# Richtsnoeren 01/2020 inzake de verwerking van persoonsgegevens in het kader van verbonden voertuigen en mobiliteitsgerelateerde toepassingen

- Type: Guidance
- Source: EDPB
- Identifier: edpb-guidelines-connected-vehicles
- Date: 2020-01-01
- Original: https://www.edpb.europa.eu/system/files/2021-08/edpb_guidelines_202001_connected_vehicles_v2.0_adopted_nl.pdf
- Canonical: https://overview.legal/posts/38089
- Topics: Privacy by Default, Privacy by Design, Retention Period, Processing, Privacy by Design & Default, Personal Data, Market Surveillance Corrective Actions and Enforcement, Security, Anonymization, Insurance

## Summary

De Europese Toezichtsautoriteit voor gegevensbescherming (EDPB) heeft richtsnoeren gepubliceerd betreffende de verwerking van persoonsgegevens in de context van verbonden voertuigen en mobiliteitsgerelateerde toepassingen. Het document biedt praktische leiding aan verwerkingsverantwoordelijken over hoe de AVG-principes — waaronder gegevensminimalisatie, privacy by design, rechtsgrondslag en doorgifte buiten de EU/EER — moeten worden toegepast op uiteenlopende scenario's zoals eCall, autodiefstalbestrijding en ongevalsanalyse. De richtsnoeren bevatten geen handhavingsmaatregelen of boetes, maar fungeren als interpretatief kader voor toezichthouders en verwerkingsverantwoordelijken in de automobiel- en mobiliteitssector.

## Full text

<!-- image -->

## Richtsnoeren 01/2020 inzake de verwerking van persoonsgegevens in het kader van verbonden voertuigen en mobiliteitsgerelateerde toepassingen

Versie 2.0 Vastgesteld op 9 maart 2021

Translations proofread by EDPB Members. This language version has not yet been proofread.

| Versie 2.0   | 9 maart 2021    | Vaststelling van de richtsnoeren na openbare raadpleging   |
|--------------|-----------------|------------------------------------------------------------|
| Versie 1.0   | 28 januari 2020 | Vaststelling van de richtsnoeren voor openbare raadpleging |

| 1 INLEIDING........................................................................................................................................   | 1 INLEIDING........................................................................................................................................   |
|-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|
| 1.1                                                                                                                                                   | Aanverwante werkzaamheden ............................................................................................... 5                           |
| 1.2                                                                                                                                                   | Toepasselijk recht.................................................................................................................... 7              |
| 1.3                                                                                                                                                   | Toepassingsgebied .................................................................................................................. 8                |
| 1.4                                                                                                                                                   | Definities................................................................................................................................ 12         |
| 1.5                                                                                                                                                   | Risico's met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer en gegevensbescherming............. 13                                                        |
| 2 ALGEMENE AANBEVELINGEN........................................................................................................ 16                   | 2 ALGEMENE AANBEVELINGEN........................................................................................................ 16                   |
| 2.1                                                                                                                                                   | Categorieën gegevens........................................................................................................... 16                    |
| 2.2                                                                                                                                                   | Doeleinden ............................................................................................................................ 18            |
| 2.3                                                                                                                                                   | Relevantie en minimale gegevensverwerking....................................................................... 18                                   |
| 2.4                                                                                                                                                   | Gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen ................................. 19                                                   |
| 2.5                                                                                                                                                   | Informatie.............................................................................................................................. 23           |
| 2.6                                                                                                                                                   | Rechten van de betrokkene .................................................................................................. 25                       |
| 2.7                                                                                                                                                   | Beveiliging ............................................................................................................................. 26          |
| 2.8                                                                                                                                                   | Doorzending van persoonsgegevens aan derden................................................................. 27                                       |
| 2.9                                                                                                                                                   | Doorgifte van persoonsgegevens buiten de EU/EER ............................................................ 27                                       |
| 2.10                                                                                                                                                  | Gebruik van wifitechnologieën aan boord van voertuigen................................................... 27                                          |
| CASESTUDY'S................................................................................................................................. 28       | CASESTUDY'S................................................................................................................................. 28       |
| 3.1                                                                                                                                                   | Verlening van een dienst door een derde............................................................................. 28                               |
| 3.2                                                                                                                                                   | eCall....................................................................................................................................... 32       |
| 3.3                                                                                                                                                   | Bestudering van oorzaken en gevolgen van ongevallen....................................................... 35                                         |
| 3.4                                                                                                                                                   | Bestrijding van autodiefstal................................................................................................... 38                    |

Gezien artikel 70, lid 1, punt e), van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad  van  27 april  2016  betreffende  de  bescherming  van  natuurlijke  personen  in  verband  met  de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (hierna 'AVG' genoemd),

Gezien de EER-Overeenkomst en in het bijzonder bijlage XI en Protocol 37 daarbij, als gewijzigd bij Besluit nr. 154/2018 van het Gemengd Comité van de EER van 6 juli 2018 1 ,

Gezien de artikelen 12 en 22 van zijn reglement van orde,

## HEEFT DE VOLGENDE RICHTSNOEREN VASTGESTELD

## 1 INLEIDING

1. De auto, een symbool van de economie van de twintigste eeuw, is een massaconsumptieproduct  dat de samenleving als geheel heeft beïnvloed.  Mensen associëren auto's vaak  met  vrijheid en zien hun  auto  als  meer  dan  slechts  een vervoermiddel.

Auto's bieden immers een zekere mate van autonomie in de privésfeer, zonder inmenging van buitenaf. Nu verbonden voertuigen steeds meer gemeengoed worden, sluit die visie niet  langer  aan  op  de  realiteit.  De  connectiviteit  in  voertuigen  breidt  zich  snel  uit  van luxemodellen  en -merken  tot  grootschalig  geproduceerde  middenklassemodellen,  en voertuigen worden knooppunten waar een grote hoeveelheid gegevens samenkomt. Niet alleen  voertuigen,  maar  ook  bestuurders  en  passagiers  zijn  in  steeds  sterkere  mate verbonden. Tal van modellen die de afgelopen jaren in de handel zijn gebracht, zijn uitgerust met  sensoren  en  verbonden  boordapparatuur,  die  onder meer  de  motorprestaties,  de rijgewoonten, de bezochte locaties en mogelijk zelfs de oogbewegingen van de bestuurder, zijn of haar polsslag of biometrische gegevens kunnen verzamelen en registreren om een natuurlijke persoon te identificeren 2 .

2. Deze gegevensverwerking vindt plaats binnen een complex ecosysteem waarin niet alleen de traditionele spelers van de auto-industrie een rol spelen, maar dat ook wordt gevormd door  opkomende  nieuwe  spelers  in  de  digitale  economie.  Deze  nieuwe  spelers  kunnen infotainmentdiensten aanbieden, zoals onlinemuziek, informatie over de toestand van de wegen en verkeersinformatie, of rijassistentiesystemen en -diensten, zoals software voor de automatische piloot, updates over de toestand van het voertuig, op het gebruik gebaseerde verzekeringen of dynamische cartografie. Aangezien voertuigen via elektronischecommunicatienetwerken met elkaar verbonden zijn, spelen ook de bij dit proces betrokken weginfrastructuurbeheerders en telecombedrijven een belangrijke rol met betrekking tot de mogelijke verwerking van de persoonsgegevens van bestuurders en passagiers.
3. Verbonden  voertuigen  genereren  bovendien  steeds  grotere  hoeveelheden  gegevens, waarvan de meeste als persoonsgegevens kunnen worden beschouwd omdat zij betrekking hebben op bestuurders of passagiers. Zelfs indien de door een verbonden auto verzamelde



- kenmerken van de auto, zullen zij betrekking hebben op de bestuurder of de passagiers. Om een voorbeeld te geven: gegevens over de rijstijl of de afgelegde afstand, gegevens over de slijtage  van  voertuigonderdelen,  locatiegegevens  of door  camera's verzamelde gegevens kunnen betrekking hebben op het rijgedrag, maar ook informatie bevatten over andere personen die zich mogelijk in het voertuig bevinden of over betrokkenen die langsrijden. Deze technische gegevens worden geproduceerd door een natuurlijke persoon en maken het mogelijk dat hij/zij direct of indirect wordt geïdentificeerd door de verwerkingsverantwoordelijke of door iemand anders. Een voertuig kan worden gezien als een terminal die door verschillende gebruikers kan worden gebruikt. Net als bij een pc doet het feit dat er mogelijk meerdere gebruikers zijn, geen afbreuk aan het persoonlijke karakter van de gegevens.
4. In  2016  organiseerde  de  Fédération  Internationale  de l'Automobile  (FIA)  de  Europese campagne  'My  Car  My  Data',  om  erachter  te  komen  hoe  Europeanen  denken  over verbonden  auto's 3 .  De  campagne  maakte  niet  alleen  duidelijk  dat  bestuurders  veel belangstelling hebben voor connectiviteit, maar ook dat waakzaamheid geboden is bij het gebruik  van  de  door  voertuigen  geproduceerde  gegevens  en  hoe  belangrijk  het  is  de wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens na te leven. De uitdaging voor alle belanghebbenden is dus om de dimensie van 'bescherming van persoonsgegevens' al in de productontwerpfase te integreren, en ervoor te zorgen dat autogebruikers transparantie genieten met betrekking tot en controle uitoefenen over hun gegevens overeenkomstig overweging 78 van de AVG. Een dergelijke aanpak helpt het vertrouwen van de gebruiker te versterken, en daarmee de ontwikkeling van de technologieën op lange termijn.

## 1.1 Aanverwante werkzaamheden

5. Verbonden voertuigen zijn de afgelopen tien jaar een belangrijk onderwerp geworden voor regulerende instanties, met name de laatste paar jaren. Zo zijn er verschillende nationale en internationale  documenten  gepubliceerd  over  de  beveiliging  en  privacy  van  verbonden voertuigen.  Deze  regels  en  initiatieven  hebben  tot  doel  de  bestaande  kaders  voor gegevensbescherming en privacy aan te vullen met sectorspecifieke regels of richtsnoeren voor professionals.

## 1.1.1 Europese en internationale initiatieven

6. Sinds  31  maart  2018  is  een  op  het  alarmnummer  112  gebaseerd  eCall-boordsysteem verplicht voor alle nieuwe voertuigen uit de klassen M1 en N1 (personenauto's en lichte bedrijfsvoertuigen). 45 In  2006  had  de  Groep  gegevensbescherming  artikel  29  reeds  een werkdocument  betreffende  de  gevolgen  van  het  eCall-initiatief  vanuit  het  oogpunt  van bescherming van gegevens en van de persoonlijke levenssfeer goedgekeurd 6 .  Bovendien heeft de Groep gegevensbescherming artikel 29, zoals eerder besproken, in oktober 2017 een  advies  aangenomen  over  de  verwerking  van  persoonsgegevens  in  het  kader  van coöperatieve intelligente vervoerssystemen (C-ITS).
7. In januari 2017 heeft het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging (Enisa) een studie over de cyberbeveiliging en -weerbaarheid van slimme auto's gepubliceerd. Die studie bevat een overzicht van de gevoelige activa en de bijbehorende bedreigingen, risico's,





- 2017  heeft  de  internationale  conferentie  van  commissarissen  voor  de  bescherming  van gegevens  en  de  persoonlijke  levenssfeer  (ICDPPC)  een  resolutie  aangenomen  over verbonden voertuigen 8 . Tot slot heeft de internationale werkgroep inzake gegevensbescherming  bij  telecommunicatie  (IWGDPT)  in  april  2018  een  werkdocument aangenomen over verbonden voertuigen 9 .

## 1.1.2 Nationale initiatieven van leden van het Europees Comité voor gegevensbescherming (EDPB)

8. In januari 2016 hebben de conferentie van de Duitse federale en deelstaatautoriteiten voor gegevensbescherming  en  de  Duitse  vereniging  van  de  automobielindustrie  (VDA)  een gemeenschappelijke verklaring gepubliceerd over de beginselen van gegevensbescherming in  verbonden  en  niet-verbonden  voertuigen 10 .  In  augustus  2017  heeft  het  Centre  for Connected and Autonomous Vehicles (centrum voor verbonden en zelfrijdende voertuigen, CCAV)  van  het  Verenigd  Koninkrijk  een  gids  uitgebracht  met  de  beginselen  inzake  de cyberbeveiliging van verbonden en geautomatiseerde voertuigen, om de bewustwording hierover  in  de  automobielsector  te  vergroten 11 .  In  oktober  2017  heeft  de  Franse gegevensbeschermingsautoriteit,  de  Commission  Nationale  de  l'Informatique  et  des Libertés (CNIL), een nalevingspakket voor verbonden auto's gepubliceerd om belanghebbenden te helpen bij het integreren van gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen, zodat betrokkenen effectieve controle kunnen uitoefenen over hun gegevens 12 .


https://edps.europa.eu/sites/edp/files/publication/resolution-on-data-protection-in-automated-andconnected-vehicles\_en\_1.pdf

8 Resolutie over gegevensbescherming in geautomatiseerde en verbonden voertuigen;


11 Beginselen inzake de cyberbeveiliging van verbonden en geautomatiseerde voertuigen;


https://www.gov.uk/government/publications/principles-of-cyber-security-for-connected-and-automatedvehicles


## 1.2 Toepasselijk recht

9. De  AVG  vormt  in  dezen  het  EU-rechtskader.  De  AVG  is  van  toepassing  wanneer  de verwerking van persoonsgegevens in het kader van verbonden voertuigen gepaard gaat met de verwerking van persoonsgegevens van natuurlijke personen.
10. Naast de AVG bevat Richtlijn 2002/58/EG, zoals herzien bij Richtlijn 2009/136/EG (de 'eprivacyrichtlijn'), een specifieke norm voor alle actoren die informatie willen opslaan of inzien  die  is  opgeslagen  in  de  eindapparatuur  van  een  abonnee  of  gebruiker  in  de Europese Economische Ruimte (EER) .
11. De meeste bepalingen van de e-privacyrichtlijn (zoals de artikelen 6 en 9) zijn alleen van toepassing  op  aanbieders  van  openbare  elektronische-communicatiediensten  en  op aanbieders  van  openbare  communicatienetwerken,  maar  artikel 5,  lid  3,  van  de  eprivacyrichtlijn is een algemene bepaling. Zij is niet alleen van toepassing op elektronischecommunicatiediensten, maar ook op elke particuliere of openbare entiteit die informatie op een eindapparaat plaatst of daaruit afleest, ongeacht de aard van de gegevens die worden opgeslagen of geraadpleegd.
12. Het  begrip  'eindapparatuur'  wordt  gedefinieerd  in  Richtlijn 2008/63/EG 13 .  In  artikel 1, punten a)  en  b),  wordt  eindapparatuur  omschreven  als:  ' a) de  apparaten  die  voor overbrenging, verwerking of ontvangst van informatie direct of indirect op de interface van een openbaar telecommunicatienet zijn aangesloten; in beide gevallen, direct of indirect, kan de aansluiting geschieden per draad, per optische vezel of via elektromagnetische golven; een aansluiting is indirect wanneer een apparaat geplaatst is tussen het eindapparaat en de interface van het net; b) satellietgrondstationapparatuur'.
13. Bijgevolg moeten het verbonden voertuig en de daarop aangesloten apparatuur, mits aan de bovengenoemde criteria is voldaan, worden beschouwd als 'eindapparatuur' (net als een computer, een smartphone of een smart-tv) en zijn de bepalingen van artikel 5, lid 3, van de e-privacyrichtlijn in voorkomend geval van toepassing.
14. Zoals de EDPB in zijn advies 5/2019 over de wisselwerking tussen de e-privacyrichtlijn en de AVG 14 heeft uiteengezet, bepaalt artikel 5, lid 3, van de e-privacyrichtlijn dat in de regel, en met  inachtneming  van  de  in  punt  17  verderop  genoemde  uitzonderingen  op  die  regel, voorafgaande toestemming vereist is voor het opslaan van informatie of het verkrijgen van toegang tot informatie die reeds is opgeslagen in de eindapparatuur van een abonnee of gebruiker. Voor zover de informatie die in de apparatuur van de eindgebruiker is opgeslagen uit persoonsgegevens bestaat, heeft artikel 5, lid 3, van de e-privacyrichtlijn voorrang boven artikel 6 AVG wat betreft het opslaan van of verkrijgen van toegang tot deze informatie 15 . Wil  de  latere  verwerking  van  persoonsgegevens  na  de  voornoemde  verwerking,  met inbegrip  van  persoonsgegevens  die  zijn  verkregen  door  toegang tot  de  informatie  in  de eindapparatuur,  rechtmatig  zijn,  dan  moet  deze  ook  een  rechtsgrond  hebben  krachtens artikel 6 AVG 16 .
15. Aangezien de verwerkingsverantwoordelijke, wanneer hij/zij toestemming vraagt voor het opslaan van of het verkrijgen van toegang tot informatie overeenkomstig artikel 5, lid 3, van de-privacyrichtlijn, de betrokkene moet informeren over alle doeleinden van de verwerking


Ibid., punt 40.


