# Richtsnoeren 1/2019 voor gedragscodes en toezichthoudende organen in de zin van Verordening 2016/679

- Type: Guidance
- Source: EDPB
- Identifier: edpb-guidelines-gedragscodes-en-toezichthoudende-organen
- Date: 2019-01-01
- Original: https://edpb.europa.eu/sites/default/files/files/file1/edpb_guidelines_201901_v2.0_codesofconduct_nl.pdf
- Canonical: https://overview.legal/posts/38092
- Topics: Market Surveillance Corrective Actions and Enforcement, Notified Body Assessment Procedures, Lawful Basis, GDPR Article 5 Principles of Processing, IP Address, GDPR Subject-Matter and Objectives, Marketing, Fines, Fairness & Transparency, Notified Body Competence Challenges and Dispute Resolution

## Summary

De Europese Toezichthouder voor Gegevensbescherming (EDPB) heeft in dezerichtsnoeren 1/2019 (versie 2.0) praktische leidraad vastgesteld voor de uitwerking, indienering en goedkeuring van gedragscodes alsook voor de accreditatie van toezichthoudende organen in de zin van artikel 40 en volgende van de AVG. Het document verduidelijkt de procedurele en inhoudelijke zorgvereisten die toezichthoudende autoriteiten hanteren bij de toetsing van conceptgedragscodes en bij de accreditering van onafhankelijke toezichthoudende organen, met als doelconsistentie en concurrentverband tussen de lidstatenbevorderen. De richtsnoeren bevatten geen sancties of boetes maar leveren een bindend toetsingskader op voor zowel code-eigenaren als bevoegde toezichthoudende autoriteiten bij de toepassing van de artikelen 40 en 41 van Verordening 2016/679.

## Full text

<!-- image -->

## Richtsnoeren 1/2019 voor gedragscodes en toezichthoudende organen in de zin van Verordening 2016/679

Versie 2.0

4 juni 2019

Translations proofread by EDPB Members. This language version has not yet been proofread.

## Versiegeschiedenis

| Versie 2.0   | 4 juni 2019      | Vaststelling van de richtsnoeren na openbare raadpleging   |
|--------------|------------------|------------------------------------------------------------|
| Versie 1.0   | 12 februari 2019 | Vaststelling van de richtsnoeren voor openbare raadpleging |

## Inhoudsopgave

........................................................................................................................................ 5

| 1 INLEIDING                                                                                                                                             | 1 INLEIDING                                                                                                                                             | 1 INLEIDING                                                                                                                                             |
|---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|
| 1.1                                                                                                                                                     | 1.1                                                                                                                                                     | Toepassingsgebied van deze richtsnoeren .............................................................................. 6                                |
| 2 DEFINITIES ........................................................................................................................................ 7 | 2 DEFINITIES ........................................................................................................................................ 7 | 2 DEFINITIES ........................................................................................................................................ 7 |
| 3 WAT ZIJN GEDRAGSCODES? ............................................................................................................ 7                 | 3 WAT ZIJN GEDRAGSCODES? ............................................................................................................ 7                 | 3 WAT ZIJN GEDRAGSCODES? ............................................................................................................ 7                 |
| 4 WAT ZIJN DE VOORDELEN VAN GEDRAGSCODES? .......................................................................... 8                                  | 4 WAT ZIJN DE VOORDELEN VAN GEDRAGSCODES? .......................................................................... 8                                  | 4 WAT ZIJN DE VOORDELEN VAN GEDRAGSCODES? .......................................................................... 8                                  |
| 5 AANVAARDBAARHEID VAN EEN ONTWERPGEDRAGSCODE ........................................................... 11                                            | 5 AANVAARDBAARHEID VAN EEN ONTWERPGEDRAGSCODE ........................................................... 11                                            | 5 AANVAARDBAARHEID VAN EEN ONTWERPGEDRAGSCODE ........................................................... 11                                            |
| 5.1                                                                                                                                                     | 5.1                                                                                                                                                     | Toelichting en ondersteunende documentatie ..................................................................... 11                                     |
| 5.2                                                                                                                                                     | 5.2                                                                                                                                                     | Vertegenwoordiger ................................................................................................................ 12                   |
| 5.3                                                                                                                                                     | 5.3                                                                                                                                                     | Toepassingsgebied van de verwerking .................................................................................. 12                               |
| 5.4                                                                                                                                                     | 5.4                                                                                                                                                     | Territoriaal toepassingsgebied ............................................................................................... 12                       |
| 5.5                                                                                                                                                     | 5.5                                                                                                                                                     | Indiening bij een bevoegde TA ............................................................................................... 13                        |
| 5.6                                                                                                                                                     | 5.6                                                                                                                                                     | Toezicht op mechanismen ..................................................................................................... 13                        |
| 5.7                                                                                                                                                     | 5.7                                                                                                                                                     | Toezichthoudend orgaan ....................................................................................................... 13                       |
| 5.8                                                                                                                                                     | 5.8                                                                                                                                                     | Raadpleging ........................................................................................................................... 13              |
| 5.9                                                                                                                                                     | 5.9                                                                                                                                                     | Nationale wetgeving .............................................................................................................. 14                   |
| 5.10                                                                                                                                                    | 5.10                                                                                                                                                    | Taal ........................................................................................................................................ 14        |
| 5.11                                                                                                                                                    | 5.11                                                                                                                                                    | Controlelijst ........................................................................................................................... 14            |
| 6 CRITERIA VOOR HET GOEDKEUREN VAN GEDRAGSCODES ............................................................ 14                                         | 6 CRITERIA VOOR HET GOEDKEUREN VAN GEDRAGSCODES ............................................................ 14                                         | 6 CRITERIA VOOR HET GOEDKEUREN VAN GEDRAGSCODES ............................................................ 14                                         |
| 6.1                                                                                                                                                     | 6.1                                                                                                                                                     | Voorziet in een bepaalde behoefte ....................................................................................... 15                            |
| 6.2                                                                                                                                                     | 6.2                                                                                                                                                     | Draagt bij tot de doeltreffende uitvoering van de AVG ......................................................... 15                                      |
| 6.3                                                                                                                                                     | 6.3                                                                                                                                                     | Specificeert de toepassing van de AVG .................................................................................. 16                             |
| 6.4                                                                                                                                                     | 6.4                                                                                                                                                     | Bevat voldoende waarborgen ................................................................................................ 17                          |
| 6.5                                                                                                                                                     | 6.5                                                                                                                                                     | Bevat mechanismen die doeltreffend toezicht mogelijk maken ............................................ 17                                              |
| 7 INDIENING, AANVAARDBAARHEID EN GOEDKEURING (NATIONALE GEDRAGSCODE) ................... 18                                                             | 7 INDIENING, AANVAARDBAARHEID EN GOEDKEURING (NATIONALE GEDRAGSCODE) ................... 18                                                             | 7 INDIENING, AANVAARDBAARHEID EN GOEDKEURING (NATIONALE GEDRAGSCODE) ................... 18                                                             |
| 7.1                                                                                                                                                     | 7.1                                                                                                                                                     | Indiening ................................................................................................................................ 18           |
| 7.2                                                                                                                                                     | 7.2                                                                                                                                                     | Aanvaardbaarheid van een gedragscode ............................................................................... 18                                 |
| 7.3                                                                                                                                                     | 7.3                                                                                                                                                     | Goedkeuring .......................................................................................................................... 19               |
| 8                                                                                                                                                       | INDIENING, AANVAARDBAARHEID EN GOEDKEURING (TRANSNATIONALE GEDRAGSCODE) ........ 19                                                                     | INDIENING, AANVAARDBAARHEID EN GOEDKEURING (TRANSNATIONALE GEDRAGSCODE) ........ 19                                                                     |
| 8.1                                                                                                                                                     | 8.1                                                                                                                                                     | Indiening ................................................................................................................................ 19           |
| 8.2                                                                                                                                                     | 8.2                                                                                                                                                     | Aanvaardbaarheid van een gedragscode ............................................................................... 20                                 |
| 8.3                                                                                                                                                     | 8.3                                                                                                                                                     | Samenwerking ....................................................................................................................... 20                 |
| 8.4                                                                                                                                                     | 8.4                                                                                                                                                     | Weigering .............................................................................................................................. 21             |

| 8.5                                                                                                                                          | 8.5                                                                                                                                          | Voorbereiding voor voorlegging aan het Comité ................................................................... 21             |
|----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|
| 8.6                                                                                                                                          | Het Comité                                                                                                                                   | ............................................................................................................................. 21 |
| 8.7 Goedkeuring ..........................................................................................................................   | 8.7 Goedkeuring ..........................................................................................................................   | 21                                                                                                                               |
| 9 BETROKKENHEID ............................................................................................................................ | 9 BETROKKENHEID ............................................................................................................................ | 22                                                                                                                               |
| 10 DE ROL VAN DE COMMISSIE ......................................................................................................            | 10 DE ROL VAN DE COMMISSIE ......................................................................................................            | 22                                                                                                                               |
| 11 TOEZICHT OP EEN GEDRAGSCODE .............................................................................................                 | 11 TOEZICHT OP EEN GEDRAGSCODE .............................................................................................                 | 22                                                                                                                               |
| 12 ACCREDITATIEVEREISTEN VOOR TOEZICHTHOUDENDE ORGANEN ...........................................                                           | 12 ACCREDITATIEVEREISTEN VOOR TOEZICHTHOUDENDE ORGANEN ...........................................                                           | 23                                                                                                                               |
| 12.1                                                                                                                                         | Onafhankelijkheid ..................................................................................................................         | 23                                                                                                                               |
| 12.2                                                                                                                                         | Belangenconflict ....................................................................................................................        | 24                                                                                                                               |
| 12.3                                                                                                                                         | Deskundigheid .......................................................................................................................        | 25                                                                                                                               |
| 12.4                                                                                                                                         | Vaste procedures en structuren ............................................................................................                  | 25                                                                                                                               |
| 12.5                                                                                                                                         | Transparante klachtenbehandeling .......................................................................................                     | 26                                                                                                                               |
| 12.6                                                                                                                                         | Communicatie met de bevoegde toezichthoudende autoriteit .............................................                                       | 27                                                                                                                               |
| 12.7                                                                                                                                         | Toetsingsmechanismen .........................................................................................................               | 27                                                                                                                               |
| 12.8                                                                                                                                         | Rechtsstatus ...........................................................................................................................     | 27                                                                                                                               |
| 13                                                                                                                                           | GOEDGEKEURDE GEDRAGSCODES .............................................................................................                      | 27                                                                                                                               |
| 14                                                                                                                                           | INTREKKING VAN DE ACCREDITATIE VAN EEN TOEZICHTHOUDEND ORGAAN ..........................                                                     | 28                                                                                                                               |
| 15                                                                                                                                           | GEDRAGSCODES IN DE OPENBARE SECTOR ...............................................................................                           | 28                                                                                                                               |
| AANHANGSEL 1 - Onderscheid tussen nationale en transnationale gedragscodes ...............................                                   | AANHANGSEL 1 - Onderscheid tussen nationale en transnationale gedragscodes ...............................                                   | 30                                                                                                                               |
| AANHANGSEL 2 - Een bevoegde TA kiezen ............................................................................................           | AANHANGSEL 2 - Een bevoegde TA kiezen ............................................................................................           | 31                                                                                                                               |
| AANHANGSEL 3 - Checklist voor indiening .............................................................................................        | AANHANGSEL 3 - Checklist voor indiening .............................................................................................        | 32                                                                                                                               |
| AANHANGSEL 4 - Stroomschema TRANSNATIONALE CODE                                                                                              | AANHANGSEL 4 - Stroomschema TRANSNATIONALE CODE                                                                                              |                                                                                                                                  |

.................................................................. 33

## Het Europees Comité voor gegevensbescherming

Gezien artikel 70, lid 1, onder n), en de artikelen 40 en 41 van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees  Parlement  en  de  Raad  van 27 april 2016  betreffende  de  bescherming  van  natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (hierna "AVG" genoemd),

Gezien de EER-overeenkomst en in het bijzonder bijlage XI bij, en protocol 37 van die overeenkomst, als gewijzigd bij Besluit nr. 154/2018 van het Gemengd Comité van de EER van 6 juli 2018,

Gezien de artikelen 12 en 22 van het reglement van orde van het Gemengd Comité van de EER van 25 mei 2018,

## HEEFT HET VOLGENDE ADVIES VASTGESTELD:

## 1 INLEIDING

1. De algemene verordening gegevensbescherming 1 (hierna "AVG" genoemd) is op 25 mei 2018 in werking  getreden.  Een  van  de  belangrijkste  doelstellingen  van  de  AVG  is  te  zorgen  voor  een consistent niveau van gegevensbescherming in heel de Europese Unie en te voorkomen dat het vrije verkeer van persoonsgegevens op de interne markt wordt gehinderd door verschillen 2 .  De AVG gaat uit van het beginsel van de verantwoordingsplicht, op grond waarvan de verwerkingsverantwoordelijken  verantwoordelijk  zijn  voor  de  naleving  van  de  AVG  en  die naleving moeten kunnen aantonen 3 .  De bepalingen van de artikelen 40 en 41 van de AVG over gedragscodes  vormen  een  praktische,  in  beginsel  kosteneffectieve  en  zinvolle  manier  om  een grotere mate van consistentie te bereiken in de bescherming van rechten op gegevensbescherming. Gedragscodes kunnen fungeren als mechanisme om naleving van de AVG aan  te  tonen 4 . Met  name  kunnen  zij  ook  bijdragen  tot  het  wegnemen  van  de  eventuele verschillen tussen de lidstaten in de manier waarop zij gegevensbeschermingsrecht toepassen 5 . Daarnaast  bieden  zij  bepaalde  sectoren  de  mogelijkheid  na  te  denken  over  gebruikelijke gegevensverwerkingsactiviteiten  en  praktische  maatwerkregels  voor  gegevensbescherming  die voorzien in de behoeften van de sector en beantwoorden aan de eisen van de AVG 6 .


