# Versiegeschiedenis

- Type: Guidance
- Source: EDPB
- Identifier: edpb-guidelines-uitvoeren-overeenkomst
- Date: 2025-11-21
- Original: https://edpb.europa.eu/sites/edpb/files/files/file1/edpb_guidelines-art_6-1-b-adopted_after_public_consultation_nl.pdf
- Canonical: https://overview.legal/posts/38105
- Topics: Personal Data, Processing, GDPR Article 5 Principles of Processing, Special Categories of Data, Lawful Basis, Cookies, Statistics, Fairness & Transparency, Automated Decision-Making, Marketing

## Summary

Het Europees Comité voor gegevensbescherming (EDPB) heeft in deze richtsnoeren (versie 2.0, vastgesteld op 8 oktober 2019) uiteengezet hoe artikel 6, lid 1, onder b) van de AVG moet worden toegepast bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de verlening van onlinediensten aan betrokkenen. Het document analyseert de reikwijdte en de noodzakelijkheidseis van deze rechtsgrondslag, inclusief de wisselwerking met andere verwerkingsgrondslagen, en verduidelijkt de toepasselijkheid in specifieke situaties zoals dienstverbetering, fraudebestrijding, gedragsgerichte advertenties en contentpersonalisatie.

## Full text

<!-- image -->

Richtsnoeren 2/2019 betreffende de verwerking van persoonsgegevens op grond van artikel 6, lid 1, onder b), van de AVG in het kader van de verlening van onlinediensten aan betrokkenen

Versie 2.0

8 oktober 2019

Translations proofread by EDPB Members. This language version has not yet been proofread.

## Versiegeschiedenis

| Versie 2.0   | 8 oktober 2019   | Vaststelling van de richtsnoeren na openbare raadpleging   |
|--------------|------------------|------------------------------------------------------------|
| Versie 1.0   | 9 april 2019     | Vaststelling van de richtsnoeren voor openbare raadpleging |

1

Deel 1 - Inleiding:............................................................................................................................ 4

|   1.1 | Achtergrond............................................................................................................................. 4                                                                                        |
|-------|-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|
|   1.2 | Toepassingsgebied van deze richtsnoeren.............................................................................. 5                                                                                                           |
|   2   | Deel 2 - Analyse van artikel 6, lid 1, onder b)................................................................................. 6                                                                                                |
|   2.1 | Algemene opmerkingen........................................................................................................... 6                                                                                                 |
|   2.2 | Wisselwerking van artikel 6, lid 1, onder b) met andere rechtmatige grondslagen voor verwerking ............................................................................................................................... 7 |
|   2.3 | Reikwijdte van artikel 6, lid 1, onder b)................................................................................... 9                                                                                                    |
|   2.4 | Noodzaak ................................................................................................................................. 9                                                                                      |
|   2.5 | Noodzakelijk voor de uitvoering van een overeenkomst met de betrokkene ...................... 10                                                                                                                                  |
|   2.6 | Beëindiging van een overeenkomst....................................................................................... 13                                                                                                        |
|   2.7 | Noodzakelijk om maatregelen te nemen vóór de sluiting van een overeenkomst............... 15                                                                                                                                      |
|   3   | Deel 3 - Toepasselijkheid van artikel 6, lid 1, onder b) in specifieke situaties ............................. 16                                                                                                                 |
|   3.1 | Verwerking voor de 'verbetering van diensten'................................................................... 16                                                                                                               |
|   3.2 | Verwerking voor 'fraudebestrijding' .................................................................................... 16                                                                                                       |
|   3.3 | Verwerking voor advertenties op basis van surfgedrag ('behavioural advertisement')...... 16                                                                                                                                       |
|   3.4 | Verwerking voor de personalisatie van inhoud..................................................................... 18                                                                                                              |

## Het Europees Comité voor gegevensbescherming

Gezien artikel 70, lid 1, onder e) van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad  van  27 april 2016  betreffende  de  bescherming  van  natuurlijke  personen  in  verband  met  de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG,

