# Richtsnoeren 01/2022 over de rechten van betrokkenen Recht van inzage

- Type: Guidance
- Source: EDPB
- Identifier: edpb-guidelines-recht-op-inzage
- Date: 2022-01-01
- Original: https://www.edpb.europa.eu/system/files/2024-04/edpb_guidelines_202201_data_subject_rights_access_v2_nl.pdf
- Canonical: https://overview.legal/posts/38098
- Topics: Personal Data, Data Controller, Right to Rectification, Processing, Right of Access, Controllers, Right of Access Procedures, Information Provision Modalities and Communication Methods, Archiving, Accuracy

## Summary

Het recht van inzage van betrokkenen is vastgelegd in artikel 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Het maakt al sinds het begin deel uit van het Europese wettelijke kader voor gegevensbescherming en wordt nu verder ontwikkeld met specifiekere, preciezere regels in artikel 15 AVG.

## Full text

<!-- image -->

## Richtsnoeren 01/2022 over de rechten van betrokkenen Recht van inzage

Versie 2.1

Vastgesteld op 28 maart 2023

## Versiegeschiedenis

| Versie 1.0   | 18 januari 2022   | Vaststelling van de richtsnoeren voor openbare raadpleging   |
|--------------|-------------------|--------------------------------------------------------------|
| Versie 2.0   | 28 maart 2023     | Vaststelling van de richtsnoeren na openbare raadpleging     |
| Versie 2.1   | 30 mei 2024       | Kleine correcties                                            |

## SAMENVATTING

Het recht van inzage van betrokkenen is vastgelegd in artikel 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Het maakt al sinds het begin deel uit van het Europese wettelijke kader voor gegevensbescherming en wordt nu verder ontwikkeld met specifiekere, preciezere regels in artikel 15 AVG.

## Doel en algemene structuur van het recht van inzage

Het algemene doel van het recht van inzage is om personen voldoende, transparante en gemakkelijk toegankelijke informatie te verstrekken over de verwerking van hun persoonsgegevens, zodat zij zich van de verwerking op de hoogte kunnen stellen en de rechtmatigheid daarvan en de nauwkeurigheid van de verwerkte gegevens kunnen controleren. Dit zal het voor de betrokkene gemakkelijker maken - maar is  geen  voorwaarde  -  om  andere  rechten  uit  te  oefenen,  zoals  het  recht  op  wissing  of rectificatie.

Het recht van inzage volgens de gegevensbeschermingswetgeving moet worden onderscheiden van soortgelijke rechten met andere doelstellingen, bijvoorbeeld het recht van inzage in overheidsdocumenten, dat tot doel heeft de transparantie in de besluitvorming van overheidsinstanties en goede administratieve praktijken te waarborgen.

De betrokkene hoeft echter geen redenen op te geven voor het verzoek om inzage en het is niet aan de verwerkingsverantwoordelijke om te analyseren of het verzoek de betrokkene daadwerkelijk zal helpen om de rechtmatigheid van de betreffende verwerking te controleren of andere rechten uit te oefenen.  De  verwerkingsverantwoordelijke  moet  het  verzoek  in  behandeling  nemen,  tenzij  het duidelijk is dat het verzoek wordt gedaan op grond van andere regels dan de gegevensbeschermingsregels.

Het recht van inzage omvat drie verschillende bestanddelen:

-  uitsluitsel over het al dan niet verwerken van persoonsgegevens van de betrokkene;
-  inzage van deze persoonsgegevens, en
-  inzage  van  informatie  over  de  verwerking,  zoals  het  doel,  de  categorieën  gegevens  en  de ontvangers,  de  duur  van  de  verwerking,  de  rechten  van  de  betrokkenen  en  passende waarborgen in geval van doorgifte aan derde landen.

## Algemene overwegingen bij de beoordeling van het verzoek van de betrokkene

Bij het analyseren van de inhoud van het verzoek moet de verwerkingsverantwoordelijke beoordelen of het verzoek betrekking heeft op persoonsgegevens van de persoon die het verzoek indient, of het verzoek binnen de reikwijdte van artikel 15 valt en of er andere, meer specifieke bepalingen zijn die de inzage in een bepaalde sector regelen. Hij moet ook beoordelen of het verzoek betrekking heeft op alle of slechts delen van de gegevens met betrekking tot de betrokkene die worden verwerkt.

Er zijn geen specifieke vereisten voor het formaat van een verzoek. De verwerkingsverantwoordelijke moet zorgen voor geschikte en gebruiksvriendelijke communicatiekanalen die gemakkelijk door de betrokkene  kunnen  worden  gebruikt.  De  betrokkene  is  echter  niet  verplicht  om  deze  specifieke kanalen te gebruiken en kan in plaats daarvan het verzoek sturen naar een officieel contactpunt van de verwerkingsverantwoordelijke. De verwerkingsverantwoordelijke is niet verplicht om te reageren op verzoeken die naar volstrekt willekeurige of ogenschijnlijk onjuiste adressen worden gestuurd.

Wanneer  de  verwerkingsverantwoordelijke  niet  in  staat  is  gegevens  te  identificeren  die  naar  de betrokkene verwijzen, informeert hij de betrokkene hierover en kan hij weigeren inzage te verlenen tenzij  de  betrokkene  aanvullende  informatie  verstrekt  die  identificatie  mogelijk  maakt.  Als  de verwerkingsverantwoordelijke twijfelt of de betrokkene is wie hij beweert  te zijn, kan de verwerkingsverantwoordelijke bovendien om aanvullende informatie vragen om de identiteit van de betrokkene te bevestigen. Het verzoek om aanvullende informatie moet in verhouding staan tot het soort  gegevens  dat  wordt  verwerkt,  de  schade  die  kan  ontstaan  enz.  om  te  voorkomen  dat  er buitensporig veel gegevens worden verzameld.

## Reikwijdte van het recht van inzage

De  reikwijdte  van  het recht  van  inzage  wordt  bepaald  door  de  reikwijdte  van  het begrip persoonsgegevens zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 1, AVG. Naast elementaire persoonsgegevens zoals naam, adres, telefoonnummer enz. kan een grote verscheidenheid aan gegevens binnen deze definitie vallen, zoals medische bevindingen, aankoopgeschiedenis, kredietwaardigheidsindicatoren, activiteitenlogboeken, zoekactiviteiten enz. Persoonsgegevens die gepseudonimiseerd zijn, zijn nog steeds persoonsgegevens, in tegenstelling tot geanonimiseerde gegevens. Het recht van inzage heeft betrekking op persoonsgegevens van de persoon die het verzoek indient. Dit moet niet te restrictief worden  geïnterpreteerd  en  kan  gegevens  omvatten  die  ook  andere  personen  kunnen  betreffen, bijvoorbeeld de communicatiegeschiedenis met inkomende en uitgaande berichten.

Naast  het  verlenen  van  inzage  van  de  persoonsgegevens  moet  de  verwerkingsverantwoordelijke aanvullende  informatie  verstrekken  over  de  verwerking  en  over  de  rechten  van  de  betrokkenen. Dergelijke  informatie  kan  worden  gebaseerd  op  wat  al  is  verzameld  in  het  register  van  de verwerkingsactiviteiten van de verwerkingsverantwoordelijke (artikel 30 AVG) en de privacyverklaring (de artikelen 13 en 14 AVG). Het kan echter nodig zijn deze algemene informatie aan te passen aan het tijdstip van het verzoek of aan de verwerkingsactiviteiten die worden uitgevoerd met betrekking tot de specifieke persoon die het verzoek indient.

## Inzage verlenen

De manieren om inzage te verlenen, kunnen variëren afhankelijk van de hoeveelheid gegevens en de complexiteit van de verwerking die wordt uitgevoerd. Tenzij uitdrukkelijk anders vermeld, moet het verzoek worden opgevat als betrekking hebbend op alle persoonsgegevens van de betrokkene en kan de verwerkingsverantwoordelijke de betrokkene vragen het verzoek te specificeren als hij een grote hoeveelheid gegevens verwerkt.

De  verwerkingsverantwoordelijke  moet  in  alle  IT-systemen  en  niet-IT-archiveringssystemen  naar persoonsgegevens zoeken op basis van zoekcriteria die aansluiten op de structuur van de informatie, bijvoorbeeld naam en klantnummer. De communicatie van gegevens en andere informatie over de verwerking  moet  worden  verstrekt  in  een  beknopte,  transparante,  begrijpelijke  en  gemakkelijk toegankelijke vorm, in duidelijke en eenvoudige taal. De meer precieze vereisten in dit verband zijn afhankelijk van de omstandigheden van de gegevensverwerking en het vermogen van de betrokkene om de communicatie te begrijpen (bijvoorbeeld rekening houdend met het feit dat de betrokkene een kind is of een persoon met speciale behoeften). Als de gegevens uit codes of andere 'ruwe gegevens' bestaan, moeten deze mogelijk worden uitgelegd om ze begrijpelijk te maken voor de betrokkene.

De belangrijkste manier om inzage te verlenen is het verstrekken van een kopie van de gegevens aan de  betrokkene,  maar  andere  manieren  (zoals  mondelinge  informatie  en  inzage  ter  plaatse)  zijn mogelijk als de betrokkene daarom vraagt. De gegevens kunnen per e-mail worden verzonden, op

voorwaarde dat alle nodige voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen, rekening houdend met bijvoorbeeld de aard van de gegevens, of op een andere manier, bijvoorbeeld via een selfservicetool.

Soms, als sprake is van een grote hoeveelheid gegevens die lastig te begrijpen zouden zijn voor de betrokkene indien  alles  in  één  keer  wordt  doorgegeven  -  vooral  in  de  onlinecontext  -  kan  een gelaagde aanpak de beste optie zijn. De verstrekking van informatie in verschillende lagen kan het voor de betrokkene gemakkelijker maken om de gegevens te begrijpen. De verwerkingsverantwoordelijke moet kunnen aantonen dat de gelaagde aanpak een toegevoegde waarde heeft voor de betrokkene en alle lagen moeten tegelijkertijd worden verstrekt als de betrokkene daarvoor kiest.

De kopie van de gegevens en de aanvullende informatie moeten worden verstrekt in een permanente vorm, zoals geschreven tekst, die in een gangbare elektronische vorm kan zijn, zodat de betrokkene deze gemakkelijk kan downloaden. De gegevens kunnen in een transcript of een compilatie worden doorgegeven  zolang  alle  informatie  wordt  opgenomen  en  dit  de  inhoud  van  de  informatie  niet verandert.

Aan  het  verzoek  moet  zo  snel  mogelijk  worden  voldaan  en  in  ieder  geval  binnen  een  maand  na ontvangst van het verzoek. Afhankelijk van de complexiteit en het aantal verzoeken kan die termijn indien  nodig  met  nog  eens  twee  maanden  worden  verlengd.  De  betrokkene  moet  dan  worden geïnformeerd  over  de  reden  voor  de  vertraging.  De  verwerkingsverantwoordelijke  moet  zo  snel mogelijk de nodige maatregelen treffen om verzoeken te behandelen en deze maatregelen aanpassen aan de omstandigheden van de verwerking. Wanneer gegevens slechts voor een zeer korte periode worden opgeslagen, moeten er maatregelen zijn om te garanderen dat aan een verzoek om inzage kan worden  voldaan  zonder  dat  de  gegevens  worden  gewist  terwijl  het  verzoek  wordt  behandeld. Wanneer  een  grote  hoeveelheid  gegevens  wordt  verwerkt,  zal  de  verwerkingsverantwoordelijke routines en mechanismen moeten invoeren die zijn aangepast aan de complexiteit van de verwerking.

De beoordeling van het verzoek moet de situatie weergeven op het moment dat het verzoek door de verwerkingsverantwoordelijke werd ontvangen. Zelfs gegevens die mogelijk onjuist of onrechtmatig verwerkt zijn, moeten  worden  verstrekt. Gegevens die al zijn verwijderd, bijvoorbeeld in overeenstemming  met  een  bewaarbeleid,  en  daarom  niet langer beschikbaar zijn voor de verwerkingsverantwoordelijke, kunnen niet worden verstrekt.

## Beperkingen

De AVG staat bepaalde beperkingen van het recht van inzage toe. Er zijn geen verdere vrijstellingen of afwijkingen.  Het  recht  van  inzage  geldt  zonder  enig  algemeen  voorbehoud  ten  aanzien  van evenredigheid met betrekking tot de inspanningen die de verwerkingsverantwoordelijke moet leveren om aan het verzoek van de betrokkene te voldoen.

Volgens artikel 15, lid 4, mag het recht om een kopie te verkrijgen, geen afbreuk doen aan de rechten en vrijheden van anderen. De EDPB is van mening dat deze rechten niet alleen in aanmerking moeten worden genomen wanneer de inzage van gegevens wordt verleend door een kopie te verstrekken, maar  ook  wanneer  de  inzage  op  een  andere  manier  wordt  verleend  (zoals  inzage  ter  plaatse). Artikel 15, lid 4, is echter niet van toepassing op de aanvullende informatie over de verwerking zoals vermeld in artikel 15, lid 1, punten a) tot en met h). De verwerkingsverantwoordelijke moet kunnen aantonen dat de rechten of vrijheden van anderen in de concrete situatie nadelig zouden worden beïnvloed. De toepassing van artikel 15, lid 4 mag niet leiden tot het volledig afwijzen van het verzoek van de betrokkene, maar zou alleen leiden tot het weglaten of onleesbaar maken van die delen die negatieve gevolgen kunnen hebben voor de rechten en vrijheden van anderen.

Artikel 12, lid 5, AVG staat verwerkingsverantwoordelijken toe om verzoeken af te wijzen die kennelijk ongegrond  of  buitensporig  zijn,  of  om  een  redelijke  vergoeding  aan  te  rekenen  voor  dergelijke verzoeken. Deze  begrippen  moeten  eng  worden  geïnterpreteerd.  Aangezien  er zeer weinig voorwaarden gelden voor verzoeken om inzage, zijn de mogelijkheden om een verzoek als kennelijk ongegrond te beschouwen, vrij beperkt. Of een verzoek buitensporig is, hangt af van de specifieke kenmerken van de sector waarin de verwerkingsverantwoordelijke actief is. Hoe vaker er wijzigingen plaatsvinden in de gegevensbank van de verwerkingsverantwoordelijke, hoe vaker de betrokkene om inzage  mag  vragen  zonder  dat  dit  buitensporig  is.  In  plaats  van  inzage  te  weigeren,  kan  de verwerkingsverantwoordelijke besluiten de betrokkene een vergoeding aan te rekenen. Dat kan alleen aan de orde zijn om de administratieve kosten te dekken die buitensporige verzoeken met zich kunnen meebrengen.  De  verwerkingsverantwoordelijke  moet  het  kennelijk  ongegronde  of  buitensporige karakter van een verzoek kunnen aantonen.

Beperkingen van het recht van inzage kunnen ook zijn vervat in de nationale wetgeving van de lidstaten overeenkomstig artikel 23 AVG en de daarin opgenomen afwijkingen. Verwerkingsverantwoordelijken die zich op dergelijke beperkingen willen beroepen, moeten zorgvuldig de vereisten van de nationale bepalingen  controleren  en  nota  nemen  van  eventuele  toepasselijke  specifieke  voorwaarden. Dergelijke voorwaarden kunnen inhouden dat het recht van inzage slechts tijdelijk wordt uitgesteld of dat de beperking alleen geldt voor bepaalde categorieën van gegevens.

## Inhoudsopgave

| 1                                                                                                                                                                                                                                                       | Inleiding -algemene opmerkingen ............................................................................................... 9                                                                                                                       | Inleiding -algemene opmerkingen ............................................................................................... 9                                                                                                                     | Inleiding -algemene opmerkingen ............................................................................................... 9   |
|---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|
| 2                                                                                                                                                                                                                                                       | Doel van het recht van inzage, structuur van artikel 15 AVG en algemene beginselen ...............                                                                                                                                                      | 12                                                                                                                                                                                                                                                    |                                                                                                                                     |
| 2.1                                                                                                                                                                                                                                                     | Doel van het recht van inzage...............................................................................................                                                                                                                            | 12                                                                                                                                                                                                                                                    |                                                                                                                                     |
| 2.2                                                                                                                                                                                                                                                     | Structuur van artikel 15 AVG.................................................................................................                                                                                                                           | 13                                                                                                                                                                                                                                                    |                                                                                                                                     |
|                                                                                                                                                                                                                                                         | 2.2.1 De inhoud van het recht van inzage bepalen................................................................                                                                                                                                        | 14                                                                                                                                                                                                                                                    |                                                                                                                                     |
| 2.2.1.1 Uitsluitsel over het al dan niet verwerken van persoonsgegevens...........................                                                                                                                                                      | 2.2.1.1 Uitsluitsel over het al dan niet verwerken van persoonsgegevens...........................                                                                                                                                                      | 15                                                                                                                                                                                                                                                    |                                                                                                                                     |
| 2.2.1.2 Inzage van de persoonsgegevens die worden                                                                                                                                                                                                       | 2.2.1.2 Inzage van de persoonsgegevens die worden                                                                                                                                                                                                       | verwerkt........................................... 15                                                                                                                                                                                                |                                                                                                                                     |
| 2.2.1.3 Informatie over de verwerking en over de rechten van betrokkenen......................                                                                                                                                                          | 2.2.1.3 Informatie over de verwerking en over de rechten van betrokkenen......................                                                                                                                                                          | 15                                                                                                                                                                                                                                                    |                                                                                                                                     |
| 2.2.2 Bepalingen inzake regelingen........................................................................................                                                                                                                              | 2.2.2 Bepalingen inzake regelingen........................................................................................                                                                                                                              | 16                                                                                                                                                                                                                                                    |                                                                                                                                     |
| 2.2.2.1 Een kopie verstrekken...............................................................................................                                                                                                                            | 2.2.2.1 Een kopie verstrekken...............................................................................................                                                                                                                            | 16                                                                                                                                                                                                                                                    |                                                                                                                                     |
| 2.2.2.2                                                                                                                                                                                                                                                 | 2.2.2.2                                                                                                                                                                                                                                                 | Bijkomende kopieën verstrekken.............................................................................. 17                                                                                                                                       |                                                                                                                                     |
| 2.2.2.3 De informatie beschikbaar maken in een gangbare elektronische vorm .................                                                                                                                                                            | 2.2.2.3 De informatie beschikbaar maken in een gangbare elektronische vorm .................                                                                                                                                                            | 18                                                                                                                                                                                                                                                    |                                                                                                                                     |
| 2.2.3 Mogelijke beperking van het recht van inzage .............................................................                                                                                                                                        | 2.2.3 Mogelijke beperking van het recht van inzage .............................................................                                                                                                                                        | 18                                                                                                                                                                                                                                                    |                                                                                                                                     |
|                                                                                                                                                                                                                                                         |                                                                                                                                                                                                                                                         | 18                                                                                                                                                                                                                                                    |                                                                                                                                     |
| 2.3 Algemene beginselen van het recht van inzage....................................................................                                                                                                                                    | 2.3 Algemene beginselen van het recht van inzage....................................................................                                                                                                                                    | 19                                                                                                                                                                                                                                                    |                                                                                                                                     |
| 2.3.1 Volledigheid van de informatie ..................................................................................... 2.3.2 Juistheid van de informatie........................................................................................... | 2.3.1 Volledigheid van de informatie ..................................................................................... 2.3.2 Juistheid van de informatie........................................................................................... | 21                                                                                                                                                                                                                                                    |                                                                                                                                     |
| 2.3.3 Tijdreferentiepunt van de beoordeling.........................................................................                                                                                                                                    | 2.3.3 Tijdreferentiepunt van de beoordeling.........................................................................                                                                                                                                    | 21                                                                                                                                                                                                                                                    |                                                                                                                                     |
| 2.3.4 Voldoen aan vereisten voor gegevensbeveiliging.........................................................                                                                                                                                           | 2.3.4 Voldoen aan vereisten voor gegevensbeveiliging.........................................................                                                                                                                                           | 23                                                                                                                                                                                                                                                    |                                                                                                                                     |
| 3                                                                                                                                                                                                                                                       |                                                                                                                                                                                                                                                         | 23                                                                                                                                                                                                                                                    |                                                                                                                                     |
| Algemene overwegingen bij de beoordeling van verzoekenom inzage....................................... 3.1 Inleiding.................................................................................................................................   | Algemene overwegingen bij de beoordeling van verzoekenom inzage....................................... 3.1 Inleiding.................................................................................................................................   | 23                                                                                                                                                                                                                                                    |                                                                                                                                     |
| 3.1.1 Analyse van de inhoud van het verzoek........................................................................ 24 3.1.2 Vorm van het verzoek ...................................................................................................   | 3.1.1 Analyse van de inhoud van het verzoek........................................................................ 24 3.1.2 Vorm van het verzoek ...................................................................................................   | 3.1.1 Analyse van de inhoud van het verzoek........................................................................ 24 3.1.2 Vorm van het verzoek ................................................................................................... |                                                                                                                                     |
| 3.2 Identificatie en authenticatie................................................................................................ 28                                                                                                                   | 3.2 Identificatie en authenticatie................................................................................................ 28                                                                                                                   | 3.2 Identificatie en authenticatie................................................................................................ 28                                                                                                                 |                                                                                                                                     |
|                                                                                                                                                                                                                                                         |                                                                                                                                                                                                                                                         | 31                                                                                                                                                                                                                                                    |                                                                                                                                     |
|                                                                                                                                                                                                                                                         |                                                                                                                                                                                                                                                         | Evenredigheidsbeoordeling met betrekking tot de authenticatie van de verzoeker ...........                                                                                                                                                            |                                                                                                                                     |
| 3.3                                                                                                                                                                                                                                                     | 3.3                                                                                                                                                                                                                                                     | 3.3                                                                                                                                                                                                                                                   |                                                                                                                                     |
| 3.4 Verzoeken via derden/volmachthouders..............................................................................                                                                                                                                  | 3.4 Verzoeken via derden/volmachthouders..............................................................................                                                                                                                                  | 34                                                                                                                                                                                                                                                    |                                                                                                                                     |
| 3.4.1 Uitoefening van het recht van inzage namens kinderen .............................................. 35 3.4.2                                                                                                                                      | 3.4.1 Uitoefening van het recht van inzage namens kinderen .............................................. 35 3.4.2                                                                                                                                      | Uitoefening van het recht van inzage via die door een derde partij                                                                                                                                                                                    |                                                                                                                                     |
| worden aangeboden                                                                                                                                                                                                                                       | worden aangeboden                                                                                                                                                                                                                                       | worden aangeboden                                                                                                                                                                                                                                     |                                                                                                                                     |
| 4 Reikwijdte van het recht van inzage en de persoonsgegevens en informatie waarop het 4.1                                                                                                                                                               | 4 Reikwijdte van het recht van inzage en de persoonsgegevens en informatie waarop het 4.1                                                                                                                                                               | Definitie van persoonsgegevens ........................................................................................... 37                                                                                                                         |                                                                                                                                     |
| betrekking heeft.................................................................................................................................... 37                                                                                                 | betrekking heeft.................................................................................................................................... 37                                                                                                 | betrekking heeft.................................................................................................................................... 37                                                                                               |                                                                                                                                     |
| 4.2 De persoonsgegevens waarop het recht van inzage betrekking heeft.................................                                                                                                                                                   | 4.2 De persoonsgegevens waarop het recht van inzage betrekking heeft.................................                                                                                                                                                   | 41                                                                                                                                                                                                                                                    |                                                                                                                                     |
| 4.2.1 'Hem betreffende persoonsgegevens'.........................................................................                                                                                                                                       | 4.2.1 'Hem betreffende persoonsgegevens'.........................................................................                                                                                                                                       | persoonsgegevens.................................................... 43                                                                                                                                                                               |                                                                                                                                     |
| 4.2.2 Het 'al dan niet verwerken' van                                                                                                                                                                                                                   | 4.2.2 Het 'al dan niet verwerken' van                                                                                                                                                                                                                   | om inzage.......................................................... 44                                                                                                                                                                                |                                                                                                                                     |
| 4.2.3 De reikwijdte van een nieuw verzoek                                                                                                                                                                                                               | 4.2.3 De reikwijdte van een nieuw verzoek                                                                                                                                                                                                               | 4.2.3 De reikwijdte van een nieuw verzoek                                                                                                                                                                                                             |                                                                                                                                     |

|                                                                                                                                                                                                         | 4.3 Informatie over de verwerking en over de rechten van                                                                                                                                                | 4.3 Informatie over de verwerking en over de rechten van                                                                                                                                                | betrokkenen.................................. 44                                                                         |
|---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|
| 5                                                                                                                                                                                                       | Hoe kan een verwerkingsverantwoordelijke inzage verlenen? ....................................................                                                                                          | Hoe kan een verwerkingsverantwoordelijke inzage verlenen? ....................................................                                                                                          | 48                                                                                                                       |
| 5.1                                                                                                                                                                                                     | Hoe kan de verwerkingsverantwoordelijke de gevraagde gegevens ophalen?....................                                                                                                              | Hoe kan de verwerkingsverantwoordelijke de gevraagde gegevens ophalen?....................                                                                                                              | 49                                                                                                                       |
| 5.2                                                                                                                                                                                                     | Passende maatregelenom inzage te bieden ........................................................................                                                                                        | Passende maatregelenom inzage te bieden ........................................................................                                                                                        | 49                                                                                                                       |
| 5.2.1                                                                                                                                                                                                   | 5.2.1                                                                                                                                                                                                   | 'Passende maatregelen' nemen...................................................................................                                                                                         | 50                                                                                                                       |
| 5.2.2                                                                                                                                                                                                   | 5.2.2                                                                                                                                                                                                   | Verschillende manieren om inzage te verlenen............................................................                                                                                                | 51                                                                                                                       |
| 5.2.3 Inzage verlenen 'in een beknopte, transparante, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke vorm en in duidelijke en eenvoudige taal'............................................................. | 5.2.3 Inzage verlenen 'in een beknopte, transparante, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke vorm en in duidelijke en eenvoudige taal'............................................................. | 5.2.3 Inzage verlenen 'in een beknopte, transparante, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke vorm en in duidelijke en eenvoudige taal'............................................................. | 53                                                                                                                       |
| 5.2.4 informatie                                                                                                                                                                                        | 5.2.4 informatie                                                                                                                                                                                        | Een grote hoeveelheid informatie stelt specifieke eisen aan de manier waarop de wordt                                                                                                                   | verstrekt............................................................................................................ 55 |
| 5.2.5 Formaat .........................................................................................................................                                                                 | 5.2.5 Formaat .........................................................................................................................                                                                 | 5.2.5 Formaat .........................................................................................................................                                                                 | 56                                                                                                                       |
| 5.3                                                                                                                                                                                                     | Tijdschema voor het verlenen van inzage.............................................................................                                                                                    | Tijdschema voor het verlenen van inzage.............................................................................                                                                                    | 59                                                                                                                       |
| 6                                                                                                                                                                                                       | Grenzen en beperkingen op het recht van inzage ........................................................................                                                                                 | Grenzen en beperkingen op het recht van inzage ........................................................................                                                                                 | 61                                                                                                                       |
| 6.1                                                                                                                                                                                                     | 6.1                                                                                                                                                                                                     | Algemene opmerkingen........................................................................................................                                                                            | 61                                                                                                                       |
| 6.2                                                                                                                                                                                                     | 6.2                                                                                                                                                                                                     | Artikel 15, lid 4, AVG..............................................................................................................                                                                    | 61                                                                                                                       |
| 6.3                                                                                                                                                                                                     | 6.3                                                                                                                                                                                                     | Artikel 12, lid 5, AVG..............................................................................................................                                                                    | 65                                                                                                                       |
| 6.3.1 Wat betekent 'kennelijk ongegrond'? .........................................................................                                                                                     | 6.3.1 Wat betekent 'kennelijk ongegrond'? .........................................................................                                                                                     | 6.3.1 Wat betekent 'kennelijk ongegrond'? .........................................................................                                                                                     | 65                                                                                                                       |
| 6.3.2 Wat betekent buitensporig?                                                                                                                                                                        | 6.3.2 Wat betekent buitensporig?                                                                                                                                                                        | 6.3.2 Wat betekent buitensporig?                                                                                                                                                                        | ......................................................................................... 66                             |
| 6.3.3 Gevolgen........................................................................................................................                                                                  | 6.3.3 Gevolgen........................................................................................................................                                                                  | 6.3.3 Gevolgen........................................................................................................................                                                                  | 69                                                                                                                       |
| 6.4                                                                                                                                                                                                     | 6.4                                                                                                                                                                                                     | Mogelijke beperkingen in de wetgeving van de Unie of de lidstaten op basis van artikel 23                                                                                                               | Mogelijke beperkingen in de wetgeving van de Unie of de lidstaten op basis van artikel 23                                |
| AVG en afwijkingen ...........................................................................................................................                                                          | AVG en afwijkingen ...........................................................................................................................                                                          | AVG en afwijkingen ...........................................................................................................................                                                          | 70                                                                                                                       |
| Bijlage -Stroomdiagram .....................................................................................................................                                                            | Bijlage -Stroomdiagram .....................................................................................................................                                                            | Bijlage -Stroomdiagram .....................................................................................................................                                                            | 72                                                                                                                       |

## Het Europees Comité voor gegevensbescherming

Gezien artikel 70, lid 1, punt e), van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad  van  27 april  2016  betreffende  de  bescherming  van  natuurlijke  personen  in  verband  met  de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (hierna 'AVG' genoemd),

Gezien de EER-overeenkomst en met name bijlage XI en Protocol nr. 37, zoals gewijzigd bij Besluit nr. 154/2018 van het Gemengd Comité van de EER van 6 juli 2018 1 ,

Gezien de artikelen 12 en 22 van zijn reglement van orde,

Bij  de  voorbereiding  van  deze  richtsnoeren  is  de  input  van  belanghebbenden  verzameld,  zowel schriftelijk  als  tijdens  een  speciale  bijeenkomst  voor  belanghebbenden  over  de  rechten  van betrokkenen, om de uitdagingen en interpretatieproblemen bij de toepassing van de desbetreffende bepalingen van de AVG te identificeren;

## HEEFT DE VOLGENDE RICHTSNOEREN VASTGESTELD

## 1 INLEIDING - ALGEMENE OPMERKINGEN

1. In  de  huidige  maatschappij  worden  persoonsgegevens  verwerkt  door  publieke  en  particuliere entiteiten, in het kader van vele activiteiten, voor een breed spectrum van doeleinden en op vele verschillende manieren. Natuurlijke personen bevinden zich vaak in een nadelige positie wat betreft inzicht in de manier waarop hun persoonsgegevens worden verwerkt, inclusief de technologie die in het specifieke geval wordt gebruikt, of het nu gaat om een particuliere of een openbare entiteit. Om persoonsgegevens  van  natuurlijke  personen  in  deze  situaties  te  beschermen,  is  met  de  AVG  een samenhangend en robuust wettelijk kader gecreëerd dat algemeen van toepassing is op verschillende soorten verwerking, inclusief specifieke bepalingen met betrekking tot de rechten van betrokkenen.
2. Het  recht  van  inzage  van  persoonsgegevens  is  een  van  de  rechten  van  de  betrokkenen  waarin hoofdstuk III van de AVG voorziet, naast andere rechten, zoals bijvoorbeeld het recht op rectificatie en wissing,  het  recht  op  beperking  van  de  verwerking,  het  recht  op  overdraagbaarheid,  het  recht  op bezwaar  of het recht om  niet te  worden  onderworpen  aan  geautomatiseerde individuele besluitvorming, met inbegrip van profilering 2 . Het recht van inzage van de betrokkene is vastgelegd in zowel het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het Handvest) 3 als in artikel 15 AVG, waar het meer bepaald is geformuleerd als het recht van inzage van persoonsgegevens en andere gerelateerde informatie.
3. Krachtens de AVG bestaat het recht van inzage uit drie elementen, namelijk uitsluitsel over het al dan niet verwerken van persoonsgegevens, inzage van de gegevens en informatie over de verwerking zelf.


2 De artikelen 15 tot en met 22 AVG.

3 Krachtens artikel 8 lid 1 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie heeft eenieder recht op bescherming van zijn persoonsgegevens. Krachtens de tweede zin van artikel 8, lid 2, heeft eenieder heeft recht van inzage van de over hem verzamelde gegevens en op rectificatie daarvan.

De  betrokkene  kan  ook  een  kopie  van  de  verwerkte  persoonsgegevens  krijgen,  waarbij  deze mogelijkheid geen extra recht voor de betrokkene is, maar de regeling om inzage van de gegevens te verlenen. Het recht van inzage kan dus worden opgevat als de mogelijkheid van de betrokkene om de verwerkingsverantwoordelijke te vragen of er persoonsgegevens over hem worden verwerkt en als de mogelijkheid  om  deze  gegevens  in  te  zien  en  te  controleren.  De  verwerkingsverantwoordelijke verstrekt de betrokkene op diens verzoek de informatie die valt binnen het toepassingsgebied van artikel 15, leden 1 en 2, AVG.

4. De uitoefening van het recht van inzage gebeurt zowel in het kader van de gegevensbeschermingswetgeving, in overeenstemming met de doelstellingen van de gegevensbeschermingswetgeving,  als  meer  specifiek  in  het  kader  van  de  ' grondrechten  en  de fundamentele  vrijheden  van  natuurlijke  personen  en  met  name  hun  recht  op  bescherming  van persoonsgegevens ',  zoals  bepaald  in  artikel 1,  lid 2,  AVG.  Het  recht  van  inzage  is  een  belangrijk onderdeel van het hele systeem voor gegevensbescherming.
5. Het praktische doel van het recht van inzage is om natuurlijke personen in staat te stellen controle te hebben over hun eigen persoonsgegevens 4 . Om dit doel in de praktijk te verwezenlijken, wordt met de AVG beoogd de uitoefening van dit recht te vergemakkelijken middels een aantal garanties die de betrokkene  in  staat  stellen  dit  recht  gemakkelijk,  zonder  onnodige  beperkingen,  met  redelijke tussenpozen en zonder buitensporige vertraging of kosten uit te oefenen. Dit alles moet leiden tot een effectievere handhaving van het recht van inzage van de betrokkene in het digitale tijdperk, waarvan in bredere zin ook het recht van de betrokkene om een klacht in te dienen bij de toezichthoudende autoriteit en het recht op effectieve rechtsbescherming deel uitmaken 5 .
6. Wat  betreft  de  ontwikkeling  van  het  recht  van  inzage  als  onderdeel  van  het  rechtskader  voor gegevensbescherming, moet worden benadrukt dat dit recht vanaf het begin deel heeft uitgemaakt van het Europese systeem voor gegevensbescherming. In vergelijking met Richtlijn 95/46/EG zijn de rechten van de betrokkenen in de AVG zowel verfijnd als versterkt; dit geldt ook voor het recht van inzage. Aangezien de regelingen van het recht van inzage nu nauwkeuriger zijn gespecificeerd in de AVG, is dit recht ook beter toepasbaar geworden vanuit het oogpunt van rechtszekerheid voor zowel de betrokkene als de verwerkingsverantwoordelijke. Bovendien is de verwerkingsverantwoordelijke door  de  specifieke  bewoordingen  van  artikel 15,  en  de  precieze  termijn  voor  het  verstrekken  van gegevens  op  grond  van  artikel 12,  lid 3,  AVG,  verplicht  om  voorbereid  te  zijn  op  vragen  van betrokkenen door procedures te ontwikkelen voor het afhandelen van verzoeken.
7. Het recht van inzage moet niet op zichzelf worden gezien, aangezien het nauw verbonden is met andere bepalingen van de AVG, in het bijzonder met de gegevensbeschermingsbeginselen, waaronder de  behoorlijkheid  en  rechtmatigheid  van  de  verwerking,  de  transparantieverplichting  van  de verwerkingsverantwoordelijke  en  met  andere  rechten  van  de  betrokkene  die  zijn  vastgelegd  in hoofdstuk III van de AVG.
8. In het kader van de rechten van de betrokkene moet ook worden gewezen op het belang van artikel 12 AVG, waarin eisen worden gesteld aan passende maatregelen die door de verwerkingsverantwoordelijke worden genomen bij het verstrekken van de informatie als bedoeld in de artikelen 13 en 14 AVG, en de communicatie bedoeld in de artikelen 15 tot en met 22 en artikel 34 AVG; deze vereisten specificeren in het algemeen de vorm, de manier en de termijn voor antwoorden aan de betrokkene, en in het bijzonder voor informatie gericht aan kinderen.



