken en/of - naar de woningen van slachtoffers toe te rijden/gaan en/of - bij slachtoffers aan de deur te komen, voornoemde naam en/of code door te geven en/of de enveloppe(s) (met hierin een of meerdere pinpassen) in ontvangst te (laten) nemen en/of mee te nemen; feit 5 hij in of omstreeks de periode van 16 juni 2025 tot en met 27 juni 2025 te Assen en/of Klazienaveen en/of Emmen en/of Groningen en/of Zwartemeer, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, - een of meerdere geldbedragen (in totaal €1150,- euro) dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [aangever] (zaak 19) en/of; - een of meerdere geldbedragen (in totaal €2613,- euro) dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [aangever] (zaak 20) en/of; - een of meerdere geldbedragen (in totaal €2263,- euro) dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [aangever] (zaak 22) in elk geval enig goed, dat die geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen, (telkens) met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door: - onbevoegd te pinnen met een of meerdere bankpassen/pinpassen en/of bijbehorende pincode(s) van die slachtoffers. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 1 tot en met 5. Bij feiten 1, 4 en 5 is volgens de officier van justitie sprake van medeplegen. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van feit 1 tot en met 4. De raadsman heeft ten aanzien van feit 5 betoogd dat niet is gebleken van een bijdrage van voldoende gewicht van verdachte bij het wegnemen van de geldbedragen door [persoon 1] en [persoon 2] . Verdachte kan niet worden aangemerkt als medepleger en dient daarom van feit 5 te worden vrijgesproken. Beoordeling door de rechtbank feit 1 en 2 zaak 2 – aangever [aangever] Aangever [aangever] heeft verklaard dat zij bij de Tuinmeubelshop een tuintafel had besteld. Het verschuldigde bedrag moest per pin bij de bezorger worden betaald. Op 5 mei 2025 ontving haar man een Whatsappbericht van telefoonnummer [telefoonnummer] , waarin stond: “Goedemiddag. [naam] van Tuinmeubelshop. U had een tafel besteld?" Daarna werd haar man gebeld door telefoonnummer [telefoonnummer] . Een man, die erg stotterde, zei "U heeft een tafel besteld. Die willen we graag bezorgen, woensdag 7 mei om twintig minuten voor acht. Ons pinapparaat is kapot, zou u het over kunnen maken?” Tegelijkertijd ontving haar man een Whatsappbericht met daarin de naam [naam] en een bankrekeningnummer. Haar man noemde het ordernummer op tegen de man aan de telefoon. De man noemde het juiste ordernummer tegelijkertijd op. [aangever] maakte het bedrag van € 1.019,- euro over naar [rekeningnummer] op naam van [naam] . Daarna werd [aangever] gebeld door een medewerker van de ING, die haar vertelde dat zij was opgelicht. zaak 3 – [aangever] Aangever [aangever] heeft verklaard dat zij bij de Tuinmeubelshop een tuinset had gekocht. Het totale aankoopbedrag kwam uit op € 1.023,-. Op 4 mei 2025 werd [aangever] gebeld door telefoonnummer [telefoonnummer] . De man aan de telefoon zei dat hij [naam] van de Tuinmeubelshop was en dat er een storing was met het pinapparaat. Het viel [aangever] op dat de man flink stotterde. Hij wist dat [aangever] een tafel en zes stoelen had besteld en vroeg of [aangever] het geld via Tikkie wilde betalen. Na het telefoongesprek ontving [aangever] twee Tikkies. Bij de eerste Tikkie van € 511,- stond de naam [naam] met bankrekeningnummer [rekeningnummer] . Bij de tweede Tikkie van € 512,- stond de naam [naam] met bankrekeningnummer: [rekeningnummer] . [aangever] zag bij dit WhatsAppbericht een foto van de Tuinmeubelshop. [aangever] vroeg of de man kon bewijzen dat deze bankrekeningnummers bij de Tuinmeubelshop hoorden. [naam] gaf haar woonadres door. [aangever] heeft toen de Tikkies betaald. Vervolgens werd er niet meer door het telefoonnummer gereageerd. zaak 4 – [aangever] Aangever [aangever] werd op 4 mei 2025 gebeld door een persoon die zei dat hij van de Tuinmeubelshop was. [aangever] had ook een bericht ontvangen: “Goede avond, [naam] hier van de Tuinmeubelshop! U had een bestelling geplaatst voor 2 stoelen en een tafel? Met verwachte levering dinsdag?” De persoon wist alles: wat [aangever] had besteld, zijn adres, het bedrag dat nog open stond en dat de bestelling de daaropvolgende dinsdag bezorgd zou worden. De persoon zei dat het pinautomaat kapot was en vroeg of [aangever] via de bank wilde betalen. [aangever] heeft vervolgens het bedrag van € 645,23 via Tikkie betaald aan bankrekeningnummer [rekeningnummer] op naam van [naam] . Na contact met de Tuinmeubelshop werd duidelijk dat een onbevoegde de privégegevens van [aangever] en de bestelinformatie heeft verkregen van de Tuinmeubelshop. zaak 5 - [aangever] Aangever [aangever] heeft verklaard dat hij een tuinset had gekocht. Op 4 mei 2025 ontving hij via een Whatsapp-bedrijfsaccount een berichtje van [naam] van de Tuinmeubelshop met daarin de vraag of hij wilde betalen (de rechtbank begrijpt: geld wilde overmaken) in verband met een storing van de pinautomaten. Het telefoonnummer van dit Whatsappaccount was [telefoonnummer] . Een man belde daarna. De man wist exact over welke bestelling en om welk bedrag het ging. De man stuurde eerste een Tikkie, maar [aangever] kon dit niet voldoen. Uiteindelijk verzocht de man om het geldbedrag van € 799,- over te maken op bankrekeningnummer [rekeningnummer] op naam van [naam] . [aangever] heeft het bedrag overgemaakt. zaak 6 - [aangever] Aangever [aangever] heeft verklaard dat zij op 5 mei 2025 door de “chauffeur” van de Tuimeubelshop werd gebeld dat hun bestelling geleverd zou worden, maar dat de pinautomaat stuk was. Het bedrag zou vooraf betaald moeten worden. Er werd gebeld via telefoonnummer [telefoonnummer] . De persoon aan de lijn, die zich [naam] noemde, had al haar gegevens. Het ordernummer was juist en de man noemde alle items die zij besteld hadden. [aangever] en haar partner ontvingen een Whatsappbericht met een ING-betaalverzoek en maakten een bedrag van € 958,39 over naar [rekeningnummer] ten name van [naam] . zaak 7 - [aangever] Aangever [aangever] heeft verklaard dat hij op 5 mei 2025 werd gebeld door iemand die zei dat hij [naam] heette en van de Tuinmeubelshop was. De man vertelde dat er een storing in de mobiele pinautomaat was en vroeg of [aangever] het bedrag van de bestelde goederen via een Tikkie wilde betalen. [naam] wist precies wat [aangever] besteld had. [naam] stuurde via het telefoonnummer + [telefoonnummer] twee Tikkies voor het betalen van een bedrag van € 667,- en een bedrag van € 669,-. [aangever] heeft de Tikkies betaald. Er is onderzoek gedaan naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [naam] . Uit de saldo- en transactiegegevens bleek dat de volgende bedragen op de bankrekening werden ontvangen: - Op 4 mei 2025 om 19:19 uur werd een bedrag van € 511,- gestort vanaf het bankrekeningnummer [rekeningnummer] . Bij de omschrijving stond: stoelen en tafel. Dit bankrekeningnummer kwam terug in het proces-verbaal van aangifte van [aangever] ; - Op 5 mei 2025 om 16:18 uur werd een bedrag van € 1.019,- gestort vanaf het bankrekeningnummer [rekeningnummer] . Dit bankrekeningnummer kwam terug in het proces-verbaal van aangifte van [aangever] ; - Ook was in de saldo-en transactiegegevens een overboeking van € 799,- te zien van aangever [aangever] ; - Ten slotte is in de saldo- en transactiegegevens te zien dat op 4 mei 2025 een bedrag van € 645,23 op de bankrekening werd overgemaakt met de omschrijving ‘Factuur Tuinmeubelshop. Dit geldbedrag komt overeen met het geldbedrag dat door aangever [aangever] op 4 mei 2025 werd overgemaakt. Er is onderzoek gedaan naar de telefoonnummers + [telefoonnummer] en + [telefoonnummer] . Gebleken is dat het telefoonnummer + [telefoonnummer] op naam staat van verdachte. Er is onderzoek gedaan naar de historische verkeersgegevens van dit telefoonnummer. Uit dit onderzoek bleek dat het telefoonnummer + [telefoonnummer] gebruik had gemaakt van onder andere het IMEI-nummer [nummer] . Ook bleek dat het telefoonnummer in de gevorderde periode voornamelijk tussen 23.00 uur en 07.00 uur contact had met een zendmast gevestigd aan [adres] in Assen. De afstand tussen deze zendmast en de woning van verdachte aan [adres] in Assen is ongeveer 450 meter. De woning van verdachte valt binnen het theoretisch dekkingsgebied van deze zendmast. Gebleken is dat de telefoonnummers + [telefoonnummer] en + [telefoonnummer] op 4 mei 2025 tussen 13:37 uur tot en met 21:51 uur uitsluitend contact hadden met een zendmast gevestigd aan [adres] in Stadskanaal. Beide telefoonnummers hadden op 5 mei 2025 tussen 12:40 uur en 17:30 uur uitsluitend contact met een zendmast gevestigd aan [adres] in Assen. Uit de historische verkeersgegevens van telefoonnummer + [telefoonnummer] is gebleken dat het telefoonnummer op 5 mei 2025 vanaf 15:57 uur tot en met 16:00 uur contact had met het telefoonnummer + [telefoonnummer] . Dit betreft het telefoonnummer van aangever [aangever] (zaak 2). Het telefoonnummer + [telefoonnummer] had op 5 mei 2025 vanaf 14:30 uur tot en met 17:31 uitsluitend contact met de zendmast gevestigd aan [adres] in Assen. In dit tijdsbestek had het telefoonnummer gebeld met het telefoonnummer van aangever [aangever] . Het telefoonnummer + [telefoonnummer] maakte tussen 4 en 6 mei 2025 uitsluitend gebruik van het IMEI-nummer [nummer] . Er is onderzoek gedaan naar de historische verkeersgegevens van dit telefoonnummer op 4 en 5 mei 2025. Uit de historische verkeersgegevens kon worden opgemaakt dat: - het telefoonnummer op 4 mei 2025 tussen 17:53 uur en 19:18 uur diverse malen telefonisch contact had met het telefoonnummer + [telefoonnummer] . Dit telefoonnummer betreft het telefoonnummer van [aangever] (zaak 3); - het telefoonnummer op 4 mei 2025 tussen 19:30 uur en 19:32 uur contact had met het telefoonnummer + [telefoonnummer] . Dit telefoonnummer betreft het telefoonnummer van aangever [aangever] (zaak 4) ; - het telefoonnummer op 4 mei 2025 tussen 21:51 uur en 21:54 uur contact had met het telefoonnummer + [telefoonnummer] . Dit telefoonnummer betreft het telefoonnummer van aangever [aangever] (zaak 5); - het telefoonnummer op 5 mei 2025 tussen 12:59 uur en 13:03 uur contact had met het telefoonnummer + [telefoonnummer] . Dit telefoonnummer betreft het telefoonnummer van aangever [aangever] (zaak 6). Op 15 juli 2025 werd in de woning van verdachte een telefoon (met goednummer 3494433) in beslag genomen. Uit onderzoek aan de telefoon bleek dat de telefoon gebruik maakte van het telefoonnummer + [telefoonnummer] . De telefoon maakte gebruik van het IMEI-nummer [nummer] . Opgemerkt wordt dat het laatste nummer van het IMEI-nummer niets zegt over de identiteit van de telefoon. Het IMEI-nummer [nummer] en [nummer] zijn dus het IMEI-nummer van één en dezelfde telefoon. Uit onderzoek aan de telefoon bleek dat het telefoonnummer + [telefoonnummer] in de telefoon was geblokkeerd. Dit betrof het telefoonnummer van aangever [aangever] . Aangever [aangever] heeft verklaard dat hij [functie] is van Tuinmeubelshop.nl. Op 5 mei 2025 werd [aangever] benaderd door een filiaalmanager die was gebeld door