# Artikel 29-werkgroep: richtsnoeren transparantie onder de AVG

- Type: Guidance
- Source: EDPB
- Identifier: edpb-guidelines-transparantie
- Date: 2025-11-21
- Original: https://www.edpb.europa.eu/system/files/2023-09/wp260rev01_nl.pdf
- Canonical: https://overview.legal/posts/38104
- Topics: Personal Data, Transparency, Processing, Inspection Access Rights and Cooperation Obligations, GDPR Subject-Matter and Objectives, GDPR Article 5 Principles of Processing, Professional Secrecy, Health Data, Archiving, Automated Decision-Making

## Summary

De Groep gegevensbescherming artikel 29 heeft richtsno

## Full text

## GROEP GEGEVENSBESCHERMING ARTIKEL 29

Groep gegevensbescherming artikel 29

Richtsnoeren inzake transparantie overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679

## Goedgekeurd op 29 november 2017

Laatstelijk herzien en goedgekeurd op 11 april 2018

## DE GROEP VOOR DE BESCHERMING VAN PERSONEN IN VERBAND MET DE VERWERKING VAN PERSOONSGEGEVENS

ingesteld bij Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995, gezien de artikelen 29 en 30 daarvan,

gezien het reglement van orde van de werkgroep,

## HEEFT DE VOLGENDE RICHTSNOEREN VASTGESTELD:

De  Groep  gegevensbescherming  artikel  29  is  opgericht  op  grond  van  artikel  29  van  Richtlijn  95/46/EG.  De  Groep  is  een onafhankelijk Europees adviesorgaan inzake gegevensbescherming en privacy. De taken van de Groep zijn omschreven in artikel 30 van Richtlijn 95/46/EG en artikel 15 van Richtlijn 2002/58/EG.

Het secretariaat wordt verzorgd door directoraat C (Grondrechten en burgerschap van de Unie) van het directoraat-generaal Justitie van de Europese Commissie, B-1049 Brussel, België, kantoor MO-59 02/013.

17/NL

WP260 rev.01

<!-- image -->

## GROEP GEGEVENSBESCHERMING ARTIKEL 29

## Inhoud

| Inleiding............................................................................................................................ 4                   |
|-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|
| De betekenis van transparantie........................................................................................... 6                               |
| Elementen van transparantie overeenkomstig de AVG.......................................................... 7                                             |
| 'Beknopt, transparant, begrijpelijk en gemakkelijk toegankelijk' ........................................................7                                |
| 'Duidelijke en eenvoudige taal' ...........................................................................................................9              |
| Verstrekking van informatie aan kinderen en andere kwetsbare personen ........................................11                                          |
| 'Schriftelijk of met andere middelen' ................................................................................................12                  |
| '...de informatie kan mondeling worden verstrekt' ...........................................................................14                           |
| 'Kosteloos' ........................................................................................................................................15    |
| Aan de betrokkene te verstrekken informatie - artikelen 13 en 14.........................................15                                               |
| Inhoud ...............................................................................................................................................15  |
| 'Passende maatregelen' ...................................................................................................................16              |
| Termijn voor het verstrekken van de informatie ................................................................................16                         |
| Veranderingen in de informatie van de artikelen 13 en 14 .................................................................19                              |
| Moment van de kennisgeving van veranderingen in de informatie van artikel 13 en artikel 14 ..........20                                                   |
| Regelingen - vorm van de informatieverstrekking .............................................................................21                           |
| Gelaagde aanpak in een digitale omgeving en gelaagde privacyverklaringen/mededelingen ...........22                                                       |
| Gelaagde aanpak in een niet-digitale omgeving ................................................................................23                          |
| 'Push'- en 'pull'-berichten ...............................................................................................................23             |
| Andere typen 'passende maatregelen' .............................................................................................24                       |
| Informatie over profilering en geautomatiseerde besluitvorming ......................................................25                                   |
| Andere kwesties - risico's, regels en waarborgen ...............................................................................26                        |
| Informatie met betrekking tot verdere verwerking ..............................................................27                                         |
| Visualisatie-instrumenten ................................................................................................ 29                             |
| Iconen ................................................................................................................................................29 |
| Certificeringsmechanismen, zegels en merktekens ............................................................................30                            |
| Uitoefening van rechten door betrokkenen.........................................................................31                                       |
| Uitzonderingen op de verplichting ominformatie te verstrekken ..........................................32                                                |
| Uitzonderingen van artikel 14 ............................................................................................................33              |

<!-- image -->

| Blijkt onmogelijk, zou onevenredig veel inspanning vergen of dreigt de doeleinden van de verwerking ernstig in het gedrang te brengen ......................................................................................................33   |
|--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|
| 'Onmogelijk blijkt' ............................................................................................................................34                                                                                               |
| Onmogelijkheid omdebron van de gegevens te verstrekken ............................................................34                                                                                                                            |
| 'Onevenredig veel inspanning' .........................................................................................................35                                                                                                        |
| Ernstig in het gedrang dreigt brengen ................................................................................................37                                                                                                         |
| De verkrijging of verstrekking is uitdrukkelijk vastgelegd in de wet ...................................................37                                                                                                                       |
| Vertrouwelijkheid uit hoofde van een beroepsgeheim ........................................................................38                                                                                                                    |
| Beperkingen van de rechten van betrokkenen.................................................................... 39                                                                                                                                |
| Transparantie en inbreuken in verband met persoonsgegevens ........................................... 40                                                                                                                                        |
| Bijlage ............................................................................................................................ 41                                                                                                          |

## Inleiding

1. Deze richtsnoeren van de Groep gegevensbescherming artikel 29 (WP29) bieden praktische aanwijzingen voor en hulp bij de interpretatie van de nieuwe transparantieverplichting met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens  overeenkomstig de  algemene verordening  gegevensbescherming 1   (de  ' AVG ').  Transparantie  is  een  overkoepelende verplichting  op  grond  van  de  AVG,  die  van  toepassing  is  op  drie  kerngebieden:  1)  de verstrekking van informatie aan betrokkenen in verband met een behoorlijke verwerking; 2) de wijze waarop verwerkingsverantwoordelijken communiceren met betrokkenen over hun rechten  uit  hoofde  van  de  AVG;  en  3)  de  wijze  waarop  verwerkingsverantwoordelijken betrokkenen  helpen  om  hun  rechten  uit  te  oefenen 2 .  Voor  zover  naleving  van  het transparantiebeginsel een vereiste is bij gegevensverwerking overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/680 3 , zijn deze richtsnoeren ook van toepassing op de interpretatie van dat beginsel 4 . Het is de bedoeling van deze richtsnoeren, zoals van alle richtsnoeren van de WP29, dat ze relevant  zijn  voor  en  algemeen  worden  toegepast  door  verwerkingsverantwoordelijken, ongeacht eventuele specifieke sectorale en regelgevingseisen die kunnen gelden voor een bepaalde  verwerkingsverantwoordelijke.  Als  zodanig  kunnen  deze  richtsnoeren  niet  alle nuances en variabelen bestrijken die zich kunnen  voordoen  in het kader van de transparantieverplichtingen  van  een  specifieke  sector,  een  specifieke  industrie  of  een specifiek  gereguleerd  gebied.  Met  deze  richtsnoeren  wordt  daarentegen  beoogd  om verwerkingsverantwoordelijken  te  helpen  bij  het  op  een  hoog  niveau  begrijpen  van  de praktische betekenis die volgens de interpretatie van WP29 aan de transparantieverplichtingen  moet  worden  gegeven,  en  om  de  aanpak  aan  te  geven  die verwerkingsverantwoordelijken volgens de WP29 zouden moeten volgen om transparant te zijn en de beginselen van behoorlijkheid en verantwoordingsplicht bij hun transparantiemaatregelen in aanmerking te nemen.


2   In  deze  richtsnoeren  worden  de  algemene  beginselen  in  verband  met  de  uitoefening  van  rechten  door  betrokkenen uiteengezet, en worden geen specifieke regelingen voor elk van de individuele rechten van betrokkenen uit hoofde van de AVG beschreven.



<!-- image -->

2. Transparantie is al heel lang een belangrijk beginsel van het EU-recht 5 . Transparantie moet ervoor zorgen dat burgers vertrouwen hebben in de processen die hen raken, en helpt hen die  processen  te  begrijpen  en,  indien  nodig,  daartegen  bezwaar  te  maken.  Ook  is transparantie een  uitdrukking  van het beginsel van  eerlijkheid in  verband  met  de verwerking  van  persoonsgegevens  zoals  vervat  in  artikel  8  van  het  Handvest  van  de grondrechten van de Europese Unie. Aan de bepaling in artikel 5, lid 1, onder a), van de AVG) 6 ) dat gegevens op een rechtmatige en behoorlijke wijze moeten worden verwerkt, is nu ook transparantie toegevoegd als fundamenteel aspect van deze beginselen 7 . Transparantie is intrinsiek verbonden met behoorlijkheid en met het nieuwe beginsel van verantwoordingsplicht dat in de AVG is opgenomen. Ook volgt uit artikel 5, lid 2, dat de verwerkingsverantwoordelijke  altijd  moet  kunnen  aantonen  dat  persoonsgegevens  ten aanzien  van  de  betrokkene  op  een  transparante  manier  worden  verwerkt. 8 In  verband hiermee vereist het beginsel van de verantwoordingsplicht dat verwerkingen transparant geschieden, zodat verwerkingsverantwoordelijken kunnen aantonen dat ze hun verplichtingen uit hoofde van de AVG nakomen 9 .
3. In overeenstemming met overweging 171 van de AVG moeten verwerkingsverantwoordelijken  ervoor  zorgen  dat  verwerkingen  die  op  25  mei  2018  al gaande zijn per die datum voldoen aan de transparantievereisten van de AVG (en aan alle andere verplichtingen uit hoofde van de AVG). Dat betekent dat verwerkingsverantwoordelijken  vóór  25  mei  2018  alle  informatie  over  de  verwerking  van persoonsgegevens die aan betrokkenen is verstrekt (bijvoorbeeld in privacyverklaringen/mededelingen,  enz.)  opnieuw  moeten  bekijken  en  ervoor  moeten zorgen  dat  deze  voldoen  aan  de  in  deze  richtsnoeren  besproken  transparantievereisten. Wanneer die informatie wordt veranderd of aangevuld, moeten verwerkingsverantwoordelijken het aan betrokkenen duidelijk maken dat deze veranderingen  zijn  doorgevoerd  om  aan  de  AVG  te  voldoen.  De  WP29  beveelt  aan  om dergelijke  veranderingen  of  aanvullingen  actief  onder  de  aandacht  van  betrokkenen  te brengen, maar deze informatie ten minste openbaar te maken (bv. op hun website). Als de

5   In  artikel  1  van  het  Verdrag  betreffende  de  Europese  Unie  (VEU)  wordt  bepaald  dat  besluiten  '

openheid en zo dicht mogelijk bij de burger worden genomen in  zo  groot  mogelijke

'; Artikel 11, lid 2, van het VEU luidt als volgt: '

De instellingen voeren  een  open,  transparante  en  regelmatige  dialoog  met  representatieve  organisaties  en  met  het  maatschappelijk

middenveld';

en  in artikel 15 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) wordt onder meer bepaald dat burgers van de Unie recht hebben op toegang tot documenten van de instellingen, organen en instanties van

de  Unie,  met  als  doel  dat  deze  instellingen,  organen  en  instanties  van  de  Unie  zorgen  voor  transparantie  in  hun werkzaamheden.

6  'Persoonsgegevens moeten worden verwerkt op een wijze die ten aanzien van de betrokkene rechtmatig, behoorlijk en transparant is'.


8   Artikel  5,  lid  2,  van  de  AVG  vereist  dat  een  verwerkingsverantwoordelijke  kan  aantonen  dat  gegevens  transparant worden  verwerkt  (samen  met  de  vijf  andere  beginselen  van  gegevensverwerking  zoals  beschreven  in  artikel  5,  lid  1) overeenkomstig het beginsel van de verantwoordingsplicht.

9   De  verplichting  voor  verwerkingsverantwoordelijken  om  passende  technische  en  organisatorische  maatregelen  te treffen om te waarborgen en te kunnen aantonen dat de verwerking in overeenstemming met de AVG wordt uitgevoerd is neergelegd in artikel 24, lid 1.

veranderingen  of aanvullingen echter wezenlijk of substantieel zijn, zouden  ze, in overeenstemming met de paragrafen 29 tot en met 32 hieronder, actief onder de aandacht van de betrokkenen moeten worden gebracht.

4. Transparantie, indien toegepast door verwerkingsverantwoordelijken, stelt betrokkenen in staat om verwerkingsverantwoordelijken en verwerkers verantwoording te laten afleggen en hun rechten ten aanzien van hun persoonsgegevens uit te oefenen, bijvoorbeeld door hun geïnformeerde toestemming in te trekken of hun rechten als betrokkene in te roepen 10 . Het begrip transparantie wordt in de AVG gebruikt vanuit het oogpunt van de gebruiker, en niet zozeer in legalistische zin, en wordt in een aantal artikelen als een specifieke praktische vereiste opgelegd aan verwerkingsverantwoordelijken en verwerkers. De praktische (informatie)vereisten worden beschreven in de artikelen 12 tot en met 14 van de AVG. De kwaliteit,  toegankelijkheid  en  compleetheid  van  de  transparantie-informatie  die  aan betrokkenen  moet  worden  verstrekt  zijn  echter  even  belangrijk  als  de  feitelijke  inhoud ervan.
5. De transparantievereisten van de AVG zijn van toepassing ongeacht de rechtsgrond voor de verwerking en gedurende de hele levenscyclus van de verwerking. Dit kan duidelijk worden afgeleid  uit  artikel  12,  waarin  wordt  bepaald  dat  transparantie  van  toepassing  is  op  de volgende fasen van de gegevensverwerkingscyclus:
- voorafgaand  aan  of  bij  het  begin  van  de  gegevensverwerkingscyclus,  d.w.z. wanneer de persoonsgegevens worden verzameld bij de betrokkene of op andere wijze worden verkregen;
- gedurende de hele verwerkingsperiode, d.w.z. bij de communicatie met betrokkenen over hun rechten; en
- op specifieke tijdstippen terwijl de verwerking gaande is, bijvoorbeeld in geval van inbreuken  in  verband  met  persoonsgegevens  of  wezenlijke  veranderingen  in  de verwerking.

## De betekenis van transparantie

6. Transparantie wordt in de AVG niet gedefinieerd. Overweging 39 van de AVG is informatief ten aanzien van de betekenis en de gevolgen van het transparantiebeginsel in het kader van gegevensverwerking:

"Voor natuurlijke personen dient het transparant te zijn dat hen betreffende persoonsgegevens worden verzameld, gebruikt, geraadpleegd of anderszins verwerkt


'[...] dit vereiste van informatieverstrekking aan de door de verwerking van hun persoonsgegevens betrokkenen, waardoor de transparantie van elke verwerking wordt gewaarborgd, [is] des te belangrijker [...] aangezien het een voorwaarde is voor de uitoefening van het recht van toegang van belanghebbenden tot de verwerkte gegevens, als bedoeld in artikel 12 van richtlijn 95/46, en van hun recht van verzet tegen de verwerking van die gegevens, geregeld in artikel 14 van dezelfde richtlijn'.

en  in  hoeverre  de  persoonsgegevens  worden  verwerkt  of  zullen  worden  verwerkt. Overeenkomstig  het  transparantiebeginsel  moeten  informatie  en  communicatie  in verband  met  de  verwerking  van  die  persoonsgegevens  eenvoudig  toegankelijk  en begrijpelijk zijn, en moet duidelijke en eenvoudige taal worden gebruikt. Dat beginsel betreft  met  name  het  informeren  van  de  betrokkenen  over  de  identiteit  van  de verwerkingsverantwoordelijke  en  de  doeleinden  van  de  verwerking,  alsook  verdere informatie om te zorgen voor behoorlijke en transparante verwerking met betrekking tot de natuurlijke personen in kwestie en hun recht om bevestiging en mededeling te krijgen van hun persoonsgegevens die worden verwerkt...'

## Elementen van transparantie overeenkomstig de AVG

7. De belangrijkste artikelen van de AVG die betrekking hebben op transparantie, omdat ze van toepassing zijn op de rechten van betrokkenen, zijn te vinden in hoofdstuk III (Rechten van de betrokkene). Artikel 12 bevat de algemene voorschriften die van toepassing zijn op: de  verstrekking  van  informatie  aan  betrokkenen  (artikelen  13-14),  de  communicatie  met betrokkenen over de uitoefening van hun rechten (artikelen 15-22), de communicatie over inbreuken in verband met persoonsgegevens (artikel 34). Artikel 12 vereist in het bijzonder dat de informatie of communicatie in kwestie moet voldoen aan de volgende voorschriften:
- de informatie of communicatie moet beknopt, transparant, begrijpelijk en gemakkelijk toegankelijk zijn (artikel 12, lid 1);
- er moet duidelijke en eenvoudige taal worden gebruikt (artikel 12, lid 1);
- deze laatste vereiste is extra belangrijk wanneer de informatie specifiek voor een kind bestemd is (artikel 12, lid 1);
- de informatie moet schriftelijk ' of met andere middelen, met inbegrip van, indien dit passend is, elektronische middelen ' worden verstrekt (artikel 12, lid 1);
- indien  de  betrokkene  daarom  verzoekt,  kan  de  informatie  mondeling  worden meegedeeld (artikel 12, lid 1); en
- de informatie moet over het algemeen kosteloos worden verstrekt (artikel 12, lid 5).

'Beknopt, transparant, begrijpelijk en gemakkelijk toegankelijk'

8. De vereiste dat de verstrekking van informatie aan en de communicatie met betrokkenen 'in  een  beknopte,  transparante,  begrijpelijke  en  gemakkelijk  toegankelijke  vorm'  moet geschieden  betekent  dat  verwerkingsverantwoordelijken  de  informatie/communicatie  op een efficiënte en bondige wijze moeten weergeven om informatiemoeheid te voorkomen. Deze informatie moet duidelijk worden onderscheiden van andere, nietprivacygerelateerde informatie, zoals contractbepalingen of algemene gebruiksvoorwaarden. In een onlinecontext zal het gebruik van een gelaagde privacyverklaring/mededeling een betrokkene de mogelijkheid bieden om direct naar het specifieke onderdeel van de privacyverklaring/mededeling dat ze willen lezen te navigeren, in  plaats  van  door  grote  lappen  tekst  te  moeten  scrollen  op  zoek  naar  specifieke onderwerpen.