16 Ibid., punt 41.

'daaropvolgende  verwerking') - is toestemming  op  grond  van  artikel 6  AVG  over  het algemeen de meest geschikte rechtsgrond voor de verwerking van persoonsgegevens na dergelijke verwerkingen (voor zover het doel van de daaropvolgende verwerking onder de toestemming van de betrokkene valt, zie punten 53 en 54 hieronder). Toestemming zal dus waarschijnlijk  de  rechtsgrond  vormen  voor  zowel  het  opslaan  van en  het  verkrijgen  van toegang tot reeds opgeslagen informatie als de daaropvolgende verwerking van persoonsgegevens 17 . Bij de beoordeling van de naleving van artikel 6 AVG moet er rekening mee  worden  gehouden  dat  de  verwerking  als  geheel  gepaard  gaat  met  specifieke activiteiten waarvoor de EU-wetgever extra bescherming heeft willen bieden 18 . Bovendien moeten verwerkingsverantwoordelijken rekening houden met de impact op de rechten van de betrokkene wanneer zij de passende rechtsgrond vaststellen, om zo het beginsel van behoorlijkheid  te  eerbiedigen 19 .  Het  komt  erop  neer  dat  verwerkingsverantwoordelijken artikel 6  AVG niet kunnen inroepen om de aanvullende bescherming die wordt geboden door artikel 5, lid 3, van de e-privacyrichtlijn, te verminderen.

16. De  EDPB  herinnert  eraan  dat  toestemming  in  de  e-privacyrichtlijn  dezelfde  betekenis behoudt  als  in  de  AVG  en  moet  voldoen  aan  alle  vereisten  voor  toestemming  die  zijn opgenomen in artikel 4, punt 11, en artikel 7 AVG.
17. Hoewel toestemming het beginsel is, kan volgens artikel 5, lid 3, van de e-privacyrichtlijn de opslag van informatie of het verkrijgen van toegang tot informatie die reeds is opgeslagen in de eindapparatuur, worden vrijgesteld van het vereiste van geïnformeerde toestemming, indien wordt voldaan aan een van de volgende criteria:
3. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; Vrijstelling  1: opslag  of  toegang  met  als  uitsluitend  doel  de  uitvoering  van  de verzending van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk;
4. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; Vrijstelling 2: wanneer opslag of toegang strikt noodzakelijk is, om ervoor te zorgen dat de aanbieder van een uitdrukkelijk door de abonnee of gebruiker gevraagde dienst van de informatiemaatschappij deze dienst levert.
18. In dergelijke gevallen is de verwerking van persoonsgegevens, waaronder persoonsgegevens die zijn verkregen door zich toegang te verschaffen tot informatie in de eindapparatuur, gebaseerd op een van de rechtsgronden van artikel 6 AVG. Toestemming is bijvoorbeeld  niet  nodig  wanneer  de  gegevensverwerking  noodzakelijk  is  om  door  de betrokkene  gevraagde  GPS-navigatiediensten  te  verlenen  wanneer  dergelijke  diensten kunnen worden aangemerkt als diensten van de informatiemaatschappij.

## 1.3 Toepassingsgebied

19. De EDPB wijst erop dat deze richtsnoeren bedoeld zijn om een correcte verwerking van persoonsgegevens door een breed scala van belanghebbenden die op dit gebied werkzaam zijn, te vergemakkelijken. Zij zijn echter niet bedoeld om alle mogelijke gebruikssituaties in deze  context  te  bestrijken  of  om  richtsnoeren  te  geven  voor  elke  mogelijke  specifieke situatie.
20. Dit document is met name gericht op de verwerking van persoonsgegevens in verband met het  niet-beroepsmatige  gebruik  van  verbonden  voertuigen  door  betrokkenen,  zoals



18 Advies 5/2019, punt 41.

- het om de persoonsgegevens die: i) worden verwerkt in het voertuig, ii) worden uitgewisseld tussen  het  voertuig  en  de  daarmee  verbonden  persoonlijke  apparaten  (bijvoorbeeld  de smartphone  van  de  gebruiker)  of  iii)  lokaal  in  het  voertuig  worden  verzameld  en  voor verdere verwerking worden geëxporteerd naar externe partijen (zoals voertuigfabrikanten, infrastructuurbeheerders, verzekeringsmaatschappijen, autoreparateurs).
21. De definitie van 'verbonden voertuig' moet in dit document ruim worden opgevat. Een verbonden voertuig kan worden gedefinieerd als een voertuig dat is uitgerust met een groot aantal  elektronische  regeleenheden  die  met  elkaar  zijn  verbonden  via  een  netwerk  aan boord  van  het  voertuig,  alsmede  connectiviteitsvoorzieningen  die  het  mogelijk  maken informatie uit te wisselen met andere apparaten zowel binnen als buiten het voertuig. Zo kunnen  gegevens  worden  uitgewisseld  tussen  het  voertuig  en  de  daarmee  verbonden persoonlijke  apparaten,  waardoor  bijvoorbeeld  mobiele  toepassingen  kunnen  worden gespiegeld aan de informatie- en entertainmentmodule in het dashboard van de auto. Ook de ontwikkeling van autonome mobiele toepassingen, d.w.z. toepassingen die losstaan van het voertuig (waarbij bijvoorbeeld alleen de smartphone wordt gebruikt) en die bestuurders bijstaan,  valt  binnen  de  reikwijdte  van  dit  document,  aangezien  zij  bijdragen  tot  de verbindingsmogelijkheden van het voertuig, ook al berust de werking ervan niet noodzakelijkerwijs  op  de  uitwisseling  van  gegevens  met  het  voertuig.  Er  zijn  tal  van uiteenlopende  toepassingen  voor  verbonden  voertuigen  en  ze  kunnen  het  volgende omvatten 20 :
22. Mobiliteitsbeheer: functies  die  bestuurders  in  staat  stellen  snel  en  kostenefficiënt  hun bestemming  te  bereiken,  door  tijdig informatie  te  verstrekken  over  GPS-navigatie, potentieel gevaarlijke omgevingsfactoren (zoals ijzel), verkeersopstoppingen of wegwerkzaamheden, assistentie bij parkeerterreinen of -garages, geoptimaliseerd brandstofverbruik of rekeningrijden.
23. Voertuigbeheer: functies die bedoeld zijn om bestuurders te helpen de gebruikskosten te verlagen  en  het  gebruiksgemak  te  vergroten,  zoals  een  melding  over  de  staat  van  het voertuig  en  onderhoudsherinneringen,  de  doorgifte  van  gebruiksgegevens  (bijvoorbeeld voor voertuigreparatiediensten), aangepaste verzekeringen op basis van hoeveel en hoe je rijdt, bediening op afstand (bijvoorbeeld verwarmingssysteem) of profielconfiguraties (zoals de zitpositie).
24. Verkeersveiligheid: functies  die  de  bestuurder  waarschuwen  voor  externe  gevaren  en interne  reacties,  zoals  bescherming  tegen  botsingen,  waarschuwingen  voor  gevaren, waarschuwingen  bij  het  verlaten  van  de  rijstrook,  detectie  van  slaperigheid  bij  de bestuurder, noodoproep (eCall) of 'zwarte dozen' voor het onderzoeken van ongevallen (event data recorder).
25. Amusement: functies  voor  het  informeren  en  entertainen  van  de  bestuurder  en  de passagiers,  zoals  smartphone-interfaces  (handsfree  bellen,  gesproken  tekstberichten), WLAN-hotspots,  muziek,  video,  internet,  sociale  media,  mobiele  kantoordiensten  of diensten met betrekking tot intelligente huizen.
26. Assistentie  van  de  bestuurder: functies  waarbij  het  rijden  geheel  of  gedeeltelijk  wordt geautomatiseerd, zoals operationele assistentie of automatische piloot bij druk verkeer, bij het parkeren of op snelwegen.
27. Welzijn: functies die het comfort, de rijvaardigheid en de rijgeschiktheid van de bestuurder controleren, zoals detectie van vermoeidheid of medische bijstand.


- verschillende  manieren  worden  verzameld,  onder  meer  via: i)  voertuigsensoren,  ii) telematicaboxen  of  iii)  mobiele  toepassingen  (die  bijvoorbeeld  toegankelijk  zijn  via  een apparaat van een bestuurder). Om binnen de reikwijdte van dit document te vallen, moeten mobiele toepassingen betrekking hebben op de rij-omgeving. Toepassingen op het gebied van GPS-navigatie vallen er bijvoorbeeld binnen. Toepassingen die als enige functie hebben om bestuurders te wijzen op interessante plaatsen (restaurants, historische monumenten enz.) vallen echter buiten de reikwijdte van deze richtsnoeren.
29. Veel  van  de  gegevens  die  door  een  verbonden  voertuig  worden  gegenereerd,  hebben betrekking op een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon en vormen dus persoonsgegevens.  Het  gaat  bijvoorbeeld  om  direct  identificeerbare gegevens  (zoals  de volledige identiteit van de bestuurder), maar ook om indirect identificeerbare gegevens, zoals informatie over de afgelegde ritten, de gegevens over het voertuiggebruik (bijvoorbeeld over de rijstijl of de afgelegde afstand), of de technische gegevens van het voertuig (zoals gegevens over de slijtage van voertuigonderdelen), die door kruisverwijzingen  met  andere  bestanden  en  met  name  het  voertuigidentificatienummer (VIN) in verband kunnen worden gebracht met een natuurlijke persoon. Persoonsgegevens in verbonden voertuigen kunnen ook metagegevens omvatten, zoals de onderhoudsstatus van  het  voertuig.  Met  andere  woorden,  alle  gegevens  die  in  verband  kunnen  worden gebracht met een natuurlijke persoon, vallen binnen de reikwijdte van dit document.
30. Bij  het  kader  waarin  het  verbonden  voertuig  functioneert,  is  een  breed  spectrum  van belanghebbenden betrokken. Dit kader omvat zowel de traditionele actoren uit de autoindustrie  als  opkomende  spelers  uit  de  digitale  sector.  Deze  richtsnoeren  zijn  dan ook bedoeld voor voertuigfabrikanten, fabrikanten van apparatuur en toeleveranciers van de auto-industrie, autoreparateurs, autohandelaren, aanbieders van voertuigdiensten, wagenparkbeheerders, autoverzekeringsmaatschappijen, amusementsaanbieders, telecombedrijven,  beheerders  van  wegeninfrastructuur  en  overheidsinstanties,  alsmede voor de betrokkenen. De EDPB onderstreept dat de categorieën betrokkenen per dienst zullen  verschillen  (bijvoorbeeld  bestuurders,  eigenaars,  passagiers  enz.).  Dit  is  een  nietuitputtende  lijst,  aangezien  het  kader  een  grote  verscheidenheid  aan  diensten  omvat, waaronder diensten waarvoor een directe authenticatie of identificatie nodig is en diensten waarvoor dit niet nodig is.
31. Bepaalde  gegevensverwerkingen  die  door  natuurlijke  personen  in  het  voertuig  worden verricht,  komen  neer  op  'de  uitoefening  van  een  zuiver  persoonlijke  of  huishoudelijke activiteit' en vallen als zodanig buiten het toepassingsgebied van de AVG 21 . Daarbij gaat het met  name  om  het  gebruik  van  persoonsgegevens  binnen  de  voertuigen  door  de  enige betrokkenen die deze gegevens in het dashboard van het voertuig hebben ingevoerd. De EDPB herinnert er  evenwel  aan  dat  de  AVG  volgens  overweging 18  daarvan  geldt  'voor verwerkingsverantwoordelijken  of  verwerkers  die  de  middelen  verschaffen  voor  de verwerking van persoonsgegevens voor dergelijke persoonlijke of huishoudelijke activiteiten'.

## 1.3.1 Wat valt buiten de reikwijdte van dit document?

32. Werkgevers die bedrijfswagens ter beschikking stellen van hun personeel, willen wellicht toezicht houden op de handelingen van hun werknemers (bijvoorbeeld om de veiligheid van de werknemer, goederen of voertuigen te waarborgen, middelen toe te wijzen, een dienst te traceren en te factureren of de arbeidstijd te controleren). De gegevensverwerking door werkgevers  in deze context  gaat  gepaard  met  specifieke  overwegingen  inzake  de


- aan de orde kan komen in deze richtsnoeren 22 .
33. Hoewel de gegevensverwerking in het kader van voor professionele doeleinden gebruikte commerciële voertuigen (zoals openbaar vervoer) en gedeeld vervoer en oplossingen in het kader van mobiliteit als dienst (MaaS) gepaard kan gaan met specifieke overwegingen die buiten  de  reikwijdte  van deze  algemene  richtsnoeren  vallen,  zullen  veel  van  de  hier uiteengezette  beginselen  en  aanbevelingen  ook  van  toepassing  zijn  op  die  vormen  van verwerking.
34. Aangezien verbonden voertuigen radiografisch compatibele systemen zijn, zijn zij onderhevig aan passieve tracking, bijvoorbeeld door middel van wifi of bluetooth. In die zin verschillen zij niet van andere verbonden apparaten en vallen zij binnen het toepassingsgebied van de e-privacyrichtlijn, die momenteel wordt herzien. Het op grote schaal volgen van met wifi uitgeruste voertuigen 23 door een geconcentreerd netwerk van omstanders die gangbare smartphonelocatiediensten gebruiken, valt derhalve ook buiten de  reikwijdte  van  dit  document.  Deze  diensten  rapporteren  routinematig  alle  zichtbare wifinetwerken aan centrale servers. Ingebouwde wifi kan als een secundaire voertuigidentificator 24 worden  beschouwd  en  dreigt  zodoende  gepaard  te  gaan  met  de stelselmatige, continue verzameling van volledige voertuigbewegingsprofielen.
35. Voertuigen worden in  toenemende  mate uitgerust met opnameapparatuur (zoals parkeercamerasystemen  en  dashcams).  Aangezien  daarbij  openbare  plaatsen  worden gefilmd en dat een beoordeling vereist van het desbetreffende, per lidstaat verschillende rechtskader, valt deze gegevensverwerking buiten de reikwijdte van deze richtsnoeren.
36. De  verwerking  van  gegevens  die  coöperatieve  intelligente  vervoerssystemen  (C-ITS) mogelijk maken, zoals gedefinieerd in Richtlijn 2010/40/EU 25 , komt aan bod in een specifiek advies van de Groep gegevensbescherming artikel 29 26 . Hoewel de definitie van C-ITS in de richtlijn geen betrekking heeft op technische specificaties, richt de Groep gegevensbescherming artikel 29 zich in zijn advies op communicatie over korte afstand, d.w.z.  zonder  tussenkomst  van  een  netwerkexploitant.  In  het  advies  worden  specifieke gebruiksvormen die zich in de beginfase van de uitvoering bevinden, geanalyseerd. In een later stadium zullen de nieuwe problemen worden geëvalueerd die zich ongetwijfeld zullen voordoen zodra de automatisering verder wordt uitgerold. Aangezien de gegevensbescherming zeer specifieke implicaties heeft in het kader van C-ITS (ongekende hoeveelheden locatiegegevens, voortdurende verspreiding van persoonsgegevens, uitwisseling  van  gegevens  tussen  voertuigen  en  andere  weginfrastructuurvoorzieningen enz.)  en  er  op  Europees  niveau  nog  over  wordt  gesproken,  valt  de  verwerking  van persoonsgegevens in die context niet onder deze richtsnoeren.


24


- Analysis, and Measurements, in Proceedings, VEHICULAR 2017, The Sixth International Conference on

Markus Ullmann, Tobias Franz, en Gerd Nolden, Vehicle Identification Based on Secondary Vehicle Identifier -

Advances in Vehicular Systems, Technologies and Applications, Nice, Frankrijk, 23-27 juli 2017, blz. 32-37.



- verband met verbonden voertuigen te behandelen en kan het dus niet als een uitputtend document worden beschouwd.

## 1.4 Definities

38. De verwerking van persoonsgegevens omvat alle bewerkingen waarbij persoonsgegevens zijn betrokken, zoals het verzamelen, vastleggen, ordenen, structureren, opslaan, bijwerken of wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiden of op andere wijze ter beschikking stellen, aligneren of  combineren, afschermen, wissen of vernietigen van gegevens enz. 27 .
39. De betrokkene is de natuurlijke persoon op wie de verwerkte gegevens betrekking hebben. In  het  kader  van  verbonden  voertuigen  is  dat  de  bestuurder  (de  hoofdbestuurder  of  de bijrijder), de passagier of de eigenaar van het voertuig 28 .
40. De verwerkingsverantwoordelijke is  de persoon die de doeleinden en middelen voor de verwerking  in  verbonden  voertuigen  bepaalt 29 .  Verwerkingsverantwoordelijken  kunnen dienstverleners zijn die voertuiggegevens verwerken om de bestuurder verkeersinformatie, berichten over zuinig rijden of waarschuwingen over de werking van het voertuig te sturen, verzekeringsmaatschappijen  die  verzekeringen  aanbieden  op  basis  van  de  afgelegde kilometers,  of  voertuigfabrikanten  die  gegevens  verzamelen  over  de  slijtage  van  de voertuigonderdelen om de kwaliteit ervan te verbeteren. Krachtens artikel 26 AVG kunnen twee of meer verwerkingsverantwoordelijken gezamenlijk de doeleinden en middelen voor de verwerking bepalen en aldus als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken worden beschouwd. In dat geval moeten zij hun respectieve verplichtingen duidelijk vaststellen, met name  met  betrekking  tot  de  uitoefening  van  de  rechten  van  de  betrokkenen  en  hun respectieve  verplichtingen  om  de  in  de  artikelen  13  en  14  AVG  bedoelde  informatie te verstrekken.
41. De verwerker is eenieder die ten behoeve van de verwerkingsverantwoordelijke persoonsgegevens verwerkt 30 . De verwerker verzamelt en verwerkt gegevens in opdracht van  de  verwerkingsverantwoordelijke,  zonder  die  gegevens  voor  eigen  doeleinden te gebruiken. Zo kunnen fabrikanten van apparatuur en toeleveranciers van de auto-industrie in bepaalde gevallen gegevens verwerken ten behoeve van voertuigfabrikanten (wat niet betekent dat zij geen verwerkingsverantwoordelijke kunnen zijn voor andere doeleinden). Naast de verplichting voor gegevensverwerkers om passende technische en organisatorische maatregelen in te voeren om een aan het risico aangepast beveiligingsniveau  te  waarborgen,  worden  in  artikel 28  AVG  de  verplichtingen  van gegevensverwerkers uiteengezet.
42. De ontvanger is  een  natuurlijke  persoon  of  rechtspersoon,  een  overheidsinstantie,  een dienst of een ander orgaan, al dan niet een derde, aan wie/waaraan de persoonsgegevens worden  verstrekt 31 .  Zo  is  een  commerciële  partner  van  de  dienstverlener  die  door  het voertuig gegenereerde persoonsgegevens ontvangt van de dienstverlener, een ontvanger van persoonsgegevens. Ongeacht of zij optreden als nieuwe verwerkingsverantwoordelijke of als verwerker, moeten zij voldoen aan alle verplichtingen van de AVG.