3 Zie artikel 5, lid 2, van de AVG.

2 Zie overweging 13 van de AVG.


Dit is met name het geval als een gedragscode betrekking heeft op verwerkingsactiviteiten in diverse lidstaten. 6 Gedragscodes hoeven niet per se op één specifieke sector van toepassing te zijn, maar kunnen bijvoorbeeld ook  gelden  voor  verschillende  sectoren  met  een  gemeenschappelijke  verwerkingsactiviteit  en  dezelfde verwerkingskenmerken en -behoeften. Wanneer een gedragscode een sectoroverschrijdende werking heeft,


2. De lidstaten, de toezichthoudende autoriteiten, het Europees Comité voor gegevensbescherming (hierna  het  "Comité"  genoemd) en de Europese Commissie (hierna de "Commissie" genoemd) zijn  verplicht  het  opstellen  van  gedragscodes  te  bevorderen  om  bij  te  dragen  tot  de  juiste toepassing van de AVG 7 .  Deze richtsnoeren dienen ter ondersteuning van gedragscodehouders bij het opstellen, wijzigen of uitbreiden van gedragscodes.

## 1.1 Toepassingsgebied van deze richtsnoeren

3. Het doel van deze richtsnoeren is een praktische leidraad en interpretatieve hulp te bieden bij de toepassing van de artikelen 40 en 41 van de AVG. Zij zijn bedoeld als toelichting op de regels en procedures rond de indiening, goedkeuring en bekendmaking van gedragscodes op nationaal en op  Europees  niveau.  In  de  richtsnoeren  worden  de  minimumeisen  beschreven  waaraan  een gedragscode moet voldoen voordat een bevoegde toezichthoudende autoriteit (hierna "bevoegde TA" genoemd) de gedragscode grondig toetst en evalueert 8 . Daarnaast bevatten zij de inhoudelijke factoren die in acht moeten worden genomen bij het vaststellen of een bepaalde gedragscode geschikt is voor, en bijdraagt tot de juiste en doeltreffende uitvoering 9 van de AVG. Tot slot wordt in de richtsnoeren uiteengezet welke eisen gelden voor het doeltreffende toezicht op de naleving van een gedragscode 10 .
4. Voorts zijn deze richtsnoeren bedoeld als duidelijk kader voor alle bevoegde TA's, het Comité en de Commissie met het oog op een consequente evaluatie van de gedragscodes en stroomlijning van de beoordelingsprocedures. Dat kader zou tevens moeten zorgen voor meer transparantie door  te  waarborgen  dat  gedragscodehouders  die  goedkeuring  van  een  gedragscode  willen aanvragen, volledig bekend zijn met het proces en de formele eisen en de toepasselijke drempels voor goedkeuring begrijpen.
5. Het Comité zal in een apart document ingaan op richtsnoeren voor gedragscodes als instrument voor doorgifte van gegevens in de zin van artikel 40, lid 3, van de AVG.
6. Alle eerder goedgekeurde gedragscodes 11 zullen opnieuw moeten worden getoetst  en geëvalueerd overeenkomstig de eisen van de AVG, waarna zij opnieuw worden ingediend voor goedkeuring  overeenkomstig  de  artikelen  40  en  41  en  de  in  dit  document  beschreven procedures.

kunnen op grond van die code meerdere toezichthoudende organen worden aangewezen. In dat geval moet in de gedragscode ondubbelzinnig zijn omschreven welke reikwijdte de functies van het toezichthoudend orgaan zullen hebben, met andere woorden wat de sectoren zijn met betrekking waartoe elk toezichthoudend orgaan zijn  functies op grond van artikel 41 en de mechanismen waarover elk toezichthoudend orgaan beschikt, zal uitoefenen. In dat opzicht gelden de desbetreffende onderdelen van deze richtsnoeren waarin  de verantwoordelijkheden, verplichtingen en accreditatievereisten voor toezichthoudende organen zijn vastgelegd, afzonderlijk voor elk toezichthoudend orgaan dat op grond van de gedragscode is benoemd.


7 Artikel 40, lid 1, van de AVG.


11 Door nationale toezichthoudende autoriteiten voor gegevensbescherming of de Groep van artikel 29 vóór de AVG en deze richtsnoeren.


## 2 DEFINITIES

Accreditatie: de vaststelling dat het voorgestelde toezichthoudend orgaan voldoet aan de eisen van artikel 41 van de AVG voor het uitoefenen van toezicht op naleving van een gedragscode. Deze verificatie wordt verricht door de toezichthoudende autoriteit waarbij goedkeuring van de gedragscode is aangevraagd (artikel 41, lid 1). De accreditatie van een toezichthoudend orgaan geldt alleen voor een specifieke gedragscode 12 .

Gedragscodehouders: verenigingen  of  andere  organen  die  hun  gedragscode 13 opstellen  en indienen en die beschikken over een wettelijke status in overeenstemming met de gedragscode en het nationaal recht.

Bevoegde TA: de toezichthoudende autoriteit die bevoegd is op grond van artikel 55 van de AVG. Toezichthoudend orgaan: een of meer organen/comités (binnen of buiten de gedragscodehouders 14 )  die  een  toezichthoudende  functie  vervullen  om  te  verifiëren  en  te waarborgen dat de gedragscode wordt nageleefd overeenkomstig artikel 41.

Betrokken TA: heeft dezelfde betekenis als die in artikel 4, lid 22, van de AVG.

Nationale gedragscode: een gedragscode die betrekking heeft op verwerkingsactiviteiten binnen één lidstaat.

Transnationale gedragscode: een gedragscode die betrekking heeft op verwerkingsactiviteiten in meer dan een lidstaat.

## 3 WAT ZIJN GEDRAGSCODES?

7. AVG-gedragscodes  zijn  vrijwillige  instrumenten  voor  verantwoording  waarin  per  categorie verwerkingsverantwoordelijken  en  verwerkers  specifieke  regels  voor  gegevensbescherming worden beschreven.  De  gedragscodes  kunnen  als  instrument  voor  verantwoording  nuttig  en doeltreffend zijn door gedetailleerd te beschrijven wat de meest passende juridische en ethische gedragingen van een sector zijn. Wat gegevensbescherming betreft, kunnen gedragscodes dus dienst  doen  als  een  regelboek  voor  verwerkingsverantwoordelijken  en  verwerkers  die  AVRconforme gegevensverwerkingsactiviteiten ontwerpen en uitvoeren overeenkomstig de beginselen van gegevensbescherming van het Europees en nationaal recht.
8. Handelsverenigingen  of  organen  die  een  sector  vertegenwoordigen,  kunnen  gedragscodes opstellen als instrument voor hun sector om de AVG doelmatig en potentieel kosteneffectief na te  leven.  Zoals  is  bepaald  in  de  niet-limitatieve  lijst  in  artikel  40,  lid  2, van  de  AVG,  kunnen gedragscodes met name ingaan op onderwerpen zoals:
3. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; behoorlijke en transparante verwerking;
4. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; gerechtvaardigde belangen van verwerkingsverantwoordelijken in specifieke contexten;
5. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; de verzameling van gegevens; de pseudonimisering van persoonsgegevens;

12 Een  toezichthoudend  orgaan  kan  echter  voor  meer  dan  één  gedragscode  zijn  geaccrediteerd,  mits  het voldoet aan de eisen voor accreditatie.


13 Overeenkomstig overweging 98 van de AVG.

- GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; de  aan  natuurlijke  personen  verstrekte  informatie  en  de  uitoefening  van  rechten  van natuurlijke personen;
- GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; de aan kinderen verstrekte informatie en de bescherming van kinderen (inclusief mechanismen om ouderlijke toestemming te krijgen);
- GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; technische  en  organisatorische  maatregelen,  inclusief  gegevensbescherming  door  ontwerp en door standaardinstellingen en beveiligingsmaatregelen;
- GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; kennisgeving van inbreuk;
- GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; gegevensdoorgiften buiten de EU; of
- GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; procedures voor geschillenbeslechting.
9. Met de AVG wordt de gegevensbeschermingsrichtlijn (95/46/EG) ingetrokken en een specifieker, gedetailleerder kader geboden voor gedragscodes, de eisen waaraan moet worden voldaan en de  procedures  voor  het  verkrijgen  van  goedkeuring,  evenals  de  registratie,  bekendmaking  en bevordering ervan na goedkeuring. Samen  met  deze richtsnoeren dient dat kader ter aanmoediging  van  gedragscodehouders  om  voor  hun  verwerkingssector  rechtstreeks  bij  te dragen tot de opstelling van normen en regels voor de bescherming van gegevens.
10. Het is belangrijk op te merken dat gedragscodes een van een aantal vrijwillige instrumenten zijn uit een reeks instrumenten voor de verantwoording van gegevensbescherming die door de AVG worden geboden, zoals  gegevensbeschermingseffectbeoordelingen 15 en certificering 16 .  Dat  zijn mechanismen  waarvan  organisaties  gebruik  kunnen  maken  om  aan  te  tonen  dat  zij  de  AVG naleven 17 .

## 4 WAT ZIJN DE VOORDELEN VAN GEDRAGSCODES?

11. Gedragscodes bieden de mogelijkheid een reeks voorschriften vast te stellen die ertoe bijdragen dat  de  AVG  op  een  praktische,  transparante  en  potentieel  kosteneffectieve  wijze  wordt toegepast, rekening houdend met de nuances voor een bepaalde sector en/of de verwerkingsactiviteiten daarvan. Gedragscodes kunnen voor verwerkingsverantwoordelijken en verwerkers  worden  opgesteld  op  grond  van  de  specifieke  kenmerken  van  de  verwerking  in bepaalde sectoren en de specifieke behoeften van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen 18 .  Gedragscodes  kunnen  een  bijzonder  belangrijk  instrument  zijn  voor  zowel kmo's als  micro-ondernemingen 19 ,  want  daarmee  krijgen  zij  een  mechanisme  in  handen  om kosteneffectiever aan de eisen van gegevensbescherming te voldoen.


17 Het naleven van een gedragscode is voor verwerkingsverantwoordelijken/verwerkers op zich geen garantie voor naleving van de AVG of vrijwaring tegen sancties of aansprakelijkheid krachtens de AVG.



19 In het bijzonder worden in artikel 40, lid 1, van de AVG gedragscodes genoemd als oplossing om te voorzien in de behoeften van zulke ondernemingen.

Zo zouden micro-ondernemingen die zich bezighouden met vergelijkbare onderzoeksactiviteiten  op gezondheidsgebied, via  hun  respectieve  verenigingen  de  handen ineen  kunnen  slaan  om  gezamenlijk  een  gedragscode  tot  stand  te  brengen  voor  de verzameling  en  verwerking  van  hun  gezondheidsgegevens  in  plaats  van  te  proberen  een dergelijke  vergaande  analyse  van  gegevensbescherming  zelf  uit  te  voeren.  Gedragscodes bieden  ook  toezichthoudende  autoriteiten  voordelen,  omdat  zij  via  de  gedragscodes  meer begrip van, en inzicht in de gegevensverwerkingsactiviteiten van een specifieke beroepsgroep kunnen krijgen.

12. Gedragscodes  kunnen  verwerkingsverantwoordelijken  en  verwerkers  leidraad  bieden  bij  de naleving van de AVG door in te gaan op zaken zoals een behoorlijke en transparante verwerking, gerechtvaardigde belangen, maatregelen voor beveiliging en gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen en verplichtingen van de verwerkingsverantwoordelijke. Gedragscodes  staan  alle  verwerkingssectoren  ter  beschikking  en  het  toepassingsgebied  ervan kan zo beperkt of uitgebreid zijn als nodig is voor de betrokken sector 20 ,  mits  de  gedragscode bijdraagt tot de juiste en doeltreffende uitvoering van de AVG 21 .