9. De  vereiste  dat  informatie  'begrijpelijk'  moet  zijn  betekent  dat  de  informatie  begrepen moet  kunnen  worden  door  een  gemiddeld  lid  van  het  beoogde  publiek.  Begrijpelijkheid houdt nauw verband met de vereiste om duidelijke en eenvoudige taal te gebruiken. Een verwerkingsverantwoordelijke die het beginsel van de verantwoordingsplicht in acht neemt zal  beschikken  over  kennis  van  de  personen  van  wie  informatie  wordt  verzameld  en  kan deze kennis gebruiken om te bepalen wat de doelgroep waarschijnlijk zal begrijpen. Zo kan een  verwerkingsverantwoordelijke  die  persoonsgegevens  van  werkende  professionals verzamelt ervan uitgaan dat zijn of haar doelgroep een hoger niveau van begrip heeft dan de  doelgroep  van  een  verwerkingsverantwoordelijke  die  persoonsgegevens  van  kinderen verzamelt. Als een verwerkingsverantwoordelijke onzeker is over de mate van begrijpelijkheid en transparantie van de informatie en de doeltreffendheid van gebruikersinterfaces/kennisgevingen/beleidsdocumenten, enz., kan hij of zij dit testen met behulp van  bijvoorbeeld  gebruikerspanels,  leesbaarheidstoetsen  en  formele  en  informele interacties  en  dialoog  met  onder  meer,  indien  van  toepassing,  sectorale  organisaties, consumentenorganisaties en regelgevingsinstanties,
10. Een van de kernelementen van het transparantiebeginsel zoals bedoeld in deze bepalingen is  dat  betrokkenen van  tevoren  de  reikwijdte  en  de  gevolgen van  de  verwerking  moeten kunnen  bepalen en later niet verrast worden  door andere manieren waarop  hun persoonsgegevens  zijn  gebruikt.  Dit  is  ook  een  belangrijk  aspect  van  het  beginsel  van behoorlijkheid  overeenkomstig  artikel  5,  lid  1,  van  de  AVG,  en  houdt  ook  verband  met overweging  39,  waarin  wordt  verklaard  dat '[n]atuurlijke  personen  [...]  bewust  [moeten] worden gemaakt van de risico's, regels, waarborgen en rechten in verband met de verwerking van persoonsgegevens'. Met betrekking tot complexe, technische of onverwachte gegevensverwerkingen is het standpunt van de WP29 dat verwerkingsverantwoordelijken, behalve de door artikel 13 en 14 voorgeschreven informatie (die later in deze richtsnoeren zal  worden  behandeld)  te  verstrekken,  ook  afzonderlijk,  in  ondubbelzinnige  taal,  zouden moeten uitleggen wat de belangrijkste gevolgen van de verwerking zullen zijn. Met andere woorden, welk effect zal de specifieke verwerking die in de privacyverklaring/mededeling wordt beschreven hebben op een betrokkene? In overeenstemming met het beginsel van de verantwoordingsplicht en overweging 39 moeten verwerkingsverantwoordelijken beoordelen of er specifieke risico's bestaan voor natuurlijke personen die betrokken zijn bij dit type verwerkingen en die risico's onder de aandacht van betrokkenen brengen. Dit kan helpen  om  een  overzicht  te  bieden  van  de  soorten  verwerkingen  met  potentieel  het grootste effect op de grondrechten en fundamentele vrijheden van betrokkenen in verband met de bescherming van hun persoonsgegevens.
11. Het element 'gemakkelijk toegankelijk' houdt in dat de betrokkene de informatie niet zelf hoeft uit te zoeken; voor de betrokkene moet het onmiddellijk duidelijk zijn waar en hoe deze  informatie  te  vinden  is.  Dit  kan  bijvoorbeeld  worden  bereikt  door  de  informatie rechtstreeks te vermelden, door een link naar de informatie te plaatsen, door de informatie duidelijk te markeren of door de informatie te presenteren als een antwoord op een vraag (bijvoorbeeld  in  een  gelaagde  onlineprivacyverklaring/mededeling,  in  een  onderdeel  met antwoorden op veel gestelde vragen (FAQ's), in een contextueel pop-upscherm dat wordt geactiveerd  wanneer  een  betrokkene  een  onlineformulier  invult,  of  in  een  interactieve

digitale context door middel van een chat-interface, enz. Deze mechanismen zullen later in deze richtsnoeren nader worden besproken, waaronder in de paragrafen 33 tot en met 40).

## Voorbeeld

Elke  organisatie  met  een  website  zou  een  privacyverklaring/mededeling  op  de  website moeten plaatsen. Op elke pagina van de website zou duidelijk zichtbaar een rechtstreekse link  naar  deze  privacyverklaring/mededeling  moeten  worden  geplaatst,  onder  één  enkel banier  (zoals  'privacy',  'privacybeleid'  of  'mededeling  over  de  bescherming  van  uw gegevens').  Een  bepaalde  positionering  op  een  webpagina  en  kleurenschema's  die  een tekst  of  link  minder  zichtbaar  of  moeilijk  te  vinden  maken  worden  niet  beschouwd  als gemakkelijk toegankelijk.

Voor  apps  geldt  dat  de  noodzakelijke  informatie  ook  beschikbaar  zou  moeten  worden gesteld  voordat  het  downloaden  uit  een  online  app-store  begint.  Wanneer  de  app  is geïnstalleerd, moet de informatie nog steeds beschikbaar zijn binnen de app. Eén manier om aan deze vereiste te voldoen is door ervoor te zorgen dat de informatie nooit meer dan 'twee tikken weg' is (bijvoorbeeld door een optie 'privacy'/'gegevensbescherming' op te nemen  in  de  menufunctionaliteit  van  de  app).  Daarnaast  zou  de  betreffende  privacyinformatie  specifiek  moeten  zijn  voor  de  app  in  kwestie  en  niet  louter  het  algemene privacybeleid van het bedrijf dat de eigenaar van de app is, of dat de app beschikbaar stelt aan het publiek, moeten weergeven.

WP29  beveelt  als  beste  praktijk  aan  om  op  het  moment  van  het  verzamelen  van  de persoonsgegevens in een onlinecontext een link naar de privacyverklaring/mededeling aan te  bieden  of  deze  informatie  beschikbaar  te  stellen  op  dezelfde  pagina  als  die  waar  de persoonsgegevens worden verzameld.

## 'Duidelijke en eenvoudige taal'

12. Bij schriftelijke informatie (en wanneer schriftelijke informatie mondeling wordt verstrekt, of met behulp van een audio/ audiovisuele methode, bijvoorbeeld aan betrokkenen met een visuele  handicap),  zouden  goede  praktijken  voor  duidelijk  schrijven  moeten  worden gevolgd 11 . Een  dergelijke  taalvereiste  (het  gebruik van  'duidelijke  en  eenvoudige  taal')  is eerder gebruikt door de EU-wetgever 12  en wordt ook uitdrukkelijk genoemd in de context van toestemming in overweging 42 van de AVG 13 . De vereiste van duidelijke en eenvoudige taal  betekent  dat  informatie  op  een  zo  eenvoudig  mogelijke  manier  moet  worden aangeboden, waarbij ingewikkelde zinnen en taalstructuren dienen te worden vermeden. De  informatie dient concreet en definitief te zijn, geen abstracte of ambivalente formuleringen te bevatten en geen ruimte voor verschillende interpretaties te laten. Met



13   In  overweging  42  wordt  verklaard  dat  een  door  een  verwerkingsverantwoordelijke  vooraf  opgestelde  verklaring  van toestemming  moet  worden  verstrekt  in  een  begrijpelijke  en  gemakkelijk  toegankelijke  vorm  en  in  duidelijke  en eenvoudige taal, en dat deze verklaring geen oneerlijke bedingen mag bevatten.

name  de  doeleinden  van  en  de  rechtsgrond  voor  de  verwerking  van  persoonsgegevens moeten duidelijk zijn.

## Voorbeelden van ontoereikend taalgebruik

De volgende zinnen zijn onvoldoende duidelijk over de doeleinden van de verwerking:

- 'We kunnen uw persoonsgegevens gebruiken om nieuwe diensten te ontwikkelen' (omdat het onduidelijk is om wat voor 'diensten' het gaat en hoe de gegevens zullen helpen om die diensten te ontwikkelen);
- 'We  kunnen  uw  persoonsgegevens  gebruiken  voor  onderzoeksdoeleinden' (omdat het onduidelijk is wat voor 'onderzoek' hiermee wordt bedoeld); en
- 'We  kunnen  uw  persoonsgegevens  gebruiken  om  gepersonaliseerde  diensten aan te bieden' (omdat het onduidelijk is wat de 'personalisering' inhoudt).

## Voorbeelden van toereikend taalgebruik 14

- 'We zullen uw aankoopgeschiedenis bewaren en details van de producten die u eerder hebt aangeschaft gebruiken om u suggesties te doen voor andere producten waar u mogelijk in geïnteresseerd bent' (het is duidelijk dat welke typen gegevens ook zullen worden verwerkt, de betrokkene gerichte advertenties voor producten zal ontvangen en dat zijn of haar gegevens zullen worden gebruikt om dat mogelijk te maken);
- 'We zullen informatie over uw recente bezoeken aan onze website en uw surfgedrag langs  de  verschillende  onderdelen  van  onze  website  bewaren  en  evalueren  voor analysedoeleinden om te begrijpen hoe mensen gebruikmaken van onze website, zodat we die  intuïtiever  kunnen  maken' (het  is  duidelijk  welk  type  gegevens  zal  worden verwerkt en welke analyses de verwerkingsverantwoordelijke zal uitvoeren); en
- 'We  zullen  bijhouden  op  welke  artikelen  op  onze  website  u  hebt  geklikt  en  die informatie  gebruiken  om  u  op  de  website  gerichte  advertenties  aan  te  bieden  die relevant voor u zijn en die wij hebben geïdentificeerd op basis van artikelen die u hebt gelezen' (het is duidelijk wat de personalisering met zich meebrengt en hoe de aan de betrokkene toegeschreven relevantie is vastgesteld).
13. Constructies of woorden als 'kan', 'zou kunnen', 'bepaalde', 'vaak' en 'mogelijk' zouden eveneens  moeten  worden  vermeden.  Wanneer  verwerkingsverantwoordelijken  ervoor kiezen om onbepaalde taal te gebruiken, zouden ze, in overeenstemming met het beginsel van de verantwoordingsplicht, moeten  kunnen  aantonen  waarom  het  gebruik van dergelijke taal niet kon worden vermeden en hoe de gebruikte taal de behoorlijkheid van de verwerking  niet  ondergraaft.  Paragrafen  en  zinnen  dienen  goed  gestructureerd  te  zijn, waarbij  stippen  of  streepjes  worden  gebruikt  om  hiërarchische  relaties  aan  te  geven.

14  De vereiste van transparantie is volledig onafhankelijk van de verplichting voor verwerkingsverantwoordelijken om ervoor te zorgen dat er een passende rechtsgrond overeenkomstig artikel 6 bestaat voor de verwerking.

- Werkwoorden zouden in de actieve vorm moeten worden gebruikt, en niet in de passieve vorm,  en  overbodige  zelfstandig  naamwoorden  zouden  moeten  worden  vermeden.  De informatie  die  aan  een  betrokkene  wordt  verstrekt  zou  geen  te  juridische,  technische  of specialistische taal of terminologie moeten bevatten. Wanneer de informatie in een of meer talen  wordt  vertaald,  dient  de  verwerkingsverantwoordelijke  ervoor  te  zorgen  dat  alle vertalingen  getrouw  zijn  en  dat  de  woordkeuze  en  zinsbouw  in  de  andere  taal  of  talen correct  zijn,  zodat  de  vertaalde  tekst  goed  is  te  volgen  en  te  begrijpen.  (Wanneer  de verwerkingsverantwoordelijke  zich  richt 15 tot  betrokkenen  die  een  andere  taal  spreken, moet een vertaling in die talen worden verstrekt.)

## Verstrekking van informatie aan kinderen en andere kwetsbare personen

14. Wanneer een verwerkingsverantwoordelijke zich richt tot kinderen 16  of zich ervan bewust is, of zou moeten zijn, dat zijn of haar goederen/diensten met name door kinderen worden gebruikt (onder meer wanneer de verwerkingsverantwoordelijke toestemming van het kind nodig heeft) 17 , dient hij of zij ervoor te zorgen dat het vocabulaire, de toon en de stijl van de gebruikte taal passend is voor en weerklank vindt bij kinderen, zodat het kind voor wie de informatie is bedoeld begrijpt dat de boodschap/informatie tot hem of haar is gericht 18 . Een nuttig voorbeeld van het gebruik van kindgerichte taal als alternatief voor de oorspronkelijke juridische taal is te vinden in de publicatie 'UN Convention on the Rights of the  Child  in  Child  Friendly  Language'  (VN-Verdrag  inzake  de  rechten  van  het  kind  in kindvriendelijke taal) 19 .
15. Het standpunt van de WP29 is dat transparantie een opzichzelfstaand recht is dat evenzeer van toepassing is op kinderen als op volwassenen. De WP29 benadrukt dat kinderen hun recht  op  transparantie  als  betrokkene  niet  verliezen  alleen  omdat  de  persoon  die  de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt toestemming heeft gegeven in een situatie waarop artikel 8 van de AVG van toepassing is. Hoewel de houder van de ouderlijke verantwoordelijkheid die toestemming in veel gevallen op eenmalige basis zal verlenen of goedkeuren, heeft het kind  (zoals  iedere  andere  betrokkene)  gedurende  de  hele  periode

15   Wanneer de verwerkingsverantwoordelijke een website in de taal in kwestie onderhoudt  en/of specifieke  landopties aanbiedt en/of betaling van goederen en diensten in de valuta van een specifieke lidstaat mogelijk maakt, kan dat een

indicatie vormen voor het feit dat de verwerkingsverantwoordelijke zich richt tot betrokkenen in een specifieke lidstaat.

16  De term 'kind' wordt in de AVG niet gedefinieerd, maar de WP29 erkent dat in overeenstemming met het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind, dat door alle EU-lidstaten is geratificeerd, een kind een persoon van jonger dan 18 jaar is.

17  D.w.z. kinderen van 16 jaar of ouder (of, wanneer in de wetgeving van de lidstaat, in overeenstemming met artikel 8, lid

1,  van  de  AVG, de leeftijd voor het verkrijgen van deze toestemming in verband met een aanbod van diensten van de informatiemaatschappij  is  vastgesteld  op  een  specifieke  leeftijd  tussen  13  en  16  jaar,  kinderen  die  voldoen  aan  die

nationale leeftijd waarop toestemming moet worden verkregen).

18  In overweging 38 wordt het volgende verklaard: 'Kinderen hebben met betrekking tot hun persoonsgegevens recht op bijzondere bescherming, aangezien zij zich allicht minder bewust zijn van de betrokken risico's, gevolgen en waarborgen

en  van  hun  rechten  in  verband  met  de  verwerking  van  persoonsgegevens'.  En  in  overweging  58  wordt  verklaard:

'Aangezien kinderen specifieke bescherming verdienen, dient de informatie en communicatie, wanneer de verwerking specifiek  tot  een  kind  is  gericht,  in  een  zodanig  duidelijke  en  eenvoudige  taal  te  worden  gesteld  dat  het  kind  deze

makkelijk kan begrijpen'.


van  de  betrekking  met  een  verwerkingsverantwoordelijke  een  doorlopend  recht  op transparantie.  Dit  is  in  overeenstemming  met  artikel  13  van  het  VN-Verdrag  inzake  de rechten van het kind, waarin wordt bepaald dat een kind het recht heeft op vrijheid van meningsuiting,  welk  recht  mede  de  vrijheid  omvat  om  inlichtingen  en  denkbeelden  van welke aard ook te vergaren, te ontvangen en door te geven 20 . Het is belangrijk om erop te wijzen dat artikel 8 weliswaar voorziet in verplichte toestemming namens een kind dat een bepaalde leeftijd nog niet heeft bereikt, 21 maar niet  voorziet in  transparantiemaatregelen die bestemd zijn voor de houder van de ouderlijke verantwoordelijkheid die de toestemming  verleent.  Daarom  hebben  verwerkingsverantwoordelijken  een  verplichting om, in overeenstemming met de in artikel 12, lid 1, vermelde (en door de overwegingen 38 en  58  ondersteunde)  transparantiemaatregelen die specifiek  bestemd zijn  voor  kinderen, ervoor  te  zorgen  dat  wanneer  ze  zich  specifiek  tot  kinderen  richten,  of  wanneer  ze  zich ervan bewust zijn dat hun goederen of diensten met name worden gebruikt door kinderen in een leeftijd dat ze kunnen lezen, alle informatieverstrekking en communicatie geschiedt in eenvoudige en begrijpelijke taal of met behulp van een medium dat kinderen gemakkelijk kunnen begrijpen. Ter voorkoming van twijfel erkent de WP29 echter dat in het geval van heel jonge kinderen of kinderen die nog niet kunnen lezen, transparantiemaatregelen ook kunnen  worden  gericht  tot  personen  die  de  ouderlijke  verantwoordelijkheid  dragen, aangezien  deze  kinderen  doorgaans  zelfs  de  meest  elementaire  schriftelijke  of  nietschriftelijke boodschappen over transparantie niet zullen begrijpen.

16. Evenzo geldt dat als een verwerkingsverantwoordelijke zich ervan bewust is dat zijn of haar goederen of diensten worden gebruikt door (of bestemd zijn voor) andere kwetsbare leden van  de  samenleving,  waaronder  personen  met  een  handicap  of  personen  voor  wie  de toegang tot informatie moeilijkheden met zich meebrengt, hij of zij bij het beoordelen van de wijze waarop de transparantieverplichtingen kunnen worden nageleefd rekening moet houden met de kwetsbaarheden van deze betrokkenen 22 . Dit houdt verband met de plicht van de verwerkingsverantwoordelijke om het begripsniveau van de doelgroep te beoordelen, zoals hierboven in paragraaf 9 is besproken.

## 'Schriftelijk of met andere middelen'

17. Volgens artikel  12,  lid  1,  is  schriftelijke  informatieverstrekking  aan  of  communicatie  met betrokkenen de standaardvorm 23 . (Artikel 12, lid 7, voorziet erin dat informatie kan worden verstrekt met gebruikmaking van gestandaardiseerde iconen; dit punt wordt behandeld in

20  In artikel 13 van het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind wordt het volgende bepaald: 'Het kind heeft het recht op  vrijheid  van  meningsuiting;  dit  recht  omvat  mede  de  vrijheid  inlichtingen  en  denkbeelden  van  welke  aard  ook  te vergaren,  te  ontvangen  en  door  te  geven,  ongeacht  landsgrenzen,  hetzij  mondeling,  hetzij  in  geschreven  of  gedrukte vorm, in de vorm van kunst, of met behulp van andere media naar zijn of haar keuze.'

21  Zie voetnoot 17 hierboven.

22   Het  VN-Verdrag  inzake  de  rechten  van  personen  met  een  handicap  vereist  bijvoorbeeld  dat  aan  personen  met  een handicap passende vormen van hulp en ondersteuning moeten worden geboden om te waarborgen dat zij toegang tot informatie hebben.

23   In  artikel  12,  lid  1,  wordt  het  woord  'taal'  gebruikt  en  wordt  bepaald  dat  de  informatie  schriftelijk  of  met  andere middelen, met inbegrip van, indien dit passend is, elektronische middelen moet worden verstrekt.

