# Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 09-07-2026 (C/02/447091 / FA RK 26-1890)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Identifier: ECLI:NL:RBZWB:2026:7423
- Date: 2026-07-09
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBZWB%3A2026%3A7423
- Canonical: https://overview.legal/posts/354246

## Summary

Afwijzing verzoeken vervangende toestemming school en huisartsenpraktijk. Verzoeken over de zorgregling worden voor overleg tussen partijen aangehouden.

## Full text

beschikking RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats: Breda Zaaknummer: C/02/447091 / FA RK 26-1890 datum uitspraak: 9 juli 2026 beschikking ex. art. 1:253a van het Burgerlijk Wetboek in de zaak van [de vrouw] , hierna: de vrouw, wonende te [woonplaats 1] , advocaat: mr. F.E.H.M. van Aken te Sittard, tegen [de man] , hierna: de man, wonende te [woonplaats 2] , advocaat: mr. G.V. van Campen te Tilburg, over de minderjarigen: - [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2018, hierna: [minderjarige 1] , - [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2020, hierna: [minderjarige 2] , - [minderjarige 3] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2020, hierna: [minderjarige 3] . Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming Zeeland-West-Brabant , locatie Breda, hierna: de Raad, de rechtbank over de verzoeken geadviseerd. 1 Het procesverloop 1.1 In het dossier bevinden zich de volgende stukken: - het op 10 april 2026 ontvangen verzoek met bijlagen; - het op 2 juni 2026 ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek met bijlagen; - het 3 juli 2026 ontvangen verweerschrift op het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek tevens houdende aanvullend verzoek met bijlagen. 1.2 De verzoeken zijn ter zitting van 9 juli 2026 mondeling behandeld. Bij die behandeling zijn verschenen partijen, ieder bijgestaan door hun advocaat. Ook was een vertegenwoordiger aanwezig namens de Raad. 2 De feiten 2.1 Partijen hebben met elkaar een relatie gehad. Uit deze relatie zijn de minderjarigen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] geboren. 2.2 De man heeft de minderjarigen erkend. Partijen hebben samen het gezag over de minderjarigen. De minderjarigen verblijven bij de vrouw. 2.3 Partijen hebben de zorgregeling vastgelegd in een schema dat als bijlage is gevoegd bij het door hen op 13 februari 2023 ondertekende ouderschapsplan. Voor wat betreft de reguliere zorgregeling houdt dit concreet in: Week 1 (lange week): de kinderen verblijven van woensdagmiddag 17.00 uur tot zondagavond 17.00 uur bij de man. Week 2 (korte week): de kinderen verblijven van woensdagavond tot vrijdagavond 17.00 uur bij de man. Zomervakantie: De kinderen krijgen de mogelijkheid om met de ouders op vakantie te gaan. Herfstvakantie: De zorgregeling wordt tijdens de herfstvakantie gecontinueerd. Kerstvakantie: De zorgregeling wordt tijdens de kerstvakantie gecontinueerd. Voorjaarsvakantie: De zorgregeling wordt tijdens de voorjaarsvakantie gecontinueerd. Meivakantie: De zorgregeling wordt tijdens de meivakantie gecontinueerd. Kerstavond De kinderen verblijven op kerstavond bij de vrouw. 1e Kerstdag: De kinderen verblijven op 1e Kerstdag bij de vrouw. 2e Kerstdag: De kinderen verblijven op 2e Kerstdag bij de man. Oudejaarsavond: De kinderen verblijven op Oudejaarsavond in de even jaren bij de man en in de oneven jaren bij de vrouw. Nieuwjaarsdag: Beide ouders dienen overeen te komen dat ze beide kinderen kunnen zien deze dag. 1e Paasdag: De kinderen verblijven op 1e Paasdag bij de vrouw. 