## HEEFT DE VOLGENDE RICHTSNOEREN VASTGESTELD

## 1 DEEL 1 - INLEIDING:

## 1.1 Achtergrond

1. Overeenkomstig  artikel 8  van  het  Handvest  van  de  grondrechten  van  de  Europese  Unie  moeten persoonsgegevens  eerlijk  worden  verwerkt  voor  bepaalde  doeleinden  en  op  basis  van  een gerechtvaardigde grondslag waarin de wet voorziet. In dit verband wordt in artikel 6, lid 1 van de algemene  verordening  gegevensbescherming 1 (AVG) gespecificeerd dat de verwerking alleen rechtmatig is indien deze wordt uitgevoerd op basis van een van de zes in artikel 6, lid 1, onder a) tot en  met f),  gespecificeerde  voorwaarden.  Vaststellen  wat  de  geschikte  rechtsgrondslag  is  die correspondeert  met  het doel en de essentie van de  verwerking is van essentieel belang. Verwerkingsverantwoordelijken moeten onder andere rekening houden met de impact op de rechten van de betrokkene wanneer zij de passende rechtsgrondslag vaststellen, om zo het eerlijkheidsbeginsel te eerbiedigen.
2. Artikel 6,  lid 1,  onder b)  van  de  AVG  voorziet  in  een  rechtsgrondslag  voor  de  verwerking  van persoonsgegevens indien de 'verwerking noodzakelijk [is] voor de uitvoering van een overeenkomst waarbij  de  betrokkene  partij  is,  of om  op  verzoek  van  de  betrokkene  vóór  de  sluiting  van  een overeenkomst maatregelen te nemen'. 2 Dit ondersteunt de vrijheid van ondernemerschap, die wordt gegarandeerd  in  artikel 16  van  het  Handvest  en  is  een  afspiegeling  van  het  feit  dat  contractuele verplichtingen jegens een betrokkene soms niet kunnen worden uitgevoerd zonder dat de betrokkene bepaalde  persoonsgegevens  verstrekt.  Indien  de  specifieke  verwerking  onderdeel  vormt  van  de verlening  van  de  gevraagde  dienst,  is  het  in  het  belang  van  beide  partijen  om  die  gegevens  te verwerken, aangezien de dienst anders niet kan worden verleend en de overeenkomst niet kan worden uitgevoerd. Het feit dat de verwerkingsverantwoordelijke een beroep kan doen op deze of een van de andere in artikel 6, lid 1 vermelde grondslagen, betekent niet dat hij is vrijgesteld van de naleving van de andere vereisten in de AVG.
3. In de artikelen 56 en 57 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie wordt het vrije verkeer  van  diensten  binnen  de  Europese  Unie  gedefinieerd  en  gereguleerd.  Er  zijn  specifieke wettelijke maatregelen op het niveau van de Unie vastgesteld met betrekking tot 'diensten van de informatiemaatschappij'. 3 Deze diensten worden gedefinieerd als 'elke dienst die gewoonlijk tegen



2 Zie ook overweging 44.

vergoeding,  op  afstand, langs  elektronische  weg  en  op  individueel  verzoek  van  een  afnemer  van diensten wordt aangeboden'. Deze definitie is ook van toepassing op diensten die niet rechtstreeks worden betaald door de personen die deze ontvangen 4 , zoals onlinediensten die worden gefinancierd door  middel  van  advertenties.  De  term  'onlinediensten'  zoals  deze  in  deze  richtsnoeren  wordt gebruikt, verwijst naar 'diensten van de informatiemaatschappij'.

