# Richtsnoeren 2/2018 inzake afwijkingen op grond van artikel 49 van Verordening 2016/679

- Type: Guidance
- Source: EDPB
- Identifier: edpb-guidelines-afwijkingen-van-artikel-49
- Date: 2018-01-01
- Original: https://www.edpb.europa.eu/sites/default/files/files/file1/edpb_guidelines_2_2018_derogations_nl.pdf
- Canonical: https://overview.legal/posts/38082
- Topics: Personal Data, International Transfer, Consent, GDPR Subject-Matter and Objectives, Privacy Shield, Fairness & Transparency, Integrity and Confidentiality Principle, Archiving, Lawful Basis, Public Authority

## Summary

Het Europees Comité voor gegevensbescherming (EDPB) heeft in Richtsnoeren 2/2018 uiteengezet hoe de afwijkingen van artikel 49 AVG moeten worden geïnterpreteerd voor doorgiften van persoonsgegevens aan derde landen wanneer geen adequaatheidsbesluit of passende waarborgen beschikbaar zijn. De richtsnoeren benadrukken dat afwijkingen slechts uitzonderlijk mogen worden gebruikt en dat steeds een tweeledige toets moet worden toegepast: er moet zowel een geldige rechtsgrondslag voor de verwerking zijn als naleving van hoofdstuk V van de AVG, waarbij het door de AVG gewaarborgde beschermingsniveau niet mag worden ondermijnd. Voor elke specifieke afwijking — waaronder uitdrukkelijke toestemming, uitvoering van een overeenkomst, gewichtige redenen van algemeen belang en dwingende gerechtvaardigde belangen — worden door de EDPB nadere voorwaarden en interpretaties gegeven.

## Full text

<!-- image -->

## Richtsnoeren 2/2018 inzake afwijkingen op grond van artikel 49 van Verordening 2016/679

Goedgekeurd op 25 mei 2018

## Inhoudsopgave

| 1. ALGEMEEN........................................................................................................................................... 3                                                                                                                                                                                          |
|---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|
| 2. SPECIFIEKE INTERPRETATIE VAN DE BEPALINGEN VAN ARTIKEL 49 ................................................... 7                                                                                                                                                                                                                                |
| 2.1 De betrokkene heeft uitdrukkelijk met de voorgestelde doorgifte ingestemd, na te zijn ingelicht over de risico's die dergelijke doorgiften voor hem kunnen inhouden bij ontstentenis van een adequaatheidsbesluit en van passende waarborgen - artikel 49, lid 1, onder a) .............................. 7                                   |
| 2.1.1 Toestemming moet uitdrukkelijk zijn..................................................................................... 7                                                                                                                                                                                                                  |
| 2.1.2 Toestemming moet specifiek zijn voor de desbetreffende doorgifte/reeks doorgiften van gegevens.......................................................................................................................................... 8                                                                                                  |
| 2.1.3 Toestemming moet worden gegeven met kennis van zaken, met name betreffende de mogelijke risico's van de doorgifte.................................................................................................. 8                                                                                                                       |
| 2.2 Noodzakelijke doorgifte voor de uitvoering van een overeenkomst tussen de betrokkene en de verwerkingsverantwoordelijke of voor de uitvoering van op verzoek van de betrokkene genomen precontractuele maatregelen - (artikel 49, lid 1, onder b)).............................................................. 10                           |
| 2.3 Doorgifte die noodzakelijk is voor de sluiting of de uitvoering van een in het belang van de betrokkene tussen de verwerkingsverantwoordelijke en een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon gesloten overeenkomst - (artikel 49, lid 1, onder c)) ............................................... 11                                    |
| 2.4 De doorgifte is noodzakelijk wegens gewichtige redenen van algemeen belang - (artikel 49, lid 1, onder d))................................................................................................................................... 12                                                                                              |
| 2.5 De doorgifte is noodzakelijk voor de instelling, uitoefening of onderbouwing van een rechtsvordering - (artikel 49, lid 1, onder e)) ................................................................................... 13                                                                                                                   |
| 2.6 De doorgifte is noodzakelijk voor de bescherming van de vitale belangen van de betrokkene of van andere personen, indien de betrokkene lichamelijk of juridisch niet in staat is zijn toestemming te geven - (artikel 49, lid 1, onder f))................................................................................................ 14 |
| 2.7. Doorgifte uit een openbaar register - (artikel 49, lid 1, onder g), en artikel 49, lid 2).............. 16                                                                                                                                                                                                                                   |
| 2.8. Dwingende gerechtvaardigde belangen - (artikel 49, lid 1, tweede alinea) .............................. 16                                                                                                                                                                                                                                   |

## Het Europees Comité voor gegevensbescherming

Gezien artikel 70, lid 1, onder j), en lid 1, onder e), van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG,

## HEEFT DE VOLGENDE RICHTSNOEREN VASTGESTELD:

## 1. ALGEMEEN

Dit document is bedoeld als leidraad voor de toepassing van artikel 49 van de algemene verordening gegevensbescherming (AVG) 1 inzake afwijkingen in het kader van doorgiften van persoonsgegevens aan derde landen. In  het  document  wordt  voortgebouwd  op  het  werk 2 dat  reeds  is  verricht  door  de  werkgroep  van Europese autoriteiten inzake gegevensbescherming die werd opgericht op grond van artikel 29 van de richtlijn  gegevensbescherming  (de  Groep  artikel 29).  Dit  werk  is  overgenomen  door  het  Europees Comité voor gegevensbescherming (EDPB) met betrekking tot centrale vragen die voortvloeien uit de toepassing van afwijkingen in de context van doorgiften van persoonsgegevens aan derde landen. Dit document zal worden herzien en indien nodig bijgewerkt, op basis van de praktische ervaring die wordt opgedaan bij de toepassing van de AVG. Bij de toepassing van artikel 49 moet er rekening mee worden gehouden dat overeenkomstig artikel 44 de  gegevensexporteur  die  persoonsgegevens  aan  derde  landen  of  internationale  organisaties doorgeeft,  ook  aan  de  voorwaarden  van  de  andere  bepalingen  van  de  AVG  moet  voldoen.  Elke verwerkingsactiviteit moet voldoen aan de relevante bepalingen inzake gegevensbescherming, met name de artikelen 5 en 6. Bijgevolg moet een tweeledige test worden toegepast: ten eerste moet een rechtsgrondslag gelden voor de gegevensverwerking als zodanig, naast alle relevante bepalingen van de AVG, en ten tweede moeten de bepalingen van hoofdstuk V worden nageleefd. In  artikel 49,  lid 1,  wordt  gesteld  dat  in  afwezigheid  van  een  adequaatheidsbesluit  of  passende waarborgen, een doorgifte of een reeks doorgiften van persoonsgegevens aan een derde land of een internationale organisatie slechts onder bepaalde voorwaarden kan plaatsvinden. Tegelijkertijd vereist artikel 44 dat  alle  bepalingen  van  hoofdstuk V  zodanig  worden  toegepast  dat  het  door  de  AVG gewaarborgde beschermingsniveau voor natuurlijke personen niet wordt ondermijnd. Dit houdt ook in dat het gebruik van de afwijkingen van artikel 49 nooit mag leiden tot een situatie waarin inbreuk wordt gemaakt op de grondrechten 3 .


3 Groep artikel 29, WP 114, blz. 9, en het werkdocument van de Groep artikel 29 inzake surveillance van elektronische communicatie voor inlichtingen- en nationale veiligheidsdoeleinden (WP 228), blz. 39.