9. De EDPB acht het noodzakelijk om preciezere richtsnoeren te geven over hoe het recht van inzage in verschillende  situaties  moet  worden  toegepast.  In  deze  richtsnoeren  worden  de  verschillende aspecten van het recht van inzage geanalyseerd. Meer in het bijzonder biedt de volgende afdeling een algemeen overzicht en uitleg  over  de  inhoud van  artikel 15,  terwijl  de  daaropvolgende  afdelingen nader  ingaan  op  de  meest  voorkomende  praktische  vragen  en  kwesties  met  betrekking  tot  de uitvoering van het recht van inzage.

## 2 DOEL VAN HET RECHT VAN INZAGE, STRUCTUUR VAN ARTIKEL 15 AVG EN ALGEMENE BEGINSELEN

## 2.1 Doel van het recht van inzage

10. Het  recht  van  inzage  is  dus  bedoeld  om  een  natuurlijke  persoon  controle  te  geven  over  de persoonsgegevens die op hem betrekking hebben, ' zodat hij zich van de verwerking op de hoogte kan stellen en de rechtmatigheid daarvan kan controleren ' 6 . Meer in het bijzonder is het doel van het recht van inzage om de betrokkenen in staat te stellen te begrijpen hoe hun persoonsgegevens worden verwerkt en wat de gevolgen van deze verwerking zijn, en om de juistheid van de verwerkte gegevens te controleren zonder dat zij hun bedoeling hoeven te rechtvaardigen. Het recht van inzage heeft met andere  woorden  tot  doel  personen  te  voorzien  van  voldoende,  transparante  en  gemakkelijk toegankelijke informatie over gegevensverwerking, ongeacht de gebruikte technologieën, en hen in staat te stellen verschillende aspecten van een bepaalde verwerkingsactiviteit uit hoofde van de AVG te controleren (bv. rechtmatigheid, nauwkeurigheid).
11. De interpretatie van de AVG in deze richtsnoeren is gebaseerd op de jurisprudentie van het Hof van Justitie tot nu toe. Rekening houdend met het belang van het recht van inzage, kan worden verwacht dat de jurisprudentie op dit gebied in de toekomst aanzienlijk zal evolueren.
12. Overeenkomstig de arresten van het Hof van Justitie 7 dient het recht op toegang het doel dat erin bestaat de bescherming te garanderen van het recht op persoonlijke levenssfeer van de betrokkene in verband met de verwerking van zijn persoonsgegevens 8 en kan het de uitoefening van hun rechten die voortvloeien uit, bijvoorbeeld de artikelen 16 tot en met 19, de artikelen 21 en 22 en artikel 82 AVG, faciliteren. De uitoefening van het recht op toegang is echter een individueel recht en niet afhankelijk van de uitoefening van die andere rechten, en de uitoefening van de andere rechten is niet afhankelijk van de uitoefening van het recht op toegang.
13. Aangezien  het  recht  van  inzage  een  breed  doel  heeft,  is  een  analyse  van  dat  doel  door  de verwerkingsverantwoordelijke  als  onderdeel  van  zijn  beoordeling  van  verzoeken  om  inzage  geen passende voorwaarde bij de uitoefening van het recht van inzage. Verwerkingsverantwoordelijken moeten  dus  niet  beoordelen  'waarom'  de  betrokkene  om  inzage  vraagt,  maar  alleen  'wat'  de betrokkene  vraagt  (zie  afdeling 3  over  de  analyse  van  het  verzoek)  en  of  ze  beschikken  over persoonsgegevens met betrekking tot die persoon (zie afdeling 4). Daarom mag de verwerkingsverantwoordelijke bijvoorbeeld geen inzage weigeren op grond van of het vermoeden dat de betrokkene de gevraagde gegevens zou kunnen gebruiken om zich in rechte te verdedigen in geval van ontslag of een commercieel geschil met de verwerkingsverantwoordelijke 9 .  Zie  afdeling 6 voor meer informatie over de grenzen en beperkingen van het recht van inzage.

Voorbeeld 1 :  Een werkgever heeft iemand ontslagen. Een week later besluit de persoon bewijs te verzamelen  om  een  rechtszaak  wegens  oneerlijk  ontslag  aan  te  spannen  tegen  de  voormalige werkgever. Met dat in gedachten schrijft de betrokkene de voormalige werkgever aan met het verzoek

6 Overweging 63 van de AVG.

7 Hof van Justitie, C-434/16, Nowak, en gevoegde zaken C-141/12 en C-372/12, YS e.a.

8 Hof van Justitie, C-434/16, Nowak, punt 56.

9 Vragen over dit onderwerp komen aan de orde in een zaak die momenteel aanhangig is bij het Hof van Justitie (C-307/22).

om inzage te krijgen in alle persoonsgegevens die betrekking hebben op hem of haar, als betrokkene, en die de voormalige werkgever, als verwerkingsverantwoordelijke, verwerkt.

De verwerkingsverantwoordelijke beoordeelt de bedoeling van de betrokkene niet en de betrokkene hoeft de verwerkingsverantwoordelijke niet te informeren over de reden van het verzoek. Als het verzoek aan alle andere vereisten voldoet (zie afdeling 3), moet de verwerkingsverantwoordelijke dan ook aan het verzoek voldoen, tenzij het verzoek kennelijk ongegrond of buitensporig is in de zin van artikel 12, lid 5, AVG (zie afdeling 6.3), wat de verwerkingsverantwoordelijke moet aantonen.

Variant : De betrokkene oefent het recht van inzage uit met betrekking tot de persoonsgegevens die op hem of haar betrekking hebben in het kader van de rechtszaak. De nationale wetgeving van de lidstaat die de arbeidsrelatie tussen de verwerkingsverantwoordelijke en de betrokkene regelt, bevat echter enkele bepalingen die de reikwijdte beperken van informatie die moet worden verstrekt aan of uitgewisseld tussen partijen in lopende of toekomstige gerechtelijke procedures, die van toepassing zijn op de door de betrokkene aangespannen rechtszaak over onredelijk ontslag. In deze context en op voorwaarde dat deze nationale bepalingen voldoen aan de vereisten van artikel 23 AVG 10 , heeft de betrokkene niet het recht om meer informatie van de verwerkingsverantwoordelijke te ontvangen dan wordt  voorgeschreven  door  de  nationale  wettelijke  bepalingen  van  de  lidstaat  die  de  informatieuitwisseling tussen partijen bij juridische geschillen regelen.

14. Hoewel het doel van het recht van inzage breed is, heeft het Hof van Justitie ook de grenzen van de reikwijdte  van  het  gegevensbeschermingsrecht  en  het  recht  van  inzage  geïllustreerd.  Het  Hof  van Justitie oordeelde bijvoorbeeld dat het doel van het door de EU-wetgeving inzake gegevensbescherming gewaarborgde recht van inzage moet worden onderscheiden van dat van het recht op toegang tot overheidsdocumenten dat is vastgelegd in de EU- en nationale wetgeving, waarbij het  laatstgenoemde  recht  tot  doel  heeft  'de  transparantie  van  het  besluitvormingsproces  van overheidsorganen te verzekeren en goede administratieve praktijken te bevorderen' 11 , een doel dat niet wordt beoogd met de wetgeving inzake gegevensbescherming. Het Hof van Justitie concludeerde dat het recht van inzage van persoonsgegevens van toepassing is ongeacht of er een ander soort recht van inzage met een ander doel geldt, zoals in het kader van een onderzoeksprocedure.

## 2.2 Structuur van artikel 15 AVG

15. Om te kunnen antwoorden op een verzoek om inzage en ervoor te zorgen dat geen van de aspecten ervan buiten beschouwing wordt gelaten, is het noodzakelijk om eerst de structuur van artikel 15 en de elementen van het in dit artikel vastgelegde recht van inzage te begrijpen.
16. Artikel 15 kan worden onderverdeeld in acht verschillende elementen die in de onderstaande tabel worden opgesomd:

|   1. | De betrokkene heeft het recht om van de verwerkingsverantwoordelijke uitsluitsel te verkrijgen over het al dan niet verwerken van hem betreffende persoonsgegevens   | Artikel 15, lid 1, eerste helft van de zin               |
|------|----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|----------------------------------------------------------|
|    2 | Inzage van de persoonsgegevens van de verzoeker                                                                                                                      | Artikel 15, lid 1, tweede helft van de zin (eerste deel) |


11 Hof van Justitie, gevoegde zaken C-141/12 en C-372/12, YS e.a., punt 47.

|   3. | Inzage van de volgende informatie over de verwerking:                                                                                                                      | Artikel 15, lid 1, tweede helft van de zin (tweede deel)   |
|------|----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|------------------------------------------------------------|
|    4 | Informatie over waarborgen overeenkomstig artikel 46 wanneer de persoonsgegevens worden doorgegeven aan een derde land of een internationale organisatie                   | Artikel 15, lid 2                                          |
|    5 | De verplichting van de verwerkingsverantwoordelijkeom de betrokkene een kopie te verstrekken van de persoonsgegevens die worden verwerkt                                   | Artikel 15, lid 3, eerste zin                              |
|    6 | Het aanrekenen van een redelijke vergoeding door de verwerkingsverantwoordelijke op basis van de administratieve kosten indien de betrokkeneom bijkomende kopieën verzoekt | Artikel 15, lid 3, tweede zin                              |
|    7 | Verstrekken van informatie in elektronische vorm                                                                                                                           | Artikel 15, lid 3, derde zin                               |
|    8 | Rekening houden met de rechten en vrijheden van anderen                                                                                                                    | Artikel 15, lid 4                                          |

Terwijl alle elementen van artikel 15, leden 1 en 2, samen de inhoud van het recht van inzage bepalen, behandelt artikel 15, lid 3, de regelingen voor de inzage, naast de algemene vereisten van artikel 12 AVG. Artikel 15, lid 4, vult de grenzen en beperkingen aan die in artikel 12, lid 5, AVG zijn voorzien voor alle rechten van betrokkenen met een specifieke focus op rechten en vrijheden van anderen in de context van inzage.

## 2.2.1 De inhoud van het recht van inzage bepalen

17. Artikel 15, leden 1 en 2, bevatten de volgende drie aspecten: ten eerste, uitsluitsel over het al dan niet verwerken van persoonsgegevens van de verzoeker, zo ja, ten tweede, inzage van deze gegevens, en ten  derde,  informatie  over  de  verwerking.  Ze  kunnen  worden  beschouwd  als  drie  verschillende bestanddelen die samen het recht van inzage vormen.

## 2.2.1.1 Uitsluitsel over het al dan niet verwerken van persoonsgegevens

18. Bij  een  verzoek  om  inzage  van  persoonsgegevens  moeten  de  betrokkenen  allereerst  weten  of  de verwerkingsverantwoordelijke  al  dan  niet  gegevens  over  hen  verwerkt.  Bijgevolg  vormt  deze informatie  het  eerste  bestanddeel  van  het  recht  van  inzage  krachtens  artikel 15,  lid 1.  Als  de verwerkingsverantwoordelijke geen persoonsgegevens verwerkt met betrekking tot de betrokkene die om  inzage  verzoekt,  is  de  te  verstrekken  informatie  beperkt  tot  de  bevestiging  dat  er  geen persoonsgegevens met betrekking tot de betrokkene worden verwerkt. Wanneer de verwerkingsverantwoordelijke gegevens over de verzoeker verwerkt, moet de verwerkingsverantwoordelijke  dit  aan  hem  bevestigen.  Deze  bevestiging  kan  afzonderlijk  worden meegedeeld of kan deel uitmaken van de informatie over de persoonsgegevens die worden verwerkt (zie hieronder).

## 2.2.1.2 Inzage van de persoonsgegevens die worden verwerkt

19. Inzage van persoonsgegevens is het tweede bestanddeel van het recht van inzage krachtens artikel 15, lid 1,  en  vormt  de  kern  van  dit  recht.  Het  hangt  samen  met  het  begrip  persoonsgegevens  zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 1, AVG. Naast basispersoonsgegevens zoals naam en adres, kan een onbeperkte verscheidenheid aan gegevens binnen deze definitie vallen, op voorwaarde dat ze binnen het materiële toepassingsgebied van de AVG vallen, met name met betrekking tot de manier waarop ze  worden  verwerkt  (artikel 2  AVG).  Inzage  van  persoonsgegevens  betekent  hierbij  inzage  van  de feitelijke persoonsgegevens zelf, niet alleen een algemene beschrijving van de gegevens of een loutere verwijzing naar de categorieën persoonsgegevens die door de verwerkingsverantwoordelijke worden verwerkt. Als er geen grenzen en beperkingen van toepassing zijn 12 , hebben de betrokkenen recht van inzage  van  alle  verwerkte  gegevens  die  op  hen  betrekking  hebben  of  tot  delen  van  de  gegevens, afhankelijk van de reikwijdte van het verzoek (zie afdeling 2.3.1). De verplichting om inzage te verlenen in de gegevens hangt niet af van het type of de bron van die gegevens. Deze verplichting is in zijn volle omvang van toepassing, zelfs wanneer de verzoeker de gegevens aanvankelijk aan de verwerkingsverantwoordelijke had verstrekt, omdat het doel ervan is de betrokkene te informeren over de feitelijke verwerking van die gegevens door de verwerkingsverantwoordelijke. De reikwijdte van persoonsgegevens uit hoofde van artikel 15 wordt in detail uitgelegd in afdelingen 4.1 en 4.2.

## 2.2.1.3 Informatie over de verwerking en over de rechten van betrokkenen

20. Het derde bestanddeel van het recht van inzage is de informatie over de verwerking en over de rechten van de betrokkenen die de verwerkingsverantwoordelijke moet verstrekken op grond van artikel 15, lid 1, punten a) tot en met h), en artikel 15, lid 2. Dergelijke informatie kan worden gebaseerd op tekst uit bijvoorbeeld de privacyverklaring van de verwerkingsverantwoordelijke 13 of uit diens register van de verwerkingsactiviteiten als bedoeld in artikel 30 AVG, maar moet mogelijk worden bijgewerkt en aangepast aan het verzoek van de betrokkene. De inhoud en mate van detail van de informatie wordt verder uitgewerkt in afdeling 4.3.

12 Zie afdeling 6 van deze richtsnoeren.


## 2.2.2 Bepalingen inzake regelingen

21. Artikel 15, lid 3, vult de regels inzake de reactie op verzoeken om inzage in artikel 12 AVG aan met enkele specificaties met betrekking tot dergelijke verzoeken.

## 2.2.2.1 Een kopie verstrekken

22. Op grond van de eerste zin van artikel 15, lid 3, AVG verstrekt de verwerkingsverantwoordelijke een gratis  kopie  van  de  persoonsgegevens  waarop  de  verwerking  betrekking  heeft.  De  kopie  verwijst daarom  alleen  naar  het  tweede  bestanddeel  van  het  recht  van  inzage  ('inzage  van  de  verwerkte persoonsgegevens',  zie  hierboven).  De  verwerkingsverantwoordelijke  moet  ervoor  zorgen  dat  de eerste kopie gratis is, zelfs als hij van mening is dat de reproductiekosten hoog zijn (zoals de kosten voor het verstrekken van een kopie van de opname van een telefoongesprek).
23. De verplichting om een kopie te verstrekken moet niet worden gezien als een aanvullend recht van de betrokkene, maar als een manier om inzage te verlenen in de gegevens. Dit versterkt het recht van inzage van de gegevens 14 en helpt bij de interpretatie van dit recht, omdat het duidelijk maakt dat de inzage van de gegevens op grond van artikel 15, lid 1, inhoudt dat volledige informatie moet worden verstrekt over alle gegevens en dat de verstrekking van slechts een samenvatting van de gegevens niet volstaat. Tegelijkertijd is de verplichting om een kopie te verstrekken niet bedoeld om de reikwijdte van  het  recht  van  inzage  uit  te  breiden:  de  verplichting  betreft  (enkel)  een  kopie  van  de persoonsgegevens die worden verwerkt, en niet noodzakelijkerwijs een reproductie van de originele documenten (zie afdeling 5, punt 152). Meer in het algemeen hoeft de betrokkene bij het verstrekken van een kopie geen aanvullende informatie te krijgen: de reikwijdte van de informatie die in de kopie moet worden opgenomen, is de reikwijdte van de inzage van de gegevens krachtens artikel 15, lid 1 (tweede  bestanddeel  van  het  recht  van  inzage  zoals  hierboven  bedoeld,  zie  punt 19),  die  alle informatie omvat die de betrokkene nodig heeft om de rechtmatigheid van de verwerking te begrijpen en te controleren 15 .
24. In het licht van het bovenstaande wordt, indien inzage van de gegevens in de zin van artikel 15, lid 1, wordt verleend door het verstrekken van een kopie, voldaan aan de verplichting om een kopie te verstrekken  als  bedoeld  in  artikel 15,  lid 3.  De  verplichting  om  een  kopie  te  verstrekken,  dient  de doelstellingen van het recht van inzage zodat de betrokkene zich van de verwerking op de hoogte kan stellen  en  de  rechtmatigheid  daarvan  kan  controleren  (overweging 63).  Om  deze  doelstellingen  te verwezenlijken, zal de betrokkene in de meeste gevallen niet slechts tijdelijk inzage moeten krijgen in de  gegevens.  Daarom moet de betrokkene inzage krijgen in  de  informatie  door een kopie van  de persoonsgegevens te ontvangen.
25. In het licht van het bovenstaande moet het begrip 'kopie' ruim worden geïnterpreteerd en omvat het de verschillende soorten inzage van persoonsgegevens, zolang deze volledig is (d.w.z. alle gevraagde persoonsgegevens omvat) en de betrokkene deze kan bewaren. De eis om een kopie te verstrekken betekent dus dat de informatie over de persoonsgegevens van de verzoeker, op zodanige wijze aan de betrokkene wordt verstrekt dat deze alle informatie kan bewaren en kan raadplegen.
26. Ondanks deze brede opvatting van een kopie en het feit dat een kopie de belangrijkste wijze is om inzage te verlenen, kunnen onder sommige omstandigheden andere regelingen geschikt zijn. Verdere


15 Vragen met betrekking tot het onderwerp van dit lid zijn aan de orde in een zaak die momenteel aanhangig is bij het Hof (C-487/21).

uitleg over kopieën en andere manieren om inzage te verlenen wordt gegeven in afdeling 5, in het bijzonder 5.2.2 tot en met 5.2.5.

## 2.2.2.2 Bijkomende kopieën verstrekken

27. Artikel 15, lid 3, tweede zin, heeft betrekking op situaties waarin de betrokkene de verwerkingsverantwoordelijke  om  meer  dan  één  kopie  verzoekt,  bijvoorbeeld  wanneer  de  eerste kopie is kwijtgeraakt of beschadigd of wanneer de betrokkene een kopie aan een andere persoon of een toezichthoudende autoriteit wil geven. Op grond van het feit dat de verwerkingsverantwoordelijke op verzoek van de betrokkene bijkomende kopieën moet verstrekken, is in artikel 15, lid 3, bepaald dat de verwerkingsverantwoordelijke een redelijke vergoeding op basis van de administratieve kosten kan aanrekenen voor elke gevraagde bijkomende kopie (artikel 15, lid 3, tweede zin).
28. Als de betrokkene om een extra kopie vraagt nadat het eerste verzoek is gedaan, kan de vraag rijzen of dit als een nieuw verzoek moet worden beschouwd, of dat de betrokkene een extra kopie van de gegevens wil in de zin van artikel 15, lid 3, tweede zin, in welk geval een vergoeding voor een extra kopie kan worden aangerekend. Het antwoord op deze vragen hangt uitsluitend af van de inhoud van het verzoek: het verzoek moet worden geïnterpreteerd als een verzoek om een extra kopie indien het, in  termen van tijd en reikwijdte, dezelfde verwerking van persoonsgegevens betreft als het eerste verzoek. Als de betrokkene echter informatie wil krijgen over de gegevens die op een ander tijdstip worden verwerkt  of  die  betrekking  hebben  op  een  andere  reeks  gegevens  dan  de  oorspronkelijk gevraagde, is het recht op een gratis kopie uit hoofde van artikel 15, lid 3, opnieuw van toepassing. Dit geldt  ook  in  gevallen  waarin  de  betrokkene kort  tevoren een  eerste verzoek  heeft  ingediend.  Een betrokkene kan zijn recht van inzage uitoefenen door middel van een volgend verzoek en een gratis kopie verkrijgen, tenzij het verzoek als buitensporig wordt beschouwd in de zin van artikel 12, lid 5, met de mogelijkheid een redelijke vergoeding aan te rekenen overeenkomstig artikel 12, lid 5, punt a) (over het buitensporige karakter van herhaalde verzoeken, zie afdeling 6).

Voorbeeld 2: Een klant dient een verzoek om inzage in bij een handelsonderneming. Een jaar na het antwoord van de onderneming doet dezelfde klant een verzoek om inzage op grond van artikel 15 bij dezelfde onderneming. Ongeacht of er sinds het vorige verzoek nieuwe zakelijke transacties of andere contacten tussen de partijen hebben plaatsgevonden, moet dit tweede verzoek als een nieuw verzoek worden beschouwd. Zelfs als de gegevensverwerking door de onderneming niet is gewijzigd - wat niet noodzakelijkerwijs duidelijk is voor de betrokkene - heeft de betrokkene het recht op een gratis kopie van de gegevens.

Variant 1 : Zelfs als de klant in de bovengenoemde gevallen het nieuwe verzoek bijvoorbeeld pas een week na het eerste verzoek doet, kan dit worden beschouwd als een nieuw verzoek op grond van artikel 15, lid 1 en lid 3, eerste zin, indien het niet moet worden beschouwd als een loutere herinnering aan het eerste verzoek. Gelet op de korte tussenpoos en afhankelijk van de specifieke omstandigheden van  het  nieuwe  verzoek,  kan  het  verzoek  buitensporig  zijn  overeenkomstig  artikel 12,  lid 5  (zie afdeling 6).

Variant 2 : Het verzoek om een 'nieuwe kopie' van de informatie die al in de vorm van een kopie is verstrekt in antwoord op een eerder verzoek, bijvoorbeeld indien de klant de eerder ontvangen kopie is  kwijtgeraakt,  moet  vanzelfsprekend  worden  beschouwd  als  een  verzoek  om  een  extra  kopie, aangezien het qua reikwijdte en tijdstip van de verwerking verwijst naar het eerdere verzoek.

29. Als de betrokkene een eerste verzoek om inzage herhaalt met als reden dat het ontvangen antwoord niet volledig was of dat er geen redenen waren gegeven voor de weigering, mag dit verzoek niet als

een nieuw verzoek worden beschouwd, aangezien het slechts een herinnering is aan een eerste nietingewilligd verzoek.

30. Met betrekking tot de toewijzing van kosten in geval van verzoeken om een extra kopie is in artikel 15, lid 3, bepaald dat de verwerkingsverantwoordelijke een redelijke vergoeding mag aanrekenen in het licht  van de administratieve kosten die door het verzoek worden veroorzaakt. Dit betekent dat de administratieve  kosten  een  relevant  criterium  zijn  voor  het  vaststellen  van  de  hoogte  van  de vergoeding. Tegelijkertijd moet de vergoeding passend zijn, rekening houdend met het belang van het recht van inzage als een grondrecht van de betrokkene. De verwerkingsverantwoordelijke mag geen overheadkosten of andere algemene kosten doorberekenen aan de betrokkene, maar moet uitgaan van de specifieke kosten die het verstrekken van de extra kopie met zich meebrengt. Bij de afhandeling hiervan moet de verwerkingsverantwoordelijke zijn personele en materiële middelen efficiënt inzetten om  de  kosten  van  de  kopie  laag  te  houden,  ook  als  de  verwerkingsverantwoordelijke  externe ondersteuning inschakelt.
31. Indien  de  verwerkingsverantwoordelijke  besluit  een  vergoeding  aan  te  rekenen,  moet  hij  vooraf aangeven dat een vergoeding zal worden aangerekend en - zo nauwkeurig mogelijk - het bedrag van de kosten opgeven dat hij aan de betrokkene wil aanrekenen, zodat de betrokkene kan bepalen of hij het verzoek handhaaft of intrekt.

## 2.2.2.3 De informatie beschikbaar maken in een gangbare elektronische vorm

32. Wanneer een verzoek elektronisch wordt ingediend, wordt de informatie indien mogelijk elektronisch verstrekt, tenzij de betrokkene anderszins verzoekt (zie artikel 12, lid 3, AVG). Artikel 15, lid 3, derde zin, vult deze eis in de context van verzoeken om  inzage aan door te stellen dat de verwerkingsverantwoordelijke  bovendien  verplicht  is  het  antwoord  in  een  gangbare  elektronische vorm te verstrekken, tenzij de betrokkene anderszins verzoekt. Artikel 15, lid 3, veronderstelt dat het voor verwerkingsverantwoordelijken die elektronische verzoeken kunnen ontvangen, mogelijk is het antwoord  op  het  verzoek  in  een  gangbare  elektronische  vorm  te  verstrekken  (zie  voor  nadere bijzonderheden afdeling 5.2.5). Deze bepaling verwijst naar alle informatie die moet worden verstrekt in overeenstemming met artikel 15, leden 1 en 2. Daarom moet, als de betrokkene het verzoek om inzage langs elektronische weg indient, alle informatie worden verstrekt in een gangbare elektronische vorm. Vragen over het formaat worden verder uitgewerkt in afdeling 5. De verwerkingsverantwoordelijke moet, zoals altijd, passende beveiligingsmaatregelen treffen, met name wanneer hij te maken heeft met bijzondere categorieën persoonsgegevens (zie afdeling 2.3.4).

## 2.2.3 Mogelijke beperking van het recht van inzage

33. Ten slotte  bevat  artikel 15,  lid 4,  een  specifieke  beperking  in  de  context  van  het  recht  van  inzage, namelijk dat rekening moet worden gehouden met mogelijke negatieve gevolgen voor de rechten en vrijheden van anderen. Vragen met betrekking tot de reikwijdte en de gevolgen van deze beperking, evenals met betrekking tot aanvullende grenzen en beperkingen zoals uiteengezet in artikel 12, lid 5, AVG of uit hoofde van artikel 23 AVG worden uitgelegd in afdeling 6.

## 2.3 Algemene beginselen van het recht van inzage

34. Wanneer  betrokkenen  een  verzoek  om  inzage  van  hun  gegevens  indienen,  moet  in  principe  de informatie waarnaar wordt verwezen in artikel 15 AVG altijd volledig worden verstrekt. Wanneer de verwerkingsverantwoordelijke gegevens over de betrokkene verwerkt, verstrekt de verwerkingsverantwoordelijke  bijgevolg  alle  in  artikel 15,  lid 1,  bedoelde  informatie  en,  indien  van toepassing,  de  in  artikel 15,  lid 2,  bedoelde  informatie.  De  verwerkingsverantwoordelijke  moet

passende maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de informatie volledig, juist en bijgewerkt is en zo nauw mogelijk aansluit bij de stand van de gegevensverwerking op het moment van ontvangst van het verzoek 16 . Wanneer  twee  of  meer  verwerkingsverantwoordelijken gezamenlijk gegevens verwerken, heeft de regeling van de gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken met betrekking tot hun  respectieve  verantwoordelijkheden  ten  aanzien  van  de  uitoefening  van  de  rechten  van  de betrokkene, met name wat betreft de beantwoording van verzoeken om inzage, geen invloed op de rechten van de betrokkene ten aanzien van de verwerkingsverantwoordelijke tot wie hij zijn verzoek richt 17 .

## 2.3.1 Volledigheid van de informatie

35. Betrokkenen hebben het recht om, met inachtneming van de hieronder genoemde uitzonderingen, volledige openbaarmaking te verkrijgen van alle hen betreffende gegevens (zie afdeling 4.2 voor meer informatie over de reikwijdte). Tenzij de betrokkene uitdrukkelijk anders verzoekt, wordt een verzoek tot  uitoefening  van  het  recht  van  inzage  in  algemene  termen  opgevat  en  omvat  het  alle persoonsgegevens betreffende de betrokkene 18 . In de volgende gevallen kan worden overwogen om de inzage tot een deel van de informatie te beperken:
- a) De betrokkene heeft het verzoek expliciet beperkt tot een subreeks. Om te voorkomen dat onvolledige informatie wordt verstrekt, kan de verwerkingsverantwoordelijke deze beperking van het verzoek van de  betrokkene  alleen  in  overweging  nemen  als  hij  er  zeker  van  kan  zijn  dat  deze  interpretatie overeenkomt met de wens van de betrokkene (zie voor meer informatie afdeling 3.1.1, punt 51). In principe hoeft de betrokkene het verzoek om toezending van alle gegevens waarop hij recht heeft, niet te herhalen.
- b) Wanneer  de  verwerkingsverantwoordelijke  een  grote  hoeveelheid  gegevens  over  de  betrokkene verwerkt,  kan  de  verwerkingsverantwoordelijke  twijfelen  of  een  verzoek  om  inzage,  dat  in  zeer algemene bewoordingen is gesteld, werkelijk tot doel heeft informatie te ontvangen over alle soorten gegevens die  worden verwerkt,  of  gedetailleerde  informatie over  alle  activiteitengebieden  van  de verwerkingsverantwoordelijke. Dit kan zich met name voordoen wanneer het niet mogelijk was de betrokkene instrumenten te bieden om zijn verzoek vooraf te specificeren of wanneer de betrokkene hier geen gebruik van heeft gemaakt. De verwerkingsverantwoordelijke wordt dan geconfronteerd met  de  vraag  hoe  hij  een  volledig  antwoord  kan  geven  en  tegelijkertijd  kan  voorkomen  dat  de betrokkene wordt overspoeld met informatie waarin hij niet geïnteresseerd is en die hij niet effectief kan verwerken. Dit probleem kan mogelijk worden opgelost, afhankelijk van de omstandigheden en de technische mogelijkheden, bijvoorbeeld door selfservicetools aan te bieden in onlinecontexten (zie afdeling 5  over  de  gelaagde  aanpak).  Als  dergelijke  oplossingen  niet  voorhanden  zijn,  kan  een verwerkingsverantwoordelijke die een grote hoeveelheid informatie over de betrokkene verwerkt, de betrokkene  verzoeken  om  de  informatie  of  verwerking  waarop  het  verzoek  betrekking  heeft  te specificeren voordat de informatie wordt verstrekt (zie overweging 63 AVG). Voorbeelden hiervan zijn een bedrijf met verschillende werkterreinen of een overheidsinstantie met verschillende administratieve  eenheden,  als  de  verwerkingsverantwoordelijke  heeft  vastgesteld  dat  er  in  die eenheden veel gegevens over de betrokkene worden verwerkt. Daarnaast kan een grote hoeveelheid


17 Richtsnoeren 07/2020 van de EDPB over de begrippen 'verwerkingsverantwoordelijke' en 'verwerker' in de AVG, punt 162. Verwerkers moeten de verwerkingsverantwoordelijke bijstand verlenen, Richtsnoeren 07/2020 van de EDPB, punt 129.


gegevens  worden  verwerkt  door  verwerkingsverantwoordelijken  die  gegevens  verzamelen  over frequente activiteiten van de betrokkene gedurende een langere periode.

Voorbeeld 3: Een  overheidsinstantie  verwerkt gegevens  over de betrokkene  in een  aantal verschillende afdelingen met betrekking tot verschillende contexten. Dossierbeheer en het bijhouden van bestanden gebeurt gedeeltelijk op niet-geautomatiseerde wijze en de meeste gegevens worden alleen op papier opgeslagen. Op basis van de algemene formulering van het verzoek betwijfelt de overheidsinstantie of de betrokkene zich bewust is van de omvang van het verzoek, met name de verscheidenheid aan verwerkingen die het zou omvatten, de hoeveelheid informatie en het aantal pagina's dat de betrokkene zou ontvangen.

Voorbeeld 4: Een grote  verzekeringsmaatschappij ontvangt  schriftelijk  een  algemeen  verzoek  om inzage  van  een  langjarige  klant.  Hoewel  de  wissingstermijnen  volledig  in  acht  worden  genomen, verwerkt de maatschappij een grote hoeveelheid gegevens over de klant, omdat de verwerking nog steeds nodig is om te voldoen aan contractuele verplichtingen die voortvloeien uit de contractuele relatie met de klant (zoals doorlopende verplichtingen, communicatie over verschillen van inzicht met de klant en met derden enz.) of om te voldoen aan wettelijke verplichtingen (gearchiveerde gegevens die  moeten worden opgeslagen voor belastingdoeleinden enz.). De verzekeringsmaatschappij kan betwijfelen of het verzoek, dat in zeer algemene bewoordingen is gedaan, echt gericht is op al die gegevens. Dit kan vooral problematisch zijn als de verzekeringsmaatschappij alleen een postadres van de betrokkene heeft en daarom alle informatie op papier moet versturen. Dezelfde twijfels kunnen echter ook rijzen wanneer de informatie op een andere manier wordt verstrekt.

Als de verwerkingsverantwoordelijke in dergelijke gevallen besluit om de betrokkene te vragen het verzoek te specificeren, zal hij, om te voldoen aan zijn verplichting om de uitoefening van het recht van  inzage  te  faciliteren  (artikel 12,  lid 2,  AVG),  tegelijkertijd  nuttige  informatie  geven  over  zijn verwerkingsactiviteiten die de betrokkene zouden kunnen betreffen, door informatie te verstrekken over relevante onderdelen van zijn activiteiten, databanken enz.

Voorbeeld 5: Bij  een  algemeen  geformuleerd  verzoek  om  inzage  is  het  in  een  arbeidsrelatie  niet noodzakelijkerwijs  duidelijk  dat  de  werknemer  alle  inloggegevens,  gegevens  over  toegang  tot  een werkplek,  gegevens  over  afrekeningen  in  de  kantine,  gegevens  over  salarisbetalingen  enz.  wil ontvangen. Een verzoek van de werkgever om specificatie zou bijvoorbeeld duidelijk kunnen maken dat de werknemer wil weten of controleren aan wie zijn prestatiebeoordeling is doorgegeven. Zonder verzoek om specificatie zou de werknemer een grote hoeveelheid informatie ontvangen, terwijl hij bij de meeste gegevens geen belang heeft. Tegelijkertijd zou de werkgever informatie moeten geven over de verschillende  contexten  van  verwerking  die  de  werknemer  zouden kunnen  betreffen,  zodat  de werknemer het verzoek op een zinvolle manier kan specificeren.