Er kan bv. goedkeuring worden aangevraagd voor een reeks voorschriften die ervoor zouden moeten zorgen dat een bepaalde liefdadigheidssector kan waarborgen dat de verwerkingsregeling  in  de  sector  behoorlijk  en  transparant  is.  Diezelfde  sector  zou  er  ook voor  kunnen  kiezen  om  met  behulp  en  onder  juiste  toepassing  van  een  groot  aantal bepalingen van de AVG een gedragscode op te stellen voor al zijn verwerkingsactiviteiten, van  de  rechtsgrond  voor  het  verzamelen  van  persoonsgegevens  tot  het  kennisgeven  van inbreuken op persoonsgegevens.

13. Gedragscodes  kunnen  voorzien  in  een  zekere  co-regulering,  met  als  potentieel  gevolg  dat verwerkingsverantwoordelijken en verwerkers minder op toezichthouders voor gegevensbescherming  zijn  aangewezen  voor  meer  op  hun  verwerkingsactiviteiten  afgestemde richtsnoeren.

20 Artikel  40,  lid  2,  van  de  AVG  heeft  betrekking  op  codes  die  worden  opgesteld  door  organisaties  die "categorieën van verwerkingsverantwoordelijken of verwerkers" vertegenwoordigen. Dit biedt mogelijkheden voor  sectoroverschrijdende  codes,  voor  zover  praktisch  uitvoerbaar,  mits  aan  de  criteria  ten  aanzien  van representativiteit is voldaan.

21 Een gedragscode met een beperkt toepassingsgebied moet het voor betrokkenen (en ten genoegen van een bevoegde TA) voldoende duidelijk maken dat het volgen van de gedragscode door verwerkingsverantwoordelijken/verwerkers niet per se volstaat voor naleving van alle wetgeving. Een manier om  dit  op  passende  wijze  te  ondervangen,  is  te  zorgen  voor  afdoende  transparantie  ten  aanzien  van  het beperkte toepassingsgebied van de gedragscode tegenover de volgers van de gedragscode en de betrokkenen.

14. Gedragscodes kunnen verwerkingsverantwoordelijken en verwerkers een zekere autonomie en vrijheid  geven  bij  het  formuleren  en  overeenkomen  van  beste  praktijken  voor  hun  sector.  Zij kunnen  de  kans  bieden  om  op  bepaalde  gebieden  verwerkingsactiviteiten  volgens  beste praktijken te consolideren. Ook kunnen zij voor ondernemingen een essentieel instrument gaan vormen  om  kritieke  problemen  in  hun  verwerkingsprocedures  op  te  lossen  en  te  komen  tot betere naleving van de eisen van gegevensbescherming.
15. Gedragscodes kunnen zorgen voor broodnodig vertrouwen en juridische zekerheid in de vorm van praktische oplossingen voor problemen die bepaalde sectoren ondervinden in verband met veelvoorkomende  verwerkingsactiviteiten.  Zij  zetten  aan  tot  een  collectieve  en consequente benadering van de gegevensverwerkingsbehoeften van een bepaalde sector.
16. Gedragscodes kunnen een doeltreffend instrument zijn om het vertrouwen van betrokkenen te winnen. Gedragscodes lenen zich om een passend antwoord te geven op diverse kwesties die veelal  voortkomen  uit  bezorgdheid  onder  het  algemene  publiek  of  mogelijk  zelfs  binnen  de sector zelf; gedragscodes kunnen dan dienen om tegenover natuurlijke personen de transparantie ten aanzien van de verwerking van hun persoonsgegevens te vergroten.

Zo maakt een goedgekeurde, uitgewerkte gedragscode het mogelijk om bij de verwerking van  gezondheidsgegevens voor onderzoeksdoeleinden  zorgen weg  te  nemen  over  de  te treffen maatregelen om naleving van de voorschriften voor de verwerking van gevoelige gezondheidsinformatie  te  waarborgen.  In  een  dergelijke  gedragscode  zou  het  volgende kunnen worden beschreven op een behoorlijke en transparante wijze:

- GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; de passende waarborgen voor de aan betrokkenen te verstrekken informatie;
- GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; de passende waarborgen voor de van derden verkregen gegevens;
- GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; de bekendmaking of verspreiding van de gegevens;
- GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; de passende criteria om eerbiediging van het beginsel van gegevensminimalisering te waarborgen;
- GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; de specifieke beveiligingsmaatregelen;
- GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; passende schema's voor het bewaren van gegevens; en
- GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; de mechanismen om de gegevens te beheren bij uitoefening van de rechten door betrokkenen (overeenkomstig de artikelen 32 en 89 van de AVG).
17. Daarnaast kunnen gedragscodes voorzien in een belangrijk en nuttig mechanisme bij internationale  doorgifte.  De  AVG  bevat  nieuwe  bepalingen  op  grond  waarvan  derden  zich kunnen  aansluiten  bij  goedgekeurde  gedragscodes  om  te  voldoen  aan  wettelijke  eisen  en  te voorzien in passende waarborgen voor de internationale doorgifte van persoonsgegevens naar

derde landen 22 .  Bovendien kunnen dergelijke goedgekeurde gedragscodes ertoe leiden dat het met de AVG aan de bredere internationale gemeenschap geboden beschermingsniveau wordt bevorderd  en  in  stand  gehouden,  en  dat  duurzame  en  wettige  vormen  van  internationale doorgifte van persoonsgegevens mogelijk worden. Verder kunnen zij dienen als mechanisme om het  vertrouwen  van  de  betrokkenen  in  de  verwerking  van  gegevens  buiten  de  Europese Economische Ruimte te vergroten en te versterken 23 .

18. Goedgekeurde gedragscodes zijn in beginsel voor zowel verwerkers als verwerkingsverantwoordelijken  een  doeltreffend  instrument  voor  verantwoording.  Zoals  is beschreven  in  overweging  77  en  artikel  24,  lid  3,  van  de  AVG,  wordt  aansluiting  bij  een goedgekeurde  gedragscode  voor  een  verwerkingsverantwoordelijke  of  verwerker  onder  meer gezien als een geschikte manier om naleving van bepaalde onderdelen of beginselen van de AVG of de AVG als geheel aan te tonen 24 . Aansluiting bij een goedgekeurde gedragscode wordt ook in aanmerking genomen door toezichthoudende autoriteiten wanneer zij specifieke kenmerken van gegevensverwerking zoals de beveiligingsaspecten 25 evalueren, in het kader van een gegevensbeschermingseffectbeoordeling 26 het  effect  van  verwerkingen  beoordelen  of  een administratieve geldboete 27 opleggen. Bij schending van een bepaling van de AVG kan aansluiting bij een goedgekeurde gedragscode duidelijk maken hoe groot de behoefte is aan tussenkomst in de vorm van een doeltreffende, evenredige, afschrikkende administratieve geldboete of andere corrigerende maatregel van de toezichthoudende autoriteit 28 .

## 5 AANVAARDBAARHEID VAN EEN ONTWERPGEDRAGSCODE 29

19. Er  zijn  enkele  voorwaarden  waaraan  moet  worden  voldaan  voordat  een  bevoegde  TA  kan beginnen met een volledige beoordeling en toetsing van een gedragscode in de zin van artikel 40, lid  5,  van  de  AVG.  Het  doel  daarvan  is  te  bewerkstelligen  dat  iedere  ontwerpgedragscode doelmatig kan worden geëvalueerd. De volgende criteria zijn van toepassing:

## 5.1 Toelichting en ondersteunende documentatie

20. Iedere  voor  goedkeuring  ingediende  ontwerpgedragscode  gaat  vergezeld  van  een  duidelijke, beknopte toelichting met nadere bijzonderheden over het doel en het toepassingsgebied van de gedragscode 30 en hoe de gedragscode bijdraagt tot de doeltreffende uitvoering van de AVG 31 . Op



23 Het  Comité  verstrekt  aparte  richtsnoeren  voor  het  gebruik  van  gedragscodes  als  mechanisme  om internationale doorgifte te faciliteren.

25 Artikel 32, lid 3, van de AVG.


26 Artikel 35, lid 8, van de AVG.

28 Ibid.

30 De volgende niet-limitatieve categorieën kunnen van toepassing zijn: identificatie van leden, verwerkingsactiviteit, betrokkenen, typen gegevens, jurisdicties, betrokken TA's (artikel 4, lid 22, van de AVG).

29 Dit  is  tevens  van  toepassing  op  alle  (nationale  en  transnationale)  gedragscodes,  evenals  op  gewijzigde  of uitgebreide gedragscodes.

die manier wordt de behandeling bespoedigd en wordt er gezorgd voor de duidelijkheid die bij elke aanvraag is vereist. Verder wordt de aanvraag indien nodig ondersteund door documentatie ter onderbouwing van de ontwerpgedragscode en de toelichting 32 .

## 5.2 Vertegenwoordiger

21. Een gedragscode wordt ingediend door een vereniging/consortium van verenigingen of andere organen  die  categorieën  verwerkingsverantwoordelijken  of  verwerkers  (gedragscodehouders) vertegenwoordigen overeenkomstig artikel 40, lid 2. Op een niet-limitatieve lijst van voorbeelden van  mogelijke  gedragscodehouders  zouden  kunnen  staan:  handels- en  vertegenwoordigende verenigingen, sectorale organisaties, academische organisaties en belangengroepen.
22. De  gedragscodehouders tonen tegenover de bevoegde TA aan dat zij als vertegenwoordigend orgaan doeltreffend zijn en dat zij in staat zijn de behoeften van hun leden te begrijpen en de desbetreffende  verwerkingsactiviteit  of -sector  duidelijk  af  te  bakenen. Afhankelijk  van  de afbakening en parameters van de betrokken sector kan de representativiteit worden afgeleid uit onder andere de volgende elementen:
3. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; aantal of percentage potentiële bij de gedragscode aangesloten leden onder de verwerkingsverantwoordelijken of verwerkers in die sector;
4. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; ervaring van het vertegenwoordigend orgaan in verband met de sector en verwerkingsactiviteiten voor de gedragscode.

## 5.3 Toepassingsgebied van de verwerking

23. De ontwerpgedragscode heeft een afgebakend toepassingsgebied waarbinnen de activiteiten (of kenmerken) van de verwerking van de betrokken persoonsgegevens helder en nauwkeurig zijn bepaald,  evenals  de  categorieën  verwerkingsverantwoordelijken  of  verwerkers  waarop  de gedragscode  betrekking  heeft.  Daaronder  vallen  de  verwerkingskwesties  waarvoor  met  de gedragscode wordt beoogd praktische oplossingen te bieden.

## 5.4 Territoriaal toepassingsgebied

24. De ontwerpgedragscode vermeldt of het een nationale of transnationale gedragscode betreft, en bevat bijzonderheden over het territoriale toepassingsgebied, onder opgave van alle jurisdicties waarop  de  gedragscode  van  toepassing  zou  moeten  zijn.  Voor  transnationale  gedragscodes (evenals  gewijzigde  of  uitgebreide  transnationale  gedragscodes)  wordt  een  lijst  van  betrokken TA's bijgevoegd. Aanhangsel 1 geeft een beschrijving van het onderscheid tussen nationale en transnationale gedragscodes.

31 Dit document biedt gedragscodehouders de gelegenheid om aan te tonen waarom en op grond waarvan hun gedragscode zou moeten worden goedgekeurd. Het biedt gedragscodehouders een platform om duidelijk te maken  waarom  de  voorgestelde  waarborgen  passend  zijn  en  om  aan  te  tonen  dat  de  voorgestelde mechanismen geschikt zijn voor het beoogde doel.

32 Enkele voorbeelden zijn een overzicht van het gevoerde overleg, informatie over leden en onderzoek waaruit blijkt dat de gedragscode nodig is.

## 5.5 Indiening bij een bevoegde TA

25. De gedragscodehouders zien erop toe dat de toezichthoudende autoriteit die zij kiezen om hun ontwerpgedragscode  te  laten  toetsen,  daartoe  bevoegd  is  krachtens  artikel  55  van  de  AVG 33 . Aanhangsel 2 bevat verdere informatie aan de hand waarvan gedragscodehouders een bevoegde TA kunnen kiezen voor een transnationale gedragscode.

## 5.6 Toezicht op mechanismen

26. In de ontwerpgedragscode worden mechanismen voorgesteld waarmee kan worden toegezien op naleving door de partijen die zich tot toepassing van de gedragscode hebben verplicht 34 . Dat geldt zowel voor gedragscodes in de openbare sector als voor die in de niet-openbare sector.