27 Zie artikel 4, punt 2, van de AVG.


28 Zie artikel 4, punt 1, van de AVG.



- bijzonder onderzoek overeenkomstig het Unierecht of het recht van de lidstaten gelden echter niet als ontvangers 32 . De verwerking van die gegevens door die overheidsinstanties moet stroken met de gegevensbeschermingsregels die op het betreffende verwerkingsdoel van  toepassing  zijn.  Wetshandhavingsinstanties  zijn  bijvoorbeeld  geautoriseerde  derden wanneer zij persoonsgegevens opvragen in het kader van een onderzoek overeenkomstig het Unierecht of het recht van de lidstaten.

## 1.5 Risico's met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer en gegevensbescherming

44. De  Groep  gegevensbescherming  artikel  29  heeft  verschillende  malen  zorgen  geuit  over systemen  in  het  kader  van  het  internet  van  de  dingen  (Internet  of  Things,  IoT)  die  ook kunnen  gelden  voor  verbonden  voertuigen 33 .  De  reeds  aangehaalde  kwesties  met betrekking tot de veiligheid en controle van gegevens in het kader van het internet van de dingen,  liggen  nog  gevoeliger  in  de  context van  verbonden  voertuigen,  aangezien  de verkeersveiligheid in het gedrang kan komen en de fysieke integriteit van de bestuurder gevaar kan lopen in  een  omgeving  die van  oudsher wordt  beschouwd  als  geïsoleerd  en beschermd tegen externe inmenging.
45. Verbonden voertuigen  geven  ook  aanleiding  tot  aanzienlijke  zorgen  met  betrekking  tot gegevensbescherming en de persoonlijke levenssfeer bij de verwerking van locatiegegevens, die  steeds  indringender  wordt  en  zodoende  de  huidige  mogelijkheden  om  anoniem  te blijven onder druk kan zetten. De EDPB wil bijzondere nadruk leggen op en belanghebbenden bewust maken van het feit dat het gebruik van locatietechnologieën de invoering van specifieke waarborgen vereist om toezicht op personen en misbruik van de gegevens te voorkomen.

## 1.5.1 Gebrek aan controle en een ongelijke informatiepositie

46. Voertuigbestuurders en -passagiers worden niet altijd naar behoren geïnformeerd over de verwerking van gegevens in of via een verbonden voertuig. De informatie wordt soms alleen verstrekt aan de voertuigeigenaar, die niet de bestuurder hoeft te zijn, en soms wordt de informatie niet tijdig verstrekt. Zodoende bestaat het risico dat de betrokken personen over onvoldoende functionaliteiten of opties beschikken om de controle uit te oefenen die nodig is om hun rechten inzake gegevensbescherming en de persoonlijke levenssfeer te kunnen uitoefenen. Dit punt is van belang omdat voertuigen tijdens hun levensduur aan meer dan één eigenaar kunnen toebehoren, hetzij omdat ze worden verkocht, hetzij omdat ze worden geleased in plaats van gekocht.
47. Ook  kan  de  communicatie  in  het  voertuig  automatisch  en  standaard  op  gang  worden gebracht, zonder dat de betrokkene daarvan op de hoogte is. Wanneer het niet mogelijk is om  de  interactie  tussen  het  voertuig  en  de  verbonden  apparatuur  doeltreffend  te controleren, wordt het voor de gebruiker buitengewoon moeilijk om de gegevensstroom te beheersen. Het is in dat geval nog moeilijker om het verdere gebruik ervan te controleren en zo mogelijke functieverschuiving te voorkomen.

## 1.5.2 Kwaliteit van de toestemming van de gebruiker

48. De  EDPB  onderstreept  dat  indien  de  gegevensverwerking  op  toestemming  berust,  alle voorwaarden inzake geldige toestemming moeten worden nageleefd, wat betekent dat er sprake moet zijn van vrije, specifieke en geïnformeerde toestemming die een ondubbelzinnige  wilsuiting van de betrokkene  vormt,  zoals uitgelegd  in  de  EDPB-

32 Artikel 4, punt 9, en overweging 31 van de AVG.


- omgaan met de modaliteiten voor het verkrijgen van geldige toestemming van verschillende deelnemers, zoals  autobezitters  en -gebruikers.  Deze  toestemming moet  afzonderlijk  en voor specifieke doeleinden worden gegeven en mag niet worden gebundeld met de koopof  leasingovereenkomst  voor  een  nieuwe  auto  De  toestemming  moet  even  gemakkelijk kunnen worden ingetrokken als zij is gegeven.
49. Hetzelfde geldt wanneer toestemming vereist is om aan de e-privacyrichtlijn te voldoen, bijvoorbeeld  wanneer  informatie  wordt  opgeslagen  of  toegang  wordt  verleend  tot informatie  die  reeds  in  het  voertuig  is  opgeslagen,  zoals  in  bepaalde  gevallen  vereist krachtens  artikel  5,  lid  3,  van  de  e-privacyrichtlijn.  Zoals  hierboven  uiteengezet,  moet toestemming in deze context immers worden geïnterpreteerd in het licht van de AVG.
50. In veel gevallen is de gebruiker zich niet bewust van de gegevensverwerking die in zijn/haar voertuig plaatsvindt. Een dergelijk gebrek aan informatie vormt een aanzienlijke belemmering om aan te tonen dat geldige toestemming is verkregen in het kader van de AVG, aangezien de toestemming geïnformeerd moet zijn. In dergelijke omstandigheden kan toestemming niet worden ingeroepen als rechtsgrond voor de overeenkomstige gegevensverwerking uit hoofde van de AVG.
51. Klassieke mechanismen die worden gebruikt om de toestemming van natuurlijke personen te verkrijgen, zijn mogelijk moeilijk toepasbaar in het kader van verbonden voertuigen en kunnen  resulteren  in  toestemming  van  'lage  kwaliteit'  op  basis  van  een  gebrek  aan informatie of in de feitelijke onmogelijkheid om de toestemming nauwkeurig af te stemmen op de door natuurlijke personen kenbaar gemaakte voorkeuren. In de praktijk kan het ook moeilijk zijn toestemming te krijgen van bestuurders en passagiers die niet verwant zijn aan de  eigenaar  van  het  voertuig  in  het  geval van  tweedehands,  geleasede,  gehuurde  of geleende voertuigen.
52. Wanneer  de  e-privacyrichtlijn  geen  toestemming  van  de  betrokkene  vereist,  is  de verwerkingsverantwoordelijke niettemin verantwoordelijk voor het kiezen van de rechtsgrond krachtens artikel 6 AVG die in het specifieke geval het meest geschikt is voor de verwerking van persoonsgegevens.

## 1.5.3 Verdere verwerking van persoonsgegevens

53. Wanneer gegevens worden verzameld op basis van toestemming zoals vereist door artikel 5, lid 3, van de e-privacyrichtlijn of op grond van een van de uitzonderingen van artikel 5, lid 3, en  vervolgens  worden  verwerkt  overeenkomstig  artikel 6  AVG,  mogen  zij  alleen  verder worden verwerkt indien de verwerkingsverantwoordelijke aanvullende toestemming vraagt voor dit andere doel of indien hij/zij kan aantonen dat de toestemming is gebaseerd op bepalingen van het Unierecht of het recht van de lidstaten bepalingen ter waarborging van de doelstellingen als bedoeld in artikel 23, lid 1, van de AVG 35 . De EDPB is van mening dat verdere verwerking op basis van een verenigbaarheidstoets overeenkomstig artikel 6, lid 4, van de AVG in dergelijke gevallen niet mogelijk is, aangezien dit de gegevensbeschermingsnorm  van  de  e-privacyrichtlijn  zou  ondermijnen.  Wanneer  de  eprivacyrichtlijn toestemming vereist, moet die immers specifiek en geïnformeerd zijn, wat betekent  dat  de  betrokkenen  op  de  hoogte  moeten  zijn  van  alle  doeleinden  van  de gegevensverwerking en het recht hebben specifieke doeleinden te weigeren 36 .  Wanneer verdere verwerking op basis van een verenigbaarheidstoets overeenkomstig artikel 6, lid 4,


36 Richtsnoeren 05/2020, punten 3.2 en 3.3.


- richtlijn neergelegde toestemmingsvereisten omzeild.
54. De EDPB herinnert eraan dat de aanvankelijke toestemming nooit een legitimatie vormt voor verdere verwerking, aangezien toestemming alleen geldig is als zij geïnformeerd en specifiek is.
55. Zo mogen telemetriegegevens die tijdens het gebruik van het voertuig voor onderhoudsdoeleinden worden verzameld, niet zonder toestemming van de gebruiker aan autoverzekeringsmaatschappijen worden meegedeeld met het oog op het opstellen van bestuurdersprofielen om op het rijgedrag gebaseerde verzekeringspolissen aan te bieden.
56. Voorts kunnen door verbonden voertuigen verzamelde gegevens door wetshandhavingsinstanties worden verwerkt om snelheidsovertredingen of andere overtredingen op te sporen, voor zover en wanneer aan de specifieke voorwaarden van de richtlijn wetshandhaving is voldaan. In dat geval worden dergelijke gegevens beschouwd als betrekking  hebbend  op  strafrechtelijke  veroordelingen  en  strafbare  feiten  onder  de voorwaarden die zijn neergelegd in artikel 10 AVG en de toepasselijke nationale wetgeving. Fabrikanten  mogen  dergelijke  gegevens  aan  de  wetshandhavingsinstanties  verstrekken indien aan de specifieke voorwaarden voor een dergelijke verwerking is voldaan. De EDPB wijst  erop  dat  de  verwerking  van  persoonsgegevens  met  als  enig  doel  te  voldoen  aan verzoeken van wetshandhavingsinstanties geen welbepaald, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigd doeleinde is in de zin van artikel 5, lid 1, punt b), van de AVG. Wanneer wetshandhavingsinstanties daartoe bij wet gemachtigd zijn, kunnen zij derden zijn in de zin van artikel 4, punt 10, van de AVG. In dat geval zijn fabrikanten gerechtigd die instanties alle gegevens te verstrekken waarover zij beschikken, mits het desbetreffende rechtskader in elke lidstaat wordt nageleefd.

## 1.5.4 Buitensporige gegevensverzameling

57. Nu er steeds meer sensoren worden ingebouwd in verbonden voertuigen, bestaat er een zeer  groot  risico  dat  er  meer  gegevens  worden  verzameld  dan  nodig  is  om  het  doel  te bereiken.
58. Voor de ontwikkeling van nieuwe functionaliteiten, en in het bijzonder functionaliteiten die gebaseerd zijn op machinaal lerende algoritmen, kan een grote hoeveelheid gegevens nodig zijn die over een lange periode worden verzameld.

## 1.5.5 Persoonsgegevensbeveiliging

59. Door het grote aantal functionaliteiten, diensten en interfaces (bijvoorbeeld web, USB, RFID, wifi) van verbonden voertuigen wordt het doelwit vergroot en zodoende ook het aantal potentiële zwakke plekken waardoor persoonsgegevens in gevaar kunnen worden gebracht. In tegenstelling tot de meeste IoT-apparaten (internet of things), zijn verbonden voertuigen kritieke systemen waarbij een inbreuk op de beveiliging het leven van de gebruikers en de omstanders in gevaar kan brengen. Het is dus van het allergrootste belang het risico aan te pakken dat hackers de kwetsbaarheden van verbonden voertuigen trachten uit te buiten.
60. Bovendien  moeten  persoonsgegevens  die in voertuigen en/of op externe locaties (bijvoorbeeld  in  cloud  computing-infrastructuren)  zijn  opgeslagen,  afdoende  worden beveiligd tegen ongeoorloofde toegang. Zo moet een voertuig voor een onderhoudsbeurt worden toevertrouwd aan een monteur, die toegang moet krijgen tot bepaalde technische voertuiggegevens. Hoewel de monteur toegang moet hebben tot de technische gegevens, bestaat  de  mogelijkheid  dat  hij/zij  toegang  probeert  te  krijgen  tot  alle  in  het  voertuig opgeslagen gegevens.

## 2 ALGEMENE AANBEVELINGEN

61. Om  de  hierboven  beschreven  risico's  voor  de  betrokkenen  te  beperken,  moeten  de volgende  algemene  aanbevelingen  in  acht  worden  genomen  door  fabrikanten  van voertuigen en van apparatuur, dienstverleners en alle andere belanghebbenden die kunnen optreden als verwerkingsverantwoordelijke of verwerker van gegevens in het kader van verbonden voertuigen.

## 2.1 Categorieën gegevens

62. Zoals in de inleiding is opgemerkt, worden de meeste gegevens in verband met verbonden voertuigen  beschouwd  als  persoonsgegevens,  voor  zover  zij  in  verband  kunnen  worden gebracht met een of meer identificeerbare natuurlijke personen. Technische gegevens over de bewegingen van het voertuig (zoals de snelheid en de afgelegde afstand) en over de toestand  van  het  voertuig  (bijvoorbeeld  de  temperatuur  van  de  motorkoelvloeistof,  het motortoerental, de bandenspanning) vallen hier ook onder. Bepaalde gegevens die door verbonden voertuigen worden gegenereerd, kunnen ook bijzondere aandacht verdienen gezien  hun  gevoeligheid  en/of  potentiële  impact  op  de  rechten  en  belangen  van  de betrokkenen. Momenteel heeft de EDPB drie categorieën van persoonsgegevens geïdentificeerd  waar  fabrikanten  van  voertuigen  en  van  apparatuur,  dienstverleners  en andere verwerkingsverantwoordelijken bijzondere aandacht aan moeten besteden: locatiegegevens,  biometrische  gegevens  (en  alle  in  artikel  9  AVG  omschreven  speciale gegevenscategorieën) en gegevens die strafbare feiten of verkeersovertredingen aan het licht zouden kunnen brengen.

## 2.1.1 Locatiegegevens

63. Bij het  verzamelen van persoonsgegevens moeten  fabrikanten van voertuigen  en apparatuur,  van  dienstverleners  en  andere  verwerkingsverantwoordelijken  voor  ogen houden  dat  locatiegegevens  bijzonder  veel  inzicht  bieden  in  de  leefgewoonten  van  de betrokkenen. De afgelegde ritten zijn zeer kenmerkend, omdat daaruit kan worden afgeleid waar de bestuurder werkt en woont en wat zijn/haar interesses zijn (vrijetijdsbesteding), en omdat  daaruit  mogelijk  gevoelige  informatie  naar  voren  kan  komen,  bijvoorbeeld  over godsdienst via de plaats van eredienst, of seksuele geaardheid via de bezochte plaatsen. De fabrikant van het voertuig en van de apparatuur, de dienstverlener en andere verwerkingsverantwoordelijken  moeten  er  dan  ook  bijzonder  goed  op  letten  geen locatiegegevens te verzamelen,  tenzij  dat  absoluut  noodzakelijk  is  voor  het  doel  van  de verwerking.  Wanneer  de  verwerking  bijvoorbeeld  bestaat in  het  detecteren  van  de beweging van het voertuig, volstaat de gyroscoop om die functie te vervullen en is het niet nodig om locatiegegevens te verzamelen.
64. In het algemeen moet ook het verzamelen van locatiegegevens voldoen aan de volgende beginselen:
3. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; Er moeten een passende frequentie van de toegang tot de verzamelde locatiegegevens en een passende mate van gedetailleerdheid daarvan worden vastgesteld die in verhouding staan tot het doel van de verwerking. Een weertoepassing mag bijvoorbeeld niet elke seconde toegang hebben tot de locatie van het voertuig, zelfs niet met toestemming van de betrokkene.
4. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; Er  moet  nauwkeurige  informatie  worden  verstrekt  over  het  doel  van  de  verwerking (bijvoorbeeld: wordt de locatiegeschiedenis opgeslagen? Zo ja, waarom?).
5. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; Wanneer  de  verwerking  op  toestemming  is  gebaseerd,  moet  geldige  (vrije,  specifieke  en geïnformeerde) toestemming worden verkregen die losstaat van de algemene verkoop- of gebruiksvoorwaarden, bijvoorbeeld op de boordcomputer.