De Groep artikel 29 heeft er als voorganger van het EDPB lang voor gepleit om met betrekking tot doorgiften als beste praktijk een gelaagde aanpak aan te merken 4 waarbij eerst wordt gekeken of het derde land voorziet in een passend beschermingsniveau en wordt gewaarborgd dat de geëxporteerde gegevens in het derde land worden beschermd.  Als het beschermingsniveau niet passend is in het licht van  alle  omstandigheden,  moet  de  gegevensexporteur  overwegen  voor  passende  waarborgen  te zorgen. Bijgevolg moeten gegevensexporteurs eerst zoeken naar mogelijkheden om de doorgifte te laten verlopen via één van de in de artikelen 45 en 46 van de AVG opgenomen mechanismen, en alleen als dat niet gaat, de in artikel 49, lid 1, vastgestelde afwijkingen gebruiken. Daarom zijn  de  afwijkingen  op  grond  van  artikel 49  uitzonderingen  op  het  algemene  beginsel  dat persoonsgegevens alleen mogen worden doorgegeven aan derde landen als in het derde land een passend beschermingsniveau wordt geboden of indien passende waarborgen worden geboden en de betrokkenen uitvoerbare en effectieve rechten hebben zodat ze kunnen blijven profiteren van hun grondrechten en waarborgen 5 . Door dit feit en overeenkomstig de beginselen die ten grondslag liggen aan  de  Europese  wetgeving 6 moeten  de  afwijkingen  restrictief  worden  geïnterpreteerd,  zodat  de uitzondering niet de regel wordt 7 . Dit blijkt ook uit de formulering van de titel van artikel 49, waaruit kan  worden  opgemaakt  dat  afwijkingen  zijn  bedoeld  voor  specifieke  situaties  ("Afwijkingen  voor specifieke situaties"). Wanneer  gegevensexporteurs  overwegen  persoonsgegevens  aan  derde  landen  of  internationale organisaties door te geven, moeten ze derhalve de voorkeur geven aan oplossingen die waarborgen dat betrokkenen ook na de doorgifte van hun gegevens blijven profiteren van de grondrechten en waarborgen waar ze recht op hebben met betrekking tot de verwerking van hun gegevens. Aangezien afwijkingen  geen  passende  bescherming  of  passende  waarborgen  geven  voor  de  doorgegeven persoonsgegevens en aangezien doorgiften op basis van een afwijking geen voorafgaande toestemming van de toezichthoudende autoriteiten vereisen, leidt de doorgifte van persoonsgegevens aan derde landen op basis van afwijkingen tot een verhoogd risico voor de rechten en vrijheden van de betrokkenen. Gegevensexporteurs moeten zich bewust zijn van het feit dat bij ontstentenis van een adequaatheidsbesluit in Unierechtelijke of lidstaatrechtelijke bepalingen of bepalingen om gewichtige redenen van  openbaar  belang  uitdrukkelijk  grenzen  kunnen  worden  gesteld  aan  de  doorgifte  van specifieke categorieën van persoonsgegevens aan een derde land of een internationale organisatie (artikel 49, lid 5).

## Incidentele en niet-repetitieve doorgiften

4 Groep artikel 29, WP 114, blz. 9

6 Groep artikel 29, WP 114, blz. 7

5 Overweging 114


Het EDPB merkt op dat in overweging 111 de term "incidenteel" wordt gebruikt en dat in artikel 49, lid 1, tweede alinea, in de afwijking op grond van "dwingende gerechtvaardigde belangen" de term "niet repetitief" wordt gebruikt. Deze termen duiden erop dat dergelijke doorgiften meer dan eens doch niet regelmatig - kunnen gebeuren en geen deel dienen uit te maken van de algemene aanpak, maar bijvoorbeeld, onder willekeurige, onbekende omstandigheden en met onregelmatige intervallen. Zo  kan  een  gegevensdoorgifte  die  regelmatig  plaatsvindt  binnen  een  stabiele  relatie  tussen  de gegevensexporteur  en  een  bepaalde  gegevensimporteur  over  het  algemeen  als  systematisch  en repetitief worden aangemerkt en dus niet als incidenteel en niet-repetitief gelden. Bovendien zal een doorgifte  doorgaans bijvoorbeeld als niet-incidenteel of repetitief worden beschouwd wanneer de gegevensimporteur over het algemeen rechtstreekse toegang tot een gegevensbank wordt verleend (bv. via een interface naar een IT-applicatie). In overweging 111 wordt onderscheid gemaakt tussen de afwijkingen door uitdrukkelijk te vermelden dat de afwijkingen in het kader van een "overeenkomst' of van een "rechtsvordering" (artikel 49, lid 1, onder  b),  c)  en  e))  dienen  te  worden  beperkt  tot  "incidentele"  doorgiften,  terwijl  een  dergelijke beperking niet bestaat bij de afwijking op grond van "uitdrukkelijke toestemming", de afwijking op grond van "gewichtige redenen van algemeen belang", de afwijking op grond van "vitale belangen" en de "register-afwijking' krachtens artikel 49, lid 1,  onder respectievelijk a), d), f) en g). Niettemin  moet  worden  benadrukt  dat  ook  de  afwijkingen  die  niet  uitdrukkelijk  beperkt  zijn  tot doorgiften die "incidenteel" of "niet repetitief" zijn, geïnterpreteerd moeten worden op een manier die niet strijdig is met het specifieke karakter van afwijkingen, zijnde uitzonderingen op de regel dat persoonsgegevens niet mogen worden doorgegeven aan een derde land, tenzij het een passend niveau van gegevensbescherming biedt of er voor passende waarborgen is gezorgd 8 .

## Noodzakelijkheidstoets

Een  overkoepelende voorwaarde  voor het gebruik van verschillende afwijkingen is dat  de gegevensdoorgifte "noodzakelijk" moet zijn voor een bepaald doeleinde. De noodzakelijkheidstoets moet worden toegepast om het mogelijke gebruik van de afwijkingen van artikel 49, lid 1, onder b), c), d), e) en f), te beoordelen. Deze toets vereist een evaluatie door de gegevensexporteur in de EU van de vraag of een doorgifte van persoonsgegevens als noodzakelijk kan worden beschouwd voor het specifieke doeleinde van de toe te passen afwijking. Meer informatie over de specifieke toepassing van  de  noodzakelijkheidstoets  voor  elk  van  de  betrokken  afwijkingen  staat  in  de  hierna  volgende afdelingen.

## Artikel 48 met betrekking tot afwijkingen

In artikel 48 van de AVG is een nieuwe bepaling opgenomen die in aanmerking moet worden genomen wanneer een doorgifte van persoonsgegevens wordt overwogen. In artikel 48 en de overeenkomstige overweging 115  wordt  gesteld  dat  rechterlijke  uitspraken  en  besluiten  van  een  administratieve autoriteit van een derde land op zichzelf geen rechtmatige grond vormen voor gegevensdoorgiften naar derde landen. Daarom is een doorgifte naar aanleiding van een besluit van een autoriteit in een derde land alleen rechtmatig indien hij in overeenstemming is met de voorwaarden van hoofdstuk V 9 . In  situaties waarin een internationale overeenkomst bestaat, zoals een verdrag inzake wederzijdse rechtshulp, zouden bedrijven in de EU over het algemeen rechtstreekse aanvragen moeten weigeren en de verzoekende autoriteit van het derde land moeten verwijzen naar het bestaande verdrag inzake wederzijdse rechtshulp of een bestaande overeenkomst.

9 Zie overweging 115, zin 4.

Dit  begrip  volgt  tevens  artikel 44,  waarin  een  overkoepelend  beginsel  wordt  vastgesteld  dat  van toepassing is op alle bepalingen van hoofdstuk V, om ervoor te zorgen dat het in het kader van de AVG gewaarborgde beschermingsniveau voor natuurlijke personen niet wordt ondermijnd .

## 2. SPECIFIEKE INTERPRETATIE VAN DE BEPALINGEN VAN ARTIKEL 49

2.1 De betrokkene heeft uitdrukkelijk met de voorgestelde doorgifte ingestemd, na te zijn ingelicht over de risico's die dergelijke doorgiften voor hem kunnen inhouden bij ontstentenis van een adequaatheidsbesluit en van passende waarborgen - artikel 49, lid 1, onder a)

De  algemene voorwaarden  waaraan moet worden voldaan om toestemming als  geldig  te  kunnen beschouwen,  worden  vastgesteld  in  artikel 4,  lid 11 10 ,  en  artikel  7  van  de  AVG 11 .  In  een  apart document, dat wordt onderschreven door het EDPB 12 , reikt de Groep artikel 29 richtsnoeren aan voor deze algemene voorwaarden voor toestemming.  Deze voorwaarden gelden ook voor toestemming in de  context  van  artikel 49,  lid 1,  onder a).  Er  zijn  echter  specifieke,  aanvullende  elementen  nodig voordat toestemming als een geldige rechtsgrondslag voor internationale gegevensdoorgiften naar derde landen en internationale organisaties kan worden beschouwd, zoals bedoeld in artikel 49, lid 1, onder a), en in dit document zal daar dieper op in worden gegaan. Daarom moet deze afdeling (1) van de onderhavige richtsnoeren worden gelezen in samenhang met de richtsnoeren van de Groep artikel 29 over toestemming, onderschreven door het EDPB, waarin de interpretatie van de algemene voorwaarden en criteria voor toestemming in het kader van de AVG uitvoeriger  wordt  geanalyseerd 13 .  Tevens  moet  worden  opgemerkt  dat  overeenkomstig  artikel 49, lid 3,  overheidsinstanties  zich  niet  op  deze  afwijking  kunnen  baseren  bij  de  uitoefening  van  hun openbare bevoegdheden. In artikel 49, lid 1, onder a), wordt gesteld dat een doorgifte van persoonsgegevens naar een derde land of een internationale organisatie kan plaatsvinden bij ontstentenis van een adequaatheidsbesluit overeenkomstig artikel 45, lid 3, of van passende waarborgen overeenkomstig artikel 46, met inbegrip van  bindende  bedrijfsvoorschriften,  mits:  "de betrokkene  (...) uitdrukkelijk met  de  voorgestelde doorgifte  [heeft]  ingestemd na  te  zijn  ingelicht  over  de  risico's die  dergelijke  doorgiften  voor  hem kunnen inhouden bij ontstentenis van een adequaatheidsbesluit en van passende waarborgen" .