## 5.7 Toezichthoudend orgaan

27. In een ontwerpgedragscode voor verwerkingsactiviteiten van particuliere, nietoverheidsinstanties of -organen zijn tevens een of meer toezichthoudende organen vermeld en mechanismen opgenomen waarmee die organen hun functies kunnen uitoefenen overeenkomstig  artikel  41  van  de  AVG 35 .  De  vermelde  toezichthoudende  organen  hebben  de benodigde status om zich in de uitoefening van hun functie volledig te kunnen kwijten van hun verantwoordingsplicht 36 .  Daartoe  zijn  de  toezichthoudende  organen  door  de  bevoegde  TA geaccrediteerd overeenkomstig artikel 41, lid 1, van de AVG 37 .

## 5.8 Raadpleging

28. Een  ontwerpgedragscode  bevat  informatie  over  de  omvang  van  het  gevoerde  overleg.  In overweging  99  van  de  AVG  staat  dat  er  bij  het  opstellen  (c.q.  wijzigen/uitbreiden)  van  een gedragscode  moet  worden  overlegd  met  de  belanghebbenden  ter  zake,  waaronder  indien mogelijk  met  betrokkenen.  Bij  het  indienen  van  hun  aanvraag  voor  goedkeuring  worden gedragscodehouders daarom geacht te bevestigen en aan te tonen dat er afdoende is overlegd met de belanghebbenden ter zake. Zij verstrekken hiertoe, voor zover relevant, informatie over andere gedragscodes waar potentiële bij de gedragscode aangesloten leden aan gebonden zijn, en lichten toe hoe hun gedragscode andere gedragscodes aanvult. Daarbij geven zij tevens een beschrijving  van  de  mate  en  de  aard  van  het  plaatsgevonden  overleg  met  hun  leden,  andere belanghebbenden  en  betrokkenen  of  vertegenwoordigende  verenigingen/organen 38 . In  de praktijk wordt ten zeerste aanbevolen te overleggen met de leden van de organisatie die, of het


35 Ook  een  gedragscode  voor  de  openbare  sector  bevat  passende  mechanismen  om  toe  te  zien  op  de gedragscode.

34 Zie artikel 40, lid 4, van de AVG.

36 Overeenkomstig artikel 83, lid 4, onder c), van de AVG zijn bij niet-nakoming van de verplichtingen van een toezichthoudend orgaan administratieve geldboeten van toepassing.

38 Gedragscodehouders kunnen bv. beschrijven hoe zij de na overleg ontvangen bijdragen hebben beoordeeld.


orgaan dat als gedragscodehouder handelt, met inachtneming van de verwerkingsactiviteit bij de klanten van die leden. Indien overleg met bepaalde belanghebbenden ter zake niet mogelijk was en daardoor niet heeft plaatsgevonden, is het aan de gedragscodehouder een en ander toe te lichten.

## 5.9 Nationale wetgeving

29. Gedragscodehouders  bevestigen  dat  de  ontwerpgedragscode  in  overeenstemming  is  met  de desbetreffende nationale wetgeving, met name als de gedragscode bestemd is voor een sector die valt onder bepaalde nationale wettelijke bepalingen of als de gedragscode betrekking heeft op verwerkingsverrichtingen die moeten worden beoordeeld in het licht van bepaalde ter zake doende nationale vereisten en wettelijke verplichtingen.

## 5.10 Taal

30. Gedragscodehouders  zijn  gebonden  aan  de  taaleisen  van  de  bevoegde  TA  bij  wie  zij  hun gedragscode indienen. In het algemeen moet een gedragscode worden ingediend in de taal van de bevoegde TA van die lidstaat 39 . Transnationale gedragscodes worden ingediend in de taal van de bevoegde TA en tevens in het Engels 40 .

## 5.11 Controlelijst

31. In laatste instantie is het aan de gekozen bevoegde TA om te bepalen of de ontwerpgedragscode de  volgende  fase  van  de  evaluatie  ingaat,  d.w.z.  of  zij  overgaat  tot  een  volledige  inhoudelijke beoordeling  overeenkomstig  de  artikelen  40  en  41  van  de  AVG  en  de  hierna  beschreven procedures.  De  checklist  in aanhangsel  3 dient  als  verwijzing  voor  aan  een  bevoegde  TA verstrekte documentatie en als kader voor de indiening van de ontwerpgedragscode.

## 6 CRITERIA VOOR HET GOEDKEUREN VAN GEDRAGSCODES

32. Gedragscodehouders worden geacht te kunnen aantonen hoe hun gedragscode bijdraagt tot de juiste  toepassing  van  de  AVG,  met  inachtneming  van  de  specifieke  kenmerken  van  de diverse verwerkingssectoren,  evenals  de  specifieke  voorschriften  en  verplichtingen  van  de  betrokken verwerkingsverantwoordelijken  of  verwerkers.  Deze  algemene  eis  heeft  een  aantal  aspecten. Gedragscodehouders moeten kunnen aantonen dat hun ontwerpgedragscode:
2. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; voorziet in een bepaalde behoefte van de betrokken sector of verwerkingsactiviteit;
3. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; bijdraagt tot de juiste toepassing van de AVG;
4. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; de toepassing van de AVG specificeert;

39 Sommige lidstaten  hebben  mogelijk  nationale  wetgeving  waarin  is  bepaald  dat  een  ontwerpgedragscode moet worden ingediend in de nationale taal van de betrokken lidstaat; gedragscodehouders doen er daarom goed aan zich hierover te informeren bij de bevoegde TA voordat zij hun ontwerpgedragscode officieel voor goedkeuring indienen.

40 Overeenkomstig  afdeling  23  van  het  reglement  van  orde  van  het  Comité  is  Engels  de  werktaal  van  het Comité.

- GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; voldoende waarborgen 41 bevat; en
- GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; doeltreffende mechanismen voor toezicht op naleving van de gedragscode bevat.

## 6.1 Voorziet in een bepaalde behoefte

33. Gedragscodehouders kunnen aantonen dat er behoefte is aan het opstellen van  een gedragscode.  Een  gedragscode  biedt  dan  ook  een  oplossing  voor  problemen  in  verband  met gegevensbescherming in een bepaalde sector of verwerkingsactiviteit.

Bijvoorbeeld, de sector informatiesystemen voor de herkenning van consumentenkredietrisico's stelt vast dat er behoefte is aan een gedragscode die voldoende waarborgen en mechanismen bevat om ervoor te zorgen dat de  verzamelde gegevens ter zake dienend en juist zijn en uitsluitend worden gebruikt  voor  het  specifieke  en  gerechtvaardigde  doel  van  kredietbescherming.  Of  de  sector gezondheidsonderzoek constateert dat het nodig is een gedragscode op te stellen om te zorgen voor een consistente benadering op basis van normen en naar behoren te voldoen aan de eisen die in de AVG  zijn gesteld ten aanzien van expliciete toestemming en de  daarmee  samenhangende verantwoordingsplicht.

34. Gedragscodehouders kunnen  de  problemen  waarvoor  de  gedragscodes  een  oplossing  moeten bieden,  toelichten  en  beschrijven,  en  zij  kunnen  hard  maken  dat  de  door  de  gedragscode geboden oplossingen niet alleen voor leden maar ook voor betrokkenen doeltreffende voordelen bieden.

## 6.2 Draagt bij tot de doeltreffende uitvoering van de AVG

35. Overeenkomstig  overweging  98  van  de  AVG  komt  een  gedragscode  pas  in  aanmerking  voor goedkeuring als de gedragscodehouders kunnen aantonen dat hun gedragscode bijdraagt tot de doeltreffende uitvoering van de AVG. In dat verband is als eis gesteld dat een gedragscode de voor de sector specifieke uitvoering van de AVG duidelijk bepaalt en de specifieke behoeften van de sector benoemt en erin voorziet 42 .

41 Zo worden voor sectoren met een "hoog risico", bv. die waarin gegevens van kinderen of over gezondheid worden verwerkt, robuustere en striktere waarborgen verwacht, gezien de gevoelige aard van die gegevens.

42 Zie artikel 40, lid 1, van de AVG.

Er  kan  bijvoorbeeld  worden  bijgedragen  tot  de  doeltreffende  uitvoering  van  de  AVG  door  een  lijst sectorspecifieke  definities  te  verstrekken  of  door  afdoende  in  te  gaan  op  onderwerpen  die  van bijzonder  belang  zijn  voor  de  sector.  Ook  het  gebruik  van  sectorspecifieke  terminologie  om  de uitvoering  van  de  AVG-eisen  in  de  sector  te  beschrijven,  kan  bijdragen  tot  een  goed  begrip  van  de voorschriften  door  de  industrie  en  daarmee  tot  de  doeltreffende  uitvoering  van  de  AVG.  In  een gedragscode  wordt  terdege  rekening  gehouden  met  de  te  verwachten  risico's  van  een  bepaalde verwerkingsactiviteit in de betrokken sector en wordt in het licht van die risico's een passend ijkpunt geboden  voor  de  gerelateerde  verplichtingen  van  verwerkingsverantwoordelijken  of  verwerkers waarop de gedragscode van toepassing is, middels voorbeelden van aanvaardbare voorwaarden voor het gebruik van persoonsgegevens  in direct marketing. Daarnaast wordt de inhoud  van  de gedragscode gepresenteerd op een manier die bijdraagt tot het begrip en praktisch gebruik ervan en tot de doeltreffende uitvoering van de AVG.

## 6.3 Specificeert de toepassing van de AVG

36. Gedragscodes zijn specifiek over de praktische toepassing van de AVG en geven de aard van de verwerkingsactiviteit of -sector nauwkeurig weer. De gedragscodes maken duidelijke sectorspecifieke verbeteringen mogelijk ten aanzien van de naleving van het gegevensbeschermingsrecht. In de gedragscodes worden realistische, haalbare normen voor alle leden beschreven, terwijl de kwaliteit en interne consistentie ervan voor voldoende toegevoegde waarde  zorgen 43 .  Anders  gezegd:  een  ontwerpgedragscode  gaat  voldoende  in  op  bepaalde gegevensbeschermingsgebieden 44 en -kwesties  in  de  betrokken  sector  en  biedt  voldoende duidelijke en doeltreffende oplossingen voor die gebieden en kwesties 45 .
37. Een gedragscode mag niet beperkt blijven tot een herhaling of herformulering van de AVG 46 . Het doel van een gedragscode is een specifieke, praktische en nauwkeurige toepassing van de AVG vast te leggen. De overeengekomen normen en voorschriften moeten ondubbelzinnig, concreet, haalbaar  en  afdwingbaar  (toetsbaar)  zijn.  De  opname  van  uitdrukkelijke  voorschriften  op  het betrokken gebied is een aanvaardbare manier waarop een gedragscode waarde kan toevoegen. Om aan deze eis te voldoen, kan het nuttig blijken gebruik te maken van terminologie die uniek en van belang is voor de sector en concrete scenario's of specifieke voorbeelden van een beste praktijk 47 te vermelden 48 .



44 Zoals die genoemd in artikel 40, lid 2, van de AVG.

46 Een veelvuldige reden voor afwijzing van aan Groep artikel 29 ter goedkeuring voorgelegde ontwerpgedragscodes was dat in de gedragscode het gegevensbeschermingsrecht werd herhaald of geherformuleerd.

48 Waar mogelijk moet al te juridisch taalgebruik in een gedragscode worden vermeden.

47 En "onaanvaardbare praktijken".

38. Het aangeven van plannen om bestaan en inhoud van de goedgekeurde gedragscode onder de aandacht brengen is ook een manier om te voldoen aan de norm dat de uitvoering van de AVG moet worden gespecificeerd. Het is essentieel dat gedragscodes zinvol zijn voor de toepassing van de beginselen van gegevensbescherming in de zin van artikel 5 van de AVG. Evenzo is het essentieel  dat  er  in  gedragscodes  goed  rekening  wordt  gehouden  met  relevante  adviezen  en standpunten  die  het  Comité  voor  die  sector  of  verwerkingsactiviteit  heeft  bekendgemaakt  of bekrachtigd 49 . Zo maken bv. gedragscodes waarin verwerkingsactiviteiten worden gespecificeerd, het  mogelijk  gemakkelijker  om  vast  te  stellen  of  er  voldoende  rechtsgrond  is  voor  deze verwerkingsactiviteiten in de lidstaten waarin zij van toepassing zouden moeten zijn.

## 6.4 Bevat voldoende waarborgen

39. Gedragscodes zijn ook gebonden aan de eisen van artikel 40, lid 5. Goedkeuring is alleen mogelijk als  wordt  vastgesteld  dat  de  ontwerpgedragscode  voldoende  geschikte  waarborgen  biedt 50 . Gedragscodehouders moeten jegens een bevoegde TA aantonen dat hun gedragscode waarborgen  bevat  die  geschikt  zijn  om  het  risico  rond  gegevensverwerking  en  de  rechten  en vrijheden van natuurlijke personen doeltreffend te beperken 51 . Het is aan de gedragscodehouders bewijs te verstrekken waaruit duidelijk blijkt dat hun gedragscode aan deze eisen voldoet.