2e Paasdag: De kinderen verblijven op 2e Paasdag bij de man. Hemelvaartsdag: Regeling loopt door. Vrijdag na Hemelvaartsdag: Regeling loopt door. 1e Pinksterdag: Regeling loopt door. 2e Pinksterdag: Regeling loopt door. Koningsdag: Regeling loopt door. Sinterklaasavond 5 december: De kinderen verblijven op Sinterklaasavond in de oneven jaren bij de man en in de even jaren bij de vrouw. Carnaval: Regeling loopt door. 3 De verzoeken 3.1 De vrouw verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. aan haar vervangende toestemming te verlenen om de minderjarige kinderen van partijen met ingang van het schooljaar 2026-2027 in te schrijven op [basisschool] te [geboorteplaats 1] ; II. te bepalen dat de vrouw vervangende toestemming krijgt om de huisarts van de kinderen te wijzigen naar [huisartsenpraktijk] te [geboorteplaats 1] . Ten aanzien van de zelfstandige verzoeken van de man verzoekt de vrouw: I. het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek van de man tot wijziging van de weekregeling af te wijzen, dan wel de zorgregeling vast te stellen conform na te melden voorstel van de vrouw: oneven weken tot school ochtend middag na school avond/nacht Maandag man vrouw vrouw vrouw vrouw Dinsdag vrouw vrouw vrouw vrouw vrouw Woensdag vrouw vrouw vrouw vrouw vrouw Donderdag vrouw man man man man Vrijdag man man man vrouw vrouw Zaterdag x vrouw vrouw x vrouw Zondag x vrouw vrouw x vrouw even weken tot school ochtend middag na school avond/nacht Maandag vrouw vrouw vrouw vrouw vrouw Dinsdag vrouw vrouw vrouw vrouw vrouw Woensdag vrouw vrouw vrouw vrouw vrouw Donderdag vrouw man man man man Vrijdag man man man man man Zaterdag x man man x man Zondag x man man x man II. de vakantieregeling, de feestdagenregeling en de regeling voor kinderfeestjes vast te stellen conform na te melden voorstel van de vrouw: Zomervakantie: Tot en met de zomervakantie 2029: Een verdeling van twee blokken van drie weken (in 2026 de eerste drie weken aan de man, de laatste drie weken aan de vrouw. In de jaren daarna afwisselend, waarbij iedere ouder binnen zijn blok maximaal veertien dagen aaneengesloten dagen met de kinderen op vakantie gaat en voor 1 mei aan de andere ouder doorgeeft welke dagen dit betreft. Vanaf de zomervakantie 2030: De vrouw verzoekt te bepalen om uiterlijk in 2029 opnieuw te beoordelen welke verdeling (bijvoorbeeld drie weken/drie weken) zal aansluiten bij de dan geldende leeftijd en de behoefte van de kinderen. Herfst- voorjaars en meivakantie: Een verdeling per schooljaar in plaats van per kalenderjaar. Concreet: schooljaar 2026-2027 herfst- en voorjaarsvakantie bij de man, meivakantie bij de Vrouw. Schooljaar 2027-2028 omgekeerd; nadien jaarlijks afwisselend. Kerstvakantie: Gedurende de kerstvakantie loopt de reguliere zorgregeling door, met inachtneming van de hierna opgenomen feestdagenregeling voor Kerstavond, 1e Kerstdag, 2e Kerstdag en Oud en Nieuw. Aaneengesloten verblijf: De dagen onmiddellijk voorafgaand aan en volgend op een vakantieperiode verblijven de kinderen altijd bij de andere ouder dan de ouder die de vakantie invult, zulks teneinde te voorkomen dat de kinderen langer dan veertien dagen aaneengesloten van een van beide ouders zijn gescheiden. Feestdagenregeling: De volgende feestdagenregeling vast te stellen, waarbij geldt dat de genoemde tijden steeds de tijdstippen van aanvang en beëindiging van het verblijf bij de betreffende ouder aangeven: Feestdag Verblijf bij Tijden Kerstavond (24 december) vrouw Vanaf 17.00 uur 1e Kerstdag (25 december) vrouw tot 11.00 uur de dag erna 2e Kerstdag (26 december) man 11.00 uur tot 11.00 uur de dag erna Oudejaarsavond (31 