## 2.1.1 Toestemming moet uitdrukkelijk zijn

Overeenkomstig artikel 4, lid 11, van de AVG moet toestemming op vrije, specifieke, geïnformeerde en ondubbelzinnige wijze worden gegeven. Met betrekking tot deze laatste voorwaarde is artikel 49, lid 1, onder a), strikter, aangezien hierin "uitdrukkelijke" toestemming wordt vereist. Deze vereiste is ook  nieuw  ten  opzichte  van  artikel 26, lid 1,  onder a),  van  Richtlijn 95/46/EG,  waarin alleen "ondubbelzinnige" toestemming werd vereist. De AVG vereist uitdrukkelijke toestemming in situaties waarin zich bepaalde risico's inzake gegevensbescherming kunnen voordoen en derhalve een hoog individueel niveau van controle over persoonsgegevens vereist is, zoals het geval is voor de verwerking van  bijzondere  categorieën  gegevens  (artikel 9,  lid 2,  onder a))  en  geautomatiseerde  besluiten (artikel 22,  lid 2,  onder c)).  Dergelijke  bijzondere  risico's  komen  ook  voor  in  de  context  van internationale gegevensdoorgiften.

10 In artikel 4, lid 11, van de AVG wordt "toestemming' gedefinieerd als "elke vrije, specifieke, geïnformeerde en ondubbelzinnige  wilsuiting  waarmee  de  betrokkene  door middel  van  een  verklaring  of  een  ondubbelzinnige actieve handeling hem betreffende verwerking van persoonsgegevens aanvaardt".


11 Ook in de overwegingen 32, 33, 42 en 43 worden aanvullende richtsnoeren voor toestemming gegeven.

13 Idem.

Aanvullende  adviezen voor de vereiste van uitdrukkelijke  toestemming  en  voor  de  andere toepasselijke  vereisten  waaraan  moet  worden  voldaan  opdat  toestemming  als  geldig  wordt beschouwd, zijn te vinden in de richtsnoeren van de Groep artikel 29 over toestemming, die worden onderschreven door het EDPB 14 .

## 2.1.2 Toestemming moet specifiek zijn voor de desbetreffende doorgifte/reeks doorgiften van gegevens

Eén van de vereisten voor geldige toestemming is dat deze specifiek moet zijn. Om een geldige grond voor een gegevensdoorgifte te vormen overeenkomstig artikel 49, lid 1, onder a), moet toestemming derhalve  specifiek  worden  gegeven  voor  de  desbetreffende  doorgifte  of  reeks  doorgiften  van gegevens.

Het element "specifiek" in de definitie van toestemming is bedoeld om een zekere mate van controle voor de gebruiker en transparantie voor de betrokkene te waarborgen. Dit element hangt tevens nauw samen met de vereiste dat toestemming "met kennis van zaken" moet worden gegeven.

Aangezien toestemming specifiek moet zijn, is het op het moment dat de gegevens worden verzameld soms onmogelijk om van de betrokkene voorafgaande toestemming voor een toekomstige doorgifte te verkrijgen. Indien bijvoorbeeld het bestaan en de specifieke omstandigheden van een doorgifte niet bekend  zijn  op  het  moment  dat  om  toestemming  wordt  gevraagd,  kunnen  de  gevolgen  voor  de betrokkene niet worden beoordeeld. Stel: een bedrijf in de EU verzamelt de gegevens van zijn klanten voor  een  specifiek  doeleinde  (levering  van  goederen),  zonder  op  dat  moment  te  overwegen  deze gegevens aan een derde partij buiten de EU door te geven. Een paar jaar later wordt hetzelfde bedrijf echter aangekocht door een bedrijf dat niet in de EU gevestigd is en dat de persoonsgegevens van zijn klanten aan een ander bedrijf buiten de EU wil doorgeven. Om ervoor te zorgen dat deze doorgifte geldig is op grond van de afwijking in verband met toestemming, moet de betrokkene toestemming geven voor deze specifieke doorgifte op het moment dat de doorgifte is gepland. De toestemming die werd gegeven op het moment dat de gegevens door het bedrijf in de EU werden verzameld voor leveringsdoeleinden is niet voldoende om te rechtvaardigen dat deze afwijking wordt gebruikt voor een later geplande doorgifte van de persoonsgegevens buiten de EU.

De gegevensexporteur moet er daarom voor zorgen dat hij specifieke toestemming verkrijgt voordat de doorgifte wordt uitgevoerd, ook al gebeurt dit nadat de gegevens zijn verzameld. Deze vereiste hangt er ook mee samen dat toestemming met kennis van zaken moet worden gegeven. Het is mogelijk om de  specifieke  toestemming  van  een  betrokkene  vóór  de  doorgifte  en  op  het  moment  dat  de persoonsgegevens  worden  verzameld  te  verkrijgen  mits  deze  specifieke  doorgifte  kenbaar  wordt gemaakt  aan  de  betrokkene  en  de  omstandigheden  van  de  doorgifte  niet  veranderen  nadat  de specifieke toestemming door de betrokkene is gegeven. Daarom moet de gegevensexporteur ervoor zorgen dat ook aan de eisen van afdeling 1.3 wordt voldaan.

## 2.1.3 Toestemming moet worden gegeven met kennis van zaken 15 , met name betreffende de mogelijke risico's van de doorgifte

Deze voorwaarde is met name belangrijk aangezien hiermee de algemene vereiste van het geven van toestemming "met kennis van zaken" (die geldt voor alle toestemmingen en is vastgelegd in artikel 4,

14 Idem.

Raadpleeg voor meer informatie de richtsnoeren over transparantie op grond van Verordening 2016/679 (WP 260).

15 De algemene transparantievereisten van de artikelen 13 en 14 van de AVG moeten ook worden nageleefd.

lid 11) versterkt en verder toegelicht wordt 16 . In het geval van toestemming als een rechtmatige basis overeenkomstig artikel 6, lid 1, onder a), voor een gegevensdoorgifte houdt de algemene vereiste van het geven van toestemming "met kennis van zaken' in dat de betrokkene op voorhand goed moet worden geïnformeerd over de specifieke omstandigheden van de doorgifte (d.w.z. de identiteit van de verwerkingsverantwoordelijke, het doel van de doorgifte, het soort gegevens, het bestaan van het recht om toestemming in te trekken, de identiteit of de categorieën van de ontvangers) 17 .

Naast  deze  algemene  vereiste  van  het  geven  van  toestemming  "met  kennis  van  zaken'  ingeval persoonsgegevens worden doorgegeven aan een derde land op grond van artikel 49, lid 1, onder a), schrijft deze bepaling voor dat betrokkenen ook op de hoogte worden gesteld van de specifieke risico's die  voortvloeien  uit  het  feit  dat  hun  gegevens  zullen  worden  doorgegeven  aan  een  land  dat  geen passende  bescherming  biedt  en  dat  er  niet  wordt  voorzien  in  passende  waarborgen  voor  de bescherming van de gegevens. De verstrekking van deze informatie is absoluut noodzakelijk om de betrokkene in staat te stellen toestemming te geven met volledige kennis van deze specifieke feiten inzake  de  doorgifte.  Wordt  deze  informatie  niet  verstrekt,  dan  is  de  afwijking  derhalve  niet  van toepassing.

De informatie die aan de betrokkenen wordt verstrekt om toestemming voor de doorgifte van hun persoonsgegevens  aan, in  derde  landen  gevestigde, derde  partijen  te  verkrijgen,  moet  ook  alle ontvangers of categorieën van ontvangers omvatten, evenals alle landen waar de persoonsgegevens aan worden doorgegeven, het feit dat de toestemming de rechtmatige basis voor de doorgifte vormt en  dat  het  derde  land  waar  de  gegevens  aan  worden  doorgegeven  geen  passend  niveau  van gegevensbescherming biedt op basis van een besluit van de Europese Commissie 18 . Bovendien moet er, zoals hierboven vermeld, informatie worden verstrekt over de mogelijke risico's die bestaan voor de  betrokkenen  door  de  ontstentenis  van  passende  bescherming  en  passende  waarborgen  in  het derde land. Een dergelijke kennisgeving, die gestandaardiseerd kan worden, moet bijvoorbeeld de informatie bevatten dat het derde land misschien niet over een toezichthoudende autoriteit en/of beginselen inzake gegevensverwerking beschikt en/of dat betrokkenen geen rechten hebben in dit derde land. In  het specifieke geval waarbij een doorgifte wordt uitgevoerd nadat de persoonsgegevens van de betrokkene  zijn  verzameld,  moet  de  gegevensexporteur  de  betrokkene  voordat  de  doorgifte plaatsvindt  in  kennis  stellen  van  de  doorgifte  en  de  hieraan  verbonden  risico's,  om  zijn  expliciete toestemming voor de "voorgestelde" doorgifte te verkrijgen.

