# Rechtbank Amsterdam, 20-08-2026 (1316428526)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Amsterdam
- Identifier: ECLI:NL:RBAMS:2026:8701
- Date: 2026-08-20
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBAMS%3A2026%3A8701
- Canonical: https://overview.legal/posts/354250

## Summary

Vervolgings-EAB uit Frankrijk. Niet-ontvankelijkheidsverweer verworpen. Het Franse Openbaar Ministerie kan worden aangemerkt als uitvaardigende rechterlijke autoriteit in de zin van het Kaderbesluit 2002/584/JBZ. Daarbij is het niet aan de uitvoerende rechterlijke autoriteit is om na te gaan of een EAB is uitgevaardigd door een rechterlijke autoriteit die daartoe krachtens nationaal recht bevoegd was. Franse detentieomstandigheden: detentiegarantie. Artikel 11 OLW: de verdediging heeft aangevoerd dat de opgeëiste persoon vreest voor zijn leven in het kader van bedreigingen aan zijn adres. Verweer van de verdediging verworpen. Er is immers niet gebleken van objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens waaruit zou kunnen volgen dat er een algemeen reëel gevaar bestaat dat de Franse autoriteiten de veiligheid van gedetineerden in de penitentiaire inrichting Fleury-Mérogis onvoldoende kunnen garanderen tegen mogelijke geweldsdreiging. Nu van een dergelijk algemeen gevaar voor gedetineerden in Fleury-Mérogis geen sprake is komt de rechtbank niet toe aan de vraag of sprake is van een dergelijk concreet gevaar voor de opgeëiste persoon. Overlevering toegestaan.

## Full text

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-164285-26 Datum uitspraak: 20 augustus 2026 UITSPRAAK op de vordering van 11 juni 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 28 april 2026 the Public Prosecutor of Melun , Frankrijk (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon] geboren in [geboorteplaats] (Frankrijk) op [geboortedag] 2000, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland gedetineerd in het [detentieadres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 6 augustus 2026, in aanwezigheid van mr. T. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. L.J. Woltring, advocaat in Haarlem, en door een tolk in de Franse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Franse nationaliteit heeft. 3 Ontvankelijkheid van de officier van justitie Standpunt van de verdediging De advocaat van de opgeëiste persoon heeft de bevoegdheid van de Vice-Procureur de la République om het EAB uit te vaardigen in twijfel getrokken. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het EAB is uitgevaardigd door de daartoe bevoegde autoriteit. Zij heeft daarbij verwezen naar een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 12 december 2019, waarin is uitgemaakt dat het Franse Openbaar Ministerie kan worden aangemerkt als uitvaardigende rechterlijke autoriteit in de zin van het Kaderbesluit 2002/584/JBZ. Oordeel van de rechtbank Uit het door de officier van justitie aangehaalde arrest volgt dat het Franse Openbaar Ministerie kan worden aangemerkt als uitvaardigende rechterlijke autoriteit in de zin van het Kaderbesluit 2002/584/JBZ, terwijl uit het arrest [persoon] volgt dat het niet aan de uitvoerende rechterlijke autoriteit is om na te gaan of een EAB is uitgevaardigd door een rechterlijke autoriteit die daartoe krachtens nationaal recht bevoegd was. 4 Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel uitgevaardigd door de onderzoeksrechter bij the Melun Judicial Court van 27 april 2026, met kenmerk Prosecutor's Office No. 26107000073 - Investigation 1/26/17. De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Frans recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. 5 Strafbaarheid Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW De rechtbank stelt vast dat er een discrepantie bestaat tussen de originele Franse versie van het EAB en de vertaling daarvan in het Engels. In de originele versie is wél een lijstfeit aangekruist, in de vertaalde versie niet. De rechtbank gaat uit van de originele Franse versie, waarin de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangewezen als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten: moord en doodslag, zware mishandeling. Uit het EAB volgt dat voor dit feit naar het recht van Frankrijk een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren kan worden opgelegd. Dit betekent dat de rechtbank geen onderzoek doet naar de vraag of het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is. 6 Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden Inleiding In twee uitspraken van 5 augustus 2025 heeft de rechtbank een algemeen gevaar van schending van grondrechten aangenomen voor personen die worden gedetineerd op een mannenafdeling in een Huis van Bewaring in Frankrijk. Dat algemene gevaar betreft het structurele probleem van overbevolking, waardoor er een reëel risico bestaat dat gedetineerden worden geplaatst in een meerpersoonscel met een persoonlijke leefruimte van minder dan 3 m². Mannelijke verdachten en veroordeelden