een klant. De klant was op 4 mei 2025 gebeld door iemand die zich voordeed als een medewerker van zijn bedrijf. Deze persoon belde met telefoonnummer [telefoonnummer] . De persoon aan de telefoon vertelde dat het pinapparaat defect was en dat de klant het geld moest overmaken voordat de goederen geleverd zouden worden. Het geld moest worden overgemaakt naar rekeningnummer [rekeningnummer] op naam van [naam] . [aangever] had vervolgens zelf contact opgenomen met dit telefoonnummer. Hij kreeg iemand aan de telefoon die erg stotterde. [aangever] heeft verklaard dat hij vermoedt dat deze persoon via een bezorger aan de (klant)orders is gekomen. [aangever] verklaarde dat een bezorger genaamd [persoon 3] een idee aan andere chauffeurs had geopperd. Het idee van [persoon 3] was om klanten op te lichten door op te bellen met het verhaal dat de pinautomaat stuk was en deze klanten dan een betaalverzoek te sturen. Uit onderzoek aan de telefoon die onder verdachte in beslag was genomen, bleek dat er contact was met het Snapchataccount [account] . In de telefoon werd het volgende Snapchatbericht aangetroffen, verzonden door [account] op 4 mei 2025 om 17:02 uur: "512 heb je gezet dus" . Het getal 512 komt overeen met één van de geldbedragen die door aangever [aangever] op 4 mei 2025 werd overgemaakt. Op 24 oktober 2025 werd er de telefoon van [persoon 3] in beslaggenomen. Uit onderzoek aan de telefoon bleek dat de telefoon gebruik maakte van het snapchataccount [account] . Verdachte heeft verklaard dat hij bij een groot deel van de oplichtingen met de Tuinmeubelshop betrokken was. Hij had ordergegevens van de Tuinmeubelshop verkregen. Hij had een verhaal bedacht zodat mensen geld zouden overmaken. Het zou kunnen dat hij tegen de klanten de naam [naam] heeft gebruikt. Voor de rest heeft verdachte mensen aangestuurd om te zorgen dat het geld werd gepind. De naam van [naam] kent hij. Het telefoonnummer [telefoonnummer] betrof zijn privételefoonnummer. Verdachte verwisselde vaak de simkaarten in zijn telefoon. Verdachte heeft verklaard dat de telefoons die in zijn woning zijn aangetroffen van hem zijn. Het klopt dat hij stottert. Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 1 en 2 De rechtbank stelt op grond van bovenstaande bewijsmiddelen vast dat verdachte degene is geweest die telefonisch contact heeft gehad met aangevers [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] en [aangever] en hen heeft bewogen geldbedragen over te maken naar verschillende bankrekeningnummers, waaronder het bankrekeningnummer van Groen. De aangevers hebben verklaard contact te hebben gehad met het telefoonnummer [telefoonnummer] , waarvan verdachte heeft aangegeven dat het zijn privételefoonnummer is, en het telefoonnummer [telefoonnummer] . Van het laatste telefoonnummer is vastgesteld dat dit telefoonnummer gebruik heeft gemaakt van hetzelfde IMEI-nummer als het privételefoonnummer van verdachte. Dit IMEI-nummer is vervolgens terug te leiden naar een telefoon die in de woning van verdachte is aangetroffen, waarvan verdachte heeft verklaard dat dit zijn telefoon betreft. Verschillende aangevers hebben verklaard dat zij een stotterende man aan de telefoon kregen. Uit het verhoor van verdachte en ter terechtzitting is gebleken dat verdachte stottert. In de telefoongesprekken met de aangevers maakte verdachte steeds gebruik van de naam [naam] en deed hij zich voor als een medewerker van de Tuinmeubelshop. De rechtbank is van oordeel dat verdachte hiermee gebruik maakte van een valse naam en een valse hoedanigheid. Verdachte heeft verklaard dat hij met gebruik van order- en klantgegevens een aantal klanten van de Tuinmeubelshop heeft benaderd. Het bestelnummer, de bestelde goederen, de leverdatum en het verschuldigde bedrag werden steeds correct aan de aangevers voorgehouden. Hierdoor werd bij de aangevers het vertrouwen gewekt dat zij daadwerkelijk te maken hadden met een medewerker van de Tuinmeubelshop. Aan aangevers werd steeds verteld dat er problemen waren met het pinapparaat ofwel dat sprake was van een pinstoring, waardoor via Tikkie of via de bank geld overgemaakt diende te worden. Door het bij hen gewekte vertrouwen werden de aangevers bewogen om de geldbedragen over te maken. De rechtbank is van oordeel dat verdachte door aldus te handelen ook gebruik maakte van listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels. De rechtbank acht daarmee bewezen dat sprake is van oplichting door verdachte van aangevers [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] en [aangever] . [aangever] , [functie] bij de Tuinmeubelshop, heeft aangifte gedaan van oplichting en/ of diefstal van bedrijfsgegevens en/of zakelijke identiteitsfraude. Hij heeft verklaard dat een chauffeur genaamd [persoon 3] het plan aan collega’s had geopperd om klanten op te lichten met behulp van ordergegevens. De rechtbank overweegt dat het door [persoon 3] geopperde plan overeenkomt met de uiteindelijke werkwijze van verdachte. Uit de telefoon van verdachte is gebleken dat hij contact had met het Snapchataccount [account] . Uit onderzoek aan de telefoon van [persoon 3] is gebleken dat hij gebruik maakte van dit Snapchataccount. Ook is gebleken dat verdachte op 4 mei 2025 een bericht van dit Snapchataccount ontving waaruit kan worden afgeleid dat deze betrekking had op de oplichting van [aangever] . De rechtbank acht daarmee bewezen dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [persoon 3] en dat dus sprake was van medeplegen. De rechtbank komt op grond van het bovenstaande tot een bewezenverklaring van feit 1. Verdachte heeft verklaard dat hij de klant- en ordergegevens van de Tuinmeubelshop via-via had verkregen. Deze gegevens betroffen niet-openbare gegevens waarover verdachte niet gerechtigd beschikte. Verdachte was immers geen werknemer bij dit bedrijf en uit de aangifte van [aangever] volgt bovendien dat Tuinmeubelshop geen toestemming heeft gegeven voor het gebruik van de gegevens door derden. De rechtbank is aldus van oordeel dat uit het voorgaande blijkt dat verdachte niet-openbare gegevens heeft verkregen en voorhanden heeft gehad die door misdrijf waren verkregen en dat verdachte dit wist. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van feit 2. feit 3 zaak 8 - [aangever] Aangever [aangever] heeft verklaard dat hij via Marktplaats een drone DJI mini 3 Pro kocht. Hij kwam met de verkoper overeen dat hij het bedrag via een Tikkie zou betalen. De verkoper betrof [naam] , met telefoonnummer [telefoonnummer] . De verkoper was al meerdere jaren lid van Marktplaats en had 21 goede referenties. [aangever] heeft op 2 maart 2025 een betaling van € 406,75 aan de verkoper gedaan. Na betaling ontving [aangever] geen verzendbevestiging of verdere reactie van de verkoper. zaak 9 - [aangever] Aangever [aangever] heeft verklaard dat haar vader op Marktplaats een Kreidler blok (RS 5 Bak) had gezien. De vader van [aangever] had telefonisch contact met de verkoper. De verkoper betrof een account met de naam ‘ [naam] ’. [aangever] heeft haar vader geholpen bij de aankoop van het blok en heeft op 30 april 2025 het bedrag van € 506,95 van haar bankrekening betaald aan bankrekeningnummer [rekeningnummer] . In de middag kwam er een melding via Marktplaats dat deze persoon een oplichter betrof. De vader van [aangever] heeft de verkoper via telefoonnummer [telefoonnummer] gebeld, maar er werd niet meer opgenomen. zaak 10 - [aangever] Aangever [aangever] heeft verklaard dat hij via Marktplaats een motorblok had gekocht. Het betrof een Kreidler RS motorblok, dat hij kocht van de verkoper met de naam ‘ [naam] ’. Dit account maakte gebruik van het telefoonnummer [telefoonnummer] . [aangever] ontving een Tikkie van € 626,75, dat hij op 8 mei 2025 heeft betaald. Het product is niet geleverd. zaak 11 - [aangever] Aangever [aangever] heeft verklaard dat hij op Marktplaats had gereageerd op een advertentie van een zakelijke verkoper met de naam [naam] . De verkoper was al 18 jaar actief op Marktplaats en had goede reviews. Het ging om een advertentie voor een Ecoflow River 2 Pro Powerstation. [aangever] betaalde op 26 mei 2025 een Tikkie van € 206,75 aan bankrekeningnummer [rekeningnummer] op naam van [naam] . Het telefoonnummer van de verkoper was [telefoonnummer] . Kort erna waren alle advertenties van deze verkoper weg. [aangever] heeft hem via Whatsapp een berichtje gestuurd en kreeg het antwoord dat hij een domme lul was en maar aangifte moest doen. zaak 12 - [aangever] Aangever [aangever] heeft verklaard dat hij via Marktplaats een Leica verrekijker had besteld. Na een telefoongesprek met de verkoper, die stotterde, besloot [aangever] de betaling van € 206,75 te voldoen. Hij betaalde via Tikkie op 6 april 2025. Het telefoonnummer van de verkoper was [telefoonnummer] . De verrekijker is niet geleverd. zaak 13 - [aangever] Aangever [aangever] heeft verklaard dat zij op 30 april 2025 reageerde op een Marktplaatsadvertentie van een Kreidler RS 5 Bak. De verkoper, die handelde onder de naam [naam] , was 17 jaar actief op Marktplaats. De verkoper had via Marktplaats een Tikkie van € 556,75 gestuurd. Dit bedrag is door [aangever] betaald. [aangever] heeft het motorblok niet ontvangen. De verkoper maakte gebruik van het telefoonnummer [telefoonnummer] . zaak 14 – [aangever] Aangever [aangever] heeft verklaard dat hij op 13 mei 2025 via Marktplaats een Kreidler 5 bak had gekocht. Hij heeft het goed nooit ontvangen. De naam van de verkoper was [naam] . De verkoper was 11 jaar actief op Marktplaats. Bij zijn account stonden 22 goede ervaringen. [aangever] had contact met de verkoper via het telefoonnummer [telefoonnummer] . [aangever] heeft het bedrag van € 350,- met daarbij komende verzendkosten overgemaakt. zaak 15 - [aangever] Aangever [aangever] heeft verklaard dat hij een Legoset via Marktplaats had gekocht. De verkoper, met de naam [naam] , wilde graag dat [aangever] het bedrag overmaakte. Na een aantal berichtjes over en weer te hebben verstuurd en te hebben gebeld heeft de verkoper een Tikkie betaalverzoek gestuurd. [aangever] heeft vervolgens het bankrekeningnummer en het telefoonnummer ( [telefoonnummer] ) gecheckt op een website van de politie. Alles leek in orde te zijn. Op 27 maart 2025 heeft [aangever] het Tikkie-verzoek van € 181,75 voldaan. Hierna kreeg [aangever] geen contact meer met de verkoper. Het product zou via PostNL verstuurd worden, maar het pakket is niet aangemeld. De advertentie is door Marktplaats verwijderd in verband met het vermoeden van niet ‘veilig handelen’. Zaak 16 – [aangever] Aangever [aangever] heeft verklaard dat hij op 28 maart 2025 via Marktplaats reageerde op een advertentie voor een fietsendrager van een verkoper met de naam [verdachte] . Er werd door de verkoper gevraagd om het geldbedrag van € 463,95 via iDeal over te maken op bankrekeningnummer [rekeningnummer] op naam van [verdachte] . [aangever] had contact met de verkoper via telefoonnummer [telefoonnummer] . De verkoper stuurde een code voor het vervoer zodat [aangever] het pakket kon volgen. Deze code is ingevoerd op een link van de koerierdienstmarktplaats en leek betrouwbaar. Daarna bleek dat het