- het onderdeel over visualisatie-instrumenten, in de paragrafen 49 tot en met 53). De AVG staat echter ook het gebruik van andere, niet-gespecificeerde 'middelen' toe, waaronder elektronische  middelen.  Het  standpunt  van  de  WP29  met  betrekking  tot  schriftelijke elektronische  middelen  is  dat  wanneer  een  verwerkingsverantwoordelijke  een  website onderhoudt (of, geheel of gedeeltelijk, werkt via een website), het aan te bevelen is om een gelaagde  privacyverklaring/mededeling  te  gebruiken,  die  bezoekers  van  de  website  de mogelijkheid biedt om  rechtstreeks te navigeren naar specifieke aspecten van de privacyverklaring/mededeling  die  voor  hen  het  belangrijkst  zijn  (zie  meer  over  gelaagde privacyverklaringen/mededelingen  in  de  paragrafen  35  tot  en  met  37) 24 . De  tot  een betrokkene gerichte informatie dient echter ook in haar geheel beschikbaar te zijn op één enkele  plaats  of  in  één  enkel  (papieren  of  digitaal)  document,  waartoe  de  betrokkene gemakkelijk toegang heeft indien hij of zij de voor hem of haar bestemde informatie in haar geheel wil raadplegen. Belangrijk is dat een gelaagde aanpak zich niet hoeft te beperken tot alleen schriftelijke elektronische  middelen  voor  het  verstrekken  van  informatie  aan betrokkenen.  Zoals  wordt  besproken  in  de  paragrafen  35,  36  en  38  hieronder,  kan  een gelaagde aanpak voor het verstrekken van informatie aan betrokkenen ook bestaan uit een combinatie van methoden om de transparantie van verwerkingen te waarborgen.
18. Uiteraard  vormen  digitale  gelaagde  privacyverklaringen/mededelingen  niet  het  enige schriftelijke  elektronische  middel  dat  door  verwerkingsverantwoordelijken  kan  worden gebruikt.  Andere  elektronische  middelen  zijn  contextuele  'just-in-time'-pop-upberichten, 3D Touch-berichten, mededelingen die verschijnen wanneer de muis eroverheen beweegt, en  privacydashboards.  Niet-schriftelijke  elektronische  middelen  die naast een  gelaagde privacyverklaring/mededeling kunnen worden gebruikt zijn bijvoorbeeld video's en gesproken  waarschuwingen  op  smartphones  of  via  het  internet  der  dingen 25 . 'Andere middelen',  die  niet  noodzakelijkerwijs  elektronisch  hoeven  te  zijn,  zouden  bijvoorbeeld cartoons,  infographics  of  stroomschema's  kunnen  zijn.  Wanneer  transparantie-informatie specifiek voor kinderen is bestemd, zouden verwerkingsverantwoordelijken  moeten bedenken welke typen maatregelen voor die kinderen eenvoudig toegankelijk zijn (waarbij bijvoorbeeld  kan  worden  gedacht  aan  stripverhalen/cartoons,  pictogrammen,  tekenfilms, enz.).
19. Het  is  van  essentieel  belang  dat  de  gekozen  methode(n)  voor  het  verstrekken  van informatie, d.w.z. de wijze waarop de verwerkingsverantwoordelijke en de betrokkene met elkaar  interacteren  of  de  wijze  waarop  informatie  van  de  betrokkene  wordt  verzameld, passend  is/zijn  voor  de  specifieke  omstandigheden.  Zo  is  het  alleen  in  een  schriftelijke elektronische vorm verstrekken van informatie, zoals een onlineprivacyverklaring/mededeling, mogelijk niet passend/werkbaar wanneer een apparaat dat persoonsgegevens verzamelt geen scherm heeft, zoals IoT- of andere slimme apparaten  (IoT:  Internet  of  Things  -  internet  der  dingen).  In  dergelijke  gevallen  zouden

24   De  voordelen  van  gelaagde  mededelingen  zijn  door  de  WP29  reeds  erkend  in  zijn  advies  10/2004  over  meer geharmoniseerde informatiebepalingen en in zijn advies 02/2013 over apps op slimme apparaten.

25  Deze voorbeelden van elektronische middelen zijn slechts indicatief, en verwerkingsverantwoordelijken kunnen nieuwe innovatieve methoden ontwikkelen om aan artikel 12 te voldoen.

passende alternatieve middelen moeten worden overwogen, bijvoorbeeld de verstrekking van de privacyverklaring/mededeling in papieren gebruikershandleidingen of de vermelding van de url (van de specifieke webpagina) waar de online-privacyverklaring/mededeling kan worden gevonden in papieren instructies of op de verpakking. Als het schermloze apparaat audiofuncties heeft, kan de informatie ook langs deze weg (mondeling) worden verstrekt. De  WP29  heeft  eerder  aanbevelingen  gedaan  met  betrekking  tot  transparantie  en  de verstrekking  van  informatie  aan  betrokkenen,  namelijk  in  zijn  advies  inzake  recente ontwikkelingen op het internet der dingen 26  (zoals het gebruik van QR-codes die worden geprint op IoT-voorwerpen, zodat wanneer de code wordt gescand, de vereiste transparantie-informatie wordt weergegeven). Deze aanbevelingen blijven van toepassing na de inwerkingtreding van de AVG.

## '...de informatie kan mondeling worden verstrekt'

20. Artikel 12, lid 1, bepaalt specifiek dat informatie op verzoek van een betrokkene mondeling kan  worden  verstrekt,  op  voorwaarde  dat  de  identiteit  van  de  betrokkene  met  andere middelen bewezen is. Met andere woorden: een bewering van een persoon dat deze de met de  specifieke  naam  getooide  persoon  is,  is  als  middel  niet  voldoende,  en  de  toegepaste middelen  moeten  de  verwerkingsverantwoordelijke  in  staat  stellen  de  identiteit  van  een betrokkene met voldoende zekerheid vast te stellen. De vereiste om de identiteit van de betrokkene te controleren voordat de informatie mondeling wordt verstrekt is alleen van toepassing op informatie die verband houdt met de uitoefening van zijn of haar rechten uit hoofde van de artikelen 15 tot en met 22 en artikel 34 door een specifieke betrokkene. Deze voorwaarde voor de verstrekking van mondelinge informatie kan niet van toepassing zijn op de verstrekking van algemene privacyinformatie zoals beschreven in de artikelen 13 en 14, aangezien de uit hoofde van de artikelen 13 en 14 vereiste informatie ook toegankelijk moet worden gemaakt voor toekomstige gebruikers/klanten (van wie de verwerkingsverantwoordelijke  de  identiteit  niet  kan  vaststellen).  Vandaar  dat  de  in  de artikelen  13  en  14  bedoelde  informatie  mondeling  kan  worden  verstrekt  zonder  dat  de verwerkingsverantwoordelijke van de betrokkene verlangt dat deze bewijs van zijn of haar identiteit overlegt.
21. De mondelinge verstrekking van de in de artikelen 13 en 14 bedoelde informatie betekent niet noodzakelijkerwijs dat de mondelinge informatie persoonlijk (bijvoorbeeld rechtstreeks door een persoon of telefonisch) wordt verstrekt. Naast de informatie die via schriftelijke middelen  wordt  verstrekt,  kan  ook  geautomatiseerde  mondelinge  informatie  worden verstrekt.  Dit  kan  bijvoorbeeld  van  toepassing  zijn  in  het  geval  van  personen  met  een visuele handicap die interacteren met aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij,  of  in  het  geval  van  schermloze  apparaten  zoals  bedoeld  in paragraaf 19 hierboven. Wanneer een verwerkingsverantwoordelijke ervoor heeft gekozen om informatie mondeling aan een betrokkene te verstrekken, of wanneer een betrokkene verzoekt om de mondelinge verstrekking van informatie of mededelingen, is het standpunt


van de WP29 dat de verwerkingsverantwoordelijke de betrokkene de mogelijkheid moet bieden opgenomen boodschappen opnieuw te beluisteren. Dit is noodzakelijk wanneer het verzoek  om  mondelinge  informatie  betrekking  heeft  op  betrokkenen  met  een  visuele handicap of andere betrokkenen die mogelijk moeite hebben om schriftelijke informatie te lezen of te begrijpen. De verwerkingsverantwoordelijke dient er ook voor te zorgen dat hij of  zij  (met  het  oog  op  de  naleving  van  de  verantwoordingsplicht)  het  volgende  heeft gedocumenteerd  of  anderszins  kan  aantonen:  i)  het  verzoek  om  verstrekking  van  de informatie langs mondelinge weg, ii) de methode waarmee de identiteit van de betrokkene is gecontroleerd (indien van toepassing - zie hierboven in paragraaf 20) en iii) het feit dat er informatie is verstrekt aan de betrokkene.

'Kosteloos'

22. Overeenkomstig  artikel 12, lid 5, 27 kunnen  verwerkingsverantwoordelijken over het algemeen  geen  kosten  in  rekening  brengen  aan  betrokkenen  voor  de  verstrekking  van informatie uit hoofde van de artikelen 13 en 14, of voor de mededelingen en maatregelen uit hoofde van de artikelen 15 tot en met 22 (inzake de rechten van betrokkenen) en artikel 34 (mededeling van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene) 28 . Dit aspect van transparantie houdt ook in dat informatie die is verstrekt op grond van de transparantieverplichtingen niet afhankelijk kan worden gesteld van financiële transacties, bijvoorbeeld de betaling voor of de aankoop van diensten of goederen 29 .

## Aan de betrokkene te verstrekken informatie - artikelen 13 en 14

Inhoud

23. In  de  AVG  wordt  een  opsomming  gegeven  van  de  categorieën  informatie  die  aan betrokkenen moet worden verstrekt in verband met de verwerking van hun persoonsgegevens wanneer deze gegevens bij die persoon worden verzameld (artikel 13) of uit  een  andere  bron  worden  verkregen  (artikel  14).  In  de tabel  in  de  bijlage bij  deze richtsnoeren wordt een overzicht gegeven van de categorieën informatie die op grond van

27  Hierin wordt bepaald: 'Het verstrekken van de in de artikelen 13 en 14 bedoelde informatie, en het verstrekken van de communicatie  en  het  treffen  van  de  maatregelen  bedoeld  in  de  artikelen  15  tot  en  met  22  en  artikel  34  geschieden kosteloos.'

28  Wanneer een verzoek van een betrokkene met betrekking tot de informatie uit hoofde van de artikelen 13 en 14 of de rechten  uit  hoofde  van  de  artikelen  15  tot  en  met  22  of  artikel  34  kennelijk  ongegrond  of  buitensporig  is,  mag  de verwerkingsverantwoordelijke volgens artikel 12, lid 5, echter een redelijke vergoeding in rekening brengen. (Afzonderlijk hiervan  mag  een  verwerkingsverantwoordelijke  op  grond  van  artikel  15,  lid  3,  een  redelijke  vergoeding  in  rekening brengen  op  basis  van  de  administratieve  kosten  voor  het  verstrekken  van  een  kopie  van  de  door  de  betrokkene opgevraagde persoonsgegevens).

29  Ter illustratie: wanneer persoonsgegevens van een betrokkene worden verzameld in verband met een aankoop, moet de krachtens artikel 13 te verstrekken informatie worden verstrekt voordat de betaling wordt verricht en op het moment dat de gegevens worden verzameld, in plaats van nadat de transactie is voltooid. Op dezelfde wijze geldt dat wanneer er diensten  aan  de  betrokkene  worden  geleverd,  de  krachtens  artikel  13  te  verstrekken  informatie  voorafgaand  aan  de sluiting van het contract moet worden verstrekt, en niet daarna, aangezien artikel 13, lid 1, vereist dat de informatie 'bij de verkrijging van de persoonsgegevens' wordt verstrekt.

de artikelen 13 en 14 moeten worden verstrekt. Ook wordt in deze tabel ingegaan op de aard,  het  toepassingsgebied  en  de  inhoud  van  deze  vereisten.  Voor  alle  duidelijk:  het standpunt van de WP29 is dat er geen statusverschil bestaat tussen de informatie die op grond van de leden 1 en 2 van respectievelijk artikel 13 en artikel 14 moet worden verstrekt. Alle informatie uit hoofde van deze leden is even belangrijk en moet worden verstrekt aan de betrokkene.

'Passende maatregelen'

24. Naast de inhoud zijn ook de vorm en de wijze van verstrekking van de uit hoofde van de artikelen 13 en 14 aan de betrokkene te verstrekken informatie belangrijk. De mededeling waarin die informatie is vervat wordt bijvoorbeeld toelichting betreffende de bescherming van  gegevens,  privacymededeling,  privacybeleid,  privacyverklaring  of  mededeling  inzake de behoorlijke verwerking van persoonsgegevens genoemd. De AVG schrijft geen vorm of regeling  voor  de  verstrekking  van  de  informatie  aan  de  betrokkene  voor,  maar  maakt duidelijk  dat  het  de  verantwoordelijkheid  van  de  verwerkingsverantwoordelijke  is  om 'passende  maatregelen'  te  nemen  in  verband  met  de  verstrekking  van  de  vereiste informatie voor transparantiedoeleinden. Dat betekent dat de verwerkingsverantwoordelijke bij het nemen van een besluit over de passende regeling en de  passende  vorm  van  de  informatieverstrekking  rekening  dient  te  houden  met  alle omstandigheden van de gegevensverzameling en -verwerking. Met name zullen passende maatregelen  moeten  worden  beoordeeld  in  het  licht  van  de  gebruikerservaring  met  het product of de dienst. Dit houdt in dat rekening moet worden gehouden met het gebruikte apparaat  (indien  van  toepassing),  de  aard  van  de  gebruikersinterfaces/interacties  met  de verwerkingsverantwoordelijke (de 'customer journey') en de beperkingen die deze factoren impliceren. Zoals hierboven in paragraaf 17 is opgemerkt, beveelt de WP29 aan dat wanneer  een  verwerkingsverantwoordelijke  een  onlineaanwezigheid  heeft,  een  digitale gelaagde privacyverklaring/mededeling wordt verstrekt.
25. Om voorafgaand aan de 'go  live'  de  meest  passende  regeling  voor  het  verstrekken  van informatie te helpen identificeren, zullen verwerkingsverantwoordelijken mogelijk verschillende regelingen willen beproeven door middel van gebruikerstests (bijvoorbeeld op een centrale plek ('hall tests') of door middel van andere gestandaardiseerde leesbaarheids-  of  toegankelijkheidstests)  om  feedback  te  verkrijgen  over  de  mate  van toegankelijkheid, leesbaarheid en gebruikersvriendelijkheid van de voorgestelde maatregel. (Zie ook de nadere opmerkingen hierboven in paragraaf 9 over andere mechanismen voor het uitvoeren van gebruikerstests). Documentatie van deze benadering zou verwerkingsverantwoordelijken ook moeten helpen bij het vervullen van hun verantwoordingsplicht  door  aan  te  tonen  hoe  de  gekozen  instrumenten/aanpak  voor  het overbrengen van de boodschap in de gegeven omstandigheden het meest passend is.

Termijn voor het verstrekken van de informatie

26. In  de  artikelen  13  en  14  wordt  beschreven  welke  informatie  aan  het  begin  van  de verwerkingscyclus aan de betrokkene moet worden verstrekt 30 . Artikel 13 is van toepassing op  het  scenario  waarin  de  gegevens  bij  de  betrokkene  worden  verzameld.  Dit  omvat persoonsgegevens die:
- een betrokkene bewust verstrekt aan een verwerkingsverantwoordelijke (bv. bij het invullen van een onlineformulier); of
- door een verwerkingsverantwoordelijke worden verzameld bij een betrokkene door middel van waarneming (bv. met behulp van geautomatiseerde gegevensverzamelingsapparaten of gegevens verzamelende software zoals camera's, netwerkapparatuur, Wi-Fi-tracking, RFID (identificatie met radiogolven) of andere typen sensoren).

Artikel 14 is van toepassing in het scenario waarin de gegevens niet zijn verkregen van de betrokkene. Daarbij gaat het om persoonsgegevens die een verwerkingsverantwoordelijke heeft verkregen uit bronnen als:

- verwerkingsverantwoordelijken van derden;
- openbare bronnen;
- datamakelaars; of
- andere betrokkenen.
27. Wat het tijdstip van de verstrekking van deze informatie betreft, is het tijdig verstrekken van de informatie een cruciaal element van de transparantieverplichting en de verplichting om gegevens op een behoorlijke wijze te verwerken. Wanneer artikel 13 van toepassing is, moet de informatie op grond van artikel 13, lid 1, 'bij de verkrijging van de persoonsgegevens' worden verstrekt. In geval van indirect overeenkomstig artikel 14 verkregen persoonsgegevens  worden  de  termijnen  waarbinnen  de  vereiste  informatie  aan  de betrokkene moet worden verstrekt, vermeld in artikel 14, lid 3, onder a) tot en met c), als volgt:
- De  algemene  vereiste  is  dat  de  informatie  moet  worden  verstrekt  binnen  een 'redelijke termijn' na de verkrijging van de persoonsgegevens, maar uiterlijk binnen één maand, 'afhankelijk van de concrete omstandigheden waarin de persoonsgegevens worden verwerkt' (artikel 14, lid 3, onder a)).

30  Overeenkomstig de beginselen van behoorlijkheid en doelbinding moet de organisatie die de persoonsgegevens bij de betrokkene verzamelt, altijd bij de verzameling de doeleinden van de verwerking toelichten. Indien het doel de creatie van afgeleide  ('inferred')  persoonsgegevens is,  moet  het  voorgenomen doel van de creatie en verdere verwerking van die afgeleide persoonsgegevens, evenals de categorieën van verwerkte afgeleide persoonsgegevens, altijd bij de verzameling ervan of vóór de verdere verwerking voor een nieuw doel worden meegedeeld aan de betrokkene in overeenstemming met artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 4.

- De  algemene  termijn  van  één  maand  van  artikel  14,  lid  3,  onder  a),  kan  verder worden  ingeperkt  op  grond  van  artikel  14,  lid  3,  onder  b), 31 dat  voorziet  in  een situatie  waarin  de  gegevens  zullen  worden  gebruikt  voor  communicatie  met  de betrokkene.  In  die  gevallen  moet  de  informatie  uiterlijk  op  het  moment  van  het eerste contact met de betrokkene worden verstrekt. Indien het eerste contact met de betrokkene plaatsvindt binnen de termijn van één maand na de verkrijging van de persoonsgegevens, moet de informatie uiterlijk op  het  moment van het eerste contact  met  de  betrokkene  worden  verstrekt,  niettegenstaande  het  feit  dat  de termijn  van  één  maand  na  de  verkrijging  van  de  persoonsgegevens  nog  niet  is verstreken. Indien het eerste contact met een betrokkene meer dan een maand na de verkrijging van de persoonsgegevens plaatsvindt, blijft artikel 14, lid 3, onder a), van toepassing, zodat de informatie van artikel 14 uiterlijk binnen een maand na de verkrijging van de persoonsgegevens moet worden verstrekt.
- De algemene termijn van één maand van artikel 14, lid 3, onder a), kan ook worden ingeperkt  op  grond  van  artikel  14,  lid  3,  onder  c) 32 ,  dat  voorziet  in  een  situatie waarin de gegevens zullen worden verstrekt aan een andere ontvanger (die al dan niet een derde kan zijn) 33 . De informatie moet In dat geval uiterlijk worden verstrekt op het moment waarop de gegevens voor het eerst beschikbaar worden gesteld. In dit  scenario  moet  de  informatie,  indien  de  verstrekking  plaatsvindt  binnen  de termijn van één maand, uiterlijk op het moment van de eerste verstrekking van de persoonsgegevens aan een andere ontvanger worden verstrekt aan de betrokkene, niettegenstaande het feit dat de termijn van één maand na de verkrijging van de persoonsgegevens nog niet is verstreken. Zoals dat het geval was bij artikel 14, lid 3, onder b), blijft, indien de verstrekking van persoonsgegevens meer dan een maand na de verkrijging van de persoonsgegevens plaatsvindt, artikel 14, lid 3, onder a), ook weer van toepassing, zodat de informatie van artikel 14 uiterlijk één maand na de verkrijging van de persoonsgegevens aan de betrokkene moet worden verstrekt.
28. Daarom  is  de  maximale  termijn  waarbinnen  de  informatie  van  artikel  14  aan  een betrokkene  moet  worden  verstrekt  in  ieder  geval  één  maand.  De  AVG-beginselen  van behoorlijkheid en verantwoordingsplicht vereisen echter dat verwerkingsverantwoordelijken bij het nemen van een besluit over het moment waarop de informatie  van  artikel  14  zal  worden  verstrekt,  altijd  rekening  houden  met  de  redelijke verwachtingen  van  betrokkenen,  de  gevolgen  die  de  verwerking  voor  hen  heeft  en  hun vermogen om hun rechten uit te oefenen in verband met die verwerking. Het beginsel van

31   Het  gebruik van de woorden 'indien de  persoonsgegevens zullen worden gebruikt voor...' in  artikel  14,  lid  3,  onder  b), vormt een specificering van de algemene regel voor de maximumtermijn als bedoeld in artikel 14, lid 3, onder a), maar vervangt deze regel niet.