Zoals uit de analyse hierboven blijkt, stelt de AVG hoge eisen aan het gebruik van de afwijking op grond van toestemming.  Deze hoge eisen, samen met het feit dat de toestemming van een betrokkene op elk ogenblik kan worden  ingetrokken,  houden in dat toestemming  wellicht geen haalbare langetermijnoplossing zal blijken te zijn voor doorgiften aan derde landen.

16

(WP 259).

Zie de richtsnoeren van de Groep artikel 29 over toestemming in het kader van Verordening 2016/679

17

18

Idem, bladzijde 13.

(artikel 13, lid 1, onder f), en artikel 14, lid 1, onder e)).

Deze laatstgenoemde vereiste vloeit ook voort uit de plicht om de betrokkenen in kennis te stellen

- 2.2 Noodzakelijke doorgifte voor de uitvoering van een overeenkomst tussen de betrokkene en de verwerkingsverantwoordelijke of voor de uitvoering van op verzoek van de betrokkene genomen precontractuele maatregelen - (artikel 49, lid 1, onder b))

In het licht van overweging 111 kunnen gegevensdoorgiften op grond van deze afwijking plaatsvinden " wanneer de doorgifte incidenteel en noodzakelijk is in het kader van een overeenkomst ( …)" 19 .

Hoewel de afwijkingen in verband met de uitvoering van een overeenkomst potentieel breed kunnen lijken,  worden  ze over  het  algemeen  beperkt  door  de  criteria  van  " noodzaak "  en  " incidentele doorgiften ".

## Noodzaak van de gegevensdoorgifte

De " noodzakelijkheidstoets " 20 beperkt het aantal gevallen waarin artikel 49, lid 1, onder b), kan worden toegepast 21 .  Hiervoor  is  een  nauw  en  substantieel  verband  tussen  de  gegevensdoorgifte  en  het doeleinde van de overeenkomst nodig.

Deze  afwijking  kan  bijvoorbeeld  niet  worden  gebruikt  wanneer  een  bedrijvengroep  voor  zakelijke doeleinden zijn betalingsfuncties en het personeelsbeleid voor al zijn personeel in een derde land heeft gecentraliseerd, aangezien er geen direct en objectief verband bestaat tussen de uitvoering van de arbeidsovereenkomst en een dergelijke doorgifte 22 . Andere gronden voor doorgifte die zijn voorzien in  hoofdstuk V,  zoals  modelcontractbepalingen  of  bindende  bedrijfsvoorschriften,  kunnen  echter passend zijn voor de specifieke doorgifte.

Anderzijds kan de doorgifte door reisbureaus van de persoonsgegevens van hun individuele klanten naar hotels of andere commerciële partners waarop een beroep wordt gedaan in het kader van de organisatie van het verblijf van deze klanten in het buitenland, noodzakelijk worden geacht voor de uitvoering van de overeenkomst die werd aangegaan tussen het reisbureau en de klant, aangezien er in dit geval een voldoende nauw en substantieel verband bestaat tussen de gegevensdoorgifte en het doel van de overeenkomst (de organisatie van de reis van de klant).

Deze  afwijking  kan  niet  worden  toegepast  op  doorgiften  van  aanvullende  informatie  die  niet noodzakelijk is voor de uitvoering van de overeenkomst of voor de uitvoering van precontractuele maatregelen waarom de betrokkene heeft gevraagd 23 ; derhalve zouden voor aanvullende gegevens andere instrumenten vereist zijn.

## Incidentele doorgiften

Persoonsgegevens mogen alleen incidenteel op grond van deze afwijking worden doorgegeven 24 . Per geval moet worden vastgesteld of gegevensdoorgiften of een gegevensdoorgifte als " incidenteel " of " niet-incidenteel " moet worden aangemerkt.

19 Het criterium van "incidentele" doorgiften staat in overweging 111 en is van toepassing op de afwijkingen van artikel 49, lid 1, onder b), c) en e).

21 De "noodzakelijkheidsvereiste" komt ook terug in de afwijkingen in artikel 49, lid 1, onder c) tot en met f).




23 Meer in het algemeen mogen op grond van alle afwijkingen van artikel 49, lid 1, onder b) tot en met f), alleen de gegevens worden doorgegeven die nodig zijn voor het doel van de doorgifte.

Een doorgifte kan bijvoorbeeld als incidenteel worden beschouwd als de persoonsgegevens van een verkoopmanager, die in het kader van zijn arbeidsovereenkomst naar verschillende klanten in derde landen  reist,  naar  die  klanten  worden  gestuurd  voor  het  organiseren  van  de  vergaderingen.  Een doorgifte  kan  ook  als  incidenteel  worden  beschouwd  als  een  bank  in  de  EU  persoonsgegevens doorgeeft aan een bank in een derde land om een betalingsverzoek van een klant uit te voeren, zolang deze doorgifte niet plaatsvindt in het kader van een stabiele samenwerkingsrelatie tussen de twee banken.

Anderzijds worden  doorgiften  niet als "incidenteel" beschouwd  in  een  situatie  waarin  een multinationale  onderneming  cursussen  geeft  in  een  opleidingscentrum  in  een  derde  land  en systematisch de persoonsgegevens doorgeeft van de werknemers die een cursus volgen (bv. gegevens zoals naam en functie, maar mogelijks ook dieetwensen of mobiliteitsbeperkingen). Gegevensdoofgiften  die  regelmatig  plaatsvinden  in  een  stabiele  relatie  worden  beschouwd  als systematisch en repetitief en zijn dan ook niet meer "incidenteel" van karakter. Bijgevolg kunnen vele gegevensdoorgiften binnen een zakelijke relatie in dit geval niet op artikel 49, lid 1, onder b), worden gebaseerd.

Overeenkomstig artikel 49, leden 1 en 3, kan deze afwijking niet worden toegepast op activiteiten die door overheidsinstanties worden verricht in bij uitoefening van hun openbare bevoegdheden.

## 2.3 Doorgifte die noodzakelijk is voor de sluiting of de uitvoering van een in het belang van de betrokkene tussen de verwerkingsverantwoordelijke en een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon gesloten overeenkomst - (artikel 49, lid 1, onder c))

De interpretatie van deze bepaling is per definitie gelijk aan die van artikel 49, lid 1, onder b); namelijk dat een doorgifte van gegevens naar een derde land of een internationale organisatie bij ontstentenis van een  adequaatheidsbesluit  overeenkomstig  artikel 45, lid 3,  of  van  passende  waarborgen overeenkomstig artikel 46, alleen kan worden geacht onder de afwijking van artikel 49, lid 1, onder c), te vallen als die kan worden beschouwd als " noodzakelijk voor de sluiting of de uitvoering van een in het belang van de betrokkene tussen de verwerkingsverantwoordelijke of voor de uitvoering van een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon gesloten overeenkomst ".

In overweging 111 staat dat gegevensdoorgiften niet alleen noodzakelijk zijn, maar ook alleen mogen plaatsvinden " wanneer de doorgifte incidenteel en noodzakelijk is in het kader van een overeenkomst (.. .)' Daarom mogen persoonsgegevens, los van de " noodzakelijkheidstoets ", ook in dit geval alleen in het kader van deze afwijking worden doorgegeven als de doorgifte incidenteel is.

## Noodzaak van de gegevensdoorgifte en sluiting van de overeenkomst in het belang van de betrokkene

Wanneer een organisatie voor zakelijke doeleinden activiteiten zoals de loonadministratie uitbesteed heeft aan dienstverleners buiten de EU, vormt deze afwijking geen basis voor gegevensdoorgiften voor dergelijke doeleinden, aangezien er geen nauw en substantieel verband bestaat tussen de doorgifte en een overeenkomst die wordt gesloten in het belang van de betrokkene, ook al is het uiteindelijke doel van de doorgifte het beheer van de betaling van de werknemer 25 .  Andere instrumenten voor doorgifte waarin hoofdstuk V voorziet, zoals modelcontractbepalingen of bindende bedrijfsvoorschriften, vormen mogelijks een geschiktere basis voor dergelijke doorgiften.

## Incidentele doorgiften


Daarbij mogen persoonsgegevens alleen in het kader van deze afwijking worden doorgegeven als de doorgifte incidenteel is, zoals in het geval van de afwijking van artikel 49, lid 1, onder b). Derhalve moet dezelfde test worden uitgevoerd om te beoordelen of de desbetreffende doorgifte incidenteel is 26 .

Overeenkomstig  artikel 49,  leden 1  en  3,  kan  deze  afwijking  ten  slotte  niet  worden  toegepast  op activiteiten  die  door  overheidsinstanties  worden  verricht  bij  de  uitoefening  van  hun  openbare bevoegdheden 27 .