Zo  zou  in  het  geval  van  bv.  verwerkingsactiviteiten  met  een  "hoog  risico",  zoals  de  grootschalige verwerking  van  gegevens  van  kinderen  of  over  gezondheid,  profilering  of  stelselmatige  observatie, worden  verwacht  dat  de  gedragscode  hogere  eisen  bevat  voor  verwerkingsverantwoordelijken  en verwerkers  om  voldoende  bescherming  te  bieden.  Daarnaast  kunnen  gedragscodehouders  een gedragscode voor verwerkingsactiviteiten op dergelijke risicovolle gebieden onderbouwen via uitgebreider overleg overeenkomstig overweging 99 van de AVG.

## 6.5 Bevat mechanismen die doeltreffend toezicht mogelijk maken

40. In  artikel  40,  lid  4,  van  de  AVG  is  bepaald  dat  er  geschikte  mechanismen  moeten  zijn  om  te waarborgen  dat  er  goed  wordt  toegezien  op  die  voorschriften  en  dat  er  doelmatige,  zinvolle handhavingsmaatregelen  zijn  om  te  waarborgen  dat  zij  volledig  worden  nageleefd.  In  een gedragscode worden specifieke structuren en procedures vermeld en voorgesteld voor doeltreffend toezicht en handhaving bij inbreuk. Verder vermeldt een ontwerpgedragscode een passend orgaan dat beschikt over mechanismen waarmee het doeltreffend kan toezien op de naleving  van  de  gedragscode.  Die  mechanismen  kunnen  zijn:  verplichte  periodieke  audits  en

49 In  de  gedragscodes  zal  verder  terdege  rekening  moeten  worden  gehouden  met  relevante  nationale  en Europese rechtspraak.

51 Waarborgen kunnen ook van toepassing zijn op toezichthoudende organen en hun mogelijkheden om hun rol doeltreffend te vervullen.

50 Zie overweging 98 van de AVG.

rapportage; duidelijke en transparante procedures voor klachtenbehandeling en geschillenbeslechting;  concrete  sancties  en  beroepen  bij  schending  van  de  gedragscode;  en beleid voor melding van inbreuk op de gedragscode.

41. Een  toezichthoudend  orgaan  is  vereist  als  de  ontwerpgedragscode  gegevensverwerking  door niet-overheidsinstanties  en -organen  betreft.  In  essentie  wordt  een  gedragscode  geacht  niet alleen  de  inhoud  van  de  voor  de  verwerkingsactiviteit  van  de  betrokken  sector  toepasselijke voorschriften te bestrijken, maar ook te voorzien in de uitvoering van toezichtmechanismen die de doeltreffende toepassing van die voorschriften waarborgen. Als er meerdere organen zijn om doeltreffend  toezicht  uit  te  oefenen,  kan  een  ontwerpgedragscode  voorstellen  bevatten  voor een aantal verschillende toezichtmechanismen. Alle mechanismen die worden voorgesteld om doeltreffend  toezicht  uit  te  oefenen,  zullen  echter duidelijk,  geschikt,  haalbaar,  doelmatig  en afdwingbaar (toetsbaar) moeten zijn. Gedragscodehouders zijn gehouden toe te lichten en aan te tonen waarom hun voorstellen voor toezicht passend en in de praktijk haalbaar zijn 52 .

## 7 INDIENING, AANVAARDBAARHEID EN GOEDKEURING 53 (NATIONALE GEDRAGSCODE)

## 7.1 Indiening

42. Gedragscodehouders  dienen  hun  ontwerpgedragscode  formeel  elektronisch of schriftelijk (gedrukt  exemplaar/papieren  versie)  in  bij  de  bevoegde  TA 54 .  De  bevoegde  TA  zendt  de gedragscodehouders een bevestiging van ontvangst van de documentatie, toetst daarna eerst de ontwerpgedragscode aan de hierboven vermelde aanvaardbaarheidscriteria 55 en verricht vervolgens een grondige inhoudelijke evaluatie.

## 7.2 Aanvaardbaarheid van een gedragscode

43. Als de ontwerpgedragscode niet wordt aanvaard omdat niet wordt voldaan aan de criteria voor aanvaarding 56 ,  licht  de  bevoegde  TA  haar  besluit  schriftelijk  toe  aan  de  gedragscodehouders.



53 Met inbegrip van gewijzigde of uitgebreide gedragscodes die eerder al waren goedgekeurd.

55 Zie ook de checklist in aanhangsel 3.

56 Ibid.

Daarmee wordt het proces afgesloten, waarop de gedragscodehouders opnieuw een ontwerpgedragscode zouden moeten indienen 57 .

44. Als de ontwerpgedragscode voldoet aan de hiervoor beschreven criteria, bevestigt de bevoegde TA  de  gedragscodehouders  schriftelijk  dat  de  code  doorgaat  naar  de  volgende  fase  van  het proces, en beoordeelt zij de ontwerpgedragscode inhoudelijk overeenkomstig de desbetreffende procedures uit het nationale recht.

## 7.3 Goedkeuring

45. Tenzij het nationale recht een bepaalde termijn voorschrijft, brengt de bevoegde TA binnen een redelijk tijdsbestek advies uit en brengt zij de gedragscodehouders periodiek op de hoogte van het verloop en de indicatieve tijdschema's. Het advies bevat een toelichting op het besluit van de bevoegde TA overeenkomstig de hiervoor beschreven criteria voor goedkeuring 58 .
46. Als de bevoegde TA besluit goedkeuring te weigeren, wordt het proces afgesloten en is het aan de gedragscodehouders de bevindingen van het advies te beoordelen en hun ontwerpgedragscode dienovereenkomstig te heroverwegen. De gedragscodehouders zouden in dat geval ook in een later stadium een bijgewerkte versie van hun ontwerpgedragscode formeel opnieuw moeten indienen, als zij dat willen.
47. Bij goedkeuring gaat de bevoegde TA over tot registratie en bekendmaking van de ontwerpgedragscode (via de website en/of andere passende communicatiemiddelen) 59 . Overeenkomstig artikel 40, lid 11, maakt het Comité alle goedgekeurde gedragscodes openbaar.

## 8 INDIENING, AANVAARDBAARHEID EN GOEDKEURING 60 (TRANSNATIONALE GEDRAGSCODE)

## 8.1 Indiening

48. Gedragscodehouders  dienen  hun  ontwerpgedragscode  elektronisch  of  schriftelijk  in  bij een bevoegde TA die optreedt als voornaamste autoriteit voor de goedkeuring van hun gedragscode 61 .  De  bevoegde  TA  zendt  de  gedragscodehouders  een  bevestiging  van  ontvangst van  de  documentatie,  beoordeelt  daarna  eerst  of  de  ontwerpgedragscode  voldoet  aan  de hierboven 62 beschreven  eisen  en  verricht  vervolgens  een  grondige  inhoudelijke  evaluatie.  De bevoegde TA laat alle andere toezichthoudende autoriteiten onmiddellijk weten een

57 Opgemerkt zij dat bij weigering in deze fase van het goedkeuringsproces de kans groot is dat het besluit is gebaseerd op voorlopige eisen van algemene of procedurele aard en niet op inhoudelijke of essentiële kwesties over de bepalingen van de gedragscode.

59 Overeenkomstig artikel 40, lid 6, van de AVG.

58 Op  die  manier  kan  de  bevoegde  TA  de  gedragscodehouders  nuttige  feedback  geven  als  zij  hun ontwerpgedragscode later in gewijzigde vorm opnieuw willen indienen.

60 Met inbegrip van gewijzigde of uitgebreide gedragscodes die eerder al waren goedgekeurd.

62 Zie ook de checklist in aanhangsel 3.


gedragscode te hebben ontvangen, waarbij zij de belangrijkste kenmerken vermeldt ter wille van identificatie  en  verwijzing.  Alle  toezichthoudende  autoriteiten  bevestigen  per  omgaande  of  zij een betrokken TA in de zin van artikel 4, lid 22, onder a) of b), van de AVG 63 zijn.

## 8.2 Aanvaardbaarheid van een gedragscode

49. Als  de  ontwerpgedragscode niet  wordt  aanvaard  omdat  niet  wordt  voldaan  aan  de  hiervoor beschreven criteria voor aanvaarding, licht de bevoegde TA haar besluit schriftelijk toe aan de gedragscodehouders.  Daarmee  wordt  het  proces  afgesloten,  waarop  de  gedragscodehouders opnieuw een ontwerpgedragscode zouden moeten indienen 64 . De bevoegde TA verzendt ook een kennisgeving om alle betrokken TA's te informeren over haar standpunt.
50. Als de bevoegde TA de ontwerpgedragscode aanvaardt omdat is voldaan aan de desbetreffende criteria, bevestigt de bevoegde TA de gedragscodehouders schriftelijk dat zij doorgaan naar de volgende  fase  van  het  proces,  en  gaat  zij  over  tot  een  inhoudelijke  beoordeling  van  de gedragscode. Daarop wordt de volgende informele samenwerkingsprocedure in gang gezet om de gedragscode te beoordelen met het oog op goedkeuring.

## 8.3 Samenwerking

51. De  bevoegde  TA  stelt  alle  TA's 65 in  kennis  van  haar  standpunt,  onder  vermelding  van  de betrokken  TA's,  en  verzoekt  op  vrijwillige  basis  om  assistentie  van  niet  meer  dan  twee medebeoordelaren bij de inhoudelijke beoordeling van de ontwerpgedragscode. De aanwijzing van medebeoordelaren vindt plaats op grond van de chronologische volgorde van binnenkomst 66 . De rol van medebeoordelaren is de bevoegde TA te assisteren bij het beoordelen van  de  ontwerpgedragscode.  Nadat  zij  zijn  bevestigd,  hebben  de  medebeoordelaren  dertig dagen  de  tijd  om  hun  opmerkingen  over  de  inhoud  van  de  gedragscode  te  verstrekken.  Die opmerkingen  worden  vervolgens  door  de  bevoegde  TA  in  aanmerking  genomen  bij  haar beoordeling voor goedkeuring. Op grond van artikel 40, lid 7, van de AVG beslist de bevoegde TA definitief over de vraag of het ontwerpbesluit wordt voorgelegd aan het Comité overeenkomstig de artikelen 63 en 64 van de AVG 67 .

63 Dat is belangrijk want het is de bedoeling dat medebeoordelaren van de ontwerpgedragscode toezichthoudende  autoriteiten  zijn  die  bij  de  verwerking  van  persoonsgegevens  betrokken  zijn,  omdat  de verwerkingsverantwoordelijke  of  verwerker is gevestigd  op  het grondgebied  van  de  lidstaat van die toezichthoudende autoriteit of omdat "de betrokkenen die in de lidstaat van die toezichthoudende autoriteit verblijven, door de verwerking wezenlijke gevolgen ondervinden of waarschijnlijk zullen ondervinden".

65 Uit het toepassingsgebied van de ontwerpgedragscode moet duidelijk zijn wie de betrokken TA's zijn.

64 Opgemerkt zij dat bij weigering in deze fase van het goedkeuringsproces de kans groot is dat het besluit is gebaseerd op voorlopige eisen van algemene of procedurele aard en niet op inhoudelijke of essentiële kwesties over de bepalingen van de gedragscode.

66 De mogelijkheid tot indiening van verzoeken verstrijkt na tien werkdagen. Terwijl de lijst van medebeoordelaren wordt samengesteld, begint de bevoegde TA met de beoordeling. Doorgaans overlegt de bevoegde TA met twee medebeoordelaren als de gedragscode betrekking heeft op ten minste 14 lidstaten. Onder die drempel kan er assistentie worden verleend door een of twee medebeoordelaren, al naargelang het geval in kwestie.

67 Dit is alleen mogelijk als de bevoegde TA voornemens is de ontwerpgedragscode goed te keuren. Artikel 40, lid 7, en artikel 64, lid 1.

52. De bevoegde TA neemt binnen een redelijke termijn een besluit en brengt de gedragscodehouders regelmatig op de hoogte van de voortgang en indicatieve tijdschema's. Zij beschrijft  de  redenen  voor  haar  besluit  (tot  weigering  of  goedkeuring)  overeenkomstig  de algemene gronden voor goedkeuring, en stelt de gedragscodehouders tijdig in kennis van dat besluit.

## 8.4 Weigering

53. Als  de  bevoegde  TA  besluit  om  voorlegging  van  de  ontwerpgedragscode  aan  het  Comité  te weigeren, wordt het proces afgesloten en is het aan de gedragscodehouders de bevindingen van het  besluit  te  analyseren  en  herziening  van  hun  ontwerpgedragscode  te  heroverwegen.  Ook zouden de gedragscodehouders in dat geval de gedragscode in een later stadium opnieuw ter goedkeuring  moeten  indienen,  als  zij  dat  willen.  De  bevoegde  TA  stelt  alle  betrokken  TA's  in kennis van haar standpunt en redenen voor weigering van de gedragscode.