december) even jaren: de man; 11.00 uur tot 12.00 uur de dag erna oneven jaren: de vrouw Nieuwjaarsdag (1 januari) ochtend bij de ouder tot 12.00 uur (op 2 januari), die Oudejaarsavond voor zover de kinderen dan volgens had; het reguliere schema bij de andere overdracht aan de ouder zouden moeten zijn andere ouder 1e Paasdag de vrouw 09.00 uur tot 09.00 uur de dag erna 2e Paasdag de man 09.00 uur tot 09.00 uur de dag erna Hemelvaartsdag reguliere regeling, waarbij de vrijdag daarna en het aansluitende weekend (tot maandagochtend school) jaarlijks in zijn geheel afwisselend aan een van beide ouders wordt toebedeeld. Vrijdag na Hemelvaartsdag reguliere regeling - 1e Pinksterdag reguliere regeling - 2e Pinksterdag reguliere regeling - Koningsdag reguliere regeling - Sinterklaasavond (5 december) oneven jaren: 15.00 uur tot 09.00 uur de dag erna man even jaren: vrouw Kinderfeestjes: De vrouw organiseert in de even jaren het kinderfeestje van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en de man dat van [minderjarige 3] . In de oneven jaren omgedraaid. III. althans een zodanige regeling vast te stellen als de rechtbank in het belang van de minderjarigen juist acht. 3.2 De man is het niet eens met de verzoeken van de vrouw en verzoekt deze verzoeken af te wijzen. De man verzoekt zelfstandig, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de bestaande zorgregeling, zoals vastgelegd in het ouderschapsplan van 13 februari 2023, met ingang van de datum van de beschikking te wijzigen, in die zin dat de kinderen bij de man verblijven volgens de onderstaande tweewekelijkse regeling: Week 1 (lange week): De kinderen verblijven van woensdagmiddag na schooltijd tot maandagochtend (week 2) bij de man. De man haalt de kinderen op woensdag op uit school. Indien er sprake is van een vrije dag, brengt de vrouw de kinderen om 17.00 uur naar de man. Op maandagochtend brengt de man de kinderen weer naar school in [plaats] dan wel, indien er sprake is van een vrije dag, om 09.00 uur naar de vrouw. Week 2 (korte week): De kinderen verblijven van woensdagmiddag na schooltijd tot vrijdagmiddag 17.00 uur bij de man. De man haalt de kinderen op woensdag op uit school. Indien er sprake is van een vrije (woens)dag , brengt de vrouw de kinderen om 17.00 uur naar de man. De vrouw haalt de kinderen op vrijdagmiddag om 17.00 uur op bij de man. Zomervakantie Tot en met de zomervakantie 2029: Even jaren: De kinderen verblijven bij de man tijdens de eerste twee weken van de zomervakantie. Tijdens de derde week van de zomervakantie geldt de reguliere zorgregeling. Tijdens de vierde en de vijfde week van de zomervakantie verblijven de kinderen bij de vrouw. Tijdens de zesde en laatste week wordt de reguliere zorgregeling hervat. Oneven jaren: De kinderen verblijven bij de vrouw tijdens de eerste twee weken van de zomervakantie. Tijdens de derde week van de zomervakantie geldt de reguliere zorgregeling. Tijdens de vierde en de vijfde week van de zomervakantie verblijven de kinderen bij de man. Tijdens de zesde en laatste week wordt de reguliere zorgregeling hervat. Vanaf de zomervakantie 2030: De kinderen verblijven in de even jaren gedurende de eerste drie weken van de schoolvakantie bij de man en gedurende de laatste drie weken van de schoolvakantie bij de vrouw. In de oneven jaren verblijven zij gedurende de eerste drie weken van de schoolvakantie bij de vrouw en gedurende de laatste drie weken van de schoolvakantie bij de man. Herfst- voorjaars en meivakantie: De kinderen verblijven in de oneven jaren tijdens de voorjaarsvakantie en tijdens de herfstvakantie bij de vrouw en tijdens