## 2.4 De doorgifte is noodzakelijk wegens gewichtige redenen van algemeen belang (artikel 49, lid 1, onder d))

Deze  afwijking  wordt  meestal  aangeduid  als  de  afwijking  om  "gewichtige  redenen  van  algemeen belang" en lijkt sterk op de bepaling die is opgenomen  in  artikel 26, lid 1, onder d),  van Richtlijn 95/46/EG 28 ,  waarin staat dat een doorgifte  alleen  mag  plaatsvinden  wanneer  deze noodzakelijk of wettelijk verplicht is vanwege een zwaarwegend algemeen belang.

Overeenkomstig  artikel 49,  lid 4,  kunnen  alleen  de  openbare  belangen  die  erkend  zijn  bij  een Unierechtelijke of nationaalrechtelijke bepaling die op de verwerkingsverantwoordelijke  van toepassing is, tot de toepassing van deze afwijking leiden.

Voor de toepassing van deze afwijking is het echter niet voldoende dat om de gegevensdoorgifte wordt verzocht (bijvoorbeeld door een autoriteit van een derde land) voor een onderzoek dat een openbaar belang van een derde land dient, dat in abstracte zin ook in het recht van de EU of de betrokken lidstaat bestaat. Wanneer een autoriteit van een derde land bijvoorbeeld een gegevensdoorgifte nodig heeft voor een onderzoek ter bestrijding van terrorisme, is het loutere bestaan van wetgeving van de EU of een  lidstaat  die  ook  de  bestrijding  van  terrorisme  beoogt,  niet  voldoende  om  op  een  dergelijke doorgifte artikel 49, lid 1, onder d), toe te passen. Zoals door de Groep artikel 29, de voorloper van het EDPB, al is benadrukt in eerdere verklaringen 29 , geldt de afwijking alleen als uit een Unierechtelijke of nationaalrechtelijke  bepaling  die  op  de  verwerkingsverantwoordelijke  van  toepassing  is,  ook  kan worden opgemaakt dat dergelijke gegevensdoorgiften toegestaan zijn voor gewichtige redenen van algemeen belang, ook in een geest van wederkerigheid op het vlak van internationale samenwerking. Het bestaan van een internationale overeenkomst of een internationaal verdrag waarin een bepaalde doelstelling wordt erkend en wordt voorzien in internationale samenwerking om die doelstelling te bevorderen, kan een indicator vormen bij het beoordelen of er sprake is van een algemeen belang overeenkomstig  artikel 49,  lid 1,  onder d),  gesteld  dat  de  EU  of  de  lidstaten  partij  zijn  bij  die overeenkomst of dat verdrag.

Hoewel artikel 49, lid 1,  onder d),  voornamelijk  bedoeld  is  om  door overheidsinstanties  te  worden gebruikt, kunnen ook particuliere entiteiten zich erop beroepen. Dit wordt ondersteund door een paar van  de  voorbeelden  die  worden  opgesomd  in  overweging 112,  waarin  zowel  doorgiften  door overheidsinstanties als doorgiften door particuliere entiteiten worden genoemd 30 .




29 Advies 10/2006 van de Groep artikel 29 inzake de verwerking van persoonsgegevens door de Society for Worldwide Interbank Financial Telecommunication (SWIFT) (WP 128), blz. 25.

30 " (...)  internationale gegevensuitwisselingen tussen mededingingsautoriteiten, belasting- of douanediensten, financiële toezichthoudende autoriteiten, diensten met bevoegdheid op het gebied van de sociale zekerheid of de

Derhalve is de belangrijkste vereiste voor de toepasbaarheid van deze afwijking het vinden van een gewichtig algemeen belang en niet de aard van de organisatie (openbare, particuliere of internationale organisatie) die de gegevens doorgeeft en/of ontvangt.

Uit de overwegingen 111 en 112 blijkt dat deze afwijking niet is beperkt tot gegevensdoorgiften die "incidenteel" zijn 31 . Dit betekent echter niet dat de gegevensdoorgiften op basis van de afwijking op grond van een gewichtig algemeen belang in het kader van artikel 49, lid 1, onder d), op grote schaal en systematisch kan plaatsvinden. Liever moet het algemene beginsel worden geëerbiedigd dat de in artikel 49 bedoelde afwijkingen in de praktijk niet "de regel" mogen worden, maar beperkt moeten blijven tot specifieke situaties en elke gegevensexporteur moet ervoor zorgen dat de doorgifte voldoet aan de toets van strikte noodzakelijkheid 32 .

Wanneer doorgiften deel uitmaken van de gewone bedrijfsuitoefening of praktijk, dringt het EDPB er bij alle gegevensexporteurs (met name overheidsorganen 33 ) sterk op aan deze doorgiften te regelen door te zorgen voor passende waarborgen overeenkomstig artikel 46 in plaats van zich te verlaten op de afwijking bedoeld in artikel 49, lid 1, onder d).

## 2.5 De doorgifte is noodzakelijk voor de instelling, uitoefening of onderbouwing van een rechtsvordering - (artikel 49, lid 1, onder e))

## Instelling, uitoefening of onderbouwing van een rechtsvordering

Op grond van artikel 49, lid 1, onder e), kunnen doorgiften plaatsvinden wanneer " de doorgifte (...) noodzakelijk  (is)  voor  de  instelling,  uitoefening  of  onderbouwing  van  een  rechtsvordering ".  In overweging 111 wordt bepaald dat een doorgifte kan worden gedaan wanneer het "incidenteel en noodzakelijk is in het kader van een overeenkomst of van een rechtsvordering, ongeacht of het een gerechtelijke of een administratieve of buitengerechtelijke procedure betreft, waaronder procedures bij regelgevingsinstanties" . Hier valt een waaier aan activiteiten onder, bijvoorbeeld, in het kader van een  strafrechtelijk  of  administratief  onderzoek  in  een  derde  land  (bv.  in  verband  met  antitrustwetgeving, corruptie, handel met voorkennis of gelijkaardige situaties), waarvoor de afwijking kan worden toegepast op een gegevensdoorgifte om zichzelf te verdedigen of om een vermindering of annulering van een boete te verkrijgen die bij wet wordt voorgeschreven, bijvoorbeeld in een antitrustonderzoek. Gegevensdoorgiften voor officiële procedures voor bewijsgaring en -uitwisseling in civiele  procedures  kunnen  eveneens  onder  deze  afwijking  vallen.  De  afwijking  kan  ook  betrekking hebben  op  acties  van  de  gegevensexporteur  om  procedures  in  een  derde  land  in  te  stellen, bijvoorbeeld het aanspannen van een rechtszaak of het aanvragen van goedkeuring van een fusie. De afwijking kan niet worden gebruikt voor de rechtvaardiging van een doorgifte van persoonsgegevens op basis van de loutere mogelijkheid dat juridische of formele procedures in de toekomst mogelijk zouden kunnen zijn.

Deze afwijking kan worden toegepast op activiteiten van overheidsinstanties bij de uitoefening van hun openbare bevoegdheden (artikel 49, lid 3).

De combinatie van de termen "rechtsvordering" en "procedure" houdt in dat de relevante procedure een rechtsgrond moet hebben, en dat er sprake moet zijn van een formeel, wettelijk bepaald proces,

volksgezondheid,  bijvoorbeeld  in  geval  van  opsporing  van  contacten  in  het  kader  van  de  bestrijding  van besmettelijke ziekten of met het oog op de terugdringing en/of uitbanning van doping in de sport.'

32 Zie ook blz. 3.


33 Bijvoorbeeld financiële toezichthoudende autoriteiten die gegevens uitwisselen in het kader van internationale doorgiften van persoonsgegevens voor administratieve samenwerkingsdoeleinden.

maar niet dat het noodzakelijkerwijs moet gaan om een juridische of administratieve procedure ("of enige buitengerechtelijke procedure"). Aangezien een doorgifte in het kader van een procedure moet worden gedaan, moet er een nauw verband bestaan tussen een gegevensdoorgifte en een specifieke procedure met betrekking tot de desbetreffende situatie. De theoretische toepasbaarheid van een bepaald soort procedure zou niet toereikend zijn.

Verwerkingsverantwoordelijken  en  gegevensverwerkers  moeten  zich  ervan  bewust  zijn  dat  de nationale  wetgeving  ook  zogenaamde  "blokkeringswetten"  kan  bevatten,  die  de  doorgifte  van persoonsgegevens aan buitenlandse rechtbanken of andere buitenlandse officiële instanties verbieden of beperken.

## Noodzaak van de gegevensdoorgifte

Op deze grond mag een gegevensdoorgifte alleen plaatsvinden wanneer die noodzakelijk is voor de instelling, uitoefening of onderbouwing van de rechtsvordering in kwestie. Deze " noodzakelijkheidstoets "  vereist  een  nauw  en  substantieel  verband  tussen  de  desbetreffende gegevens en de specifieke vaststelling, uitoefening of onderbouwing van de rechtsvordering 34 .  Het loutere belang van de autoriteiten van een derde land of de eventuele goede wil die bij de autoriteit van het derde land tot stand moet worden gebracht, zijn als zodanig ontoereikend.