Het is belangrijk om te onderstrepen dat het verzoek om specificatie niet tot doel mag hebben het antwoord op het verzoek om inzage te beperken en niet mag worden gebruikt om informatie over de gegevens of de verwerking met betrekking tot de betrokkene te verbergen. Als de betrokkene, die is gevraagd om de reikwijdte van zijn verzoek te specificeren, bevestigt dat hij alle hem betreffende persoonsgegevens opvraagt, moet de verwerkingsverantwoordelijke deze uiteraard volledig verstrekken.

In  elk  geval  moet  de  verwerkingsverantwoordelijke altijd  kunnen  aantonen dat  het verzoek  wordt behandeld met een zo breed mogelijke uitoefening van het recht van inzage voor ogen en dat dit in overeenstemming is met zijn verplichting om de uitoefening van de rechten van de betrokkenen te faciliteren (artikel 12, lid 2, AVG). Met inachtneming van deze beginselen mag de

verwerkingsverantwoordelijke  het  antwoord  van  de  betrokkene  afwachten  alvorens  aanvullende gegevens te verstrekken overeenkomstig de wens van de betrokkene, indien de verwerkingsverantwoordelijke de betrokkene  een  duidelijk overzicht heeft gegeven  van  alle verwerkingen die de betrokkene zouden kunnen betreffen, waaronder met name verwerkingen die de betrokkene  mogelijk  niet  had  verwacht,  indien  de  verwerkingsverantwoordelijke  ook  inzage  heeft gegeven in alle gegevens waar de betrokkene duidelijk om had gevraagd, en indien deze informatie bovendien is gecombineerd met duidelijke aanwijzingen over hoe inzage kan worden verkregen in de resterende delen van de verwerkte gegevens.

- c) Er gelden uitzonderingen of beperkingen op het recht van inzage (zie afdeling 6). In dergelijke gevallen moet de verwerkingsverantwoordelijke zorgvuldig controleren op welke delen van de informatie de uitzondering  betrekking  heeft  en  alle  informatie  verstrekken  die  niet  door  de  uitzondering  wordt uitgesloten.  Zo  valt  de  bevestiging  van  de  verwerking  van  persoonsgegevens  zelf  (bestanddeel 1) mogelijk niet onder  de  uitzondering. Bijgevolg  moet  informatie  worden  verstrekt over alle persoonsgegevens en alle informatie bedoeld in artikel 15, leden 1 en 2, die niet onder de uitzondering of de beperking vallen.

## 2.3.2 Juistheid van de informatie

36. De  informatie  in  de  kopie  van  de  persoonsgegevens  die  aan  de  betrokkene  is  verstrekt,  moet  de feitelijke  informatie  of  persoonsgegevens  bevatten  die  over  de  betrokkene  worden  bewaard.  Dit omvat  de  verplichting  om  informatie  te  verstrekken  over  gegevens  die  onjuist  zijn  of  over gegevensverwerking die niet of niet langer rechtmatig is. De betrokkene kan het recht van inzage bijvoorbeeld gebruiken om de bron te achterhalen van onjuiste gegevens die tussen verschillende verwerkingsverantwoordelijken  worden  verspreid.  Als  de  verwerkingsverantwoordelijke  onjuiste gegevens  corrigeert  voordat  hij  de  betrokkene  hierover  informeert,  wordt  de  betrokkene  deze mogelijkheid ontnomen. Hetzelfde geldt in geval van onrechtmatige verwerking. De mogelijkheid om kennis  te  nemen  van  onrechtmatige  verwerking  met  betrekking  tot  de  betrokkene  is  een  van  de hoofddoelen van het recht van inzage. De verplichting om te informeren over de ongewijzigde staat van de verwerking doet geen afbreuk aan de verplichting van de verwerkingsverantwoordelijke om een einde te maken aan onrechtmatige verwerking of om onjuiste gegevens te corrigeren. Vragen over de volgorde waarin aan deze verplichtingen moet worden voldaan, worden hieronder beantwoord.

## 2.3.3 Tijdreferentiepunt van de beoordeling

37. De beoordeling van de gegevens die worden verwerkt, moet zo nauw mogelijk aansluiten bij de situatie op het moment waarop de verwerkingsverantwoordelijke het verzoek ontvangt en het antwoord moet betrekking  hebben  op  alle  gegevens  die  op  dat  moment  beschikbaar  zijn.  Dit  betekent  dat  de verwerkingsverantwoordelijke moet proberen om alle gegevensverwerkingsactiviteiten met betrekking tot de betrokkene onverwijld te achterhalen. Verwerkingsverantwoordelijken hoeven dus geen persoonsgegevens te verstrekken die zij in het verleden hebben verwerkt, maar waarover zij niet langer  beschikken 19 .  De  verwerkingsverantwoordelijke  kan  bijvoorbeeld  persoonsgegevens  hebben gewist  in  overeenstemming  met  zijn  gegevensbewaringsbeleid  en/of  wettelijke  bepalingen  en daardoor niet langer in staat zijn om de gevraagde persoonsgegevens te verstrekken. In dit verband


moet eraan worden herinnerd dat de periode gedurende welke de gegevens worden opgeslagen, moet worden  vastgesteld  in  overeenstemming  met  artikel 5,  lid 1,  punt e),  van  de  AVG,  aangezien  het bewaren van gegevens objectief gerechtvaardigd moet zijn.

38. Tegelijkertijd treft de verwerkingsverantwoordelijke vooraf de nodige maatregelen om de uitoefening van het recht van inzage te faciliteren en om dergelijke verzoeken zo snel mogelijk te behandelen (zie artikel 12, lid 3) en voordat de gegevens moeten worden verwijderd. Daarom moeten in het geval van korte  bewaartermijnen  de  maatregelen  die  worden  genomen  om  het  verzoek  te  beantwoorden, worden aangepast aan de passende bewaartermijn om de uitoefening van het recht van inzage te faciliteren en te voorkomen dat het permanent onmogelijk is om inzage te verlenen in de gegevens die worden verwerkt op het moment van het verzoek 20 . In sommige gevallen is het echter niet mogelijk om een verzoek te beantwoorden vóór het tijdstip waarop de gegevens volgens de planning moeten worden gewist. Als een verwerkingsverantwoordelijke bijvoorbeeld in het kader van een zo spoedig mogelijke beantwoording van een verzoek persoonsgegevens opvraagt die de volgende dag gewist hadden moeten worden, kan de verwerkingsverantwoordelijke wat extra tijd nodig hebben om te overwegen  of  er  bewerkingen  moeten  worden  aangebracht  om  de  vrijheden  van  anderen  te beschermen,  voordat  hij  een  kopie  van  de  persoonsgegevens  aan  de  verzoeker  vrijgeeft.  Als  de gegevens binnen de geplande bewaartermijn zijn opgevraagd, mag de verwerkingsverantwoordelijke deze gegevens blijven verwerken om te voldoen aan zijn verplichting om het verzoek te beantwoorden. De verwerking kan in dergelijke gevallen gebaseerd zijn op artikel 6, lid 1, punt c) in combinatie met artikel 15  AVG  en  de  duur  ervan  moet  voldoen  aan  de  vereisten  van  artikel 12,  lid 3,  AVG 21 .  De toepassing  van  deze  rechtsgrondslag  is  beperkt  tot  de  verwerking  van  de  gegevens  waarvan  is vastgesteld dat ze noodzakelijk zijn voor het beantwoorden van het concrete verzoek en mag niet worden gebruikt als rechtvaardiging voor algemene verlengingen van de bewaartermijnen.
39. Bovendien mag de verwerkingsverantwoordelijke zich niet opzettelijk onttrekken aan de verplichting om de gevraagde persoonsgegevens te verstrekken door persoonsgegevens te wissen of te wijzigen in antwoord op een verzoek om inzage (zie afdeling 2.3.2). Als de verwerkingsverantwoordelijke tijdens de verwerking van het verzoek om inzage onjuiste gegevens of onrechtmatige verwerking ontdekt, moet de verwerkingsverantwoordelijke  de  staat  van  de  verwerking  beoordelen  en  de  betrokkene hierover  informeren  voordat  hij  zijn  andere  verplichtingen  nakomt.  In  zijn  eigen  belang,  om  te voorkomen  dat  hierover  verder  moet  worden  gecommuniceerd  en  om  te  voldoen  aan  het transparantiebeginsel, moet de verwerkingsverantwoordelijke informatie toevoegen over de daaropvolgende rectificaties of verwijderingen.

Voorbeeld 6 : Bij het beantwoorden van een verzoek om inzage realiseert een verwerkingsverantwoordelijke zich dat een sollicitatie van de betrokkene naar een vacature in het bedrijf van de verwerkingsverantwoordelijke langer is bewaard dan de bewaartermijn. In dit geval mag de  verwerkingsverantwoordelijke  de  gegevens  niet  eerst  wissen  en  vervolgens  de  betrokkene antwoorden dat er geen gegevens (over de sollicitatie) worden verwerkt. Hij moet eerst inzage geven

20  Er kan bijvoorbeeld worden overwogen om een selfservicetool te implementeren waarmee de betrokkene gemakkelijk toegang krijgt tot de gevraagde persoonsgegevens, en een meldingssysteem waarmee de verwerkingsverantwoordelijke wordt gewaarschuwd over een verzoek dat betrekking heeft op persoonsgegevens met een korte bewaartermijn, zodat er sneller actie kan worden ondernomen.

21 Dit laat latere verwerking van gegevens voor bewijsdoeleinden in verband met de behandeling van het verzoek om inzage gedurende een passende periode, onverlet.

en daarna de gegevens verwijderen. Om een daaropvolgend verzoek om verwijdering te voorkomen, is het raadzaam om informatie over het feit en het tijdstip van de verwijdering toe te voegen.

Om aan het transparantiebeginsel te voldoen, moeten verwerkingsverantwoordelijken de betrokkene informeren over het specifieke tijdstip van de verwerking waarop de reactie van de verwerkingsverantwoordelijke betrekking heeft. In sommige gevallen, bijvoorbeeld in contexten van frequente  communicatieactiviteiten,  kunnen  aanvullende  verwerkingen  of  wijzigingen  van  de gegevens plaatsvinden tussen dit referentietijdstip, waarop de verwerking werd beoordeeld, en de reactie van de verwerkingsverantwoordelijke. Als de verwerkingsverantwoordelijke op de hoogte is van  dergelijke  wijzigingen,  wordt  aanbevolen  om  informatie  over  deze  wijzigingen  op  te  nemen, evenals informatie over de aanvullende verwerking die nodig is om aan het verzoek te voldoen.

## 2.3.4 Voldoen aan vereisten voor gegevensbeveiliging

40. Aangezien het communiceren en beschikbaar stellen van persoonsgegevens aan de betrokkene een verwerking  is,  is  de  verwerkingsverantwoordelijke  altijd  verplicht  om  passende  technische  en organisatorische  maatregelen  te  treffen  om  een  op  het  risico  van  de  verwerking  afgestemd beveiligingsniveau te waarborgen (zie artikel 5, lid 1, punt f) en de artikelen 24 en 32 AVG). Dit geldt ongeacht de regeling aan de hand waarvan inzage wordt verleend. In geval van niet-elektronische overdracht van de gegevens aan de betrokkene kan de verwerkingsverantwoordelijke, afhankelijk van de risico's die de verwerking met zich meebrengt, overwegen om gebruik te maken van aangetekende post  of  om  de  betrokkene  aan  te  bieden,  maar  niet  te  verplichten,  om  het  bestand  tegen ondertekening rechtstreeks af te halen bij een van de vestigingen van de verwerkingsverantwoordelijke. Indien, in overeenstemming met artikel 12, leden 1 en 3, informatie langs  elektronische  weg  wordt  verstrekt,  kiest  de  verwerkingsverantwoordelijke  elektronische middelen  die  voldoen  aan  de  vereisten  voor  gegevensbeveiliging.  Ook  indien  een  kopie  van  de gegevens  wordt  verstrekt  in  een  gangbare  elektronische  vorm  (zie  artikel 15,  lid 3),  moet  de verwerkingsverantwoordelijke bij de keuze van de wijze waarop het elektronische bestand aan de betrokkene  wordt  verstrekt,  rekening  houden  met  de  gegevensbeveiligingseisen.  Dit  kan  het toepassen van versleuteling, wachtwoordbeveiliging enz. omvatten. Om de inzage van de versleutelde gegevens  te  vergemakkelijken,  moet  de  verwerkingsverantwoordelijke  er  ook  voor  zorgen  dat passende  informatie  beschikbaar  wordt  gesteld  zodat  de  betrokkene  inzage  kan  krijgen  in  de ontsleutelde informatie. Indien end-to-end versleuteling van e-mails noodzakelijk is uit hoofde van de vereisten voor gegevensbeveiliging, maar de verwerkingsverantwoordelijke alleen een normale e-mail zou kunnen versturen, zal de verwerkingsverantwoordelijke andere middelen moeten gebruiken, zoals het versturen van een USB-stick per (aangetekende) briefpost naar de betrokkene.

## 3 ALGEMENE OVERWEGINGEN BIJ DE BEOORDELING VAN VERZOEKEN OM INZAGE

## 3.1 Inleiding

41. Wanneer de verwerkingsverantwoordelijke verzoeken  om  inzage  van  persoonsgegevens  ontvangt, moet hij elk verzoek afzonderlijk beoordelen. De verwerkingsverantwoordelijke houdt onder meer rekening met de volgende zaken, die in de volgende punten verder worden uitgewerkt: of het verzoek betrekking  heeft  op  persoonsgegevens  van  de  verzoeker  en  wie  de  verzoeker  is.  Deze  afdeling  is bedoeld om te verduidelijken met welke elementen van het verzoek om inzage de verwerkingsverantwoordelijke rekening moet houden bij zijn beoordeling en om mogelijke scenario's

voor  een  dergelijke  beoordeling  en  de  gevolgen  ervan  te  bespreken.  Bij  de  beoordeling  van  een verzoek om inzage van persoonsgegevens houdt de verwerkingsverantwoordelijke ook rekening met de  verplichting  van  artikel 12,  lid 2,  AVG  om  de  uitoefening  van  de  rechten  van  de  betrokkene  te faciliteren, zonder daarbij de passende beveiliging van de persoonsgegevens uit het oog te verliezen 22 .

42. Daarom moeten de verwerkingsverantwoordelijken proactief klaarstaan om verzoeken om inzage tot persoonsgegevens te behandelen. Dit betekent dat de verwerkingsverantwoordelijke voorbereid moet zijn om het verzoek te ontvangen, het naar behoren te beoordelen (deze beoordeling is het onderwerp van deze afdeling van de richtsnoeren) en de verzoeker onverwijld een passend antwoord te geven. Verwerkingsverantwoordelijken moeten zich op adequate en evenredige wijze voorbereiden op de behandeling van verzoeken om inzage, rekening houdend met de aard, de omvang, de context en de doeleinden van de verwerking, evenals met de risico's voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen, in overeenstemming met artikel 24 AVG. Afhankelijk van de bijzondere omstandigheden kunnen de verwerkingsverantwoordelijken bijvoorbeeld worden verplicht om een passende procedure te volgen, die de beveiliging van de gegevens moet waarborgen zonder de uitoefening van de rechten van de betrokkene te belemmeren.

## 3.1.1 Analyse van de inhoud van het verzoek

43. Deze kwestie kan specifieker worden beoordeeld door de volgende vragen te stellen.

## a) Heeft het verzoek betrekking op persoonsgegevens?

44. Volgens de AVG mag het verzoek alleen betrekking hebben op persoonsgegevens 23 . Een verzoek om informatie over andere onderwerpen, waaronder algemene informatie over de verwerkingsverantwoordelijke, zijn bedrijfsmodellen of zijn verwerkingsactiviteiten die geen verband houden met persoonsgegevens, mag daarom niet worden beschouwd als een verzoek op grond van artikel 15 AVG. Bovendien valt een verzoek om informatie over anonieme gegevens of gegevens die geen betrekking hebben op de verzoeker of de persoon namens wie de gemachtigde het verzoek heeft ingediend, niet onder het recht van inzage. Deze vraag wordt meer in detail geanalyseerd in afdeling 4.
45. In tegenstelling tot anonieme gegevens (die geen persoonsgegevens zijn), zijn gepseudonimiseerde gegevens, die met behulp van aanvullende informatie aan een natuurlijke persoon kunnen worden gekoppeld, wel persoonsgegevens 24 . Gepseudonimiseerde gegevens die aan een betrokkene kunnen worden gekoppeld - bijvoorbeeld wanneer de betrokkene de desbetreffende identificator verstrekt waarmee hij kan worden geïdentificeerd, of wanneer de verwerkingsverantwoordelijke de gegevens




met  zijn  eigen  middelen  aan  de  verzoeker  kan  koppelen  -  moeten  dus  worden  beschouwd  als vallende onder het toepassingsgebied van het verzoek 25 .

## b) Heeft het verzoek betrekking op de verzoeker (of de persoon namens wie de gemachtigde persoon het verzoek indient)?

46. Als  algemene  regel  geldt  dat  een  verzoek  alleen  betrekking  mag  hebben  op  de  gegevens  van  de persoon die het verzoek indient. Inzage van andermans gegevens kan alleen worden aangevraagd met de juiste toestemming 26 .

Voorbeeld 7: Betrokkene  X  werkt  als  afdelingsmanager  voor  een  bedrijf  dat  parkeerplaatsen  ter beschikking stelt voor zijn managers op een bedrijfsparkeerterrein. Hoewel betrokkene X een vaste parkeerplaats heeft, is deze vaak al bezet door een andere auto wanneer de betrokkene op kantoor aankomt om te werken in de tweede ploeg. Omdat deze situatie zich herhaaldelijk voordoet, vraagt de betrokkene de beheerder van het videobewakingssysteem op het parkeerterrein van het kantoor om inzage in de persoonsgegevens van deze bestuurder, teneinde degene te identificeren die zonder toestemming zijn parkeerplaats bezet. In een dergelijk geval is het verzoek van betrokkene X geen verzoek om inzage van zijn persoonsgegevens, aangezien het verzoek geen betrekking heeft op de gegevens van de verzoeker, maar op die van een andere persoon - en daarom moet het niet worden beschouwd als een verzoek op grond van artikel 15 AVG .

## c) Zijn  er  andere  bepalingen  dan  de  AVG  van  toepassing  die  de  inzage  in  een  bepaalde categorie gegevens regelen?

47. Betrokkenen hoeven de rechtsgrondslag niet te specificeren in hun verzoek. Als de betrokkenen echter verduidelijken dat hun verzoek is gebaseerd op sectorale wetgeving of op nationale wetgeving die de specifieke  kwestie  van  inzage  in  bepaalde  categorieën  van  gegevens  regelt,  en  niet  op  de  AVG, behandelt de verwerkingsverantwoordelijke een dergelijk verzoek overeenkomstig die sectorale of nationale regels, indien van toepassing. Afhankelijk van de relevante nationale wetgeving moeten de verwerkingsverantwoordelijken vaak afzonderlijke antwoorden geven, die elk betrekking hebben op de specifieke vereisten van de verschillende wetgevingshandelingen. Dit moet niet worden verward met nationale of EU-wetgeving die beperkingen stelt aan het recht van inzage waaraan moet worden voldaan bij het beantwoorden van verzoeken om inzage.
48. Als  de  verwerkingsverantwoordelijke twijfelt over welk recht  de betrokkene wil uitoefenen, wordt aanbevolen om de betrokkene die het verzoek indient te vragen het onderwerp van het verzoek toe te lichten. Dergelijke correspondentie met de betrokkene laat de plicht van de verwerkingsverantwoordelijke om onverwijld te handelen, onverlet 27 .  In  geval  van  twijfel  moet  de verwerkingsverantwoordelijke,  als  hij  de  betrokkene  om  nadere  uitleg  vraagt  en  geen  antwoord ontvangt en gelet op zijn verplichting om de uitoefening van het recht van inzage van de betrokkene te faciliteren, evenwel de informatie in het eerste verzoek interpreteren en op basis daarvan handelen. In  overeenstemming  met  het  verantwoordingsbeginsel  kan  de  verwerkingsverantwoordelijke  een passende termijn vaststellen waarbinnen de betrokkene verdere uitleg kan geven. Bij het vaststellen van een dergelijke termijn moet de verwerkingsverantwoordelijke voldoende tijd laten om aan het




verzoek te voldoen nadat het is afgehandeld en daarom nagaan hoeveel tijd objectief gezien nodig is om de gevraagde gegevens te verzamelen en te verstrekken nadat de specificatie (al dan niet) door de betrokkene is verstrekt.

49. Als  het  verzoek  binnen  het  toepassingsgebied  van  de  AVG  valt,  heeft  het  bestaan  van  dergelijke specifieke wetgeving geen invloed op de algemene toepassing van het recht van inzage, zoals bepaald door de AVG. Er kunnen beperkingen zijn op grond van EU- of nationale wetgeving, indien toegestaan door artikel 23 AVG (zie afdeling 6.4).

## d) Valt het verzoek binnen de reikwijdte van artikel 15?

50. De AVG voert geen formele vereisten in voor personen die om inzage van gegevens vragen. Om het verzoek  om  inzage  in  te  dienen,  hoeft  de  verzoeker  enkel  aan  te  geven  dat  hij  wil  weten  welke persoonsgegevens de verwerkingsverantwoordelijke over hem verwerkt. Daarom kan de verwerkingsverantwoordelijke niet weigeren om de gegevens te verstrekken door aan te geven dat de rechtsgrondslag van het verzoek niet is opgegeven, en met name dat niet specifiek is verwezen naar het recht van inzage of naar de AVG.

Om een verzoek in te dienen, volstaat het bijvoorbeeld als de verzoeker aangeeft dat:

-  hij inzage wil krijgen in de hem betreffende persoonsgegevens;
-  hij zijn recht van inzage uitoefent; of
-  hij wil weten welke informatie de verwerkingsverantwoordelijke over hem verwerkt.

Verzoekers zijn overigens mogelijk niet bekend met de fijne kneepjes van de AVG en het is raadzaam coulant om te gaan met personen, met name minderjarigen, die hun recht van inzage uitoefenen. Zoals hierboven aangegeven, is het bij twijfel raadzaam dat de verwerkingsverantwoordelijke de betrokkene die het verzoek indient vraagt het onderwerp van het verzoek te specificeren.

## e) Willen de betrokkenen inzage van alle gegevens die over hen wordt verwerkt, of in delen daarvan?

51. Daarnaast  moet  de  verwerkingsverantwoordelijke  beoordelen  of  de  verzoeken  van  de  verzoekers betrekking hebben op alle informatie die over hen wordt verwerkt, of op delen daarvan. De reikwijdte van een verzoek van betrokkenen mag alleen tot een specifieke bepaling van artikel 15 AVG worden beperkt  wanneer  het  verzoek  daar  duidelijk  en  ondubbelzinnig  over  is.  Als  de  betrokkenen bijvoorbeeld letterlijk 'informatie over de gegevens die met betrekking tot hen worden verwerkt' opvragen, moet de verwerkingsverantwoordelijke ervan uitgaan dat de betrokkenen hun recht op grond van artikel 15, leden 1 en 2, AVG volledig wensen uit te oefenen. Een dergelijk verzoek mag niet worden geïnterpreteerd in de zin dat de betrokkenen alleen de categorieën persoonsgegevens willen ontvangen  die  worden  verwerkt  en  afstand  willen  doen  van  hun  recht  om  de  in  artikel 15,  lid 1, punten a) tot en met h), genoemde informatie te ontvangen. Dit zou bijvoorbeeld anders zijn wanneer de betrokkenen toegang willen hebben tot de bron of oorsprong van de door hen gespecificeerde persoonsgegevens of willen worden geïnformeerd over de gespecificeerde opslagperiode. In dat geval kan de verwerkingsverantwoordelijke zijn antwoord beperken tot de gevraagde specifieke informatie.

## 3.1.2 Vorm van het verzoek

52. Zoals eerder opgemerkt, stelt de AVG geen eisen aan betrokkenen met betrekking tot de vorm van het verzoek om inzage in de persoonsgegevens. Daarom zijn er in principe geen vereisten uit hoofde van

de AVG die de betrokkenen in acht moeten nemen bij het kiezen van een communicatiekanaal om in contact te komen met de verwerkingsverantwoordelijke.

53. De EDPB moedigt verwerkingsverantwoordelijken aan om de meest geschikte en gebruiksvriendelijke communicatiekanalen aan te bieden, in overeenstemming met artikel 12, lid 2 en artikel 25 AVG, om de betrokkene in staat te stellen een effectief verzoek in te dienen. Als een betrokkene echter een verzoek  indient  via  een  communicatiekanaal  dat  door  de  verwerkingsverantwoordelijke  wordt aangeboden 28 en dat afwijkt van het kanaal dat als het te prefereren kanaal is aangegeven, wordt een dergelijk verzoek over het algemeen als geldig beschouwd en moet de verwerkingsverantwoordelijke een  dergelijk  verzoek  dienovereenkomstig  behandelen  (zie  de  onderstaande  voorbeelden).  De verwerkingsverantwoordelijken moeten alle redelijke inspanningen leveren om de uitoefening van de rechten  van  de  betrokkene  te  faciliteren  (wanneer  een  betrokkene  bijvoorbeeld  een  verzoek  om inzage  stuurt  naar  een  werknemer  die  met  verlof  is,  kan  een  redelijke  inspanning  bestaan  in  een automatisch bericht waarin de betrokkene wordt geïnformeerd over een alternatief kanaal om het verzoek in te dienen).
54. De  verwerkingsverantwoordelijke  is  overigens  niet  verplicht  om  in  te  gaan  op  een  verzoek  dat  is verzonden naar een willekeurig of onjuist e-mailadres (of postadres) dat niet rechtstreeks door de verwerkingsverantwoordelijke  is  opgegeven,  of  naar  een  communicatiekanaal  dat  duidelijk  niet  is bedoeld voor de ontvangst van verzoeken met betrekking tot de rechten van de betrokkene, indien de verwerkingsverantwoordelijke  een  passend  communicatiekanaal  heeft  aangeboden  dat  door  de betrokkene kan worden gebruikt.
55. De verwerkingsverantwoordelijke is ook niet verplicht om in te gaan op een verzoek dat is gestuurd naar het e-mailadres van een medewerker van de verwerkingsverantwoordelijke die niet betrokken is bij de verwerking  van  verzoeken betreffende de rechten van betrokkenen  (bv. chauffeurs, schoonmaakpersoneel enz.). Dergelijke verzoeken worden als ongeldig beschouwd als de verwerkingsverantwoordelijke  de  betrokkene  duidelijk  een  passend  communicatiekanaal  heeft geboden. Als de betrokkene echter een verzoek stuurt naar een medewerker van de verwerkingsverantwoordelijke  die  aan  hem  is  toegewezen  als  vaste  contactpersoon  (zoals  een persoonlijke  accountmanager  bij  een  bank  of  een  vaste  adviseur  bij  een  aanbieder  van  mobiele telefonie), mag  een  dergelijk contact niet als  willekeurig  worden  beschouwd  en  moet  de verwerkingsverantwoordelijke  alle  redelijke  inspanningen  leveren  om  een  dergelijk  verzoek  te behandelen, zodat het kan worden doorgestuurd naar het contactpunt en kan worden beantwoord binnen de door de AVG bepaalde termijnen.
56. Desalniettemin beveelt de EDPB als goede praktijk aan dat verwerkingsverantwoordelijken passende mechanismen invoeren om de uitoefening van de rechten van betrokkenen te vergemakkelijken, met inbegrip van automatische respons om betrokkenen op de hoogte te stellen van de afwezigheid van personeel  en  van  een  passend  alternatief  contact  en,  waar  mogelijk,  mechanismen  invoeren  ter verbetering van de interne communicatie tussen werknemers over verzoeken die zijn ontvangen door personen die mogelijk niet bevoegd zijn om dergelijke verzoeken te behandelen.

28 Het  kan  bijvoorbeeld  gaan  om  communicatiegegevens  van  de  verwerkingsverantwoordelijke  die  worden verstrekt  in  rechtstreeks  aan  betrokkenen  gerichte  mededelingen  of  om  contactgegevens  die  door  de verwerkingsverantwoordelijke  openbaar  worden  gemaakt,  zoals  in  zijn  privacybeleid  of  andere  verplichte wettelijke  mededelingen  van  de  verwerkingsverantwoordelijke  (bv.  contactgegevens  van  de  eigenaar  of  het bedrijf op een website).

Voorbeeld 8 : Verwerkingsverantwoordelijke C geeft zowel op zijn website als in de privacyverklaring twee e-mailadressen - zijn algemene e-mailadres: CONTACT@C.COM en het e-mailadres van zijn contactpunt voor gegevensbescherming. QUERIES@C.COM. Bovendien geeft verwerkingsverantwoordelijke  C  op  zijn  website  aan  dat  personen  voor  vragen  of  verzoeken  met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens contact moeten opnemen met het contactpunt voor gegevensbescherming via het opgegeven e-mailadres. De betrokkene stuurt echter een verzoek naar het algemene e-mailadres van de verwerkingsverantwoordelijke. CONTACT@C.COM.

In een dergelijk geval moet de verwerkingsverantwoordelijke alle redelijke inspanningen verrichten om zijn diensten op de hoogte te stellen van het verzoek dat via de algemene e-mail is gedaan, zodat het  kan  worden  doorgestuurd  naar  het  contactpunt  voor  gegevensbescherming  en  kan  worden beantwoord binnen de door de AVG voorgeschreven termijnen. Bovendien heeft de verwerkingsverantwoordelijke niet het recht om de termijn voor het beantwoorden van een verzoek te verlengen alleen omdat de betrokkene een verzoek naar zijn algemene e-mailadres heeft gestuurd en niet naar het e-mailadres van zijn contactpunt voor gegevensbescherming.

Voorbeeld 9 : Verwerkingsverantwoordelijke Y runt een netwerk van fitnessclubs. Verwerkingsverantwoordelijke Y geeft op zijn website en in de privacyverklaring voor klanten van de fitnessclub  aan  dat  personen  voor  vragen  of  verzoeken  met  betrekking  tot  de  verwerking  van persoonsgegevens  contact  met  hem  moeten  opnemen  via  het  e-mailadres:  QUERIES@Y.COM. Desondanks stuurt de betrokkene een verzoek naar een e-mailadres dat te vinden is in de kleedkamer, waar hij een bericht vindt met de tekst: 'Als u niet tevreden bent over de netheid van de zaal, neem dan contact met ons op via: SCHOONMAKERS@Y.COM',  wat  het  e-mailadres is van het schoonmaakpersoneel dat in dienst is bij Y. Het schoonmaakpersoneel is uiteraard niet betrokken bij de behandeling van zaken die betrekking hebben op de uitoefening van de rechten van betrokkenenklanten  van  de  fitnessclub.  Hoewel  het  e-mailadres  beschikbaar  was  in  de  gebouwen  van  de fitnessclub, kon de betrokkene redelijkerwijs niet verwachten dat dit een geschikt contactadres was voor dergelijke verzoeken, aangezien de website en de privacyverklaring duidelijk informeerden over het communicatiekanaal dat de betrokkene moest gebruiken om zijn rechten uit te oefenen.

57. Op de datum van ontvangst van het verzoek door de verwerkingsverantwoordelijke start in de regel de termijn van één maand waarbinnen de verwerkingsverantwoordelijke informatie moet verstrekken over het gevolg dat aan een verzoek is gegeven, in overeenstemming met artikel 12, lid 3, AVG (meer informatie over het tijdschema is te vinden in afdeling 5.3). De EDPB beschouwt het als een goede praktijk  dat  de  verwerkingsverantwoordelijken  de  ontvangst  van  verzoeken  schriftelijk  bevestigen, bijvoorbeeld  door  e-mails  (of  informatie  per  post,  indien  van  toepassing)  naar  de  verzoekende personen te sturen waarin wordt bevestigd dat hun verzoeken zijn ontvangen en dat de periode van één maand loopt van dag X tot dag Y.

## 3.2 Identificatie en authenticatie

58. Om de veiligheid van de verwerking te waarborgen en het risico van ongeoorloofde openbaarmaking van persoonsgegevens te minimaliseren, moet de verwerkingsverantwoordelijke kunnen achterhalen welke gegevens betrekking hebben op de betrokkene (identificatie) en de identiteit van die persoon kunnen bevestigen (authenticatie).
59. Wanneer het met het oog op het doel waarvoor de persoonsgegevens worden verwerkt, niet of niet langer  nodig  is  een  betrokkene  te  identificeren,  hoeft  de  verwerkingsverantwoordelijke  overigens geen identificatie bij te houden met als enige doel te voldoen aan de rechten van de betrokkenen, ook

in  het  licht  van  het  beginsel  van  gegevensminimalisering.  Deze  situaties  worden  behandeld  in artikel 11, lid 1, AVG.

60. In artikel 12, lid 2, AVG is bepaald dat de verwerkingsverantwoordelijke niet mag weigeren gevolg te geven aan het verzoek van de betrokkene om  diens rechten uit te oefenen, tenzij de verwerkingsverantwoordelijke persoonsgegevens verwerkt voor een doel waarvoor geen identificatie van de betrokkene nodig is en aantoont dat hij niet in staat is om de betrokkene te identificeren. In dergelijke  omstandigheden  kan  de  betrokkene  echter  besluiten  om  aanvullende  gegevens  te verstrekken die het mogelijk maken hem te identificeren (artikel 11, lid 2, AVG) 29 .
61. De verwerkingsverantwoordelijke is niet verplicht om dergelijke aanvullende informatie te verkrijgen om de betrokkene te identificeren met als enig doel om aan het verzoek van de betrokkene te voldoen, ook in het licht van het beginsel van gegevensminimalisering. Hij mag evenwel niet weigeren dergelijke door de betrokkene tot staving van de uitoefening van zijn rechten verstrekte aanvullende gegevens aan te nemen (overweging 57 AVG).

Voorbeeld 10 : C is de verwerkingsverantwoordelijke van de gegevens die worden verwerkt in verband met  de  videobewaking  van  een  gebouw.  In  overeenstemming  met  artikel 11,  lid 1,  AVG  is  de verwerkingsverantwoordelijke  niet  verplicht  om  alle personen  te  identificeren die  door  een beveiligingscamera  zijn  geregistreerd  in  het  kader  van  het  toezicht  (een  doel  waarvoor  geen identificatie  vereist  is).  De  verwerkingsverantwoordelijke  ontvangt  een  verzoek  om  inzage  van  de persoonsgegevens  van  de  persoon  die  beweert  te  zijn  opgenomen  door  de  camera's  van  de verwerkingsverantwoordelijke.  De  acties  van  de  verwerkingsverantwoordelijke  hangen  af  van  de aanvullende  informatie  die  wordt  verstrekt.  Als  de  aanvrager  een  bepaalde  dag  en  tijd  aangeeft waarop  de  camera's  de  gebeurtenis  in  kwestie  hebben  opgenomen,  is  het  waarschijnlijk  dat  de verwerkingsverantwoordelijke  dergelijke  gegevens  kan  verstrekken  (artikel 11,  lid 2,  AVG).  Als  de verwerkingsverantwoordelijke echter niet in staat is de betrokkene te identificeren (bv. als het hij er niet  zeker  van  kan  zijn  dat  een  verzoeker  daadwerkelijk  de  betrokkene  is  of  als  het  verzoek bijvoorbeeld betrekking heeft op een lange periode van opnamen en hij niet in staat is een dergelijk grote hoeveelheid gegevens te verwerken), kan de verwerkingsverantwoordelijke weigeren actie te ondernemen als hij aantoont dat hij niet in staat is om de betrokkene te identificeren (artikel 12, lid 2, AVG).