de meivakantie bij de man. In de even jaren verblijven de kinderen tijdens de voorjaarsvakantie en de herfstvakantie bij de man en tijdens de meivakantie bij de vrouw. Kerstvakantie: Gedurende de kerstvakantie loopt de reguliere zorgregeling door, met inachtneming van de hierna opgenomen feestdagenregeling voor Kerstavond, 1e Kerstdag, 2e Kerstdag en Oud en Nieuw. Aaneengesloten verblijf: De dagen onmiddellijk voorafgaand aan en volgend op een vakantieperiode verblijven de kinderen altijd bij de andere ouder dan de ouder die de vakantie invult, zulks teneinde te voorkomen dat de kinderen langer dan veertien dagen aaneengesloten van een van beide ouders zijn gescheiden. Feestdagenregeling: De volgende feestdagenregeling vast te stellen, waarbij geldt dat de genoemde tijden steeds de tijdstippen van aanvang en beëindiging van het verblijf bij de betreffende ouder aangeven: Feestdag Verblijf bij Tijden Kerstavond (24 december) vrouw Vanaf 17.00 uur 1e Kerstdag (25 december) vrouw tot 11.00 uur de dag erna 2e Kerstdag (26 december) man 11.00 uur tot 11.00 uur de dag erna Oudejaarsavond (31 december) even jaren: de man; 11.00 uur tot 12.00 uur de dag erna oneven jaren: de vrouw Nieuwjaarsdag (1 januari) ochtend bij de ouder die Ouderjaaravond had; overdracht aan de andere ouder 1e Paasdag de vrouw 09.00 uur tot 09.00 uur de dag erna 2e Paasdag de man 09.00 uur tot 09.00 uur de dag erna Hemelvaartsdag reguliere regeling - Vrijdag na Hemelvaartsdag reguliere regeling - 1e Pinksterdag reguliere regeling - 2e Pinksterdag reguliere regeling - Koningsdag reguliere regeling - Sinterklaasavond (5 december) oneven jaren: 15.00 uur tot 09.00 uur de dag erna man even jaren: vrouw Kinderfeestjes: Te bepalen dat de vrouw in even jaren het verjaardagsfeestje van [minderjarige 1] organiseert en de man in de oneven jaren. Te bepalen dat de vrouw in de oneven jaren het verjaardagsfeestje van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] regelt en de man in de even jaren. Althans een zodanige zorgregeling, vakantieregeling, feestdagenregeling en regeling voor kinderfeestjes vast te stellen als de rechtbank in het belang van de minderjarigen juist acht. 4 De beoordeling Wettelijk kader 4.1. Ingevolge artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna te noemen: BW) kunnen geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag, zoals over vervangende toestemming school en huisarts en over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt alsdan een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt. 4.2. De rechtbank dient eerst te bekijken of de ouders met elkaar afspraken kunnen maken (artikel 1:253a lid 5 BW). Ter zitting is echter gebleken dat een minnelijke regeling tussen partijen (nog) niet mogelijk is. Het verzoek van de vrouw tot vervangende toestemming inschrijving basisschool 4.3. De vrouw is van mening dat een schoolwijziging naar een school in haar directe woonomgeving noodzakelijk is om haar dagelijkse zorg uitvoerbaar te houden en de minderjarigen een stabiele, overzichtelijke en passende leefomgeving te bieden. De vrouw erkent dat haar verhuizing naar [woonplaats 1] de situatie er niet gemakkelijker op heeft gemaakt, maar bij gebrek aan passende woonruimte binnen [plaats] en omliggende dorpen heeft de vrouw haar zoekgebied moeten uitbreiden en is zij noodgedwongen in [woonplaats 1] uitgekomen. De vrouw meent dat de door haar verzochte schoolwijziging bijdraagt aan het beperken van de reistijd. De kinderen verblijven wat meer bij de vrouw dan bij de man en naar de oude school is het voor de vrouw zo’n 25 minuten autorijden. De nieuwe