gebruikersaccount bij Marktplaats niet meer bestond en dat alles was gewist. Er is niets geleverd. Op 15 juli 2025 werd verdachte aangehouden. Bij de fouillering van verdachte werd een bankpas van de Rabobank op naam van [verdachte] aangetroffen. Bij deze bankpas hoorde het bankrekeningnummer [rekeningnummer] . Zaak 17 – [aangever] Aangever [aangever] heeft verklaard dat hij op 3 april 2025 via Marktplaats een fietsendrager voor € 357,50 had gekocht. [aangever] vroeg de verkoper om diens naam, adres, telefoonnummer ( [telefoonnummer] ) en rekeningnummer. [aangever] heeft de man, die zich [naam] noemde, gebeld. Na het telefoongesprek heeft [aangever] het geld overgemaakt naar bankrekeningnummer [rekeningnummer] op naam van [naam] . De fietsendrager is niet aan [aangever] geleverd. Zaak 18 – [aangever] Aangever [aangever] heeft verklaard dat zij op 7 juni 2025 via Marktplaats een Canon camera wilde kopen. De verkoper noemde zich [naam] . [aangever] ontving een betaalverzoek via Whatsapp. Dit leek via de pagina van de verkopersbescherming te gaan, maar bleek uiteindelijk een persoonlijk Tikkie-verzoek te zijn. Na betaling werd [aangever] (waarbij de naam ‘ [naam] ’ in beeld kwam) geblokkeerd op Whatsapp en verdween het Marktplaats-profiel van de verkoper. [aangever] was het overgemaakte bedrag van € 415,85 kwijt en heeft geen camera ontvangen. [aangever] verklaarde dat de verkoper gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer] . Er is onderzoek gedaan naar het IMEI-nummer [nummer] . Gebleken is dat de telefoonnummers + [telefoonnummer] en + [telefoonnummer] (de rechtbank: telefoonnummers waarvan verdachte gebruikte maakte) gebruik hebben gemaakt van dit IMEI-nummer. De historische verkeersgegevens van het IMEI-nummer zijn gevorderd. Hieruit bleek dat de volgende telefoonnummers, op de volgende data, ook gebruik hebben gemaakt van dit IMEI-nummer: Telefoonnummer Eerste registratie Laatste registratie (...) [telefoonnummer] 25-02-2025 01-03-2025 (...) [telefoonnummer] 26-03-2025 29-03-2025 (...) [telefoonnummer] 03-04-2025 04-04-2025 (...) [telefoonnummer] 05-04-2025 13-04-2025 (...) [telefoonnummer] 29-04-2025 03-05-2025 [telefoonnummer] 03-05-2025 04-05-2025 (...) [telefoonnummer] 04-05-2025 06-05-2025 [telefoonnummer] 07-05-2025 08-05-2025 (...) [telefoonnummer] 13-05-2025 14-05-2025 (...) [telefoonnummer] 17-05-2025 21-05-2025 (...) [telefoonnummer] 25-05-2025 27-05-2025 (...) Gebleken is dat deze telefoonnummers voorkwamen in de aangiftes van zaak 8 tot en met 18: 1. Het telefoonnummer [telefoonnummer] werd genoemd in het proces-verbaal van aangifte PL0900_2025067609_2. Aangever ( [aangever] , zaak 8) verklaarde dat hij was opgelicht door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] ; 2. Het telefoonnummer [telefoonnummer] werd genoemd in het proces-verbaal van aangifte PL0600_2025236744_2. Aangever ( [aangever] , zaak 9) verklaarde dat zij was opgelicht door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] ; 3. Het telefoonnummer [telefoonnummer] werd genoemd in het proces-verbaal van aangifte PL0100_2025132135_2. Aangever ( [aangever] , zaak 10) verklaarde dat hij was opgelicht door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] ; 4. Het telefoonnummer [telefoonnummer] werd genoemd in het proces-verbaal van aangifte PL0100_2025139778_2. Aangever ( [aangever] , zaak 11) verklaarde dat hij was opgelicht door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] ; 5. Het telefoonnummer [telefoonnummer] werd genoemd in het proces-verbaal van aangifte PL0100_2025082562_2. Aangever ( [aangever] , zaak 12) verklaarde dat hij was opgelicht door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] ; 6. Het telefoonnummer [telefoonnummer] werd genoemd in het proces-verbaal van aangifte PL0600_2025209439_2. Aangever ( [aangever] , zaak 13) verklaarde dat zij was opgelicht door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] ; 7. Het telefoonnummer [telefoonnummer] werd genoemd in het proces-verbaal van aangifte PL2100_2025113135_2. Aangever ( [aangever] , zaak 14) verklaarde dat hij was opgelicht door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] ; 8. Het telefoonnummer [telefoonnummer] werd genoemd in het proces-verbaal van aangifte PL1100_2025067839_2. Aangever ( [aangever] , zaak 15) verklaarde dat hij was opgelicht door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] ; 9. Het telefoonnummer [telefoonnummer] werd genoemd in het proces-verbaal van aangifte PL0100_2025085121_2. Aangever ( [aangever] , zaak 16) verklaarde dat hij was opgelicht door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] ; 10. Het telefoonnummer [telefoonnummer] werd genoemd in het proces-verbaal van aangifte PL0600_2025160668_2. Aangever ( [aangever] , zaak 17) verklaarde dat hij was opgelicht door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] ; 11. Het telefoonnummer [telefoonnummer] werd genoemd in het proces-verbaal van aangifte PL2600_2025014993_2. Aangever ( [aangever] , zaak 18) verklaarde dat zij was opgelicht door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] . In de woning van verdachte in Assen is een Samsung telefoon met goednummer 3494436 in beslag genomen. In de telefoon werd een screenshot aangetroffen van een ontvangen transactie op een bankierenapp. Op het screenshot was te zien dat een bedrag van € 463,95 werd overgemaakt vanaf bankrekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [aangever] en/of [aangever] . Daarnaast werd in de telefoon een screenshot aangetroffen die was gemaakt op 22 mei 2025 om 18:01 uur. Op dit screenshot was een bankpas te zien met het bankrekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [naam] . Uit de aangifte van [aangever] is gebleken dat [aangever] op 26 mei 2025 een bedrag van 206,75 euro aan dit bankrekeningnummer overmaakte. In de telefoon werd een Snapchatgesprek aangetroffen tussen “ [account] ( [verdachte] )”, de gebruiker van de telefoon, en “ [account] ”. De gebruiker met de naam “ [naam] ” stuurde op 30 maart 2025 de volgende berichten naar de gebruiker met de naam “ [account] ( [verdachte] )": - [rekeningnummer] - Hjje [naam] Aangever [aangever] had een bedrag van 357,50 euro overgemaakt naar het bankrekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [naam] . In het Snapchatgesprek tussen “ [account] ( [verdachte] )” en “ [account] ” werd daarnaast gezien dat “ [naam] ” op 22 april 2025 de volgende berichten stuurde naar “ [account] ( [verdachte] ): - [rekeningnummer] - [naam] Aangever [aangever] had een bedrag van 506,95 euro overgemaakt naar het bankrekeningnummer [rekeningnummer] . Ook aangever [aangever] verklaarde een bedrag van 556,75 euro te hebben overgemaakt naar het bankrekeningnummer [rekeningnummer] . Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij zich bezig hield met Marktplaatsfraude. Hij werkte alleen of met anderen. Hij stuurde ook weleens een berichtje aan een koper voor een ander, maar de hoofduitvoering bleef altijd bij dezelfde persoon. Verdachte werkte overal waar hij een momentje had om op zijn telefoon te zitten. Hij kocht Marktplaatsaccounts en hij had er ook een programma voor. De accounts waren van mensen die al lang actief waren op Marktplaats. Verdachte nam deze accounts over. De in zijn woning in beslag genomen telefoons waren van hem. Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 3 De rechtbank stelt op basis van bovenstaande bewijsmiddelen vast dat verdachte via verschillende Marktplaatsaccounts in contact is getreden met aangevers [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] en [aangever] . Uit historische verkeersgegevens en onderzoek aan een onder verdachte in beslag genomen telefoon is gebleken dat de aangevers contact hebben gehad met telefoonnummers die gebruikt zijn met een IMEI-nummer dat gelinkt wordt aan een telefoon van verdachte. In de telefoon van verdachte zijn screenshots aangetroffen die te herleiden zijn naar betalingen die gedaan werden door enkele aangevers. Ook werden in de telefoon Snapchatberichten aangetroffen waarin rekeningnummers werden gedeeld waaraan enkele aangevers betalingen hebben gedaan. De betaling van aangever [aangever] werd gedaan op een bankrekening op naam van verdachte. Verdachte beschikte bij zijn aanhouding over een bankpas van deze bankrekening. Verdachte heeft zich in het contact met de aangevers voorgedaan als legitieme Marktplaatsverkoper van diverse goederen. De aangevers dachten te maken te hebben met verkopers die vele jaren actief waren op Marktplaats en veelal goede reviews hadden. Hiermee wekte verdachte bij de aangevers het vertrouwen dat zij goederen kochten van legitieme, betrouwbare verkopers en werden zij bewogen om te betalen. Uit verklaringen van verdachte ter terechtzitting volgt dat het nooit zijn intentie is geweest om de goederen te leveren. Verdachte heeft verklaard dat hij soms contact met kopers had voor anderen die dezelfde fraude pleegden. De hoofduitvoering bleef echter altijd bij dezelfde persoon, dus ofwel bij verdachte of bij een onbekend gebleven medeverdachte. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte goederen heeft verkocht met het oogmerk deze niet te leveren en zichzelf en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen. De verkoop en communicatie vond telkens plaats via Marktplaats en WhatsApp zodat sprake is van online handelsfraude. Verdachte heeft zich in een periode van ruim vier maanden op verschillende tijdstippen (ten minste) 11 maal schuldig gemaakt aan online handelsfraude. Het voorgaande leidt de rechtbank tot het oordeel dat sprake is van een gewoonte als bedoeld in artikel 326e van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank acht feit 3 daarmee wettig en overtuigend bewezen. feit 4 en 5 Verdachte heeft verklaard dat hij zich bezig hield met bankhelpdeskfraude en de mensen belde. Hij hanteerde altijd dezelfde werkwijze. Hij zei dat het slachtoffer was geskimd, dat er een koerier zou komen om de bankpas op te halen en dat die koerier een code zou hebben. Het zou kunnen dat hij in de telefoongesprekken de naam [alias 1] of [alias 2] gebruikte. Ook zei verdachte tegen het slachtoffer dat hij of zij diens pincode na de piep kon inspreken. Op YouTube zocht verdachte dan een piepgeluid op en speelde deze af. De telefoonnummers van de slachtoffers haalde hij uit het telefoonboek. Een andere persoon regelde dat er iemand langs de deur ging om de bankpas op te halen. Het pinnen besteedde verdachte ook uit. Verdachte bepaalde wel waar en welke bedragen er werden gepind. zaak 19 – [aangever] Aangeefster [aangever] heeft verklaard dat zij 84 jaar is en in Klazienaveen woont. Op 27 juni 2025 werd zij gebeld door een man die vertelde dat hij [alias 1] van de ING was. De man kwam af en toe niet goed uit zijn woorden. De man vertelde dat haar bankpas geskimd was en dat er was geprobeerd te betalen op verschillende plekken in Nederland en het buitenland. De ING had daarom haar bankrekening bevroren. De man vertelde haar dat er een koerier langs zou komen om haar bankpas op te halen. De koerier zou een code doorgeven zodat [aangever] zeker wist dat het klopte en zij haar pasje af kon