Voorbeeld 11: Verwerkingsverantwoordelijke C verwerkt persoonsgegevens met als doel gedragsgericht te adverteren naar zijn webgebruikers. Persoonsgegevens die worden verzameld voor gedragsgerichte  reclame,  worden  meestal  verzameld  door  middel  van  cookies  en  gekoppeld  aan pseudonieme willekeurige identificatoren. Een betrokkene, de heer X, oefent zijn recht van inzage bij C uit via de website van C. C kan heer X nauwkeurig identificeren teneinde de gedragsgerichte reclame van  de  betrokkene  weer  te  geven,  door  de  eindapparatuur  van  de  heer  X  te  koppelen  aan  zijn reclameprofiel met de cookies die in de eindapparatuur zijn geplaatst. C moet dan ook in staat zijn om de  heer  X  nauwkeurig  te  identificeren  om  hem  inzage  te  verlenen  van  zijn  persoonsgegevens, aangezien  er  een  verband  kan  worden  gelegd  tussen  de  verwerkte  gegevens  en  de  betrokkene. Daarom, en rekening houdend met de principes van de AVG, zou het bovenstaande voorbeeld niet vallen binnen het toepassingsgebied van artikel 11 AVG. Meer bepaald vereisen de doeleinden van C


in  het  bovenstaande voorbeeld dat de betrokkenen worden geïdentificeerd, terwijl artikel 11 AVG betrekking heeft op verwerkingen waarbij identificatie niet vereist is, waarbij een verwerkingsverantwoordelijke niet verplicht is om aanvullende gegevens te verwerken in de zin van artikel 11, lid 1, AVG met als enige doel te kunnen voldoen aan de AVG. Bijgevolg hoeven in sommige gevallen geen aanvullende gegevens te worden opgevraagd om de rechten van de betrokkene uit te oefenen.

Als de heer X zijn recht van inzage echter probeert uit te oefenen via e-mail of gewone post, dan moet C de heer X wel vragen om 'aanvullende informatie' (artikel 12, lid 6, AVG) te verstrekken om het reclameprofiel dat aan de heer X is gekoppeld, te kunnen identificeren. In dit geval is de aanvullende informatie de cookie-identificator die is opgeslagen in de eindapparatuur van de heer X.

62. Indien het aantoonbaar onmogelijk is om de betrokkene te identificeren (artikel 11 AVG), moet de verwerkingsverantwoordelijke de betrokkene daar indien mogelijk van op de hoogte stellen, aangezien de  verwerkingsverantwoordelijke  onverwijld  moet  reageren  op  verzoeken  van  de  betrokkene  en redenen moet opgeven indien hij niet van plan is aan dergelijke verzoeken te voldoen. Deze informatie moet alleen worden verstrekt 'indien mogelijk', aangezien de verwerkingsverantwoordelijke mogelijk niet in staat is de betrokkenen te informeren als zij niet kunnen worden geïdentificeerd.
63. Zowel wanneer voor de verwerking geen identificatie vereist is als wanneer dat wel het geval is, kan de verwerkingsverantwoordelijke, wanneer hij redenen heeft om te twijfelen aan de identiteit van de natuurlijke  persoon  die  het  verzoek  indient,  om  aanvullende  informatie  vragen  die  nodig  is  ter bevestiging van de identiteit van de betrokkene (artikel 12, lid 6, AVG).
64. De AVG stelt geen eisen aan de authenticatie van de betrokkene. De artikelen 11 en 12 AVG geven echter de voorwaarden aan voor de uitoefening van alle rechten van de betrokkene, waaronder het recht van inzage van persoonsgegevens.
65. De verwerkingsverantwoordelijke kan overigens in de regel niet meer persoonsgegevens opvragen dan nodig is om deze authenticatie mogelijk te maken, en het gebruik van dergelijke informatie moet strikt beperkt blijven tot het voldoen aan het verzoek van de betrokkenen .
66. Er bestaan vaak al authenticatieprocedures tussen de betrokkenen en de verwerkingsverantwoordelijken. De verwerkingsverantwoordelijken kunnen deze authenticatieprocedures  gebruiken  om  de  identiteit  vast  te  stellen  van  de  betrokkenen  die  hun persoonsgegevens  opvragen  of  de  bij  de  AVG  verleende  rechten  uitoefenen 30 .  Anders  moeten verwerkingsverantwoordelijken daartoe een authenticatieprocedure volgen 31 .
67. Indien de verwerkingsverantwoordelijke aanvullende informatie vraagt of krijgt van de betrokkene die nodig is om de identiteit van de betrokkene te bevestigen, beoordeelt de verwerkingsverantwoordelijke telkens met welke informatie hij die identiteit kan bevestigen en stelt hij eventueel aanvullende vragen aan de verzoeker of verzoekt hij de betrokkene enkele aanvullende identificatiegegevens te verstrekken, indien dat evenredig is (zie afdeling 3.3).
68. Om de betrokkene in staat te stellen de aanvullende informatie te verstrekken die nodig is om zijn gegevens te identificeren, moet de verwerkingsverantwoordelijke de betrokkene informeren over de aard  van  de  aanvullende  informatie  die  nodig  is  om  identificatie  mogelijk  te  maken.  Dergelijke



aanvullende informatie mag niet meer behelzen dan de informatie die aanvankelijk nodig was voor de authenticatie van de betrokkene. In het algemeen mag het feit dat de verwerkingsverantwoordelijke aanvullende informatie kan vragen om de identiteit van de betrokkene te beoordelen, niet leiden tot buitensporige eisen en tot het verzamelen van persoonsgegevens die niet relevant of noodzakelijk zijn om het verband tussen de persoon en de gevraagde persoonsgegevens te versterken 32 .

69. Wanneer  online verzamelde informatie gekoppeld is aan pseudoniemen  of andere unieke identificatoren,  kan  de  verwerkingsverantwoordelijke  passende  procedures  instellen  waarmee  de verzoeker een verzoek om inzage van gegevens kan indienen en de hem betreffende gegevens kan ontvangen 33 .

Voorbeeld 12: De betrokkene, mevrouw X, verzoekt in een gesprek met een helpdeskmedewerker van een elektriciteitsbedrijf waarmee zij een contract heeft gesloten, om inzage van haar gegevens. De medewerker, die twijfels heeft over de identiteit van de verzoeker, genereert in het systeem van het bedrijf  een  eenmalige  unieke  code  die  naar  het mobiele  telefoonnummer  van  de  gebruiker  wordt gestuurd,  dat  is  opgegeven  bij  het  aanmaken  van  de  account,  als  onderdeel  van  het  dubbele verificatiesysteem. Deze actie moet in dit geval als evenredig worden beschouwd .

## 3.3 Evenredigheidsbeoordeling met betrekking tot de authenticatie van de verzoeker

70. Zoals hierboven aangegeven, kan de verwerkingsverantwoordelijke, als hij redenen heeft om aan de identiteit van de verzoeker te twijfelen, om aanvullende informatie vragen om de identiteit van de betrokkene te bevestigen. De verwerkingsverantwoordelijke moet er echter tegelijkertijd voor zorgen dat hij niet  meer persoonsgegevens verzamelt dan nodig is om de authenticatie van de verzoeker mogelijk te maken. Daarom moet de verwerkingsverantwoordelijke een evenredigheidsbeoordeling uitvoeren,  waarbij  rekening  moet  worden  gehouden  met  het  soort  persoonsgegevens  dat  wordt verwerkt (bv. bijzondere gegevenscategorieën of niet), de aard van het verzoek, de context waarin het verzoek wordt gedaan en eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit ongepaste openbaarmaking. Bij het beoordelen van de evenredigheid mag niet uit het oog worden verloren dat buitensporige  gegevensverzameling  moet  worden  vermeden  en  dat  de  verwerking  tegelijkertijd voldoende moet worden beveiligd.
71. De verwerkingsverantwoordelijke moet een authenticatieprocedure volgen om zeker te zijn van de identiteit  van  de  personen  die  om  toegang  tot  hun  gegevens  vragen 34 ,  en  de  beveiliging  van  de verwerking waarborgen gedurende de gehele behandeling van een verzoek om  inzage in overeenstemming met  artikel 32  AVG,  bijvoorbeeld  in  de  vorm  van  een  beveiligd  kanaal  waar  de betrokkenen aanvullende informatie kunnen verstrekken. De authenticatiemethode moet relevant, passend  en  evenredig  zijn en het beginsel  van gegevensminimalisering  eerbiedigen. Als de verwerkingsverantwoordelijke  maatregelen  oplegt  die  gericht  zijn  op  de  authenticatie  van  de betrokkene en die belastend zijn,  moet  hij  dit  afdoende  rechtvaardigen en ervoor  zorgen  dat  alle

32 Zie vorige voetnoot, blz. 14.

33 Zie vorige voetnoot, blz. 13-14.


grondbeginselen worden nageleefd, met inbegrip van gegevensminimalisering en de verplichting om de uitoefening van de rechten van betrokkenen te faciliteren (artikel 12, lid 2, AVG).

72. In  een  onlinecontext  kan  het  authenticatiemechanisme  dezelfde  referenties  omvatten  die  de betrokkene  gebruikt  voor  het  aanmelden  op  de  door  de  verwerker  van  de  gegevens  aangeboden onlinedienst (overweging 57 AVG) 35 .
73. In de praktijk bestaan er vaak al authenticatieprocedures en hoeven verwerkingsverantwoordelijken geen  extra  waarborgen  in  te  voeren  om  ongeoorloofde  toegang  tot  diensten  te  voorkomen.  Om personen in staat te stellen inzage te krijgen van de gegevens in hun accounts (zoals een e-mailaccount, een  socialemediaprofiel  of  onlinewinkels),  zullen  de  verwerkingsverantwoordelijken  waarschijnlijk vragen om in te loggen met de gebruikersnaam en het wachtwoord van de gebruiker, die in dergelijke gevallen  voldoende zouden moeten zijn om een betrokkene te authenticeren 36 .  Bovendien  zijn  de betrokkenen vaak al geauthenticeerd door de verwerkingsverantwoordelijke voordat een overeenkomst wordt gesloten of hun toestemming voor de verwerking wordt verkregen, en als gevolg daarvan kunnen de persoonsgegevens die worden gebruikt om de persoon op wie de verwerking betrekking heeft te registreren, ook worden gebruikt als bewijs om de betrokkene te authenticeren voor toegangsdoeleinden 37 . Bijgevolg is het onevenredig om een kopie van een identiteitsdocument te eisen wanneer de betrokkene die een verzoek indient, al door de verwerkingsverantwoordelijke is geauthenticeerd.
74. Het gebruik van een kopie van een identiteitsdocument in het authenticatieproces vormt een risico voor  de  beveiliging  van  persoonsgegevens  en  kan  leiden  tot  ongeoorloofde  of  onrechtmatige verwerking, en is als zodanig ongeschikt, tenzij het noodzakelijk en passend is en in overeenstemming met de nationale wetgeving. In dergelijke gevallen moeten de verwerkingsverantwoordelijken over systemen beschikken die een passend beveiligingsniveau garanderen om de hogere risico's voor de rechten en vrijheden van de betrokkene die dergelijke gegevens ontvangt, te beperken. Het is ook belangrijk om  op te merken dat authenticatie door middel van een identiteitskaart niet noodzakelijkerwijs helpt in de onlinecontext (bv. bij het gebruik van pseudoniemen) als de betrokken persoon geen ander bewijs kan leveren, bijvoorbeeld verdere kenmerken die overeenkomen met het gebruikersaccount.
75. Rekening houdend met het feit dat veel organisaties (zoals hotels, banken, autoverhuurders) kopieën van de identiteitskaart van hun klanten vragen, moet dit over het algemeen niet als een geschikte authenticatiemethode worden beschouwd. Als alternatief kan de verwerkingsverantwoordelijke een snelle en effectieve beveiligingsmaatregel implementeren om een betrokkene te identificeren op basis




van de authenticatie die hij eerder heeft uitgevoerd, bijvoorbeeld via e-mail of  sms  met bevestigingslinks, beveiligingsvragen of bevestigingscodes 38 .

76. Informatie op de identiteitskaart die niet noodzakelijk is voor het bevestigen van de identiteit van de betrokkene, zoals het toegangsen serienummer, nationaliteit, grootte, oogkleur, foto en machineleesbare zone, afhankelijk van een beoordeling per geval, kan door de betrokkene worden bewerkt of verborgen voordat deze aan de verwerkingsverantwoordelijke wordt voorgelegd, behalve wanneer nationale wetgeving een volledige, niet-bewerkte kopie van de identiteitskaart vereist (zie punt 78). Over het algemeen volstaan de datum van afgifte of de vervaldatum, de afgevende instantie en de volledige naam die overeenkomt met de onlineaccount voor de verwerkingsverantwoordelijke om de identiteit te verifiëren, altijd op voorwaarde dat de authenticiteit van de kopie en het verband met de aanvrager zijn bevestigd. Aanvullende informatie zoals de geboortedatum van de betrokkene kan  alleen  worden  gevraagd  als  het  risico  van  een  verkeerde  identiteit  blijft  bestaan  en  als  de verwerkingsverantwoordelijke deze informatie kan vergelijken met de informatie die hij al verwerkt.
77. Om het principe van gegevensminimalisering in acht te nemen, moet de verwerkingsverantwoordelijke de betrokkene informeren over de informatie die niet nodig is en over de mogelijkheid om die delen van het identiteitsdocument te bewerken of te verbergen. Als de betrokkene in dat geval niet weet hoe  of  niet  in  staat  is  om  dergelijke  informatie  te  bewerken,  is  het  een  goede  praktijk  dat  de verwerkingsverantwoordelijke deze informatie bewerkt bij ontvangst van het document, voor zover dat voor hem mogelijk is, rekening houdend met de middelen die hem in de gegeven omstandigheden ter beschikking staan.

Voorbeeld 13: Gebruikster  Y  heeft  een  account  met  wachtwoordbeveiliging  aangemaakt  in  de onlinewinkel  en  daarbij  haar  e-mailadres  en/of  gebruikersnaam  opgegeven.  Vervolgens  vraagt  de accounteigenaar aan de verwerkingsverantwoordelijke of deze haar persoonsgegevens verwerkt, en zo ja, vraagt zij toegang tot deze gegevens binnen de reikwijdte zoals aangegeven in artikel 15. De verwerkingsverantwoordelijke vraagt de identiteitskaart van de persoon die het verzoek indient om haar identiteit te bevestigen. De actie van de verwerkingsverantwoordelijke is in dit geval onevenredig en leidt tot onnodige gegevensverzameling.

Om de identiteit van de verzoeker te bevestigen en tegelijkertijd onnodige gegevensverzameling te voorkomen, kan de verwerkingsverantwoordelijke echter eisen dat zij zich authenticeert door in te loggen  op  het  account  of  haar  (niet-indringende)  beveiligingsvragen  stellen  waarop  alleen  de betrokkene het antwoord kan weten, of multifactorauthenticatie gebruiken die werd geconfigureerd toen  de  betrokkene  haar  account  registreerde,  of  andere  bestaande  communicatiemiddelen gebruiken  waarvan  bekend  is  dat  ze  bij  de  betrokkene  horen,  zoals  het  e-mailadres  of  een telefoonnummer, om een toegangswachtwoord te sturen.

Voorbeeld 14: Een cliënt van een bank, meneer Y, wil een consumentenkrediet aanvragen. Hiervoor gaat meneer Y naar een bankkantoor om informatie te verkrijgen, waaronder zijn persoonsgegevens, die nodig zijn voor de beoordeling van zijn kredietwaardigheid. Om de identiteit van de betrokkene te


verifiëren,  vraagt  de  adviseur  om  een  notariële  verklaring  van  zijn  identiteit  om  hem  de  vereiste informatie te kunnen verstrekken.

De verwerkingsverantwoordelijke mag geen notariële bevestiging van de identiteit eisen, tenzij dit noodzakelijk en passend is en in overeenstemming met de nationale wetgeving (bijvoorbeeld wanneer een persoon tijdelijk niet in het bezit is van een identiteitsbewijs en de nationale wetgeving een bewijs van de identiteit van de betrokkene vereist voor de uitvoering van een rechtshandeling). Een dergelijke praktijk stelt de verzoekende personen bloot aan extra kosten en legt een buitensporige last op de betrokkenen, waardoor de uitoefening van hun recht van inzage wordt belemmerd .

78. Onverminderd de bovenstaande algemene beginselen kan authenticatie op basis van een identiteitskaart onder bepaalde omstandigheden een gerechtvaardigde en evenredige maatregel zijn, met  name  voor  entiteiten  die  speciale  categorieën  persoonsgegevens  verwerken  of  gegevens verwerken die een risico voor de betrokkene kunnen inhouden (bv. medische of gezondheidsinformatie).  Tegelijkertijd  moet  echter  in  gedachten  worden  gehouden  dat  sommige nationale  bepalingen  voorzien  in  beperkingen  op  de  verwerking  van  gegevens  in  openbare documenten, waaronder documenten die de identiteit van een persoon bevestigen (ook op basis van artikel 87 AVG). Beperkingen op de verwerking van gegevens uit deze documenten kunnen met name betrekking  hebben  op  het  scannen  of  fotokopiëren  van  identiteitskaarten  of  de  verwerking  van officiële persoonlijke identificatienummers 39 .
79. Rekening houdend met het bovenstaande moet de verwerkingsverantwoordelijke, wanneer om een identiteitskaart wordt verzocht (en dit zowel in overeenstemming is met de nationale wetgeving als gerechtvaardigd en evenredig is op grond van de AVG), waarborgen implementeren om onrechtmatige verwerking van de identiteitskaart te voorkomen. Niettegenstaande eventuele toepasselijke nationale bepalingen met betrekking tot  identiteitsauthenticatie,  kan  dit  inhouden  dat  er  geen  kopie  wordt gemaakt  of  dat  een  kopie  van  een  identiteitskaart  wordt  verwijderd  zodra  de  identiteit  van  de betrokkene is geauthenticeerd. De reden hiervoor is dat het verder opslaan van een kopie van een identiteitskaart waarschijnlijk een inbreuk vormt op de beginselen van doelbinding en opslagbeperking (artikel 5, lid 1, punten b) en e), AVG) en bovendien op de nationale wetgeving met betrekking tot de verwerking van het nationale identificatienummer (artikel 87 AVG). De EDPB beveelt als goede praktijk aan dat de verwerkingsverantwoordelijke na het controleren van de identiteitskaart een notitie maakt, bv.  'identiteitskaart  werd  gecontroleerd'  om  onnodig  kopiëren  of  bewaren  van  kopieën  van identiteitskaarten te vermijden.

## 3.4 Verzoeken via derden/volmachthouders

80. Hoewel het recht van inzage over het algemeen wordt uitgeoefend door de betrokkenen zelf, is het mogelijk dat een derde partij een verzoek indient namens de betrokkene. Dit kan onder andere het geval zijn wanneer wordt gehandeld via een gevolmachtigde, wanneer wettelijke voogden optreden namens  minderjarigen,  of  wanneer  wordt  gehandeld  via  andere  entiteiten  via  onlineportalen.  In sommige omstandigheden kan verificatie van de identiteit van de persoon die gemachtigd is om het recht van inzage uit te oefenen en van de machtiging om namens de betrokkene te handelen, vereist

39 Verscheidene lidstaten hebben een dergelijke beperking in hun nationale bepalingen ter zake opgenomen en stellen bijvoorbeeld dat het maken van kopieën van identiteitskaarten alleen geoorloofd is als het rechtstreeks voortvloeit uit de bepalingen van een rechtshandeling.

zijn, wanneer  dit passend  en  evenredig is (zie afdeling 3.3) 40 . Het beschikbaar stellen van persoonsgegevens aan iemand die geen recht van inzage heeft, kan neerkomen op een inbreuk op persoonsgegevens 41 .

81. Daarbij moet rekening worden gehouden met de nationale wetgeving inzake wettelijke vertegenwoordiging  (bv.  volmachten),  die  specifieke  vereisten  kan  opleggen  om  aan  te  tonen  dat toestemming is verleend om namens de betrokkene een verzoek in te dienen, aangezien de AVG deze kwestie niet regelt. In overeenstemming met het verantwoordingsbeginsel en de andere gegevensbeschermingsbeginselen  moeten  de  verwerkingsverantwoordelijken  het  bestaan  van  de relevante machtiging kunnen aantonen om namens de betrokkene een verzoek in te dienen en de gevraagde informatie te ontvangen, behalve als de nationale wetgeving hiervan afwijkt (bv. als de nationale wetgeving specifieke regels bevat met betrekking tot de betrouwbaarheid van advocaten), waardoor de verwerkingsverantwoordelijke de identiteit van de gevolmachtigde moet verifiëren (zo wordt in het geval van advocaten hun inschrijving bij de orde van advocaten gecontroleerd). Daarom wordt aanbevolen om in dit verband passende documentatie te verzamelen, met betrekking tot de eerder vermelde algemene regels inzake de bevestiging van de identiteit van een natuurlijke persoon die  een  verzoek  indient,  en  als  de  verwerkingsverantwoordelijke  gerede  twijfels  heeft  over  de identiteit van een persoon die namens de betrokkene optreedt, vraagt hij om aanvullende informatie om de identiteit van deze persoon te bevestigen.
82. Hoewel de uitoefening van het recht van inzage in persoonsgegevens van overleden personen nog een voorbeeld  is  van  toegang  door  een  derde  partij  anders  dan  de  betrokkene,  is  in  overweging  27 gespecificeerd dat de AVG niet van toepassing is op persoonsgegevens van overleden personen. De kwestie wordt daarom geregeld in de nationale wetgeving en de lidstaten kunnen regels vaststellen betreffende  de  verwerking  van  persoonsgegevens  van  overleden  personen.  Men  mag  echter  niet vergeten dat de gegevens ook betrekking kunnen hebben op levende derden, bijvoorbeeld in het kader van een verzoek om inzage van de correspondentie van een overleden persoon. De vertrouwelijkheid van dergelijke gegevens moet nog steeds worden beschermd.

## 3.4.1 Uitoefening van het recht van inzage namens kinderen

83. Kinderen verdienen met betrekking tot hun persoonsgegevens specifieke bescherming, aangezien zij zich wellicht minder bewust zijn van de betrokken risico's, gevolgen en waarborgen en van hun rechten in verband met de verwerking van persoonsgegevens 42 . Alle informatie en communicatie aan een kind, waarbij persoonsgegevens van een kind worden verwerkt, moet in duidelijke en eenvoudige taal zijn gesteld, zodat het kind deze gemakkelijk kan begrijpen 43 .


41 Artikel 4, punt 12, AVG.

42 Overweging 38  van  de  AVG.  Zoals  voorzien  in  het  werkprogramma  van  de  EDPB,  is  het  de  bedoeling  om richtsnoeren  te  verstrekken  over  gegevens  met  betrekking  tot  kinderen.  Een  dergelijk  document  zal  naar verwachting meer houvast bieden over de voorwaarden waaronder een kind zijn eigen recht van inzage kan uitoefenen en waaronder de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt het recht van inzage namens het kind kan uitoefenen.

43  Overweging 58 van de AVG. Richtsnoeren 05/2020 van de EDPB inzake toestemming overeenkomstig Verordening (EU) 2016/ 679, afdeling 7.

84. Kinderen zijn  zelf  betrokkenen  en  als  zodanig  heeft  het  kind  recht  van  inzage.  Afhankelijk  van  de rijpheid en bekwaamheid van het kind, kan het zijn dat het kind een derde nodig heeft om namens hem op te treden, bijvoorbeeld de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt.
85. Het belang van het kind moet een leidende overweging zijn bij alle beslissingen die worden genomen met betrekking tot de uitoefening van het recht van inzage in de context van kinderen, in het bijzonder wanneer het recht van inzage wordt uitgeoefend namens het kind, bijvoorbeeld door de persoon die het ouderlijk gezag draagt.
86. Als  gevolg  van  de  speciale  bescherming  van  persoonsgegevens  van  kinderen  in  de  AVG,  moet  de verwerkingsverantwoordelijke passende maatregelen nemen om te voorkomen dat persoonsgegevens van een minderjarige worden doorgegeven aan een onbevoegde persoon (zie in dit verband ook afdeling 3.4).
87. Ten slotte mag het recht van de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt om namens het kind op te treden, niet worden verward met gevallen, buiten de wetgeving inzake gegevensbescherming, waarin de nationale wetgeving de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid  draagt  het  recht  kan  verlenen  om  informatie  over  het  kind  te  vragen  en  te ontvangen (bv. prestaties van het kind op school).

## 3.4.2 Uitoefening van het recht van inzage via portalen/kanalen die door een derde partij worden aangeboden

88. Er zijn bedrijven die diensten aanbieden waarmee betrokkenen via een portaal een verzoek om inzage kunnen  indienen.  De  betrokkene  meldt  zich  aan  en  krijgt  toegang  tot  een  portaal  waarmee  hij bijvoorbeeld  een  verzoek  om  toegang,  rectificatie  of  wissing  van  gegevens  kan  indienen  bij verschillende  verwerkingsverantwoordelijken.  Het  gebruik  van  portalen  die  door  een  derde  partij worden aangeboden, roept andere vragen op.
89. Verwerkingsverantwoordelijken die hiermee te maken krijgen, moeten allereerst controleren of de derde partij rechtmatig handelt namens de betrokkene, aangezien moet worden verzekerd dat er geen gegevens worden verstrekt aan onbevoegden.
90. Bovendien moet een verwerkingsverantwoordelijke die een verzoek ontvangt via een dergelijk portaal, dat verzoek steevast tijdig afhandelen 44 . De verwerkingsverantwoordelijke is echter niet verplicht om de  gegevens  uit  hoofde  van  artikel 15  AVG  rechtstreeks  aan  het  portaal  te  verstrekken,  als  de verwerkingsverantwoordelijke  bijvoorbeeld  vaststelt  dat  de  beveiligingsmaatregelen  ontoereikend zijn  of  het  passend  zou  worden  geacht  de  gegevens  op  een  andere  wijze  aan  de  betrokkene  te verstrekken. In dergelijke omstandigheden, wanneer de verwerkingsverantwoordelijke over andere procedures beschikt om verzoeken om inzage op een efficiënte en veilige manier af te handelen, kan de verwerkingsverantwoordelijke de gevraagde informatie via deze procedures verstrekken.


## 4 REIKWIJDTE VAN HET RECHT VAN INZAGE EN DE PERSOONSGEGEVENS EN INFORMATIE WAAROP HET BETREKKING HEEFT

91. In deze afdeling wordt ingegaan op de definitie van persoonsgegevens (4.1) en wordt de reikwijdte van de informatie waarop het recht van inzage in het algemeen van toepassing is, verduidelijkt (4.2 en 4.3). De reikwijdte van het begrip persoonsgegevens en dus het onderscheid tussen persoonsgegevens en andere gegevens maakt overigens integraal deel uit van de beoordeling die de verwerkingsverantwoordelijke  uitvoert  om  de  reikwijdte  te  bepalen  van  de  gegevens  waarin  de betrokkene inzage mag krijgen 45 .
92. Vooraf moet eraan worden herinnerd dat het recht van inzage alleen kan worden uitgeoefend met betrekking  tot  de  verwerking  van  persoonsgegevens  die  binnen  het  materiële  en  territoriale toepassingsgebied van de AVG vallen. Daarom vallen persoonsgegevens die niet op geautomatiseerde wijze worden verwerkt of die niet in een bestand zijn opgenomen of niet bestemd zijn om daarin te worden opgenomen als bedoeld in artikel 2, lid 1, AVG of die door een natuurlijke persoon worden verwerkt  bij  de  uitoefening  van  een  zuiver  persoonlijke  of  huishoudelijke  activiteit  als  bedoeld  in artikel 2, lid 2, AVG, niet onder het recht van inzage.

## 4.1 Definitie van persoonsgegevens

93. Artikel 15, leden 1 en 3, AVG verwijzen respectievelijk naar 'persoonsgegevens' en 'persoonsgegevens die worden verwerkt'. Daarom wordt de reikwijdte van het recht van inzage in de eerste  plaats  bepaald  door  de  reikwijdte  van  het  begrip  persoonsgegevens,  zoals  gedefinieerd  in artikel 4, punt 1, AVG 46 . Het begrip persoonsgegevens is al in verschillende documenten 47 van de Groep gegevensbescherming artikel 29 48 behandeld en is uitgelegd door het Hof van Justitie, onder meer in de context van het recht van inzage op grond van artikel 12 van Richtlijn 95/46/EG.


46 Overeenkomstig artikel 4, punt 1, AVG, betekent 'persoonsgegevens' alle informatie over een geïdentificeerde of  identificeerbare  natuurlijke  persoon  ('de  betrokkene');  als  identificeerbaar  wordt  beschouwd  een  natuurlijke persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd, met name aan de hand van een identificator zoals een naam, een identificatienummer, locatiegegevens, een online-identificator of van een of meer elementen die kenmerkend zijn voor de fysieke, fysiologische, genetische, psychische, economische, culturele of sociale identiteit van die natuurlijke persoon'.



94. De Groep gegevensbescherming artikel 29 was van mening dat de definitie van persoonsgegevens in Richtlijn 95/46/EG 'de bedoeling van de Europese wetgever [weerspiegelt] een brede definitie van persoonsgegevens  te  geven' 49 .  Uit  hoofde  van  de  AVG  verwijst  de  definitie  nog  steeds  naar  'alle informatie  over  een  geïdentificeerde  of  identificeerbare  natuurlijke  persoon'.  Naast  elementaire persoonsgegevens zoals naam en adres, telefoonnummer enz. kan een onbeperkt breed spectrum van gegevens  onder  deze  definitie  vallen,  waaronder  medische  bevindingen,  aankoopgeschiedenis, kredietwaardigheidsindicatoren, inhoud van communicatie enz. In het licht van de brede reikwijdte van  de  definitie  van  persoonsgegevens  zou  een  restrictieve  beoordeling  van  die  definitie  door  de verwerkingsverantwoordelijke  leiden  tot  een  onjuiste  classificatie  van  persoonsgegevens 50 en uiteindelijk tot een schending van het recht van inzage.
95. In de gevoegde zaken C-141/12 en C-372/12 51 oordeelde het Hof dat het recht op toegang betrekking had  op  persoonsgegevens  in  de  minuut,  namelijk  'naam,  geboortedatum,  nationaliteit,  geslacht, etniciteit, religie en taal' van de aanvrager, en 'in voorkomend geval [de gegevens die] in de juridische analyse  in  die  minuut  zijn  weergegeven',  maar  niet  op  de  juridische  analyse  zelf 52 .  De  juridische analyse kon in deze context op zichzelf niet worden onderworpen aan een controle van de juistheid ervan door de betrokkene, noch aan rectificatie. Bovendien voldoet het verlenen van toegang tot de juridische  analyse  niet  aan  het  doel  van  het  waarborgen  van  privacy,  maar  wel  aan  het  doel  van toegang tot administratieve documenten.
96. In de zaak Nowak 53 maakte het Hof een bredere analyse en oordeelde dat schriftelijke antwoorden van  een  kandidaat  bij  een  beroepsexamen  en  eventuele  opmerkingen  van  een  examinator  met betrekking tot die antwoorden persoonsgegevens van de examenkandidaat vormen. Meer bepaald komt dergelijke subjectieve informatie neer op persoonsgegevens 'onder de vorm van meningen of beoordelingen, op voorwaarde dat deze informatie de betrokkene 'betreft'' 54 , in tegenstelling tot de examenvragen,  die  niet  worden  beschouwd  als  persoonsgegevens 55 .  Een  contextuele  beoordeling moet dus licht werpen op het effect of resultaat dat informatie kan hebben op een persoon en dus op de reikwijdte van het recht van inzage.

Voorbeeld 15: Iemand heeft een sollicitatiegesprek bij een bedrijf. In deze context overhandigt de sollicitant een cv en een sollicitatiebrief. Tijdens het gesprek maakt de hr-medewerker aantekeningen op een computer om het gesprek te documenteren. Daarna verzoekt de sollicitant als betrokkene om toegang tot de hem of haar betreffende persoonsgegevens die het bedrijf als verwerkingsverantwoordelijke heeft verzameld in het kader van de wervingsprocedure.

De  verwerkingsverantwoordelijke  is  verplicht  om  de  persoonsgegevens  te  verstrekken  die  de betrokkene actief in zijn cv en sollicitatiebrief heeft opgegeven. Bovendien moet de verwerkingsverantwoordelijke  de  betrokkene  de  samenvatting  van  het  gesprek  verstrekken,  met inbegrip van de subjectieve opmerkingen over het gedrag van de betrokkene die de hr-medewerker tijdens het sollicitatiegesprek heeft genoteerd, met inachtneming van eventuele uitzonderingen op grond van de nationaal recht en in overeenstemming met artikel 23 AVG.

49 Advies 4/2007 van de Groep gegevensbescherming artikel 29 over het begrip persoonsgegeven, blz. 4.

50 als informatie die geen betrekking heeft op een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon.


52 Hof van Justitie, gevoegde zaken C-141/12 en C-372/12, YS e.a., punten 38 en 48.


54 Hof van Justitie, C-434/16, Nowak, punten 34 en 35.

55 Hof van Justitie, C-434/16, Nowak, punt 58.

97. Afhankelijk van de specifieke feiten van het geval moeten de verwerkingsverantwoordelijken bij de beoordeling  van  een  specifiek  verzoek  om  inzage  onder  andere  de  volgende  soorten  gegevens verstrekken, onverminderd artikel 15, lid 4, AVG:
2. -bijzondere categorieën van persoonsgegevens in de zin van artikel 9 AVG;
3. -persoonsgegevens betreffende strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten in de zin van artikel 10 AVG;
4. -gegevens die bewust en actief door de betrokkene zijn verstrekt (bv. accountgegevens die zijn ingediend via formulieren, antwoorden op een vragenlijst) 56 ;
5. -waargenomen gegevens of ruwe gegevens die de betrokkene heeft verstrekt door gebruik te maken  van  de  dienst  of  het  apparaat  (bv.  gegevens  verwerkt  door  verbonden  objecten, transactiegeschiedenis,  activiteitenlogboeken  zoals  toegangslogboeken,  geschiedenis  van websitegebruik,  zoekactiviteiten,  locatiegegevens,  klikactiviteit,  unieke  aspecten  van  het gedrag van een persoon zoals handschrift, toetsaanslagen, een bepaalde wijze van lopen of spreken) 57 ;
6. -gegevens die zijn afgeleid van andere gegevens en niet rechtstreeks door de betrokkene zijn verstrekt (bv. kredietwaardigheid, classificatie op basis van gemeenschappelijke kenmerken van betrokkenen, land van verblijf afgeleid van postcode) 58 ;
7. -gegevens  die  zijn  geëxtrapoleerd  van  andere  gegevens  en  niet  rechtstreeks  door  de betrokkene zijn verstrekt (bv. om een kredietwaardigheid toe te kennen of te voldoen aan regels  inzake  witwaspraktijken,  resultaten  op  basis  van  algoritmen,  resultaten  van  een gezondheidsbeoordeling of een personalisatie- of aanbevelingsproces) 59 ;
8. -gepseudonimiseerde  gegevens  in  tegenstelling  tot  geanonimiseerde  gegevens  (zie  ook afdeling 3 van deze richtsnoeren).