school bevindt zich op slechts 3 minuten loopafstand. Ook acht de vrouw een schoolwijziging van belang voor het vergroten van het sociale netwerk van de kinderen in hun directe omgeving en het creëren van meer rust in hun dagelijkse leven. Dat laatste vormt voor de vrouw het voornaamste argument voor de schoolwijziging. De vrouw stelt hiertoe dat de dagelijkse zorg, planning en organisatie van de minderjarigen in overwegende mate op haar neerkomt. De vrouw verwijt de man dat niet, maar in combinatie met de drukke agenda’s van de kinderen en de huidige woon- en schoolsituatie, leidt dit volgens de vrouw tot een situatie die in de dagelijkse uitvoering niet langer werkbaar is. De afstand en praktische belasting maken dat het organiseren van school, zorg, activiteiten en sociale contacten onevenredig zwaar op de vrouw rust en onvoldoende aansluit bij de behoeften van de minderjarigen aan rust, structuur en stabiliteit. Dit alles neemt volgens de vrouw niet weg dat zij het gehele sociale leven van de kinderen wil gaan verplaatsen van [plaats] naar [woonplaats 1] . De vrouw wil met de man nog gaan bezien hoe de (sociale) activiteiten van de kinderen voor de toekomst beter verdeeld kunnen gaan worden. 4.4. De man benadrukt dat de vrouw nooit zijn toestemming heeft gevraagd voor een verhuizing naar [woonplaats 1] . Daarbij betwist de man dat de verhuizing van de vrouw louter noodgedwongen is geweest. Enkel om voor de kinderen de rust te bewaren heeft de man zich niet tegen de verhuizing verzet. De man stelt zich op het standpunt dat een schoolwijziging niet in het belang van de kinderen is, omdat de kinderen geworteld zijn in de gemeente [plaats] en directe omgeving en zich daar hun gehele sociale leven bevindt. Daarnaast hebben de kinderen in de afgelopen jaren veel meegemaakt, zoals de relatiebreuk van ouders, twee verhuizingen van de vrouw, nieuwe partners aan beide kanten, de geboorte van [het halfzusje] , het blijven zitten van [minderjarige 1] etc. De school is het enige dat al die tijd constant is gebleven. Voor de ontwikkeling van de kinderen vindt de man het belangrijk dat school als stabiele factor aanwezig blijft. Bovendien doet [minderjarige 1] het op school juist nu weer goed. De man erkent dat de kinderen wat meer bij de vrouw verblijven dan bij hem, maar dat verschil is maar minimaal en kan bij de te nemen beslissing niet doorslaggevend zijn. Indien de vrouw zou worden gevolgd in haar verzoek en de school zal worden gewijzigd, moet de man op zijn beurt met de kinderen langer reizen. Naar de mening van de man lost dat niets op en is de afstand van ca. 12 kilometer tussen de woning van de vrouw in [woonplaats 1] en de huidige school van de kinderen in [plaats] te overzien. 4.5. De Raad heeft er begrip voor dat de vrouw zich genoodzaakt voelde om gezien de woningnood de huidige woning in [woonplaats 1] te accepteren. De Raad stelt vast dat tussen partijen sprake is van een co-ouderschapsregeling. Nu dat zo is zullen de kinderen geconfronteerd blijven met reistijd, waar ze ook naar school gaan. Hoe dan ook zal dit voor de kinderen een zekere mate van onrust met zich blijven brengen. Naar de mening van de Raad zal de ene ouder daar wat meer last van hebben dan de andere ouder, maar de kinderen sowieso. De Raad hoort de vrouw een beroep doen om de (sociale) activiteiten van de kinderen beter te verdelen. De Raad merkt op dat ouders daar samen afspraken over behoren te maken. De Raad hoort van beide ouders geen argumenten dat de ene school beter zou zijn dan de andere. Indien de vrouw wordt gevolgd in haar verzoek en de school zal worden gewijzigd, wordt de last van het reizen verschoven naar de andere vader. De Raad ziet dat niet als een oplossing en is alles overziend van mening dat het het beste is als de school gehandhaafd blijft. 