geven. Deze code was [nummer] . [aangever] moest het pasje in een envelop doen en daar haar handtekening op zetten. Zij moest ook haar pincode aan de telefoon doorgeven. Er kwam een pieptoon en dan moest zij haar pincode doorgeven. Er kwam een jongen aan de deur, die haar de code [nummer] gaf. [aangever] heeft haar bankpas gegeven. [aangever] bleef met de man aan de telefoon. Omstreeks 19.55 uur werd de verbinding verbroken. Bij de ING bleek dat er al € 1150,- was gepind. - Op 27-06-2025 om 17.40 uur is er € 450,- gepind bij de Geldmaat aan de Van Echtenskanaal NZ te Klazienaveen; - Op 27-06-2025 om 18.27 uur is er € 130,- gepind bij de Shell Emmen; - Op 27-06-2025 om 18.41 uur is er € 200,- gepind bij de Shell Pollux; - Op 27-06-2025 om 18.43 uur is er € 200,- gepind bij de Shell Pollux; - Op 27-06-2025 om 18.58 uur is er € 100,- gepind bij de Spar Zwartemeer; - Op 27-06-2025 om 19.00 uur is er € 70,- gepind bij de Geldmaat de Blokken. De beelden van de Geldmaat in de zaak van aangeefster [aangever] zijn uitgekeken. Op de beelden stond de dag aangegeven (2025-06-27) en de tijd (vanaf 17:38:00 tot 17:43:00 en 18:59:00 tot 19:03:00). Op de beelden werd onder andere het volgende gezien. Om 17:39:53 uur kwam persoon 1 aanlopen. Vervolgens kwam persoon 2 aanlopen. Persoon 2 ging naast persoon 1 staan. Persoon 1 stak zijn hand uit naar de automaat en toetste om 17:40:40 uur twee dingen in. Persoon 1 haalde vervolgens een oranje pinkaart en een stapel biljetten uit de automaat. Persoon 1 werd als volgt omschreven: man, 1.75-1.85m, middellang zwart haar krullen, zwarte jas/trui en getint/Midden-Oosters uiterlijk. Persoon 2 werd als volgt omschreven: man, 1.75-1.85m, kort zwart haar, zwarte jas met capuchon logo (EA7) aan de rechterkant, getint/ Midden-Oosters uiterlijk, zeer korte ringbaard en haar op de kin wat langer. De linker persoon op de beelden van de Geldmaat (de rechtbank begrijpt: persoon 1) wordt herkend als [persoon 2] , geboren op [geboortedag] te [geboorteplaats] (Syrië). Verbalisant [verbalisant] herkende [persoon 2] vanuit verschillende jeugdcontroles in Assen en naar aanleiding van een melding van overlast op de kermis in Assen. De rechter persoon op de beelden (de rechtbank begrijpt: persoon 2) werd herkend als [persoon 1] . Verbalisant [verbalisant] herkende [persoon 1] omdat zij hem op 14 maart 2025 had verhoord. Op 21 maart 2025 sprak zij opnieuw met hem. Zij herkende [persoon 1] met name aan zijn donkere uitkijk. Het snorretje was hetzelfde, en de vorm van de mond, wenkbrauwen en haarlijn kwamen overeen. Gebleken is dat het telefoonnummer [telefoonnummer] (de rechtbank: het privételefoonnummer van verdachte) gebruik had gemaakt van het IMEI-nummer [nummer] . De volgende telefoonnummers hebben, op de volgende data, ook gebruik gemaakt van het IMEI-nummer [nummer] : Telefoonnummer Eerste registratie Laatste registratie [telefoonnummer] 24-02-2025 22-05-2025 (....) [telefoonnummer] 25-06-2025 29-06-2025 Het telefoonnummer + [telefoonnummer] had in de periode maar met één telefoonnummer contact, te weten op 27 juni 2025. Het telefoonnummer had toen contact met telefoonnummer + [telefoonnummer] . Dit telefoonnummer bleek het telefoonnummer van aangeefster [aangever] te zijn. In de telefoon die in beslag werd genomen in de woning van verdachte, werd een screenshot aangetroffen. Het screenshot was gemaakt op 27 juni 2025 om 16.51 uur. Dit screenshot was gemaakt door het toestel. Op het screenshot was een belgesprek te zien met een duur van 59 minuten en 20 seconden en was te zien dat er gebeld werd naar het telefoonnummer [telefoonnummer] (het telefoonnummer van [aangever] ). zaak 20 – [aangever] Aangever [aangever] , woonachtig aan [adres] te Klazienaveen, heeft verklaard dat hij op 20 juni 2025 werd gebeld. De persoon aan de telefoon stelde zich voor als [alias 1] van de Rabobank. De man vertelde dat [aangever] was geskimd en zei dat er een koerier zou langskomen om de bankpas van [aangever] op te halen. [aangever] zei dat hij zijn bankpasje niet zou afgeven, omdat dit niet mag van de bank. De man zei dat dit normaal ook zo was, maar dat dit een noodgeval was en dat het om zware criminelen ging. [aangever] kreeg een code, die de koerier weer aan hem zou doorgeven: [nummer] . [aangever] moest het bankpasje in een witte envelop doen met zijn naam en handtekening erop. [aangever] zei dat hij beter de politie kon bellen, maar de man aan de telefoon zei dat dat allemaal al geregeld was. [aangever] moest ook zijn pincode geven, omdat het om zware criminaliteit ging. De man zei dat [aangever] de pincode niet aan hem hoefde te vertellen, maar dat hij een robot aan de lijn kreeg waar hij de pincode aan kon vertellen. [aangever] gaf zijn pincode door aan de robot. Omstreeks 21:30 uur kwam er een jongeman aan de deur. De jongeman gaf de juiste code door aan [aangever] en zei dat hij de volgende dag een nieuwe bankpas zou ontvangen. De man aan de telefoon zei dat [aangever] de volgende dag weer gebeld zou worden. Op 21 juni 2025 werd [aangever] weer gebeld door dezelfde man. De man vertelde dat ze onderweg waren met de nieuwe bankpas. Toen werd de verbinding verbroken. Er bleek € 2613,- van zijn bankrekening te zijn gepind op de volgende plaatsen en tijdstippen: - 20 juni 2025 21:48:59 uur, 400 euro bij de Shell Pollux Klazienaveen; - 20 juni 2025 22:32 uur, 100 euro bij de BP Balken-Kolk Assen; - 20 juni 2025 22:32 uur, 13 euro bij de BP Balken-Kolk Assen; - 20 juni 2025 22:37:24 uur, 400 euro bij de Geldmaat Nobellaan 241 Assen; - 21 juni 2025 00:38:21 uur, 400 euro bij de Geldmaat Ubbo-Emmius 8 Groningen; - 21 juni 2025 00:38:22 uur, 400 euro bij de Geldmaat Ubbo-Emmius 8 Groningen; - 21 juni 2025 08:43 uur, 400 euro bij de Geldmaat Nobellaan 241 Assen; - 21 juni 2025 07:15:22 uur, 100 euro bij de Toto Assen; - 21 juni 2025 08:02:50 uur, 400 euro bij de Aldi Assen. Aangever [aangever] heeft verklaard dat de persoon die hij aan de lijn had stotterde. Verbalisant [verbalisant] ontving een screenshot van de camerabeelden van de transactie van 400 euro op 20 juni 2025 om 21:48:59 uur bij de Shell Pollux Klazienaveen. Verbalisant [verbalisant] herkende [persoon 1] op de camerabeelden. Zij herkende [persoon 1] van een eerder verhoor en contact over een bemiddelingsgesprek. Op de camerabeelden van de Shell Pollux Klazienaveen, Geldmaat Ubbo-Emmius 8 te Groningen en de camerabeelden van de Geldmaat Nobellaan van 20 juni 2025 werd [persoon 1] door verbalisant [verbalisant] herkend aan zijn postuur, gezicht en haardracht. In de telefoon die in de woning van verdachte is aangetroffen, werd een screenshot aangetroffen die was gemaakt op 20 juni 2025 om 20.11 uur. Dit screenshot was gemaakt door het toestel. Het betrof een screenshot van de website telefoongids.nl. Op dit screenshot waren twee adressen met telefoonnummers te lezen. De bovenste van de twee adressen betrof het volgende adres en telefoonnummer: [aangever] , [adres] Klazienaveen, [telefoonnummer] . zaak 21 – [aangever] Aangeefster [aangever] heeft verklaard dat zij op 25 juni 2025 werd gebeld. Toen zij opnam, stelde een man zich voor als [alias 1] . De man stotterde tijdens het telefoongesprek. [aangever] had meteen door dat het niet goed was. Ze bevestigde tegen de man dat ze een bankrekening bij de Rabobank had. De man aan de telefoon vertelde dat hij van de afdeling fraude was en dat hij kon zien dat iemand had geprobeerd in te loggen op de bankrekening en geld over te schrijven. De man gaf aan dat een koerier genaamd [naam] de pas zou komen ophalen. [alias 1] vroeg [aangever] de pas in een envelop te stoppen waar haar naam en handtekening op stonden. De koerier zou aan de deur een code aan [aangever] doorgeven: [nummer] . Vervolgens zei de man dat de koerier niet [naam] zou heten, maar [naam] . Uiteindelijk werd er op de deur geklopt. [aangever] opende de deur en zag een voor haar onbekende vrouw. [aangever] vroeg aan de vrouw of zij [naam] was. De vrouw gaf de code door. [aangever] gaf de vrouw haar bankpas. Verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] hebben verklaard dat zij aanwezig waren in de woning van aangeefster [aangever] aan [adres] te Zwolle. Zij hoorden dat er werd aangebeld bij de voordeur. [aangever] vroeg aan de vrouw of zij [naam] was, waarop een vrouwenstem zei: “Ja, van de Rabobank.” De vrouw gaf de code door. Vervolgens hebben de verbalisanten de vrouw, [persoon 4] , aangehouden. [persoon 4] verklaarde dat zij was gebracht door twee donkere jongens in een kleine zwarte auto. Verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] verklaarden dat een kleine zwarte auto hen tegemoet kwam rijden. De verbalisanten bevonden zich op 260 meter afstand van de woning aan [adres] die zich in een doodlopende straat bevindt. In de auto zaten twee jongemannen met een getinte huidskleur. De verbalisanten gaven de auto een stopteken en de bestuurder overhandigde een rijbewijs op naam van [persoon 6] . De bijrijder legitimeerde zich als [persoon 5] . Er is een image gemaakt van de Samsung SM-A530F die in beslag was genomen bij de aanhouding van de drie verdachten. Uit het volgende blijkt dat deze telefoon in gebruik was bij [persoon 5] : - Uit de gegevens van de telefoon blijkt dat het telefoonnummer dat in deze telefoon wordt gebruikt, het telefoonnummer + [telefoonnummer] is. Uit de politiesystemen is bekend dat dit telefoonnummer in gebruik is bij [persoon 5] ; - [persoon 6] heeft verklaard dat hij bij de aanhouding had gezien dat [persoon 5] , die op dat moment naast hem zat, de telefoon uit had gedaan en in het dashboardkastje had gelegd; - Uit de image van deze telefoon blijkt dat er een whatsappgesprek is met [account] met het nummer [account] . Bij laatst genoemde nummer staat [naam] (device owner) vermeld. Hetzelfde gesprek is ook aangetroffen in de telefoon van [persoon 4] . [persoon 4] heeft in haar telefoon het nummer [account] opgeslagen onder de naam [persoon 5] . In de telefoon werd een Snapchatgesprek aangetroffen tussen " [verdachte] " en " [account] ". Om te onderzoeken wie van deze twee namen de gebruiker van de telefoon betreft, is " [naam] " als zoekterm ingevoerd. Het resultaat was 1.848 snapchat gesprekken met deze naam als zender of ontvanger. Hieruit kan worden afgeleid dat de naam " [naam] " de gebruiker, [persoon 5] , betreft. Op 25 juni 2025 berichtte [verdachte] (hierna: [verdachte] ) in het gesprek met [naam] : - 09:30:21- "eerste rabo aan de lijn", - 09:30:25 - "ff kijken wat mevrouw ik", - 09:30:27 - "wil" (...) - 09:59:53 - "Moet alleen pincode nog" - 09:59:58 - "Pas zit al in envelop" (...) - 10:00:18 - "moet naam verzinnen" - 10:00:20 - "voor de koerier" (...) - 10:08:00 - "ik heb pincode" - 10:08:04 - "Zwolle" (…) - 10:38:21 "Ik kan de naam wijzigen nog" - 10:38:24 "Van de koerier wel" - 10:38:31 "word t een vrouw?" [naam] berichtte vervolgens: - 10:38:36 - Oké [persoon 4] wil wel kan nu alleen of die [naam] (…) [verdachte] berichtte daarna: - 12:13:36 - "Maar na straks 4,5 uur" - 12:13:44 - "Kan ik niet garanderen meer dar ophalen veilig is" (...) - 12:24:41 - "Ze is er" (...) - 12:24:47 - " [adres] Zwolle" - 12:27:59 - " [nummer] pincode" - 