Voorbeeld 16 : Elementen die zijn gebruikt om een beslissing te nemen over bijvoorbeeld de promotie, loonsverhoging of nieuwe functie van een werknemer (bijvoorbeeld jaarlijkse prestatiebeoordelingen, opleidingsverzoeken,  tuchtgegevens,  rangschikking,  carrièremogelijkheden)  zijn  persoonsgegevens met betrekking tot die werknemer. Dergelijke elementen zijn dus op verzoek toegankelijk voor de betrokkene, en met inachtneming van artikel 15, lid 4, AVG indien persoonsgegevens bijvoorbeeld ook een andere persoon betreffen (zo kunnen de identiteit of elementen die de identiteit onthullen van een  andere  werknemer  wiens  getuigenis  over  de  professionele  prestaties  is  opgenomen  in  een jaarlijkse prestatiebeoordeling, onderworpen zijn aan beperkingen uit hoofde van artikel 15, lid 4, AVG en is kunnen ze mogelijk niet aan de betrokkene worden meegedeeld om de rechten en vrijheden van de  betrokken  werknemer  te  beschermen).  Desalniettemin  kunnen  nationale  arbeidsrechtelijke bepalingen  van  toepassing  zijn,  bijvoorbeeld  met  betrekking  tot  de  inzage  van  werknemers  in personeelsdossiers of andere nationale bepalingen, zoals die met betrekking tot het beroepsgeheim. Onder alle omstandigheden moeten dergelijke beperkingen op de uitoefening van het recht van inzage


57 Advies 4/2007 van de Groep gegevensbescherming artikel 29 over het begrip persoonsgegeven, blz. 8.



van  de  betrokkene  (of  andere  rechten)  waarin  een  nationale  wet  voorziet,  voldoen  aan  de voorwaarden van artikel 23 AVG (zie afdeling 6.4).

98. Bij de bovenstaande niet-uitputtende lijst van persoonsgegevens die in het kader van een verzoek om inzage  aan  de  betrokkene  kunnen  worden  verstrekt,  kunnen  verschillende  opmerkingen  worden geplaatst. Uit het bovenstaande blijkt dat de verwerkingsverantwoordelijke bij het verlenen van inzage van  persoonsgegevens  geen  onderscheid  mag  maken  tussen  gegevens  op  papier  en  gegevens  die elektronisch zijn opgeslagen, zolang ze binnen het toepassingsgebied van de AVG vallen. Met andere woorden, persoonsgegevens die in papieren dossiers zijn opgenomen als onderdeel van een bestand, of  bestemd zijn om daarin te worden opgenomen, vallen op dezelfde manier onder het recht van inzage  als  persoonsgegevens  die  zijn  opgeslagen  in  een  computergeheugen  door  middel  van bijvoorbeeld binaire code of videoband.
99. Bovendien  omvat  het recht van inzage, zoals de meeste  rechten  van  betrokkenen, zowel geëxtrapoleerde als afgeleide gegevens, waaronder persoonsgegevens die door een dienstverlener zijn gecreëerd, terwijl het recht op gegevensoverdraagbaarheid alleen gegevens omvat die door de betrokkene zijn verstrekt 60 . Daarom moet de betrokkene in het geval van een verzoek om inzage, en in  tegenstelling  tot  een  verzoek  om  gegevensoverdraagbaarheid,  niet  alleen  de  persoonsgegevens krijgen die aan de verwerkingsverantwoordelijke zijn verstrekt om een latere analyse of beoordeling van deze gegevens te maken, maar ook het resultaat van een dergelijke latere analyse of beoordeling.
100. Het is ook belangrijk om eraan te herinneren dat bepaalde gegevens, zoals anonieme gegevens 61 , niet direct of indirect betrekking hebben op een identificeerbare persoon, en daarom zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van de AVG. De locatie van de server waarop de persoonsgegevens van de betrokkene worden verwerkt, is bijvoorbeeld geen persoonsgegeven. Het onderscheid kan lastig zijn en verwerkingsverantwoordelijken kunnen zich afvragen hoe ze een duidelijke grens kunnen trekken tussen persoonsgegevens en niet-persoonsgebonden gegevens, met name in het geval van gemengde gegevenssets.  In  dat  geval  kan  het  nuttig  zijn  om  een  onderscheid  te  maken  tussen  gemengde gegevenssets  waarin  persoonsgegevens  en  niet-persoonsgebonden  gegevens  onlosmakelijk  met elkaar  verbonden  zijn  en  gegevenssets  waarin  dat  niet  het  geval  is.  Persoonsgegevens  en  nietpersoonsgebonden  gegevens  kunnen  onlosmakelijk  met  elkaar  verbonden  zijn  in  gemengde gegevenssets  en  vallen  volledig  onder  het  recht  van  inzage  van  de  betrokkene  op  wie  de persoonsgegevens betrekking hebben 62 . In andere gevallen is het mogelijk dat persoonsgegevens en niet-persoonsgebonden gegevens in gemengde datasets niet onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, waardoor alleen de persoonsgegevens in de set toegankelijk zijn voor de betrokkene. Zo is het mogelijk dat een bedrijf een betrokkene de individuele IT-incidentrapporten moet verstrekken die het heeft opgesteld, maar niet de kennisdatabank van het bedrijf over IT-problemen. Welke beveiligingsmaatregelen de verwerkingsverantwoordelijke heeft genomen, wordt over het algemeen




echter  niet  als  persoonsgegevens  beschouwd,  mits  deze  niet  onlosmakelijk  verbonden  zijn  met persoonsgegevens en daarom niet onder het recht van inzage vallen.

101. Alvorens het hoofdstuk af te sluiten, herinnert de EDPB er in dit verband aan dat de bescherming van natuurlijke  personen  met  betrekking  tot  de  verwerking  van  persoonsgegevens  alle  hierboven opgesomde soorten persoonsgegevens omvat en dat een restrictieve interpretatie van de definitie in strijd is met de bepalingen van de AVG en uiteindelijk in strijd is met artikel 8 van het Handvest van de grondrechten. De toepassing  van  een  afwijkende  regeling  voor  de  uitoefening  van  een  recht  met betrekking tot bepaalde soorten persoonsgegevens, waarin de AVG niet voorziet, kan uitsluitend bij wet  worden  ingevoerd,  in overeenstemming  met  artikel 23 AVG  (zoals verder uitgelegd in afdeling 6.4). Verwerkingsverantwoordelijken kunnen de uitoefening van het recht van inzage dus niet beperken door de reikwijdte van persoonsgegevens onnodig te beperken.

## 4.2 De persoonsgegevens waarop het recht van inzage betrekking heeft

102. Artikel 15,  lid 1,  luidt:  'De  betrokkene  heeft  het  recht  om  van  de  verwerkingsverantwoordelijke uitsluitsel te verkrijgen over het al dan niet verwerken van hem betreffende persoonsgegevens en, wanneer dat  het  geval  is,  om  inzage  te  verkrijgen  van  die  persoonsgegevens  en  van  de  volgend' (nadruk toegevoegd).
103. Uit lid 1 van artikel 15 AVG komen verschillende elementen naar voren. Het lid verwijst uitdrukkelijk naar 'hem betreffende persoonsgegevens' (4.2.1), en het 'al dan niet verwerken' ervan (4.2.2) door de verwerkingsverantwoordelijke:

## 4.2.1 'Hem betreffende persoonsgegevens'

104. Het  recht  van  inzage  kan  uitsluitend  worden  uitgeoefend  voor  persoonsgegevens  betreffende  de betrokkene  die  om  inzage  verzoekt  of,  indien  van  toepassing,  door  een  gemachtigde  of  een gevolmachtigde (zie afdeling 3.4). Er zijn ook situaties waarin gegevens niet gekoppeld zijn aan de persoon die het recht van inzage uitoefent, maar aan een andere persoon. De betrokkene heeft echter alleen recht op persoonsgegevens die op hemzelf betrekking hebben, met uitsluiting van gegevens die uitsluitend iemand anders betreffen 63 .
105. De  classificatie  van  gegevens  als  persoonsgegevens  betreffende  de  betrokkene  is  echter  niet afhankelijk van het feit of deze persoonsgegevens ook betrekking hebben op iemand anders 64 . Het is dus mogelijk dat persoonsgegevens betrekking hebben op meer dan één persoon tegelijkertijd. Dit betekent niet automatisch dat inzage moet worden verleend in persoonsgegevens die ook op iemand anders betrekking hebben, aangezien de verwerkingsverantwoordelijke moet voldoen aan artikel 15, lid 4, AVG.



106. De woorden ' hem betreffende persoonsgegevens '  mogen  door  de  verwerkingsverantwoordelijken niet  ' al  te  strikt '  worden  opgevat,  zoals  de  Groep  gegevensbescherming  artikel 29  reeds  heeft verklaard met betrekking tot het recht op gegevensoverdraagbaarheid 65 . Toegepast op het recht van inzage is de EDPB bijvoorbeeld van mening dat opnamen van telefoongesprekken (en de transcriptie daarvan) tussen de betrokkene die om inzage verzoekt en de verwerkingsverantwoordelijke onder het recht van inzage kunnen vallen, mits het bij deze laatste om persoonsgegevens gaat 66 . Op voorwaarde dat de AVG van toepassing is en dat de verwerking niet valt onder de vrijstelling wegens huishoudelijke activiteit  van  artikel 2,  lid 2,  punt c),  AVG,  wordt  de  betrokkene,  als  hij  de  verkregen  opname  met persoonsgegevens van de gesprekspartner voor andere doeleinden gebruikt, bijvoorbeeld door de opname te publiceren, een verwerkingsverantwoordelijke voor deze verwerking van persoonsgegevens van de andere persoon wiens stem werd opgenomen. Hoewel dit de verwerkingsverantwoordelijke niet ontslaat van zijn verplichtingen op het gebied van gegevensbescherming wanneer hij naar behoren analyseert of inzage van het volledige dossier kan worden verleend, wordt hij aangemoedigd de betrokkene te informeren over het feit dat hij in dat geval verwerkingsverantwoordelijke kan worden. Dit doet geen afbreuk aan een eventuele verdere beoordeling op grond van artikel 15, lid 4, AVG zoals beschreven in afdeling 6. In dezelfde geest kunnen berichten die betrokkenen naar anderen hebben gestuurd in de vorm van interpersoonlijke berichten en  zelf  van  hun  apparaat  hebben  verwijderd,  en  die  nog  steeds  beschikbaar  zijn  voor  de serviceprovider, onder het recht van inzage vallen.
107. Anderzijds zijn er situaties waarin het verband tussen de gegevens en verschillende personen vaag kan lijken voor de verwerkingsverantwoordelijke, zoals in het geval van identiteitsdiefstal. Bij identiteitsdiefstal handelt een persoon op frauduleuze wijze in de naam van een andere persoon. In dit verband zij opgemerkt dat het slachtoffer informatie moet krijgen over alle persoonsgegevens die de verwerkingsverantwoordelijke opslaat in verband met zijn identiteit, met inbegrip van de gegevens die zijn verzameld op basis van de handelingen van de fraudeur. Met andere woorden, zelfs nadat de verwerkingsverantwoordelijke op de hoogte is gekomen  van de identiteitsdiefstal, vormen persoonsgegevens die verband houden met of gerelateerd zijn aan de identiteit van het slachtoffer, persoonsgegevens van de betrokkene.

Voorbeeld 17: Een persoon gebruikt frauduleus de identiteit van iemand anders om online poker te spelen. De dader betaalt het onlinecasino met de creditcard die hij van het slachtoffer heeft gestolen. Wanneer het slachtoffer achter de identiteitsdiefstal komt, vraagt het slachtoffer de aanbieder van het onlinecasino om hem inzage te geven in zijn persoonsgegevens en meer specifiek tot de gespeelde onlinespellen en informatie over de creditcard die de dader heeft gebruikt.


66 Zie voorbeeld 34 in afdeling 6.2.

Er  is  een  verband  tussen  de  verzamelde  gegevens  en  het  slachtoffer,  aangezien  de  identiteit  van laatstgenoemde is gebruikt. Na de ontdekking van de fraude hebben de bovengenoemde persoonsgegevens nog steeds een verband omwille van hun inhoud (de creditcard van het slachtoffer heeft duidelijk betrekking op het slachtoffer), doel en effect (de informatie over de onlinespellen die de dader  heeft  gespeeld,  kan  bijvoorbeeld  worden  gebruikt  om  facturen  uit  te  schrijven  aan  het slachtoffer).  Daarom  moet  het  onlinecasino  het  slachtoffer  inzage  verlenen  in  de  voornoemde persoonsgegevens.

108. Indien van toepassing kunnen interne verbindingslogbestanden worden gebruikt om gegevens over de toegang tot een bestand bij te houden en om na te gaan welke acties werden uitgevoerd in verband met de toegang tot een bestand, zoals het afdrukken, kopiëren of verwijderen van persoonsgegevens. Deze logbestanden kunnen het tijdstip van registratie, de reden voor de toegang tot het bestand en informatie  ter  identificatie  van  de  persoon  die  toegang  heeft  gehad,  bevatten.  Vragen  over  dit onderwerp komen aan bod in een zaak die momenteel aanhangig is bij het Hof van Justitie (C-579/21). De invoering, monitoring en herziening van verbindingslogboeken vallen onder de verantwoordelijkheid van de verwerkingsverantwoordelijke en kunnen worden gecontroleerd door de toezichthoudende  autoriteiten.  De  verwerkingsverantwoordelijke  moet  er  dus  voor  zorgen  dat eenieder die onder zijn gezag handelt en toegang heeft tot persoonsgegevens, die gegevens uitsluitend verwerkt in opdracht van de verwerkingsverantwoordelijke, overeenkomstig artikel 29 AVG. Als de persoon desondanks de persoonsgegevens verwerkt voor andere doeleinden dan het uitvoeren van de instructies van de verwerkingsverantwoordelijke, kan hij voor die verwerking de verwerkingsverantwoordelijke  worden  en  onderworpen  worden  aan  tucht-  of  strafrechtelijke procedures of administratieve sancties van toezichthoudende autoriteiten. De EDPB merkt op dat dit deel uitmaakt van de verantwoordelijkheid van de werkgever uit hoofde van artikel 24 AVG om gebruik te  maken  van  passende  maatregelen,  variërend  van  opleiding  tot  tuchtprocedures,  om  ervoor  te zorgen dat de verwerking in overeenstemming is met de AVG en dat er geen inbreuk plaatsvindt.

## 4.2.2 Het 'al dan niet verwerken' van persoonsgegevens

109. Artikel 15, lid 1, AVG verwijst bovendien naar het 'al dan niet verwerken' van persoonsgegevens. Het tijdreferentiepunt voor het bepalen van de reeks persoonsgegevens die onder het verzoek om inzage vallen, is al uitgewerkt in afdeling 2.3.3. De formulering suggereert echter ook dat het recht van inzage geen onderscheid maakt tussen de doeleinden van de verwerkingen.

Voorbeeld 18 :  Een bedrijf verwerkte persoonsgegevens van een betrokkene om diens bestelling te verwerken en de verzending naar diens huisadres te regelen. Nadat deze oorspronkelijke doeleinden waarvoor de persoonsgegevens zijn verzameld niet meer bestaan, bewaart de verwerkingsverantwoordelijke  sommige  persoonsgegevens  uitsluitend  om  te  voldoen  aan  zijn wettelijke verplichtingen met betrekking tot het bijhouden van gegevens.

De betrokkene verzoekt om inzage in hem betreffende persoonsgegevens. Om te voldoen aan zijn verplichting op grond van artikel 15, lid 1, AVG, moet de verwerkingsverantwoordelijke de betrokkene de gevraagde persoonsgegevens verstrekken die zijn opgeslagen om te voldoen aan zijn wettelijke verplichtingen.

110. Gearchiveerde  persoonsgegevens  moeten  worden  onderscheiden  van  back-upgegevens,  d.w.z. persoonsgegevens  die  uitsluitend  zijn  opgeslagen  om  de  gegevens  te  herstellen  in  geval  van gegevensverlies.  Met  betrekking  tot  de  beginselen  van  gegevensbescherming  door  ontwerp  en gegevensminimalisering zijn de back-upgegevens overigens in principe vergelijkbaar met de gegevens

in het live-systeem. Kleine verschillen  tussen  persoonsgegevens  in de back-up en het live productiesysteem hebben meestal te maken met het verzamelen van aanvullende gegevens sinds de laatste back-up. Een afname van gegevens in het live-systeem (bv. wissen nadat de bewaartermijn van sommige gegevens is verstreken of na een verzoek tot wissen) wordt in sommige gevallen pas bij de volgende  back-up  overschreven  in  de  back-upgegevens.  Wanneer  een  verzoek  om  inzage  wordt ingediend op het moment dat er meer persoonsgegevens met betrekking tot de betrokkene in de backup  staan  dan  in  het  live-systeem  of  andere  persoonsgegevens  (wat  bijvoorbeeld  te  zien  is  in  een logboek van verwijderingen in het live productiesysteem dat volledig in overeenstemming met het beginsel van gegevensminimalisering is uitgevoerd), moet de verwerkingsverantwoordelijke transparant zijn over deze situatie en, indien technisch haalbaar, de betrokkene de gevraagde toegang verlenen,  inclusief  tot  persoonsgegevens  die  in  de  back-up  zijn  opgeslagen.  Om  transparantie  te betrachten  jegens  betrokkenen  die  hun  recht  uitoefenen,  kan  de  verwerkingsverantwoordelijke bijvoorbeeld met een logboek van verwijderingen in het live productiesysteem zien dat er gegevens in de back-up zijn die niet meer in het live-systeem staan omdat ze onlangs zijn verwijderd en nog niet zijn overschreven in de back-up.

## 4.2.3 De reikwijdte van een nieuw verzoek om inzage

111. Er moet nog worden toegevoegd dat betrokkenen recht hebben op inzage van alle verwerkte gegevens die op hen betrekking hebben, of van delen van de gegevens, afhankelijk van de reikwijdte van het verzoek (zie ook afdeling 2.3.1 over de volledigheid van de informatie en afdeling 3.1.1 voor de analyse van de inhoud van het verzoek). Hieruit volgt dat wanneer een verwerkingsverantwoordelijke in het verleden  al  aan  een  verzoek  om  inzage  heeft  voldaan  en  het  verzoek  niet  buitensporig  is,  hij  de reikwijdte van dit nieuwe verzoek niet kan beperken. Dit betekent dat de verwerkingsverantwoordelijke  bij  een  volgend  verzoek  om  inzage  van  dezelfde  betrokkene,  de betrokkene niet alleen moet informeren over de loutere wijzigingen in de verwerkte persoonsgegevens  of  de  verwerking  zelf  sinds  het  laatste  verzoek,  tenzij  de  betrokkene  hier uitdrukkelijk mee instemt. Anders zouden betrokkenen verplicht zijn hun verstrekte persoonsgegevens samen  te  voegen  tot  een  volledige  set  persoonsgegevens  betreffende  hun  informatie  over  de verwerking en over de rechten van betrokkenen.

## 4.3 Informatie over de verwerking en over de rechten van betrokkenen

112. Naast  de  inzage  van  de  persoonsgegevens  zelf,  moet  de  verwerkingsverantwoordelijke  informatie verstrekken  over  de  verwerking  en  over  de  rechten  van  de  betrokkene  volgens  artikel 15,  lid 1, punten a) tot en met h), en artikel 15, lid 2, AVG. De meeste informatie over deze specifieke punten is al  verzameld,  ten  minste  in  algemene  vorm,  in  het  register  van  de  verwerkingsactiviteiten  van  de verwerkingsverantwoordelijke waarnaar wordt verwezen in artikel 30 AVG en/of in zijn privacyverklaring opgesteld in overeenstemming met de artikelen 12 tot en met 14 AVG. Daarom kan het nuttig zijn om als eerste stap de Richtsnoeren inzake transparantie overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679  67 van de Groep gegevensbescherming artikel 29 te raadplegen, over de inhoud van de informatie die moet worden verstrekt op grond van de artikelen 13 en 14 AVG.
113. Om  te  voldoen aan artikel 15, lid 1, punten a) tot en met  h), en artikel 15, lid 2,  mogen verwerkingsverantwoordelijken zorgvuldig gebruikmaken van tekstmodules van hun


privacyverklaring, zolang ze ervoor zorgen dat deze actueel en nauwkeurig zijn met betrekking tot het verzoek  van  de  betrokkene.  Voor  of  aan  het  begin  van  de  gegevensverwerking  kan  bepaalde informatie, zoals de identificatie van specifieke ontvangers of de specifieke duur van de gegevensverwerking,  vaak  nog  niet  worden  verstrekt.  Sommige  informatie,  zoals  bijvoorbeeld  het recht  om een  klacht  in  te  dienen  bij  een  toezichthoudende  autoriteit  (zie  artikel 15,  lid 1,  punt f), verandert  niet  afhankelijk  van  de  persoon  die  het  verzoek  om  inzage  indient  en  kan  daarom  in algemene  bewoordingen  worden  meegedeeld,  zoals  ook  gebeurt  in  de  privacyverklaring.  Andere soorten informatie, zoals informatie over ontvangers, categorieën en de bron van de gegevens, kunnen variëren afhankelijk van de indiener en de reikwijdte van het verzoek. In het kader van een verzoek om  inzage  op  grond  van  artikel 15 moet  alle informatie  over  de  verwerking  waarover  de verwerkingsverantwoordelijke beschikt, worden bijgewerkt en worden afgestemd op de verwerkingen die daadwerkelijk worden uitgevoerd met betrekking tot de betrokkene die het verzoek indient. Een verwijzing naar de formulering van zijn privacybeleid zou voor de verwerkingsverantwoordelijke dus niet  voldoende  zijn  om  de  informatie  te  verstrekken  die  vereist  is  op  grond  van  artikel 15,  lid 1, punten a) tot en met h), en lid 2, tenzij de 'op maat gemaakte en bijgewerkte' informatie dezelfde is als  de  informatie  die  aan  het  begin  van  de  verwerking  werd  verstrekt.  In  de  toelichting  welke informatie betrekking heeft op de verzoeker, zou de verwerkingsverantwoordelijke in voorkomend geval  kunnen  verwijzen  naar  bepaalde  activiteiten  (zoals  'als  u  gebruik  hebt  gemaakt  van  deze dienst…', 'als u per factuur hebt betaald'), zolang het voor de betrokkenen duidelijk is dat het om hen gaat. Hieronder wordt de vereiste mate van specificatie toegelicht met betrekking tot de afzonderlijke soorten informatie.

114. Informatie  over  de  doeleinden  overeenkomstig  artikel 15,  lid 1,  punt a),  moet  specifiek  zijn  met betrekking tot het (de) precieze doel(en) in het concrete geval van de betrokkene die het verzoek indient. Het zou niet voldoende zijn om de algemene doeleinden van de verwerkingsverantwoordelijke op te sommen zonder te verduidelijken welk(e) doel(en) de verwerkingsverantwoordelijke nastreeft in  het  specifieke  geval  van  de  verzoekende  betrokkene.  Als  de  verwerking  voor  verschillende doeleinden wordt uitgevoerd, moet de verwerkingsverantwoordelijke verduidelijken welke gegevens of  welke  categorieën  van  gegevens  voor  welk(e)  doel(en)  worden  verwerkt.  In  tegenstelling  tot artikel 13, lid 1, punt c) en artikel 14, lid 1, punt c), AVG, bevat de informatie over de verwerking als bedoeld  in  artikel 15,  lid 1,  punt a)  geen  informatie  over  de  rechtsgrondslag  voor  de  verwerking. Aangezien sommige rechten van betrokkenen echter afhangen van de toepasselijke rechtsgrondslag, is deze informatie belangrijk voor de betrokkenen om de rechtmatigheid van de gegevensverwerking te  controleren  en  om  te  bepalen  welke  rechten  van  de  betrokkene  in  de  specifieke  situatie  van toepassing  zijn.  Om  de  uitoefening  van  de  rechten  van  betrokkenen  te  vergemakkelijken  in overeenstemming met artikel 12, lid 2, AVG, wordt de verwerkingsverantwoordelijke aanbevolen om de betrokkene ook te informeren over de toepasselijke rechtsgrondslag voor elke verwerking of om aan te geven waar hij deze informatie kan vinden. Het principe van transparante verwerking vereist in ieder  geval  dat  de  informatie  over  de  rechtsgrondslagen  van  de  verwerking  op  een  toegankelijke manier beschikbaar wordt gesteld aan de betrokkene (bijvoorbeeld in een privacyverklaring).
115. Mogelijk  moet  ook  informatie  over  categorieën  van  gegevens  (artikel 15,  lid 1,  punt b))  worden afgestemd op de situatie van de betrokkene, waarbij categorieën die in het geval van de verzoeker niet relevant zijn gebleken, moeten worden geschrapt.

Voorbeeld 19 : In het kader van de informatie waarnaar wordt verwezen in de artikelen 13 en 14 AVG vermeldt  een  hotel  dat  het  een  aantal  categorieën  klantgegevens  verwerkt  (identificatiegegevens, contactgegevens, bankgegevens, creditcardnummer enz.). Als een verzoek om inzage wordt gedaan op basis van artikel 15, moet de betrokkene die het verzoek indient, naast de toegang tot de feitelijke

gegevens die worden verwerkt (bestanddeel 2), overeenkomstig artikel 15, lid 1, punt b), ook worden geïnformeerd op basis van de specifieke categorieën  gegevens  die  in  het  specifieke  geval worden verwerkt (bijvoorbeeld geen bankgegevens of creditcardgegevens in het geval van contante betaling).

116. Bij informatie over 'ontvangers of categorieën van ontvangers' (artikel 15, lid 1, punt c)) moet in de eerste plaats rekening worden gehouden met de definitie van ontvangers in artikel 4, punt 9, AVG. De definitie van ontvangers is gebaseerd op de verstrekking van persoonsgegevens aan een natuurlijke of rechtspersoon, overheidsinstantie, agentschap of ander orgaan 68 . Uit artikel 4, punt 9, AVG volgt dat overheidsinstanties die handelen in het kader van een bepaald onderzoek dat onderworpen is aan specifieke nationale bepalingen, niet als ontvangers worden beschouwd.
117. Met betrekking tot de vraag of de verwerkingsverantwoordelijke vrij is om te kiezen tussen informatie over  ontvangers  of  categorieën  van  ontvangers,  moet  worden  opgemerkt  dat  'artikel 15  AVG  anders dan de artikelen 13 en 14 AVG, op grond waarvan de verwerkingsverantwoordelijke verplicht is  om de betrokkene informatie te verstrekken over de categorieën van ontvangers of de concrete ontvangers van de hem betreffende persoonsgegevens […] - voorziet in een daadwerkelijk recht van inzage  van  de  betrokkene,  zodat  deze  laatste  de  keuze  moet  kunnen  hebben  om  ofwel  -  indien mogelijk - informatie te verkrijgen over de specifieke ontvangers aan wie de gegevens zijn of zullen worden verstrekt, dan wel om informatie te verkrijgen over de categorieën van ontvangers' 69 . Er zij ook  aan  herinnerd  dat,  zoals  vermeld  in  de  bovenvermelde  richtsnoeren  inzake  transparantie 70 , informatie over de ontvangers of categorieën van ontvangers reeds op grond van de artikelen 13 en 14  AVG  zo  concreet  mogelijk  moet  zijn  met  betrekking  tot  de  beginselen  van  transparantie  en behoorlijkheid. Krachtens artikel 15 is  de  verwerkingsverantwoordelijke, indien de betrokkene niet anders heeft gekozen, verplicht de daadwerkelijke ontvangers te noemen, tenzij het onmogelijk is deze ontvangers te identificeren of de verwerkingsverantwoordelijke aantoont dat de verzoeken om inzage van de betrokkene kennelijk ongegrond of buitensporig zijn in de zin van artikel 12, lid 5, AVG 71 72 . De EDPB  herinnert  er  in  dit  verband  aan  dat  het  opslaan  van  informatie  met  betrekking  tot  de daadwerkelijke ontvangers onder andere noodzakelijk is om te kunnen voldoen aan de verplichtingen van de verwerkingsverantwoordelijke uit hoofde van artikel 5, lid 2, en artikel 19 AVG.

Voorbeeld 20 :  In  zijn  privacyverklaring  geeft  een  werkgever  informatie  over  welke  categorieën gegevens worden  doorgegeven  aan  'reisbureaus' of 'hotels' in geval van zakenreizen, in overeenstemming met artikel 13, lid 1, punt e) en artikel 14, lid 1, punt e), AVG. Als een werknemer na de  zakenreis  een  verzoek  om  inzage  van  de  persoonsgegevens  indient,  moet  de  werkgever,  met betrekking tot de ontvangers van de persoonsgegevens overeenkomstig artikel 15, lid 1, punt c), in zijn antwoord aangeven welk(e)  reisbureau(s)  en  hotel(s)  de  gegevens  hebben  ontvangen.  Hoewel  de werkgever  in  zijn  privacyverklaring  verwees  naar  categorieën  van  ontvangers  op  grond  van  de

68 Verder moet worden opgemerkt dat er verschillende verwerkingsverantwoordelijken zoals gedefinieerd in artikel 4,  punt 7,  AVG  kunnen  bestaan  binnen  hetzelfde  bedrijf.  In  deze  constellatie  is  openbaarmaking  van gegevens van de ene ontvanger naar de andere binnen één bedrijf mogelijk.

69 Hof van Justitie, C-154/21, Österreichische Post AG, punt 36.


71 Hof van Justitie, C-154/21, Österreichische Post AG.


artikelen 13 en 14, omdat het in dit stadium nog niet mogelijk was de ontvangers bij naam te noemen, moet  hij,  tenzij  de  werknemer  anders  heeft  besloten,  informatie  verstrekken  over  de  specifieke ontvangers  (namen  van  reisbureaus,  hotels  enz.)  wanneer  de  werknemer  een  verzoek  om  inzage indient.

Wanneer een verwerkingsverantwoordelijke, met inachtneming van de bovengenoemde voorwaarden, alleen de categorieën van ontvangers mag verstrekken, moet de informatie zo specifiek mogelijk zijn door het type ontvanger te vermelden (d.w.z. aan de hand van de activiteiten die hij uitvoert), alsook de bedrijfstak, sector en subsector en de locatie van de ontvangers 73 .

118. Volgens artikel 15, lid 1, punt d), moet waar mogelijk informatie worden verstrekt over de periode gedurende welke de persoonsgegevens naar verwachting zullen worden opgeslagen. Anders moeten de criteria worden vermeld die zijn gebruikt om die termijn te bepalen. De informatie die door de verwerkingsverantwoordelijke  wordt  gegeven,  moet  nauwkeurig  genoeg  zijn  zodat  de  betrokkene weet hoe lang de hem betreffende gegevens bewaard zullen blijven. Als het niet mogelijk is om het tijdstip van verwijdering te specificeren, moeten de duur van de opslagperioden en het begin van deze periode of de triggergebeurtenis (bv. beëindiging van een contract, afloop van een garantieperiode enz.) worden gespecificeerd. De loutere verwijzing naar bijvoorbeeld 'verwijdering na het verstrijken van de wettelijke opslagperioden' is niet voldoende. Aanwijzingen met betrekking tot opslagperioden moeten betrekking hebben op de specifieke gegevens van de betrokkene. Als voor de persoonsgegevens  van  de  betrokkene  verschillende  verwijderingstermijnen  gelden  (bijvoorbeeld omdat niet voor alle gegevens wettelijke opslagverplichtingen gelden), worden de verwijderingstermijnen vermeld voor de respectieve verwerkingsactiviteiten en gegevenscategorieën.
119. Terwijl  informatie  over  het  recht  om  een  klacht  in  te  dienen  bij  een  toezichthoudende  autoriteit (artikel 15, lid 1, punt f)) niet afhangt van de specifieke omstandigheden, variëren de in artikel 15, lid 1, punt e),  genoemde  rechten  van  de  betrokkenen  afhankelijk  van  de  rechtsgrondslag  voor  de verwerking. Met betrekking tot zijn verplichting om de uitoefening van de rechten van de betrokkene te faciliteren op grond van artikel 12, lid 2, AVG, is het antwoord van de verwerkingsverantwoordelijke op die rechten individueel afgestemd op het geval van de betrokkene en heeft het betrekking op de betreffende  verwerkingsactiviteiten.  Informatie  over  rechten  die  niet  van  toepassing  zijn  op  de betrokkene in de specifieke situatie, moet worden vermeden.
120. Volgens artikel 15, lid 1, punt g), moet 'alle beschikbare informatie' over de bron van de gegevens worden  verstrekt  wanneer  de  persoonsgegevens  niet  bij  de  betrokkene  zijn  verzameld.  De  mate waarin informatie beschikbaar is, kan na verloop van tijd veranderen.

Voorbeeld 21 : In het privacybeleid van een groot bedrijf staat:

'Kredietcontroles helpen ons om problemen bij betalingstransacties te voorkomen. Ze garanderen de bescherming van ons bedrijf tegen financiële risico's, die ook de verkoopprijzen op middellange tot lange termijn kunnen beïnvloeden. Een kredietcontrole wordt noodzakelijkerwijs uitgevoerd als we goederen gaan verzenden zonder tegelijkertijd de betreffende aankoopprijs te ontvangen, bijvoorbeeld in het geval van een aankoop op rekening. Als we geen kredietcontrole uitvoeren, is alleen een vooruitbetalingsoptie (onmiddellijke bankoverschrijving, online betalingsprovider, creditcard) mogelijk.

73 Groep gegevensbescherming artikel 29, Richtsnoeren inzake transparantie - bekrachtigd door de EDPB, blz. 37 (bijlage)

Voor de kredietcontrole sturen we uw naam, adres en geboortedatum bijvoorbeeld naar de volgende dienstverleners: i) financieel informatiebureau X; ii) zakelijke informatieverstrekker Y; iii) commercieel kredietinformatiebureau Z.

De gegevens worden alleen doorgegeven aan de bovengenoemde kredietinstellingen voor zover dat wettelijk is toegestaan en alleen voor de analyse van uw betalingsgedrag in het verleden en voor de beoordeling van het risico op wanbetaling op basis van mathematisch-statistische procedures met behulp  van  adresgegevens,  alsook  voor  de  verificatie  van  uw  adres  (onderzoek  van  de  levering). Afhankelijk van het resultaat van de kredietcontrole is het mogelijk dat we u niet langer individuele betalingsmethoden kunnen aanbieden, zoals de aankoop op factuur.'

De privacyverklaring bevat dus algemene informatie over de mogelijkheid om informatie te verkrijgen van de genoemde economische inlichtingenbureaus in overeenstemming met de artikelen 13 en 14 AVG. Als vooraf niet duidelijk is welke bedrijven bij de verwerking betrokken zullen worden, is het voldoende om de namen van de in aanmerking komende bedrijven in het privacybeleid te vermelden. In  de  context  van  een  verzoek  op  basis  van  artikel 15  zou  dan  niet  alleen  moeten  worden bekendgemaakt dat er kredietwaardigheidsinformatie is verkregen, maar (achteraf) ook welke van de genoemde bedrijven precies betrokken is geweest. In artikel 15, lid 1, punt g), is duidelijk opgemerkt dat informatie over de verwerking van de gegevens 'alle beschikbare informatie over de bron van die gegevens' omvat wanneer de persoonsgegevens niet bij de betrokkene zijn verzameld.