Hoewel een gegevensexporteur geneigd kan zijn om alle mogelijke relevante persoonsgegevens door te geven naar aanleiding van een verzoek of om gerechtelijke procedures in te stellen, zou dit niet in overeenstemming zijn met deze afwijking, of meer algemeen met de AVG, waarin (overeenkomstig het  beginsel  van  gegevensminimalisering)  juist  wordt  benadrukt  dat  persoonsgegevens  toereikend moeten zijn, ter zake dienend en beperkt tot wat noodzakelijk is voor de doelstellingen waarvoor zij worden verwerkt.

Met betrekking tot gerechtelijke procedures heeft de Groep artikel 29, de voorloper van het EDPB, reeds  een  gelaagde  aanpak  uitgewerkt  met  betrekking  tot  de  vraag  of  persoonsgegevens  moeten worden doorgegeven, met inbegrip van de toepassing van dit beginsel. Als eerste stap moet zorgvuldig worden nagegaan of geanonimiseerde gegevens voldoende zouden zijn in de specifieke zaak. Indien dit niet het geval is, zou de doorgifte van gepseudonimiseerde gegevens overwogen kunnen worden. Indien het noodzakelijk is om persoonsgegevens naar een derde land te sturen, moet de relevantie ervan  voor  de  desbetreffende  zaak geëvalueerd  worden,  voordat  de  doorgifte  plaatsvindt,  opdat alleen een reeks echt noodzakelijke persoonsgegevens wordt doorgegeven en verstrekt.

## Incidentele doorgifte

Dergelijke doorgiften moeten alleen worden gedaan als ze incidenteel zijn. Ga voor informatie over de definitie  van  incidentele  doorgiften  naar  de  afdeling  over  "incidentele"  en  "niet-repetitieve" doorgiften 35 . Gegevensexporteurs moeten elke specifieke zaak zorgvuldig evalueren.

## 2.6 De doorgifte is noodzakelijk voor de bescherming van de vitale belangen van de betrokkene of van andere personen, indien de betrokkene lichamelijk of juridisch niet in staat is zijn toestemming te geven - (artikel 49, lid 1, onder f))

De  afwijking  van  artikel 49,  lid 1,  onder f),  is  uiteraard  van  toepassing  wanneer gegevens  worden doorgegeven in geval van een medische noodsituatie en wanneer wordt geoordeeld dat een dergelijke doorgifte direct noodzakelijk is om de nodige medische zorg te verlenen.

34 Overweging 111: "noodzakelijk is in het kader van een overeenkomst of van een rechtsvordering."

35 Blz. 4.

Het  moet  dus  bijvoorbeeld  wettelijk  mogelijk  zijn  om  gegevens  (met  inbegrip  van  bepaalde persoonsgegevens) door te geven als de betrokkene zich buiten de EU bevindt, buiten bewustzijn is en dringend medische hulp nodig heeft en alleen een exporteur (bv. zijn huisarts), die in een EU-lidstaat is gevestigd, deze gegevens kan verstrekken. In deze gevallen gaat de wet ervan uit dat het dreigende risico op ernstige schade voor de betrokkene zwaarder weegt dan overwegingen inzake gegevensbescherming. De doorgifte moet betrekking hebben op het individuele belang van de betrokkene of op dat van een andere persoon en, wanneer het medische gegevens betreft, noodzakelijk zijn voor een essentiële diagnose. Bijgevolg kan deze afwijking niet worden gebruikt om medische persoonsgegevens buiten de EU door te geven als de doorgifte niet bedoeld is om het specifieke geval van de betrokkene of dat van een andere persoon te behandelen, maar bijvoorbeeld om algemeen medisch onderzoek uit te voeren dat pas op enig moment in de toekomst resultaten zal opleveren. De AVG beperkt het gebruik van deze afwijking niet tot de fysieke integriteit van een persoon, maar laat  ook  ruimte  om  bijvoorbeeld  de  gevallen  te  overwegen  waarin  de  mentale  integriteit  van  een persoon moeten worden beschermd. In dit geval zou de betrokken persoon ook - fysiek of juridisch niet  in  staat  zijn  om  zijn  toestemming  te  geven  voor  de  doorgifte  van  zijn  persoonsgegevens. Bovendien mag de betrokkene wiens persoonsgegevens worden doorgegeven, specifiek niet - fysiek of juridisch - in staat zijn om zijn toestemming te geven voor deze doorgifte . Wanneer de betrokkene echter in staat is om een geldig besluit te nemen en om zijn toestemming kan worden gevraagd, kan deze afwijking niet gelden. Als de persoonsgegevens bijvoorbeeld nodig zijn om een uithuiszetting te voorkomen, zou dat niet onder deze afwijking vallen (hoewel huisvesting wordt beschouwd als een vitaal belang), aangezien de betrokken persoon zijn toestemming kan geven voor de doorgifte van zijn gegevens. Een lichamelijke of geestelijke onbekwaamheid, maar ook rechtsonbekwaamheid kunnen bepalend zijn voor het vermogen om een geldig besluit te nemen. Rechtsonbekwaamheid kan, zonder afbreuk te doen aan nationale vertegenwoordigingsmechanismen, bijvoorbeeld de zaak van een minderjarige betreffen. Een dergelijke rechtsonbekwaamheid moet - afhankelijk van de zaak - worden aangetoond, hetzij via een medisch attest waaruit de geestelijke onbekwaamheid van de betrokkene blijkt, hetzij via een overheidsdocument waarin de juridische situatie van de betrokkene wordt bevestigd. Gegevensdoorgiften aan een internationale humanitaire organisatie die nodig zijn om een opdracht in het  kader  van  de  Verdragen  van  Genève  uit  te  voeren  of  met  het  oog  op  de  naleving  van  het internationaal humanitair recht in gewapende conflicten, kunnen ook vallen onder artikel 49, lid 1, onder f), zie overweging 112. Nogmaals, in deze gevallen dient de betrokkene door een lichamelijke onbekwaamheid of rechtsonbekwaamheid niet in staat te zijn om toestemming te geven. De doorgifte van persoonsgegevens na het plaatsvinden van natuurrampen en in de context van het delen  van  persoonlijke  informatie  met  instanties  en  personen  in  het  kader  van  reddingsacties  en terughaalmaatregelen (zoals familie van de slachtoffers van rampen alsook overheidsen hulpdiensten) kan in het kader van deze afwijking worden gerechtvaardigd. Dergelijke onvoorziene gebeurtenissen (overstromingen, aardbevingen, orkanen, enz.) kunnen de dringende doorgifte van bepaalde persoonsgegevens rechtvaardigen om bijvoorbeeld de locatie en de status van slachtoffers te bepalen. Er wordt van uitgegaan dat de betrokkene in dergelijke situaties niet in staat is om zijn toestemming voor de doorgifte van zijn gegevens te geven.

## 2.7. Doorgifte uit een openbaar register - (artikel 49, lid 1, onder g), en artikel 49, lid 2)

Artikel 49, lid 1, onder g), en artikel 49, lid 2, staan de doorgifte van persoonsgegevens uit registers onder bepaalde voorwaarden toe. Een register wordt in het algemeen gedefinieerd als een " (written) record containing regular entries of items or details " of als een official list or record of names or items " 36 , terwijl het in de context van artikel 49 zowel om een schriftelijk als een elektronisch register kan gaan.

Het register in kwestie moet overeenkomstig het recht van de Unie of het lidstatelijk recht bedoeld zijn om informatie aan het publiek te verstrekken. Daarom vallen particuliere registers (die onder de verantwoordelijkheid van particuliere organen vallen) buiten het toepassingsgebied van deze afwijking (bijvoorbeeld particuliere registers waarmee kredietwaardigheid wordt beoordeeld).

Het register moet vrij kunnen worden geraadpleegd door ofwel:

- a) het algemene publiek of
- b) alle personen die een gerechtvaardigd belang kunnen aantonen.

Dit zijn bijvoorbeeld bedrijfsregisters, registers van beroepsverenigingen, registers van strafrechtelijke veroordelingen, (grond)aankoopregisters of openbare voertuigregisters.

Naast de algemene vereisten met betrekking tot de opstelling van de registers zelf, geldt dat doorgiften uit  deze  registers  enkel  mogen  plaatsvinden  indien,  en  in  zoverre,  er  in  elk  specifiek  geval  wordt voldaan aan de voorwaarden voor raadpleging die zijn vastgelegd in het recht van de Unie of het lidstatelijk recht (zie met betrekking tot deze algemene voorwaarden artikel 49, lid 1, onder g)).

Verwerkingsverantwoordelijken en gegevensverwerkers die persoonsgegevens krachtens  deze afwijking willen doorgeven, moeten zich ervan bewust zijn dat een doorgifte geen betrekking mag hebben op alle persoonsgegevens of volledige categorieën van persoonsgegevens die in het register zijn  opgeslagen (artikel 49, lid 2).  Wanneer het gaat om een doorgifte uit een bij de wet ingesteld register  dat  bedoeld  is  voor  raadpleging  door  personen  met  een  gerechtvaardigd  belang,  mag  de doorgifte alleen plaatsvinden op verzoek van deze personen of wanneer de gegevens voor hen zijn bestemd,  rekening  houdend  met  de  belangen  van  de  betrokkenen  en  hun  grondrechten 37 . Gegevensexporteurs moeten bij het beoordelen van de vraag of de doorgifte passend is, per geval altijd rekening houden met de belangen en rechten van de betrokkene.