- de  locatie  van  het  voertuig  bekend  moet  zijn,  en  mag  niet  standaard  en  continu  worden ingeschakeld bij het starten van de auto.
- GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; De gebruiker moet ervan op de hoogte worden gesteld dat de locatie is geactiveerd, met name door middel van pictogrammen (bijvoorbeeld een pijl die over het scherm beweegt).
- GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; Het moet mogelijk zijn de locatie op elk moment uit te schakelen.
- GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; Er moet een beperkte opslagperiode worden vastgesteld.

## 2.1.2 Biometrische gegevens

65. In het kader van verbonden voertuigen kunnen biometrische gegevens worden verwerkt die worden  gebruikt  met  het  oog  op  de  unieke  identificatie  van  een  persoon,  binnen  de werkingssfeer van artikel 9 AVG en de nationale uitzonderingen, onder meer om toegang tot een voertuig mogelijk te maken, om de bestuurder/eigenaar te authenticeren en/of om toegang te krijgen tot de profielinstellingen en -voorkeuren van een bestuurder. Wanneer het  gebruik  van  biometrische  gegevens  wordt  overwogen,  houdt  het  garanderen  van volledige controle van de betrokkene over zijn of haar gegevens in dat er enerzijds een nietbiometrisch alternatief beschikbaar wordt gesteld (bijvoorbeeld het gebruik van een fysieke sleutel of een code) zonder extra beperkingen (het gebruik van biometrische gegevens mag dus niet verplicht  zijn),  en  dat  anderzijds  het  biometrische  sjabloon  uitsluitend  lokaal  in gecodeerde vorm wordt opgeslagen en vergeleken, waarbij de biometrische gegevens niet worden verwerkt door een externe uitlees- of vergelijkingsterminal.
66. In  het  geval  van  biometrische  gegevens 37 is  het  van  belang  ervoor  te  zorgen  dat  de biometrische  authenticatieoplossing  voldoende  betrouwbaar  is,  met  name  door  de volgende beginselen in acht te nemen:
3. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; De aanpassing van de gebruikte biometrische oplossing (bijvoorbeeld het percentage foutpositieven  en  fout-negatieven)  is  afgestemd  op  het  beveiligingsniveau  van  de  vereiste toegangscontrole.
4. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; De gebruikte biometrische oplossing is gebaseerd op een sensor die bestand is tegen aanvallen (zoals het gebruik van een vlakke afdruk voor vingerafdrukherkenning).
5. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; Het aantal authenticatiepogingen is beperkt.
6. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; Het biometrische sjabloon/model wordt in het voertuig opgeslagen, in gecodeerde vorm met gebruikmaking van een cryptografisch algoritme en sleutelbeheer die in overeenstemming zijn met de laatste technologische ontwikkelingen.
7. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; De ruwe gegevens die worden gebruikt om het biometrische sjabloon op te maken en voor de authenticatie  van  de  gebruiker,  worden  in  realtime  verwerkt  zonder  ooit  te  worden opgeslagen, ook niet lokaal.

## 2.1.3 Gegevens waaruit strafbare feiten of andere overtredingen blijken

67. Voor de verwerking van gegevens die betrekking hebben op mogelijke strafbare feiten in de zin van artikel 10 AVG, beveelt de EDPB aan de gegevens lokaal te verwerken waarbij de betrokkene de volledige controle heeft over de verwerking (zie de bespreking van lokale verwerking in punt 2.4). Op enkele uitzonderingen na (zie de casestudy over de bestudering van de oorzaken en gevolgen van ongevallen in punt 3.3) is externe verwerking van gegevens die strafbare feiten of andere overtredingen aan het licht brengen, verboden. Afhankelijk van  de  gevoeligheid  van  de  gegevens  moeten  derhalve  sterke  beveiligingsmaatregelen

37 De verbodsbepaling van artikel 9, lid 1, AVG heeft uitsluitend betrekking op 'biometrische gegevens met het oog op de unieke identificatie van een persoon'.

- tegen onrechtmatige toegang tot, wijziging of verwijdering van die gegevens.
68. Bepaalde categorieën van persoonsgegevens van verbonden voertuigen kunnen immers aan het licht brengen dat er een strafbaar feit of een andere overtreding is of wordt begaan ('overtredingsgerelateerde  gegevens')  en  kunnen  daarom  aan  bijzondere  beperkingen onderworpen zijn (bijvoorbeeld gegevens die aangeven dat het voertuig een witte lijn heeft overschreden,  de  momentane  snelheid  van  een  voertuig  in  combinatie  met  precieze locatiegegevens).  Met  name  wanneer  dergelijke  gegevens  door  de  bevoegde  nationale autoriteiten worden verwerkt met het oog op strafrechtelijk onderzoek en de vervolging van strafbare feiten, zijn de waarborgen van artikel 10 AVG van toepassing.

## 2.2 Doeleinden

69. Persoonsgegevens  mogen  worden  verwerkt  voor  een  breed  scala  van  doeleinden  met betrekking  tot  verbonden  voertuigen,  waaronder  de  veiligheid  van  de  bestuurder, verzekering, efficiënt vervoer, entertainment of informatiediensten. In overeenstemming met de AVG moeten de verwerkingsverantwoordelijken ervoor zorgen dat hun doeleinden 'welbepaald, uitdrukkelijk en gerechtvaardigd' zijn, dat de persoonsgegevens vervolgens niet verder op een met die doeleinden onverenigbare wijze worden verwerkt en dat er een geldige rechtsgrond is voor de verwerking, zoals vereist bij artikel 5 AVG. In deel III van deze richtsnoeren komen enkele concrete voorbeelden aan bod van mogelijke doeleinden van verwerkingsverantwoordelijken die actief zijn op het gebied van verbonden voertuigen en worden specifieke aanbevelingen gedaan voor elk type verwerking.

## 2.3 Relevantie en minimale gegevensverwerking

70. Om te voldoen aan het beginsel van minimale gegevensverwerking 38 , moeten fabrikanten van voertuigen en van apparatuur, dienstverleners en andere verwerkingsverantwoordelijken  speciale  aandacht  besteden  aan  de  categorieën  van gegevens  die zij van een verbonden  voertuig nodig hebben,  aangezien  zij alleen persoonsgegevens mogen verzamelen die relevant en noodzakelijk zijn voor de verwerking. Locatiegegevens  zijn  namelijk  bijzonder  indringend  en  kunnen  veel  inzicht  bieden  in  de leefgewoonten  van  de  betrokkenen.  Deelnemers  uit  de  sector  moeten  dan  er  dan  ook bijzonder op letten geen locatiegegevens te verzamelen, tenzij dat absoluut noodzakelijk is voor het verwerkingsdoeleinde (zie de bespreking van locatiegegevens hierboven in punt 2.1).

38 Artikel 5, lid 1, punt c), van de AVG.

## 2.4 Gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen

71. Gelet op het volume en de diversiteit van de door verbonden voertuigen geproduceerde persoonsgegevens,  merkt  de  EDPB  op  dat  de  verwerkingsverantwoordelijken  ervoor moeten zorgen dat in het kader van verbonden voertuigen gebruikte technologieën zodanig zijn afgesteld dat de persoonlijke levenssfeer van natuurlijke personen wordt geëerbiedigd door de verplichtingen inzake gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen  toe  te  passen,  zoals  vereist  bij  artikel 25  AVG.  De  technologieën moeten zodanig zijn ontworpen dat de verzameling van persoonsgegevens tot een minimum wordt  beperkt,  moeten  standaardinstellingen  hebben  die  de  persoonlijke  levenssfeer beschermen  en  ervoor  zorgen  dat  de  betrokkenen  goed  worden  geïnformeerd  en  de mogelijkheid hebben om configuraties in verband met hun persoonsgegevens gemakkelijk te wijzigen. Specifieke richtsnoeren over de wijze waarop fabrikanten en dienstverleners kunnen voldoen aan  gegevensbescherming  door ontwerp en  door  standaardinstellingen kunnen nuttig zijn voor de sector en voor derden die toepassingen aanbieden.
72. Bepaalde algemene praktijken, die hieronder worden beschreven, kunnen ook helpen om de risico's voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen in verband met verbonden voertuigen, te beperken 39 .

## 2.4.1 Lokale verwerking van persoonsgegevens

73. In algemene zin moeten fabrikanten van voertuigen en van apparatuur, dienstverleners en andere  verwerkingsverantwoordelijken  waar  mogelijk processen  hanteren  waarbij  geen persoonsgegevens  worden  gebruikt  en  geen  persoonsgegevens  worden  doorgegeven buiten het voertuig (d.w.z. dat de gegevens in het voertuig worden verwerkt). De aard van verbonden  voertuigen  brengt  echter  risico's  met  zich  mee,  zoals  de  mogelijkheid  van aanvallen op de lokale verwerking door externe actoren of het lekken van lokale gegevens als  gevolg  van  de  verkoop  van  voertuigonderdelen.  Daarom  moet  de  nodige  aandacht worden besteed aan en moeten beveiligingsmaatregelen worden getroffen om ervoor te zorgen dat lokale verwerking lokaal blijft.  Dit scenario biedt het voordeel dat de gebruiker de uitsluitende en volledige controle over zijn/haar persoonsgegevens heeft, waardoor het 'door ontwerp' minder risico's voor de persoonlijke levenssfeer inhoudt, met name omdat elke  verwerking  van  gegevens  door  belanghebbenden  zonder  medeweten  van  de betrokkene verboden is. Het scenario maakt ook de verwerking van gevoelige gegevens mogelijk,  zoals  biometrische  gegevens  of  gegevens  in  verband  met  strafbare  feiten  of andere  overtredingen,  alsook  gedetailleerde  locatiegegevens,  die  anders  aan  strengere regels onderworpen zouden zijn (zie hieronder). In dezelfde geest brengt dit scenario minder cyberbeveiligingsrisico's  en  weinig  vertraging  met  zich  mee,  waardoor  het  bijzonder geschikt is voor geautomatiseerde rijassistentie. Enkele voorbeelden van dit type oplossing zijn:
2. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; toepassingen  voor  zuinig  rijden  die  gegevens  in  het  voertuig  verwerken  om  in  realtime adviezen over zuinig rijden weer te geven op het scherm aan boord;
3. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; toepassingen  waarbij  persoonsgegevens  worden  doorgegeven  aan  een  apparaat  zoals een smartphone dat volledig onder controle staat van de gebruiker (bijvoorbeeld via bluetooth of wifi) en waarbij de voertuiggegevens niet worden doorgezonden naar de aanbieders van de toepassing of de voertuigfabrikanten; dit omvat bijvoorbeeld de koppeling van smartphones om het beeldscherm, de multimediasystemen, de microfoon (of andere sensoren) van de auto te  gebruiken  voor  telefoongesprekken enz.,  voor  zover  de  verzamelde  gegevens  onder  de


- waarom hij of zij heeft verzocht;
- GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; toepassingen die de veiligheid in het voertuig verhogen, zoals toepassingen die geluidssignalen geven of het stuur doen trillen wanneer een bestuurder een auto inhaalt zonder de richting aan te geven of over de witte lijn rijdt, of die waarschuwingen geven over de toestand van het voertuig (bijvoorbeeld over slijtage van de remblokken);
- GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; toepassingen  om  bepaalde  voertuigcommando's  te  ontgrendelen,  te  starten  en/of  te activeren  met  behulp  van  de  in  het  voertuig  opgeslagen  biometrische  gegevens  van  de bestuurder (zoals een gezichtsof stemmodel of de specifieke elementen van vingerafdrukken).
74. Bij toepassingen zoals de bovengenoemde worden gegevens verwerkt voor het verrichten van  zuiver  persoonlijke  activiteiten  door  een  natuurlijke  persoon  (d.w.z.  zonder  dat persoonsgegevens  worden  doorgegeven  aan  een  verwerkingsverantwoordelijke  of  een verwerker). Daarom vallen deze toepassingen overeenkomstig artikel 2, lid 2, AVG, buiten het toepassingsgebied van de AVG .
75. Indien  de  AVG  niet  van  toepassing  is op  de verwerking  van  persoonsgegevens door  een natuurlijke  persoon  bij  de  uitoefening  van  een  zuiver  persoonlijke  of  huishoudelijke activiteit,  geldt  zij  echter  wel  voor  verwerkingsverantwoordelijken  of  verwerkers  die  de middelen verschaffen voor de verwerking van persoonsgegevens voor dergelijke persoonlijke of huishoudelijke activiteiten (autofabrikanten, dienstverleners enz.), overeenkomstig overweging 18 van de AVG. Wanneer zij optreden als verwerkingsverantwoordelijke of verwerker, moeten zij dus veilige toepassingen aan boord ontwikkelen,  met  inachtneming  van  het  beginsel  van  privacy  door  ontwerp  en  door standaardinstellingen. In elk geval geldt het volgende overeenkomstig overweging 78 van de AVG: 'Bij de ontwikkeling, de uitwerking, de keuze en het gebruik van toepassingen, diensten en producten die zijn gebaseerd op de verwerking van persoonsgegevens, of die persoonsgegevens verwerken bij de uitvoering van hun opdracht, dienen de producenten van de producten, diensten en toepassingen te worden gestimuleerd om bij de ontwikkeling en de uitwerking van dergelijke producten, diensten en toepassingen rekening te houden met het recht op bescherming van persoonsgegevens en, met inachtneming van de stand van de techniek, erop toe te zien dat de verwerkingsverantwoordelijken en de verwerkers in staat zijn te voldoen aan hun verplichtingen inzake gegevensbescherming' 40 . Enerzijds zal dit de ontwikkeling van gebruikersgerichte diensten ten goede komen en anderzijds zal dit elk verder gebruik in de toekomst dat binnen het toepassingsgebied van de AVG zou kunnen vallen,  vergemakkelijken  en  beveiligen.  Meer specifiek  beveelt  de  EDPB  aan  een  veilig platform  voor  toepassingen  aan  boord  te  ontwikkelen,  dat  fysiek  gescheiden  is  van  de veiligheidsrelevante functies van auto's, zodat de toegang tot autogegevens niet afhankelijk is van onnodige externe cloudcapaciteit.
76. Waar  mogelijk  moeten  autofabrikanten  en  dienstverleners  lokale  gegevensverwerking overwegen om de potentiële risico's van verwerking in de cloud te beperken, zoals wordt onderstreept  in  het  advies  van  de  Groep  gegevensbescherming  artikel  29  over  cloud computing 41 .
77. In  algemene  zin  moeten  gebruikers  zeggenschap  hebben  over  de  wijze  waarop  hun gegevens in het voertuig worden verzameld en verwerkt:



- (handleiding, instellingen enz.).
- GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; De EDPB beveelt aan standaard alleen gegevens te verwerken die strikt noodzakelijk zijn voor de werking van het voertuig.  De  betrokkenen  moeten  de  mogelijkheid  hebben  de gegevensverwerking voor elk ander doeleinde en voor elke andere verwerkingsverantwoordelijke/verwerker te activeren of te deactiveren en om de betrokken gegevens  te  wissen,  rekening  houdend  met  het  doeleinde  en  de  rechtsgrond van  de gegevensverwerking.
- GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; De gegevens mogen niet naar derden worden doorgezonden (d.w.z. dat de gebruiker als enige toegang heeft tot de gegevens).
- GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; De gegevens mogen niet langer worden bewaard dan nodig is voor het verlenen van de dienst of anderszins door het Unierecht of het recht van de lidstaten wordt voorgeschreven.
- GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; De  betrokkenen  moeten  de  mogelijkheid  hebben  persoonsgegevens  permanent  te  wissen voordat de voertuigen te koop worden aangeboden.
- GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; De betrokkenen moeten, voor zover haalbaar, rechtstreeks toegang hebben tot de gegevens die door deze toepassingen worden gegenereerd.
78. Tot slot kan, aangezien lokale gegevensverwerking niet altijd mogelijk zal zijn voor ieder gebruik, in veel gevallen worden gekozen voor 'hybride verwerking'. Zo kunnen in het kader van op gebruik gebaseerde verzekeringen persoonsgegevens over het rijgedrag (zoals de kracht waarmee het rempedaal wordt ingedrukt, het aantal afgelegde kilometers enz.) ofwel in  het  voertuig  worden  verwerkt,  ofwel  door  de  telematicadienstverlener  namens  de verzekeringsmaatschappij  (de  verwerkingsverantwoordelijke)  om  numerieke  scores  te genereren  die  volgens  een  vastgestelde  regeling  (bijvoorbeeld  maandelijks)  worden doorgegeven aan de verzekeringsmaatschappij. Op die manier krijgt de verzekeringsmaatschappij geen toegang tot de ruwe gedragsgegevens, maar alleen tot de geaggregeerde score die het resultaat is van de verwerking. Dit zorgt ervoor dat door het ontwerp wordt voldaan aan de beginselen van minimale gegevensverwerking Dit betekent ook dat gebruikers hun recht moeten kunnen uitoefenen wanneer gegevens door andere partijen worden opgeslagen: een gebruiker moet bijvoorbeeld de mogelijkheid hebben om gegevens die zijn opgeslagen in de systemen van een auto-onderhoudsbedrijf of -dealer te wissen onder de voorwaarden van artikel 17 AVG.