121. In artikel 15, lid 1, punt h), is bepaald dat elke betrokkene het recht heeft op zinvolle wijze te worden geïnformeerd  over,  onder  andere,  het  bestaan  en  de  onderliggende  logica  van  geautomatiseerde besluitvorming, met inbegrip van profilering, met betrekking tot de betrokkene en over het belang en de verwachte gevolgen van die verwerking 74 . Indien mogelijk moet informatie op grond van artikel 15, lid 1, punt h), specifieker zijn met betrekking tot de redenering die heeft geleid tot specifieke besluiten betreffende de betrokkene die om inzage heeft verzocht.
122. Informatie over voorgenomen doorgiften van gegevens naar een derde land of een internationale organisatie,  met  inbegrip  van  het  bestaan  van  een  adequaatheidsbesluit  van  de  Commissie  of passende waarborgen, moet worden verstrekt op grond van artikel 13, lid 1, punt f), en artikel 14, lid 1, punt f), AVG. In de context van een verzoek om inzage op grond van artikel 15, vereist artikel 15, lid 2, alleen informatie over de passende waarborgen overeenkomstig artikel 46 AVG indien de doorgifte naar een derde land of een internationale organisatie daadwerkelijk plaatsvindt.

## 5 HOE KAN EEN VERWERKINGSVERANTWOORDELIJKE INZAGE VERLENEN?

123. De AVG schrijft niet duidelijk voor hoe de verwerkingsverantwoordelijke inzage moet verlenen. Het recht van inzage kan in sommige situaties gemakkelijk en eenvoudig toe te passen zijn, bijvoorbeeld wanneer een kleine organisatie beperkte informatie over de betrokkene heeft. In andere situaties is het recht van inzage ingewikkelder omdat de gegevensverwerking complexer is wat betreft het aantal betrokkenen, de categorieën verwerkte gegevens en de gegevensstroom  binnen  en  tussen


verschillende organisaties. Gezien de verschillen in de verwerking van persoonsgegevens kan de juiste manier om inzage te verlenen dan ook verschillen.

124. Deze  afdeling  biedt  een  leidraad  en  praktische  voorbeelden  van  verschillende  manieren  waarop verwerkingsverantwoordelijken kunnen voldoen aan een verzoek om inzage, en van de betekenis van artikel 12,  lid 1,  AVG  met  betrekking  tot  het  recht  van  inzage.  Deze  afdeling  geeft  ook  enige richtsnoeren over wat wordt beschouwd als een gangbare elektronische vorm en over het tijdstip waarop inzage moet worden verleend uit hoofde van artikel 12, lid 3, AVG.

## 5.1 Hoe kan de verwerkingsverantwoordelijke de gevraagde gegevens ophalen?

125. De betrokkenen moeten inzage hebben in alle informatie die de verwerkingsverantwoordelijke over hen verwerkt. Dit betekent bijvoorbeeld dat de verwerkingsverantwoordelijke verplicht is om naar persoonsgegevens te zoeken in al zijn IT-systemen en niet-IT-bestanden. Bij het uitvoeren van een dergelijke  zoekopdracht  moet  de  verwerkingsverantwoordelijke  gebruikmaken  van  beschikbare informatie  in  de  organisatie  met  betrekking  tot  de  betrokkene  die  waarschijnlijk  zal  resulteren  in overeenkomsten  in  de  systemen,  afhankelijk  van  hoe  de  informatie  is  gestructureerd 75 .  Als  de informatie bijvoorbeeld in bestanden  is gesorteerd  op  naam  of  referentienummer,  kan  de zoekopdracht worden beperkt tot deze factoren. Als de structuur van de gegevens evenwel afhangt van andere factoren, zoals familierelaties of beroepstitels of directe of indirecte identificatoren (bv. klantnummer,  gebruikersnaam of  IP-adressen),  moet  de  zoekopdracht  worden  uitgebreid  met  die factoren,  op  voorwaarde  dat  de  verwerkingsverantwoordelijke  ook  over  deze  informatie  met betrekking tot de betrokkene beschikt of deze informatie van de betrokkene heeft gekregen. Hetzelfde geldt wanneer gegevens over derden waarschijnlijk persoonsgegevens van de betrokkene bevatten. De  verwerkingsverantwoordelijke  mag  de  betrokkene  echter  niet  vragen  om  meer  informatie  te verstrekken  dan  nodig  is  om  hem  te  identificeren.  Als  een  verwerkingsverantwoordelijke  een verwerker  gebruikt  voor  zijn  gegevensverwerkingsactiviteiten,  moet  de  zoekopdracht  natuurlijk worden uitgebreid tot de persoonsgegevens die door de verwerker worden verwerkt.
126. In  overeenstemming  met  artikel 25  AVG  over  gegevensbescherming  door  ontwerp  en  door standaardinstellingen, moet de verwerkingsverantwoordelijke (en alle verwerkers die hij gebruikt) ook al functies hebben geïmplementeerd die het mogelijk maken om de rechten van de betrokkene na te leven. Dit betekent in deze context dat er passende manieren moeten zijn om informatie over een betrokkene te vinden en op te vragen bij de behandeling van een verzoek. Er moet echter worden opgemerkt dat een te ruime interpretatie in dit opzicht kan leiden tot functionaliteiten om informatie te doorzoeken en op te vragen die op zichzelf een risico vormen voor de privacy van de betrokkenen. Het is daarom belangrijk om in gedachten te houden dat het proces om gegevens op te vragen ook moet worden ontworpen op een wijze die de gegevensbescherming eerbiedigt, zodat het de privacy van  anderen,  bijvoorbeeld  de  werknemers  van  de  verwerkingsverantwoordelijke,  niet  in  gevaar brengt.

## 5.2 Passende maatregelen om inzage te bieden


## 5.2.1 'Passende maatregelen' nemen

127. Bij  artikel 12  AVG  zijn  de  vereisten  vastgesteld  voor  het  verlenen  van  inzage,  d.w.z.  voor  het verstrekken  van  de  bevestiging,  de  persoonsgegevens  en  de  aanvullende  informatie  krachtens artikel 15,  en  zijn  ook  de  vorm,  manier  en  termijn  voor  de  uitoefening  van  het  recht  van  inzage gespecificeerd. Groep gegevensbescherming artikel 29, Richtsnoeren inzake transparantie overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 76 biedt verdere richtsnoeren bij artikel 12, voornamelijk met  betrekking  tot  de  artikelen 13  en  14  AVG,  maar  ook  met  betrekking  tot  artikel 15  en  over transparantie  in  het  algemeen.  Wat  in  die  richtsnoeren  wordt  gedefinieerd,  is  dus  vaak  ook  van toepassing op het verlenen van inzage uit hoofde van artikel 15.
128. In artikel 12, lid 1, AVG is bepaald dat de verwerkingsverantwoordelijke passende maatregelen neemt opdat de betrokkene de in artikel 15 bedoelde communicatie in verband met de verwerking in een beknopte,  transparante,  begrijpelijke en  gemakkelijk  toegankelijke vorm  en  in  duidelijke en eenvoudige  taal  ontvangt.  In  artikel 12,  lid 2,  is  bepaald  dat  de  verwerkingsverantwoordelijke  de uitoefening van het recht van inzage door de betrokkene moet faciliteren. De meer precieze vereisten in dit verband moeten per geval worden beoordeeld. Bij het bepalen welke maatregelen passend zijn, moeten de verwerkingsverantwoordelijken rekening houden met alle relevante omstandigheden, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, de hoeveelheid gegevens die wordt verwerkt, de complexiteit van hun  gegevensverwerking  en  de  kennis  die  zij  hebben  over  de  betrokkenen,  bijvoorbeeld  of  de meerderheid van de betrokkenen kinderen, ouderen of mensen met een handicap zijn. Indien de verwerkingsverantwoordelijke op de hoogte wordt gesteld van eventuele bijzondere behoeften van de betrokkene die het verzoek indient, bijvoorbeeld door aanvullende informatie in het ingediende verzoek, moet hij bovendien rekening houden met deze omstandigheden. Bijgevolg zullen de passende maatregelen variëren.
129. Het is belangrijk om bij de beoordeling in gedachten te houden dat de term 'passend' nooit mag worden opgevat als een manier om de reikwijdte van de gegevens waarop het recht van inzage van toepassing is, te beperken. De term 'passend' betekent niet dat de inspanningen om de informatie te verstrekken kunnen worden afgewogen tegen bijvoorbeeld het belang dat de betrokkene kan hebben bij het verkrijgen van de persoonsgegevens. In plaats daarvan moet de beoordeling gericht zijn op het kiezen van de meest geschikte methode voor het verstrekken van alle informatie die onder dit recht valt, afhankelijk van de specifieke omstandigheden van elk geval. Bijgevolg moet een verwerkingsverantwoordelijke  die  op  grote  schaal  een  grote  hoeveelheid  gegevens  verwerkt, aanvaarden  dat  hij  grote  inspanningen  moet  leveren  om  de  betrokkenen  in  een  beknopte, transparante,  begrijpelijke  en  gemakkelijk  toegankelijke  vorm  en  in  duidelijke  en  eenvoudige  taal inzage te verlenen.
130. Het moet worden vermeden om de betrokkene naar verschillende bronnen te verwijzen in antwoord op een verzoek om inzage van gegevens. Zoals eerder vermeld in de richtsnoeren inzake transparantie van  de  Groep  gegevensbescherming  artikel 29  (met  betrekking  tot  het  begrip  'verstrekken'  in  de artikelen 13  en  14  AVG),  houdt  het  begrip  'verstrekken'  in  dat  '[h]et  niet  zo  [moet]  zijn  dat  de betrokkene  actief  naar  de  door  deze  artikelen  bestreken  informatie  moet  zoeken  te  midden  van


andere informatie, zoals gebruiksvoorwaarden van een website of een app' 77 .  Daarom, en om het transparantiebeginsel te eerbiedigen, moeten betrokkenen van de verwerkingsverantwoordelijke de uit  hoofde van artikel 15, leden 1, 2 en 3, vereiste informatie en persoonsgegevens krijgen op een manier die volledige inzage in de gevraagde informatie mogelijk maakt. In bijzondere omstandigheden zou het ongepast of zelfs onrechtmatig zijn om de informatie binnen de verwerkingsverantwoordelijke te delen, bijvoorbeeld vanwege de gevoelige aard van de informatie (zoals informatie met betrekking tot  klokkenluiden).  In  deze  gevallen  wordt  het  passend  geacht  om  de  informatie  op  te  splitsen  in meerdere  antwoorden  in  reactie  op  het  verzoek  om  inzage  van  de  betrokkene.  Met  de  door  de verwerkingsverantwoordelijke  gekozen  methode  moet  de  betrokkene  daadwerkelijk  de  gevraagde gegevens en informatie krijgen, dus het zou niet passend zijn om de betrokkene alleen mede te delen dat hij de gevraagde gegevens kan opzoeken in de opgeslagen gegevens op zijn eigen apparaat, zoals de clickstreamgeschiedenis en IP-adressen op zijn mobiele telefoon.

131. In overeenstemming met het verantwoordingsbeginsel moet een verwerkingsverantwoordelijke zijn aanpak  documenteren  om  te  kunnen  aantonen  hoe  de  middelen  die  hij  heeft  gekozen  om  de noodzakelijke informatie krachtens artikel 15 te verstrekken, passend zijn in de gegeven omstandigheden.

## 5.2.2 Verschillende manieren om inzage te verlenen

132. Zoals in afdeling 2.2.2 al is uitgelegd, hebben de betrokkenen bij een verzoek om inzage recht op een kopie  van  hun  gegevens  die  worden  verwerkt  overeenkomstig  artikel 15,  lid 3,  samen  met  de aanvullende  informatie,  en  wordt  dit  beschouwd  als  de  belangrijkste  regeling  om  inzage  van  de persoonsgegevens te verlenen.
133. In sommige omstandigheden kan het echter passend zijn dat de verwerkingsverantwoordelijke inzage verleent op andere manieren dan door het verstrekken van een kopie. Dergelijke niet-permanente vormen van inzage  van  de  gegevens  kunnen  bijvoorbeeld  zijn:  mondelinge  informatie,  inzage  van bestanden, inzage ter plaatse of op afstand zonder mogelijkheid om te downloaden. Deze regelingen kunnen geschikte manieren zijn om inzage te verlenen, bijvoorbeeld wanneer het in het belang van de betrokkene  is  of  de  betrokkene  erom  vraagt.  Inzage  ter  plaatse  kan  ook  passend  zijn,  als  eerste maatregel, wanneer een verwerkingsverantwoordelijke een grote hoeveelheid niet-gedigitaliseerde gegevens  verwerkt,  zodat  de  betrokkene  weet  welke  persoonsgegevens  worden  verwerkt  en  met kennis  van  zaken  kan  beslissen  van  welke  persoonsgegevens  hij  een  kopie  wil  ontvangen.    Nietpermanente vormen van inzage kunnen in bepaalde situaties voldoende en passend zijn; de behoefte van de betrokkene kan bijvoorbeeld mogelijk worden vervuld door hem de mogelijkheid te bieden de originele gegevens in te zien zodat hij kan controleren of de gegevens die worden verwerkt door de verwerkingsverantwoordelijke,  correct  zijn.  Een  verwerkingsverantwoordelijke  is  niet  verplicht  de informatie op een andere manier te verstrekken dan via een kopie, maar moet zich redelijk opstellen bij de behandeling van een dergelijk verzoek. Het verlenen van inzage op andere manieren dan door het verstrekken van een kopie sluit het recht van de betrokkenen om ook een kopie te krijgen niet uit, tenzij zij ervoor kiezen dat recht niet uit te oefenen.
134. De verwerkingsverantwoordelijke kan de kopie van de gegevens die worden verwerkt, samen met de aanvullende informatie, op verschillende manieren verstrekken, bijvoorbeeld per e-mail, fysieke post of door gebruik te maken van een selfservicetool. Wanneer de betrokkene zijn verzoek elektronisch

77 Richtsnoeren inzake transparantie van de Groep gegevensbescherming artikel 29 - bekrachtigd door de EDPB, punt 33.

indient, en niet om een andere regeling verzoekt, wordt de informatie in een gangbare elektronische vorm verstrekt, zoals vermeld in artikel 15, lid 3. In elk geval moet de verwerkingsverantwoordelijke passende technische en organisatorische maatregelen overwegen, waaronder adequate versleuteling bij het verstrekken van informatie via e-mail of online selfservicetools.

135. Indien de verwerkingsverantwoordelijke slechts op kleine schaal persoonsgegevens verwerkt van de verzoeker, kunnen en moeten de kopie van de persoonsgegevens en de aanvullende informatie via een eenvoudige procedure worden verstrekt.

Voorbeeld 22: Een plaatselijke boekhandel houdt de namen en adressen bij van klanten die boeken thuis hebben laten bezorgen. Een klant bezoekt de boekhandel en doet een verzoek om inzage. In deze situatie  zou  het  voldoende  zijn  om  de  persoonsgegevens  van  de  klant  rechtstreeks  uit  het bedrijfssysteem af te drukken en tegelijkertijd de aanvullende informatie van artikel 15, leden 1 en 2, te verstrekken.

Voorbeeld 23: Een  maandelijkse  donateur  van  een  liefdadigheidsorganisatie  doet  een  verzoek  om inzage via e-mail. De liefdadigheidsorganisatie bewaart informatie over donaties die in de afgelopen twaalf maanden  zijn gedaan, evenals de namen  en e-mailadressen van de donateurs. De verwerkingsverantwoordelijke kan de kopie van de persoonsgegevens en de aanvullende informatie verstrekken door te reageren op de e-mail, mits alle noodzakelijke waarborgen worden toegepast, rekening houdend met bijvoorbeeld de aard van de gegevens.

136. Ook verwerkingsverantwoordelijken die een grote hoeveelheid gegevens verwerken, kunnen ervoor kiezen verzoeken om inzage handmatig af te handelen. Als de verwerkingsverantwoordelijke gegevens verwerkt in verschillende afdelingen, moet hij de persoonsgegevens van elke afdeling verzamelen om te kunnen reageren op het verzoek van de betrokkene.

Voorbeeld 24: De verwerkingsverantwoordelijke stelt een beheerder aan om de praktische zaken met betrekking tot verzoeken om inzage af te handelen. Wanneer de beheerder een verzoek ontvangt, stuurt hij per e-mail een aanvraag naar de verschillende afdelingen van de organisatie met het verzoek persoonsgegevens over de betrokkene te verzamelen. Vertegenwoordigers van elke afdeling geven de beheerder  de  persoonsgegevens  die  door  hun  afdeling  worden  verwerkt.  De  beheerder  stuurt vervolgens alle persoonsgegevens naar de betrokkene, samen met de nodige aanvullende informatie, bijvoorbeeld en indien van toepassing, per e-mail.

137. Hoewel handmatige processen voor het afhandelen van verzoeken om inzage als passend kunnen worden beschouwd, kunnen sommige verwerkingsverantwoordelijken geautomatiseerde processen gebruiken om verzoeken van betrokkenen af te handelen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn voor verwerkingsverantwoordelijken  die  een  groot  aantal  verzoeken  ontvangen.  Een  manier  om  de informatie uit hoofde van artikel 15 te verstrekken, is door de betrokkene selfservicetools te bieden. Dit kan een efficiënte en tijdige afhandeling van verzoeken om inzage van betrokkenen faciliteren en zal  de  verwerkingsverantwoordelijke  ook  in  staat  stellen  om  het  verificatiemechanisme  in  de selfservicetool op te nemen.

Voorbeeld 25: Een socialemediadienst heeft een geautomatiseerd proces voor het afhandelen van verzoeken om inzage waarmee de betrokkene inzage kan krijgen in zijn persoonsgegevens via zijn gebruikersaccount. Om de persoonsgegevens op te halen, kunnen gebruikers van sociale media de optie 'Uw persoonsgegevens downloaden' kiezen wanneer ze zijn ingelogd op hun gebruikersaccount. Met deze selfserviceoptie kunnen gebruikers een bestand met hun persoonsgegevens rechtstreeks van hun gebruikersaccount naar hun eigen computer downloaden.

138. Het gebruik van selfservicetools mag nooit de reikwijdte van ontvangen persoonsgegevens beperken. Als het niet mogelijk is om alle informatie uit hoofde van artikel 15 via de selfservicetool te verstrekken, moet de resterende informatie op een andere manier worden verstrekt. De verwerkingsverantwoordelijke kan de betrokkene inderdaad aanmoedigen om een selfservicetool te gebruiken  die  de  verwerkingsverantwoordelijke  aanbiedt  voor  het  afhandelen  van  verzoeken  om inzage. Er moet echter worden opgemerkt dat de verwerkingsverantwoordelijke ook verzoeken om inzage moet afhandelen die niet via het gevestigde communicatiekanaal worden verzonden 78 .

## 5.2.3 Inzage verlenen 'in een beknopte, transparante, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke vorm en in duidelijke en eenvoudige taal'

139. Volgens artikel 12, lid 1, AVG, neemt de verwerkingsverantwoordelijke passende maatregelen om de inzage op grond van artikel 15 te verlenen in een beknopte, transparante, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke vorm en in duidelijke en eenvoudige taal.
140. De eis dat het verlenen van inzage aan de betrokkene moet gebeuren in een beknopte en transparante vorm,  betekent  dat  verwerkingsverantwoordelijken  de  informatie  efficiënt  en  beknopt  moeten presenteren, zodat deze gemakkelijk te begrijpen is voor de betrokkene, vooral als het om een kind gaat. De verwerkingsverantwoordelijke moet rekening houden met de hoeveelheid en de complexiteit van de gegevens bij het kiezen van de middelen om inzage te verlenen op grond van artikel 15.

Voorbeeld 26: Een aanbieder van sociale media verwerkt een grote hoeveelheid informatie over een betrokkene. Een groot deel van deze persoonsgegevens is opgenomen in honderden pagina's aan logbestanden  waarin  de  activiteiten  van  de  betrokkene  op  de  website  worden  geregistreerd.  Als betrokkenen inzage vragen in hun persoonsgegevens, vallen de persoonsgegevens in deze logbestanden inderdaad onder het recht van inzage. Aan het recht van inzage kan dus formeel worden voldaan door deze honderden pagina's met logbestanden aan de betrokkene te verstrekken. Als er echter  geen  maatregelen  worden  genomen  om  de  informatie  in  de  logbestanden  begrijpelijk  te presenteren, is het mogelijk dat in de praktijk niet wordt voldaan aan het recht van inzage van de betrokkene, omdat er niet gemakkelijk kennis kan worden ontleend aan de logbestanden, waardoor niet wordt voldaan aan de vereiste van artikel 12, lid 1, AVG. De verwerkingsverantwoordelijke moet daarom zorgvuldig en grondig te werk gaan bij het kiezen van de manier waarop de informatie en persoonsgegevens aan de betrokkene worden gepresenteerd.

141. In de omstandigheden van het bovenstaande voorbeeld zou het gebruik van een gelaagde aanpak, vergelijkbaar met de gelaagde aanpak die wordt bepleit in de Richtsnoeren inzake transparantie met betrekking tot privacyverklaringen 79 , een passende maatregel kunnen zijn om te voldoen aan zowel de vereisten  in  artikel 15  als  die  in  artikel 12,  lid 1,  van  de  AVG.  Dit  wordt  verder  uitgewerkt  in afdeling 5.2.4.  De  eis  dat  de  informatie  'begrijpelijk'  moet  zijn,  betekent  dat  de  informatie  moet worden  begrepen  door  het  beoogde  publiek 80 ,  waarbij  rekening  moet  worden  gehouden  met

78 Zie afdeling 3.1.2.

79 Richtsnoeren inzake transparantie van de Groep gegevensbescherming artikel 29 - bekrachtigd door de EDPB, punt 35.

80 Begrijpelijkheid is nauw verbonden met de eis om duidelijke en eenvoudige taal te gebruiken (Richtsnoeren inzake transparantie van de Groep gegevensbescherming artikel 29 - bekrachtigd door de EDPB, punt 9). Wat wordt gezegd over duidelijke en heldere taal in punten 12 tot en met 16 met betrekking tot informatie waarnaar wordt verwezen in de artikelen 13 en 14 AVG, geldt ook voor communicatie op grond van artikel 15.

eventuele specifieke behoeften van de betrokkene die bekend zijn bij de verwerkingsverantwoordelijke 81 .  Aangezien  het  recht  van  inzage  vaak  de  uitoefening  van  andere rechten van de betrokkene mogelijk maakt, is het van cruciaal belang dat de verstrekte informatie begrijpelijk en duidelijk is. De reden hiervoor is dat betrokkenen pas kunnen overwegen of ze zich willen beroepen op hun recht op bijvoorbeeld rectificatie op grond van artikel 16 AVG als ze weten welke persoonsgegevens worden verwerkt, voor welke doeleinden enz. Daarom kan het nodig zijn dat de  verwerkingsverantwoordelijke  de  betrokkene  aanvullende  informatie  geeft  over  de  verstrekte gegevens. Er moet  worden  benadrukt  dat de complexiteit van de gegevensverwerking de verwerkingsverantwoordelijke ertoe verplicht de middelen te verschaffen om de gegevens begrijpelijk te maken en niet kan worden gebruikt als argument om de inzage van alle gegevens te beperken. Ook de verplichting van de verwerkingsverantwoordelijke om gegevens op beknopte wijze te verstrekken, kan niet worden gebruikt als argument om de inzage van alle gegevens te beperken.

Voorbeeld 27: Een e-commercewebsite verzamelt voor marketingdoeleinden gegevens over op zijn website bekeken of gekochte artikelen. Een deel van deze gegevens zal bestaan uit gegevens in een ruw formaat 82 , die niet zijn geanalyseerd en mogelijk niet direct betekenisvol zijn voor de lezer (codes, activiteitengeschiedenis  enz.).  Dergelijke  gegevens  met  betrekking  tot  de  activiteiten  van  de betrokkene vallen ook onder het recht van inzage en moeten bijgevolg in antwoord op een verzoek om inzage aan de betrokkene worden verstrekt. Bij het verstrekken van gegevens in een ruw formaat is  het  belangrijk dat de verwerkingsverantwoordelijke de nodige maatregelen neemt om ervoor te zorgen  dat  de  betrokkene  de  gegevens  begrijpt,  bijvoorbeeld  door  een  document  met  uitleg  te verstrekken om de ruwe gegevens op een gebruiksvriendelijke wijze te presenteren. In een dergelijk document kunnen ook afkortingen en andere acroniemen worden toegelicht, bijvoorbeeld dat 'A' betekent dat de aankoop is onderbroken en 'B' dat de aankoop is doorgegaan.

142. Het  element  'eenvoudig  toegankelijk'  houdt  in  dat  de  informatie  uit  hoofde  van  artikel 15  moet worden gepresenteerd op een manier die gemakkelijk toegankelijk is voor de betrokkene. Dit geldt bijvoorbeeld voor de lay-out, geschikte koppen en alinea's. De informatie moet altijd worden verstrekt in duidelijke en eenvoudige taal. Een verwerkingsverantwoordelijke die een dienst aanbiedt in een land, moet ook antwoorden aanbieden in de taal die wordt begrepen door de betrokkenen in dat land. Het  gebruik  van  gestandaardiseerde  pictogrammen  wordt  ook  aangemoedigd  wanneer  dit  de begrijpelijkheid en toegankelijkheid van de informatie bevordert. Wanneer het verzoek om informatie betrekking  heeft  op  visueel  gehandicapte  betrokkenen  of  andere  betrokkenen  die  moeite  kunnen hebben om informatie in te zien of te begrijpen, wordt van de verwerkingsverantwoordelijke verwacht dat hij maatregelen neemt om het begrip van de verstrekte informatie te faciliteren, met inbegrip van mondelinge informatie, wanneer dat passend is 83 . De verwerkingsverantwoordelijke moet er speciaal op  toezien  dat  ouderen,  kinderen,  visueel  gehandicapten  of  personen  met  cognitieve  of  andere handicaps  hun  rechten kunnen  uitoefenen,  bijvoorbeeld  door  proactief  te  voorzien  in  gemakkelijk toegankelijke elementen om de uitoefening van deze rechten te vergemakkelijken.

81 Zie punt 128.

82 Het ruwe formaat in het voorbeeld moet worden begrepen als niet-geanalyseerde gegevens die ten grondslag liggen aan een verwerking, en niet het laagste niveau van ruwe gegevens die mogelijk alleen machineleesbaar zijn (zoals 'bits').

83 Richtsnoeren inzake transparantie van de Groep gegevensbescherming artikel 29 - bekrachtigd door de EDPB, punt 21.

## 5.2.4 Een grote hoeveelheid informatie stelt specifieke eisen aan de manier waarop de informatie wordt verstrekt

143. Ongeacht  de  manier  waarop  inzage  wordt  verleend,  kan  er  een  spanningsveld  bestaan  tussen  de hoeveelheid informatie die de verwerkingsverantwoordelijke aan betrokkenen moet verstrekken en de eis dat deze informatie beknopt moet zijn. Een manier om beide te bereiken, en een voorbeeld van een geschikte maatregel voor bepaalde verwerkingsverantwoordelijken die een  grote  hoeveelheid gegevens moeten verstrekken, is het gebruik van een gelaagde aanpak. Deze aanpak kan het voor de betrokkenen gemakkelijker maken om de gegevens te begrijpen. Toch moet worden benadrukt dat deze aanpak alleen onder bepaalde omstandigheden kan worden gebruikt en moet worden uitgevoerd op een manier die het recht van inzage niet beperkt, zoals hieronder wordt uitgelegd. Bovendien mag het gebruik van een gelaagde aanpak geen extra belasting vormen voor de betrokkene. Daarom is deze aanpak het meest geschikt wanneer inzage wordt verleend in een onlinecontext. Een gelaagde aanpak is slechts een manier om de informatie uit hoofde van artikel 15 te presenteren op een manier die ook voldoet aan de vereisten in artikel 12, lid 1, AVG, en mag niet worden verward met de mogelijkheid voor  de  verwerkingsverantwoordelijken  om  de  betrokkene  te  verzoeken  te  specificeren  op  welke informatie of verwerkingsactiviteiten het verzoek betrekking heeft, zoals voorgeschreven  in overweging 63 van de AVG 84 .
144. Een gelaagde aanpak met betrekking tot het recht van inzage betekent dat een verwerkingsverantwoordelijke, onder bepaalde omstandigheden, de op grond van artikel 15 vereiste persoonsgegevens en aanvullende informatie in verschillende lagen kan verstrekken. De eerste laag moet informatie bevatten over de verwerking en de rechten van de betrokkene volgens artikel 15, lid 1,  punten a)  tot  en  met  h),  en  artikel 15,  lid  2,  alsmede  een  eerste  deel  van  de  verwerkte persoonsgegevens. In een tweede laag moeten meer persoonsgegevens worden verstrekt.
145. Bij  de  beslissing  welke  informatie  in  de  verschillende  lagen  moet  worden  gegeven,  moet  de verwerkingsverantwoordelijke overwegen welke informatie de betrokkene in het algemeen als het meest relevant zou beschouwen. In overeenstemming met het behoorlijkheidsbeginsel moet de eerste laag ook informatie bevatten over de verwerking die de meeste impact heeft op de betrokkene 85 . De verwerkingsverantwoordelijken moeten kunnen aantonen dat ze hun keuze verantwoorden.

Voorbeeld 28: Een  verwerkingsverantwoordelijke  analyseert  grote  gegevenssets  om  klanten  in verschillende  segmenten  te  plaatsen,  afhankelijk  van  hun  onlinegedrag.  In  deze  situatie  is  het aannemelijk dat de betrokkenen in de eerste plaats willen vernemen in welk segment ze zijn geplaatst. Daarom moet deze informatie in de eerste laag worden opgenomen. De gegevens in een ruw formaat 86 die nog niet zijn geanalyseerd of verder verwerkt, zoals gebruikersactiviteiten op een website, zijn ook persoonsgegevens die onder het recht van inzage vallen, maar in sommige gevallen kan het volstaan om deze informatie in een andere laag te verstrekken.

146. Om de gelaagde aanpak als een passende maatregel te kunnen beschouwen, moet de betrokkene van meet af aan worden geïnformeerd dat de informatie uit hoofde van artikel 15 in verschillende lagen is gestructureerd en moet worden beschreven welke persoonsgegevens en informatie in de verschillende  lagen  zullen  worden  opgenomen.  Op  deze  manier  kan  de  betrokkene  gemakkelijker

84 Zie ook afdeling 2.3.1.

85 Richtsnoeren inzake transparantie van de Groep gegevensbescherming artikel 29 - bekrachtigd door de EDPB, punt 36.

86 Zie voetnoot 82.

beslissen  welke  lagen  hij  wil  inzien.  De  beschrijving  moet  een  objectieve  weergave  zijn  van  alle categorieën  persoonsgegevens  die  daadwerkelijk  door  de  verwerkingsverantwoordelijke  worden verwerkt. Het moet ook duidelijk zijn hoe de betrokkene toegang kan krijgen tot de verschillende lagen. Toegang tot de verschillende lagen mag voor de betrokkene geen onevenredige inspanning vergen en mag niet afhankelijk worden gesteld van de formulering van een nieuw verzoek van de betrokkene. Dit betekent dat de betrokkenen de mogelijkheid moeten hebben om te kiezen of ze toegang willen tot alle lagen tegelijk of tot één of twee van de lagen, als ze dat voldoende vinden.

Voorbeeld 29: Een betrokkene doet een verzoek om inzage in een videostreamingdienst. Het verzoek wordt gedaan via een optie die beschikbaar is wanneer betrokkenen hebben ingelogd op hun account. De betrokkene krijgt twee opties die als knoppen op de webpagina worden weergegeven. Optie één is om  deel 1  van  de  persoonsgegevens  en  de  aanvullende  informatie  te  downloaden.  Dit  bevat bijvoorbeeld recente streaminggeschiedenis, accountinformatie en betalingsinformatie. Optie twee is het  downloaden van deel 2  van  de  persoonsgegevens  dat  technische  logbestanden  bevat over  de activiteiten  van  de  betrokkene  en  historische  informatie  over  het  account.  In  dit  geval  heeft  de verwerkingsverantwoordelijke het voor betrokkenen mogelijk gemaakt om hun recht uit te oefenen op een manier die hen niet extra belast.

Variant  1: Indien  de  betrokkene  alleen  de  knop  aanklikt  om  deel 1  van  de  persoonsgegevens  te downloaden,  is  de  verwerkingsverantwoordelijke  alleen  verplicht  om  deel 1  van  de  gegevens  te verstrekken.

Variant 2 :  Indien de betrokkene de knoppen voor zowel deel 1 als deel 2 van de gegevens aanklikt, mag de verwerkingsverantwoordelijke niet alleen deel 1 van de gegevens meedelen en om een nieuwe bevestiging  vragen voordat  deel 2  van  de  gegevens  wordt  meegedeeld.  In  plaats  daarvan  moeten beide delen van de gegevens aan de betrokkene worden verstrekt, conform het ingediende verzoek.

147. Een gelaagde aanpak wordt niet voor alle verwerkingsverantwoordelijken of alle situaties geschikt geacht. Deze aanpak mag alleen worden gebruikt als het voor de betrokkene moeilijk zou zijn om de informatie te begrijpen als die in haar geheel wordt gegeven. Met  andere woorden, de verwerkingsverantwoordelijke  moet  kunnen  aantonen  dat  het  gebruik  van  een  gelaagde  aanpak meerwaarde heeft voor de betrokkene door hem te helpen de verstrekte informatie te begrijpen. Een gelaagde aanpak wordt daarom alleen passend geacht wanneer een verwerkingsverantwoordelijke een grote hoeveelheid persoonsgegevens verwerkt over de betrokkene die een verzoek indient en wanneer het voor de betrokkene duidelijk moeilijk zou zijn om de informatie te begrijpen als deze in één  keer  zou  worden  verstrekt.  Het  feit  dat  het  grote  inspanningen  en  middelen  van  de verwerkingsverantwoordelijke zou vergen om de informatie uit hoofde van artikel 15 te verstrekken, is op zich geen argument voor het gebruik van een gelaagde aanpak.

## 5.2.5 Formaat

148. Overeenkomstig artikel 12, lid 1, AVG, moet de informatie uit hoofde van artikel 15 schriftelijk of met andere middelen, met inbegrip van, indien dit passend is, elektronische middelen, worden verstrekt. Wat betreft de inzage van persoonsgegevens die worden verwerkt, is in artikel 15, lid 3, bepaald dat wanneer de betrokkene zijn verzoek elektronisch indient, en niet om een andere regeling verzoekt, de informatie in een gangbare elektronische vorm wordt verstrekt. De AVG specificeert niet wat een gangbare elektronische vorm is. Er zijn dus verschillende bruikbare formaten denkbaar. Wat wordt beschouwd als een gangbare elektronische vorm zal ook variëren in de loop van de tijd.