12:28:04 - "Ophaalcode [nummer] " - 12:28:12 - "Naam koerier [naam] " - 12:28:16 - "Medewerker rabobank" (...) - 13:31:05 - "Ze is er" (...) - 13:31:25 - "Scotoe" - 13:31:26 - "Is ee" - 13:31:36 - "Weg dasr" - 13:31:37 - "Nuuu" Verdachte heeft verklaard dat het account [verdachte] van hem was. zaak 22 – [aangever] Aangever [aangever] , woonachtig aan [adres] te Klazienaveen, heeft verklaard dat hij op 16 juni 2025 werd gebeld. [aangever] kreeg een man aan de lijn die zei dat hij [alias 2] heette envan de Rabobank was. De man zei dat er iets met de bankpas van [aangever] aan de hand was. Rond 19:15 uur kwam een man aan de deur om de bankpas op te halen. De man die aan de deur kwam, was een blanke man van ongeveer 40 à 45 jaar. [aangever] heeft de man zijn bankpas en pincode gegeven. Door de Rabobank werd later gemeld dat er € 2.263,00 van zijn rekening was gepind: Op 16 juni 2025 om 19:22 uur is een bedrag van € 400,00 gepind bij Shell Klazienaveen; Op 16 juni 2025 om 19:38 uur is een bedrag van € 113,00 gepind bij OK Emmen; Op 16 juni 2025 om 20.21 uur is een bedrag van € 400,00 gepind bij Geldmaat aan de Nobellaan in Assen; Op 17 juni 2025 om 00:23 uur is een bedrag van € 400,00 gepind bij Geldmaat aan de Ubbo Emmiusstraat in Groningen; Op 17 juni 2025 om 07:50 uur is een bedrag van € 100,00 gepind bij Shell Assen; Op 17 juni 2025 om 08:01 uur is een bedrag van € 300,00 gepind bij de Aldi aan de Groningerstraat in Assen; Op 17 juni 2025 om 08:20 uur is een bedrag van € 100,00 gepind bij de Albert Heijn aan de Triade in Assen; Op 17 juni 2025 om 08:21 uur is een bedrag van € 450,00 gepind bij Geldmaat Triade in Assen. Op de Samsung-telefoon die in de woning van verdachte is aangetroffen, werd een screenshot aangetroffen. Het screenshot was gemaakt op 16 juni 2025 om 18:19 uur en betrof een screenshot van de website telefoongids.nl. Het screenshot werd gemaakt door het telefoontoestel. Op het screenshot waren drie adressen met telefoonnummers te lezen. Het middelste adres en telefoonnummer betrof: [adres] Klazienaveen Telefoonnummer: [telefoonnummer] Daarnaast werd een screenshot aangetroffen die gemaakt was op 16 juni 2025. Ook dit screenshot was gemaakt met het telefoontoestel. Op het screenshot was het telefoonnummer [telefoonnummer] te lezen. Dit telefoonnummer bleek op naam te staan van [aangever] , [adres] te Klazienaveen. Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 4 en 5 De rechtbank stelt op grond van bovenstaande bewijsmiddelen vast dat aangevers [aangever] , [aangever] , [aangever] en [aangever] werden gebeld door een persoon die zich voordeed als medewerker van de bank. Deze persoon noemde zich steeds [alias 1] of [alias 2] . Verdachte heeft verklaard dat hij zich bezig hield met bankhelpdeskfraude en dat hij het gedeelte aan de telefoon voor zijn rekening nam. Hij verklaarde dat het zou kunnen dat hij de naam [alias 2] of [alias 1] gebruikte. De door verdachte beschreven werkwijze komt overeen met de verklaringen van aangevers. Aan de aangevers werd verteld dat zij geskimd waren of dat er geldbedragen werden weggenomen en dat een koerier aan hun deuren zou komen om hun bankpassen op te halen. De koerier zou een code doorgeven zodat aangevers zouden weten dat het veilig was om hun bankpas af te geven. Deze code was steeds [nummer] , [nummer] of [nummer] . Door de man aan de telefoon werd aan aangevers [aangever] en [aangever] gevraagd om na de pieptoon hun pincode in te spreken. Ook dit detail komt overeen met de door verdachte gehanteerde werkwijze. In de telefoon die in de woning van verdachte in beslag is genomen, is een aantal screenshots aangetroffen. Uit de screenshots – die genomen zijn met het desbetreffende telefoontoestel - blijkt dat verdachte over de persoonsgegevens van aangevers [aangever] en [aangever] beschikte. Ook is in de telefoon een screenshot aangetroffen waarop een belgesprek te zien is met het telefoonnummer van aangeefster [aangever] . Het IMEI-nummer dat gekoppeld wordt aan het privételefoonnummer van verdachte, werd op 27 juni 2025 gebruikt door het telefoonnummer waarmee aangeefster [aangever] contact heeft gehad. Ten slotte is in de telefoon van [persoon 5] een Snapchatgesprek aangetroffen met de gebruiker [verdachte] . Verdachte heeft aangegeven gebruiker te zijn van dit Snapchataccount. In het chatgesprek, dat werd gevoerd op 25 juni 2025, werd gesproken over een koerier genaamd [naam] . Ook werd in het chatgesprek de code [nummer] en de adresgegevens van [aangever] gedeeld. Ook waarschuwde de gebruiker [verdachte] , verdachte, aan het einde van het gesprek voor de scotoe (de rechtbank begrijpt: de politie). Dit komt overeen met het verloop van de afgifte van de bankpas door [aangever] , waarna koerier [naam] ( [persoon 4] ) en [persoon 5] door de politie werden aangehouden. De rechtbank leidt uit het bovenstaande af dat verdachte zich via de telefoon voordeed als bankmedewerker [alias 1] / [alias 2] en aangevers [aangever] , [aangever] , [aangever] en [aangever] bewoog tot afgifte van hun bankpassen en hun pincodes. Verdachte maakte daarbij gebruik van een valse naam en een valse hoedanigheid. Door de aangevers urenlang aan de telefoon te houden, hen te vertellen dat ze waren geskimd en dat sprake was van zware criminaliteit, voerde verdachte de druk op bij de aangevers om mee te gaan in zijn verhaal en hun bankpassen en pincodes af te geven. Verdachte gaf aangevers een code die de koerier aan hen zou noemen, zodat zij het vertrouwen hadden om hun bankpas af te geven. Ook maakte hij gebruik van een pieptoon, waardoor aangevers dachten hun pincode veilig te kunnen delen. De rechtbank is van oordeel dat verdachte door aldus te handelen ook gebruik maakte van listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels. Verdachte heeft verklaard dat iemand voor hem regelde dat er een koerier langs de deur ging. Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat verschillende mensen als koerier aan de deuren van de aangevers zijn geweest en dat verdachte daarmee tijdens het bellen ook in contact stond (zo volgt bijvoorbeeld uit het Snapchatgesprek met [persoon 5] ). De rechtbank overweegt dat bij de oplichtingen van [aangever] , [aangever] , [aangever] en [aangever] aldus sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en deze personen, en dus van medeplegen. De rechtbank acht daarmee feit 4 wettig en overtuigend bewezen. Bij aangevers [aangever] , [aangever] en [aangever] zijn uiteindelijk geldbedragen weggenomen. Op de camerabeelden van diverse geldautomaten zijn [persoon 1] en [persoon 2] herkend. Zij hebben pintransacties verricht die te linken zijn aan de aangiftes van [aangever] en [aangever] . De rechtbank wijst erop dat het ophalen van de pinpassen bij aangevers [aangever] en [aangever] en het vervolgens pinnen van de geldbedragen plaatsvond in een zeer kort tijdsbestek. Hierdoor kan het niet anders dan dat er een direct verband bestond tussen het wegnemen van de pinpassen en het vervolgens wegnemen van de geldbedragen. Verdachte heeft verklaard dat hij het pinnen van geldbedragen uitbesteedde. Uit de verklaring van verdachte volgt voor de rechtbank dat sprake was van een taakverdeling, waarbij verdachte bepaalde waar en wat er gepind werd. Hieruit blijkt voor de rechtbank dat telkens sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de pinners van de geldbedragen. Daarmee is verdachte als medepleger aan te merken. De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van feit 5. 3 De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 tot en met feit 5 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: feit 1 hij in of omstreeks de periode van 4 mei 2025 tot en met 5 mei 2025 te Assen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk om zich en /of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en /of een valse hoedanigheid en /of door listige kunstgrepen en /of door een samenweefsel van verdichtsels, de volgende personen heeft bewogen tot de afgifte van de volgende geldbedragen: - zaak 2: [aangever] tot de afgifte van €1019,- euro en - zaak 3: [aangever] tot de afgifte van €1023,- euro en - zaak 4: [aangever] tot de afgifte van €645,23 euro en - zaak 5: [aangever] tot de afgifte van €799,- euro en - zaak 6: [aangever] tot de afgifte van 958,39 euro en - zaak 7: [aangever] tot de afgifte van €1336,- euro door: - voornoemde slachtoffers telefonisch te benaderen en zich voor te doen als medewerker van de Tuinmeubelshop en /of ; - die slachtoffers te melden dat er sprake zou zijn van een pinstoring en/of defect pinapparaat bij de bezorger van/namens de Tuinmeubelshop waardoor bij aflevering van de /het door hem/ hun bestelde goed ( eren ) niet kon worden betaald en /of ; - die slachtoffers te melden dat zij het verschuldigde bedrag via een Tikkie en/of bankoverschrijving diende ( n ) te voldoen en /of ; - die slachtoffers (via WhatsApp) een bankrekeningnummer te sturen waarop het verschuldigde bedrag diende te worden bijgeschreven en/of een Tikkie te sturen die moest worden betaald; feit 2 hij in of omstreeks de periode van 4 mei tot en met 5 mei 2025 te Assen, althans in Nederland, niet-openbare gegevens, te weten ordergegevens van de Tuinmeubelshop (bevattende ordernummers en /of bestelde producten en /of (contact)gegevens van kopers en /of factuurbedragen) heeft verworven en /of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, ten tijde van de verwerving en /of het voorhanden krijgen van deze gegevens wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze door misdrijf waren verkregen; feit 3 hij in of omstreeks de periode van 2 maart 2025 tot en met 7 juni 2025 te Assen, althans in Nederland, een beroep of gewoonte heeft gemaakt van het door middel van een geautomatiseerd werk verkopen van goederen en/of het verlenen van diensten tegen betaling , te weten - zaak 8: via Marktplaats een DJI mini 3 pro aan [aangever] voor €406,75 en /of - zaak 9: via Marktplaats een Kreidler Blok aan [aangever] voor €506,95 en /of ; - zaak 10: via Marktplaats een motorblok aan [aangever] voor €626,75 en /of ; - zaak 11: via Marktplaats een ecoflow river 2 powerstation aan [aangever] voor €206,75 en /of ; - zaak 12: via Marktplaats een Leica verrekijker aan [aangever] voor €206,75 en /of ; - zaak 13: via Marktplaats een Kreidler RS 5 bak aan [aangever] voor €556,75 en /of ; - zaak 14: via Marktplaats een Kreidler 5 bak aan [aangever] voor €350,- en /of ; - zaak 15: via Marktplaats een lego set aan [aangever] voor €181,75 en /of ; - zaak 16: via Marktplaats een fietsendrager aan [aangever] voor €463,95 en /of ; - zaak 17: via Marktplaats een fietsendrager aan [aangever] voor €357,50 en /of ; - zaak 18: via Marktplaats een camera aan [aangever] voor 415,85 met het oogmerk om zonder volledige levering zich en/of een ander van de betaling van die goederen of diensten te verzekeren; feit 4 hij in of omstreeks de periode van 16 juni 2025 tot en met 27 juni 2025 te Assen en /of Klazienaveen en /of Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en /of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en /of een valse hoedanigheid en /of door listige kunstgrepen en /of door een