79. Indien het de bedoeling is dat gegevens buiten het voertuig worden doorgezonden, moet worden overwogen deze gegevens vóór doorzending te anonimiseren. Bij het anonimiseren moet de verwerkingsverantwoordelijke rekening houden met alle betrokken verwerkingen die mogelijk kunnen leiden tot heridentificatie van gegevens, zoals de doorgifte van lokaal geanonimiseerde gegevens. De EDPB herinnert eraan dat de gegevensbeschermingsbeginselen niet van toepassing zijn op anonieme gegevens, namelijk gegevens  die geen  betrekking hebben  op  een  geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke  persoon  of  op  persoonsgegevens  die  zodanig  anoniem  zijn  gemaakt  dat  de betrokkene  niet  of  niet  meer  identificeerbaar  is 42 .  Zodra  een  gegevensreeks  echt  is geanonimiseerd en natuurlijke personen niet langer identificeerbaar zijn, is de Europese wetgeving inzake gegevensbescherming niet langer van toepassing. Bijgevolg kan anonimisering  in  voorkomend  geval  een  goede  strategie  zijn  om  de  voordelen  van verbonden voertuigen te behouden en de risico's die daarmee gepaard gaan te beperken.
80. Zoals  aangegeven  in  het  advies  van  de  Groep  gegevensbescherming  artikel  29  over anonimiseringstechnieken,  kunnen  er  verschillende methoden worden  gebruikt  en soms gecombineerd om gegevens te anonimiseren 43 .
81. Andere technieken, zoals pseudonimisering 44 , kunnen helpen de risico's van de gegevensverwerking tot een minimum te beperken, rekening houdend met het feit dat voor de verwezenlijking van het verwerkingsdoel in de meeste gevallen geen direct identificeerbare  gegevens  niet  nodig  zijn.  Indien  pseudonimisering  wordt  versterkt  met veiligheidswaarborgen, komt dat de bescherming van persoonsgegevens ten goede doordat de risico's van misbruik worden  verminderd. Pseudonimisering is omkeerbaar, in tegenstelling tot anonimisering, en gepseudonimiseerde gegevens worden beschouwd als persoonsgegevens waarop de AVG van toepassing is.

## 2.4.3 Effectbeoordeling met betrekking tot de gegevensbescherming

82. Gezien de schaal en gevoeligheid van de persoonsgegevens die via verbonden voertuigen kunnen worden gegenereerd, zal verwerking - met  name in situaties waarin persoonsgegevens buiten het voertuig worden verwerkt - vaak een hoog risico opleveren voor  de  rechten  en  vrijheden  van  natuurlijke  personen.  Waar  dit  het  geval  is,  zullen  de deelnemers uit de sector een gegevensbeschermingseffectbeoordeling moeten uitvoeren om de risico's te identificeren en te beperken, zoals omschreven in de artikelen 35 en 36 AVG.  Zelfs  indien  er  geen  gegevensbeschermingseffectbeoordeling  vereist  is,  is  het  een goede praktijk om zo vroeg mogelijk in het ontwerpproces een dergelijke beoordeling te verrichten. De deelnemers uit de sector kunnen in dat geval de resultaten van die analyse in  aanmerking  nemen  bij  hun  ontwerpkeuzen  voordat  nieuwe  technologieën  worden uitgerold.


https://ec.europa.eu/justice/article-29/documentation/opinion-recommendation/files/2014/wp216\_nl.pdf

43 Groep gegevensbescherming artikel 29 - Advies 5/2014 over anonimiseringstechnieken;


https://www.enisa.europa.eu/publications/pseudonymisation-techniques-and-best-practices

## 2.5 Informatie

83. Voorafgaand aan de verwerking van persoonsgegevens moet de betrokkene op de hoogte worden gebracht van de identiteit van de verwerkingsverantwoordelijke (bijvoorbeeld de fabrikanten van het voertuig en van de apparatuur of de dienstverlener), het doeleinde van de verwerking, de ontvangers van de gegevens, de periode gedurende welke de gegevens zullen worden bewaard en de rechten van de betrokkene uit hoofde van de AVG 45 .
84. De  fabrikanten  van  het  voertuig  en  van  de  apparatuur,  dienstverleners  en  andere verwerkingsverantwoordelijken moeten  de  betrokkene  ook  de volgende  informatie verstrekken op een heldere, eenvoudige en makkelijk toegankelijke manier:
3. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; de contactgegevens van de functionaris voor gegevensbescherming;
4. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; de verwerkingsdoeleinden waarvoor de persoonsgegevens zijn bestemd, en de rechtsgrond voor de verwerking;
5. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; de uitdrukkelijke vermelding van de gerechtvaardigde belangen die de verwerkingsverantwoordelijke of een derde nastreeft,  wanneer die gerechtvaardigde belangen de rechtsgrond voor de verwerking vormen;
6. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; in voorkomend geval, de ontvangers of categorieën van ontvangers van de persoonsgegevens;
7. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; de periode gedurende welke de persoonsgegevens zullen worden opgeslagen, of indien dat niet mogelijk is, de criteria om die termijn te bepalen;
8. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; dat de betrokkene het recht heeft de verwerkingsverantwoordelijke te verzoeken om inzage van  en  rectificatie  of  wissing  van  de  persoonsgegevens  of  beperking  van  de hem/haar betreffende verwerking, alsmede het recht tegen de verwerking bezwaar te maken en het recht op gegevensoverdraagbaarheid;
9. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; het  recht  de  toestemming  te  allen  tijde  in  te  trekken,  zonder  dat  dit  afbreuk  doet  aan  de rechtmatigheid van de verwerking op basis van de toestemming vóór de intrekking daarvan;
10. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; in  voorkomend  geval,  dat  de  verwerkingsverantwoordelijke  het  voornemen  heeft  de persoonsgegevens door te geven aan een derde land of een internationale organisatie, en de waarborgen die worden gebruikt bij de doorgifte ervan;
11. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; of de verstrekking van persoonsgegevens een wettelijke of contractuele verplichting is dan wel een noodzakelijke voorwaarde om een overeenkomst te sluiten, en of de betrokkene verplicht is  de  persoonsgegevens  te  verstrekken  en  wat  de  mogelijke  gevolgen  zijn  wanneer  deze gegevens niet worden verstrekt;
12. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; het bestaan van geautomatiseerde besluitvorming, met inbegrip van profilering waaraan voor de betrokkene rechtsgevolgen zijn verbonden of die hem/haar in aanmerkelijke mate treft, en nuttige  informatie  over  de  onderliggende  logica,  alsmede  het  belang  en  de  verwachte gevolgen van die verwerking voor de betrokkene. Dit kan met name het geval zijn bij  het aanbieden van op gebruik gebaseerde verzekeringen aan natuurlijke personen;
13. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; dat de betrokkene het recht heeft een klacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit;
14. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; informatie over verdere verwerking;
15. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; in geval van gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken, duidelijke en volledige informatie over de verantwoordelijkheden van iedere verwerkingsverantwoordelijke.


- verzameld. Een fabrikant van voertuigen en van apparatuur kan bijvoorbeeld afhankelijk zijn van  een  dealer  voor  de  verzameling  van  informatie  over  de  voertuigeigenaar  om  een pechhulpdienst  aan  te  bieden.  Wanneer  de  gegevens  niet  rechtstreeks  zijn  verzameld, vermelden de fabrikanten van het voertuig en van de apparatuur, de dienstverlener of een andere verwerkingsverantwoordelijke naast de bovengenoemde  informatie ook  de betrokken categorieën  van  persoonsgegevens,  de  bron  van  de  persoonsgegevens,  en  in voorkomend geval, of zij afkomstig zijn van openbare bronnen. De verwerkingsverantwoordelijke  moet  die  informatie  binnen  een  redelijke  termijn  na  het verkrijgen van de gegevens verstrekken, en uiterlijk op de eerste van de volgende datums overeenkomstig  artikel 14,  lid 3,  AVG:  i)  binnen  één  maand  na  de  verkrijging  van  de persoonsgegevens, afhankelijk van de concrete omstandigheden waarin de persoonsgegevens worden verwerkt, ii) uiterlijk op het moment van het eerste contact met de betrokkene, of iii) indien de gegevens worden doorgezonden naar een derde, vóór de doorzending van de gegevens.
86. Mogelijk moet ook nieuwe informatie aan de betrokkenen worden verstrekt wanneer zij te maken krijgen met een nieuwe verwerkingsverantwoordelijke. Een pechhulpdienst die in verbinding staat met verbonden voertuigen kan door verschillende verwerkingsverantwoordelijken van gegevens worden voorzien, afhankelijk van het land of de  regio  waar  de  bijstand  nodig  is.  Nieuwe  verwerkingsverantwoordelijken  moeten  de betrokkenen  de  vereiste  informatie  verstrekken  wanneer  de  betrokkenen  een  grens passeren en de diensten die interageren met de verbonden voertuigen  worden overgenomen door nieuwe verwerkingsverantwoordelijken.
87. De informatie voor de betrokkenen kan op verschillende niveaus worden verstrekt 46 , d.w.z. door twee informatieniveaus van elkaar te scheiden: enerzijds informatie van het eerste niveau, die het belangrijkst is voor de  betrokkenen,  en  anderzijds  informatie die vermoedelijk in een later stadium van belang is. De essentiële informatie van het eerste niveau omvat naast de identiteit van de verwerkingsverantwoordelijke ook het doeleinde van  de  verwerking  en  een  beschrijving  van  de  rechten  van  de  betrokkene,  alsook  alle aanvullende  informatie  over  de  verwerking  die  de  meeste  gevolgen  heeft  voor  de betrokkene en over verwerkingen die hem/haar zou kunnen verrassen. De EDPB beveelt aan dat de betrokkene in het kader van verbonden voertuigen op de hoogte wordt gesteld van alle ontvangers op het eerste informatieniveau. Zoals opgemerkt in de richtsnoeren van de Groep gegevensbescherming artikel 29 inzake transparantie, moeten verwerkingsverantwoordelijken  informatie  over  de  ontvangers  verstrekken  die  voor  de betrokkenen  het  meest betekenisvol  is.  In  de  praktijk  zullen  dit  meestal  de  met  naam genoemde ontvangers zijn, zodat de betrokkenen precies weten welke ontvangers over hun persoonsgegevens beschikken. Indien de verwerkingsverantwoordelijken de namen van de ontvangers niet kunnen verstrekken, moet de informatie zo specifiek mogelijk zijn door het type ontvanger te vermelden (d.w.z. door te verwijzen naar de activiteiten die de ontvangers verrichten), de bedrijfstak, de sector en de subsector, en de locatie van de ontvangers.
88. De betrokkenen kunnen worden geïnformeerd door middel van beknopte en eenvoudig te begrijpen clausules in de verkoopovereenkomst van het voertuig, in de dienstverleningsovereenkomst en/of op een willekeurige schriftelijke drager, door afzonderlijke documenten (bijvoorbeeld het onderhoudsboekje of de handleiding van het voertuig) of de boordcomputer te gebruiken.
89. Er  kunnen  gestandaardiseerde  pictogrammen  worden  gebruikt  in  aanvulling  op  de informatie  die  is  vereist  krachtens  de  artikelen 13  en 14  AVG,  om  de  transparantie  te


- een betrokkene moeten worden verstrekt. De informatie moet zichtbaar zijn in voertuigen om een goed, begrijpelijk en duidelijk leesbaar overzicht te bieden van de voorgenomen verwerking. De EDPB benadrukt het belang om die pictogrammen te standaardiseren, zodat de gebruiker dezelfde symbolen aantreft ongeacht het merk of model van het voertuig. Zo kan  een  duidelijk  signaal  aan  boord  worden  afgegeven  (bijvoorbeeld  een  lampje  in  het voertuig) om de passagiers ervan op de hoogte te stellen dat bepaalde gegevens worden verzameld, zoals locatiegegevens.

## 2.6 Rechten van de betrokkene

90. Fabrikanten van voertuigen en van apparatuur, dienstverleners en andere verwerkingsverantwoordelijken  moeten  het  de  betrokkenen  gemakkelijker  maken  om gedurende de gehele verwerkingsperiode controle over hun gegevens uit te oefenen, door middel  van  specifieke  instrumenten  waarmee  zij  hun  rechten  doeltreffend  kunnen uitoefenen,  met  name  hun  recht  van  inzage,  rectificatie,  wissing,  beperking  van  de verwerking en, afhankelijk van de rechtsgrond van de verwerking, hun  recht  op overdraagbaarheid van gegevens en hun recht van bezwaar.
91. Om het wijzigen van de instellingen te vergemakkelijken, moet een profielbeheersysteem worden gebruikt om de voorkeuren van bekende bestuurders op te slaan en hen te helpen hun privacyinstellingen op elk moment gemakkelijk te wijzigen. Het profielbeheersysteem moet alle gegevensinstellingen voor elke gegevensverwerking centraliseren, met name om de toegang tot en de wissing, verwijdering en overdraagbaarheid van persoonsgegevens uit voertuigsystemen op verzoek van de betrokkene te vergemakkelijken. Bestuurders moeten de  mogelijkheid  krijgen  de  verzameling  van  bepaalde  soorten  gegevens  op  elk  moment tijdelijk of permanent stop te zetten, tenzij de verwerkingsverantwoordelijke zich op een specifieke rechtsgrond kan beroepen om de verzameling van specifieke gegevens voort te zetten.  Bij  een  overeenkomst  die  een  gepersonaliseerd  aanbod  omvat  op  basis  van  het rijgedrag,  is  het  mogelijk  dat  de  gebruiker  als  gevolg  van  de  stopzetting  weer  wordt onderworpen aan de standaardvoorwaarden van de overeenkomst. Deze functies moeten in  het  voertuig  worden  vervuld,  hoewel  ze  ook  via  aanvullende  middelen  (zoals  een specifieke  toepassing)  aan  de  betrokkenen  kunnen  worden  verleend.  De  EDPB  beveelt fabrikanten bovendien aan te voorzien in een eenvoudige methode (zoals een verwijderknop) om betrokkenen in staat te stellen snel en gemakkelijk persoonsgegevens te verwijderen die op het dashboard van de auto kunnen worden opgeslagen (bijvoorbeeld de GPS-navigatiegeschiedenis, internethistoriek enz.).

- moeten  persoonsgegevens  die  niet  langer  nodig  zijn  voor  de  eerder  gespecificeerde doeleinden, worden gewist, en moet de betrokkene zijn of haar recht op overdraagbaarheid kunnen uitoefenen.

## 2.7 Beveiliging

93. Fabrikanten van voertuigen en van apparatuur, dienstverleners en andere verwerkingsverantwoordelijken moeten maatregelen treffen die de veiligheid en vertrouwelijkheid van de verwerkte gegevens waarborgen en alle zinvolle voorzorgsmaatregelen  nemen  om  te  voorkomen  dat  onbevoegden  controle  kunnen uitoefenen.  De  deelnemers  uit  de  sector  moeten  met  name  overwegen  de  volgende maatregelen te nemen:
2. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; versleuteling van de communicatiekanalen door middel van een geavanceerd algoritme;
3. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; invoering van een systeem voor het beheer van encryptiesleutels dat uniek is voor elk voertuig en niet voor elk model;
4. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; versleuteling van op afstand opgeslagen gegevens met behulp van de modernste algoritmen;
5. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; regelmatige vernieuwing van encryptiesleutels;
6. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; bescherming van encryptiesleutels tegen elke openbaarmaking;
7. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; authenticatie van apparatuur waarop gegevens worden ontvangen;
8. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; waarborgen van de gegevensintegriteit (bijvoorbeeld door middel van hashing);
9. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; de toegang tot persoonsgegevens afhankelijk maken van betrouwbare technieken voor de gebruikerauthenticatie (wachtwoord, elektronisch certificaat enz.).
94. De EDPB beveelt voertuigfabrikanten in het bijzonder aan de volgende beveiligingsmaatregelen uit te voeren:
11. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; scheiding van de vitale functies van het voertuig van de functies die altijd afhankelijk zijn van telecommunicatiecapaciteiten (bijvoorbeeld 'infotainment');
12. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; uitvoering van technische maatregelen die voertuigfabrikanten in staat stellen kwetsbaarheden in de beveiliging snel te verhelpen gedurende de gehele levensduur van het voertuig;
13. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; wat de vitale functies van het voertuig betreft, zoveel mogelijk voorrang geven aan het gebruik van beveiligde communicatiemiddelen die specifiek voor het vervoer bestemd zijn;
14. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; opzetting  van  een  alarmsysteem  dat  waarschuwt  bij  aanvallen  op  de  systemen  van  het voertuig, met de mogelijkheid om naar een beperkte bedrijfsmodus over te schakelen 47 ;
15. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; bijhouden  van  een  logboek  waarin  elke  toegang  tot  het  voertuiginformatiesysteem  wordt geregistreerd, dat bijvoorbeeld maximaal zes maanden teruggaat, zodat de oorsprong van elke potentiële  aanval  kan  worden  achterhaald  en  de  geregistreerde  informatie  periodiek  kan worden gecontroleerd om mogelijke onregelmatigheden op te sporen.
95. Deze  algemene  aanbevelingen  moeten  worden  aangevuld  met  specifieke  voorschriften, rekening houdend met de kenmerken en het doeleinde van elke gegevensverwerking.

47 Een beperkte bedrijfsmodus is een modus van het voertuig waarbij de functies die essentieel zijn voor de veilige werking van het voertuig (d.w.z. de minimale veiligheidsvereisten) gewaarborgd blijven, terwijl andere, minder belangrijke functies worden uitgeschakeld (zo kan de werking van het geogeleidingssysteem als nietessentieel worden beschouwd, in tegenstelling tot de werking van het remsysteem).