4. De ontwikkeling van het Unierecht laat het centrale belang zien van onlinediensten in de moderne samenleving. De toename van mobiel internet dat altijd beschikbaar is en de brede beschikbaarheid van verbonden apparaten hebben de ontwikkeling van onlinediensten mogelijk gemaakt op gebieden als sociale media, elektronische handel, internetzoeken, communicatie en reizen. Sommige van deze diensten worden gefinancierd door betaling door gebruikers, terwijl andere diensten worden verleend zonder geldelijke betaling door de consument, maar in plaats daarvan worden gefinancierd door de verkoop  van onlineadvertentiediensten  die  specifiek  kunnen  worden  gericht  op  betrokkenen.  Het bijhouden  van  het  gedrag  van  gebruikers  ten  behoeve  van  dergelijke  advertenties,  wordt  vaak uitgevoerd op een manier waardoor de gebruiker zich er niet van bewust is 5 en het is ook niet altijd meteen duidelijk op grond van de aard van de verleende dienst, waardoor het voor de betrokkene in de praktijk bijna onmogelijk is om een geïnformeerde keuze te maken over het gebruik van zijn of haar gegevens.
5. Gelet op het voorgaande, is het Europees Comité voor gegevensbescherming 6 (EDPB) van mening dat het passend is om richtsnoeren te verstrekken over de toepasselijkheid van artikel 6, lid 1, onder b), op de verwerking van persoonsgegevens in het kader van onlinediensten, om ervoor te zorgen dat deze rechtsgrondslag alleen wordt gebruikt als dat passend is.
6. De  Groep  artikel 29  (WP29)  heeft  eerder  adviezen  verstrekt  over  de  grondslag  van  contractuele noodzaak overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG in haar advies over het begrip 'gerechtvaardigd belang van  de  voor  de  gegevensverwerking  verantwoordelijke' 7 .  Die  adviezen  blijven  over  het  algemeen relevant voor artikel 6, lid 1, onder b), en voor de AVG.

## 1.2 Toepassingsgebied van deze richtsnoeren

7. Deze  richtsnoeren  hebben  betrekking  op  de toepasselijkheid  van  artikel 6,  lid 1,  onder b),  op  de verwerking van persoonsgegevens in het kader van overeenkomsten voor onlinediensten, ongeacht hoe deze diensten worden gefinancierd. In deze richtsnoeren worden de elementen beschreven van de rechtmatige verwerking overeenkomstig artikel 6, lid 1, onder b) van de AVG en wordt het begrip 'noodzaak' toegelicht voor zover dat van toepassing is op 'noodzakelijk voor de uitvoering van een overeenkomst'.
8. De regels inzake gegevensbescherming zijn van toepassing op belangrijke aspecten van de manier waarop onlinediensten omgaan met hun gebruikers, maar er zijn ook andere regels van toepassing. De regulering van onlinediensten heeft betrekking op functieoverschrijdende verantwoordelijkheden op het gebied van, onder andere, wetgeving inzake consumentenbescherming en


6 Opgericht overeenkomstig artikel 68 van de AVG.

5 Verwerkingsverantwoordelijken  moeten  in  dit  verband  voldoen  aan  de  transparantieverplichtingen  zoals  deze  zijn vastgesteld in de AVG.


mededingingswetgeving.  Deze  rechtsgebieden  worden  bij  deze  richtsnoeren  buiten  beschouwing gelaten.

9. Hoewel artikel 6, lid 1, onder b) alleen van toepassing kan zijn in het kader van een overeenkomst, geven deze richtsnoeren geen oordeel over de geldigheid van overeenkomsten voor onlinediensten in het  algemeen,  aangezien  dit  buiten  de  bevoegdheid  van  het  EDPB  valt.  Desalniettemin  moeten overeenkomsten en contractuele voorwaarden voldoen aan de vereisten van het contractenrecht en, in het geval van consumentenovereenkomsten, wetgeving inzake consumentenbescherming op basis van deze voorwaarden om als eerlijk en rechtmatig te worden beschouwd.
10. Hieronder komen enkele algemene opmerkingen over beginselen op het gebied van gegevensbescherming aan bod, maar niet alle problemen op het gebied van gegevensbescherming die zich  kunnen  voordoen  bij  verwerking  op  grond  van  artikel 6,  lid 1,  onder b)  worden  uitgewerkt. Verwerkingsverantwoordelijken moeten er altijd voor zorgen dat ze voldoen aan de beginselen voor gegevensbescherming zoals beschreven in artikel 5 en alle andere vereisten van de AVG en, indien van toepassing, de e-privacywetgeving.