## 8.5 Voorbereiding voor voorlegging aan het Comité

54. Als de bevoegde TA de ontwerpgedragscode wil goedkeuren, verspreidt zij haar ontwerpgoedkeuring vóór voorlegging aan het Comité onder alle betrokken TA's. Alle betrokken TA's hebben dertig dagen om te reageren, waarbij belangrijke kwesties ter bespreking kunnen worden  voorgelegd  aan  de  betrokken  subgroep  van  het  Comité.  Als  de  betrokken  TA's  niet reageren, gaat de gedragscode door naar de volgende fase van het proces.

## 8.6 Het Comité

55. Als er wordt besloten tot voorlegging aan het Comité overeenkomstig artikel 40, lid 7, van de AVG. De bevoegde TA stelt alle toezichthoudende autoriteiten in kennis van dat besluit via de procedure van het coherentiemechanisme 68 .  De bevoegde TA legt de kwestie ook voor aan het Comité overeenkomstig haar reglement van orde en artikel 40, lid 7, van de AVG.
56. Krachtens artikel 64 brengt het Comité advies uit over in artikel 40, lid 7, van de AVG beschreven kwesties 69 . Het reglement van orde van het Comité en artikel 64 van de AVG zijn van toepassing op het Comité en de bevoegde TA wanneer zij een beoordeling uitvoeren en een besluit over de goedkeuring van transnationale gedragscodes meedelen.

## 8.7 Goedkeuring

57. Het advies van het Comité wordt overeenkomstig artikel 64, lid 5, van de AVG meegedeeld aan de bevoegde TA en het is aan de bevoegde TA of zij haar ontwerpbesluit handhaaft of wijzigt overeenkomstig artikel 40, lid 5, van de AVG 70 . Een advies van het Comité kan krachtens artikel 40, lid 8, van de AVG ook aan de Commissie worden voorgelegd; overeenkomstig artikel 40, lid




11, van de AVG verzamelt het Comité alle goedgekeurde transnationale gedragscodes en maakt zij die openbaar.

## 9 BETROKKENHEID

58. Het is belangrijk op te merken dat het beoordelingsproces niet mag worden aangegrepen voor verder overleg over de bepalingen van de bij de bevoegde TA ingediende gedragscode. In artikel 40, lid 5, van de AVG is bepaald dat de bevoegde TA als taak heeft advies uit te brengen over de vraag of de ontwerpgedragscode strookt met de AVG 71 . De communicatie tussen de bevoegde TA en  de  gedragscodehouders  in  deze  fase  van  het  proces  heeft  dan  ook  vooral  als  doel duidelijkheid te verschaffen en te assisteren bij het uitvoeren van een evaluatie overeenkomstig de  artikelen  40  en  41.  Verwacht  wordt  dat  als  gedragscodehouders  willen  overleggen  met toezichthoudende autoriteiten, dat plaatsvindt voordat zij hun ontwerpgedragscode ter goedkeuring  indienen.  In  beginsel  is  het  niet  de  bedoeling  dat  gedragscodehouders  in  de goedkeuringsfase verder overleggen over bepalingen in de ontwerpgedragscode of dat er dan nog een uitgebreide beoordeling plaatsvindt waarbij er steeds wijzigingen worden ingediend bij de  bevoegde  TA.  Verder  is  het  noodzakelijk  dat  de  gedragscodehouders  beschikbaar  zijn  om antwoord te geven op vragen over hun ontwerpgedragscode en dat zij die antwoorden binnen een  redelijke termijn kunnen  verstrekken. Het is  belangrijk  dat  de  gedragscodehouders voorbereid en georganiseerd zijn om vragen doelmatig en kundig te beantwoorden. Het verdient aanbeveling één of een vast aanspreekpunt op te geven aan de bevoegde TA. De bevoegde TA bepaalt naar eigen inzicht of zij nadere informatie nodig heeft voordat zij over de ontwerpgedragscode  besluit,  en  zij  bepaalt  eveneens  naar  eigen  inzicht  op  welke  wijze  de communicatie tussen de partijen verloopt. Om te zorgen voor continuïteit, blijft de bevoegde TA tijdens het gehele goedkeuringsproces voor transnationale gedragscodes fungeren als voornaamste aanspreekpunt.

## 10 DE ROL VAN DE COMMISSIE

59. De Commissie kan middels een uitvoeringshandeling besluiten dat een goedgekeurde transnationale gedragscode algemeen geldig is binnen de Unie, in welk geval zij ervoor zorgt dat er passende bekendheid aan wordt gegeven 72 .

## 11 TOEZICHT OP EEN GEDRAGSCODE

60. Een (nationale of transnationale) gedragscode komt in aanmerking voor goedkeuring als een of meer toezichthoudende organen in de gedragscode worden genoemd en door de bevoegde TA

71 De bevoegde TA kan gedragscodehouders ook adviseren en in voorkomend geval aanbevelingen doen over inhoud en vorm van de ontwerpgedragscode.


zijn geaccrediteerd als in staat om doeltreffend toe te zien op de gedragscode 73 . De bevoegde TA legt haar ontwerpeisen voor accreditatie van een toezichthoudend orgaan voor aan het Comité overeenkomstig het in artikel 63 van de AVG bedoelde coherentiemechanisme. Na goedkeuring door  het  Comité  kan  de  bevoegde  TA  de  eisen  toepassen  om  een  toezichthoudend  orgaan  te accrediteren.

61. Het begrip "accreditatie" is niet gedefinieerd in de AVG. Er staan in artikel 41, lid 2, van de AVG echter  wel  algemene  eisen  voor  accreditatie  van  het  toezichthoudend  orgaan.  Er  zijn  enkele eisen  waaraan  moet  worden  voldaan  voordat  de  bevoegde  TA  een  toezichthoudend  orgaan accrediteert. Gedragscodehouders worden geacht toe te lichten en duidelijk te maken hoe het door hen voorgestelde toezichthoudend orgaan voldoet aan de eisen die in artikel 41, lid 2, van de AVG zijn gesteld voor het verkrijgen van accreditatie.
62. De AVG is flexibel over het type en de structuur van een op grond van artikel 41 te accrediteren toezichthoudend orgaan. Het  staat  gedragscodehouders  vrij  te  kiezen  voor  externe  of  interne toezichthoudende organen, mits het gekozen orgaan voldoet aan de accreditatievereisten van artikel 41, lid 2, van de AVG, zoals is weergegeven in de hieronder genoemde acht eisen.

## 12 ACCREDITATIEVEREISTEN VOOR TOEZICHTHOUDENDE ORGANEN

## 12.1 Onafhankelijkheid

63. De  gedragscodehouders  tonen  aan  dat  de  onafhankelijkheid  van  het  betrokken  orgaan  naar behoren  is  gewaarborgd,  zodat  het  zijn  taak  onpartijdig  kan  vervullen  ten  opzichte  van  de aangesloten leden en de beroepsgroep, industrie of sector waarop de gedragscode betrekking heeft.  Daartoe  kunnen  bewijzen  op uiteenlopend gebied worden  aangevoerd,  zoals  de financiering van het toezichthoudend orgaan, de benoeming van leden/personeel, het besluitvormingsproces en meer in het algemeen het organigram. Op deze mogelijkheden wordt hieronder nader ingegaan.
64. Gedragscodehouders  staan  twee  modellen  ter  beschikking  om  te  voldoen  aan  de  eisen  die gepaard  gaan  met  hun  taak  als  toezichthoudend  orgaan:  extern  en  intern  toezichthoudend orgaan.  Binnen  deze  twee  alternatieven  is  sprake  van  een  zekere  flexibiliteit  en  er  kunnen verschillende  versies  worden  voorgesteld  als  passend  voor  de  context  van  de  gedragscode. Voorbeelden van een intern toezichthoudend orgaan zijn een interne commissie ad hoc of een afzonderlijke, onafhankelijke afdeling binnen de gedragscodehouder. Het is aan de gedragscodehouders toe te lichten hoe zij het risicobeheer opzetten in verband met de vereiste onpartijdigheid en onafhankelijkheid.
65. Als er bv. een intern toezichthoudend orgaan wordt voorgesteld, geldt als voorwaarde dat het personeel, het beheer, de verantwoording en de taak zijn gescheiden van andere terreinen van de organisatie. Dat kan op diverse manieren worden bereikt, bv. met behulp van doeltreffende

73 Artikel  41,  lid  1, van de AVG. Tevens zij opgemerkt dat artikel 41 niet  geldt voor overheidsinstanties of organen.

organisatorische en informatiebarrières en aparte rapportagebeheerstructuren voor de vereniging en het toezichthoudend orgaan. Evenals een functionaris voor gegevensbescherming moet ook het toezichthoudend orgaan vrij van instructies kunnen handelen en gevrijwaard zijn tegen iedere vorm van sancties of (directe of indirecte) bemoeienis als gevolg van de uitvoering van zijn taak.

66. Voor de onafhankelijkheid kan het nodig zijn dat een externe adviseur of andere derde die heeft meegewerkt aan het opstellen van de gedragscode, aantoont dat er passende waarborgen zijn om risico's voor de onafhankelijkheid of een belangenconflict te beperken. Het toezichthoudend orgaan zou bewijs moeten verstrekken waaruit blijkt dat de mechanismen voor het herkennen en beperken van zulke risico's, passend zijn 74 . Van een toezichthoudend orgaan wordt verwacht dat  het  voortdurend  alert  is  op  risico's  voor  zijn  onpartijdigheid,  bv.  in  het  kader  van  zijn activiteiten of relaties. Bij vaststelling  van  een  risico  voor  de  onpartijdigheid  moet  het toezichthoudend orgaan aantonen hoe het dat risico wegneemt c.q. zoveel mogelijk beperkt, en zijn onpartijdigheid waarborgt met een passend mechanisme.
67. Onafhankelijkheid kan ook worden aangetoond door te laten zien dat de begroting en andere middelen volstrekt autonoom worden beheerd, met name wanneer het een intern toezichthoudend  orgaan  betreft.  Verder  moet  een  toezichthoudend  orgaan  onafhankelijk kunnen zijn in zijn keuze en toepassing van sancties tegen een bij de gedragscode aangesloten verwerkingsverantwoordelijke of verwerker. In wezen zal het - interne of externe - orgaan in de uitoefening  van  zijn  taken  en  bevoegdheden  onafhankelijk  van  gedragscodehouders  en  leden binnen het toepassingsgebied van de gedragscode moeten handelen.

## 12.2 Belangenconflict 75

68. Er  moet  worden  aangetoond  dat  er  bij  de  vervulling  van  de  taken  en  plichten  van  het toezichthoudend orgaan geen belangenconflicten ontstaan. Daartoe tonen de gedragscodehouders  aan  dat  het  voorgestelde  toezichthoudend  orgaan geen  handelingen verricht die onverenigbaar zijn met zijn taken en plichten en dat er waarborgen zijn om ervoor te zorgen dat het geen onverenigbare beroepswerkzaamheden verricht. Evenzo blijft het toezichthoudend  orgaan  vrij  van  al  dan  niet  rechtstreekse externe  invloed  en  vraagt  noch aanvaardt  het  instructies  van  personen,  organisaties  of  verenigingen.  Het  orgaan  heeft  eigen personeel dat door hem of een ander van de gedragscode onafhankelijk orgaan is gekozen en dat onder  de  exclusieve  leiding  van  dat  orgaan  valt.  In  het  geval  van  een  intern  toezichthoudend orgaan  wordt  het  gevrijwaard  tegen  iedere  vorm  van  sanctie  of  (al  dan  niet  rechtstreekse) bemoeienis  door  de  gedragscodehouder,  andere  betrokken  organen 76 of  bij  de  gedragscode aangesloten leden als gevolg van de vervulling van zijn taken.

74 De  context  van  de  gedragscode  is  bepalend  voor  de  te  volgen  benadering.  Zo  kan  bv.  mogelijk  worden volstaan met een voorstel waarbij de betrokken taken voldoende gescheiden zijn, omdat het personeel van het toezichthoudend orgaan de gedragscode niet heeft geschreven, uitgeprobeerd of getoetst.