32   Het  gebruik  van  de  woorden 'indien  verstrekking  van  de  gegevens  aan  een  andere  ontvanger  wordt  overwogen...' in artikel 14, lid 3, onder c), vormt eveneens een specificering van de algemene regel voor de maximumtermijn als bedoeld in artikel 14, lid 3, onder a), maar vervangt deze regel niet.

33   In  artikel  4,  punt  9,  wordt  het  begrip  'ontvanger'  gedefinieerd  en  wordt  verduidelijkt  dat  een  ontvanger  aan wie/waaraan  de  persoonsgegevens  worden  verstrekt  niet  een  derde  hoeft  te  zijn.  Een  ontvanger  kan  ook  een verwerkingsverantwoordelijke, een gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijke of een verwerker zijn.

- de verantwoordingsplicht vereist dat verwerkingsverantwoordelijken de redenen voor hun besluit kunnen aantonen en kunnen rechtvaardigen waarom de informatie is verstrekt op het moment dat die is verstrekt. In de praktijk kan het moeilijk zijn om aan deze vereisten te voldoen  wanneer  de  informatie  'op  het  laatste  moment'  wordt  verstrekt.  In  dit  verband wordt  in  overweging  39  onder  meer  bepaald  dat  betrokkenen  ' bewust  [moeten]  worden gemaakt  van  de  risico's,  regels,  waarborgen  en  rechten  in  verband  met  de  verwerking  van persoonsgegevens,  alsook  van  de  wijze  waarop  zij  hun  rechten  met  betrekking  tot  deze verwerking kunnen uitoefenen '.  Overweging 60 heeft eveneens betrekking op de vereiste dat  de  betrokkene  op  de  hoogte  wordt  gesteld  van  het  feit  dat  er  een  verwerking plaatsvindt en van de doeleinden daarvan in het kader van de beginselen van behoorlijke en transparante  verwerking.  Om  al  deze  redenen  is  het  standpunt  van  de  WP29  dat verwerkingsverantwoordelijken  in  overeenstemming  met  het  beginsel  van  behoorlijkheid de  informatie  ruim  vóór  het  verstrijken  van  de  vastgestelde  termijnen  aan  betrokkenen dienen te verstrekken, wanneer dat mogelijk is. Verdere opmerkingen over de gepastheid van de tijd tussen de kennisgeving van een verwerking aan betrokkenen en het moment dat die verwerking feitelijk plaatsvindt worden gegeven in de paragrafen 30, 31 en 48.

## Veranderingen in de informatie van de artikelen 13 en 14

29. De verantwoordingsplicht met betrekking tot transparantie is niet alleen van toepassing op het  moment  van  de  verzameling  van  persoonsgegevens,  maar  gedurende  de  hele verwerkingscyclus,  ongeacht  de  informatie  die  wordt  verstrekt  of  de  communicatie  die wordt  overgebracht.  Dit  is  bijvoorbeeld  het  geval  wanneer  de  inhoud  van  bestaande privacyverklaringen/mededelingen wordt veranderd. De verwerkingsverantwoordelijke moet bij het verstrekken van de initiële privacyverklaring/mededeling en het meedelen van eventuele daaropvolgende substantiële of wezenlijke veranderingen in die privacyverklaring/mededeling dezelfde beginselen in acht nemen. Factoren die verwerkingsverantwoordelijken in aanmerking dienen te nemen wanneer ze beoordelen of een  verandering substantieel of wezenlijk is, omvatten  het  effect  op  betrokkenen (waaronder hun vermogen om hun rechten uit te oefenen) en hoe onverwacht/verrassend de verandering zal zijn voor betrokkenen. Veranderingen in een privacyverklaring/mededeling die altijd aan betrokkenen dienen te worden meegedeeld zijn onder  andere:  een  verandering  in  het  doel  van  de  verwerking,  een  verandering  in  de identiteit  van  de  verwerkingsverantwoordelijke,  of  een  verandering  in  de  wijze  waarop betrokkenen hun rechten in  verband  met  de verwerking kunnen  uitoefenen. Omgekeerd zijn correcties van spelfouten of stilistische/grammaticale tekortkomingen voorbeelden van veranderingen in een privacyverklaring/mededeling die door de WP29 niet substantieel of wezenlijk worden geacht. Aangezien de meeste bestaande klanten of gebruikers niet meer dan een korte blik zullen werpen op mededelingen over veranderingen in privacyverklaringen/mededelingen, dient de verwerkingsverantwoordelijke alle noodzakelijke  maatregelen  te  nemen  om  ervoor  te  zorgen  dat  veranderingen  op  een zodanige  wijze  worden  meegedeeld  dat  de  meeste  ontvangers  er  feitelijk  acht  op  zullen slaan. Dit betekent bijvoorbeeld dat een kennisgeving van veranderingen altijd plaats dient te  vinden  via  een  geschikt  medium  (bv.  e-mail,  een  papieren  brief,  een  pop-up  op  een webpagina of een andere modaliteit die de veranderingen effectief onder de aandacht van

de  betrokkene zal  brengen)  en  voldoet  aan  de  vereisten  van  artikel  12  van  beknoptheid, transparantie, begrijpelijkheid, gemakkelijke toegankelijkheid en duidelijke en eenvoudige taal. Vermeldingen in de privacyverklaring/mededeling met de strekking dat de betrokkene regelmatig moet controleren of de privacyverklaring/mededeling is gewijzigd of geactualiseerd, worden  in  het  kader  van  artikel 5, lid 1, onder  a), niet alleen als onvoldoende, maar ook als onbehoorlijk beschouwd. Verdere richtsnoeren betreffende het moment van de kennisgeving van veranderingen aan betrokkenen worden gegeven in de paragrafen 30 en 31 hieronder.

## Moment van de kennisgeving van veranderingen in de informatie van artikel 13 en artikel 14

30. In de AVG worden geen vereisten vastgesteld inzake het moment waarop (en de methoden waarmee)  kennisgevingen  van  veranderingen  in  informatie  die  eerder  op  grond  van  de artikelen  13  en  14  aan  een  betrokkene  is  verstrekt  moeten  worden  gedaan  (behalve  bij voorgenomen  verdere  verwerkingen,  in  welk  geval  de  informatie  over  dat  andere  doel overeenkomstig  artikel  13,  lid  3,  en  artikel  14,  lid  4,  vóór  het  begin  van  die  verdere verwerking  moet  worden  verstrekt  -  zie  hieronder  in  paragraaf  45).  Zoals  hierboven  is opgemerkt in de context van het moment van verstrekking van de informatie van artikel 14, moet de verwerkingsverantwoordelijke ook in dit geval weer de beginselen van behoorlijkheid en verantwoordingsplicht in acht nemen, door rekening te houden met de redelijke verwachtingen van de betrokkene of het potentiële effect van de veranderingen op de betrokkene. Indien de verandering in de informatie indicatief is voor een fundamentele  verandering van de aard van de verwerking (bijvoorbeeld door een uitbreiding  van  de  categorieën  van  ontvangers  of  de  invoering  van  doorgiften  aan  een derde land) of voor een verandering die mogelijk niet fundamenteel is voor de verwerking, maar die relevant kan zijn voor en effect kan hebben op de betrokkene, dient die informatie ruim  voordat  de  verandering  feitelijk  wordt  doorgevoerd  aan  de  betrokkene  te  worden verstrekt en moet de methode die wordt gebruikt om de veranderingen onder de aandacht van de betrokkene te brengen expliciet en doeltreffend zijn. Dit moet ervoor zorgen dat de betrokkene de verandering niet 'mist' en een redelijke termijn krijgt om a) de aard en het effect van de verandering te begrijpen, en b) zijn of haar rechten uit hoofde van de AVG in verband met de verandering uit te oefenen (bv. door de toestemming voor de verwerking in te trekken of bezwaar te maken tegen de verwerking).
31. Verwerkingsverantwoordelijken dienen de omstandigheden en de context van elke situatie waarin een actualisering van de transparantie-informatie nodig is, waaronder het potentiële effect  van  de  veranderingen  op  de  betrokkene  en  de  regeling  die  wordt  gekozen  om  de veranderingen mee te delen, zorgvuldig te wegen en moeten kunnen aantonen dat de tijd die  ligt  tussen  de  kennisgeving  van  de  verandering  en  het  van  kracht  worden  van  de verandering in overeenstemming is met het beginsel van behoorlijkheid ten aanzien van de betrokkene.  Het  standpunt  van  de  WP29  is  voorts  dat,  in  overeenstemming  met  het beginsel  van  behoorlijkheid,  een  verwerkingsverantwoordelijke  bij  het  meedelen  van veranderingen aan betrokkenen ook dient uit te leggen wat het waarschijnlijke effect van de verandering op de betrokkenen zal zijn. Naleving van de transparantievereisten vormt geen  'vergoelijking'  van  een  situatie  waarin  de  veranderingen  in  een  verwerking  zo

significant  zijn  dat  de  verwerking  volkomen  van  aard  verandert.  De  WP29 benadrukt dat alle  andere  voorschriften  van  de  AVG,  waaronder  die  welke  betrekking  hebben  op onverenigbare verdere verwerking, van toepassing blijven ongeacht of de transparantieverplichtingen worden nageleefd.

32. Ook  wanneer  transparantie-informatie  (bv.  in  een  privacyverklaring/mededeling)  niet wezenlijk  verandert,  zullen  betrokkenen  die  gedurende  een  significante  periode  gebruik hebben gemaakt van een dienst, zich de informatie die uit hoofde van artikel 13 en/of 14 bij het begin van de verwerking aan hen is verstrekt waarschijnlijk niet herinneren. De WP29 beveelt aan dat verwerkingsverantwoordelijken betrokkenen gemakkelijke toegang tot de informatie blijven bieden, zodat betrokkenen altijd kunnen opzoeken wat de reikwijdte van de gegevensverwerking is. In overeenstemming met het beginsel van de verantwoordingsplicht  dienen  verwerkingsverantwoordelijken  ook  te  bepalen  of,  en  met welke  tussenpozen,  het  voor  hen  passend  is  om  betrokkenen  uitdrukkelijk  te  herinneren aan  het  bestaan  van  de  privacyverklaring/mededeling  en  de  plaats  waar  ze  die  kunnen vinden.

## Regelingen - vorm van de informatieverstrekking

33. De artikelen 13 en 14 hebben beide betrekking op de verplichting voor de verwerkingsverantwoordelijke om 'de betrokkene bij de verkrijging van de persoonsgegevens al  de  volgende  informatie  [te  verstrekken] '. Het  sleutelwoord  hier  is  'verstrekken'.  Dit betekent  dat  de  verwerkingsverantwoordelijke  actief  stappen  moet  ondernemen  om  de informatie in kwestie aan de betrokkene te bezorgen of de betrokkene actief naar de locatie van de informatie te dirigeren (bv. door middel van een rechtstreekse link, een QR-code, enz.). Het moet niet zo zijn dat de betrokkene actief naar de door deze artikelen bestreken informatie moet zoeken te midden van andere informatie, zoals gebruiksvoorwaarden van een website of een app. Het voorbeeld in paragraaf 11 illustreert dit punt. Zoals hierboven in paragraaf  17  is  opgemerkt,  beveelt  de  WP29  aan  dat  de  tot  een  betrokkene  gerichte informatie  in  haar  geheel  beschikbaar  is  op  één  enkele  plaats  of  in  één  enkel  volledig document  (bv.  in  digitale  vorm  op  een  website,  of  in  papieren  vorm),  waartoe  de betrokkene  gemakkelijk  toegang  heeft  indien  hij  of  zij  de  voor  hem  of  haar  bestemde informatie in haar geheel wil raadplegen.
34. Er bestaat in de AVG een inherente spanning tussen enerzijds de vereiste om betrokkenen uitgebreide  informatie  te  verstrekken,  en  anderzijds  om  dat  te  doen  in  een  beknopte, transparante,  begrijpelijke  en  gemakkelijk  toegankelijke  vorm.  Gezien  deze  spanning,  en met  de  grondbeginselen  van  verantwoordingsplicht  en  behoorlijkheid  in  gedachten, moeten  verwerkingsverantwoordelijken hun eigen analyse maken  van  de aard, de omstandigheden, de reikwijdte en de context van de door hen uitgevoerde verwerkingen van persoonsgegevens, en moeten ze besluiten, binnen de wettelijke vereisten van de AVG en rekening houdend met de aanbevelingen in deze richtsnoeren, met name paragraaf 36 hieronder, hoe ze de aan betrokkenen te verstrekken informatie prioriteren, hoe

gedetailleerd  die  informatie  moet  zijn  en  welke  methoden  ze  zullen  gebruiken  om  de informatie aan de betrokkene te verstrekken.

## Gelaagde aanpak in een digitale omgeving en gelaagde privacyverklaringen/mededelingen

35. In de digitale context, en in het licht van het volume aan informatie dat aan de betrokkene moet  worden  verstrekt,  kunnen  verwerkingsverantwoordelijken  een  gelaagde  aanpak volgen  wanneer  zij  ervoor  kiezen  om  een  combinatie  van  methoden  te  gebruiken  om transparantie te waarborgen. De WP29 beveelt in het bijzonder aan, teneinde informatiemoeheid  te  voorkomen,  om  gelaagde  privacyverklaringen/mededelingen  te gebruiken en daarin links te plaatsen naar de verschillende categorieën informatie die aan de  betrokkene  moeten  worden  verstrekt,  in  plaats  van  alle  informatie  in  één  enkele mededeling  op  het  scherm  weer  te  geven.  Gelaagde  privacyverklaringen/mededelingen kunnen helpen om de spanning tussen volledigheid en begrip op te lossen, met name door gebruikers de mogelijkheid te bieden om rechtstreeks te navigeren naar het onderdeel van de privacyverklaring/mededeling dat ze willen lezen. Opgemerkt  zij dat gelaagde privacyverklaringen/mededelingen  niet  louter  ingebedde  pagina's  zijn  waarop  gebruikers meerdere  keren  moeten  klikken  om  bij  de  desbetreffende  informatie  te  komen.  Het ontwerp  en  de  layout  van  de  eerste  laag  van  de  privacyverklaring/mededeling  dienen zodanig te zijn dat de betrokkene een duidelijk overzicht heeft van de informatie over de verwerking van zijn of haar persoonsgegevens die aan hem of haar beschikbaar is gesteld en van de plaats waar/de wijze waarop hij of zij die gedetailleerde informatie kan vinden binnen  de  lagen  van  de  privacyverklaring/mededeling.  Ook  is  het  belangrijk  dat  de informatie  in  de  verschillende  lagen  van  een  gelaagde  privacyverklaring/mededeling  met elkaar  in  overeenstemming  is  en  dat  in  de  verschillende  lagen  geen  met  elkaar  strijdige informatie wordt gegeven.
36. Met betrekking tot de inhoud van de eerste regeling die door een verwerkingsverantwoordelijke  wordt  gebruikt  om  betrokkenen  te  informeren  in  een gelaagde aanpak (met andere woorden: de primaire wijze waarop de verwerkingsverantwoordelijke voor het eerst contact opneemt met een betrokkene), of tot de inhoud van de eerste laag van een gelaagde privacyverklaring/mededeling, beveelt de WP29 aan dat in de eerste laag/regeling details van het doel van de verwerking, de identiteit van de verwerkingsverantwoordelijke en een beschrijving van de rechten van de betrokkene worden gegeven. (Bovendien dient deze informatie bij het verzamelen van de persoonsgegevens rechtstreeks onder de aandacht van de betrokkene te worden gebracht, bijvoorbeeld door de informatie weer te geven wanneer een betrokkene een onlineformulier  invult.)  Het  belang  van  het  van  tevoren  verstrekken  van  deze  informatie vloeit  rechtstreeks  voort  uit  overweging  39 34 . Hoewel  verwerkingsverantwoordelijken

34   In  overweging  39  wordt  over  het  transparantiebeginsel  het  volgende  verklaard:  'Dat  beginsel  betreft  met  name  het informeren  van  de  betrokkenen  over  de  identiteit  van  de  verwerkingsverantwoordelijke  en  de  doeleinden  van  de verwerking, alsook verdere informatie om te zorgen voor behoorlijke en transparante verwerking met betrekking tot de natuurlijke  personen  in  kwestie  en  hun  recht  om  bevestiging  en  mededeling  te  krijgen  van  hun  persoonsgegevens  die worden verwerkt.'

- moeten  kunnen  aantonen  dat  ze  verantwoording  kunnen  afleggen  over  hun  besluiten betreffende  de  verdere  informatie  waaraan  ze  prioriteit  geven,  is  het  standpunt  van  de WP29 dat de eerste laag/regeling,  in  overeenstemming  met  het  behoorlijkheidsbeginsel, naast  de  hierboven  in  deze  paragraaf  bedoelde  gedetailleerde  informatie  ook  informatie over de verwerking met het grootste effect op de betrokkene en die een verrassing voor de betrokkene zou kunnen vormen zou moeten bevatten. De betrokkene zou uit de informatie in de eerste laag/regeling moeten kunnen begrijpen wat de gevolgen van de verwerking in kwestie voor hem of haar zullen zijn (zie ook hierboven in paragraaf 10).
37. In een digitale context kunnen verwerkingsverantwoordelijken er ook voor kiezen om, naast de verstrekking van een gelaagde onlineprivacyverklaring/mededeling, aanvullende transparantie-instrumenten (voor verdere voorbeelden, zie hieronder) te gebruiken om op de individuele betrokkene toegesneden informatie te verstrekken die specifiek is voor de desbetreffende  individuele  betrokkene  en  voor  de  goederen/diensten  die  betrokkene afneemt. Opgemerkt dient echter te worden dat hoewel de WP29 het gebruik van gelaagde onlineprivacyverklaringen/mededelingen aanbeveelt, deze aanbeveling de ontwikkeling en het gebruik van andere innovatieve methoden voor de naleving van transparantievereisten niet uitsluit.