samenweefsel van verdichtsels, [aangever] (zaak 19) en /of [aangever] (zaak 20) en /of [aangever] (zaak 21) en /of [aangever] (zaak 22), heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en /of het ter beschikking stellen van gegevens, te weten een of meerdere pinpassen/bankpassen en/of creditcards en /of (bijbehorende) pincodes, door: - die slachtoffers telefonisch te benaderen en zich voor te doen als medewerker van een (fraudehelpdesk van een) bank (genaamd [alias 1] of [alias 2] ) en /of - die slachtoffers te melden dat diens bankpas ( sen ) geskimd is/ zijn en/of dat met diens bankpas ( sen ) gepoogd is (een) betaling(en) te verrichten en /of dat er sprake zou zijn van ongebruikelijke transacties op diens rekening(en) en/of - die slachtoffers te melden dat diens rekening(en) bevroren is/ zijn door de bank en /of - die slachtoffers te melden dat zij hun pinpas(sen) in een enveloppe moeten doen en /of overhandigen aan een koerier en /of medewerker van de bank die bij voornoemde slachtoffers aan de deur zou komen en /of - slachtoffers hierbij een naam van de koerier en/of bankmedewerker en een code ( [nummer] of [nummer] of [nummer] ) te geven ter verificatie en /of identificatie en/of - slachtoffers te melden dat zij na de pieptoon de bij de pinpas behorende pincode in moeten spreken en /of - naar de woningen van slachtoffers toe te rijden/gaan en /of - bij slachtoffers aan de deur te komen, voornoemde naam en /of code door te geven en /of de enveloppe(s) (met hierin een of meerdere pinpassen) in ontvangst te (laten) nemen en /of mee te nemen; feit 5 hij in of omstreeks de periode van 16 juni 2025 tot en met 27 juni 2025 te Assen en /of Klazienaveen en /of Emmen en /of Groningen en /of Zwartemeer, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, - een of meerdere geldbedragen (in totaal €1150,- euro) dat/ die geheel of ten dele toebehoorde ( n ) aan [aangever] (zaak 19) en /of ; - een of meerdere geldbedragen (in totaal €2613,- euro) dat/ die geheel of ten dele toebehoorde ( n ) aan [aangever] (zaak 20) en /of ; - een of meerdere geldbedragen (in totaal €2263,- euro) dat/ die geheel of ten dele toebehoorde ( n ) aan [aangever] (zaak 22) in elk geval enig goed, dat die geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en /of zijn mededader ( s ) toebehoorde ( n ) heeft weggenomen, ( telkens ) met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en /of zijn mededader ( s ) zich (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/ die weg te nemen geldbedrag ( en ) onder zijn/ hun bereik heeft/ hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door - onbevoegd te pinnen met een of meerdere bankpassen/pinpassen en /of bijbehorende pincode(s) van die slachtoffers. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: feit 1: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd feit 2: niet-openbare gegevens verwerven en voorhanden hebben, terwijl hij ten tijde van de verwerving en het voorhanden krijgen van deze gegevens wist dat deze door misdrijf zijn verkregen feit 3: een gewoonte maken van het door middel van een geautomatiseerd werk verkopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige levering zich van de betaling van die goederen te verzekeren feit 4 en 5: de voortgezette handeling van het medeplegen van oplichting en diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldigen het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutel, meermalen gepleegd 5 De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6 De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7 De overwegingen ten aanzien van straf Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Aan het voorwaardelijke strafdeel dienen de bijzondere voorwaarden te worden verbonden zoals geadviseerd in het reclasseringsadvies d.d. 27 augustus 2026. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft erop gewezen dat verdachte inziet dat de geadviseerde bijzondere voorwaarden noodzakelijk zijn om herhaling in de toekomst te voorkomen en dat hij bereid is om zich hieraan te houden. De raadsman heeft een kanttekening geplaatst bij het middelenverbod, nu het middelengebruik niet te koppelen is aan de feiten. De raadsman heeft de rechtbank gevraagd deze bijzondere voorwaarde te wijzigen in het beheersbaar houden van het middelengebruik. De raadsman heeft de rechtbank gevraagd een groter deel van de op te leggen straf voorwaardelijk op te leggen, gelet op het feit dat een behandeling voor de in deze zaak geconstateerde stoornissen bij verdachte prevaleert. Ook zou gelet moeten worden op hetgeen verdachte op dit moment heeft opgebouwd. De raadsman heeft ten slotte betoogd dat bij de strafeis te weinig rekening is gehouden met art. 63 Wetboek van Strafrecht. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft zich, alleen en samen met anderen, schuldig gemaakt aan het op verschillende manieren oplichten van een groot aantal slachtoffers. Verdachte heeft klanten van de Tuinmeubelshop geldbedragen afhandig gemaakt, waarbij hij op geraffineerde wijze hun vertrouwen won doordat hij over klant- en ordergegevens beschikte. Deze klant- en ordergegevens betroffen niet-openbare gegevens die door misdrijf in het bezit van verdachte waren gekomen. Verdachte heeft verklaard dat hij bij deze oplichtingen een leidinggevende rol had. Verdachte is daarnaast betrokken geweest bij online handelsfraude door via Marktplaats goederen aan te bieden, die - na ontvangst van de betaling door de slachtoffers - niet werden geleverd. Ten slotte heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan bankhelpdeskfraude, waarbij hij samen met anderen op eveneens geraffineerde én brutale wijze de slachtoffers – die vaak op leeftijd waren – bankpassen, pincodes en geldbedragen afhandig heeft gemaakt. Door de handelswijze van verdachte is een groot aantal slachtoffers financieel benadeeld. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij geen enkel berouw heeft getoond voor de slachtoffers en enkel heeft gedacht aan zijn eigen financiële gewin. Uit het uittreksel uit het justitiële documentatieregister (het strafblad) van 24 juli 2026 blijkt bovendien dat verdachte in de afgelopen jaren veelvuldig is veroordeeld voor vermogensdelicten. Bij de op te leggen straf wordt in strafverminderende zin rekening gehouden met de toepasselijkheid van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank heeft verder acht geslagen op de PJ-rapportage van 16 juni 2026, opgesteld door drs. J.A.M. Gresnigt, klinisch psycholoog. De rapporteur schrijft dat bij verdachte sprake is van een antisociale persoonlijkheidsstoornis, narcistische persoonlijkheidskenmerken, een eerder gediagnosticeerde ADHD en een lichte stoornis in het gebruik van cannabis, in gereguleerde detentieomgeving in remissie. Ten tijde van het bewezenverklaarde waren deze stoornissen aanwezig. Verdachte conformeert zich niet aan sociale en wettelijke normen en berouw ontbreekt bij hem. Dit zijn duidelijke antisociale kenmerken, behorend bij een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Verdachte vindt het min of meer geoorloofd om middels delictgedrag aan geld te komen, is prikkelzoekend en beïnvloedbaar in een context met antisociale anderen. Daarnaast zoekt hij status middels geld, oplichting en middels antisociaal en imponerend gedrag, zoals door het plegen van de huidige feiten. In die zin spelen narcistische tendensen een rol. Voorts wordt verdachte als gevolg van zijn onrijpe emotionele- en gewetensontwikkeling tijdens antisociaal gedrag niet tot nauwelijks geremd door zijn geweten. Daarbij spelen zijn ADHD en zijn zwakbegaafde perceptuele/analytische intelligentievermogen een rol in de zin dat hij hierdoor minder goed in staat is om de gevolgen van zijn gedrag te overzien. Het voorgaande leidt ertoe dat de rapporteur de rechtbank in overweging geeft om verdachte de feiten in licht verminderde mate toe te rekenen. De rechtbank neemt de conclusies van de psycholoog over en zal het bewezenverklaarde licht verminderd aan verdachte toerekenen. Op basis van de risicotaxatie met de FARE en SAPROF en de klinische beoordeling wordt door de rapporteur geconcludeerd dat sprake is van een hoog tot zeer hoog recidiverisico. Er zijn nauwelijks beschermende factoren, waaronder geen eigen huisvesting, geen werk en opleiding en een klein steunend netwerk dat eigenlijk geen invloed heeft op zijn gedrag. Behandelmogelijkheden kennen beperkingen. Enerzijds vanwege de beperkte perceptuele intellectuele vermogens van verdachte, anderzijds vanwege de verwachting dat zijn antisociale en narcistische persoonlijkheidsproblematiek moeilijk beïnvloedbaar zal zijn. De inschatting is dat behandeling alleen in een forensisch klinische, gestructureerde setting mogelijk enig resultaat zal kunnen sorteren. De begrenzing van een klinische setting lijkt voorwaarde om het recidiverende karakter van het plegen van vermogensdelicten te doorbreken. Tevens kan verdachte hier leren om met kaders om te gaan. Kijkend naar de risicotaxatie zijn cognitief-gedragsmatige interventies gericht op risicomanagement en zijn antisociale persoonlijkheidsproblematiek geïndiceerd om de kans op recidive te verkleinen. De inschatting is, gezien de ernst van de problematiek en eerdere mislukte behandelervaringen, dat de klinische behandeling langere tijd, wellicht meer dan een jaar, in beslag zal nemen. Gezien de aard en ernst van de problematiek en de beperkte beïnvloedingsmogelijkheden is de verwachting dat verdachte na een klinische behandeling in een gestructureerde leef- en woonsetting met voldoende begeleiding en toezicht zal moeten verblijven om recidive te voorkomen. De rapporteur adviseert de rechtbank om een forensisch klinische behandeling, controles op middelengebruik, en een hierop volgende poliklinische behandeling, toezicht en een verblijf in een gestructureerde leef –en woonsetting te laten plaatsvinden als bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel. Verder heeft de rechtbank acht geslagen op het reclasseringsadvies d.d. 27 augustus 2026 van de Reclassering Nederland. De reclassering verwijst naar de PJ-rapportage en voegt toe dat naar het oordeel van de reclassering sprake is van een hoge kans op recidive. De reclassering adviseert een deels voorwaardelijke straf op te leggen met de volgende bijzondere voorwaarden: een meldplicht bij de reclassering, een opname in een zorginstelling, het volgen van een ambulante behandeling, verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang, een verbod om verdovende middelen te gebruiken, een contactverbod met de slachtoffers en medeverdachten, het volgen van dagbesteding en het meewerken met schuldhulpverlening om tot aflossing van zijn schulden te komen. De reclassering adviseert dat de voorwaarden en het toezicht dadelijk uitvoerbaar dienen te worden verklaard. Indien verdachte aan (een deel van) de voorwaarden geen medewerking wenst te verlenen, adviseert de reclassering een volledig onvoorwaardelijke straf op te leggen. Ten aanzien van de voorwaardelijke straf onder parketnummer 08.163227.23 adviseert de reclassering tot volledige tenuitvoerlegging. Al het voorgaande in ogenschouw genomen acht de rechtbank een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren passend en geboden. Aan het voorwaardelijke strafdeel worden de bijzondere voorwaarden uit het reclasseringsadvies van 27 augustus 2026 verbonden. De rechtbank acht het van groot belang dat aan verdachte de bijzondere voorwaarden worden opgelegd ter beperking van het herhalingsgevaar. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard aan alle bijzondere voorwaarden te willen meewerken, maar dat hij niet kan garanderen dat hij gedurende de proeftijd abstinent kan blijven van verdovende middelen. De rechtbank benadrukt dat het niet aan verdachte is om te bepalen welke bijzondere voorwaarden hem schikken. De rechtbank constateert evenwel dat uit de beschikbare stukken geen duidelijk verband volgt tussen middelengebruik en de feiten. De rechtbank zal daarom de bijzondere voorwaarde die ziet op het middelenverbod in die zin aanpassen dat verdachte moet meewerken om het middelengebruik beheersbaar te maken. De rechtbank zal de bijzondere voorwaarden niet dadelijk uitvoerbaar verklaren, gelet op de lange vrijheidsstraffen die verdachte in deze en andere strafzaken nog moet uitzitten. Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. 8 De beoordeling van de civiele vorderingen De benadeelde partij [aangever] heeft in verband met feit 1, zaak 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 752,78 aan materiële schade. De benadeelde partij [aangever] heeft in verband met feit 1, zaak 3 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 889,50 aan materiële schade. De benadeelde partij [aangever] heeft in verband met feit 1, zaak 4 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 628,45 aan materiële schade. De benadeelde partij [aangever] heeft in verband met feit 1, zaak 7 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1.336,- aan materiële schade. De benadeelde partij [aangever] heeft in verband met feit 3, zaak 8 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 406,75 aan materiële schade. De benadeelde partij [aangever] heeft in verband met feit 3, zaak 9 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 506,75 aan materiële schade. De benadeelde partij [aangever] heeft in verband met feit 3, zaak 12 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 206,75 aan materiële schade. De benadeelde partij [aangever] heeft in verband met feit 3, zaak 13 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 556,75 aan materiële schade. De benadeelde partij [aangever] heeft in verband met feit 3, zaak 14 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 468,- en € 406,75 aan materiële schade. De benadeelde partij [aangever] heeft in verband met feit 3, zaak 15 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 181,75 aan materiële schade. De benadeelde partij [aangever] heeft in verband met feit 3, zaak 16 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 463,95 aan materiële schade. De benadeelde partij [aangever] heeft in verband met feit 3, zaak 17 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 357,50 aan materiële schade. De benadeelde partij [aangever] heeft in verband met feit 4 en 5, zaak 20 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 400,- aan materiële schade en € 200,- aan smartengeld. Verder is door de benadeelde partijen om toekenning van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] en [aangever] kunnen worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De vordering van de benadeelde partij [aangever] ten aanzien van het aankoopbedrag kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij [aangever] dient niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering voor zover die ziet op het verlies van arbeidsuren, nu onvoldoende gebleken dat in die uren anders vermogen zou zijn opgebouwd. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [aangever] heeft de officier van justitie gesteld dat het deel van de vordering dat ziet op de materiële schade kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ten aanzien van het deel van de vordering dat ziet op het smartengeld heeft de officier van justitie verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren. De kosten die de benadeelde partij [aangever] vordert, zijn immers kosten die de benadeelde sowieso had moeten maken. De officier van justitie heeft gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen hoofdelijk dienen te worden toegewezen. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij [aangever] niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard, nu uit de aangifte blijkt dat de zoon van [aangever] de koper van het goed was. Uit het schadeformulier blijkt niet dat [aangever] gemachtigd is om de schade te vorderen. De verdediging heeft zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen [aangever] en [aangever] . De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de overige vorderingen. Overweging van de rechtbank zaak 2 – [aangever] Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij [aangever] als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De vordering is voldoende onderbouwd en komt redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering (€ 752,78) kan worden toegewezen. Verdachte is vanaf 5 mei 2025 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. zaak 3- [aangever] Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij [aangever] als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De vordering is voldoende onderbouwd en komt redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering (€ 889,50) kan worden toegewezen. Verdachte is vanaf 4 mei 2025 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. zaak 4 - [aangever] Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij [aangever] als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De vordering is voldoende onderbouwd en komt redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering (€ 628,45) kan worden toegewezen. Verdachte is vanaf 4 mei 2025 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. zaak 7 – [aangever] Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij [aangever] als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De vordering is voldoende onderbouwd en komt redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering (€ 1.336,-) kan worden toegewezen. Verdachte is vanaf 5 mei 2025 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. zaak 8 – [aangever] Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij [aangever] als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De vordering is voldoende onderbouwd en komt redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering (€ 406,75) kan worden toegewezen. Verdachte is vanaf 2 maart 2025 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. zaak 9 – [aangever] Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij [aangever] als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De vordering is voldoende onderbouwd en komt redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering (€ 506,75) kan worden toegewezen. Verdachte is vanaf 30 april 2025 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. zaak 12 – [aangever] Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij [aangever] als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De vordering komt redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering (€ 206,75) kan worden toegewezen. Verdachte is vanaf 6 april 2025 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. zaak 13 – [aangever] De rechtbank overweegt dat uit het proces-verbaal van aangifte blijkt dat het aankoopbedrag is betaald vanaf de bankrekening van [aangever] . Het rechtstreeks verband tussen de schade en het bewezenverklaarde is daarmee voldoende onderbouwd. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. De rechtbank is van oordeel dat de vordering (€ 556,75) kan worden toegewezen. Verdachte is vanaf 30 april 2025 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. zaak 14 – [aangever] Door de benadeelde partij [aangever] zijn twee vorderingen ingediend. De vordering van 25 maart 2025 ziet op het terugvorderen van het aankoopbedrag van het motorblok. Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij [aangever] als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank is van oordeel dat de vordering wat betreft het aankoopbedrag en verzendkosten (€ 406,75) kan worden toegewezen. Verdachte is vanaf 13 mei 2025 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. De vordering met datumstempel 28 april 2026 ziet op het gestelde verlies van arbeidsuren. Deze vordering is onvoldoende onderbouwd. Daarom zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in deze vordering verklaren. De benadeelde partij kan deze vordering nog aan de burgerlijke rechter voorleggen. zaak 15 – [aangever] Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij [aangever] als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De vordering is voldoende onderbouwd en komt redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering (€ 181,75) kan worden toegewezen. Verdachte is vanaf 27 maart 2025 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. zaak 16 – [aangever] Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij [aangever] als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De vordering is voldoende onderbouwd en komt redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering (€ 463,95) kan worden toegewezen. Verdachte is vanaf 28 maart 2025 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. zaak 17 – [aangever] Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij [aangever] als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De vordering is voldoende onderbouwd en komt redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering (€ 357,50) kan worden toegewezen. Verdachte is vanaf 3 april 2025 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. zaak 20 – [aangever] Materiële schade Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij [aangever] als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De vordering komt redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering (€ 400,-) kan worden toegewezen. Verdachte is vanaf 20 juni 2025 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. Smartengeld De rechtbank overweegt dat voor het gevorderde smartengeld van € 200,00 geen wettelijke grondslag bestaat. Daarom zal zij dit deel van de vordering afwijzen. Schadevergoedingsmaatregel en hoofdelijkheid De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht de aan de benadeelde partijen toegewezen bedragen aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. Bij feit 1, 4 en 5 is sprake van medeplegen. Ten aanzien van de schade veroorzaakt door deze feiten, te weten bij de benadeelden [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] en [aangever] , overweegt de rechtbank dat verdachte en zijn medeverdachte(n) ieder voor de toegewezen schadebedragen (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover zijn medeverdachte(n) de schade heeft/hebben vergoed. 