Het verdere gebruik van persoonsgegevens uit dergelijke registers, zoals hierboven beschreven, mag alleen plaatsvinden in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving inzake gegevensbescherming.

Deze afwijking kan ook worden toegepast op activiteiten die overheidsinstanties in de uitoefening van hun openbare bevoegdheden verrichten (artikel 49, lid 3).

## 2.8. Dwingende gerechtvaardigde belangen - (artikel 49, lid 1, tweede alinea)

In artikel 49, lid 1, tweede alinea, wordt een nieuwe afwijking geïntroduceerd die eerder niet in de richtlijn was opgenomen. Onder een aantal specifieke, uitdrukkelijk vermelde voorwaarden kunnen


37 Overweging 111 van de AVG.

persoonsgegevens worden doorgegeven indien dit noodzakelijk is omwille van dwingende gerechtvaardigde belangen die door de gegevensexporteur worden nagestreefd. Deze afwijking wordt door de wet als laatste redmiddel gezien, aangezien zij alleen van toepassing is wanneer " een doorgifte niet op een bepaling van de artikelen 45 of 46, met inbegrip van de bepalingen inzake  bindende  bedrijfsvoorschriften,  kon  worden  gegrond  en  geen  van  de  afwijkingen  voor  een specifieke situatie (...) van toepassing zijn ". 38 Bij deze gelaagde aanpak met betrekking tot het gebruik van afwijkingen als grondslag voor doorgiften dient te worden nagegaan of het mogelijk is om een instrument voor doorgifte te gebruiken, zoals bedoeld in artikel 45 of 46, of een van de specifieke afwijkingen zoals bedoeld in artikel 49, lid 1, eerste alinea, alvorens toevlucht te nemen tot de afwijking van artikel 49, lid 1, tweede alinea. Deze aanpak kan  volgens  overweging 113  enkel  worden  gehanteerd  in  restgevallen  en  is  afhankelijk  van  een aanzienlijk aantal voorwaarden die uitdrukkelijk bij wet zijn vastgelegd. Overeenkomstig het beginsel van de verantwoordingsplicht dat is verankerd in de AVG 39 , moet de gegevensexporteur in staat zijn om aan te tonen dat het niet mogelijk was om de gegevens door te geven op basis van passende waarborgen overeenkomstig  artikel 46  en  dat  evenmin  een  van  de  afwijkingen  in  artikel 49,  lid 1, eerste alinea, kon worden toegepast. Dit  houdt  in  dat  de  gegevensexporteur  kan  staven  dat  hij  hiertoe  serieuze  pogingen  heeft ondernomen,  rekening  houdend  met  de  omstandigheden  van  de  gegevensdoorgifte.  Dit  kan bijvoorbeeld, en afhankelijk van het geval, door aan te tonen dat is nagegaan of de gegevensdoorgifte kan worden uitgevoerd op basis van de uitdrukkelijke toestemming van de betrokkene in het kader van artikel 49, lid 1, onder a). In sommige omstandigheden kan het gebruik van andere instrumenten echter praktisch niet mogelijk zijn. Sommige soorten passende waarborgen overeenkomstig artikel 46 kunnen  bijvoorbeeld  geen  realistische  optie  zijn  voor  een  gegevensexporteur  die  een  kleine  of middelgrote onderneming is. 40 Dit kan bijvoorbeeld ook het geval zijn wanneer de gegevensimporteur uitdrukkelijk heeft geweigerd om een overeenkomst voor gegevensoverdracht te sluiten op basis van modelbepalingen inzake gegevensbescherming (artikel 46, lid 2, onder c)) en  er  geen  andere optie mogelijk is (met inbegrip van, afhankelijk van het geval, de keuze van een andere

"gegevensimporteur") - zie ook de alinea hieronder over "dwingende" gerechtvaardigde belangen.

## Dwingende gerechtvaardigde belangen van de verwerkingsverantwoordelijke

Overeenkomstig  de  formulering  van  de  afwijking  moet  de  doorgifte  noodzakelijk  zijn  voor  de uitvoering van dwingende gerechtvaardigde belangen van de verwerkingsverantwoordelijke die niet ondergeschikt zijn aan de belangen of rechten en vrijheden van de betrokkene. Inachtneming van de belangen van een gegevensexporteur in zijn hoedanigheid van gegevensverwerker of van de belangen van de gegevensimporteur is niet relevant. Bovendien  zijn alleen belangen  die als  "dwingend"  worden  erkend  relevant,  waardoor  het toepassingsgebied  van  de  afwijking gerechtvaardigde  belang  essentieel  moet  zijn  voor  de  verwerkingsverantwoordelijke.  Dit  kan aanzienlijk  wordt  beperkt,  aangezien  niet  alle  denkbare "gerechtvaardigde  belangen"  in  de  zin  van  artikel 6,  lid 1,  onder f),  hier  van  toepassing  zijn.  Er  zal eerder  een  bepaalde  hogere  drempel  van  toepassing  zijn,  op  grond  waarvan  het  dwingende bijvoorbeeld  het  geval  zijn  als  een  verwerkingsverantwoordelijke  de  persoonsgegevens  moet

38 Artikel 49, lid 1, tweede alinea, AVG.

40 Zo zijn bindende bedrijfsvoorschriften vaak geen haalbare optie voor kleine en middelgrote ondernemingen door de aanzienlijke administratieve investeringen die hiermee gepaard gaan.

39 Artikel 5, lid 2, en artikel 24, lid 1.

doorgeven om zijn organisatie of systemen te behoeden voor ernstige onmiddellijke schade of voor een strenge boete die zijn zaak ernstig zou schaden.

## Niet-repetitief

Overeenkomstig  de  uitdrukkelijke  formulering  ervan,  kan  artikel 49,  lid 1,  tweede  alinea,  alleen worden toegepast op een doorgifte die niet-repetitief is 41 .

## Beperkt aantal betrokkenen

Daarbij mag de doorgifte slechts op een beperkt aantal betrokkenen van toepassing zijn. Er is geen absolute drempel vastgesteld, aangezien die afhangt van de context, maar het aantal moet gepast klein zijn, rekening houdend met het desbetreffende soort doorgifte.

In  de  praktijk  is  de  term "beperkt  aantal  betrokkenen" afhankelijk van het concrete geval. Als een verwerkingsverantwoordelijke  bijvoorbeeld  persoonsgegevens  moet  doorgeven  om  een  uniek  en ernstig beveiligingsincident op te sporen teneinde zijn organisatie te beschermen, zou de vraag in dit geval zijn van hoeveel werknemers de verwerkingsverantwoordelijke gegevens moet doorgeven met oog op dit dwingende gerechtvaardigde belang.

Wil de afwijking toepasbaar zijn, dan moet deze doorgifte derhalve niet van toepassing zijn op alle werknemers van de verwerkingsverantwoordelijke, maar op een beperkt aantal.

De "dwingende gerechtvaardigde belangen van de verwerkingsverantwoordelijke" afwegen tegen de "belangen  of  de  rechten  en  vrijheden  van  de  betrokkene"  op  basis  van  een  beoordeling  van  alle omstandigheden rond de gegevensdoorgifte en in passende waarborgen voorzien

Als aanvullende vereiste moet het (dwingende) gerechtvaardigde belang van de verwerkingsverantwoordelijke worden afgewogen tegen de belangen of de rechten en vrijheden van de  betrokkene.  In  dit  opzicht  vereist  de  wetgeving  uitdrukkelijk  dat  de  gegevensexporteur  alle omstandigheden  van  de  gegevensdoorgifte  in  kwestie  evalueert  en  op  basis  van  deze  evaluatie voorziet in "passende waarborgen" met betrekking tot de bescherming van de doorgegeven gegevens. Deze  vereiste  benadrukt  de  speciale  rol  die  waarborgen  kunnen  spelen  bij  het  verminderen  van ongewenste gevolgen voor de betrokkenen en bij het mogelijk wijzigen van de balans tussen rechten en belangen, zonder aan het belang van de verwerkingsverantwoordelijke voorbij te gaan 42 .

Met betrekking tot de belangen, rechten en vrijheden van de betrokkene waarmee rekening moet worden gehouden, moeten de mogelijke negatieve gevolgen, d.w.z. het risico van de gegevensoverdracht voor elk soort (gerechtvaardigd) belang van de betrokkene, zorgvuldig worden voorspeld en geëvalueerd, door rekening te houden met de waarschijnlijkheid en de ernst ervan. 43 In dit opzicht moet in het bijzonder rekening worden gehouden met elke mogelijke schade (fysieke en materiële,  maar  ook  niet-materiële  schade  zoals  reputatieverlies) 44 . Bij  het  beoordelen  van  deze risico's  en  van  de  maatregelen  die  onder  de  gegeven  omstandigheden  mogelijk  als  "passende


42

verwerkingsverantwoordelijke en die van de betrokkenen werd reeds door de Groep artikel 29 bedrukt in WP 217, blz. 31.