## 2.8 Doorzending van persoonsgegevens aan derden

96. In principe hebben alleen de verwerkingsverantwoordelijke en de betrokkene toegang tot de gegevens die door een verbonden voertuig worden gegenereerd. De verwerkingsverantwoordelijke  kan  evenwel  persoonsgegevens  doorzenden  naar  een commerciële partner (ontvanger), voor zover die doorzending rechtmatig berust op een van de in artikel 6 AVG genoemde rechtsgronden.
97. Gezien de mogelijke gevoeligheid van de voertuiggebruiksgegevens (bijvoorbeeld afgelegde ritten,  rijstijl)  beveelt  de  EDPB  aan  systematisch  de  toestemming  van  de  betrokkene  te vragen  alvorens  zijn/haar  gegevens  door  te  zenden  naar  een  commerciële  partner  die optreedt als verwerkingsverantwoordelijke (bijvoorbeeld door een vakje aan te vinken dat niet  vooraf  is  aangevinkt,  of,  indien  technisch  mogelijk,  door  gebruik  te  maken  van  een fysieke of logische voorziening waartoe de betrokkene vanuit het voertuig toegang heeft). De commerciële partner wordt op zijn/haar beurt verantwoordelijk voor de gegevens die hij/zij ontvangt en is onderworpen aan alle bepalingen van de AVG.
98. De voertuigfabrikant, dienstverlener of andere verwerkingsverantwoordelijke kan persoonsgegevens doorzenden naar een gegevensverwerker die is geselecteerd om een rol te spelen in de dienstverlening aan de betrokkene, mits de gegevensverwerker die gegevens niet voor eigen doeleinden gebruikt. De verwerkingsverantwoordelijken en de verwerkers stellen een overeenkomst of een ander juridisch document op waarin de verplichtingen van elke  partij  worden  gespecificeerd  en  waarin  de  bepalingen  van  artikel 28  AVG  worden uiteengezet.

## 2.9 Doorgifte van persoonsgegevens buiten de EU/EER

99. Wanneer  persoonsgegevens  aan  een  partij  buiten  de  Europese  Economische  Ruimte worden  doorgegeven,  gelden  er  speciale  waarborgen  om  ervoor  te  zorgen  dat  de bescherming met de gegevens meereist.
100. Bijgevolg mag  de verwerkingsverantwoordelijke persoonsgegevens alleen aan  een ontvanger doorgeven voor zover die doorgifte in overeenstemming is met de voorschriften van hoofdstuk V van de AVG.

## 2.10 Gebruik van wifitechnologieën aan boord van voertuigen

101. Dankzij de vooruitgang in de cellulaire technologie is het makkelijk geworden om onderweg van internet gebruik te maken. Hoewel het mogelijk is een wifiverbinding in een voertuig tot stand te brengen met behulp van een smartphone-hotspot of een speciaal apparaat (OBD-II-dongle, draadloze modem  of  router  enz.), bieden de meeste  fabrikanten tegenwoordig modellen aan met een ingebouwde cellulaire gegevensverbinding die ook wifinetwerken kunnen creëren. Afhankelijk van het geval moeten verschillende aspecten in overweging worden genomen:
2. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; De wifiverbinding wordt als dienst aangeboden door een beroepsbeoefenaar op de weg, zoals een taxichauffeur voor zijn/haar klanten. In dit geval kan de beroepsbeoefenaar of zijn/haar bedrijf worden beschouwd als een internetaanbieder die zodoende onderworpen is aan specifieke verplichtingen en beperkingen met betrekking tot de verwerking van de persoonsgegevens van zijn/haar klanten.
3. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; De wifiverbinding is uitsluitend bedoeld voor gebruik door de bestuurder (uitsluitend voor de bestuurder en zijn/haar passagiers). In dit geval wordt de verwerking van persoonsgegevens beschouwd als een zuiver persoonlijke of huishoudelijke activiteit in de zin van artikel 2, lid 2, punt c), en overweging 18 van de AVG.
102. In het algemeen houdt de grootschalige verspreiding van interfaces voor wifiinternetverbindingen grotere risico's in voor de persoonlijke levenssfeer van personen. Door hun voertuigen worden gebruikers immers continue zenders, en kunnen zij dus worden

- voertuigen en van apparatuur daarom gebruiksvriendelijke opt-out-opties bieden die ervoor zorgen  dat  de  service  set  identifier  (SSID)  van  het  wifinetwerk  aan  boord  niet  wordt verzameld.

## 3 CASESTUDY'S

103. In dit deel worden vijf specifieke voorbeelden van verwerking in het kader van verbonden voertuigen behandeld, die overeenstemmen met scenario's waarmee belanghebbenden in de sector vaak te maken krijgen. De voorbeelden betreffen gegevensverwerking waarvoor rekenkracht  nodig  is  die  niet  lokaal  in  het  voertuig  kan  worden  ingezet  en/of  waarbij persoonsgegevens  worden  doorgestuurd  naar  een  derde  partij  om  verdere  analyses  te verrichten  of  om verdere functionaliteit  op afstand te  bieden. Voor  elk type  verwerking worden in dit document de beoogde doeleinden, de categorieën van verzamelde gegevens, de  bewaartermijn  van  die  gegevens,  de  rechten  van  de  betrokkenen,  de  te  nemen beveiligingsmaatregelen  en  de  ontvangers  van  de  informatie  gespecificeerd.  Indien sommige van deze aspecten hieronder niet aan bod komen, gelden de in het vorige deel beschreven algemene aanbevelingen.
104. De  gekozen  voorbeelden  zijn  niet  uitputtend  en  zijn  bedoeld  om  te  illustreren  welke verscheidenheid  aan  soorten  verwerking,  rechtsgronden,  actoren  enz.  in  het  kader  van verbonden voertuigen kan voorkomen.

## 3.1 Verlening van een dienst door een derde

105. Betrokkenen kunnen bij een dienstverlener diensten afnemen die een meerwaarde bieden met betrekking tot  hun  voertuig.  Zo  kan  de  betrokkene  een  op  het  gebruik  gebaseerde verzekeringsovereenkomst  sluiten  die  voorziet  in  lagere  verzekeringspremies  wanneer hij/zij minder rijdt ('Pay As You Drive') of goed rijgedrag vertoont ('Pay How You Drive') en waarvoor het rijgedrag moet worden gemonitord door de verzekeringsmaatschappij. De betrokkene  kan  ook  een  overeenkomst  sluiten  met  een  bedrijf  dat  pechhulp  aanbiedt, waarbij  de  locatie  van  het  voertuig  wordt  doorgegeven  aan  het  bedrijf  of  aan  een dienstverlener  om  berichten  of  waarschuwingen  over  de  werking  van  het  voertuig  te ontvangen (zoals een waarschuwing over de slijtage van de remmen, of een herinnering aan de datum van de technische keuring).

## 3.1.1 Verzekering op basis van gebruik

106. 'Pay as you drive' is een vorm van verzekering op basis van verbruik waarbij het aantal afgelegde kilometers en/of de rijgewoonten van de bestuurder worden bijgehouden om 'veilige'  bestuurders  te  onderscheiden  en  te  belonen  met  een  lagere  premie.  De verzekeraar  eist  dat  de  bestuurder  een  ingebouwde  telematicadienst  of  een  mobiele applicatie installeert of een ingebouwde module van de fabrikant activeert die het aantal afgelegde  kilometers  en/of  het  rijgedrag  (rempatroon,  optreksnelheid  enz.)  van  de verzekeringnemer bijhoudt. Aan de hand van de door het telematicasysteem verzamelde informatie worden aan de bestuurder scores toegekend om te analyseren welke risico's hij/zij voor de verzekeringsmaatschappij kan vormen.
107. Aangezien voor een verzekering op basis van gebruik toestemming is vereist uit hoofde van artikel 5,  lid 3,  van  de  e-privacyrichtlijn,  wijst  de  EDPB  erop  dat  de verzekeringnemer  de keuze moet hebben om een niet op het gebruik gebaseerde verzekering af te sluiten. Anders kan de toestemming niet worden beschouwd als vrijelijk gegeven, aangezien de uitvoering van de overeenkomst afhankelijk zou zijn van de toestemming. Voorts bepaalt artikel 7, lid 3, AVG, dat een betrokkene het recht heeft zijn/haar toestemming in te trekken.

108. Wanneer  de  gegevens  worden  verzameld  via  een  openbaar  beschikbare  elektronischecommunicatiedienst (bijvoorbeeld via de simkaart in het telematicasysteem), is toestemming  nodig  om  toegang  te  krijgen tot  informatie  die  reeds  in  het  voertuig  is opgeslagen, zoals bepaald in artikel 5, lid 3, van de e-privacyrichtlijn. In deze context kan derhalve geen van de bij deze bepalingen verleende vrijstellingen worden toegepast: de verwerking  heeft  niet  uitsluitend  ten  doel  een  communicatie  te  verzenden  over  een elektronisch communicatienetwerk en houdt geen verband met een uitdrukkelijk door de abonnee of gebruiker gevraagde dienst van de informatiemaatschappij. De toestemming kan worden verkregen op het moment waarop de overeenkomst wordt gesloten.
109. Wat betreft de verwerking van persoonsgegevens na de opslag van of de toegang tot de eindapparatuur  van  de  eindgebruiker,  kan  de  verzekeringsmaatschappij  zich  in  deze specifieke context beroepen op artikel 6, lid 1, punt b), van de AVG, mits zij kan aantonen dat  de  verwerking  plaatsvindt  in  het  kader  van  een  geldige  overeenkomst  met  de betrokkene en dat de verwerking noodzakelijk is om de specifieke overeenkomst met de betrokkene te kunnen uitvoeren. Voor zover de verwerking objectief noodzakelijk is voor de uitvoering van de overeenkomst met de betrokkene, is de EDPB van oordeel dat een beroep op  artikel 6,  lid 1,  punt b),  van  de  AVG  niet  tot  gevolg  zou  hebben  dat  de  aanvullende bescherming  van artikel 5, lid 3,  van  de e-privacyrichtlijn  wordt  verminderd.  Deze rechtsgrond wordt verwezenlijkt doordat de betrokkene een overeenkomst ondertekent met de verzekeringsmaatschappij.

## 3.1.1.2 Verzamelde gegevens

110. Er moeten twee soorten persoonsgegevens in aanmerking worden genomen:
2. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; commerciële en transactionele gegevens: identificatiegegevens van de betrokkene, gegevens betreffende transacties, gegevens betreffende betaalmiddelen enz.;
3. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; gebruiksgegevens: persoonsgegevens die door het voertuig worden gegenereerd, rijgewoonten, locatie enz.
111. Aangezien  het  risico  bestaat  dat  de  via  de  telematicabox  verzamelde  gegevens  worden misbruikt om een nauwkeurig profiel van de bewegingen van de bestuurder op te stellen, beveelt de EDPB aan om de ruwe gegevens betreffende het rijgedrag voor zover mogelijk te verwerken:
5. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; in het voertuig in telematicaboxen of in de smartphone van de gebruiker, zodat de verzekeraar alleen toegang heeft tot de resultaatgegevens (bijvoorbeeld een score met betrekking tot het rijgedrag), en niet tot gedetailleerde ruwe gegevens (zie punt 2.1);
6. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; of door een telematicadienstverlener namens de verwerkingsverantwoordelijke (de verzekeringsmaatschappij) om numerieke scores te genereren die op een welbepaalde manier aan de verzekeringsmaatschappij worden doorgegeven. In dit geval moeten ruwe gegevens en gegevens die rechtstreeks verband houden met de identiteit van de bestuurder van elkaar worden gescheiden. Dit betekent dat de telematicadienstverlener de gegevens in realtime ontvangt, maar niet de namen, kentekens enz. van de polishouders kent. Anderzijds kent de verzekeraar de namen van de polishouders, maar ontvangt hij alleen de scores en het totale aantal kilometers en niet de ruwe gegevens die worden gebruikt om deze scores op te stellen.
112. Er  mogen  overigens  geen  locatiegegevens  worden  verzameld  indien  alleen  het  aantal kilometers noodzakelijk is voor de uitvoering van de overeenkomst.

## 3.1.1.3 Bewaringstermijn

113. In het kader van gegevensverwerking die plaatsvindt om een overeenkomst uit te voeren (d.w.z.  verlening  van  een  dienst),  is  het  van  belang  onderscheid  te  maken  tussen  twee soorten gegevens alvorens hun respectieve bewaringstermijnen vast te stellen:

- worden  bewaard  voor  de  volledige  duur  van  de  overeenkomst.  Aan  het  einde  van  de overeenkomst kunnen zij fysiek worden gearchiveerd (op een afzonderlijke drager zoals een dvd)  of  logisch  worden  gearchiveerd  (door  autorisatiebeheer)  in  geval  van  eventuele geschillen. Vervolgens worden de gegevens aan het einde van de wettelijke verjaringstermijnen gewist of geanonimiseerd.
- GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; Gebruiksgegevens: gebruiksgegevens  kunnen  worden  ingedeeld  in  ruwe  gegevens  en geaggregeerde gegevens. Zoals hierboven vermeld, mogen de verwerkingsverantwoordelijken of  de  verwerkers,  indien  mogelijk,  geen  ruwe  gegevens  verwerken.  Indien  dat  toch noodzakelijk is, mogen onbewerkte gegevens slechts zo lang worden bewaard als nodig is om de  geaggregeerde  gegevens  op  te  stellen  en  de  geldigheid  van  dat  aggregatieproces  te controleren. Geaggregeerde gegevens mogen zo lang worden bewaard als nodig is voor het verlenen van de dienst of anderszins door het Unierecht of het recht van de lidstaten wordt verlangd.

## 3.1.1.4 Informatieverstrekking aan en rechten van betrokkenen

114. Voordat  persoonsgegevens  worden  verwerkt,  wordt  de  betrokkene  overeenkomstig artikel 13 van de AVG op transparante en begrijpelijke wijze geïnformeerd. Hij of zij moet met name worden geïnformeerd over de periode gedurende welke de persoonsgegevens zullen worden opgeslagen, of indien dat niet mogelijk is, de criteria ter bepaling van die termijn. In dit laatste geval beveelt de EDPB aan een pedagogische aanpak te volgen om het verschil  te  benadrukken  tussen  ruwe  gegevens  en  de  score  die  op  basis  daarvan  wordt geproduceerd, en daarbij te benadrukken dat de verzekeraar in voorkomend geval alleen het resultaat van de score zal verzamelen.
115. Wanneer de gegevens niet in het voertuig worden verwerkt, maar door een telematicadienstverlener namens de verwerkingsverantwoordelijke (de verzekeringsmaatschappij),  kan  het  nuttig  zijn  in  de  informatie  te  vermelden  dat  de dienstverlener  in  dit  geval  geen  toegang  heeft  tot  gegevens  die  rechtstreeks  verband houden met de identiteit van de bestuurder (zoals namen, nummerplaten enz.). Gelet op het belang om betrokkenen te informeren over de gevolgen van de verwerking van hun persoonsgegevens  en  op  het  feit  dat  betrokkenen  niet  mogen  worden  verrast  door  de verwerking  van  hun  persoonsgegevens,  beveelt  de  EDPB  ook  aan  om  betrokkenen  te informeren over het bestaan van profilering en de gevolgen daarvan, zelfs als daarbij geen geautomatiseerde besluitvorming plaatsvindt als bedoeld in artikel 22 AVG.
116. Betrokkenen  moeten,  gelet  op  hun  rechten,  specifiek  worden  geïnformeerd  over  de beschikbare middelen om hun recht van inzage, rectificatie,  beperking en  wissing  uit  te oefenen. Aangezien de in dit verband verzamelde gegevens door de betrokkene zelf worden verstrekt (via specifieke formulieren of via zijn/haar activiteiten) en worden verwerkt op basis van artikel 6, lid 1, punt b), AVG (uitvoering van een overeenkomst), is de betrokkene gerechtigd  zijn  of haar  recht  op  gegevensoverdraagbaarheid  uit  te  oefenen.  Zoals  in  de richtsnoeren  betreffende  het  recht  op  gegevensoverdraagbaarheid  wordt  benadrukt, beveelt  de  EDPB  ten  stelligste  aan  dat  de  verwerkingsverantwoordelijken  duidelijk  het verschil uitleggen tussen de soorten gegevens die een betrokkene kan ontvangen op grond van het recht van toegang tot zijn gegevens en het recht van gegevensoverdraagbaarheid 48 .
117. De informatie kan worden verstrekt bij de ondertekening van de overeenkomst.


118. De EDPB beveelt aan de gebruiksgegevens van het voertuig zoveel mogelijk rechtstreeks in telematicaboxen  te verwerken,  zodat  de verzekeraar alleen toegang  heeft tot  de resultaatgegevens (bijvoorbeeld een score) en niet tot gedetailleerde ruwe gegevens.
119. Indien een telematicadienstverlener de gegevens namens de verwerkingsverantwoordelijke (de verzekeringsmaatschappij) verzamelt om numerieke scores te genereren, hoeft hij/zij de identiteit van de bestuurder (zoals namen, kentekens enz.) van de polishouders niet te kennen.