4.6. De rechtbank betreurt het dat zij een beslissing als deze moet nemen. Met name de schoolkeuze van een kind is bij uitstek een beslissing die ouders gezamenlijk in goed overleg met elkaar zouden moeten kunnen nemen en niet een rechter. De ouders kennen hun kinderen het beste en kunnen het beste inschatten wat in het belang van hun kinderen is ten aanzien van de keuze van een school. Nu is het aan de rechtbank om een beslissing te nemen, hetgeen zij zal doen op basis van algemene uitgangspunten. Daarnaast zal de rechtbank het beeld dat uit de stukken en op de mondelinge behandeling is gerezen bij haar beslissing betrekken. 4.7. De rechtbank stelt vast dat sprake is van een co-ouderschapsregeling. Weliswaar verblijven de kinderen iets meer bij de vrouw dan bij de man, maar dat verschil is verwaarloosbaar. Dat (minieme) verschil zit namelijk maar in één overnachting. Gebleken is dat partijen vast willen blijven houden aan een co-ouderschapsregeling. Met de Raad is de rechtbank van oordeel dat de kinderen dan hoe dan ook geconfronteerd blijven worden met reistijd, zowel in de situatie dat de kinderen in [plaats] op school gaan als in de situatie dat zij in [woonplaats 1] naar school gaan. In de reistijd lost dat dus niets op. Met de Raad hoort de rechtbank van beide ouders geen argumenten dat de ene school voor de kinderen beter zou zijn dan de andere school. Voor de vrouw is het hoofdargument voor de wijziging van school ook vooral gelegen in het creëren van meer rust voor zichzelf. De rechtbank heeft voor dit standpunt van de vrouw begrip, maar acht dat onvoldoende voor een wijziging van school. Zoals de vrouw zelf ook aangeeft ligt het op de weg van partijen om de (sociale) activiteiten van de kinderen (beter) tussen hen te (gaan) verdelen. Dat kan voor de vrouw meer rust brengen. Voor de kinderen zal meer rust kunnen brengen dat zij in [plaats] op hun huidige school kunnen blijven, alwaar hun sociale omgeving ligt en waar zij geworteld zijn. Dat alles zo zijnde is de rechtbank met de Raad van oordeel dat het het meest in het belang van de minderjarigen is om de huidige situatie voor wat betreft de school te handhaven. Het verzoek van de vrouw om vervangende toestemming te verlenen om de kinderen in te kunnen schrijven op [basisschool] te [woonplaats 1] zal daarom worden afgewezen. Het verzoek van de vrouw tot vervangende toestemming wijziging huisarts 4.8. De vrouw acht een wijziging van huisarts naar [huisartsenpraktijk] in het belang van de kinderen, omdat die praktisch beter bereikbaar is vanuit de woning van de kinderen in [woonplaats 1] dan de huidige huisarts in [plaats] . Daarbij heeft haar huisarts volgens de vrouw te kennen gegeven dat de kinderen bij dezelfde huisarts ingeschreven moeten worden als zijzelf, omdat de kinderen bij haar staan ingeschreven in de Basis Registratie Persoonsgegevens. Hierbij komt volgens de vrouw dat zij qua zorgtaken nu eenmaal meer regelt dan de man. De vrouw verwijt de man hierin niets. Zo is de situatie, aldus de vrouw. 4.9. De man ziet onvoldoende reden om de huisarts van de kinderen te wijzigen, omdat de kinderen nagenoeg evenveel bij hem verblijven als bij de vrouw. De man acht een wijziging van huisarts ook niet in het belang van de minderjarigen, nu de kinderen bij hun huidige huisarts goed bekend zijn. Volgens de man heeft de huidige huisarts van de kinderen aan hem te kennen gegeven dat het niet persé nodig is dat de kinderen bij de huisarts van de vrouw ingeschreven zullen staan. 