149. Wat  beschouwd  kan  worden  als  een  gangbare  elektronische  vorm  moet  gebaseerd  zijn  op  een objectieve beoordeling en niet op het formaat dat de verwerkingsverantwoordelijke gebruikt in zijn dagelijkse  activiteiten.  Om  te  bepalen  welk  formaat  moet  worden  beschouwd  als  een  gangbaar formaat in de betreffende situatie, moet de verwerkingsverantwoordelijke beoordelen of er specifieke formaten zijn die algemeen worden gebruikt in het werkgebied van de verwerkingsverantwoordelijke of  in  de  gegeven  context.  Als  dergelijke  formaten  niet  algemeen  worden  gebruikt,  moeten  open formaten  die  zijn  vastgelegd  in  een  internationale  standaard,  zoals  ISO,  in  het  algemeen  worden beschouwd  als  gangbare  elektronische  formaten.  De  EDPB  sluit  echter  niet  uit  dat  ook  andere formaten als gangbaar in de zin van artikel 15, lid 3, kunnen worden beschouwd. Bij het beoordelen of een formaat een gangbaar elektronisch formaat is, acht de EDPB het van belang hoe gemakkelijk de persoon inzage kan krijgen in informatie die in het huidige formaat wordt verstrekt. In dit verband moet worden opgemerkt welke informatie de verwerkingsverantwoordelijke aan de betrokkene heeft verstrekt over hoe toegang kan worden verkregen tot een bestand dat in een specifiek formaat is verstrekt, zoals welke programma's  of software kunnen  worden  gebruikt om  het formaat toegankelijker te maken voor de betrokkene. De betrokkene mag echter niet worden verplicht om software te kopen om inzage te krijgen van de informatie.
150. Bij het bepalen van het formaat waarin de kopie van de persoonsgegevens en de informatie uit hoofde van artikel 15 moet worden verstrekt, moet de verwerkingsverantwoordelijke in gedachten houden dat  het  formaat  het  mogelijk  moet  maken  de  informatie  op  een  begrijpelijke  en  gemakkelijk toegankelijke  manier  te  presenteren.  Het  is  belangrijk  dat  de  betrokkene  informatie  krijgt  in  een concrete, permanente vorm (tekst, elektronisch). Aangezien de informatie ook na verloop van tijd moet blijven bestaan, heeft schriftelijke informatie, ook in elektronische vorm, in principe de voorkeur boven  andere  vormen.  De  kopie  van  de  persoonsgegevens  kan,  indien  van  toepassing,  worden opgeslagen op een elektronisch opslagmedium zoals cd of USB.
151. Overigens kan een verwerkingsverantwoordelijke niet stellen dat de betrokkenen een kopie van de persoonsgegevens hebben ontvangen wanneer hij de betrokkenen louter inzage verleent van hun persoonsgegevens. Om te voldoen aan de eis om een kopie van persoonsgegevens te verstrekken en indien  de  gegevens  elektronisch/digitaal  worden  verstrekt,  moeten  de  betrokkenen  hun  gegevens kunnen downloaden in een gangbare elektronische vorm.
152. Het is de verantwoordelijkheid van de verwerkingsverantwoordelijke om te beslissen in welke vorm de persoonsgegevens worden verstrekt. De verwerkingsverantwoordelijke kan, maar is niet verplicht, de documenten die persoonsgegevens bevatten over de betrokkenen die het verzoek indienen, in hun oorspronkelijke vorm verstrekken. De verwerkingsverantwoordelijke zou bijvoorbeeld per geval inzage kunnen verlenen van een kopie van het medium als zodanig, gezien de behoefte aan transparantie (bijvoorbeeld om de juistheid van de gegevens in het bezit van de verwerkingsverantwoordelijke te controleren in geval van een verzoek om inzage in het medisch dossier of een geluidsopname waarvan de  transcriptie  wordt  betwist).  In  zijn  uitlegging  van  het  recht  van  inzage  uit  hoofde  van  Richtlijn 95/46/EG heeft het Hof echter gesteld dat '[o]m [aan het recht op toegang] te voldoen, volstaat het dat aan die aanvrager een volledig overzicht, in begrijpelijke vorm, van deze gegevens wordt gegeven, dat wil zeggen in een vorm die deze aanvrager in staat stelt kennis te nemen van die gegevens en te controleren of zij juist zijn en zijn verwerkt in overeenstemming met deze richtlijn, opdat hij eventueel de hem bij die richtlijn verleende rechten kan uitoefenen' 87 . In tegenstelling tot de richtlijn bevat de

87 Hof van Justitie, gevoegde zaken C-141/12 en C-372/12, YS e.a., punt 60.

AVG uitdrukkelijk de verplichting om de betrokkene een kopie te verstrekken van de persoonsgegevens die worden verwerkt. Dit betekent echter niet dat de betrokkene altijd het recht heeft  om  een  kopie  te  krijgen  van  de  documenten  die  de  persoonsgegevens  bevatten,  maar  een ongewijzigde  kopie  van  de  persoonsgegevens  die  in  deze  documenten  worden  verwerkt. 88 Een dergelijke kopie van de persoonsgegevens kan worden verstrekt door middel van een compilatie die alle persoonsgegevens bevat waarop het recht van inzage van toepassing is, zolang de betrokkene aan de hand van die compilatie kan worden geïnformeerd en de rechtmatigheid van de verwerking kan controleren. Er is dus geen tegenspraak tussen de formulering van de AVG en het arrest van het Hof over deze kwestie. Het woord 'overzicht' in het arrest moet niet verkeerd worden geïnterpreteerd in de zin dat de compilatie niet alle gegevens zou omvatten die onder het recht van inzage vallen, maar slechts een manier is om al die gegevens te presenteren zonder toegang te geven tot de onderliggende documenten  die  de  persoonsgegevens  bevatten.  Aangezien  de  compilatie  een  kopie  van  de persoonsgegevens moet bevatten, mag deze niet zodanig worden opgesteld dat de inhoud van de informatie wordt gewijzigd of veranderd.

Voorbeeld 30: Een betrokkene is al jaren verzekerd bij een verzekeringsmaatschappij. Er hebben zich verschillende incidenten voorgedaan die onder de verzekering vallen. In alle gevallen is er schriftelijke correspondentie via e-mail geweest tussen de betrokkene en de verzekeringsmaatschappij. Aangezien de betrokkene informatie moest verstrekken over de specifieke omstandigheden van elk incident, bevat  de  correspondentie veel  persoonlijke  informatie  over  de  betrokkene  (hobby's,  huisgenoten, dagelijkse gewoonten  enz.). Soms  verschilden zij van  mening  over de verplichting van de verzekeringsmaatschappij om de betrokkene te vergoeden, met een grote hoeveelheid onderlinge communicatie  tot  gevolg.  De  verzekeringsmaatschappij  slaat  al  deze  correspondentie  op.  De betrokkene dient een verzoek om inzage in. In deze situatie hoeft de verwerkingsverantwoordelijke niet noodzakelijkerwijs de e-mails in hun oorspronkelijke vorm te verstrekken door ze door te sturen naar  de  betrokkene.  In  plaats  daarvan  kan  de  verwerkingsverantwoordelijke  ervoor  kiezen  de  emailcorrespondentie met de persoonsgegevens van de betrokkene samen te voegen in een bestand dat aan de betrokkene wordt verstrekt.

153. Ongeacht de  vorm waarin de verwerkingsverantwoordelijke de persoonsgegevens verstrekt, bijvoorbeeld door de feitelijke documenten te verstrekken die de persoonsgegevens bevatten, of een compilatie van de persoonsgegevens, moet de informatie voldoen aan de transparantievereisten die zijn vastgelegd in artikel 12 AVG. Het maken van een soort compilatie en/of het extraheren van de gegevens op een manier die de informatie gemakkelijk te begrijpen maakt, kan in sommige gevallen een  manier  zijn  om  aan  deze  vereisten  te  voldoen.  In  andere  gevallen  is  de  informatie  beter  te begrijpen door een kopie te verstrekken van het document dat de persoonsgegevens bevat. Daarom moet per geval worden besloten welke vorm het meest geschikt is.
154. In deze context moet worden opgemerkt dat er een onderscheid is tussen het recht van inzage uit hoofde van artikel 15 AVG en het recht om een kopie te ontvangen van administratieve documenten dat onder de nationale wetgeving valt, waarbij het laatste recht het recht is een kopie te ontvangen van het eigenlijke document. Dit betekent niet dat het recht van inzage uit hoofde van artikel 15 AVG de  mogelijkheid  uitsluit  om  een  kopie  te  ontvangen  van  het  document/de  drager  waarop  de persoonsgegevens staan.

88 Vragen over dit onderwerp zijn aan de orde in zaken die momenteel aanhangig zijn bij het Hof van Justitie (C487/21 en C-307/21).

155. In sommige gevallen bepalen de persoonsgegevens zelf in welk formaat de persoonsgegevens moeten worden  verstrekt.  Als  de  persoonsgegevens  bijvoorbeeld  handgeschreven  informatie  van  de betrokkene zijn, kan het nodig zijn de betrokkene een fotokopie van die handgeschreven informatie te geven, omdat de handgeschreven tekst zelf neerkomt op persoonsgegevens. Dat kan met name het geval zijn als het handschrift van belang is voor de verwerking, bijvoorbeeld bij een schriftanalyse. Hetzelfde  geldt  in  het  algemeen  voor  geluidsopnamen,  omdat  de  stem  van  de  betrokkene  zelf neerkomt  op  persoonsgegevens.  In  sommige  gevallen  kan  echter  inzage  worden  verleend  door bijvoorbeeld een  transcriptie  van het gesprek te verstrekken, indien  de  betrokkene  en  de verwerkingsverantwoordelijke dat overeenkomen.
156. Er moet worden opgemerkt dat de bepalingen over formaatvereisten verschillen wat betreft het recht van inzage en het recht op gegevensoverdraagbaarheid. Terwijl het recht op gegevensoverdraagbaarheid uit hoofde van artikel 20 AVG vereist dat de informatie wordt verstrekt in een  machineleesbaar  formaat,  vereist  het  recht  op  informatie  uit  hoofde  van  artikel 15  dat  niet. Formaten die niet geschikt worden geacht om te voldoen aan een verzoek om gegevensoverdraagbaarheid, bijvoorbeeld pdf-bestanden, kunnen dus wel geschikt zijn om te voldoen aan een verzoek om inzage.

## 5.3 Tijdschema voor het verlenen van inzage

157. Uit hoofde van artikel 12, lid 3, AVG moet de verwerkingsverantwoordelijke de betrokkene onverwijld en in ieder geval binnen een maand na ontvangst van het verzoek informatie verstrekken over het gevolg dat aan het verzoek uit hoofde van artikel 15 is gegeven. Afhankelijk van de complexiteit van de  verzoeken  en  van  het  aantal  verzoeken  kan  die  termijn  met  maximaal  twee  maanden  worden verlengd, op voorwaarde dat de betrokkene binnen een maand na ontvangst van het verzoek op de hoogte is gesteld van de redenen voor een dergelijke verlenging. Deze verplichting om de betrokkene te informeren over de verlenging en de redenen daarvoor mag niet worden verward met de informatie die onverwijld en uiterlijk binnen een maand moet worden verstrekt wanneer de verwerkingsverantwoordelijke geen gevolg geeft aan het verzoek, zoals bepaald in artikel 12, lid 4, AVG.
158. De verwerkingsverantwoordelijke reageert en verstrekt, als algemene regel, onverwijld de informatie uit hoofde van artikel 15, wat betekent dat de informatie zo snel mogelijk moet worden verstrekt. Dit betekent dat als het mogelijk is om de gevraagde informatie in een kortere tijd dan een maand te verstrekken,  de  verwerkingsverantwoordelijke  dit  moet  doen.  De  EDPB  is  ook  van  mening  dat  de termijn  om  het  verzoek  te  beantwoorden  in  sommige  situaties  moet  worden  aangepast  aan  de opslagperiode om inzage te kunnen verlenen 89 .
159. De termijn begint te lopen wanneer de verwerkingsverantwoordelijke een verzoek uit hoofde van artikel 15  heeft  ontvangen,  dat  wil  zeggen  wanneer  het  verzoek  de  verwerkingsverantwoordelijke bereikt via een van zijn officiële kanalen 90 . Het is niet noodzakelijk dat de verwerkingsverantwoordelijke daadwerkelijk op de hoogte  is van het  verzoek.  Wanneer  de verwerkingsverantwoordelijke echter met de betrokkene moet communiceren vanwege onzekerheid over de identiteit van de verzoeker, kan de termijn worden opgeschort totdat de

89 Zie afdeling 2.3.3.

90 In sommige lidstaten is er nationale wetgeving die bepaalt wanneer een bericht als ontvangen moet worden beschouwd, rekening houdend met weekends en nationale feestdagen.

verwerkingsverantwoordelijke  de  benodigde  informatie  van  de  betrokkene  heeft  verkregen,  op voorwaarde  dat  de  verwerkingsverantwoordelijke  onverwijld  om  aanvullende  informatie  vraagt. Hetzelfde  geldt  wanneer  een  verwerkingsverantwoordelijke  een  betrokkene  heeft  verzocht  de verwerkingen te specificeren waarop het verzoek betrekking heeft, wanneer aan de in overweging 63 genoemde voorwaarden is voldaan 91 .

Voorbeeld 31 : Na ontvangst van het verzoek reageert een verwerkingsverantwoordelijke onmiddellijk en vraagt hij de informatie die hij nodig heeft om de identiteit van de verzoeker te bevestigen. Deze antwoordt  pas  enkele  dagen  later  en  de  informatie  die  de  betrokkene  stuurt  om  de  identiteit  te verifiëren,  lijkt  niet  voldoende,  waardoor  de  verwerkingsverantwoordelijke  om  opheldering  moet vragen.  In  deze  situatie  wordt  de  termijn  opgeschort  totdat  de  verwerkingsverantwoordelijke voldoende informatie heeft verkregen om de identiteit van de betrokkene te controleren.

160. De termijn om te antwoorden op een verzoek om inzage moet worden berekend overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 1182/71 92 .

Voorbeeld 32: Een organisatie ontvangt een verzoek op 5 maart. De termijn begint te lopen op dezelfde dag. Dit geeft de organisatie tot en met 5 april de tijd om uiterlijk aan het verzoek te voldoen.

Voorbeeld 33: Als de organisatie een verzoek ontvangt op 31 augustus, is er geen overeenkomstige datum omdat de volgende maand korter is. De datum voor het antwoord is dan uiterlijk de laatste dag van de volgende maand, dus 30 september.

161. Als de laatste dag  van  deze periode in een  weekend  of  op  een  feestdag  valt, heeft de verwerkingsverantwoordelijke tot de volgende werkdag om te reageren.
162. Onder bepaalde omstandigheden kan de verwerkingsverantwoordelijke de tijd om te reageren op een verzoek om inzage indien nodig met twee maanden verlengen, rekening houdend met de complexiteit en het aantal verzoeken. Deze mogelijkheid vormt een uitzondering op de algemene regel en mag niet te vaak worden gebruikt. Als verwerkingsverantwoordelijken zich vaak genoodzaakt zien om de termijn te  verlengen,  kan  dit  een  indicatie  zijn  dat  ze  hun  algemene  procedures  voor  het  afhandelen  van verzoeken verder moeten ontwikkelen.
163. Wat een complex verzoek is, hangt af van de specifieke omstandigheden van elke zaak. Enkele factoren die als relevant kunnen worden beschouwd, zijn bijvoorbeeld:
4.  de hoeveelheid gegevens die door de verwerkingsverantwoordelijke worden verwerkt,
5.  hoe de informatie wordt opgeslagen, vooral wanneer het moeilijk is om de informatie terug  te  vinden,  bijvoorbeeld  wanneer  gegevens  door  verschillende  eenheden  van  de organisatie worden verwerkt,
6.  de  noodzaak om informatie  te verwijderen  wanneer  een  vrijstelling  van  toepassing  is, bijvoorbeeld  informatie  over  andere  betrokkenen  of  informatie  die  bedrijfsgeheimen bevat, en
7.  wanneer de informatie verder moet worden bewerkt om deze te kunnen begrijpen.

91 Zie voorts afdeling 2.3.1.


164. Het loutere feit dat het voldoen aan het verzoek een grote inspanning zou vergen, maakt een verzoek nog niet complex. Ook het feit dat een groot bedrijf een groot aantal verzoeken ontvangt, leidt niet automatisch tot een verlenging van de termijn. Wanneer een verwerkingsverantwoordelijke echter tijdelijk een groot aantal verzoeken ontvangt, bijvoorbeeld als gevolg van buitengewone publiciteit over zijn activiteiten, kan dit worden beschouwd als een legitieme reden om de antwoordtermijn te verlengen. Niettemin moet een verwerkingsverantwoordelijke, vooral als hij een grote hoeveelheid gegevens verwerkt, procedures en mechanismen hebben om verzoeken onder normale omstandigheden binnen de termijn te kunnen afhandelen.

## 6 GRENZEN EN BEPERKINGEN OP HET RECHT VAN INZAGE

## 6.1 Algemene opmerkingen

165. Het recht van inzage is onderworpen aan de beperkingen die voortvloeien uit artikel 15, lid 4, AVG (rechten en vrijheden van anderen) en artikel 12, lid 5, AVG (kennelijk ongegronde of buitensporige verzoeken).  Bovendien  kan  Unierecht  of  lidstatelijk  recht  het  recht  van  inzage  beperken  in overeenstemming met artikel 23 AVG. Afwijkingen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens  voor  wetenschappelijk  of  historisch  onderzoek  of  statistische  doeleinden  of archivering in het algemeen belang kunnen worden gebaseerd op artikel 89, leden 2 en 3, AVG en afwijkingen voor verwerking voor journalistieke doeleinden of voor academische, artistieke of literaire uitdrukkingsvormen kunnen worden gebaseerd op artikel 85, lid 2, AVG.
166. Het is  belangrijk  op  te  merken  dat,  afgezien van  de  hierboven  genoemde  grenzen,  afwijkingen en mogelijke beperkingen, de AVG geen verdere vrijstellingen of afwijkingen van het recht van inzage toestaat.  Dat  betekent  onder  meer  dat  het  recht  van  inzage  geen  algemeen  voorbehoud  van evenredigheid inhoudt met betrekking tot de inspanningen die de verwerkingsverantwoordelijke moet leveren om te voldoen aan het verzoek van de betrokkene op grond van artikel 15 AVG 93 . Bovendien is het niet toegestaan  om  het recht van inzage te beperken in een contract tussen de verwerkingsverantwoordelijke en de betrokkene.
167. Volgens overweging 63 wordt het recht van inzage verleend aan betrokkenen om kennis te nemen van de  rechtmatigheid  van  de  verwerking  en  deze  te  controleren.  Dit  recht  op  toegang  is  met  name noodzakelijk opdat de betrokkene eventueel van de voor de verwerking verantwoordelijke gedaan kan krijgen  dat  deze  zijn  gegevens  rectificeert,  uitwist  of  afschermt 94 .  De  betrokkenen  zijn  echter  niet verplicht om hun verzoek te motiveren of te rechtvaardigen. Zolang aan de vereisten van artikel 15 AVG wordt voldaan, moeten de doeleinden achter het verzoek als irrelevant worden beschouwd 95 .

## 6.2 Artikel 15, lid 4, AVG

168. Volgens artikel 15, lid 4, AVG mag het recht op het verkrijgen van een kopie geen afbreuk doen aan de rechten en vrijheden van anderen. Uitleg over deze beperking wordt gegeven in de vijfde en zesde zin


94 Hof van Justitie, gevoegde zaken C-141/12 en C-372/12, YS e.a.


van overweging 63. Dat recht mag geen afbreuk doen aan de rechten of vrijheden van anderen, met inbegrip  van  bedrijfsgeheimen  of  intellectuele  eigendom  en  met  name  het  auteursrecht  dat  de software beschermt.

Die overwegingen mogen echter niet ertoe leiden dat betrokkenen alle informatie wordt onthouden. Bij  de  interpretatie  van  artikel 15,  lid 4,  AVG  moet  er  nauwlettend op worden toegezien dat de in artikel 23 AVG vervatte beperkingen, die alleen onder strikte voorwaarden zijn toegestaan, niet op ongerechtvaardigde wijze worden verruimd.

169. Artikel 15, lid 4, AVG is van toepassing op het recht om een kopie van de gegevens te verkrijgen, wat de belangrijkste regeling is om inzage te verlenen in de verwerkte gegevens (tweede element van het recht  van  inzage).  Het  is  ook  van  toepassing,  en  er  wordt  rekening  gehouden  met  de  rechten  en vrijheden van anderen, als inzage in de persoonsgegevens uitzonderlijk wordt verleend op een andere manier  dan  door  middel  van  een  kopie.  Er  is  bijvoorbeeld  geen  verschil  gerechtvaardigd  ingeval bedrijfsgeheimen worden aangetast door het verstrekken van een kopie of door het verlenen van inzage ter plaatse aan de betrokkene. Artikel 15, lid 4, AVG is niet van toepassing op de aanvullende informatie over de verwerking zoals vermeld in artikel 15, lid 1, punten a) tot en met h), AVG.
170. Volgens overweging 63 omvatten conflicterende rechten of vrijheden bedrijfsgeheimen of intellectuele eigendom en met name het auteursrecht dat de software beschermt. Deze uitdrukkelijk vermelde  rechten  en  vrijheden  moeten  louter  als  voorbeelden  worden  beschouwd,  aangezien  in principe elk recht of elke vrijheid op basis van Unierecht of lidstatelijk recht kan worden geacht de beperking  van  artikel 15, lid 4, AVG  in  te roepen 96 .  Zo  kan  het  recht  op  bescherming  van persoonsgegevens (artikel 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie) ook worden beschouwd als een betrokken recht in de zin van artikel 15, lid 4, AVG. Wat het recht op het verkrijgen van een kopie betreft, is het recht op gegevensbescherming van anderen een typisch geval waarin de beperking moet worden beoordeeld. Bovendien moet rekening worden gehouden met het recht op vertrouwelijkheid van correspondentie, bijvoorbeeld met betrekking tot private emailcorrespondentie in de context van de arbeidsverhouding 97 . Overigens komt niet elk belang neer op 'rechten en vrijheden' krachtens artikel 15, lid 4, AVG. De economische belangen van een bedrijf om geen persoonsgegevens vrij te geven, volstaan bijvoorbeeld niet om de uitzondering van artikel 15, lid 4, in te roepen, zolang er geen bedrijfsgeheimen, intellectuele eigendom of beschermde rechten in het geding zijn.
171. 'Anderen'  betekent  elke  andere  persoon  of  entiteit  dan  de  betrokkene  die  zijn  recht  van  inzage uitoefent. Er kan dus rekening worden gehouden met de rechten en vrijheden van de verwerkingsverantwoordelijke  of  de  verwerker  (bijvoorbeeld  bij  het  vertrouwelijk  houden  van handelsgeheimen  en  intellectueel  eigendom).  Als  de  EU-wetgever  de  rechten  en  vrijheden  van verwerkingsverantwoordelijken of verwerkers had willen uitsluiten, zou hij de term 'derde' hebben gebruikt, die is gedefinieerd in artikel 4, punt 10, AVG.
172. De algemene bezorgdheid dat de rechten en vrijheden van anderen zouden kunnen worden aangetast door in te gaan op het verzoek om inzage, is niet voldoende om een beroep te doen op artikel 15, lid 4,



AVG. De verwerkingsverantwoordelijke moet kunnen aantonen dat in de concrete situatie de rechten of vrijheden van anderen daadwerkelijk zouden worden aangetast.

Voorbeeld 34: Een persoon die nu volwassen is, werd in het verleden een aantal jaren begeleid door het  bureau  voor  jeugdzorg.  De  overeenkomstige  bestanden  kunnen  mogelijk  gevoelige  informatie bevatten over andere personen (ouders, maatschappelijk werkers, andere minderjarigen). Een verzoek om informatie van de betrokkene kan echter in het algemeen niet om deze reden worden afgewezen onder verwijzing naar artikel 15, lid 4, AVG. De rechten en vrijheden van anderen moeten veeleer in detail worden onderzocht en vastgesteld door het bureau voor jeugdzorg als verwerkingsverantwoordelijke. Afhankelijk van de belangen in kwestie en hun relatieve gewicht, kan het verstrekken van dergelijke specifieke informatie worden geweigerd (bv . door namen te redigeren).

173. Met betrekking tot overweging 4 van de AVG en de grondgedachte achter artikel 52, lid 1, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, is het recht op bescherming van persoonsgegevens geen absoluut recht 98 . Daarom moet ook de uitoefening van het recht van inzage worden afgewogen tegen andere grondrechten overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel. Wanneer de beoordeling op grond van artikel 15, lid 4, AVG aantoont dat het voldoen aan het verzoek nadelige (negatieve) gevolgen heeft voor de rechten en vrijheden van andere deelnemers (stap 1), moeten de belangen van alle deelnemers worden afgewogen, rekening houdend met de specifieke omstandigheden van het geval en in het bijzonder de waarschijnlijkheid en ernst van de risico's die zich  voordoen  wanneer  de  gegevens  worden  verstrekt.  De  verwerkingsverantwoordelijke  moet proberen  de  conflicterende  rechten  met  elkaar  te  verzoenen  (stap 2),  bijvoorbeeld  door  de implementatie van passende maatregelen om het risico voor de rechten en vrijheden van anderen te beperken . Zoals benadrukt in overweging 63 mag de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen op grond van artikel 15, lid 4, van de AVG niet leiden tot een weigering om alle informatie aan de betrokkene te verstrekken. Dit betekent bijvoorbeeld dat, wanneer de beperking van toepassing is, informatie over anderen zoveel mogelijk onleesbaar moet worden gemaakt in plaats van te weigeren een kopie van de persoonsgegevens te verstrekken. Als echter geen oplossing kan worden gevonden om de desbetreffende rechten met elkaar te verzoenen, moet de verwerkingsverantwoordelijke in een volgende stap beslissen welke van de conflicterende rechten en vrijheden voorrang heeft (stap 3).

Voorbeeld 35 : Een detailhandelaar biedt zijn klanten de mogelijkheid om producten te bestellen via een hotline van zijn klantenservice. Om de commerciële transacties te staven, slaat de winkelier een gespreksopname op, in overeenstemming met de strenge eisen van de toepasselijke wetgeving. Een klant  wil  een  kopie  ontvangen  van  het  gesprek  dat  hij  had  met  een  medewerker  van  de klantenservice. In een eerste stap analyseert de detailhandelaar het verzoek en realiseert zich dat de opname persoonsgegevens bevat die ook betrekking hebben op iemand anders, namelijk op de medewerker van de klantenservice. In een tweede stap moet de detailhandelaar, om te beoordelen of  het  verstrekken  van  de  kopie  de  rechten  en  vrijheden  van  anderen  zou  aantasten,  de tegenstrijdige belangen tegen elkaar afwegen, met name rekening houdend met de waarschijnlijkheid  en  de  ernst  van  mogelijke  risico's  voor  de  rechten  en  vrijheden  van  de medewerker van de klantenservice  die  zich  voordoen  wanneer  de  opname  aan  de  klant  wordt verstrekt. De detailhandelaar concludeert dat er zeer weinig persoonsgegevens over de medewerker van de klantenservice in de opname staan, alleen zijn stem. De detailhandelaar/verwerkingsverantwoordelijke  vindt  dat  de  medewerker  niet  gemakkelijk  te identificeren  is.  Bovendien  is  de  inhoud  van  het  gesprek  van  professionele  aard  en  was  de


betrokkene  de  gesprekspartner.  Op  basis  van  de  bovengenoemde  omstandigheden  komt  de verwerkingsverantwoordelijke objectief tot de conclusie dat het recht van inzage geen afbreuk doet aan  de  rechten  en  vrijheden  van  de  medewerker  van  de  klantenservice  en  daarom  kan  de verwerkingsverantwoordelijke de betrokkene de volledige opname verstrekken, met inbegrip van de delen waarin de stem van de medewerker van de klantenservice te horen is.

Voorbeeld 36: Een klant van een winkel voor medische benodigdheden wil inzage van de meetresultaten met betrekking tot haar benen op basis van artikel 15 AVG. De winkel voor medische benodigdheden had de benen van de proefpersoon opgemeten om individuele medische steunkousen te maken. Blijkbaar had de winkel veel ervaring en een speciale techniek ontwikkeld om nauwkeurig te meten. Na de meting in de winkel voor medische hulpmiddelen wil de klant de meetresultaten gebruiken om elders goedkopere sokken te kopen (bestelling in een onlinewinkel). De winkel weigert gedeeltelijk inzage in de gegevens op grond van artikel 15, lid 4, AVG met het argument dat vanwege hun speciale, nauwkeurige meettechnieken de resultaten beschermd zijn als bedrijfsgeheim. Indien en voor zover de verwerkingsverantwoordelijke kan bewijzen:

-  dat het verstrekken van informatie over de meetresultaten aan de betrokkene niet mogelijk is zonder te onthullen hoe de metingen zijn uitgevoerd, en
-  dat de informatie over hoe de metingen zijn uitgevoerd, inclusief in voorkomend geval de exacte bepaling van de meetpunten, bedrijfsgeheimen zijn

kan hij artikel 15, lid 4, AVG toepassen.

De verwerkingsverantwoordelijke zou nog steeds zoveel mogelijk informatie moeten verstrekken over de meetresultaten die zijn bedrijfsgeheim niet onthullen, zelfs als dat zou betekenen dat hij moeite zou moeten doen om de resultaten te herzien en te bewerken.

Voorbeeld 37: GAMER X is geregistreerd als gebruiker op het gamingplatform van PLATFORM Y. Op een dag krijgt GAMER X een melding dat zijn onlineaccount is beperkt. Omdat hij niet meer kan inloggen, vraagt GAMER X de verwerkingsverantwoordelijke om inzage van alle hem betreffende persoonsgegevens. Daarnaast vraagt GAMER X inzage van de redenen voor de beperking van zijn account.  PLATFORM  Y,  de  beheerder  van  het  onlinegamingplatform  waarbij  het  verzoek  is ingediend,  informeert  de  gebruikers  in  zijn  algemene  voorwaarden  die  beschikbaar  zijn  op  zijn website, dat elke vorm van valsspelen (voornamelijk door het gebruik van software van derden) een tijdelijk  of  permanent  toegangsverbod  tot  zijn  platform  oplevert.  PLATFORM  Y  informeert  de gebruikers in zijn privacybeleid ook over de verwerking van persoonsgegevens voor het opsporen van valsspelen, in overeenstemming met de vereisten van artikel 13 AVG.

Na ontvangst van het verzoek van GAMER X om inzage, moet PLATFORM Y aan GAMER X een kopie verstrekken van de persoonsgegevens die over GAMER X worden verwerkt. Met betrekking tot de reden voor de beperking van het account moet PLATFORM Y aan GAMER X bevestigen dat het heeft besloten de toegang van GAMER X tot onlinespellen te beperken vanwege het gebruik van een of meerdere game cheats die in strijd zijn met de algemene gebruiksvoorwaarden. Naast de verstrekte informatie over de verwerking ten behoeve van de opsporing van valsspelen, moet PLATFORM Y aan GAMER X inzage verlenen van de informatie die het heeft opgeslagen over het valsspelen van GAMER X dat tot de beperking heeft geleid. In het bijzonder moet PLATFORM Y aan GAMER X de informatie verstrekken die heeft geleid tot de beperking van het account ( bv. logoverzicht, datum

en tijd van valsspelen, detectie van software van derden, …) zodat de betrokkene (d.w.z. GAMER X) kan controleren of de gegevensverwerking correct was.

PLATFORM Y is overeenkomstig artikel 15, lid 4, en overweging 63 AVG evenwel niet verplicht om enig  deel  van  de  technische  werking  van  de  antivalsspeelsoftware  te  onthullen,  zelfs  als  deze informatie betrekking heeft op GAMER X, zolang deze als bedrijfsgeheim kan worden beschouwd. De noodzakelijke belangenafweging krachtens artikel 15, lid 4, AVG zal tot gevolg hebben dat de bedrijfsgeheimen van  PLATFORM Y in de weg staan aan de bekendmaking van deze persoonsgegevens,  omdat  kennis  van  de  technische  werking  van  de  antivalsspeelsoftware  de gebruiker ook in staat zou kunnen stellen toekomstige valsspeel- of fraudedetectie te omzeilen 99 .

174. Als verwerkingsverantwoordelijken geheel of gedeeltelijk weigeren gevolg te geven aan een verzoek om inzage op grond van artikel 15, lid 4, AVG, moeten zij de betrokkene onverwijld en uiterlijk binnen een maand op de hoogte stellen van de redenen hiervoor (artikel 12, lid 4, AVG). De toelichting moet verwijzen naar de concrete omstandigheden, zodat de betrokkenen kunnen beoordelen of ze actie willen ondernemen tegen de weigering. Ze moet informatie bevatten over de mogelijkheid om een klacht  in  te  dienen  bij  een  toezichthoudende  autoriteit  (artikel 77  AVG)  en om  een  voorziening  in rechte in te stellen (artikel 79 AVG).

## 6.3 Artikel 12, lid 5, AVG

175. Artikel 12,  lid 5,  AVG  stelt  verwerkingsverantwoordelijken  in  staat  om  verzoeken  om  inzage  die kennelijk ongegrond of buitensporig zijn, terzijde te schuiven. Deze begrippen moeten strikt worden geïnterpreteerd, aangezien de beginselen van transparantie en kosteloze rechten van de betrokkenen niet mogen worden ondermijnd.
176. Verwerkingsverantwoordelijken moeten aan de betrokkene kunnen aantonen waarom zij van mening zijn dat het verzoek kennelijk ongegrond of buitensporig is en moeten desgevraagd de redenen kunnen uitleggen aan de bevoegde toezichthoudende autoriteit. Elk verzoek moet per geval worden bekeken in de context waarin het wordt gedaan om te beslissen of het kennelijk ongegrond of buitensporig is.

## 6.3.1 Wat betekent 'kennelijk ongegrond'?

177. Een  verzoek  om  inzage  is  kennelijk  ongegrond  als  bij  toepassing  van  een  objectieve  benadering duidelijk niet wordt voldaan aan de vereisten van artikel 15 AVG. Zoals in afdeling 3 wordt uitgelegd, zijn er echter maar heel weinig voorwaarden voor verzoeken om inzage. Daarom benadrukt de EDPB dat er slechts zeer beperkte mogelijkheden zijn om zich te beroepen op het 'kennelijk ongegrond' alternatief van artikel 12, lid 5, AVG met betrekking tot verzoeken om inzage.
178. Verder  moet  in  herinnering  worden  gebracht  dat  verwerkingsverantwoordelijken  de  inhoud  en reikwijdte  van  het  verzoek  zorgvuldig  moeten  analyseren  voordat  ze  de  beperking  inroepen.  Een verzoek mag bijvoorbeeld niet als kennelijk ongegrond worden beschouwd als het verzoek betrekking

99 De  omvang van de informatie die aan personen wordt verstrekt, zal sterk afhankelijk zijn van de context, rekening  houdend  met  de  aard  van  de  verwerkingsverantwoordelijke  en  de  aard  van  de  inbreuk  op  de servicevoorwaarden. In sommige  gevallen kan de verwerkingsverantwoordelijke alleen basisinformatie verstrekken in antwoord op een verzoek om inzage waarop artikel 15, lid 4, van toepassing is.

heeft op de verwerking van persoonsgegevens die niet onder de AVG vallen (in dat geval moet het verzoek niet worden behandeld als een verzoek uit hoofde van artikel 15).