## Gelaagde aanpak in een niet-digitale omgeving

38. Een  gelaagde  aanpak  van  de  verstrekking  van  transparantie-informatie  aan  betrokkenen kan ook worden gehanteerd in een offline/niet-digitale context (d.w.z. in de echte wereld, zoals een persoonlijk of telefonisch gesprek) waar verwerkingsverantwoordelijken meerdere  regelingen  kunnen  toepassen  bij  de  verstrekking  van  informatie.  (Zie  ook  de paragrafen  33  tot  en  met  37  en  39-40  in  verband  met  verschillende  regelingen  voor  het verstrekken van informatie). Deze aanpak moet niet worden verward met het afzonderlijke onderwerp  van  gelaagde privacyverklaringen/mededelingen.  Welke  vorm  ook  wordt gebruikt in deze gelaagde aanpak, de WP29 beveelt aan dat in de eerste 'laag' (met andere woorden de primaire wijze waarop de verwerkingsverantwoordelijke voor het eerst contact opneemt  met  een  betrokkene)  over  het  algemeen  de  belangrijkste  informatie  wordt overgebracht,  te  weten  de  details  van  het  doel  van  de  verwerking,  de  identiteit  van  de verwerkingsverantwoordelijke  en  het  bestaan  van  de  rechten  van  de  betrokkene,  samen met de informatie over het grootste effect van de verwerking of over verwerkingen die voor de betrokkene een verrassing zouden kunnen vormen. Wanneer, bijvoorbeeld, het eerste contact  met  de  betrokkene  telefonisch  is,  zou  deze  informatie  hem  of  haar  tijdens  het telefoongesprek  kunnen  worden  verstrekt  samen  met  al  de  informatie  die  volgens  de artikelen  13  en  14  is  vereist.  Hiertoe  kunnen  ook  andere  communicatiemiddelen  worden ingezet.  Zo  kan  aan  de  betrokkene  via  e-mail  een  kopie  van  het  privacybeleid  worden verstrekt  en/of  een  link  naar  de  gelaagde  onlineprivacyverklaring/mededeling  van  de verwerkingsverantwoordelijke.

'Push'- en 'pull'-berichten

39. Een andere mogelijke manier om transparantie-informatie te verstrekken is het verzenden van  'push'-  en  'pull'-berichten.  In  het  geval  van  push-berichten  wordt  'just-in-time'transparantie-informatie  verstrekt, terwijl  'pull'-berichten  de  toegang  tot  informatie vergemakkelijken door methoden als toegangsrechtenbeheer, privacydashboards en korte instructiefilmpjes ('tutorials'). Deze methoden maken een meer op de gebruiker gerichte transparantie-ervaring voor de betrokkene mogelijk.
- Een privacydashboard is één enkel punt waar de betrokkene 'privacy-informatie' kan inzien en zijn of haar privacyvoorkeuren kan beheren door toe te staan of te voorkomen  dat  zijn  of  haar  gegevens  door  de  dienst  in  kwestie  op  bepaalde manieren  worden  gebruikt.  Dit  is  met  name  zinvol  wanneer  de  betrokkene dezelfde  dienst  gebruikt  op  verschillende  apparaten,  omdat  de  betrokkene  zo toegang tot en controle over zijn of haar persoonsgegevens krijgt, ongeacht hoe hij of  zij  de  dienst  gebruikt.  Toestaan  dat  betrokkenen  hun  privacy-instellingen kunnen aanpassen via een privacydashboard kan het ook gemakkelijker maken om een  privacyverklaring/mededeling  te  personaliseren  door  daarin  alleen  de  typen verwerkingen  die  op  een  betrokkene  van  toepassing  zijn  op  te  nemen.  Het integreren van een privacydashboard in de bestaande architectuur van een dienst (bv. door hetzelfde ontwerp en dezelfde branding te gebruiken als in de rest van de dienst)  heeft  de  voorkeur,  omdat  dit  ervoor  zal  zorgen  dat  de  toegang  en  het gebruik intuïtief zijn en kan helpen bij het aanmoedigen van gebruikers om deze informatie tot zich te nemen, op dezelfde wijze waarop ze dat bij andere aspecten van de dienst zouden doen. Dit kan een doeltreffende manier zijn om te laten zien dat privacy-informatie een noodzakelijk en integraal onderdeel van een dienst is en niet slechts een lange tekst in juridisch jargon.
- Een  just-in-time-bericht  wordt  gebruikt  om  op  een  ad-hocmanier  specifieke privacy-informatie te verstrekken op het moment dat het lezen van die informatie voor  de  betrokkene  het  meest  relevant  is.  Deze  methode  is  nuttig  voor  het verstrekken van informatie gedurende het hele proces van de gegevensverzameling; de informatie kan zo over meerdere gemakkelijk verteerbare brokken worden verspreid en er hoeft minder te worden vertrouwd op één  enkele  privacyverklaring/mededeling  met  informatie  die  buiten  de  context moeilijk te begrijpen is. Als een betrokkene bijvoorbeeld online een product koopt, kan een korte uitleg worden gegeven in pop-ups in de desbetreffende tekstvelden. In  de  informatie  naast  een  veld  waar  het  telefoonnummer  van  de  betrokkene wordt  gevraagd  zou  bijvoorbeeld  kunnen  worden  uitgelegd  dat  deze  gegevens uitsluitend worden verzameld voor het doel van contact over de aankoop en dat de gegevens alleen zullen worden verstrekt aan de bezorgdienst.

Andere typen 'passende maatregelen'

40. Gegeven het zeer hoge niveau van internettoegang in de EU en het feit dat betrokkenen op elk  gewenst  moment  online  kunnen  gaan,  op  allerlei  locaties  en  vanaf  verschillende apparaten, is het standpunt van de WP29, zoals reeds opgemerkt, dat voor

verwerkingsverantwoordelijken met een digitale/onlineaanwezigheid een 'passende maatregel' om transparantie-informatie te verstrekken het verstrekken van een elektronische  privacyverklaring/mededeling  is.  Op  basis  van  de  omstandigheden  van  de gegevensverzameling en -verwerking (of wanneer een verwerkingsverantwoordelijke geen digitale/onlineaanwezigheid  heeft)  zal  de  verwerkingsverantwoordelijke  mogelijk  echter ook andere regelingen en vormen nodig hebben om de informatie te verstrekken. Andere mogelijke manieren om de informatie aan de betrokkene over te brengen zijn bijvoorbeeld de  hieronder  opgesomde  modaliteiten,  zoals  die  van  toepassing  zijn  op  een  van  de volgende persoonsgegevensomgevingen. Zoals eerder is opgemerkt, kunnen verwerkingsverantwoordelijken een gelaagde aanpak hanteren wanneer ze ervoor kiezen om een combinatie van methoden te gebruiken, waarbij ze ervoor dienen te zorgen dat de belangrijkste  informatie  (zie  de  paragrafen  36  en  38)  altijd  wordt  verstrekt  in  de  eerste regeling die ze gebruiken om met betrokkenen te communiceren.

- a. Papieren  omgeving,  bijvoorbeeld  bij  het  aangaan  van  verbintenissen  via  de  post: schriftelijke toelichtingen, brochures, informatie in contractdocumenten, infographics of stroomschema's;
- b. Telefonische  omgeving:  mondelinge  toelichtingen  door  een  echte  persoon  om interactie  en  het  stellen  van  vragen  mogelijk  te  maken,  of  geautomatiseerde  of vooraf opgenomen mededelingen met opties om meer gedetailleerde informatie te beluisteren;
- c. Schermloze slimme technologie/ IoT-omgeving, zoals Wi-Fi-trackinganalyse: iconen,  QR-codes,  voicewaarschuwingen,  schriftelijke  details  in  schrijfinstructies voor  papieren  documenten,  video's  in  digitale  instructies,  schriftelijke  informatie over  het  slimme  apparaat,  berichten  via  sms  of  e-mail,  zichtbare  borden  met  de informatie, openbare bewegwijzering of publieke informatiecampagnes;
- d. Interpersoonlijke omgeving,  zoals responsen op opiniepeilingen, persoonlijke registratie voor diensten: mondelinge toelichtingen of schriftelijke toelichtingen in papieren of elektronisch formaat;
- e. 'Real-life'-omgeving  met  beveiligingscamera's/drones:  zichtbare  borden  met  de informatie, openbare bewegwijzering of publieke informatiecampagnes of krantenartikelen/mediaberichten.

## Informatie over profilering en geautomatiseerde besluitvorming

41. Informatie over het bestaan van geautomatiseerde besluitvorming, waaronder profilering, zoals  bedoeld  in  artikel  22,  leden  1  en  4,  maakt,  samen  met  nuttige  informatie  over  de onderliggende logica, alsmede het belang en de verwachte gevolgen van die verwerking voor de betrokkene, deel uit van de informatie die overeenkomstig artikel 13, lid 2, onder f), en artikel 14, lid 2, onder g), aan een betrokkene moet worden verstrekt. De WP29 heeft richtsnoeren voor geautomatiseerde individuele besluitvorming en profilering 35 uitgebracht, waarnaar zou moeten worden verwezen voor verdere hulp bij het vormgeven


van  transparantie  in  de  specifieke  omstandigheden  van  profilering.  Opgemerkt  moet worden  dat,  naast de specifieke transparantievereisten die van toepassing zijn op geautomatiseerde besluitvorming overeenkomstig artikel 13, lid 2, onder f), en artikel 14, lid 2, onder g), de opmerkingen in deze richtsnoeren over het belang van het informeren van betrokkenen  over  de  gevolgen  van  de  verwerking  van  hun  persoonsgegevens,  en  het algemene  beginsel  dat  betrokkenen  niet  mogen  worden  verrast  door  de  verwerking  van hun  persoonsgegevens,  evenzeer  algemeen  van  toepassing  zijn  op  profilering  (en  niet alleen op profilering overeenkomstig artikel 22 36 ), als soort verwerking 37 .

## Andere kwesties - risico's, regels en waarborgen

42. In  overweging  39  van  de  AVG  wordt  ook  ingegaan  op  de  verstrekking  van  bepaalde informatie die niet uitdrukkelijk onder de artikelen 13 en 14 vallen (zie de tekst in paragraaf 28 hierboven). De vermelding in deze overweging dat betrokkenen bewust moeten worden gemaakt  van  de  risico's,  regels  en  waarborgen  in  verband  met  de  verwerking  van  hun persoonsgegevens houdt verband met een aantal andere vraagstukken. Een daarvan heeft betrekking  op  gegevensbeschermingseffectbeoordelingen.  Zoals  wordt  verklaard  in  de richtsnoeren  van  de  WP29  voor  gegevensbeschermingseffectbeoordelingen 38 ,  kunnen verwerkingsverantwoordelijken de publicatie van (samenvattingen van) gegevensbeschermingseffectbeoordelingen overwegen als manier om meer vertrouwen te wekken in de verwerkingen van de verwerkingsverantwoordelijke en om blijk te geven van verantwoording en transparantie, ofschoon deze publicatie niet verplicht is. Bovendien kan de  naleving  van  een  gedragscode  (artikel  40)  al  in  de  richting  van  het  aantonen  van transparantie gaan, omdat gedragscodes kunnen worden opgesteld om de toepassing van de  AVG  te  specificeren  met  betrekking  tot,  onder  meer,  behoorlijke  en  transparante verwerking, aan het publiek en betrokkenen te verstrekken informatie, en aan kinderen te verstrekken informatie en bescherming van kinderen.
43. Een  ander  relevant  vraagstuk  met  betrekking  tot  transparantie  is  gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen (zoals vereist door artikel 25). Deze beginselen verplichten verwerkingsverantwoordelijken om gegevensbescherming vanaf het begin in te bouwen  in  het  ontwerp  en  standaardinstellingen  van  hun  verwerkingen  en  systemen,  in plaats van gegevensbescherming pas aan het eind in aanmerking te nemen als iets wat ook nog moet worden nageleefd. In overweging 78 wordt verklaard dat de verwerkingsverantwoordelijke maatregelen moet nemen die voldoen aan de vereisten van gegevensbescherming  door  ontwerp  en  door  standaardinstellingen,  met  inbegrip  van maatregelen  voor  transparantie  met  betrekking  tot  de  functies  en  de  verwerking  van persoonsgegevens.

36   Dit  is  van  toepassing  op  geautomatiseerde  besluitvorming  op  basis  van  alleen  geautomatiseerde  verwerking, waaronder profilering, die rechtsgevolgen voor de betrokkene heeft of hem of haar anderszins aangaan.

37   In  overweging 60, die in dit verband relevant is, wordt verklaard: 'Voorts moet de betrokkene worden geïnformeerd over het bestaan van profilering en de gevolgen daarvan'.

38  Richtsnoeren voor gegevensbeschermingseffectbeoordelingen en bepaling of een verwerking "waarschijnlijk een hoog risico inhoudt" in de zin van Verordening 2016/679, WP 248 rev.1.

44. Los daarvan heeft het bewustmaken van betrokkenen van de risico's, regels en waarborgen ook betrekking op de gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken. Artikel 26, lid 1, vereist van gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken dat zij hun respectieve verantwoordelijkheden  voor  de  nakoming  van  de  verplichtingen  uit  hoofde  van  deze verordening vaststellen, met name met betrekking tot de uitoefening van de rechten van de betrokkene  en  hun  respectieve  verplichtingen  om  de  in  de  artikelen  13  en  14  bedoelde informatie te verstrekken. Artikel 26, lid 2, vereist dat de essentie van de regeling tussen de verwerkingsverantwoordelijken beschikbaar moet zijn voor de betrokkene. Anders gezegd: het moet voor de betrokkene volkomen duidelijk zijn welke verwerkingsverantwoordelijke hij of zij kan benaderen om een of meer van zijn of haar rechten uit hoofde van de AVG uit te oefenen 39 .

## Informatie met betrekking tot verdere verwerking

45. Zowel  artikel  13  als  artikel  14  bevat  een  bepaling 40 die  verwerkingsverantwoordelijken, wanneer ze voornemens zijn de persoonsgegevens van een betrokkene verder te verwerken voor  een  ander  doel  dan  dat  waarvoor  ze  zijn  verzameld/verkregen,  verplicht  om  de betrokkene daarvan in kennis te stellen. In dergelijke gevallen 'verstrekt de verwerkingsverantwoordelijke de betrokkene vóór die verdere verwerking informatie over dat andere doel en alle relevante verdere informatie als bedoeld in lid 2'. Deze bepalingen vormen de  specifieke  uitwerking  van  het  in  artikel  5,  lid  1,  onder  b),  neergelegde  beginsel  dat persoonsgegevens  worden  verzameld  voor  welbepaalde,  uitdrukkelijk  omschreven  en gerechtvaardigde  doeleinden  en  vervolgens  niet  verder  mogen  worden  verwerkt  op  een met die doeleinden onverenigbare wijze 41 . In het tweede deel van artikel 5, lid 1, onder b), wordt  bepaald  dat  de  verdere  verwerking  met  het  oog  op  archivering  in  het  algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden overeenkomstig artikel 89, lid 1, niet als onverenigbaar met de oorspronkelijke doeleinden wordt  beschouwd.  Wanneer  persoonsgegevens  verder  worden  verwerkt  voor  doeleinden die verenigbaar met de oorspronkelijke doeleinden zijn (artikel 6, lid 4 42 ), zijn artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 4, van toepassing. De vereisten van deze artikelen om een betrokkene te informeren  over  verdere  verwerkingen  bevordert  het  uitgangspunt  in  de  AVG  dat  een

39   Overeenkomstig artikel 26, lid  3,  kan  de  betrokkene,  ongeacht  de  voorwaarden  van  de  in  artikel  26,  lid  1,  bedoelde regeling, zijn of haar rechten uit hoofde van deze verordening met betrekking tot en jegens iedere verwerkingsverantwoordelijke uitoefenen.

40  Artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 4, die dezelfde bewoording hebben, met uitzondering van het woord 'verzameld' dat in artikel 13 wordt gebruikt en dat in artikel 14 is vervangen door het woord 'verkregen'.


42   In  artikel 6, lid 4, wordt op niet-uitputtende wijze een opsomming gegeven van de factoren waarmee rekening moet worden gehouden bij de beoordeling van de vraag of de verwerking voor een ander doel verenigbaar is  met  het  doel waarvoor  de  persoonsgegevens  aanvankelijk  zijn  verzameld,  namelijk:  het  verband  tussen  de  doeleinden,  het  kader waarin de persoonsgegevens zijn verzameld, de aard van de persoonsgegevens (met name of bijzondere categorieën van persoonsgegevens  of  persoonsgegevens  over  strafrechtelijke  veroordelingen  en  strafbare  feiten  worden  verwerkt),  de mogelijke  gevolgen  van  de  voorgenomen  verdere  verwerking  voor  de  betrokkenen,  en  het  bestaan  van  passende waarborgen.

betrokkene redelijkerwijs zou moeten kunnen verwachten dat bij en in de context van de verzameling van persoonsgegevens die verwerking voor een specifiek doel zal plaatsvinden 43 . Met andere woorden: een betrokkene zou niet verrast mogen zijn door het doel van de verwerking van zijn of haar persoonsgegevens.

46. Artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 4, kunnen, voor zover ze betrekking hebben op het bepalen van 'alle relevante verdere informatie als bedoeld in lid 2', op het eerste gezicht aldus worden uitgelegd dat ze de verwerkingsverantwoordelijke een zekere beoordelingsruimte laten ten aanzien van de mate waarin en welke specifieke categorieën informatie uit hoofde van het toepasselijke lid 2 (d.w.z. artikel 13, lid 2, of artikel 14, lid 2) aan de betrokkene moet(en) worden  verstrekt.  (In  overweging  61  heet  dit  ' andere  noodzakelijke  informatie '.)  De standaard  is  echter  dat  alle  in  het  desbetreffende  lid  vermelde  informatie  aan  de betrokkene dient te worden verstrekt, tenzij een of meer categorieën van de informatie niet bestaan of niet van toepassing zijn.
47. De  WP29  beveelt  aan  dat,  om  transparantie,  behoorlijkheid  en  verantwoording  te waarborgen,  verwerkingsverantwoordelijken,  wanneer  ze  een  andere  rechtsgrond  dan toestemming  of  nationale/EU-wetgeving  gebruiken  voor  een  nieuw  verwerkingsdoel, zouden  moeten  overwegen  om  in  hun  privacyverklaring/mededeling  informatie  over  de overeenkomstig artikel 6, lid 4, uitgevoerde verenigbaarheidsanalyse 44 te  verstrekken aan betrokkenen. (Met andere woorden: een toelichting op de wijze waarop de verwerking voor een  andere  doel  of  andere  doelen  verenigbaar  is  met  het  aanvankelijke  doel).  Dit  moet betrokkenen de gelegenheid bieden om de verenigbaarheid van de verdere verwerking en de  verstrekte  waarborgen  te  beoordelen  en  te  besluiten  of  ze  hun  rechten  zullen uitoefenen, zoals, onder andere, het recht op beperking van de verwerking of het recht om bezwaar tegen een verwerking te maken 45 . Wanneer verwerkingsverantwoordelijken ervoor kiezen om deze informatie op te nemen in hun privacyverklaring/mededeling, beveelt de WP29 aan  om  betrokkenen  duidelijk  te  maken  dat  ze  de  informatie  op  verzoek  kunnen ontvangen.
48. Verbonden aan de uitoefening van rechten door betrokkenen is de kwestie van het juiste moment van de verstrekking. Zoals hierboven is benadrukt, is de tijdige verstrekking van informatie een cruciaal element van de transparantievereisten van de artikelen 13 en 14 en inherent  aan  het  begrip  'behoorlijke  verwerking'.  Informatie  met  betrekking  tot verdere verwerking moet  'vóór  die  verdere  verwerking'  worden  verstrekt.  Het  standpunt  van  de WP29 is dat er een redelijke periode dient te liggen tussen de kennisgeving en het begin van de  verwerking  en  dat  de  verwerking  niet  onmiddellijk  na  ontvangst  van  de  kennisgeving door de betrokkene zou moeten beginnen. Dit geeft betrokkenen de praktische voordelen van het transparantiebeginsel door hen een betekenisvolle gelegenheid te geven om na te denken  over  (en  mogelijk  hun  rechten  uit  te  oefenen  in  verband  met)  de  verdere

43  Overwegingen 47 en 50.

44  Ook genoemd in overweging 50.

45   Zoals  wordt  opgemerkt  in  overweging  63,  zal  dit  een  betrokkene  in  staat  stellen  om  zich  van  de  verwerking  op  de hoogte te stellen en de rechtmatigheid daarvan te controleren.

verwerking. Wat een redelijke periode is zal afhankelijk zijn van de specifieke omstandigheden.  Het  behoorlijkheidsbeginsel  vereist  dat  hoe  ingrijpender  (of  minder verwacht) de verdere verwerking is, hoe langer de periode zou moeten zijn. Evenzo vereist het  beginsel  van  de  verantwoordingsplicht  dat  verwerkingsverantwoordelijken  moeten kunnen  aantonen  dat  de  momenten  voor  de  verstrekking  van  deze  informatie  die  ze hebben vastgesteld, in de betreffende omstandigheden gerechtvaardigd zijn en behoorlijk zijn ten aanzien van de betrokkenen. (Zie ook de eerdere opmerkingen in verband met het vaststellen van redelijke termijnen in de paragrafen 30 tot en met 32 hierboven.)