4.10. De Raad hoort van de vrouw niet zozeer de meerwaarde om een wijziging aan te brengen in de huisarts van de minderjarigen. Voor zover de Raad bekend is behoeft een kind niet ingeschreven te worden bij de huisarts van de ouder waar het kind ingeschreven staat. Het kan volgens de Raad bij beide ouders. De Raad is van mening dat de huidige situatie moet worden gelaten zoals deze momenteel is. 4.11. De rechtbank stelt vast dat het verzoek van de vrouw om de huisarts van de kinderen te wijzigen mede is ingegeven door haar verhuizing naar [woonplaats 1] . Naar de mening van de vrouw is vanuit de woning van de kinderen in [woonplaats 1] de praktische bereikbaarheid van de huisarts beter dan de huidige huisarts in [plaats] . Met de Raad ziet de rechtbank daarin geen meerwaarde voor wijziging van huisarts nu de kinderen - zoals hiervoor al overwogen - nagenoeg evenveel bij de man als bij de vrouw verblijven. Er is volgens de rechtbank geen verplichting tot inschrijving van een kind bij de huisarts van de ouder waar het kind is ingeschreven, zodat er ook dat geen grond vormt voor toewijzing van het verzoek van de vrouw. Gegeven deze feiten en omstandigheden ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding om verandering aan te brengen in de huidige situatie. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw daarom afwijzen. Mocht onverhoopt blijken dat de huisartsenpraktijk toch de woonplaats moet volgen waar de kinderen in de BRP bij de desbetreffende ouder staan ingeschreven, ligt het op de weg van partijen om dat alsnog te wijzigen. De verzoeken van partijen met betrekking tot de zorgregeling 4.12. Gebleken is dat beide partijen het, om toekomstige discussies en misverstanden te voorkomen, heel belangrijk vinden dat er een concrete en uitgebreide zorgregeling in de beschikking wordt vastgelegd. De rechtbank heeft partijen ter zitting de vraag voorgehouden dat wanneer zij met een mondelinge beslissing alvast duidelijkheid zal geven over de kwesties aangaande de school en de huisarts, partijen – al dan niet met behulp van derden zoals [hulpverlening] – er voldoende vertrouwen in hebben dat zij er alsnog zelf uit zullen komen. Partijen hebben deze vraag bevestigend beantwoord. 4.13. De rechtbank heeft met akkoord van partijen (en de Raad) de verzoeken van partijen over de zorgregeling daarom aangehouden tot vrijdag 9 oktober 2026 pro forma. De rechtbank verwacht van de advocaten van partijen dat zij de rechtbank vóór die datum zullen informeren op welke wijze de verzoeken over de zorgregeling moeten worden afgedaan en dat ze daarbij zullen aangeven of zij een nieuwe mondelinge behandeling bij de rechtbank willen of dat zij het ermee eens zijn dat de rechtbank schriftelijk beslist op de verzoeken. 5 De beslissing De rechtbank wijst de verzoeken van de vrouw om haar vervangende toestemming te verlenen om genoemde minderjarigen met ingang van het schooljaar 2026-2027 in te schrijven op [basisschool] te [woonplaats 1] en haar vervangende toestemming te verlenen om de huisarts van de kinderen te wijzigen naar [huisartsenpraktijk] te [woonplaats 1] af; houdt de behandeling van de verzoeken over de zorgregeling aan tot vrijdag 9 oktober 2026 Pro Forma, zulks met inachtneming van hetgeen hiervoor onder rechtsoverweging 4.13 is overwogen; houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2026 door mr. Van Gessel, kinderrechter, in aanwezigheid van Van Dongen als griffier, en op schrift gesteld op 20 juli 2026. Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/354246 · 2026-09-24