De belangrijke rol die waarborgen spelen bij het zorgen voor evenwicht tussen de belangen van de



waarborgen" voor de rechten en vrijheden van de betrokkene kunnen worden beschouwd, moet de gegevensexporteur met name rekening houden met de aard van de gegevens, het doel en de duur van de verwerking alsook de situatie in het land van herkomst, het derde land en, indien van toepassing, het land van de uiteindelijke bestemming van de doorgifte. 45 Verder  vereist  de  wetgeving  dat  de  gegevensexporteur  aanvullende  maatregelen  als  waarborgen toepast teneinde de vastgestelde risico's die door de gegevensoverdracht voor de betrokkene worden veroorzaakt tot een minimum te beperken. 46 Het gaat om een wettelijk verplichte vereiste, waaruit volgt  dat  de  belangen  die  de  verwerkingsverantwoordelijke  heeft  bij  de  doorgifte  bij  gebrek  aan aanvullende  waarborgen  in  elk  geval  wijken  voor  de  belangen  of  de  rechten  en  vrijheden  van  de betrokkene. 47 Wat  betreft  de  aard  van  dergelijke  waarborgen,  is  het  niet  mogelijk  om  algemene vereisten  op  te  stellen  die  in  dat  opzicht  in  alle  gevallen  toepasselijk  zijn.  Een  en  ander  zal  sterk afhankelijk zijn van de specifieke gegevensdoorgifte in kwestie. Afhankelijk van het geval kan het gaan om maatregelen die garanderen dat de gegevens zo spoedig mogelijk na de doorgifte worden gewist, of  die  de  doeleinden  beperken  waarvoor  de  gegevens  na  de  doorgifte  kunnen  worden  verwerkt. Bijzondere  aandacht  moet  worden  besteed  aan  de  vraag  of  het  wellicht  toereikend  is  om gepseudonimiseerde  of  gecodeerde  gegevens  door  te  geven 48 .  Bovendien  moeten  technische  en organisatorische  maatregelen  worden  onderzocht  die  ervoor  moeten  zorgen  dat  de  doorgegeven gegevens niet voor andere doeleinden kunnen worden gebruikt dan de doeleinden die strikt door de gegevensexporteur werden bepaald.

## Kennisgeving aan de toezichthoudende autoriteit

De  plicht  om  de  toezichthoudende  autoriteit  in  kennis  te  stellen  houdt  niet  in  dat  de  doorgifte goedgekeurd  moet  worden  door  de  toezichthoudende  autoriteit,  maar  dient eerder  als  een aanvullende  waarborg  die  de  toezichthoudende  autoriteit  in  staat  stelt  de  gegevensdoorgifte  te beoordelen (indien zij dit nodig acht) met betrekking tot de mogelijke gevolgen ervan voor de rechten en  vrijheden  van  de  betrokkenen.  In  het  kader  van  de  naleving  van  het  beginsel  van  de verantwoordingsplicht wordt aanbevolen dat de gegevensexporteur alle relevante aspecten van de gegevensdoorgifte registreert, zoals de dwingende gerechtvaardigde belangen die worden nagestreefd, de "tegenstrijdige" belangen van het individu, de aard van de doorgegeven gegevens en het doel van de doorgifte.

## Informatie verstrekken over de doorgifte en de nagestreefde dwingende gerechtvaardigde belangen van de betrokkene

45

46

Overweging 113

mogelijk  niet  in  elk  geval  noodzakelijk  zijn  (zie  het  werkdocument  van  de  Groep  artikel 29  over  ad-hoc

Hoewel  dergelijke  (aanvullende)  maatregelen  in  de  context  van  een  "normale"  wettelijke  afwegingstoets contractuele ontwerpbepalingen "EU data processor to non-EU sub-processor" (WP 214), blz. 41), suggereert de

gegevensdoorgifte voldoen aan de "afwegingstoets" en derhalve toelaatbaar zijn op grond van deze afwijking.

formulering

47

mogelijk  niet  in  elk  geval  noodzakelijk  zijn  (zie  Advies 06/2014  van  de  Groep  artikel 29  over  het  begrip van

artikel 49, lid 1,

tweede alinea,

dat aanvullende

maatregelen verplicht

zijn, wil  de

Hoewel  dergelijke  (aanvullende)  maatregelen  in  de  context  van  een  "normale"  wettelijke  afwegingstoets gerechtvaardigde belangen van de verwerkingsverantwoordelijke op grond van artikel 7 van Richtlijn 95/46/EG,

verplicht zijn, wil de gegevensdoorgifte voldoen aan de "afwegingstoets" en derhalve toelaatbaar zijn op grond

WP 217, blz. 41), suggereert de formulering van artikel 49, lid 1, tweede alinea, dat aanvullende maatregelen van deze afwijking.

48

hoc contractuele ontwerpbepalingen "EU data processor to non-EU sub-processor" (WP 214), blz. 41-43.

Zie voor meer voorbeelden van mogelijke waarborgen het werkdocument van de Groep artikel 29 over ad-

De verwerkingsverantwoordelijke moet de betrokkene in kennis stellen van de doorgifte en van de nagestreefde  dwingende  gerechtvaardigde  belangen.  Deze  informatie  moet  worden  verstrekt  in aanvulling op de verplichte kennisgeving in het kader van de artikelen 13 en 14 van de AVG.

Voor het Europees Comité voor gegevensbescherming De voorzitter

(Andrea Jelinek)

20

---

## Footnotes

1. Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).

2. Groep  artikel 29,  werkdocument  over  een  gemeenschappelijke  interpretatie  van  artikel 26,  lid 1,  van Richtlijn 95/46/EG van 24 oktober 1995, 25 november 2005 (WP 114).

7. Zie reeds Groep artikel 29, WP 114, blz. 7. Het Europees Hof van Justitie heeft herhaaldelijk benadrukt dat "het fundamentele recht op bescherming van het privéleven [eist] dat de uitzonderingen op en beperkingen van de gegevensbescherming  in  voorgenoemde hoofdstukken  van  de  richtlijn,  binnen  de  grenzen  van  het  strikt noodzakelijke  blijven."  (het  arrest  van  16 december 2008  in  zaak  C  73/07, Satakunnan  Markkinapörssi  en Satamedia , punt 56,  het arrest van 9 november 2010 in gevoegde zaken C 92/09, Volker und Markus Schecke , en C 93/09, Hartmut Eifert , punt 77, het arrest Digital Rights , punt 52, en het arrest van 6 oktober 2015 in zaak C 362/14, Schrems , punt 92, en het arrest van 21 december 2016 in zaak C 203/15, Tele2 Sverige AB , punt 96). Zie  ook  het  verslag  over  het  aanvullend  protocol  bij  Verdrag 108  inzake  toezichthoudende  autoriteiten  en grensoverschrijdend verkeer van gegevens, artikel 2, lid 2, onder a), blz. 6, beschikbaar op https://www.coe.int/en/web/conventions/full-list/-/conventions/treaty/181.1)

12. Zie de richtsnoeren van de Groep artikel 29 over toestemming in het kader van Verordening 2016/679 (WP 259).

20. Zie  ook  Advies 06/2014  van  de  Groep  artikel 29  over  het  begrip  "gerechtvaardigd  belang  van  de  voor  de verwerking verantwoordelijke" in artikel 7 van Richtlijn 95/46/EG (WP 217).

22. Bovendien zal dat niet als incidenteel worden beschouwd (zie hieronder).

24. Zie voor de algemene definitie van de term "incidenteel" bladzijde 4.

25. Bovendien zal de toepassing ervan niet als incidenteel worden beschouwd (zie hieronder).

26. Zie voor de algemene definitie van de term "incidenteel" bladzijde 4.

27. Zie voor meer informatie afdeling 1, blz. 5.

28. Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens.

31. Zie voor de algemene definitie van de term "incidenteel" blz. 4.

36. Merriam Webster Dictionary, https://www.merriam-webster.com/dictionary/register (22.01.2018); Oxford Dictionary https://en.oxforddictionaries.com/definition/register (22.1.2018).

41. Zie voor meer informatie over de term "niet-repetitief" blz. 4.

43. Zie overweging 75: " Het qua waarschijnlijkheid en ernst uiteenlopende risico voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen (…)" .

44. Zie overweging 75: " Het qua waarschijnlijkheid en ernst uiteenlopende risico voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen kan voortvloeien uit persoonsgegevensverwerking die kan resulteren in ernstige lichamelijke, materiële of immateriële schade."

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/38082 · 2026-08-22