179. Andere gevallen waarin de toepasselijkheid van artikel 12, lid 5, AVG twijfelachtig is, zijn verzoeken met betrekking tot informatie of verwerkingsactiviteiten die duidelijk niet onder de verwerkingsactiviteiten van de verwerkingsverantwoordelijke vallen.

Voorbeeld 38 : Een betrokkene richt een verzoek aan een gemeentelijke autoriteit met betrekking tot gegevens  die  worden  verwerkt  door  een  overheidsinstantie.  In  plaats  van  aan  te  voeren  dat  het verzoek kennelijk ongegrond is, zou het voor de aangezochte autoriteit passender en eenvoudiger zijn om te  bevestigen  dat  zij  die  gegevens  niet  verwerkt  (eerste  bestanddeel  van  artikel 15  AVG:  'of' persoonsgegevens worden verwerkt) 100 .

180. Een verwerkingsverantwoordelijke mag niet aannemen dat een verzoek kennelijk ongegrond is omdat de betrokkene eerder verzoeken heeft ingediend die kennelijk ongegrond of buitensporig waren of als het verzoek niet-objectieve of ongepaste taal bevat.

## 6.3.2 Wat betekent buitensporig?

181. Er is geen definitie van de term 'buitensporig' in de AVG. Enerzijds kan op grond van de formulering 'met name vanwege hun repetitieve karakter' in artikel 12, lid 5, AVG worden geconcludeerd dat het belangrijkste scenario voor de toepassing van dit lid met betrekking tot artikel 15 AVG verband houdt met de hoeveelheid verzoeken van een betrokkene om inzage. Anderzijds laat de bovengenoemde formulering  zien  dat  andere  redenen  die  buitensporigheid  zouden  kunnen  veroorzaken  niet  bij voorbaat worden uitgesloten.
182. Overeenkomstig artikel 15, lid 3, AVG met betrekking tot het recht om een kopie te verkrijgen, kan een betrokkene zeker meer dan één verzoek indienen bij een verwerkingsverantwoordelijke 101 . In het geval van verzoeken die mogelijk als buitensporig kunnen worden beschouwd, hangt de beoordeling van de 'buitensporigheid'  af  van  de  analyse  die  de  verwerkingsverantwoordelijke  verricht  en  van  de specifieke kenmerken van de sector waarin deze actief is.
183. Bij  latere  verzoeken  moet  worden  beoordeeld  of  de  drempel  van  redelijke  tussenpozen  (zie overweging 63)  al  dan  niet  is  overschreden.  Verwerkingsverantwoordelijken  moeten  zorgvuldig rekening houden met de specifieke omstandigheden van elk geval.
184. In het geval van sociale netwerken zal de gegevensset waarschijnlijk met kortere tussenpozen worden gewijzigd dan in het geval van kadasters of centrale bedrijfsregisters. In het geval van zakenpartners moet de frequentie van de contacten met de klant in aanmerking worden genomen. Dienovereenkomstig verschillen ook de 'redelijke tussenpozen' waarbinnen betrokkenen hun recht van inzage opnieuw kunnen uitoefenen. Hoe vaker de databank van de verwerkingsverantwoordelijke wordt gewijzigd, hoe vaker betrokkenen inzage mogen vragen in hun persoonsgegevens zonder dat dit buitensporig  is.  Anderzijds  kan  een  tweede  verzoek  van  dezelfde  betrokkene  onder  bepaalde omstandigheden als repetitief worden beschouwd.

100 Een andere vraag is of de autoriteit waaraan het verzoek om inzage is gericht, gerechtigd is om het verzoek door te geven aan de bevoegde overheidsinstantie.

101 Volgens de tweede zin van artikel 15, lid 3, mag de verwerkingsverantwoordelijke een redelijke vergoeding aanrekenen voor bijkomende kopieën waarom is verzocht.

185. Bij het bepalen of er een redelijke tussenpoos is verstreken, moeten de verwerkingsverantwoordelijken  rekening  houden  met  het  volgende  in  het  licht  van  de  redelijke verwachtingen van de betrokkene:
2.  hoe vaak worden de gegevens gewijzigd - is het onwaarschijnlijk dat de informatie tussen twee verzoeken is gewijzigd? Als een gegevensverzameling duidelijk niet onderworpen is aan een andere verwerking dan opslag en de betrokkene hiervan op de hoogte is, bijvoorbeeld vanwege een eerder verzoek om inzage, kan dit een indicatie zijn voor een buitensporig verzoek;
3.  de aard van de gegevens - bijvoorbeeld of ze bijzonder gevoelig zijn;
4.  de doeleinden van de verwerking - hierbij kan het gaan om de vraag of de verwerking de verzoeker waarschijnlijk schade zal berokkenen als deze openbaar wordt gemaakt;
5.  of de opeenvolgende verzoeken betrekking hebben op hetzelfde soort informatie of verwerkingsactiviteiten dan wel op verschillende 102 .

Voorbeeld 39 (timmerman): Een betrokkene dient elke twee maanden een verzoek tot inzage in bij de  timmerman  die  een  tafel  voor  hem  heeft  gemaakt.  De  timmerman  beantwoordde  het  eerste verzoek volledig. Bij het bepalen of er een redelijke tussenpoos is verstreken, moet in overweging worden genomen dat de timmerman slechts af en toe (eerste opsommingsteken) en niet als onderdeel van zijn kernactiviteit persoonsgegevens verwerkt en verzamelt, en het is nog minder waarschijnlijk dat  de  timmerman  vaak  diensten  verleent  aan  dezelfde  betrokkene.  In  dit  geval  verleende  de timmerman namelijk niet meer dan één dienst aan de betrokkene, waardoor het onwaarschijnlijk is dat er wijzigingen zijn opgetreden in de dataset met betrekking tot de betrokkene. Met name gezien de aard en de hoeveelheid van de verwerkte persoonsgegevens, kunnen de risico's in verband met de verwerking als laag worden beschouwd (tweede opsommingsteken), zoals het doel van de verwerking (factureringsdoeleinden en naleving van de registratieplicht) waarschijnlijk geen schade toebrengt aan de betrokkene (derde opsommingsteken). Het verzoek heeft verder betrekking op dezelfde informatie als  het  laatste  verzoek  (vierde  opsommingsteken).  Dergelijke  verzoeken  kunnen  bijgevolg  als buitensporig worden beschouwd omdat ze zo vaak worden herhaald.

Voorbeeld  40  (socialemediaplatform): Een  socialemediaplatform  waarvan  de  kernactiviteit  het verzamelen  en/of  verwerken  van  persoonsgegevens  van  de  betrokkene  is,  voert  grootschalige complexe en continue verwerkingsactiviteiten uit. Een betrokkene die gebruik maakt van de diensten van  het  platform  dient om  de  drie  maanden een  verzoek  tot  inzage  in.  In  dit  geval  is  het  zeer waarschijnlijk  dat  de  persoonsgegevens  met  betrekking  tot  de  betrokkene  vaak  worden  gewijzigd (eerste opsommingsteken) en omvat het brede spectrum van verzamelde gegevens geëxtrapoleerde gevoelige persoonsgegevens (tweede opsommingsteken) die worden verwerkt om relevante inhoud en netwerkleden aan de betrokkene te tonen (derde opsommingsteken). Verzoeken om inzage om de drie  maanden kunnen - onder deze omstandigheden - in principe niet als buitensporig worden beschouwd vanwege het repetitieve karakter.


Voorbeeld 41 (kredietbureaus): Net als bij sociale netwerken kan niet worden uitgesloten dat de relevante gegevens die door kredietbureaus worden bijgehouden, met veel kortere tussenpozen worden gewijzigd dan het geval is op andere gebieden (eerste opsommingsteken). Dit houdt verband met talrijke factoren waarvan de betrokkene, als persoon van buitenaf, zich meestal niet bewust is vanwege de complexiteit van het bedrijfsmodel. De vraag welke soorten gegevens werden verzameld voor een scorewaardeberekening door de verwerkingsverantwoordelijke en welke momenteel in de berekening zijn opgenomen, kan daarom alleen door het kredietbureau zelf worden beantwoord. Daarnaast kan gegevensverwerking via kredietbureaus en de daaruit voortvloeiende scorewaarde verstrekkende gevolgen hebben voor de betrokkene met betrekking tot voorgenomen juridische transacties, zoals het sluiten van koop-, huur- of leasecontracten (derde opsommingsteken).

Het is niet mogelijk om in het algemeen een specifieke tussenpoos te bepalen waarbinnen het indienen van een bijkomend verzoek om inzage buitensporig zou kunnen worden geacht op grond van de tweede zin van artikel 12, lid 5, AVG. Daarentegen moet een algemene afweging worden gemaakt van de omstandigheden van het individuele geval. Gezien het belang van gegevensverwerking voor het dagelijks leven van de betrokkenen, kan echter worden aangenomen dat een tussenpoos van een jaar tussen de gratis verstrekte informatie in ieder geval te lang is om het verzoek als buitensporig te beschouwen. Als een verzoek met een zeer korte tussenpoos wordt ingediend, moet de beslissende factor zijn of de betrokkene reden heeft om aan te nemen dat de informatie of de verwerking is gewijzigd sinds het laatste verzoek. Als de betrokkene bijvoorbeeld een financiële transactie heeft uitgevoerd, zoals het afsluiten van een lening, moet de betrokkene het recht hebben om inzage te vragen in de kredietinformatie, ook al is een dergelijk verzoek kort daarvoor ingediend en beantwoord.

186. Als het mogelijk is om de informatie eenvoudig langs elektronische weg of via toegang op afstand tot een  beveiligd systeem  te verstrekken,  waardoor  de  nakoming  van  dergelijke  verzoeken  de verwerkingsverantwoordelijke  eigenlijk  niet  belast,  kunnen  latere  verzoeken  waarschijnlijk  niet  als buitensporig worden beschouwd.
187. Als een verzoek een eerder verzoek overlapt, kan het overlappende verzoek over het algemeen als buitensporig worden  beschouwd,  indien en voor zover het precies dezelfde informatie of verwerkingsactiviteiten betreft en de verwerkingsverantwoordelijke nog niet aan het eerdere verzoek heeft voldaan zonder dat de toestand van 'onredelijke vertraging' is bereikt (zie artikel 12, lid 3, AVG). In de praktijk kunnen beide verzoeken daarom worden gecombineerd.
188. Het feit dat het de verwerkingsverantwoordelijke veel tijd en moeite zou kosten om de informatie of de kopie aan de betrokkene te verstrekken, kan op zichzelf een verzoek niet buitensporig maken 103 . Een groot aantal verwerkingsactiviteiten brengt doorgaans grotere inspanningen met zich mee bij het voldoen  aan  verzoeken  om  inzage.  Zoals  hierboven  vermeld,  kunnen  verzoeken  onder  bepaalde omstandigheden echter als buitensporig worden beschouwd om andere redenen dan hun repetitieve karakter. Naar de mening van de EDPB omvat dit met name gevallen waarin misbruik wordt gemaakt van artikel 15 AVG, d.w.z. gevallen waarin betrokkenen buitensporig gebruik maken van het recht van inzage met als enige bedoeling de verwerkingsverantwoordelijke schade te berokkenen.
189. Tegen deze achtergrond mag een verzoek niet als buitensporig worden beschouwd op grond van het feit dat:

103 Geen evenredigheidstoets, zie punt 166.

-  de betrokkene geen redenen geeft voor het verzoek of de verwerkingsverantwoordelijke het verzoek als zinloos beschouwt;
-  de betrokkene ongepaste of onbeleefde taal gebruikt;
-  de betrokkene voornemens is de gegevens te gebruiken om verdere vorderingen in te dienen tegen de verwerkingsverantwoordelijke 104 .
190. Aan de andere kant kan een verzoek buitensporig worden bevonden wanneer bijvoorbeeld:
-  een persoon een verzoek indient, maar tegelijkertijd aanbiedt dit verzoek in te trekken in ruil voor een of ander voordeel van de verwerkingsverantwoordelijke, of
-  het  verzoek  kwaadwillig  is  en  wordt  gebruikt  om  de  verwerkingsverantwoordelijke  of  zijn werknemers lastig te vallen met het loutere doel om hinder te veroorzaken, bijvoorbeeld op grond van het feit dat:
- o de persoon uitdrukkelijk, in het verzoek of in andere communicatie, heeft aangegeven dat hij enkel van plan is om hinder te veroorzaken, of
- o de persoon systematisch verschillende verzoeken naar een verwerkingsverantwoordelijke stuurt als onderdeel van een campagne, bijvoorbeeld eens per week, met als doel en resultaat dat hinder wordt veroorzaakt 105 .

## 6.3.3 Gevolgen

191. In het geval van een kennelijk  ongegrond  of buitensporig verzoek  om  inzage  kunnen  de verwerkingsverantwoordelijken,  overeenkomstig  artikel 12,  lid 5,  AVG  een  redelijke  vergoeding aanrekenen (rekening houdend met de administratieve kosten voor het verstrekken van informatie of communicatie of het ondernemen van de gevraagde actie) of weigeren aan het verzoek te voldoen.
192. De EDPB wijst erop dat verwerkingsverantwoordelijken - aan de ene kant - over het algemeen niet verplicht zijn om een redelijke vergoeding aan te rekenen voordat ze weigeren om op een verzoek in te gaan. Aan de andere kant zijn ze ook niet volledig vrij om te kiezen tussen de twee alternatieven. In feite  moeten  verwerkingsverantwoordelijken  een  passende  beslissing  nemen  afhankelijk  van  de specifieke omstandigheden van het geval. Terwijl het nauwelijks denkbaar is dat het aanrekenen van een redelijke vergoeding een geschikte maatregel is bij kennelijk ongegronde verzoeken, zal het bij buitensporige verzoeken - in overeenstemming met het transparantiebeginsel - vaak beter zijn om een vergoeding aan te rekenen als compensatie voor de administratieve kosten die de  herhaalde verzoeken veroorzaken.
193. Verwerkingsverantwoordelijken moeten het kennelijk ongegronde of buitensporige karakter van een verzoek  kunnen  aantonen  (artikel 12,  lid 5,  derde  zin,  AVG).  Daarom  wordt  aanbevolen  om  de onderliggende feiten goed te documenteren. In overeenstemming met artikel 12, lid 4, AVG moeten verwerkingsverantwoordelijken,  indien  zij  geheel  of  gedeeltelijk  weigeren  om  in  te  gaan  op  een


105 'Systematisch verzenden als onderdeel van een campagne' betekent dat verzoeken die gemakkelijk in één verzoek kunnen worden gebundeld, door de betrokkene kunstmatig worden opgesplitst in vele afzonderlijke verzoeken met de kennelijke bedoeling om hinder te veroorzaken.

verzoek om inzage, de betrokkene onverwijld en uiterlijk binnen een maand na ontvangst van het verzoek de volgende informatie verstrekken:

-  de reden ervoor;
-  dat de betrokkene het recht heeft een klacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit;
-  de mogelijkheid om een voorziening in rechte in te stellen.
194. Alvorens  een  redelijke  vergoeding  aan  te  rekenen  op  basis  van  artikel 12,  lid 5,  AVG,  moeten verwerkingsverantwoordelijken de betrokkenen op de hoogte stellen van hun voornemen om dat te doen. Deze laatsten moeten in staat worden gesteld om te beslissen of ze het verzoek intrekken om te voorkomen dat er kosten worden aangerekend.
195. Ongerechtvaardigde afwijzingen van verzoeken op grond van het recht van inzage kunnen worden beschouwd als inbreuken op de rechten van de betrokkene uit hoofde van de artikelen 12 tot en met 22 AVG en kunnen derhalve worden onderworpen aan de uitoefening van corrigerende bevoegdheden door de bevoegde toezichthoudende autoriteiten, waaronder administratieve geldboeten op grond van artikel 83, lid 5, punt b), AVG. Als betrokkenen van mening zijn dat inbreuk is gepleegd op hun rechten als betrokkene, hebben zij het recht om een klacht in te dienen op basis van artikel 77 AVG.

## 6.4 Mogelijke beperkingen in de wetgeving van de Unie of de lidstaten op basis van artikel 23 AVG en afwijkingen

196. De  reikwijdte  van  de  verplichtingen  en  rechten  die  zijn  vastgelegd  in  artikel 15  AVG  kan  worden beperkt door wetgevende maatregelen in het recht van de Unie of de lidstaten 106 .
197. Verwerkingsverantwoordelijken die zich  willen  beroepen  op een  beperking op basis  van  nationale wetgeving, moeten zorgvuldig de vereisten van de bepaling in die wetgeving controleren. Verder is het belangrijk op te merken dat in het recht van de lidstaten (of de Unie) vervatte beperkingen van het recht van inzage die zijn gebaseerd op artikel 23 AVG, strikt moeten voldoen aan de voorwaarden van die bepaling. De EDPB heeft de Richtsnoeren 10/2020 met betrekking tot de beperkingen krachtens artikel 23 AVG uitgegeven met meer uitleg hierover. Wat het recht van inzage betreft, herinnert de EDPB  eraan  dat de verwerkingsverantwoordelijke de beperkingen  moet  opheffen  zodra de omstandigheden die deze rechtvaardigen, niet langer van toepassing zijn 107 .
198. Wetgevingsmaatregelen met betrekking tot beperkingen op grond van artikel 23 AVG mogen er ook in voorzien dat de uitoefening van een recht tijdelijk wordt uitgesteld, dat een recht gedeeltelijk wordt uitgeoefend of tot bepaalde categorieën van gegevens wordt beperkt, of dat een recht indirect via een onafhankelijke toezichthoudende autoriteit kan worden uitgeoefend 108 .




aan een betrokkene die om inzage heeft verzocht, deze informatie op verzoek van de betrokkene wordt verstrekt aan de federale toezichthoudende autoriteit, tenzij de verantwoordelijke hoogste federale autoriteit (boven de autoriteit  waarop  het  verzoek  betrekking  had)  in  het  individuele  geval  bepaalt  dat  dit  de  veiligheid  van  de federatie of een deelstaat in gevaar zou brengen. De Italiaanse wet inzake gegevensbescherming voorziet in indirecte  inzage  (via  de  autoriteit)  indien  de  inzage  bepaalde  belangen  kan  schaden  (bv.  het  belang  om  het witwassen van geld tegen te gaan), zie artikel 2-L van de Italiaanse wet inzake gegevensbescherming.

## BIJLAGE - STROOMDIAGRAM

Stap 1: Hoe moet ik het verzoek interpreteren en beoordelen?

<!-- image -->

Stap 2: Hoe wordt het verzoek beantwoord (1)?

## Drie  hoofdbestanddelen  van  het  recht  van  inzage  (structuur van artikel 15)

Uitsluitsel  over  het  al dan

niet verwerken

van persoonsgegevens

Aanvullende informatie over  doelen,  ontvangers enz. (artikel 15, lid 1, punten a) tot en met h))

Stap 2: Hoe wordt het verzoek beantwoord (2)?

<!-- image -->

Stap 2: Hoe wordt het verzoek beantwoord (3)?

<!-- image -->

| Hoe kan de verwerkingsverantwoordelijke alle gegevens over de betrokkene opvragen?                                                                                                                                                                                                       | Hoe kan de verwerkingsverantwoordelijke alle gegevens over de betrokkene opvragen?          | Hoe kan de verwerkingsverantwoordelijke alle gegevens over de betrokkene opvragen?   |                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                  |
|------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|---------------------------------------------------------------------------------------------|--------------------------------------------------------------------------------------|----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|
| Zoekcriteria definiëren - op basis van wat de betrokkene heeft opgegeven, andere informatie die de verwerkingsverantwoordelijke over de betrokkene heeft en de factoren aan de hand waarvan de gegevens zijn gestructureerd (bv. klantnummer, IP-adressen, beroepstitel, familierelaties | Alle technische functies identificeren die beschikbaar kunnen zijn om gegevens op te halen. | Alle relevante IT- of niet-IT-bestanden doorzoeken.                                  | Gegevens die betrekking hebben op de betrokkene samenvatten, extraheren of anderszins verzamelen op een manier die de verwerking volledig weerspiegelt, d.w.z . die alle persoonsgegevens over de betrokkene omvat en de betrokkene in staat stelt zich te vergewissen van de rechtmatigheid van de verwerking en deze te controleren. De informatie kan per geval worden opgevraagd of, in voorkomend geval, met behulp van een |

Inzage van persoonsgeg evens

Stap 3: Grenzen en beperkingen controleren (1)

<!-- image -->

Stap 3: Grenzen en beperkingen controleren (2)

<!-- image -->

---

## Footnotes

1. Verwijzingen naar 'lidstaten' in dit document moeten worden gelezen als verwijzingen naar 'lidstaten van de EER'.

4. Zie overwegingen 7, 68, 75 en 85 van de AVG.

5. Zie hoofdstuk VIII, de artikelen 77, 78 en 79 van de AVG.

10. Richtsnoeren 10/2020 van de EDPB met betrekking tot de beperkingen krachtens artikel 23 AVG, versie voor openbare raadpleging, 18 december 2020.

13. Zie voor informatie hierover Groep gegevensbescherming artikel 29, WP260 rev.01, 11 april 2018, Richtsnoeren inzake transparantie overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 - bekrachtigd door de EDPB (hierna 'Richtsnoeren inzake transparantie van de Groep gegevensbescherming artikel 29 - bekrachtigd door de EDPB' genoemd).

14. De verplichting om een kopie te verstrekken werd niet genoemd in Richtlijn 95/46/EG betreffende gegevensbescherming.

16. Voor richtsnoeren over passende maatregelen, zie afdeling 5, punten 123-129.

18. Zie voor meer informatie afdeling 5.2.3 over de gelaagde aanpak.

19. Zie in dit verband verdere verduidelijkingen in afdeling 4 van deze richtsnoeren, alsook in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 7 mei 2009 in zaak C-553/07, College van burgemeester en wethouders van Rotterdam/M. E. E. Rijkeboer, over een recht op toegang tot informatie over de ontvangers of categorieën ontvangers met betrekking tot het verleden.

22. De verwerkingsverantwoordelijke zorgt voor passende beveiliging van de persoonsgegevens, in overeenstemming  met  het  beginsel  van  integriteit  en  vertrouwelijkheid  (artikel 5,  lid 1,  punt f),  AVG),  door passende technische en organisatorische maatregelen te treffen, zoals bedoeld in artikel 32 AVG en uitgewerkt in  artikel 24  AVG.  De  verwerkingsverantwoordelijke  moet  kunnen  aantonen  dat  hij  een  passend  niveau  van gegevensbescherming  waarborgt,  in  overeenstemming  met  het  verantwoordingsbeginsel  (zie  ook:  Groep gegevensbescherming artikel 29, Advies 3/2010 over het  beginsel van verantwoordingsplicht, vastgesteld op 13 juli 2010, 00062/10/EN WP 173, en Richtsnoeren 07/2020 van de EDPB over de begrippen 'verwerkingsverantwoordelijke' en 'verwerker' in de AVG).

23. Tenzij het verzoek ook betrekking heeft op niet-persoonsgebonden gegevens die onlosmakelijk verbonden zijn met de persoonsgegevens van de betrokkene. Voor meer uitleg zie punt 100.

24. Zie  overweging  26  AVG.  Verdere  uitleg  over  de  begrippen  anonieme  gegevens  en  gepseudonimiseerde gegevens  is  te  vinden  in  Advies 4/2007  van  de  Groep  gegevensbescherming  artikel 29  over  het  begrip persoonsgegeven, blz. 18-21.

25. Groep  gegevensbescherming  artikel 29,  WP242  rev.01,  5 april  2017,  Richtlijnen  inzake  het  recht  op gegevensoverdraagbaarheid  -  bekrachtigd  door  de  EDPB  (hierna  'Groep  gegevensbescherming  artikel 29, Richtlijnen inzake het recht op gegevensoverdraagbaarheid - bekrachtigd door de EDPB' genoemd), blz. 9.

26. Zie afdeling 3.4 ('Verzoeken via derden/volmachthouders').

27. Zie verdere richtsnoeren over het tijdschema in afdeling 5.3.

29. Groep gegevensbescherming artikel 29, Richtlijnen inzake het recht op gegevensoverdraagbaarheid bekrachtigd door de EDPB, blz. 13.

30. Groep gegevensbescherming artikel 29, Richtlijnen inzake het recht op gegevensoverdraagbaarheid bekrachtigd door de EDPB, blz. 14.

31. Zie verder advies over authenticatie in afdeling 3.3.

34. Groep gegevensbescherming artikel 29, Richtlijnen inzake het recht op gegevensoverdraagbaarheid bekrachtigd door de EDPB, blz. 14.

35. Zie verdere richtsnoeren met betrekking tot authenticatiemethoden in de Richtsnoeren 01/2021 van de EDPB over  voorbeelden  betreffende  de  melding  van  inbreuken  in  verband  met  persoonsgegevens,  vastgesteld  op 14 januari 2021, blz. 30-31, en in de Richtsnoeren 02/2021 van de EDPB inzake virtuele spraakassistenten, versie 2.0, vastgesteld op 7 juli 2021, afdeling 3.7.

36. Groep gegevensbescherming artikel 29, Richtlijnen inzake het recht op gegevensoverdraagbaarheid bekrachtigd door de EDPB, blz. 14.

37. Groep gegevensbescherming artikel 29, Richtlijnen inzake het recht op gegevensoverdraagbaarheid bekrachtigd door de EDPB, blz. 14.

38. Zie ook Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie  en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG, waarin verschillende diensten worden genoemd die veilige identificatie op afstand mogelijk maken.

40. Met betrekking tot de termijnen voor de uitoefening van het recht van inzage wanneer de verwerkingsverantwoordelijke aanvullende informatie nodig heeft, zie punt 157.

44. Met betrekking tot de termijnen voor de uitoefening van het recht van inzage wanneer de verwerkingsverantwoordelijke aanvullende informatie nodig heeft, zie punt 157.

45. In overeenstemming met het beginsel van privacy door ontwerp maakt een dergelijke analyse deel uit van de beoordeling  van  passende  maatregelen  en  waarborgen  om  de  beginselen  van  gegevensbescherming  en  de rechten van de betrokkenen te beschermen,  die wordt uitgevoerd 'zowel bij de bepaling van de verwerkingsmiddelen als bij de verwerking zelf'. Het verkorten van de reactietijd wanneer betrokkenen hun rechten uitoefenen, kan bijvoorbeeld een van de maatstaven zijn. Zie voor meer uitleg de Richtsnoeren 4/2019 inzake artikel 25 - gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen.

47. Bijvoorbeeld WP251 rev01, Richtsnoeren van de Groep gegevensbescherming artikel 29 inzake geautomatiseerde individuele besluitvorming en profilering voor de toepassing van Verordening (EU) 2016/679, blz. 19; Groep gegevensbescherming artikel 29, Richtlijnen inzake het recht op gegevensoverdraagbaarheid bekrachtigd door de EDPB, blz. 9.

48. De Groep gegevensbescherming artikel 29 is de onafhankelijke Europese werkgroep die zich tot 25 mei 2018 (inwerkingtreding van de AVG) bezighield met vraagstukken over de bescherming van privacy en persoonsgegevens, en is de voorloper van de EDPB.

51. Hof van Justitie, gevoegde zaken C-141/12 en C-372/12, YS/Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel en Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel/M en S, 17 juli 2014.

53. Hof van Justitie, C-434/16, Peter Nowak/Data Protection Commissioner, 20 december 2017.

56. Groep gegevensbescherming artikel 29, Richtlijnen inzake het recht op gegevensoverdraagbaarheid bekrachtigd door de EDPB, blz. 9.

58. Groep gegevensbescherming artikel 29, Richtlijnen inzake het recht op gegevensoverdraagbaarheid bekrachtigd door de EDPB, blz. 10-11.

59. Groep  gegevensbescherming  artikel 29,  Richtlijnen  inzake  het  recht  op  gegevensoverdraagbaarheid  bekrachtigd door de EDPB, blz. 10-11. Groep gegevensbescherming artikel 29, WP 251 rev.01, 6 februari 2018, Richtsnoeren van de Groep gegevensbescherming artikel 29 inzake geautomatiseerde individuele besluitvorming en  profilering  voor  de  toepassing  van  Verordening  (EU) 2016/679  -  bekrachtigd  door  de  EDPB  (hierna 'Richtsnoeren van de Groep gegevensbescherming artikel 29 inzake geautomatiseerde individuele besluitvorming en profilering - bekrachtigd door de EDPB' genoemd), blz. 9-10.

60. Zoals  eerder  vermeld  in  de  Groep  gegevensbescherming  artikel 29,  Richtlijnen  inzake  het  recht  op gegevensoverdraagbaarheid - bekrachtigd door de EDPB, blz. 10 en herhaald in de Richtsnoeren van de Groep gegevensbescherming artikel 29 inzake geautomatiseerde individuele besluitvorming en profilering  bekrachtigd door de EDPB, blz. 17.

61. Verdere  uitleg  over  het  begrip  anonimisering  is  te  vinden  in  Groep  gegevensbescherming  artikel 29, Advies 5/2014 over anonimiseringstechnieken, WP216, 10 april 2014, blz. 5-19.

62. Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 29 mei 2019 - Richtsnoeren over de verordening inzake een kader voor het vrije verkeer van niet-persoonsgebonden gegevens in de Europese Unie (COM(2019)250 final).

63. Groep  gegevensbescherming  artikel 29,  Richtlijnen  inzake  het  recht  op  gegevensoverdraagbaarheid  bekrachtigd door de EDPB, blz. 9. Alleen persoonsgegevens vallen onder het verzoek tot gegevensoverdraagbaarheid. Dus anonieme gegevens of gegevens die niets met de betrokkene te maken hebben, vallen daar niet onder. Gegevens over een pseudoniem dat duidelijk aan een betrokkene kan worden gelinkt (bv. omdat hij of zij de nodige informatie bezorgt voor de respectieve  identificatie, zie artikel 11, lid 2), vallen hier echter wel onder.

64. Hof van Justitie, arrest in zaak C-434/16, Peter Nowak/Data Protection Commissioner, 2017, punt 44.

65. Groep  gegevensbescherming  artikel 29,  Richtlijnen  inzake  het  recht  op  gegevensoverdraagbaarheid  bekrachtigd door de EDPB, blz. 9. In  veel  gevallen  zullen  verwerkingsverantwoordelijken gegevens verwerken waarin de persoonsgegevens van verschillende betrokkenen opgenomen zijn. In dat geval dienen verwerkingsverantwoordelijken de zin 'persoonsgegevens over de betrokkene' niet al te strikt op te vatten. Zo kunnen gegevens van telefoongesprekken, persoonlijke berichten of VoIP-communicaties (in de accounthistoriek van de klant) bijvoorbeeld informatie bevatten van derden die bij inkomende en uitgaande gesprekken betrokken zijn. Maar ook al bevatten die geregistreerde gegevens dan persoonsgegevens over meerdere personen, toch moeten de klanten deze gegevens op grond van een verzoek tot gegevensoverdraagbaarheid kunnen verkrijgen, want ze betreffen (ook) de betrokkene zelf. Maar als deze gegevens daarna naar een nieuwe verwerkingsverantwoordelijke  gestuurd  worden,  mag  deze  nieuwe  verwerkingsverantwoordelijke  ze  niet verwerken voor een doel waarbij afbreuk wordt gedaan aan de rechten en vrijheden van derden (zie hierna: derde voorwaarde).

67. Groep gegevensbescherming artikel 29, WP260 rev.01, 11 april 2018, Richtsnoeren inzake transparantie overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 - bekrachtigd door de EDPB (hierna 'Richtsnoeren inzake transparantie van de Groep gegevensbescherming artikel 29 - bekrachtigd door de EDPB' genoemd).

70. Groep gegevensbescherming artikel 29, WP260 rev.01, 11 april 2018, Richtsnoeren inzake transparantie overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 - bekrachtigd door de EDPB (hierna 'Richtsnoeren inzake transparantie van de Groep gegevensbescherming artikel 29 - bekrachtigd door de EDPB' genoemd), blz. 37 (bijlage)

72. Het loutere feit dat de gegevens aan een groot aantal ontvangers zijn verstrekt, maakt het verzoek op zich niet buitensporig, zie afdeling 6, punt 188.

74. Zie in dit verband de Richtsnoeren inzake transparantie overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 (WP 260), punt 41, met verwijzing naar Richtsnoeren inzake geautomatiseerde individuele besluitvorming en profilering voor de toepassing van Verordening (EU) 2016/679 (WP 251).

75. Een dergelijke zoekopdracht moet natuurlijk ook informatie bevatten die in het bezit is van een verwerker, zie artikel 28, lid 3, punt e), AVG.

76. Groep gegevensbescherming artikel 29, WP260 rev.01, 11 april 2018, Richtsnoeren inzake transparantie overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 - bekrachtigd door de EDPB (hierna 'Richtsnoeren inzake transparantie van de Groep gegevensbescherming artikel 29 - bekrachtigd door de EDPB' genoemd).

92. Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden.

93. Wanneer de verwerkingsverantwoordelijke een grote hoeveelheid gegevens betreffende de betrokkene verwerkt, zoals vermeld in overweging 63 AVG, kan de verwerkingsverantwoordelijke de betrokkene verzoeken om te preciseren op welke informatie of welke verwerkingsactiviteiten het verzoek betrekking heeft. Zie ook afdeling 2.3.1.

95. Dit doet geen afbreuk aan toepasselijke nationale wetgeving die voldoet aan de vereisten van artikel 23 AVG, zie hoofdstuk 6.4.

96. Het gewicht of de prioriteit van de conflicterende rechten en vrijheden is geen zaak die draait om de definitie van de termen 'rechten en vrijheden'. Het afwegen van dergelijke belangen maakt echter deel uit van een tweede stap in de beoordeling of artikel 15, lid 4, van toepassing is. Zie punt 173.

97. EHRM, Bărbulescu/Roemenië, nr. 61496/08, punt 80, 5 september 2017.

98. Zie bijvoorbeeld ook Hof van Justitie, gevoegde zaken C-92/09 en C-93/09, Volker und Markus Schecke GbR en Hartmut Eifert/Land Hessen [Grote Kamer], 9 november 2010, punt 48.

102. Als  het  volgende  verzoek betrekking heeft op hetzelfde type informatie qua reikwijdte EN tijd, is er geen sprake van buitensporigheid maar van een verzoek om een bijkomende kopie, zie afdeling 2.2.2.2.

104. Dit doet geen afbreuk aan toepasselijke nationale wetgeving die voldoet aan de vereisten van artikel 23 AVG, zie hoofdstuk 6.4.

106. Zie  bijvoorbeeld  de  artikelen 32  tot  en  met  37  van  de  Duitse  federale  wet  inzake  gegevensbescherming (BDSG), de artikelen 16 en 17 van de Noorse wet inzake persoonsgegevens en artikel 5 van de Zweedse wet inzake gegevensbescherming.

107. Punt 76 van de Richtsnoeren 10/2020 met betrekking tot de beperkingen krachtens artikel 23 AVG, versie 2.0, vastgesteld op 13 oktober 2021.

108. Punt 12 van de Richtsnoeren 10/2020 met betrekking tot de beperkingen krachtens artikel 23 AVG, versie 2.0, vastgesteld  op  13 oktober  2021.  Artikel 34,  lid 3,  van  de  Duitse  federale  wet  inzake  gegevensbescherming bepaalt bijvoorbeeld dat als een overheidsinstantie vanwege bepaalde beperkingen geen informatie verstrekt

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/38098 · 2026-08-22