76 Organen die categorieën verwerkingsverantwoordelijken of verwerkers vertegenwoordigen.

75 Onpartijdigheid van functie, d.w.z. de mogelijkheid autonoom te handelen.

## 12.3 Deskundigheid

69. De gedragscodehouders tonen aan dat het toezichthoudend orgaan over het vereiste deskundigheidsniveau  beschikt  om  zijn  rol  doeltreffend  te  kunnen  vervullen.  Daartoe  gaat  de aanvraag voor goedkeuring vergezeld van gegevens over de kennis en ervaring van het orgaan inzake  het  gegevensbeschermingsrecht,  de  desbetreffende  sector  of  de  verwerkingsactiviteit. Een voorbeeld van een mogelijke manier om aan deze eis te voldoen, is te wijzen op ervaring die het  orgaan  eerder  heeft  opgedaan  met  het  uitoefenen  van  toezicht  in  een  bepaalde  sector. Daarnaast is een grondig begrip van gegevensbeschermingskwesties en specialistische kennis van de  specifieke  verwerkingsactiviteiten  waarop  de  gedragscode  betrekking  heeft,  wenselijk.  Het personeel van het voorgestelde toezichthoudend orgaan beschikt over passende werkervaring en de opleiding om toe te zien op naleving, zoals activiteiten op het gebied van audits, toezicht of kwaliteitsborging.

## 12.4 Vaste procedures en structuren

70. Een toezichthoudend orgaan beschikt tevens over passende bestuursstructuren en procedures om de volgende activiteiten naar behoren te kunnen verrichten:
2. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; beoordelen  of  verwerkingsverantwoordelijken  en  verwerkers  in  aanmerking  komen  voor toepassing van de gedragscode;
3. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; erop toezien of zij de gedragscode naleven; en
4. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; de werking van de gedragscode toetsen.
71. Er worden uitgebreide controleprocedures opgesteld om goed te beoordelen of verwerkingsverantwoordelijken en verwerkers geschikt zijn voor aansluiting bij, en naleving van de  gedragscode.  Dit  moet  waarborgen  dat  de  gedragscode  kan  worden  nageleefd  door  de verwerkingsverantwoordelijken en verwerkers.
72. Er zijn procedures en structuren nodig om actief en doeltreffend toe te zien op naleving door bij de gedragscode aangesloten leden. Voorbeelden daarvan zijn steekproefsgewijze of onaangekondigde  audits, jaarlijkse inspecties, periodieke rapportage  en  het gebruik  van vragenlijsten 77 .  De  toezichtprocedures  kunnen  verschillende  vormen  aannemen,  als  er  maar rekening  wordt  gehouden  met  factoren  zoals  de  risico's  in  verband  met  gegevensverwerking binnen het toepassingsgebied van de gedragscode, ontvangen klachten of bepaalde incidenten, het aantal bij de gedragscode aangesloten leden enz. Er kan worden gedacht aan het publiceren van auditverslagen en de bevindingen van periodieke rapportage door verwerkingsverantwoordelijken en verwerkers binnen het toepassingsgebied van de gedragscode.
73. Gedragscodehouders tonen tevens aan dat het voorgestelde toezichthoudend orgaan beschikt over voldoende middelen en personeel om zijn taken naar behoren te verrichten. De middelen

77 Dat zou tevens kunnen helpen voorkomen dat sommige leden meerdere keren worden gecontroleerd en andere niet.

staan  in  verhouding  tot  het  verwachte  aantal  bij  de  gedragscode  aangesloten  leden  en  de complexiteit of het risiconiveau van de desbetreffende gegevensverwerking.

## 12.5 Transparante klachtenbehandeling

74. Een  toezichthoudend  orgaan  zorgt  voor  doeltreffende  procedures  en  structuren  waarmee klachten  onpartijdig  en  transparant  kunnen  worden  behandeld.  Daartoe  hanteert  het  een openbare  klachtenprocedure  waarvoor  voldoende  middelen  beschikbaar  zijn  om  klachten  te beheren en ervoor te zorgen dat besluiten van het orgaan openbaar worden gemaakt.

Om  aan  te  tonen  dat  er  een  klachtenprocedure  bestaat,  kan  bv.  een  procedure  worden beschreven  voor  het  ontvangen,  evalueren,  volgen,  registreren  en  oplossen  van  klachten. Die beschrijving kan worden gegeven in een openbare leidraad bij de gedragscode, zodat een klager  de  klachtenprocedure  kan  begrijpen  en  volgen. Voor  de  onafhankelijkheid  van  een dergelijke procedure kan worden gezorgd door de uitvoerende en beheerfuncties binnen het toezichthoudend orgaan te scheiden.

75. Verder worden toezichthoudende organen geacht te beschikken over doeltreffende procedures om  naleving van de gedragscode door verwerkingsverantwoordelijken of verwerkers te waarborgen.  Zo  kunnen  aan  het  toezichthoudend  orgaan  bv.  bevoegdheden  worden  verleend om  verwerkingsverantwoordelijken of verwerkers te schorsen of uit te sluiten van  de gedragscode wanneer zij zich niet aan de gedragscode houden (d.w.z. corrigerende maatregelen).
76. Als  een  bij  gedragscode  aangesloten  lid  de  voorschriften  van  de  gedragscode  schendt,  is  het toezichthoudend orgaan verplicht  onmiddellijk  passende  maatregelen  te treffen.  Het  doel  van passende  corrigerende  maatregelen  is  een  eind  te  maken  aan  de  schending  en  herhaling  te voorkomen.  Corrigerende  maatregelen  en  sancties  zijn  bv.  een  verplichte  opleiding,  een waarschuwing, indiening van een verslag over het lid bij het Comité, een ingebrekestelling met de eis binnen een bepaalde termijn bepaalde maatregelen te nemen, een tijdelijke schorsing van het  bij  de  gedragscode  aangesloten  lid  tot  er  corrigerende  maatregelen  zijn  getroffen,  of  de definitieve  uitsluiting  van  het  bij  de  gedragscode  aangesloten  lid.  Die  maatregelen  kunnen bekend worden gemaakt door het toezichthoudend orgaan, met name als de schending ernstig is.
77. Wanneer nodig, moet het toezichthoudend orgaan het bij de gedragscode aangesloten lid, de bevoegde  TA  en  alle  betrokken  TA's  onverwijld  in  kennis  kunnen  stellen  van  de  getroffen maatregelen en de redenen daarvoor 78 .  Ingeval  de  leidende  toezichthoudende autoriteit 79 van een bij een transnationale gedragscode aangesloten lid identificeerbaar is, moet het toezichthoudende orgaan ook die autoriteit in kennis stellen van de genomen maatregelen.

78 Als  het  toezicht  wordt  uitgeoefend  door  een  orgaan  buiten  de  vereniging/instantie  die  de  gedragscode indient, wordt tevens de gedragscodehouder in kennis gesteld.

79 Overeenkomstig artikel 56 van de AVG.

## 12.6 Communicatie met de bevoegde toezichthoudende autoriteit

78. Er is voor het voorgestelde toezichthoudend orgaan een kader waarbinnen het doeltreffend met de bevoegde TA kan communiceren over handelingen die door hem en andere toezichthoudende autoriteiten zijn verricht in verband met de gedragscode. Dat kunnen bv. besluiten over de bij inbreuk  op  de  gedragscode  door  een  lid  genomen  maatregelen,  periodieke  verslagen  over  de gedragscode of resultaten van een toetsing of audit van de gedragscode zijn 80 .
79. Daarnaast  waarborgt  het  dat  de  toezichthoudende  autoriteit  haar  rol  zonder  vooroordelen  of belemmeringen kan vervullen. Als bv. in een gedragscode wordt voorgesteld dat de leden een toezichthoudend orgaan eenzijdig kunnen goedkeuren, intrekken of opschorten zonder kennisgeving aan, en overeenstemming met de bevoegde TA, zou dat strijdig zijn met artikel 41, lid 5, van de AVG.

## 12.7 Toetsingsmechanismen

80. Een gedragscode bevat passende toetsingsmechanismen om te waarborgen dat de gedragscode niet aan relevantie inboet en blijft bijdragen tot de juiste toepassing van de AVG. Toetsingsmechanismen  zijn  eveneens  nodig  met  het  oog  op  eventuele  wijzigingen  in  de toepassing en uitleg van de wetgeving of nieuwe technologische ontwikkelingen die van invloed kunnen  zijn  op  de  door  de  leden  verrichte  gegevensverwerking  of  de  bepalingen  van  de gedragscode.

## 12.8 Rechtsstatus

81. Het voorgestelde toezichthoudend orgaan (intern dan wel extern) en de daarmee samenhangende  bestuursstructuren  zijn  zodanig  geformuleerd  dat  de  gedragscodehouders kunnen  aantonen  dat  het  toezichthoudend  orgaan  de  benodigde  status  heeft  om  zijn  rol  te vervullen overeenkomstig artikel 41, lid 4, en kan worden beboet overeenkomstig artikel 83, lid 4, onder c), van de AVG.

## 13 GOEDGEKEURDE GEDRAGSCODES

82. De  aard  en  inhoud  van  de  gedragscode  zijn  natuurlijk  bepalend  voor  de  rollen  die  de belanghebbenden vervullen in het waarborgen van naleving van de gedragscode en de AVG. De bevoegde TA blijft echter een rol spelen, aangezien zij ervoor zorgt dat de gedragscode geschikt blijft voor het beoogde doel.
83. Daarom werkt de bevoegde TA nauw samen met het toezichthoudend orgaan ten aanzien van de rapportagevereisten in verband met de gedragscode. Het toezichthoudend orgaan fungeert als voornaamste  aanspreekpunt  en coördinator  voor  eventuele  problemen  in  verband  met  de gedragscode.

80 Zie artikel 41, lid 4.

84. De  bevoegde  TA  keurt  ook  verdere  wijzigingen  of  uitbreidingen  van  de  gedragscode  goed  en accrediteert  nieuwe  toezichthoudende  organen 81 .  Op  grond  van  artikel  40,  lid  5,  van  de  AVG wordt iedere wijziging of uitbreiding eveneens voorgelegd aan een bevoegde TA overeenkomstig de in dit document beschreven procedures.

## 14 INTREKKING VAN DE ACCREDITATIE VAN EEN TOEZICHTHOUDEND ORGAAN

85. Als  een  toezichthoudend  orgaan  toepasselijke  bepalingen  van  de AVG  niet  naleeft,  is  een bevoegde TA tevens bevoegd de accreditatie van het orgaan in te trekken op grond van artikel 41, lid 5 82 . Het is belangrijk dat de gedragscodehouder geschikte bepalingen in de code opneemt voor de behandeling van een intrekkingsscenario.
86. De gevolgen van intrekking van de accreditatie van het enige toezichthoudend orgaan voor een gedragscode kan evenwel tot gevolg hebben dat de gedragscode wordt opgeschort of permanent wordt ingetrokken omdat er geen toezicht op naleving meer is. Dat kan de reputatie of zakelijke belangen van bij de gedragscode aangesloten leden schaden en het vertrouwen van betrokkenen of andere belanghebbenden ondermijnen.
87. Als de omstandigheden dat toelaten, vindt de intrekking pas plaats nadat de bevoegde TA het toezichthoudend orgaan in de gelegenheid heeft gesteld om problemen dringend op te lossen of binnen  een  bepaalde  termijn  verbeteringen  aan  te  brengen.  In  het  geval  van  transnationale gedragscodes overlegt de bevoegde TA over de kwestie met betrokken TA's, alvorens met het toezichthoudend orgaan parameters af te spreken om een oplossing te bieden. Het besluit tot intrekking van de accreditatie van een toezichthoudend orgaan wordt ook meegedeeld aan alle betrokken TA's en het Comité (voor toepassing van artikel 40, lid 11).

## 15 GEDRAGSCODES IN DE OPENBARE SECTOR

88. In artikel 41, lid 6, van de AVG is bepaald dat het toezicht op goedgekeurde gedragscodes niet geldt  voor verwerkingsactiviteiten  van overheidsinstanties  of -organen 83 .  In  wezen  wordt  door deze bepaling de eis weggenomen dat een geaccrediteerd orgaan toeziet op een gedragscode. Deze uitzondering doet geenszins af aan de eis dat er doeltreffende mechanismen voor toezicht op een gedragscode moeten zijn. Dat kan worden bereikt door het toezicht op de gedragscode op te nemen in bestaande auditeisen.


83 De indeling van overheidsinstanties of -organen is aan elke lidstaat om te bepalen.

82 Voor  transnationale  gedragscodes  is  het  eveneens  essentieel  dat  de  bevoegde  TA  ervoor  zorgt  dat  alle betrokken  TA's  zich  bewust  zijn  van  het  nemen  van  die  maatregel.  Evenzo  stelt  een  betrokken  TA  voor dergelijke gedragscodes de bevoegde TA in kennis als een verwerkingsverantwoordelijke (die wordt geacht de gedragscode aan te nemen) de gedragscode niet blijkt na te leven, aangezien die constatering aanleiding kan zijn voor twijfels over de doeltreffendheid van het toezichthoudend orgaan en de gedragscode.