die een (rest)straf korter dan twee jaar uitzitten, worden in een Huis van Bewaring gedetineerd. Voor de opgeëiste persoon geldt dus het hiervoor bedoelde algemeen gevaar van schending van zijn grondrechten in detentie in Frankrijk. Gelet op dit algemeen gevaar heeft het Internationaal Rechtshulpcentrum van het Openbaar Ministerie (IRC) op 29 juni 2026 gevraagd waar de opgeëiste persoon zal worden gedetineerd en hoe de omstandigheden aldaar zijn. Op 9 juli 2026 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit de volgende aanvullende informatie verstrekt: “1. In which detention facility will [de opgeëiste persoon] most likely be detained after his surrender? If [de opgeëiste persoon] is surrendered to the French authorities, he will be detained at Fleury-Mérogis Prison. 2. Based on the size of the cell (excluding sanitary facilities) and the occupancy of the cell, how much ‘personal space’ will [de opgeëiste persoon] have in his cell? The cells at Fleury-Mérogis Prison are approximately 9.40 m² in size. The detained person will have approximately 3.15 m² of personal living space. Due to the number of inmates housed in the prison, 563 inmates are currently provided with a mattress on the floor. Most inmates are accommodated three to a cell, particularly because Fleury-Mérogis Prison includes dedicated units where inmates are housed in single cells (the segregation unit, violent offenders unit, radicalisation assessment unit, and juvenile unit). 3. Depending on your answer to question 2: a. If the personal space will amount to at least 4 sq. m., no further answers are necessary; b. If the personal space will amount between 3 sq. m and 4 sq. m excluding sanitary facilities, I would like to request you to answer the following questions regarding that prison as well: How are the “other aspects of physical conditions of detention” as meant in ECHR 24 July 2012, no. 35972/05 (Iacov Stanciu v. Romania, § 169) in that detention facility? Could you provide information on the material detention conditions, such as: sanitary facilities, heating system, access to food, water and health care. In this connection, the Court finds it important that the issuing judicial authority will also comment on the possibilities of “purposeful activities” and “outdoor exercise”, as meant in the Annex to the CPT report “Living space per prisoner in prison establishments CPT standards (15 December 2015, CPT/Inf(2015)44)”, in its answer to this question. The cells are equipped with showers (following the renovation of the facility, which was completed in 2017). The cells comply with ventilation and lighting standards (the windows are fitted with bars and metal grilles that do not obstruct the entry of natural light). Sanitary facilities are promptly repaired by the service provider [provider]; otherwise, financial penalties may be imposed. Meals are provided by the contractor [contractor] and comply with the standards applicable to institutional catering. Regular health inspections are carried out. Two types of menus are available: standard menus and vegetarian menus. Special dietary meals may be provided upon medical recommendation. Access to water is available inside each cell (through a washbasin). Inmates who wish to do so may also purchase bottled water. Access to healthcare is facilitated by an initial medical examination upon admission, with the possibility of having a chest X-ray performed on site. In addition, each building has its own healthcare unit. Inmates are allocated a daily time slot allowing access to the exercise yard for two hours per day. They may register for outdoor sports activities supervised by a sports instructor (one session per week). Weight-training rooms are available in the accommodation wings. Time slots are available for access to the library. They may also participate in cultural and religious activities. Employment opportunities are available in the prison's general services and maintenance departments (approximately 1,200 positions across the facility). The average waiting time is approximately one month. Vocational training workshops are available in painting, sewing, automotive repair, and electrical work. The French National Education system provides educational courses leading to examinations at all available levels. 