## Visualisatie-instrumenten

49. Belangrijk is dat de toepassing van het transparantiebeginsel in de AVG zich niet beperkt tot (schriftelijke of mondelinge) taaluitingen. De AVG voorziet in het gebruik, waar passend, van  visualisatie-instrumenten  (in  het  bijzonder  iconen,  certificeringsmechanismen  en gegevensbeschermingszegels en -merktekens). In overweging 58 46  wordt opgemerkt dat in de onlineomgeving de toegankelijkheid van informatie die bestemd is voor het publiek of voor de betrokkene van bijzonder belang is 47 .

## Iconen

50. Overweging  60  voorziet  in  de  verstrekking  van  informatie  aan  een  betrokkene  'in combinatie'  met  gestandaardiseerde  iconen,  ofwel  in  een  meerlagige  aanpak.  Iconen zouden echter niet simpelweg moeten worden gebruikt als vervanging van de informatie die nodig is voor de uitoefening van de rechten van de betrokkene, noch als vervanging van de  naleving  door  de  verwerkingsverantwoordelijke  van  zijn  of  haar  verplichtingen  uit hoofde van de artikelen  13  en  14.  Artikel  12,  lid  7,  voorziet  in  het  gebruik  van  dergelijke iconen, en luidt als volgt:

'De krachtens de artikelen 13 en 14 aan betrokkenen te verstrekken informatie mag worden verstrekt met gebruikmaking van gestandaardiseerde iconen, om de betrokkene  een  nuttig  overzicht,  in  een  goed  zichtbare,  begrijpelijke  en  duidelijk leesbare  vorm,  van  de  voorgenomen  verwerking  te  bieden.  Wanneer  de  iconen elektronisch worden weergegeven, zijn ze machineleesbaar'.

51. De bepaling in artikel 12, lid 7, dat wanneer de iconen elektronisch worden weergegeven, ze machineleesbaar moeten zijn, suggereert dat zich situaties kunnen voordoen waarin iconen niet elektronisch worden weergegeven 48 , zoals bijvoorbeeld iconen op papieren

46  'Die informatie kan elektronisch worden verstrekt, bijvoorbeeld wanneer die tot het publiek is gericht, via een website. Dit  geldt  in  het  bijzonder  voor  situaties,  waarin  het  vanwege  zowel  het  grote  aantal  actoren  als  de  technologische complexiteit van de praktijk voor een betrokkene moeilijk is te weten en te begrijpen of, door wie en met welk doel zijn persoonsgegevens worden verzameld, zoals bij onlineadvertenties.'

47   In  deze  context  zouden  verwerkingsverantwoordelijken  rekening  moeten  houden  met  betrokkenen  met  een  visuele handicap (zoals, bijvoorbeeld, kleurenblindheid).


documenten,  IoT-apparaten  of  de  verpakking  van  IoT-apparaten,  mededelingen  in  de openbare ruimte over Wi-Fi-tracking, QR-codes en mededelingen over beveiligingscamera's.

52. Het doel van het gebruik van iconen is duidelijk om de transparantie voor betrokkenen te vergroten  door  de  noodzaak  om  een  betrokkene  zeer  grote  hoeveelheden  schriftelijke informatie  te  verstrekken,  in  potentie  te  verminderen.  Het  nut  van  iconen  voor  het doeltreffend overbrengen van de uit hoofde van de artikelen 13 en 14 vereiste informatie is afhankelijk van de standaardisatie van symbolen/afbeeldingen, zodat ze universeel kunnen worden gebruikt en overal in de EU worden herkend als staande voor die informatie. In dit verband wordt de verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van een reeks iconen in de AVG  aan  de  Commissie  toegewezen,  maar  uiteindelijk  kan  het  Europees  Comité  voor gegevensbescherming  (EDPB),  op  verzoek  van  de  Commissie  of  op  eigen  initiatief,  een advies over die iconen uitbrengen aan de Commissie 49 . De  WP29  erkent  dat, in overeenstemming met overweging 166, bij de ontwikkeling van een 'code van iconen' een op empirisch bewijs gebaseerde aanpak zou moeten worden gehanteerd en dat voorafgaand aan een dergelijke standaardisering uitgebreid onderzoek zou moeten worden gedaan, samen met het bedrijfsleven en het algemene publiek, naar de doeltreffendheid van iconen in deze context.

## Certificeringsmechanismen, zegels en merktekens

53. Behalve in het gebruik van gestandaardiseerde iconen voorziet de AVG (artikel 42) ook in het gebruik van certificeringsmechanismen voor gegevensbescherming en gegevensbeschermingszegels en -merktekens om naleving van de AVG door verwerkingsverantwoordelijken  en  verwerkers  bij  verwerkingen  aan  te  tonen  en  de transparantie  voor  betrokkenen  te  vergroten 50 . De  WP29  zal  te  zijner  tijd  richtsnoeren inzake certificeringsmechanismen uitbrengen .

'Een document wordt als document in machinaal leesbaar formaat beschouwd als het een bestandsformaat heeft met een zodanige  structuur  dat  softwaretoepassingen  gemakkelijk  specifieke  gegevens  in  het  document  kunnen  identificeren, herkennen  en  extraheren.  Gegevens  die  zijn gecodeerd  in bestanden  die  in een machinaal  leesbaar  formaat  zijn gestructureerd, zijn machinaal leesbare gegevens. Machinaal leesbare formaten kunnen open of geoctrooieerd zijn; zij kunnen al dan niet formele standaards zijn. Documenten die zijn gecodeerd in een bestandsformaat dat een automatische verwerking beperkt doordat de gegevens niet of niet gemakkelijk uit de documenten kunnen worden gehaald, mogen niet als documenten in  een  machinaal  leesbaar  formaat  worden  beschouwd.  In  voorkomend  geval  dienen  de  lidstaten  het  gebruik  van  open, machinaal leesbare formaten aan te moedigen.'

49  Artikel 12, lid 8, verleent de Commissie de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 92 gedelegeerde handelingen vast te stellen om te bepalen welke informatie de iconen dienen weer te geven en via welke procedures de gestandaardiseerde iconen tot stand dienen te komen. Overweging 166 (die betrekking heeft op gedelegeerde handelingen van de Commissie in  het  algemeen)  is  instructief  door  erin  te  voorzien  dat  de  Commissie  bij  haar  voorbereidende  werkzaamheden toereikende raadplegingen verricht, onder meer op deskundigenniveau. Het Europees Comité voor gegevensbescherming (EDPB)  heeft  ook  een  belangrijke  raadplegende  rol  te  spelen  met  betrekking  tot  de  standaardisering  van  iconen, aangezien in artikel 70, lid 1, onder r), wordt bepaald dat het Comité op eigen initiatief of op verzoek van de Commissie advies kan uitbrengen over iconen.

50  Zie de verwijzing in overweging 100.

## Uitoefening van rechten door betrokkenen

54. Transparantie  legt  verwerkingsverantwoordelijken  een  drievoudige  verplichting  op  voor zover het de rechten van betrokkenen uit hoofde van de AVG betreft, aangezien zij 51 :
- betrokkenen informatie moeten verstrekken over hun rechten 52  (zoals vereist door artikel 13, lid 2, onder b), en artikel 14, lid 2, onder c);
- het transparantiebeginsel in acht moeten nemen (ten aanzien van de kwaliteit van de  communicatie  als  bedoeld  in  artikel  12,  lid  1)  bij  de  communicatie  met betrokkenen in verband met hun rechten uit hoofde van de artikelen 15 tot en met 22 en artikel 34; en
- de uitoefening door betrokkenen van hun rechten uit hoofde van de artikelen 15 tot en met 22 moeten vergemakkelijken.
55. De vereisten van de AVG in verband met de uitoefening van deze rechten en de aard van de verplicht te verstrekken informatie zijn bedoeld om betrokkenen op een betekenisvolle wijze in de positie te brengen dat ze hun rechten kunnen doen gelden en verwerkingsverantwoordelijken  verantwoordelijk  kunnen  houden  voor  de  verwerking  van hun persoonsgegevens. In overweging 59 wordt benadrukt dat er ' regelingen voorhanden [dienen]  te  zijn  om  de  betrokkene  in  staat  te  stellen  zijn  rechten  [...]  gemakkelijker  uit  te oefenen '  en  dat  de  verwerkingsverantwoordelijke ' ook middelen [dient] te verstrekken om verzoeken  elektronisch  in  te  dienen,  vooral  wanneer  persoonsgegevens  langs  elektronische weg  worden  verwerkt '. De  door  een  verwerkingsverantwoordelijke  aan  een  betrokkene geboden  regeling  om  zijn  of  haar  rechten  uit  te  oefenen  dient  passend  te  zijn  voor  de context en de aard van de betrekking en interacties tussen de verwerkingsverantwoordelijke en een betrokkene. Daartoe zal een verwerkingsverantwoordelijke  mogelijk  een  of  meer  verschillende  regelingen  voor  de uitoefening van rechten willen aanbieden die een weerspiegeling vormen  van de verschillende manieren waarop betrokkenen met die verwerkingsverantwoordelijke interacteren.

## Voorbeeld

Een aanbieder van een gezondheidsdienst gebruikt een elektronisch formulier op zijn website,  en  formulieren  in  de  receptie  van  zijn  gezondheidsklinieken,  om  het indienen  van  een  verzoek  om  inzage  in  persoonsgegevens,  zowel  online  als persoonlijk, te vergemakkelijken. Hoewel hij deze regelingen aanbiedt, aanvaardt de gezondheidsdienst  nog  steeds  verzoeken  om  inzage  die  op  andere  wijze  worden ingediend (zoals per brief of via e-mail) en beschikt hij over een speciaal contactpunt (dat gemakkelijk bereikbaar is, via e-mail of telefonisch) om betrokkenen te helpen

51   Overeenkomstig  hoofdstuk  III,  Rechten  van  de  betrokkene,  afdeling  Transparantie  en  regelingen,  artikel  12,  van  de AVG.

52  Inzage, rectificatie, wissing, beperking van de verwerking, bezwaar tegen de verwerking, overdraagbaarheid.

bij het uitoefenen van hun rechten.

## Uitzonderingen op de verplichting om informatie te verstrekken

Uitzonderingen van artikel 13

56. De  enige  uitzondering  op  de  verplichtingen  van  een  verwerkingsverantwoordelijke  uit hoofde  van  artikel  13  wanneer  deze  persoonsgegevens  rechtstreeks  bij  een  betrokkene worden verzameld, is van toepassing 'wanneer en voor zover de betrokkene reeds over de informatie beschikt' 53 . Het beginsel van de verantwoordingsplicht vereist dat verwerkingsverantwoordelijken  aantonen  (en  documenteren)  over  welke  informatie  de betrokkene reeds beschikt, hoe en wanneer de betrokkene die heeft ontvangen en dat er sindsdien geen veranderingen hebben plaatsgevonden in de informatie die de informatie achterhaald maken. Voorts maakt het gebruik van de term 'voor zover' in artikel 13, lid 4, duidelijk dat ook als de betrokkene eerder reeds bepaalde categorieën van de in artikel 13 bedoelde  informatie  heeft  ontvangen,  de  verwerkingsverantwoordelijke  nog  steeds  de verplichting heeft om die informatie aan te vullen om ervoor te zorgen dat de betrokkene over  alle  in  de  artikelen  13,  leden  1  en  2,  genoemde  informatie  beschikt.  Het  volgende voorbeeld  is  een  beste  praktijk  voor  de  beperkende  wijze  waarop  de  uitzondering  van artikel 13, lid 4, dient te worden uitgelegd.

## Voorbeeld

Iemand  abonneert  zich  op  een  e-maildienst  en  ontvangt  bij  het  sluiten  van  het abonnement alle door artikel 13, leden 1 en 2, vereiste informatie. Zes maanden later activeert  de  betrokkene  een  verbonden  instantberichtenfunctionaliteit  via  zijn  emailaanbieder en verstrekt daarvoor zijn mobiele telefoonnummer. De emailaanbieder verstrekt de betrokkene bepaalde informatie uit hoofde van artikel 13, leden  1  en  2,  over  de  verwerking  van  het  telefoonnummer  (bv.  het  doel  en  de rechtsgrond  van  de  verwerking,  de  ontvangers,  de  bewaringstermijn),  maar  geen informatie die de persoon zes maanden eerder reeds heeft ontvangen en die sindsdien niet is veranderd (zoals de identiteit en de contactgegevens van de verwerkingsverantwoordelijke  en  de  gegevensbeschermingsfunctionaris,  informatie over  de  rechten  van  betrokkenen  en  het  recht  om  een  klacht  in  te  dienen  bij  de bevoegde toezichthoudende autoriteit). Als beste praktijk zou echter alle informatie opnieuw  aan  de  betrokkene  moeten  worden  verstrekt;  ook  zou  de  betrokkene gemakkelijk  moeten  kunnen  zien  welke  informatie  daarbinnen  nieuw  is.  De  nieuwe verwerking ten behoeve van de instantberichtendienst kan effect op een betrokkene hebben op een wijze die hem of haar aanzet tot de uitoefening van een recht waarover hij  of  zij  zes  maanden  eerder  was  geïnformeerd,  maar  dat  hij  of  zij  mogelijk  was

53  Artikel 13, lid 4.

vergeten. Het verstrekken van alle informatie helpt ook weer om ervoor te zorgen dat betrokkenen  goed  geïnformeerd  zijn  over  de  wijze  waarop  hun  gegevens  worden gebruikt en over hun rechten.

Uitzonderingen van artikel 14

57. Artikel  14 voorziet  in een veel  bredere  reeks uitzonderingen op de informatieverplichting voor een verwerkingsverantwoordelijke wanneer persoonsgegevens niet zijn verkregen van de betrokkene. Deze uitzonderingen dienen, als algemene regel, eng te worden uitgelegd en  toegepast.  Behalve  in  de  omstandigheden  waarin  de  betrokkene  de  informatie  in kwestie reeds heeft ontvangen (artikel 14, lid 5, onder a)), voorziet artikel 14, lid 5, ook in de volgende uitzonderingen:
- De  verstrekking  van  de  informatie  blijkt  onmogelijk  of  zou  onevenredig  veel inspanning vergen, in het bijzonder bij verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden, of voor zover de verstrekking van de informatie de verwezenlijking van de  doeleinden  van  de  verwerking  onmogelijk  dreigt  te  maken  of  ernstig  in  het gedrang dreigt te brengen.
- Het recht van de Unie of een lidstaat schrijft uitdrukkelijk voor dat de verwerkingsverantwoordelijke  de  gegevens  moet  verkrijgen  of  verstrekken  en voorziet  in  passende  maatregelen  om  de  gerechtvaardigde  belangen  van  de betrokkene te beschermen; of
- De persoonsgegevens moeten in het kader van het recht van de Unie of een lidstaat vertrouwelijk blijven uit hoofde van een beroepsgeheim (waaronder een statutaire geheimhoudingsplicht).

Blijkt onmogelijk, zou onevenredig veel inspanning vergen of dreigt de doeleinden van de verwerking ernstig in het gedrang te brengen

58. Artikel 14, lid 5, onder b), voorziet in drie afzonderlijke situaties waarin de verplichting om de in artikel 14, leden 1, 2 en 4, bedoelde informatie te verstrekken wordt opgeheven.
2. (i) Wanneer  het  onmogelijk  blijkt  (in  het  bijzonder  bij  verwerking  met  het  oog  op archivering  in  het  algemeen  belang,  wetenschappelijk  of  historisch  onderzoek  of statistische doeleinden);
3. (ii) Wanneer  het  onevenredig  veel  inspanning  zou  vergen  (in  het  bijzonder  bij verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden); of
4. (iii) voor zover de verstrekking van de informatie van artikel 14, lid 1, de verwezenlijking van de doeleinden van de verwerking onmogelijk dreigt te maken of ernstig in het gedrang dreigt te brengen.

'Onmogelijk blijkt'

59. De  situatie  waarin  het  verstrekken  van  informatie  'onmogelijk  blijkt',  zoals  bedoeld  in artikel 14, lid 5, onder b), is een alles-of-nietssituatie, omdat iets onmogelijk is of dat niet is; er  zijn  geen  gradaties  van  onmogelijkheid.  Indien  een  verwerkingsverantwoordelijke gebruik wil maken van deze uitzondering, zal hij of zij dus moeten kunnen aantonen welke factoren hem of haar feitelijk verhinderen om de informatie in kwestie aan de betrokkene te verstrekken.  Indien,  na  een  bepaalde  periode,  de  factoren  die  de  'onmogelijkheid' veroorzaakten niet langer bestaan en het mogelijk wordt om  de informatie aan betrokkenen  te  verstrekken,  dient  de  verwerkingsverantwoordelijke  dat  onmiddellijk  te doen. In de praktijk zullen er zeer weinig situaties zijn waarin een verwerkingsverantwoordelijke kan aantonen dat het feitelijk onmogelijk is om  de informatie  aan  betrokkenen  te  verstrekken.  Dit  wordt  geïllustreerd  door  het  volgende voorbeeld.

## Voorbeeld

Een  betrokkene  schrijft  zich  in  voor  een  onlinedienst  met  betaling  achteraf.  Na  de inschrijving  verzamelt  de  verwerkingsverantwoordelijke  kredietinformatie  over  de betrokkene bij een kredietregistratiebureau met het oog op het besluit om de dienst al dan niet te verstrekken. Het protocol van de verwerkingsverantwoordelijke schrijft voor dat  de  betrokkene,  in  overeenstemming  met  artikel  14,  lid  3,  onder  a),  binnen  drie dagen op de hoogte moet worden gesteld van de verzameling van deze kredietgegevens. Het adres en telefoonnummer van de betrokkene zijn echter niet te vinden in openbare registers (de betrokkene woont in het buitenland). De betrokkene heeft geen e-mailadres opgegeven bij de inschrijving voor de dienst, of het opgegeven e-mailadres is niet correct. De verwerkingsverantwoordelijke constateert dat hij of zij over  geen  enkel  middel  beschikt  om  contact  met  de  betrokkene  op  te  nemen.  In  dit geval  kan  de  verwerkingsverantwoordelijke  echter  op  de  website  informatie  over  de verzameling  van  kredietinformatie  plaatsen,  waarop  een  betrokkene  wordt  gewezen voordat  deze  zich  inschrijft  voor  de  dienst.  In  dit  geval  is  het  niet  onmogelijk  om  de informatie uit hoofde van artikel 14 te verstrekken.