Namens het Europees Comité voor gegevensbescherming De voorzitter (Andrea Jelinek)

## AANHANGSEL 1 -ONDERSCHEID TUSSEN NATIONALE EN TRANSNATIONALE GEDRAGSCODES

Een transnationale  gedragscode  is  een  gedragscode voor verwerkingsactiviteiten  in  meer  dan  één lidstaat. Bijgevolg kan een transnationale gedragscode verwerkingsactiviteiten van een veelheid aan verwerkingsverantwoordelijken  of  verwerkers  in  diverse  lidstaten  betreffen,  zonder  dat  er  per  se sprake is van "grensoverschrijdende verwerking" zoals is gedefinieerd in artikel 4, lid 23, van de AVG.

Een gedragscode die is vastgesteld door een nationale vereniging in één lidstaat en verwerkingsactiviteiten  van  erbij  aangesloten  leden  in  diverse  lidstaten  bestrijkt, wordt  daarom aangemerkt als transnationale gedragscode.

Als zich bij een vereniging met een op nationaal niveau goedgekeurde gedragscode  een internationaal lid aansluit dat grensoverschrijdende verwerking verricht, komt dat lid echter alleen in aanmerking voor het voordeel van de goedgekeurde gedragscode voor verwerkingsactiviteiten in de lidstaat die de gedragscode heeft goedgekeurd 84 . Met behulp van mechanismen wordt gewaarborgd dat er  voldoende transparantie is over het feitelijke territoriale toepassingsgebied van  de gedragscode.

84 In  hetzelfde  voorbeeld  zou  het  voor  de  gedragscodehouders  echter  ook  mogelijk  zijn  te  overwegen  het toepassingsgebied van de gedragscode uit te breiden en goedkeuring aan te vragen voor een transnationale gedragscode.

## AANHANGSEL 2 - EEN BEVOEGDE TA KIEZEN

Gedragscodehouders  kunnen  voor  het aanvragen van goedkeuring voor  hun transnationale ontwerpgedragscode  zelf  een  bevoegde  TA  kiezen 85 .  De  AVG  bevat  geen  specifieke  voorschriften voor  het aanwijzen  van  de  bevoegde  TA  die  het  geschiktst  is  om  een  ontwerpgedragscode  te beoordelen. Ter ondersteuning van gedragscodehouders bij het vaststellen van de voor evaluatie van hun gedragscode geschiktste bevoegde TA volgen hier enkele van de factoren waarmee rekening zou kunnen worden gehouden 86 :

- GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; de plaats met de grootste dichtheid van de verwerkingsactiviteit of -sector;
- GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; de plaats met de grootste dichtheid van betrokkenen waarvoor de verwerkingsactiviteit of sector gevolgen heeft;
- GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; de plaats van het hoofdkantoor van de gedragscodehouder;
- GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; de plaats van het hoofdkantoor van het voorgestelde toezichthoudend orgaan; of
- GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; de door een toezichthoudende autoriteit op een bepaald gebied ontwikkelde initiatieven 87 .

Hoewel dit geen verplichte criteria zijn, is het kiezen van een bevoegde TA een belangrijk besluit dat zorgvuldig  moet  worden  genomen 88 .  De  bevoegde  TA  vervult  onder  meer  de  volgende  taken: fungeert  als  enig  aanspreekpunt  voor  de  gedragscodehouders  tijdens  het  goedkeuringsproces; beheert de aanvraagprocedure in de samenwerkingsfase; accrediteert het toezichthoudend orgaan (indien van toepassing); en fungeert als de leidende toezichthoudend autoriteit bij het waarborgen van doeltreffend toezicht op een goedgekeurde gedragscode.


87 Een toezichthoudende autoriteit heeft bv. een gedetailleerd en belangrijk beleidsdocument gepubliceerd dat rechtstreeks betrekking heeft op de verwerkingsactiviteit die het onderwerp van de gedragscode vormt.

86 Deze lijst is niet-limitatief en niet-hiërarchisch.

88 Een bevoegde TA kan een goedkeuringsaanvraag voor een ontwerpgedragscode niet afwijzen omdat niet wordt  voldaan  aan  (enkele)  van  de  criteria  op  de  niet-limitatieve  lijst  van  aanhangsel  2.  Afwijzing  is  alleen mogelijk  als  niet  wordt  voldaan  aan  de  criteria  die  zijn  beschreven  onder  "Aanvaardbaarheid van  een ontwerpgedragscode".

## AANHANGSEL 3 - CHECKLIST VOOR INDIENING

Het  is  belangrijk  dat  u,  voordat  u  een  ontwerpgedragscode  aan  de  bevoegde  toezichthoudende autoriteit voorlegt, uw documentatie controleert om er zeker van te zijn dat u de volgende vragen (voor zover van toepassing) bevestigend kunt beantwoorden en dat deze zaken er duidelijk in zijn aangegeven:

1. Hebt  u  een  toelichting  verstrekt  en  alle  ter  zake  dienende  ondersteunende  documentatie opgenomen? (Punt 20)
2. Hebt u vermeld of u een vereniging of ander orgaan bent dat categorieën verwerkingsverantwoordelijken of verwerkers vertegenwoordigt? (Punt 21)
3. Hebt  u  gegevens  opgenomen  om  aan  te  tonen  dat  u  inderdaad  een  vertegenwoordigend orgaan bent dat in staat is de behoeften van zijn leden te begrijpen? (Punt 22)
4. Hebt  u  de  verwerkingsactiviteit  of -sector  en  de  verwerkingsproblemen  waarvoor  de gedragscode een oplossing moet bieden, duidelijk gedefinieerd? (Punt 23)
5. Hebt u het territoriale toepassingsgebied van uw gedragscode vastgesteld en Hebt u een lijst van alle betrokken TA's opgenomen (voor zover van toepassing)? (Punt 24)
6. Hebt u gegevens verstrekt om de identificatie van de bevoegde TA te rechtvaardigen? (Punt 25)
7. Hebt  u  mechanismen  voor  een  doeltreffend  toezicht  op  naleving  van  de  gedragscode opgenomen? (Punt 26)
8. Hebt u een toezichthoudend orgaan geïdentificeerd en uitgelegd hoe dat orgaan zal voldoen aan de eisen voor toezicht op de gedragscode? (Punt 27)
9. Hebt  u  informatie  opgenomen  over  de  omvang  van  het  overleg  dat  is  gevoerd  om  de gedragscode tot stand te brengen? (Punt 28)
10. Hebt u bewijs verstrekt waaruit blijkt dat de ontwerpgedragscode in overeenstemming met het recht van de lidstaat is (indien van toepassing)? (Punt 29)
11. Hebt u voldaan aan de taaleisen? (Punt 30)

Zijn in uw aanvraag voldoende bijzonderheden opgenomen om aan te tonen dat de AVG juist wordt toegepast? (Punten 32 - 41)

Ontwerpcode niet aanvaardbaar

Kennisgeving dat proces is voltooid &amp; nieuwe aanvraag

Codehouder

Alle TA's

Beslissing om goedkeuring van ontwerpcode af te wiizen

Kennisgeving dat proces wordt beeindigd

Codehouder

Alle TAS

Bevöegde TA/leidende TA stelt besluit tot goedkeuring van code

Codehouder

Ontwerpcode

## AANHANGSEL 4 - STROOMSCHEMA TRANSNATIONALE CODE

Info over indiening van

<!-- image -->

---

## Footnotes

1. Verordening (EU) 2016/679  van  het  Europees  Parlement  en  de  Raad  van  27 april 2016  betreffende  de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.

4. Zie bv. artikel 24, lid 3, artikel 28, lid 5, en artikel 32, lid 3. Een gedragscode kan ook door gegevensverwerkers worden gebruikt om aan te tonen dat voldoende is gegarandeerd dat hun verwerking in overeenstemming is met de AVG (zie artikel 28, lid 5).

5. Zie de overwegingen 77, 81, 98, 99, 148 en 168 en de artikelen 24, 28, 35, 40, 41, 46, 57, 64 en 70 van de AVG.

8. Zie artikel 40, lid 5, artikel 55, lid 1, en overweging 122 van de AVG.

9. Zie artikel 40, lid 1, en overweging 98 van de AVG.

10. Zie bv. artikel 41, leden 2 en 3, van de AVG.

14. Zie ook de punten 64 tot en met 67 hierna.

15. Gedragscodes en certificering zijn vrijwillige instrumenten voor verantwoording, terwijl een gegevensbeschermingseffectbeoordeling  in  bepaalde  situaties  verplicht  is.  Zie  voor  meer  informatie  over instrumenten voor verantwoording de pagina van het Comité met algemene leidraad: (www.edpb.europa.eu).

16. Zie artikel 42 van de AVG en de richtsnoeren van het Comité van 1/2018 voor certificering en het vaststellen van certificeringscriteria overeenkomstig de artikelen 42 en 43 van de AVG.

18. Zie  overweging  98  van  de  AVG  met  betrekking  tot  artikel  40,  lid  1.  Zo  kan  een  gedragscode  naar  wens worden aangepast aan de behoefte van zowel micro-organisaties als kleine en middelgrote ondernemingen.

22. Zie artikel 40, lid 2, onder j), en artikel 40, lid 3, van de AVG.

24. Zie ook artikel 24, lid 3, en artikel 28, lid 5, van de AVG.

27. Artikel 83, lid 2, onder j), van de AVG. Zie ook de door het Comité vastgestelde toepassing van gedragscodes met  betrekking  tot  de  door  de  Groep  artikel  29  vastgestelde  richtsnoeren  253/17  voor  de  toepassing  en oplegging van administratieve geldboeten in de zin van de AVG.

33. In artikel 55 van de AVG is bepaald dat elke toezichthoudende autoriteit bevoegd is om op het grondgebied van haar lidstaat de bij de AVG opgedragen taken uit te voeren en de bij de AVG toegekende bevoegdheden uit te oefenen. Zie ook overweging 122 van de AVG.

37. Zie onder "Accreditatievereisten voor toezichthoudende organen" op pagina 24 hierna.

43. Deze norm is voor het eerst toegepast in DG XV D/5004/98, WP 13, goedgekeurd op 10 september 1998.

45. Deze  eis  geeft  het  eerdere  standpunt  van  de  Groep  artikel  29  weer  zoals  dat  is  beschreven  in  het werkdocument over gedragscodes WP 13 DG XV D/5004/98, dat is goedgekeurd op 10 september 1998.

52. Het document van de Groep artikel 29, 'Judging industry self-regulation: when does it make a meaningful contribution to the level of data protection in a third country?' WP7, dat is goedgekeurd op 14 januari 1998, is eveneens een informatief  document  dat  aanvullende  inzichten  biedt  in  het  op  waarde  beoordelen  van  een gedragscode en in de algemene voorwaarden waaraan een gedragscode moet voldoen om doeltreffend te zijn. Aanbevolen wordt om (indien ter zake dienend) bij het formuleren van een gedragscode ook dat document te gebruiken.

54. Die instantie is uiteraard de nationale TA voor de leden waarop gedragscode van toepassing is. Verder is het belangrijk  dat  gedragscodehouders  bij  indiening  tegenover  de  bevoegde  TA  duidelijk  aangeven  dat  het  een formele  aanvraag  voor goedkeuring  van  een  ontwerpgedragscode  betreft,  en wat  het jurisdictionele toepassingsgebied  ervan  is.  Zie  ook  aanhangsel  1  in  verband  met  het  onderscheid  tussen  nationale  en transnationale gedragscodes.

61. Dit moet worden gelezen in de context van de hierna beschreven procedure.

68. Zie artikel 64, lid 4, van de AVG, waarin is bepaald dat de standpunten van andere betrokken TA's samen met het ontwerpbesluit van de bevoegde TA worden gepresenteerd.

69. Zie de taak van het Comité overeenkomstig artikel 70, lid 1, onder x), van de AVG.

70. Zie artikel 64, lid 7, evenals de procedures die in gang worden gezet als een bevoegde TA niet instemt met het advies van het Comité overeenkomstig artikel 64, lid 8, van de AVG.

72. Artikel  40,  lid  9,  en  artikel  40,  lid 10.  Als  gevolg  van  een  dergelijk  besluit  kunnen  ook  niet  aan  de  AVG onderworpen verwerkingsverantwoordelijken en verwerkers bindende en afdwingbare verplichtingen aangaan ten aanzien van een goedgekeurde gedragscode (zie artikel 40, lid 3). Dat maakt gegevensdoorgifte naar derde landen of internationale organisaties mogelijk, omdat er passende waarborgen worden geboden en er rechten en doeltreffende rechtsmiddelen voor betrokkenen zijn (zie ook artikel 46, lid 1, en lid 2, onder e)).

81. De toevoeging van een nieuw gedragscodevoorschrift is een voorbeeld van een wijziging die goedkeuring behoeft. Voor het bijwerken van een verwijzing naar de naam van een organisatie of andere kleine wijzigingen die niet op de werking van de gedragscode van invloed zijn, is echter geen goedkeuring nodig.

85. Zie artikel 55 in samenhang met overweging 122 van de AVG.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/38092 · 2026-08-22