## 3.1.1.6 Veiligheid:

120. Hier gelden de algemene aanbevelingen. Zie punt 2.7.

## 3.1.2 Een parkeerplaats huren en reserveren

121. De eigenaar van een parkeerplaats wil die wellicht verhuren. Hij meldt een parkeerplaats aan en stelt een tarief vast op een onlinetoepassing. Zodra de parkeerplaats is aangemeld, stelt  de  toepassing  de  eigenaar  in  kennis  wanneer  een  bestuurder  de  parkeerplaats  wil reserveren.  De  bestuurder  kan  een  bestemming  selecteren  en  op  basis  van  meerdere criteria  controleren  of  er  een  parkeerplaats  beschikbaar  is.  Na  de  goedkeuring  van  de eigenaar wordt de transactie bevestigd en handelt de dienstverlener de betalingstransactie af, waarna de bestuurder met behulp van het navigatiesysteem naar de locatie rijdt.

## 3.1.2.1 Rechtsgrond

122. Wanneer de gegevens worden verzameld via een openbare elektronischecommunicatiedienst, is artikel 5, lid 3, van de e-privacyrichtlijn van toepassing.
123. Aangezien het een dienst van de informatiemaatschappij betreft, is op grond van artikel 5, lid  3,  van  de  e-privacyrichtlijn  geen  toestemming  vereist  om  toegang  te  krijgen  tot informatie die reeds in het voertuig is opgeslagen, wanneer de abonnee uitdrukkelijk om een dergelijke dienst verzoekt.
124. Voor de verwerking van persoonsgegevens en alleen voor gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de overeenkomst waarbij de betrokkene partij is, is artikel 6, lid 1, punt b), AVG de rechtsgrond.

## 3.1.2.2 Verzamelde gegevens

125. De verwerkte gegevens omvatten de contactgegevens van de bestuurder (naam, e-mail, telefoonnummer,  voertuigtype  [bijvoorbeeld  auto,  vrachtwagen,  motorfiets],  kenteken, parkeerperiode, betalingsgegevens [zoals kredietkaartgegevens]), alsook navigatiegegevens.

## 3.1.2.3 Bewaringstermijn

126. De gegevens mogen slechts zo lang worden bewaard als nodig is om de parkeerovereenkomst uit te voeren of anderszins door het recht van de Unie of de lidstaten wordt voorgeschreven. Daarna worden de gegevens ofwel geanonimiseerd ofwel gewist.

## 3.1.2.4 Informatieverstrekking aan en rechten van betrokkenen

127. Voordat  persoonsgegevens  worden  verwerkt,  wordt  de  betrokkene  overeenkomstig artikel 13 van de AVG op transparante en begrijpelijke wijze geïnformeerd.
128. De  betrokkene  moet  specifiek  worden  geïnformeerd  over  de  beschikbare  middelen  om zijn/haar recht van inzage, rectificatie, beperking en wissing uit te oefenen. Aangezien de in dit  verband  verzamelde  gegevens  voorts  door  de  betrokkene  zelf  worden  verstrekt  (via specifieke  formulieren  of  via  zijn/haar  activiteiten)  en  worden  verwerkt  op  basis  van artikel 6, lid 1, punt b), AVG (uitvoering van een overeenkomst), is de betrokkene gerechtigd zijn of haar recht op gegevensoverdraagbaarheid uit te oefenen. Zoals in de richtsnoeren betreffende het recht op gegevensoverdraagbaarheid wordt benadrukt, beveelt de EDPB

tussen de soorten gegevens die een betrokkene kan ontvangen op grond van het recht van toegang tot zijn gegevens en het recht van gegevensoverdraagbaarheid.

## 3.1.2.5 Ontvanger :

129. In principe hebben alleen de verwerkingsverantwoordelijke en de verwerker toegang tot de gegevens.

## 3.1.2.6 Veiligheid:

130. Hier gelden de algemene aanbevelingen. Zie punt 2.7.

## 3.2 eCall

131. Bij een ernstig ongeval in de Europese Unie activeert het voertuig automatisch een eCall naar  112,  het  EU-brede  noodnummer  (zie  punt  1.1  voor  meer  details),  zodat  snel  een ambulance  naar  de  plaats  van  het  ongeval  kan  worden  gestuurd  overeenkomstig Verordening (EU) 2015/758 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 inzake typegoedkeuringseisen  voor  de  uitrol  van  het  op  de  112-dienst  gebaseerde  eCallboordsysteem en houdende wijziging van Richtlijn 2007/46/EG (hierna: 'Verordening (EU) 2015/758').
132. De  in  het  voertuig  geïnstalleerde  eCall-generator,  die  toezending  van  gegevens  via  een openbaar mobiel draadloos communicatienetwerk mogelijk maakt, initieert een noodoproep, die automatisch door voertuigsensoren of handmatig door de inzittenden in werking  wordt  gesteld  wanneer  sprake  is  van  een  ongeval.  Naast  de  activering  van  het audiokanaal wordt bij een ongeval automatisch een minimumreeks van gegevens (Minimum Set of Data - MSD) gegenereerd en naar de alarmcentrale verzonden.

## 3.2.1 Rechtsgrond

133. Wat de toepassing van de e-privacyrichtlijn betreft, moeten twee bepalingen in aanmerking worden genomen:
2. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; artikel 9 betreffende andere locatiegegevens dan verkeersgegevens, dat alleen van toepassing is op elektronische-communicatiediensten;
3. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; artikel 5, lid 3, voor het verkrijgen van toegang tot informatie die is opgeslagen in de generator die in het voertuig is geïnstalleerd.
134. Hoewel deze bepalingen in beginsel de toestemming van de betrokkene vereisen, brengt Verordening (EU) 2015/758 voor de verwerkingsverantwoordelijke een wettelijke verplichting  met  zich  mee  (de  betrokkene  heeft  geen  echte  of  vrije  keuze  en  kan  de verwerking van zijn/haar gegevens niet weigeren). Verordening (EU) 2015/758 heeft dus voorrang  op  de  noodzaak  van  toestemming  van  de  bestuurder  voor  de  verwerking  van locatiegegevens en de minimumreeks van gegevens 49 .
135. De naleving van een wettelijke verplichting vormt de rechtsgrond voor de verwerking van die  gegevens,  zoals  bepaald  in  artikel 6,  lid 1,  punt c),  AVG  (d.w.z.  Verordening  (EU) 2015/758).

49 Artikel 8, lid 1, punt f), van het onderhandelingsmandaat van de Raad voor het voorstel voor een eprivacyverordening voorziet overigens in een specifieke vrijstelling voor eCall, aangezien

toestemming niet nodig is wanneer 'de bedoelde handelingen overeenkomstig artikel 13, lid 3, nodig zijn om de eindapparatuur te lokaliseren wanneer een eindgebruiker een noodcommunicatie verricht naar het uniform Europees alarmnummer "112" of een nationaal noodnummer.

136. In Verordening (EU) 2015/758 is bepaald dat de gegevens die door het op 112 gebaseerde eCall-boordsysteem  worden  doorgezonden,  slechts  de  minimuminformatie  bevatten  als bedoeld  in  de  norm  EN 15722:2011  'Intelligent  transport  systems - eSafety - eCall minimum set of data (MSD)', met inbegrip van:
2. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; de aanduiding of eCall handmatig of automatisch in werking is gesteld;
3. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; het voertuigtype;
4. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; het identificatienummer van het voertuig (VIN);
5. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; het type aandrijving van het voertuig;
6. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; het tijdstip waarop het initiële gegevensbericht in het kader van de huidige eCall-oproep is gegenereerd;
7. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; de laatst bekende positie in lengte- en breedtegraad van het voertuig, bepaald op het laatst mogelijke moment voor het genereren van het bericht;
8. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; de  laatst  bekende werkelijke  rijrichting  van  het  voertuig,  bepaald  op  het  laatst  mogelijke moment voor het genereren van het bericht (alleen de laatste drie locaties van het voertuig).

## 3.2.3 Bewaringstermijn

137. In Verordening (EU) 2015/758 is bepaald dat gegevens niet langer mogen worden bewaard dan nodig is voor de afhandeling van noodsituaties. Die gegevens worden volledig gewist zodra zij voor die afhandeling niet langer nodig zijn. Bovendien worden de gegevens in het interne  geheugen  van  het  eCall-boordsysteem  automatisch  en  voortdurend  verwijderd. Alleen de laatste drie locaties van het voertuig mogen worden bijgehouden voor zover dat strikt noodzakelijk is voor het bepalen van de huidige locatie en de rijrichting op het ogenblik van de noodsituatie.

## 3.2.4 Informatieverstrekking aan en rechten van betrokkenen

138. In  artikel  6  van  Verordening  (EU)  2015/758  is  bepaald  dat  de  fabrikanten  duidelijke  en uitgebreide informatie verstrekken over de verwerking van de gegevens die via het eCallsysteem  zijn  verstuurd.  Deze  informatie  wordt  in  de  gebruikershandleiding  afzonderlijk verstrekt voor het op 112 gebaseerde eCall-boordsysteem en de door diensten van derden ondersteunde  eCall-systemen,  voordat  het  systeem  in  gebruik  wordt  genomen.  De informatie omvat:
2. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; de rechtsgrondslag voor de verwerking;
3. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; het feit dat standaard het op 112 gebaseerde eCall-boordsysteem wordt geactiveerd;
4. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; de voorzieningen van gegevensverwerking door het op 112 gebaseerde eCall-boordsysteem;
5. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; het  specifieke  doel  van  eCall-verwerking,  dat  beperkt  blijft  tot  de  in  de  eerste  alinea  van artikel 5, lid 2, van Verordening (EU) 2015/758 bedoelde noodsituaties;
6. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; het type gegevens dat wordt verzameld en verwerkt en de ontvangers van die gegevens;
7. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; de termijn voor bewaring van de gegevens in het op 112 gebaseerde eCall-boordsysteem;
8. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; het feit dat het voertuig niet permanent wordt gevolgd;
9. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; de voorzieningen waaronder degenen op wie de gegevens betrekking hebben hun rechten kunnen  doen  gelden,  alsmede  de  verantwoordelijke  dienst  waarmee  contact  kan  worden opgenomen inzake de behandeling van toegangsverzoeken;

- de  verwerking van  persoonsgegevens  in verband met  het verlenen van  eCall-diensten van derden (third-party service - TPS) en/of andere diensten met toegevoegde waarde, waarvoor de eigenaar zijn/haar uitdrukkelijke toestemming moet verlenen en die in overeenstemming moet zijn met de AVG. In het bijzonder wordt er rekening mee gehouden dat er verschillen kunnen  bestaan  tussen  de gegevensverwerking  door het op 112 gebaseerde  eCallboordsysteem en de gegevensverwerking door TPS eCall-boordsystemen of andere diensten met toegevoegde waarde.
139. Voorts  verstrekt  de  dienstverlener  de  betrokkenen  ook  transparante  en  begrijpelijke informatie  overeenkomstig  artikel 13  AVG.  In  het  bijzonder  moet  hij  of  zij  worden geïnformeerd over de verwerkingsdoeleinden waarvoor de persoonsgegevens zijn bestemd, alsook over het feit dat de verwerking van persoonsgegevens is gebaseerd op een wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust.
140. Verder moet, rekening houdend met de aard van de verwerking, de informatie over de ontvangers  of  categorieën  van  ontvangers  van  de  persoonsgegevens  duidelijk  zijn  en moeten de betrokkenen ervan in kennis worden gesteld dat de gegevens vóór activering van de  eCall  niet  buiten  het  op  112  gebaseerde  eCall-boordsysteem  beschikbaar  zijn  voor entiteiten.
141. Wat de rechten van de betrokkenen betreft, moet worden opgemerkt dat, aangezien de verwerking op een wettelijke verplichting berust, het recht van bezwaar en het recht op overdraagbaarheid niet van toepassing zijn.

## 3.2.5 Ontvanger:

142. De  gegevens  zijn  vóór  activering  van  de  eCall  niet  buiten  het  op  112  gebaseerde  eCallboordsysteem beschikbaar voor entiteiten.
143. Bij  activering  (hetzij  handmatig door de inzittenden van het voertuig, hetzij automatisch zodra een sensor in het voertuig een ernstige botsing detecteert) brengt het eCall-systeem een  spraakverbinding  tot  stand  met  de  desbetreffende  alarmcentrale  en  wordt  de minimumreeks van gegevens naar de beheerder van de alarmcentrale gestuurd.
144. Bovendien kunnen gegevens die via het op 112 gebaseerde eCall-boordsysteem worden verstuurd en door de alarmcentrales worden  verwerkt, alleen aan de in Besluit nr. 585/2014/EU genoemde noodhulpdiensten en dienstverleningspartners worden overgedragen in geval van incidenten met betrekking tot eCalls en onder de in dat besluit genoemde  voorwaarden  en  zijn  zij  uitsluitend  bedoeld  voor  het  verwezenlijken  van  de doelstellingen van dat besluit. De door de alarmcentrales via het op 112 gebaseerde eCallboordsysteem verwerkte gegevens worden niet aan derden overgedragen zonder voorafgaande uitdrukkelijke instemming van de betrokkene.

## 3.2.6 Beveiliging

145. Bij  Verordening  (EU)  2015/758  zijn  de  vereisten  vastgesteld  om  privacybevorderende technologieën te integreren in het eCall-systeem, om de gebruikers van eCall het passende niveau van bescherming van hun privacy te bieden en de nodige garanties te verschaffen ter voorkoming van surveillance en misbruik. Bovendien moeten de fabrikanten ervoor zorgen dat  het  op  112  gebaseerde  eCall-systeem  en  eventuele  andere  systemen  die  een  door derden afgehandelde eCall of een dienst met toegevoegde waarde verlenen, zodanig zijn ontworpen dat er tussen die systemen geen uitwisseling van persoonsgegevens mogelijk is.
146. De  lidstaten  moeten  er  wat  de  alarmcentrales  betreft  met  name  op  toezien  dat persoonsgegevens  worden  beschermd  tegen  misbruik,  met  inbegrip  van  onrechtmatige toegang,  wijziging  of  verlies,  en  dat  protocollen  betreffende  opslag,  bewaringstermijn,

- en naar behoren in acht worden genomen.

## 3.3 Bestudering van oorzaken en gevolgen van ongevallen

147. Betrokkenen  kunnen  vrijwillig  deelnemen  aan  een  onderzoek  waarbij de  oorzaken  en gevolgen van ongevallen worden bestudeerd, waarmee een beter begrip van de oorzaken van verkeersongevallen en algemenere wetenschappelijke doeleinden worden nagestreefd.

148. Wanneer de gegevens worden verzameld via een openbare elektronischecommunicatiedienst, heeft de verwerkingsverantwoordelijke toestemming van de betrokkene nodig om toegang te verkrijgen tot informatie die reeds is opgeslagen in het voertuig,  zoals  bepaald  in  artikel  5,  lid  3,  van  de  e-privacyrichtlijn.  In  deze context  kan derhalve geen van de bij deze bepalingen verleende vrijstellingen worden toegepast: de verwerking  heeft  niet  uitsluitend  ten  doel  een  communicatie  te  verzenden  over  een elektronisch communicatienetwerk en houdt geen verband met een uitdrukkelijk door de abonnee of gebruiker gevraagde dienst van de informatiemaatschappij.
149. Rekening  houdend  met  de  grote  hoeveelheid  aan  uiteenlopende  persoonsgegevens  die nodig zijn om de oorzaken en gevolgen van ongevallen te bestuderen, beveelt de EDPB aan de verwerking van persoonsgegevens te koppelen aan de voorafgaande toestemming van de betrokkene overeenkomstig artikel 6 AVG. Die voorafgaande toestemming moet worden gegeven op een specifiek formulier, waarmee de betrokkene zich vrijwillig opgeeft om aan de studie deel te nemen en zijn of haar persoonsgegevens voor dat doel te laten verwerken. Toestemming is een vrije,  specifieke  en  geïnformeerde  wilsuiting  van  de  persoon  wiens gegevens worden verwerkt (bijvoorbeeld door een vakje aan te vinken dat niet vooraf is aangevinkt,  of  de  boordcomputer  te  configureren  om  een  functie  in  het  voertuig te activeren).  Deze  toestemming  moet  afzonderlijk  en  voor  specifieke  doeleinden  worden gegeven,  mag  niet  worden  gebundeld  met  de  koopof  leasingovereenkomst  voor  een nieuwe  auto  en  moet  even  gemakkelijk  kunnen  worden  ingetrokken  als  zij  is  gegeven. Wanneer de toestemming wordt ingetrokken, wordt de verwerking stopgezet. De gegevens worden dan uit de actieve gegevensbank verwijderd of geanonimiseerd.
150. De toestemming die nodig is uit hoofde van artikel 5, lid 3, van de e-privacyrichtlijn en de toestemming  die  nodig  is  als  rechtsgrond  voor  de  verwerking  van  gegevens  kunnen tegelijkertijd worden verkregen (bijvoorbeeld door een vakje aan te vinken waarin duidelijk wordt aangegeven waarmee de betrokkene instemt).
151. Er  zij  op  gewezen  dat,  afhankelijk  van  de  verwerkingsvoorwaarden  (de  aard  van  de verwerkingsverantwoordelijke  enz.),  rechtmatig  een  andere  rechtsgrond  mag  worden gekozen, zolang die de aanvullende bescherming van artikel 5, lid 3, van de e-privacyrichtlijn niet vermindert (zie punt 15). Indien de verwerking op een andere rechtsgrond berust, zoals de vervulling van een taak van algemeen belang (artikel 6, lid 1, punt e), AVG), beveelt de EDPB aan dat de betrokkenen op vrijwillige basis in de studie worden opgenomen.