Onmogelijkheid om de bron van de gegevens te verstrekken

60. In overweging 61 wordt verklaard: ' Wanneer de oorsprong van de persoonsgegevens niet aan de  betrokkene  kan  worden  meegedeeld  omdat  verschillende  bronnen  zijn  gebruikt,  moet algemene  informatie  worden  verstrekt '.  De  opheffing  van  de  vereiste  om  betrokkenen informatie over de bron van hun persoonsgegevens te verstrekken is alleen van toepassing wanneer het verstrekken van de informatie niet mogelijk is omdat verschillende persoonsgegevens  van  dezelfde  betrokkene  niet  tot  een  specifieke  bron  kunnen  worden herleid. Zo is het enkele feit dat de persoonsgegevens van een veelheid aan betrokkenen in een  databank  door  de  verwerkingsverantwoordelijken  zijn  verkregen  uit  verschillende bronnen, niet voldoende om deze vereiste op te heffen als het mogelijk is om vast te stellen

uit welke bron de persoonsgegevens van individuele betrokkenen afkomstig zijn (ook al kan dat  veel  tijd  kosten  of  veel  lasten  met  zich  meebrengen).  Gegeven  de  vereisten  van gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen 54 , zouden in verwerkingssystemen  van  de  grond  af  aan  transparantiemechanismen  moeten  worden ingebouwd die ervoor zorgen dat alle in de organisatie ontvangen persoonsgegevens op elk moment tijdens de levenscyclus van de verwerking kunnen worden getraceerd en herleid naar hun bron (zie paragraaf 43 hierboven).

## 'Onevenredig veel inspanning'

61. Overeenkomstig  artikel  14,  lid  5,  onder  b),  kan  de  voorwaarde  van  'onevenredig  veel inspanning',  net  als  die  van  het  'onmogelijk  blijken',  ook  van  toepassing  zijn  op,  in  het bijzonder, verwerkingen 'met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden, behoudens de in artikel 89, lid 1, bedoelde voorwaarden en waarborgen'. Ook in overweging 62 worden deze doeleinden genoemd  als gevallen waarin de verstrekking van informatie aan de betrokkene onevenredig  veel  inspanningen  zou  kosten,  en  wordt  verklaard  dat  in  dat  verband  in aanmerking  mag  worden  genomen  om  hoeveel  betrokkenen  het  gaat,  hoe  oud  de gegevens  zijn  en  welke  passende  waarborgen  moeten  worden  ingebouwd.  Gegeven  de nadruk  die  in  overweging  62  en  artikel  14,  lid  5,  onder  b),  wordt  gelegd  op  archivering, onderzoek en statistische doeleinden in verband met de toepassing van deze uitzondering, is het standpunt van de WP29 dat deze uitzondering niet routinematig mag worden gebruikt door verwerkingsverantwoordelijken die geen persoonsgegevens verwerken met het oog op  archivering  in  het  algemeen  belang,  wetenschappelijk  of  historisch  onderzoek  of statistische  doeleinden.  De  WP29  onderstreept  dat  wanneer  deze  doeleinden  worden nagestreefd, er nog steeds moet worden voldaan aan de voorwaarden van artikel 89, lid 1, en de verstrekking van de informatie onevenredig veel inspanning moet vergen.
62. Bij  het  bepalen  van  wat  onmogelijkheid  of  onevenredig  veel  inspanning  overeenkomstig artikel  14,  lid  5,  onder  b),  zou  kunnen  vormen,  is  het  relevant  dat  er  geen  vergelijkbare uitzonderingen  krachtens  artikel  13  van  toepassing  zijn  (wanneer  persoonsgegevens worden verzameld bij de betrokkene). Het enige verschil tussen artikel 13 en artikel 14 is dat in het laatste geval de persoonsgegevens niet bij de betrokkene worden verzameld. Hieruit volgt  dat  onmogelijkheid  of  onevenredig  veel  inspanning  zich  doorgaans  voordoen  in omstandigheden die niet van toepassing zijn als de persoonsgegevens worden verzameld bij  de  betrokkene.  Met  andere  woorden:  de  onmogelijkheid  of  onevenredige  inspanning moet  rechtstreeks  verband  houden  met  het  feit  dat  de  persoonsgegevens  niet  van  de betrokkene zijn verkregen.

## Voorbeeld

Een  groot  hoofdstedelijk ziekenhuis vereist van  alle patiënten,  in  verband  met poliklinische behandelingen, ziekenhuisopname en afspraken, dat ze een

54  Artikel 25.

patiëntinformatieformulier invullen, waarin wordt gevraagd om de gegevens van twee familieleden (betrokkenen). Gegeven het zeer hoge aantal patiënten dat dagelijks het ziekenhuis bezoekt, zou het van het ziekenhuis onevenredig veel inspanning vergen om alle  personen  die  door  patiënten  als  familielid  op  een  patiëntinformatieformulier worden vermeld de door artikel 14 vereiste informatie te verstrekken.

63. De in overweging 62 genoemde factoren (hoeveel betrokkenen, hoe oud de gegevens zijn en welke passende waarborgen moeten worden ingebouwd) kunnen indicatief zijn voor de soorten problemen die ertoe bijdragen dat een verwerkingsverantwoordelijke onevenredig veel inspanning moet verrichten om een betrokkene de toepasselijke informatie van artikel 14 te verstrekken.

## Voorbeeld

Onderzoekers die historisch onderzoek verrichten naar de afstamming van personen op basis van achternamen, verzamelen op indirecte wijze een uitgebreide hoeveelheid gegevens over 20 000 betrokkenen. De gegevensverzameling dateert echter  van  vijftig  jaar  geleden,  is  sindsdien  niet  geactualiseerd  en  bevat  geen contactgegevens. Gegeven de omvang van de databank en meer in het bijzonder de leeftijd van de gegevens, zou het van de onderzoekers onevenredig veel inspanning vergen om de betrokkenen individueel te traceren teneinde hen de informatie van artikel 14 te verstrekken.

64. Wanneer  een  verwerkingsverantwoordelijke  gebruik  wil  maken  van  de  uitzondering  van artikel  14,  lid  5,  onder  b),  op  basis  van  het  argument  dat  verstrekking  van  de  informatie onevenredig veel inspanning zou vergen, dient hij of zij de inspanning die het zou vergen om de informatie aan de betrokkene te verstrekken af te wegen tegen het effect op en de gevolgen  voor  de  betrokkene  wanneer  die  de  informatie  niet  ontvangt.  Deze  afweging dient door de verwerkingsverantwoordelijke te worden gedocumenteerd in overeenstemming  met  zijn  of  haar  verantwoordingsplichten.  Voor  dergelijke  gevallen wordt  in  artikel  14,  lid  5,  onder  b),  gespecificeerd  dat  de  verwerkingsverantwoordelijke passende maatregelen moet nemen om de rechten, de vrijheden en de gerechtvaardigde belangen van de betrokkene te beschermen. Dit is evenzeer van toepassing wanneer een verwerkingsverantwoordelijke  bepaalt  dat  de  verstrekking  van  de  informatie  onmogelijk blijkt  of  de  verwezenlijking  van  de  doeleinden  van  de  verwerking  onmogelijk  dreigt  te maken  of  ernstig  in  het  gedrang  dreigt  te  brengen.  Eén  passende  maatregel,  zoals gespecificeerd in artikel 14, 5, onder b), die verwerkingsverantwoordelijken altijd moeten nemen is de informatie openbaar maken. Een verwerkingsverantwoordelijke kan dit op een aantal manieren doen, bijvoorbeeld door de informatie op zijn of haar website te plaatsen of door proactief bekendheid te geven aan de informatie, bijvoorbeeld in een krant of op posters in voor het publiek toegankelijke bedrijfsruimten. Andere passende maatregelen, naast het openbaar maken van de informatie, zullen afhangen van de omstandigheden van de verwerking, maar kunnen bijvoorbeeld zijn: het uitvoeren van een gegevensbeschermingseffectbeoordeling; het op de gegevens toepassen van pseudonimiseringstechnieken;  het  minimaliseren  van  de  verzamelde  gegevens  en  de opslagperiode; en het treffen van technische en organisatorische maatregelen om een hoog

niveau  van  beveiliging  te  verzekeren.  Bovendien  kunnen  er  situaties  zijn  waarin  een verwerkingsverantwoordelijke  persoonsgegevens  verwerkt  waarvoor  de  identificatie  van een betrokkene niet nodig is (bijvoorbeeld bij gepseudonimiseerde gegevens). In dergelijke gevallen  kan  ook  artikel  11,  lid  1,  relevant  zijn,  aangezien  daarin  wordt  bepaald  dat  een verwerkingsverantwoordelijke niet verplicht is om, uitsluitend om aan deze verordening te voldoen,  aanvullende  gegevens  ter  identificatie  van  de  betrokkene  bij  te  houden,  te verkrijgen of te verwerken.

## Ernstig in het gedrang dreigt brengen

65. De  laatste  situatie  die  door  artikel  14,  lid  5,  onder  b),  wordt  bestreken  is  die  waarin  de verstrekking  van  de  informatie  uit  hoofde  van  artikel  14,  lid  1,  aan  een  betrokkene  de verwezenlijking  van  de  doeleinden  van  die  verwerking  onmogelijk  dreigt  te  maken  of ernstig  in  het  gedrang  dreigt  te  brengen.  Om  gebruik  te  kunnen  maken  van  deze uitzondering moeten verwerkingsverantwoordelijken aantonen dat de verstrekking van de informatie van artikel 14, lid 1, op zichzelf al de verwezenlijking van de doeleinden van die verwerking zou frustreren. Dit aspect van artikel 14, lid 5, onder b), vooronderstelt dat de gegevensverwerking voldoet aan alle in artikel 5 beschreven beginselen en, nog belangrijker,  dat  de  verwerking  van  de  persoonsgegevens  in  alle  omstandigheden  op behoorlijke wijze geschiedt en is gebaseerd op een rechtsgrond.

## Voorbeeld

Bank A is krachtens de antiwitwaswetgeving verplicht om verdachte transacties in verband  met  bij  haar  aangehouden  rekeningen  te  rapporteren  aan  de  bevoegde toezichthoudende autoriteit. Bank A ontvangt informatie van Bank B (in een andere lidstaat) dat een rekeninghouder de opdracht heeft gegeven om geld over te boeken naar  een  andere  rekening,  bij  Bank  A,  welke  transactie  verdacht  lijkt.  Bank  A rapporteert deze gegevens met betrekking tot haar rekeninghouder en de verdachte activiteit  aan  de  financieel  toezichthouder.  Krachtens  de  antiwitwaswetgeving  in kwestie is het 'tippen' van een rekeninghouder dat deze mogelijk het voorwerp van een onderzoek door de toezichthouder zal worden een strafbaar feit. In deze situatie is artikel 14, lid 5, onder b), van toepassing, omdat het verstrekken van de informatie van artikel 14 over de verwerking van de van Bank B ontvangen persoonsgegevens aan de betrokkene (de houder van een rekening bij Bank A) door de rapporterende bank  de  verwezenlijking  van  de  doeleinden  van  die  verwerking  ernstig  in  het gedrang dreigt te brengen. Wanneer iemand een rekening opent bij Bank A, moet die  nieuwe  rekeninghouder  echter  alle  algemene  informatie  worden  verstrekt aangaande het feit dat zijn of haar persoonsgegevens kunnen worden verwerkt voor antiwitwasdoeleinden.

De verkrijging of verstrekking is uitdrukkelijk vastgelegd in de wet

66. Artikel 14, lid 5, onder c), staat het niet toepassen van de informatievereisten van artikel 14, leden  1,  2  en  4,  toe  voor  zover  de  verkrijging  of  verstrekking  van  de  persoonsgegevens 'uitdrukkelijk is voorgeschreven bij Unieof lidstatelijk recht dat op de

verwerkingsverantwoordelijke van toepassing is'. Deze uitzondering is onderworpen aan de voorwaarde dat het recht in kwestie voorziet in ' passende maatregelen om de gerechtvaardigde belangen van de betrokkene te beschermen '. Dit recht moet rechtstreeks betrekking hebben op de verwerkingsverantwoordelijke, en de verkrijging of verstrekking in kwestie  moet  voor  de  verwerkingsverantwoordelijke  verplicht  zijn.  Bijgevolg  moet  de verwerkingsverantwoordelijke kunnen aantonen hoe het recht in kwestie op hem of haar van  toepassing  is  en  hem  of  haar  verplicht  om  de  desbetreffende  persoonsgegevens  te verkrijgen dan wel te verstrekken. Hoewel het aan de Unie of de lidstaat is om te voorzien in ' passende maatregelen om de gerechtvaardigde belangen van de betrokkene te beschermen ', dient  de  verwerkingsverantwoordelijke  ervoor  te  zorgen  (en  te  kunnen  aantonen)  dat  de verkrijging of verstrekking van persoonsgegevens in overeenstemming is met die maatregelen.  Daarnaast  moet  de  verwerkingsverantwoordelijke  het  aan  betrokkenen duidelijk maken dat hij of zij persoonsgegevens verkrijgt of verstrekt overeenkomstig het recht in kwestie, tenzij een wettelijk verbod de verwerkingsverantwoordelijke belet om dat te doen. Dit is in overeenstemming met overweging 41 van de AVG, waarin wordt verklaard dat een rechtsgrond of een wetgevingsmaatregel duidelijk en nauwkeurig moet zijn en de toepassing daarvan voorspelbaar moet zijn voor degenen op wie deze van toepassing is, zoals  vereist  door  de  rechtspraak  van  het  Hof  van  Justitie  van  de  Europese  Unie  en  het Europees Hof voor de rechten van de mens. Artikel 14, lid 5, onder c), zal echter niet van toepassing  zijn  wanneer  de  verwerkingsverantwoordelijke  een  verplichting  heeft  om  de gegevens rechtstreeks bij de betrokkene te verkrijgen, in welk geval artikel 13 van toepassing zal  zijn.  In  dat  geval  zal  de  enige  uitzondering  op  de  verplichting  om  de  betrokkene informatie te verstrekken over de verwerking die door de AVG aan de verwerkingsverantwoordelijke  wordt  toegestaan  die  van  artikel  13,  lid  4,  zijn  (d.w.z. wanneer en voor zover de betrokkene reeds over de informatie beschikt). Zoals hieronder in paragraaf 68 echter wordt opgemerkt, kunnen lidstaten op nationaal niveau overeenkomstig  artikel  23  ook  wetgeving  vaststellen  die  het  recht  op  transparantie  van artikel 12 en het recht op informatie van de artikelen 13 en 14 verder beperkt.

## Voorbeeld

Een belastingautoriteit is krachtens het nationale recht verplicht om alle gegevens van de salarissen van werknemers op te vragen bij de werkgevers van die werknemers. De persoonsgegevens  worden  niet  verkregen  van  de  betrokkenen,  en  daarom  is  de belastingautoriteit onderworpen aan de vereisten van artikel 14. Omdat de verkrijging van de persoonsgegevens door de belastingautoriteit van de werkgevers uitdrukkelijk is vastgelegd  in  de  wet,  zijn  de  informatievereisten  van  artikel  14  in  dit  geval  niet  van toepassing op de belastingautoriteit.

Vertrouwelijkheid uit hoofde van een beroepsgeheim

67. Artikel  14,  lid  5,  onder  d),  voorziet  in  een  uitzondering  op  de  informatieverplichting  voor verwerkingsverantwoordelijken wanneer de persoonsgegevens ' vertrouwelijk moeten blijven  uit  hoofde  van  een  beroepsgeheim  in  het  kader  van  Unierecht  of  lidstatelijk  recht, waaronder een statutaire geheimhoudingsplicht '. Wanneer een

verwerkingsverantwoordelijke gebruik wil maken van deze uitzondering, moet hij of zij naar behoren  kunnen  aantonen  dat  de  uitzondering  van  toepassing  is,  en  ook  hoe  het beroepsgeheim  rechtstreeks  op  hem  of  haar  van  toepassing  is  en  hem  of  haar  derhalve verbiedt om alle in artikel 14, leden 1, 2 en 4, bedoelde informatie aan de betrokkene te verstrekken.

## Voorbeeld

Een  beroepsbeoefenaar  in  de  gezondheidszorg  (verwerkingsverantwoordelijke)  heeft een  beroepsgeheim  in  verband  met  de  medische  gegevens  van  zijn  patiënten.  Een patiënt  (ten  aanzien  van  wie  het  beroepsgeheim  van  toepassing  is)  verstrekt  de beroepsbeoefenaar  in  de  gezondheidszorg  informatie  over  haar  gezondheid  die verband houdt met een erfelijke aandoening waaraan ook enkele familieleden van haar lijden. Ook verstrekt de patiënt de beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg bepaalde persoonsgegevens van haar familieleden (betrokkenen) met diezelfde erfelijke aandoening.  De  beroepsbeoefenaar  in  de  gezondheidszorg  is  niet  verplicht  om  die familieleden  de  informatie  van  artikel  14  te  verstrekken,  omdat  de  uitzondering  van artikel 14, lid 5,  onder  d),  van  toepassing  is.  Als  de  beroepsbeoefenaar  in  de gezondheidszorg  de  informatie van artikel 14 zou moeten  verstrekken  aan  de familieleden, zou het beroepsgeheim ten aanzien van zijn patiënt worden geschonden.

## Beperkingen van de rechten van betrokkenen

68. Artikel  23  voorziet  erin  dat  de  lidstaten  (of  de  EU)  de  reikwijdte  van  de  rechten  van betrokkenen  in  verband  met  transparantie  wettelijk  verder  kunnen  inperken 55   wanneer dergelijke  maatregelen  de  essentie  van  de  grondrechten  en  de  fundamentele  vrijheden respecteren en noodzakelijk en evenredig zijn om een of meer van de tien in artikel 23, lid 1, onder  a)  tot  en  met  j),  beschreven  doelstellingen  te  waarborgen.  Wanneer  die  nationale maatregelen  afbreuk  doen  aan  ofwel  de  specifieke  rechten  van  betrokkenen,  ofwel  de algemene transparantieverplichtingen die anders krachtens de AVG van toepassing zouden zijn  op  verwerkingsverantwoordelijken, dient de verwerkingsverantwoordelijke te kunnen aantonen  hoe  de  nationale  bepalingen  op  hem  of  haar  van  toepassing  zijn.  Zoals  wordt bepaald in artikel 23, lid 2, onder h), moet de wetgevingsmaatregel een bepaling bevatten inzake het recht van betrokkenen om van de beperking op de hoogte te worden gesteld, tenzij  dit  afbreuk  kan  doen  aan  het  doel  van  de  beperking.  Consistent  hiermee,  en  in overeenstemming met het behoorlijkheidsbeginsel, dient de verwerkingsverantwoordelijke betrokkenen  ook  te  informeren  dat  hij  of  zij  zich  op  een  dergelijke nationale  wettelijke beperking van de uitoefening van de rechten van betrokkenen of van de transparantieverplichting  verlaat  (of  zal  verlaten,  wanneer  de  betrokkene  een  specifiek recht zal uitoefenen), tenzij dat de verwezenlijking van het doel van de wettelijke beperking zou schaden. In dit verband vereist transparantie van verwerkingsverantwoordelijken dat ze betrokkenen van tevoren adequate informatie verstrekken over hun rechten en eventuele voorbehouden op die rechten waar de verwerkingsverantwoordelijke mogelijk gebruik van

55   Zoals  neergelegd  in  de  artikelen  12  tot  en  met  22  en  artikel  34,  en  in  artikel  5  voor  zover  de  bepalingen  daarvan overeenkomen met de rechten en verplichtingen waarin wordt voorzien in de artikelen 12 tot en met 22.