4. Can it be guaranteed that [de opgeëiste persoon] will be provided with a minimum of 3 sq. m. of personal space (excluding sanitary facilities) in a multi occupancy cell, in light of the judgment in Dorobantu (ECLI:EU:C:2019:857, § 75-76) At present, despite the growing prison population, this can be guaranteed.” Standpunt van de verdediging De advocaat van de opgeëiste persoon heeft zich op het standpunt gesteld dat de individuele leefruimte van 3 m² exclusief sanitair niet gegarandeerd kan worden, aangezien uit het antwoord op vraag 3 blijkt dat de driepersoonscellen van 9,40 m² tevens zijn voorzien van een douche. Daarnaast heeft de advocaat van de opgeëiste persoon naar voren gebracht dat de opgeëiste persoon vreest dat zijn leven ernstig gevaar loopt als hij in Fleury-Mérogis in detentie komt. De advocaat heeft hierbij verwezen naar een afbeelding van de opgeëiste persoon met een “diploma” van “de grootste verklikker” in zijn handen, die op sociale media zou zijn verspreid vanwege zijn vermeende samenwerking met de narco-politie. De verdediging stelt dat er een prijs op het hoofd van de opgeëiste persoon staat ter hoogte van € 25.000,-. In Fleury-Merogis kan de opgeëiste persoon geen bescherming worden geboden. De opgeëiste persoon heeft hier aan toegevoegd dat het luchten in de gevangenis in Fleury-Mérogis met zeer veel gedetineerden plaatsvindt waarbij de bewaarders niet aanwezig zijn en hem (dus) niet zullen kunnen beschermen. Daarbij moet bedacht worden dat mobiele telefoons onder de gedetineerden in die gevangenis in ruime mate beschikbaar zijn zodat snel bekend zal zijn dat er een prijs op zijn hoofd staat. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat artikel 11 OLW niet aan de overlevering in de weg staat. Het antwoord van de uitvaardigende justitiële autoriteit garandeert nadrukkelijk dat de opgeëiste persoon minimaal 3 m² persoonlijke leefruimte, exclusief sanitair, tot zijn beschikking zal krijgen. Tevens heeft de officier van justitie erop gewezen dat er op 30 april 2026 een overlevering naar Fleury-Mérogis is toegestaan. De officier van justitie merkt op dat dat de stelling van de verdediging dat de opgeëiste persoon in de penitentiaire inrichting Fleury-Mérogis levensgevaar zal lopen, niet afdoende is onderbouwd met objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens. Er is geen algemeen reëel gevaar aangenomen dat de Franse autoriteiten de veiligheid van gedetineerden onvoldoende kunnen garanderen tegen mogelijke geweldsdreiging. De vrees van de opgeëiste persoon staat daarom niet aan de overlevering in de weg. Oordeel van de rechtbank Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voorgaande garantie. De rechtbank is, gelet op de garantie van de Franse autoriteiten, van oordeel dat het vastgestelde algemene reële gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden voor de opgeëiste persoon is weggenomen. Het algemene gevaar dat de rechtbank heeft aangenomen, wordt door deze garantie namelijk uitgesloten ten aanzien van de opgeëiste persoon, omdat hij na overlevering minstens 3 m² persoonlijke leefruimte in een meerpersoonscel, exclusief sanitair, tot zijn beschikking zal hebben. Ten aanzien van de vrees van de opgeëiste persoon dat zijn leven ernstig gevaar loopt als hij in Fleury-Mérogis in detentie komt, begrijpt de rechtbank het verweer aldus, dat hij vreest voor zijn leven in het kader van bedreigingen aan zijn adres waartegen binnen de gevangenis Fleury-Mérogis onvoldoende bescherming wordt geboden dan wel kan worden geboden. Hij vreest daarom aan een onmenselijke of vernederende behandeling te worden blootgesteld als hij in Fleury-Mérogis wordt gedetineerd, waarmee hij een beroep doet op artikel 11 OLW. De rechtbank is van oordeel dat dit beroep op artikel 11 OLW niet slaagt. Er is immers niet gebleken van objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens waaruit zou kunnen volgen dat er een algemeen reëel gevaar bestaat dat de Franse autoriteiten de veiligheid van gedetineerden in de penitentiaire inrichting Fleury-Mérogis onvoldoende kunnen garanderen tegen mogelijke geweldsdreiging. Nu van een dergelijk algemeen gevaar voor gedetineerden in Fleury-Mérogis geen sprake is komt de rechtbank niet toe aan de vraag of sprake is van een dergelijk concreet gevaar voor de opgeëiste persoon. 7 Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe. 8 Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 5 en 7 OLW. 9 Beslissing STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan the Public Prosecutor of Melun , Frankrijk, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. de Bie, voorzitter, mrs. A.R.P.J. Davids en H.J.H. van Meegen, rechters, in tegenwoordigheid van E. Mulder, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 20 augustus 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 OLW. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. HvJ EU 12 december 2019, C566/19 PPU en C626/19 PPU, ECLI:EU:C:2019:1077, JR en YC ( Parquet général du Grand-Duché de Luxembourg (Procureurs de Lyon et Tours) ). HvJ EU 31 januari 2023, C-158/21 PPU, ECLI:EU:C:2023:57 ( [persoon] e.a. ). Zie onderdeel e) van het EAB. Rechtbank Amsterdam 5 augustus 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:5749 en Rechtbank Amsterdam 5 augustus 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:5751. Rechtbank Amsterdam 30 april 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:4270. HvJ EU 25 juli 2018, C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589, Generalstaatsanwaltschaft (Detentieomstandigheden in Hongarije) , punt 114.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/354250 · 2026-09-24