## 3.3.2 Verzamelde gegevens

152. De verwerkingsverantwoordelijke verzamelt uitsluitend persoonsgegevens die strikt noodzakelijk zijn voor de verwerking.
153. Er moeten twee soorten gegevens in aanmerking worden genomen:
3. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; gegevens met betrekking tot deelnemers en voertuigen ;
4. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; technische voertuiggegevens (momentane snelheid enz.).
154. Wetenschappelijk  onderzoek  waarbij  de  oorzaken  en  gevolgen  van  ongevallen  worden onderzocht, vormt een rechtvaardiging voor het verzamelen van de momentane snelheid, ook door rechtspersonen die geen openbare dienst in strikte zin beheren.
155. Zoals hierboven is opgemerkt, is de EDPB van mening dat de gegevens over de momentane snelheid  die  in  het  kader  van  een  studie  naar  de  oorzaken  en  gevolgen  van  ongevallen worden verzameld, geen gegevens zijn met het oog op strafvervolging (d.w.z. dat zij niet worden verzameld om een strafbaar feit te onderzoeken of tot vervolging over te gaan), waardoor de verzameling ervan door rechtspersonen die geen openbare dienst in strikte zin beheren, gerechtvaardigd is.

156. Het is van belang een onderscheid te maken tussen twee soorten gegevens. Ten eerste kunnen de gegevens met betrekking tot de deelnemers en de voertuigen voor de duur van de studie worden bewaard. Ten tweede moeten de technische voertuiggegevens zo kort mogelijk worden bewaard als nodig is voor het doeleinde. In dit verband lijkt vijf jaar vanaf de einddatum van de studie een redelijke termijn. Aan het eind van die periode moeten de gegevens worden gewist of geanonimiseerd.

## 3.3.4 Informatieverstrekking aan en rechten van betrokkenen

157. Voordat persoonsgegevens  worden  verwerkt,  wordt  de  betrokkene  overeenkomstig artikel 13 van de AVG op transparante en begrijpelijke wijze geïnformeerd. Met name in het geval  van  het  verzamelen  van  momentane  snelheden  moeten  de  betrokkenen  specifiek worden geïnformeerd over het verzamelen van gegevens. Aangezien de gegevensverwerking  op  toestemming  berust,  moet  de  betrokkene  specifiek  worden geïnformeerd over het bestaan van het recht om zijn/haar toestemming te allen tijde in te trekken, zonder dat dit afbreuk doet aan de rechtmatigheid van de verwerking op basis van de  toestemming  vóór  de  intrekking  daarvan.  Aangezien  de  in  dit  verband  verzamelde gegevens voorts door de betrokkene zelf worden verstrekt (via specifieke formulieren of via zijn/haar  activiteiten)  en  worden  verwerkt  op  basis  van  artikel 6,  lid 1,  punt a),  AVG (toestemming), is de betrokkene gerechtigd zijn of haar recht op gegevensoverdraagbaarheid uit te oefenen. Zoals in de richtsnoeren betreffende het recht op gegevensoverdraagbaarheid wordt benadrukt, beveelt de EDPB ten stelligste aan dat de verwerkingsverantwoordelijken duidelijk het verschil uitleggen tussen de soorten gegevens die een betrokkene kan ontvangen op grond van het recht van toegang tot zijn gegevens en het recht van gegevensoverdraagbaarheid. Bijgevolg moet de verwerkingsverantwoordelijke de betrokkene een gemakkelijke manier bieden om zijn of haar toestemming, vrijelijk en te allen tijde, in te trekken, en instrumenten ontwikkelen om te kunnen ingaan op verzoeken om gegevensoverdraagbaarheid.
158. Die  informatie  kan worden verstrekt na ondertekening van het formulier waarmee men instemt met deelname aan de studie naar de oorzaken en gevolgen van het ongeval.

## 3.3.5 Ontvanger

159. In principe hebben alleen de verwerkingsverantwoordelijke en de verwerker toegang tot de gegevens.

## 3.3.6 Beveiliging

160. Zoals hierboven opgemerkt,  moeten de getroffen beveiligingsmaatregelen  worden afgestemd op de mate van gevoeligheid van de gegevens. Indien bijvoorbeeld gegevens over de momentane snelheid (of andere gegevens in verband met strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten) worden verzameld in het kader van de studie naar de oorzaken  en  gevolgen  van  het  ongeval,  beveelt  de  EDPB  ten  zeerste  aan  krachtige beveiligingsmaatregelen te treffen, zoals:
2. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; pseudonimisering  (bijvoorbeeld  hashing  van  gegevens  met  geheime  sleutels,  zoals  de achternaam/voornaam van de betrokkene en het serienummer);
3. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; de  opslag  van  gegevens  over  de  momentane  snelheid  en  over  de  locatie  in  afzonderlijke gegevensbanken (bijvoorbeeld met behulp van een geavanceerd encryptiemechanisme met verschillende sleutels en goedkeuringsmechanismen);
4. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; en/of  het  wissen  van  locatiegegevens  zodra  de  betreffende  gebeurtenis  of  sequentie  is geclassificeerd (bijvoorbeeld het wegtype, dag/nacht), en de opslag van direct identificeerbare gegevens in een afzonderlijke gegevensbank die slechts door een klein aantal personen kan worden geraadpleegd.

## 3.4 Bestrijding van autodiefstal

161. Betrokkenen kunnen in geval van diefstal op zoek gaan naar hun voertuig aan de hand van locatiegegevens. Het gebruik van locatiegegevens is beperkt tot wat strikt noodzakelijk is in het  kader  van  het  onderzoek  en  tot  de  beoordeling  van  de  zaak  door  de  bevoegde rechterlijke instanties.

## 3.4.1 Rechtsgrond

162. Wanneer de gegevens worden verzameld via een openbare elektronischecommunicatiedienst, is artikel 5, lid 3, van de e-privacyrichtlijn van toepassing.
163. Aangezien het een dienst van de informatiemaatschappij betreft, is op grond van artikel 5, lid  3,  van  de e-privacyrichtlijn  geen  toestemming  vereist  om  toegang  te  krijgen  tot informatie die reeds in het voertuig is opgeslagen, wanneer de abonnee uitdrukkelijk om een dergelijke dienst verzoekt.
164. Wat  de  verwerking  van  persoonsgegevens  betreft,  vormt  de  toestemming  van  de voertuigeigenaar of, in voorkomend geval, de uitvoering van een overeenkomst (alleen voor de gegevens die nodig zijn voor de uitvoering van de overeenkomst waarbij de eigenaar van het voertuig partij is) de rechtsgrond voor de verwerking van locatiegegevens.
165. Toestemming is een vrije,  specifieke  en  geïnformeerde  wilsuiting  van  de  persoon  wiens gegevens worden verwerkt (bijvoorbeeld het aanvinken van een vakje dat niet vooraf is aangevinkt, of het configureren van de boordcomputer om een functie in het voertuig te activeren). De vrijheid om toestemming te verlenen houdt in dat de betrokkene te allen tijde zijn toestemming kan intrekken; de betrokkene moet hiervan uitdrukkelijk in kennis worden gesteld. Wanneer de toestemming wordt ingetrokken, wordt de verwerking stopgezet. De gegevens moeten dan uit de actieve gegevensbank worden verwijderd,  worden geanonimiseerd, of worden gearchiveerd.

## 3.4.2 Verzamelde gegevens

166. Locatiegegevens mogen alleen worden doorgezonden vanaf de aangifte van diefstal, en mogen de rest van de tijd niet continu worden verzameld.

## 3.4.3 Bewaringstermijn

167. Locatiegegevens  mogen  slechts  worden  bewaard  gedurende  de  periode  waarin  de  zaak door  de  bevoegde  rechterlijke  instanties  wordt  beoordeeld,  of  tot  het  einde  van  een procedure om twijfel weg te nemen die niet eindigt met de bevestiging van de diefstal van het voertuig.

## 3.4.4 Informatieverstrekking aan betrokkenen

168. Voordat  persoonsgegevens  worden  verwerkt,  wordt  de  betrokkene  overeenkomstig artikel 13  van  de  AVG  op  transparante  en  begrijpelijke  wijze  geïnformeerd.  Meer  in  het bijzonder  beveelt  de  EDPB  aan  dat  de  verwerkingsverantwoordelijke  benadrukt  dat  het voertuig niet permanent wordt gevolgd en dat locatiegegevens pas vanaf de aangifte van diefstal kunnen worden verzameld en doorgezonden. Bovendien moet de verwerkingsverantwoordelijke de betrokkene informeren dat alleen erkende functionarissen van het platform voor bewaking  op  afstand en wettelijk  erkende autoriteiten toegang hebben tot de gegevens.
169. Ten  aanzien  van  de  rechten  van  de  betrokkenen  moet  de  betrokkene,  wanneer  de gegevensverwerking  op  toestemming  berust,  specifiek  worden  geïnformeerd  over  het bestaan van het recht om zijn/haar toestemming te allen tijde in te trekken, zonder dat dit afbreuk doet aan de rechtmatigheid van de verwerking op basis van de toestemming vóór de intrekking daarvan. Wanneer de in dit verband verzamelde gegevens door de betrokkene zelf  worden verstrekt (via specifieke formulieren of via zijn/haar activiteiten) en worden verwerkt op basis van artikel 6, lid 1, punt a) (toestemming) of artikel 6, lid 1, punt b), AVG

- gegevensoverdraagbaarheid uit te oefenen. Zoals in de richtsnoeren betreffende het recht op gegevensoverdraagbaarheid wordt benadrukt, beveelt de EDPB ten stelligste aan dat de verwerkingsverantwoordelijken duidelijk het verschil uitleggen tussen de soorten gegevens die een betrokkene kan ontvangen op grond van het recht van toegang tot zijn gegevens en het recht van gegevensoverdraagbaarheid.
170. Bijgevolg moet de verwerkingsverantwoordelijke de betrokkene een gemakkelijke manier bieden  om  zijn/haar  toestemming  (alleen  indien  toestemming  de  rechtsgrond  vormt), vrijelijk en te allen tijde, in te trekken, en instrumenten ontwikkelen om te kunnen ingaan op verzoeken om gegevensoverdraagbaarheid.
171. De informatie kan worden verstrekt bij de ondertekening van de overeenkomst.

## 3.4.5 Ontvangers

172. In geval van aangifte van diefstal kunnen de locatiegegevens worden doorgegeven aan i) erkende functionarissen van het platform voor bewaking op afstand, en ii) aan de wettelijk erkende autoriteiten.

## 3.4.6 Beveiliging

173. Hier gelden de algemene aanbevelingen. Zie punt 2.7.

---

## Footnotes

1. Verwijzingen naar 'lidstaten' in dit document moeten worden gelezen als verwijzingen naar 'lidstaten van de EER'.

2. Infografiek 'Data and the connected car' (gegevens en de verbonden auto) van het Future of Privacy Forum; https://fpf.org/wp-content/uploads/2017/06/2017\_0627-FPF-Connected-Car-Infographic-Version-1.0.pdf

3. Campagne 'My Car My Data' (mijn auto, mijn gegevens); http://www.mycarmydata.eu/

4. De interoperabele EU-brede eCall; https://ec.europa.eu/transport/themes/its/road/action\_plan/ecall\_en

5. Besluit nr. 585/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de uitrol van de interoperabele eCall-dienst in de hele EU (Voor de EER relevante tekst); https://eur-lex.europa.eu/legalcontent/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32014D0585

6. Werkdocument betreffende de gevolgen van het eCall-initiatief vanuit het oogpunt van bescherming van gegevens en van de persoonlijke levenssfeer; http://ec.europa.eu/justice/article-29/documentation/opinionrecommendation/files/2006/wp125\_nl.pdf

7. Cyberbeveiliging en -weerbaarheid van slimme auto's: https://www.enisa.europa.eu/publications/cybersecurity-and-resilience-of-smart-cars

9. Werkdocument over verbonden voertuigen: https://www.datenschutz-berlin.de/infothek-undservice/veroeffentlichungen/working-paper/

10. Gegevensbeschermingsaspecten van het gebruik van verbonden en niet-verbonden voertuigen; https://www.lda.bayern.de/media/dsk\_joint\_statement\_vda.pdf

12. Nalevingspakket voor een verantwoord gebruik van gegevens in verbonden auto's; https://www.cnil.fr/en/connected-vehicles-compliance-package-responsible-use-data

13. Richtlijn 2008/63/EG van de Commissie van 20 juni 2008 betreffende de mededinging op de markten van telecommunicatie-eindapparatuur (Gecodificeerde versie) (Voor de EER relevante tekst); https://eurlex.europa.eu/legal-content/NL/ALL/?uri=CELEX%3A32008L0063

14. Europees Comité voor gegevensbescherming, Advies 5/2019 over de wisselwerking tussen de eprivacyrichtlijn en de algemene verordening gegevensbescherming, met name wat betreft de taken en bevoegdheden van gegevensbeschermingsautoriteiten, aangenomen op 12 maart 2019, punt 40. 15

17. De toestemming die wordt vereist door artikel 5, lid 3, van de e-privacyrichtlijn en de toestemming die nodig is als rechtsgrond voor de verwerking van gegevens (artikel 6 AVG) voor hetzelfde specifieke doel, kunnen tegelijkertijd worden verkregen (bijvoorbeeld door een vakje aan te vinken waarin duidelijk wordt aangegeven waarmee de betrokkene instemt).

19. Europees Comité voor gegevensbescherming, Richtsnoeren 2/2019 betreffende de verwerking van persoonsgegevens op grond van artikel 6, lid 1, onder b), van de AVG in het kader van de verlening van onlinediensten aan betrokkenen, versie 2.0, 8 oktober 2019, punt 1.

20. PwC Strategy 2014. 'In the fast lane. The bright future of connected cars': https://www.strategyand.pwc.com/media/file/Strategyand\_In-the-Fast-Lane.pdf

21. Zie artikel 2, lid 2, punt c), van de AVG.

22. De Groep gegevensbescherming artikel 29 gaat hier nader op in in Advies 2/2017 over gegevensverwerking op het werk; https://ec.europa.eu/newsroom/article29/item-detail.cfm?item\_id=610169

23. Voor meer informatie, zie: https://www.datenschutzzentrum.de/artikel/1269-Location-Services-canSystematically-Track-Vehicles-with-WiFi-Access-Points-at-Large-Scale.html

25. Richtlijn 2010/40/EU van 7 juli 2020 betreffende het kader voor het invoeren van intelligente vervoerssystemen op het gebied van wegvervoer en voor interfaces met andere vervoerswijzen; https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32010L0040

26. Groep gegevensbescherming artikel 29 - Advies 3/2017 over de verwerking van persoonsgegevens in het kader van coöperatieve intelligente vervoerssystemen (C-ITS); http://ec.europa.eu/newsroom/article29/itemdetail.cfm?item\_id=610171

29. Zie artikel 4, punt 7, AVG en het Europees Comité voor gegevensbescherming, Guidelines 07/2020 on the concepts of controller and processor in the GDPR (Richtsnoeren 7/2020 inzake de begrippen verwerkingsverantwoordelijke en verwerker in de AVG).

30. Zie artikel 4, punt 8, van de AVG en Richtsnoeren 7/2020.

31. Zie artikel 4, punt 9, van de AVG en Richtsnoeren 7/2020.

33. Groep gegevensbescherming artikel 29 - Advies 8/2014 over de recente ontwikkelingen op het gebied van het internet van de dingen; https://ec.europa.eu/justice/article-29/documentation/opinionrecommendation/files/2014/wp223\_nl.pdf

34. Europees Comité voor gegevensbescherming, Richtsnoeren 05/2020 inzake toestemming overeenkomstig Verordening 2016/679, versie 1.1, 4 mei 2020.

35. Zie ook Europees Comité voor gegevensbescherming, Guidelines 10/2020 on restrictions under Article 23 GDPR (Richtsnoeren 10/2020 inzake beperkingen uit hoofde van artikel 23 AVG).

39. Zie ook Europees Comité voor gegevensbescherming, Richtsnoeren 4/2019 inzake artikel 25 Gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen, versie 2.0, aangenomen op 20 oktober 2020.

40. Zie voor meer aanbevelingen over privacy door ontwerp en door standaardinstellingen ook Richtsnoeren 4/2019.

41. Groep gegevensbescherming artikel 29 - Advies 05/2012 over cloud computing; https://ec.europa.eu/justice/article-29/documentation/opinion-recommendation/files/2012/wp196\_nl.pdf

42. Zie artikel 4, punt 1, en overweging 26 van de AVG.

44. Artikel 4, punt 5, van de AVG. Enisa-verslag van 3 december 2019:

45. Artikel 5, lid 1, punt a), en artikel 13 van de AVG. Zie ook Groep gegevensbescherming artikel 29, Guidelines on Transparency under Regulation 2016/679 (wp260rev.01), bekrachtigd door de EDPB.

46. Zie ook Groep gegevensbescherming artikel 29, Richtsnoeren inzake transparantie overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 (wp260rev.01), bekrachtigd door de EDPB.

48. Groep gegevensbescherming artikel 29, Richtlijnen inzake het recht op gegevensoverdraagbaarheid, WP242 rev.01, bekrachtigd door de EDPB, blz. 13.

## Cited law provisions (1)

### GDPR — gdpr-art-23-nl

Beperkingen

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/38089 · 2026-08-22