- zal maken, zodat een betrokkene niet wordt verrast door een voorgenomen beperking van een  bepaald  recht  wanneer  hij  of  zij  dat  recht  later  probeert  uit  te  oefenen  jegens  de verwerkingsverantwoordelijke. In verband met pseudonimisering en gegevensminimalisatie, en voor zover een verwerkingsverantwoordelijke mogelijk voornemens is om artikel 11 van de AVG toe te passen, heeft de WP29 eerder, in zijn advies 3/2017 56 , bevestigd dat artikel 11 van de AVG moet worden gezien als een middel om echte gegevensminimalisatie af te dwingen zonder de uitoefening van rechten door betrokkenen te belemmeren en dat de uitoefening van die rechten mogelijk moet worden gemaakt met behulp van door de betrokkene te verstrekken aanvullende informatie.
69. Daarnaast verplicht artikel 85 de lidstaten om het recht op bescherming van persoonsgegevens wettelijk in overeenstemming te brengen met het recht op vrijheid van meningsuiting  en  van  informatie.  Dit  vereist,  onder  andere,  dat  de  lidstaten  passende uitzonderingen  op  of  afwijkingen  van  bepaalde  bepalingen  van  de  AVG  (waaronder  de transparantievereisten  van  de  artikelen  12  tot  en  met  14)  vaststellen  voor  verwerkingen voor  journalistieke  doeleinden  of  ten  behoeve  van  academische,  artistieke  of  literaire uitdrukkingsvormen, indien deze noodzakelijk zijn om de twee rechten in overeenstemming met elkaar te brengen.

## Transparantie en inbreuken in verband met persoonsgegevens

70. De  WP29  heeft  afzonderlijke  richtsnoeren  opgesteld  over  inbreuken  in  verband  met persoonsgegevens 57 , maar ook met betrekking tot deze richtsnoeren moeten de transparantievereisten van artikel 12 58 volledig deel uitmaken van de verplichtingen van de verwerkingsverantwoordelijke inzake het melden van inbreuken in verband met persoonsgegevens  aan  een  betrokkene . De  mededeling  van  een  inbreuk  in  verband  met persoonsgegevens moet voldoen aan dezelfde, hierboven gedetailleerd beschreven vereisten  (met  name  wat  betreft  het  gebruik  van  duidelijke  en  eenvoudige  taal)  die  van toepassing zijn op alle andere communicatie met de betrokkene in verband met zijn of haar rechten of met de verstrekking van informatie uit hoofde van de artikelen 13 en 14.


57   Richtsnoeren over het melden van inbreuk in verband met persoonsgegevens volgens Verordening (EU) 2016/679, WP 250.

58  Dit wordt duidelijk gemaakt in artikel 12, lid 1, waarin specifiek wordt verwezen naar '…de in de artikelen 15 tot en met 22 en artikel 34 bedoelde communicatie in verband met de verwerking...' met de betrokkene. [Nadruk toegevoegd].

Bijlage

## Informatie die op grond van de artikelen 13 en 14 moet worden verstrekt aan een betrokkene

| Type informatie dat wordt vereist                                                                                                                               | Toepasselijk artikel (wanneer persoonsgege vens rechtstreeks bij de betrokkene worden verzameld)   | Toepasselijk artikel (wanneer persoonsgege vens niet bij de betrokkene worden verkregen)   | Opmerkingen vandeWP29 over de informatievereiste                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                |
|-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|----------------------------------------------------------------------------------------------------|--------------------------------------------------------------------------------------------|-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|
| De identiteit en contactgegevens van de verwerkingsverantwoordel ijke en, in voorkomend geval, van de vertegenwoordiger van de verwerkingsverantwoordel ijke 59 | Artikel 13, lid 1, onder a)                                                                        | Artikel 14, lid 1, onder a)                                                                | Deze informatie (telefoonnummer, e-mail, postadres, enz.) dient voor een gemakkelijke identificatie van de verwerker te zorgen en bij voorkeur ook andere vormen van communicatie met de verwerkingsverantwoordelijke mogelijk te maken.                                                                                                                                                        |
| In voorkomend geval, de contactgegevens van de gegevensbeschermingsfun ctionaris                                                                                | Artikel 13, lid 1, onder b)                                                                        | Artikel 14, lid 1, onder b)                                                                | Zie de richtsnoeren van de WP29inzake gegevensbeschermingsfunctio narissen. 60                                                                                                                                                                                                                                                                                                                  |
| De doeleinden van en de rechtsgrond voor de verwerking                                                                                                          | Artikel 13, lid 1, onder c)                                                                        | Artikel 14, lid 1, onder c)                                                                | Behalve de doeleinden van de verwerking waarvoor de persoonsgegevens zijn bestemd, moet ook de toegepaste rechtsgrond overeenkomstig artikel 6 worden gespecificeerd. In geval van de bijzondere categorieën van persoonsgegevens moet de toepasselijke bepaling van artikel 9 (en indien relevant, de toepasselijke Unie- of nationale wetgeving op grond waarvan de gegevens worden verwerkt) |

59  Zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 17, van de AVG (en genoemd in overweging 80), is een 'vertegenwoordiger' een in de EU gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon die uit hoofde van artikel 27 schriftelijk door de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker is aangewezen om de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker te vertegenwoordigen in verband met zijn of haar respectieve verplichtingen krachtens de AVG. Deze verplichting is van toepassing wanneer de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker, in overeenstemming met artikel 3, lid 2, niet in de EU  is  gevestigd,  maar  persoonsgegevens  verwerkt  van  betrokkenen  die  zich  in  de  Unie  bevinden  en  de  verwerking verband houdt met het aanbieden van goederen of diensten aan deze betrokkenen of het monitoren van hun gedrag in de EU.


<!-- image -->

|                                                                                                                                                                                            |                             |                             | worden gespecificeerd. Wanneer, krachtens artikel 10, persoonsgegevens die verband houden met strafrechtelijke veroordelingen en misdrijven of daarmee samenhangende veiligheidsmaatregelen worden verwerkt op grond van artikel 6, lid 1, moet, indien van toepassing, de toepasselijke Unie- of nationale wetgeving op grond waarvan de gegevens worden verwerkt worden gespecificeerd.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                           |
|--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|-----------------------------|-----------------------------|---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|
| Wanneer gerechtvaardigde belangen (artikel 6, lid 1, onder f)) de rechtsgrond van de verwerking vormen, de gerechtvaardigde belangen van de verwerkingsverantwoordel ijke of van een derde | Artikel 13, lid 1, onder d) | Artikel 14, lid 2, onder b) | Het specifieke belang in kwestie moet worden geïdentificeerd ten behoeve van de betrokkene. Als beste praktijk kan de verwerkingsverantwoordelijke ook, voordat persoonsgegevens van de betrokkene worden verzameld, de betrokkene informatie verstrekken over de afweging die moet worden gemaaktom artikel 6, lid 1, onder f), als rechtsgrond voor de verwerking te kunnen gebruiken.Om informatiemoeheid te voorkomen kan deze informatie worden opgenomen in een gelaagde privacyverklaring/mededeling (zie paragraaf 35). In elk geval is het standpunt van de WP29dat aan betrokkenen verstrekte informatie duidelijk moet maken dat zij op verzoek informatie over de afweging kunnen ontvangen. Dit is essentieel voor een doeltreffende transparantie wanneer betrokkenen twijfels hebben over de billijkheid van de gemaakte afweging of een klacht willen indienen bij een toezichthoudende autoriteit. |

| De categorieën van ontvangers van de persoonsgegevens                    | Niet vereist                | Artikel 14, lid 1, onder d)   | Deze informatie is vereist in een artikel 14-scenario omdat de persoonsgegevens niet zijn verkregen bij de betrokkene, die zich daarom onvoldoende bewust is van de categorieën persoonsgegevens die de verwerkingsverantwoordelijke heeft verkregen.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                 |
|--------------------------------------------------------------------------|-----------------------------|-------------------------------|-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|
| De ontvangers 61 (of categorieën van ontvangers) van de persoonsgegevens | Artikel 13, lid 1, onder e) | Artikel 14, lid 1, onder e)   | De term 'ontvanger' wordt in artikel 4, punt 9, gedefinieerd als 'een natuurlijke persoon of rechtspersoon, een overheidsinstantie, een dienst of een ander orgaan, al dan niet een derde , aan wie/waaraan de persoonsgegevens worden verstrekt' [nadruk toegevoegd]. Als zodanig hoeft een ontvanger geen derde te zijn. Daarom vallen andere verwerkingsverantwoordelijken , gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken en verwerkers aan wie/waaraan gegevens worden doorgegeven of verstrekt onder de term 'ontvanger' en moet behalve informatie over derde ontvangers ook informatie over dergelijke ontvangers worden verstrekt. De (namen van de) feitelijke ontvangers van de persoonsgegevens, of categorieën persoonsgegevens, moeten worden verstrekt. In overeenstemming met het behoorlijkheidsbeginsel moeten verwerkingsverantwoordelijken informatie over de ontvangers verstrekken die voor de betrokkenen het meest betekenisvol is. In de praktijk zullen dit doorgaansmetname genoemde ontvangers zijn, zodat betrokkenen precies weten wie hun |

61  Zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 9, van de AVG en genoemd in overweging 31.

|                                                                                                                                                                                                                                                                                            |                             |                             | persoonsgegevens heeft. Indien verwerkingsverantwoordelijken ervoor kiezenomde categorieën van ontvangers te verstrekken, dient de informatie zo specifiek mogelijk te zijn door aanduiding van het type ontvangers (d.w.z. door vermelding van de activiteiten die die ontvangers verrichten) en de industrie, de sector, de subsector en de locatie van de ontvangers.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                              |
|--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|-----------------------------|-----------------------------|-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|
| Details van doorgiften aan derde landen, het feit zelf en de details van de toepasselijke waarborgen 62 (waaronder het bestaan of de afwezigheid van een adequaatheidsbesluit van de Commissie 63 ) en de middelen omeenkopie ervan te verkrijgen of wanneer deze beschikbaar zijn gesteld | Artikel 13, lid 1, onder f) | Artikel 14, lid 1, onder f) | Het toepasselijke artikel van de AVGdat de doorgifte en het gebruik van de bijbehorende mechanismen toestaat (zoals het adequaatheidsbesluit van artikel 45, de bindende bedrijfsvoorschriften van artikel 47, de standaardbepalingen inzake gegevensbescherming van artikel 46, lid 2, de afwijkingen en waarborgen van artikel 49, enz.) moet worden gespecificeerd. Ook dient informatie te worden verstrekt over de plaats waar of de wijze waarop het desbetreffende document kan worden ingezien of verkregen, bv. door een link naar het toegepaste mechanisme te plaatsen. In overeenstemming met het behoorlijkheidsbeginsel moet de informatie over doorgiften aan derde landen voor betrokkenen zo betekenisvol mogelijk zijn; dit zal over het algemeen betekenen dat het derde land moet worden genoemd. |
| de periode gedurende welke de persoonsgegevens zullen worden opgeslagen (indien dit niet mogelijk is, de                                                                                                                                                                                   | Artikel 13, lid 2, onder a) | Artikel 14, lid 2, onder a) | Dit houdt verband met de vereiste van minimale gegevensverwerking als bedoeld in artikel 5, lid 1, onder c), en de vereiste van                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                       |

62  Zoals beschreven in artikel 46, leden 2 en 3.

63  Overeenkomstig artikel 45.

| criteria omdie periode te bepalen)                                                                                                                                      |                             |                             | opslagbeperking als bedoeld in artikel 5, lid 1, onder e). De opslagperiode (of de criteria omdie te bepalen) kan (kunnen) worden gedicteerd door factoren als wettelijke vereisten of sectorale richtsnoeren, maar zou(den) altijd zodanig moeten worden geformuleerd dat de betrokkene, op basis van zijn of haar eigen situatie, kan beoordelen wat de bewaringstermijn voor specifieke gegevens/doeleinden is. Het is niet voldoende dat de verwerkingsverantwoordelijke in algemene zin verklaart dat persoonsgegevens zo lang zullen worden bewaard als nodig is voor het rechtmatige doel van de verwerking. Indien relevant zouden de verschillende opslagperioden voor verschillende categorieën van persoonsgegevens en/of verschillende verwerkingsdoeleinden moeten worden vermeld, met inbegrip van, waar passend, de   |
|-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|-----------------------------|-----------------------------|--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|
| Het recht van betrokkenen op: • inzage; • rectificatie; • wissing; • beperking van de verwerking; • het maken van bezwaar tegen een verwerking; en • overdraagbaarheid. | Artikel 13, lid 2, onder b) | Artikel 14, lid 2, onder c) | Deze informatie moet specifiek zijn voor het verwerkingsscenario en moet een samenvatting van wat het recht inhoudt, de wijze waarop de betrokkene stappen kan ondernemen omdat recht uit te oefenen en eventuele beperkingen van het recht (zie paragraaf 68 hierboven) omvatten. Metnamehet recht omtegen een verwerking bezwaar te maken moet uitdrukkelijk onder de aandacht van de betrokkene worden gebracht, uiterlijk op het momentvan het eerste contact met de betrokkene, en moet duidelijk en gescheiden van enige                                                                                                                                                                                                                                                                                                       |

|                                                                                                                                                                                                                                                                                                              |                             |                             | andere informatie worden weergegeven 64 . Wat betreft het recht op overdraagbaarheid, zie de richtsnoeren vandeWP29 inzake het recht op gegevensoverdraagbaarheid 65 .                                                                                                                                                                                |
|--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|-----------------------------|-----------------------------|-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|
| Wanneer de verwerking is gebaseerd op toestemming (of uitdrukkelijke toestemming), het recht omdetoestemming te allen tijde in te trekken                                                                                                                                                                    | Artikel 13, lid 2, onder c) | Artikel 14, lid 2, onder d) | Deze informatie moet omvatten hoe de toestemming kan worden ingetrokken, in aanmerking genomen dat het voor een betrokkene even gemakkelijk dient te zijnomde toestemming in te trekken als omdie te geven 66 .                                                                                                                                       |
| Het recht omeenklacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit                                                                                                                                                                                                                                       | Artikel 13, lid 2, onder d) | Artikel 14, lid 2, onder e) | In deze informatie zou moeten worden uitgelegd dat, in overeenstemming met artikel 77, iedere betrokkene het recht heeft omeenklacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit, met name in de lidstaat waar hij gewoonlijk verblijft, hij zijn werkplek heeft of waar de beweerde inbreuk op de AVGis begaan.                                 |
| Of de verstrekking van persoonsgegevens een wettelijke of contractuele verplichting is dan wel een noodzakelijke voorwaarde omeenovereenkomst te sluiten, en of de betrokkene verplicht is de persoonsgegevens te verstrekken en wat de mogelijke gevolgen zijn wanneer deze gegevens niet worden verstrekt. | Artikel 13, lid 2, onder e) | Niet vereist                | In bijvoorbeeld een arbeidsovereenkomst kan het een contractuele verplichting zijn ombepaalde informatie te verstrekken aan een huidige of prospectieve werkgever. Oponlineformulieren zou duidelijk moeten worden aangegeven welke velden 'verplicht' zijn, welke dat niet zijn en wat de gevolgen van het niet invullen van verplichte velden zijn. |

64  Artikel 21, lid 4, en overweging 70 (die van toepassing is op direct marketing).


66  Artikel 7, lid 3.

| De bron waaruit de persoonsgegevens afkomstig zijn, en indien van toepassing, of dit een open bron is.                                                                                                                                        | Niet vereist                | Artikel 14, lid 2, onder f)   | De specifieke bron van de gegevens moet worden meegedeeld, tenzij dat niet mogelijk is - zie paragraaf 60 voor nadere richtsnoeren. Indien de specifieke bron niet wordt genoemd, moet de verstrekte informatie het volgende omvatten:De aard van de bron(nen) (openbaar/particulier) en het type organisatie/industrie/sector.   |
|-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|-----------------------------|-------------------------------|-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|
| Het bestaan van geautomatiseerde besluitvorming, met inbegrip van profilering, en, indien van toepassing, nuttige informatie over de onderliggende logica, alsmede het belang en de verwachte gevolgen van die verwerking voor de betrokkene. | Artikel 13, lid 2, onder f) | Artikel 14, lid 2, onder g)   | Zie de richtsnoeren van de WP29voor geautomatiseerde individuele besluitvorming en profilering 67 .                                                                                                                                                                                                                               |


---

## Footnotes

1. Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke  personen  in  verband  met  de  verwerking  van  persoonsgegevens  en  betreffende  het  vrije  verkeer  van  die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.

3. Richtlijn  (EU)  2016/680  van  het  Europees  Parlement  en  de  Raad  van  27  april  2016  betreffende  de  bescherming  van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad,

4. Hoewel transparantie niet een van de in artikel 4 van Richtlijn (EU) 2016/680 gedefinieerde beginselen van de verwerking van persoonsgegevens is, wordt in overweging 26 verklaard dat iedere verwerking van persoonsgegevens 'rechtmatig, behoorlijk en transparant' ten aanzien van de natuurlijke personen in kwestie moet zijn.

7. In Richtlijn 95/46/EG werd transparantie alleen genoemd in overweging 38, als onderdeel van de vereiste om gegevens op een behoorlijke wijze te verwerken, maar niet uitdrukkelijk in het overeenkomstige artikel 6, lid 1, onder a).

10. Zie bijvoorbeeld de conclusies van advocaat-generaal Cruz Villalón (9 juli 2015) in de zaak Bara (zaak C-201/14), punt 74:

11. Zie de publicatie 'Duidelijk Schrijven ' van de Europese Commissie (2011), te vinden op: https://publications.europa.eu/nl/publication-detail/-/publication/c2dab20c-0414-408d-87b5-dd3c6e5dd9a5

12. Artikel 5 van Richtlijn 93/13/EEG van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten.

19. https://www.unicef.org/rightsite/files/uncrcchilldfriendlylanguage.pdf

26. WP29-advies 8/2014, goedgekeurd op 16 september 2014.

35. Guidelines on Automated individual decision-making and Profiling for the purposes of Regulation 2016/679 , WP 251.

41. Voor voorbeelden van dit beginsel zie de overwegingen 47, 50, 61, 156, en 158, artikel 6, lid 4, en artikel 89.

48. De AVG geeft geen definitie van 'machineleesbaar' , maar in overweging 21 van Richtlijn 2013/37/EU wordt dit begrip als volgt omschreven:

56. Advies 03/2017 over de verwerking van persoonsgegevens in het kader van coöperatieve intelligente vervoerssystemen (Cooperative Intelligent Transport Systems, C-ITS) - zie paragraaf 4.2.

60. Guidelines on Data Protection Officers , WP243 rev.01, laatstelijk herzien en goedgekeurd op 5 april 2017.

65. Richtlijnen  inzake  het  recht  op  gegevensoverdraagbaarheid, WP 242 rev.01, laatstelijk herzien  en goedgekeurd op 5 april 2017.

67. Guidelines on Automated individual decision-making and Profiling for the purposes of Regulation 2016/679 , WP 251.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/38104 · 2026-08-22