9 De beoordeling van het beslag De rechtbank zal de Samsung telefoon en iPhone telefoon met behulp waarvan feit 1, 3 en 4 zijn begaan verbeurd verklaren. De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte. 10 De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 08.163277.23) De rechtbank heeft verdachte op 15 februari 2024 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 90 dagen. Standpunten De officier van justitie vordert de tenuitvoerlegging van die straf. De raadsman heeft bepleit dat de voorwaardelijke gevangenisstraf dient te worden omgezet naar een taakstraf. Beoordeling door de rechtbank Bewezen is dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. De rechtbank is van oordeel dat de voorwaardelijk opgelegde straf daarom ten uitvoer moet worden gelegd. Daarbij vindt de rechtbank omzetting naar een taakstraf niet passend, gelet op de aard en ernst van de feiten. 11. De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36f, 47, 56, 57, 63, 139g, 311, 326 en 326e van het Wetboek van Strafrecht. 12 De beslissing De rechtbank: verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden ; bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 10 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden: stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; stelt als bijzondere voorwaarden dat: verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met verdachte opnemen voor de eerste afspraak; verdachte zich tijdens de proeftijd voor de duur van de klinische behandeling als de reclassering nodig vindt, laat opnemen in en behandelen op een Forensische Psychiatrische Afdeling (FPK) of door een Forensische Psychiatrische kliniek (FPK) of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie. De opname start zo spoedig mogelijk nadat de proeftijd is gestart en zodra de plaatsing mogelijk is. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op de persoonlijkheidsproblematiek van verdachte. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken. Verdachte houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing; verdachte zich gedurende de proeftijd aansluitend aan de klinische behandeling laat behandelen door de AFPN of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op zijn persoonlijkheidsproblematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken; verdachte gedurende de proeftijd na de klinische behandeling en gedurende de ambulante behandeling of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, verblijft in Exodus of een soortgelijke instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start aansluitend aan de klinische behandeling. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt; verdachte meewerkt aan controle op het gebruik van drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd; verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met de slachtoffers die daarom hebben verzocht en met de mededaders; verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur aansluitend na de klinische behandeling. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag; verdachte meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden; geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; stelt als overige voorwaarden dat: verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit afnemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden; verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht. De medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht zijn daaronder begrepen; verklaart verbeurd de Samsung telefoon en de iPhone telefoon; beveelt de tenuitvoerlegging van de op 15 februari 2024 door de rechtbank voorwaardelijk opgelegde straf, te weten een gevangenisstraf van 90 dagen (parketnummer 08.163277.23); veroordeelt verdachte in verband met feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever] van € 752,78 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 mei 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in verband met feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever] van € 889,50 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 mei 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in verband met feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever] van € 628,45 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 mei 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in verband met feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever] van € 1.336,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 mei 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in verband met feit 3 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever] van € 406,75 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 maart 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in verband met feit 3 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever] van € 506,75 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 april 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in verband met feit 3 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever] van € 206,75 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 april 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in verband met feit 3 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever] van € 556,75 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 april 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in verband met feit 3 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever] van € 406,75 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 mei 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; verklaart de benadeelde partij [aangever] niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade d.d. 28 april 2026 van een bedrag van € 468,00; veroordeelt verdachte in verband met feit 3 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever] van € 181,75 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 maart 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in verband met feit 3 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever] van € 463,95 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 maart 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in verband met feit 3 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever] van € 357,50 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 april 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in verband met feit 4 en 5 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever] van € 400,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 juni 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; wijst de vordering tot smartengeld van de benadeelde partij [aangever] af; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partijen hebben gemaakt en de kosten die de benadeelde partijen mogelijk nog moeten maken om de te noemen bedragen betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van de volgende benadeelde partijen de hier na te noemen bedragen aan materiële schade te betalen. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf genoemde datum tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als het bedrag niet wordt betaald, kan gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; Benadeelde partij Bedrag Gijzeling 1. [aangever] € 752,78 7 dagen ; 2. [aangever] € 889,50 8 dagen ; 3. [aangever] € 628,45 6 dagen; 4. [aangever] € 1.336,00 13 dagen; 5. [aangever] € 406,75 4 dagen; 6. [aangever] € 506,75 5 dagen; 7. [aangever] € 206,75 2 dagen; 8. [aangever] € 556,75 5 dagen; 9. [aangever] € 406,75 4 dagen; 10. [aangever] € 181,75 1 dag; 11. [aangever] € 463,95 4 dagen; 12. [aangever] € 357,50 3 dagen; 13. [aangever] € 400,- 4 dagen; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partijen in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd; bepaalt dat als de medeverdachte(n) (een deel van) het schadebedrag betaalt/betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht. Dit vonnis is gewezen door mr. M.A. van Leeuwen (voorzitter), mr. S. Jansen en mr. T.M.A. Arts, rechters, in tegenwoordigheid van mr. V. Buscop, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 september 2026. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025212379, gesloten op 4 december 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 76-77. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 90-91. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 105-106. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 110-111. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 115-117. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 121. Proces-verbaal van bevindingen, p. 80-82. Proces-verbaal van bevindingen, p. 84-86. Proces-verbaal van bevindingen, p. 278 en 280. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 70. Proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever [aangever] , p. 73-74. Proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever [aangever] , p. 75. Proces-verbaal van bevindingen, p. 98. Proces-verbaal van bevindingen, p. 103. De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 2 september 2026. Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 434C. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 133-134. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 137-138. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 141-142. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 144-145. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 148A-148B. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 151-152. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 155-156. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 158-160. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 162-163. Proces-verbaal van bevindingen, p. 166. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 168-170. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 172-173. Proces-verbaal van bevindingen, p. 128-131. Proces-verbaal van bevindingen, p. 218- 219. Proces-verbaal van bevindingen, p. 256-259. De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 2 september 2026. De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 2 september 2026. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 178-179. Proces-verbaal van bevindingen, p. 189-190. Proces-verbaal van bevindingen, p. 212, met bijlage p. 214. Proces-verbaal van bevindingen, p. 205, met bijlage p. 207. Proces-verbaal van bevindingen, p. 175-176. Proces-verbaal van bevindingen, p. 254 en 269. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 283-284. Proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever, p. 291. Proces-verbaal van bevindingen, p. 308. Proces-verbaal van bevindingen, p. 311. Proces-verbaal van bevindingen, p. 254 en 264. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 326-328. Proces-verbaal van aanhouding [persoon 4] , p. 513-514. Proces-verbaal van bevindingen, p. 321-322. Proces-verbaal van bevindingen, p. 343, met bijlagen, p. 359, 361-363, 368, 370 en 375. De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 2 september 2026. Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 388-389. Proces-verbaal van bevindingen, p. 254 en 260-261 in combinatie met proces-verbaal van bevindingen, p. 278.