## 2 DEEL 2 - ANALYSE VAN ARTIKEL 6, LID 1, ONDER B)

## 2.1 Algemene opmerkingen

11. De rechtmatige grondslag voor verwerking op basis van artikel 6, lid 1, onder b) moet worden bekeken in  het  kader  van  de  AVG als  geheel,  de  in  artikel 1  beschreven  doelstellingen,  in  aanvulling  op  de verplichting van verwerkingsverantwoordelijken om persoonsgegevens te verwerken in overeenstemming  met  de  beginselen  inzake  gegevensbescherming  overeenkomstig  artikel 5.  Dit bestaat onder meer uit de verwerking van persoonsgegevens op een eerlijke en transparante wijze en in overeenstemming met de verplichtingen op het gebied van doelbinding en minimale gegevensverwerking.
12. In artikel 5, lid 1, onder a) van de AVG is bepaald dat persoonsgegevens ten aanzien van de betrokkene rechtmatig,  behoorlijk  en  transparant  moeten  worden  verwerkt.  Het  beginsel  van  behoorlijkheid omvat onder andere  rekening  houden  met  de  redelijke  verwachtingen 8 van  de  betrokkenen,  met mogelijke negatieve gevolgen die de verwerking voor de betrokkenen kan hebben en met de relatie en mogelijke gevolgen van een wanverhouding tussen de betrokkenen en de verwerkingsverantwoordelijke.
13. Zoals  gezegd  moeten  overeenkomsten  voor  onlinediensten,  om  rechtmatig  te  zijn,  geldig  zijn overeenkomstig het toepasselijke verbintenissenrecht. Een voorbeeld van een relevante factor is of de betrokkene een kind is. In dat geval (en in aanvulling op de naleving van de vereisten van de AVG, waaronder de 'specifieke bescherming' die van toepassing is op kinderen 9 ), moet de verwerkingsverantwoordelijke waarborgen dat hij voldoet aan de toepasselijke nationale wetgeving inzake  het  vermogen  van  kinderen  om  een  overeenkomst  aan  te  gaan.  Daarnaast  moet  de verwerkingsverantwoordelijke, om naleving van de beginselen van behoorlijkheid en rechtmatigheid

8 Van sommige persoonsgegevens wordt verwacht dat ze privé zijn of alleen worden verwerkt op bepaalde wijzen, en de gegevensverwerking mag niet onverwacht zijn voor de betrokkene. In de AVG wordt in de overwegingen 47 en 50 specifiek verwezen naar het begrip 'redelijke verwachtingen' in verband met artikel 6, lid 1, onder f), en lid 4.


te  verzekeren,  voldoen  aan  andere  wettelijke  vereisten.  Op  consumentenovereenkomsten  kan bijvoorbeeld  Richtlijn 93/13/EEG  betreffende  oneerlijke  bedingen  in  consumentenovereenkomsten ('richtlijn oneerlijke bedingen in overeenkomsten') van toepassing zijn. 10 Artikel 6, lid 1, onder b) is niet beperkt tot overeenkomsten waarop de wetgeving van een lidstaat van de EER van toepassing is. 11

14. In  artikel 5,  lid 1,  onder b)  van  de  AVG  wordt voorzien  in  het  doelbindingsbeginsel, dat vereist dat persoonsgegevens  voor  welbepaalde,  uitdrukkelijk  omschreven  en  gerechtvaardigde  doeleinden moeten worden verzameld en vervolgens niet verder op een met die doeleinden onverenigbare wijze mogen worden verwerkt.
15. In artikel 5, lid 1, onder c) wordt voorzien in minimale gegevensverwerking als beginsel, wat inhoudt dat  zo  min  mogelijk  gegevens  moeten  worden  verwerkt om  de  doelstelling  te  bereiken.  Deze beoordeling vormt een aanvulling op de noodzakelijkheidsbeoordelingen overeenkomstig artikel 6, lid 1, onder b) tot en met f).
16. Zowel de beginselen op het gebied van doelbinding als de minimale gegevensverwerking zijn bijzonder relevant in overeenkomsten voor onlinediensten, waarover in het algemeen niet afzonderlijk wordt onderhandeld.  Technologische  ontwikkelingen  maken  het  voor  verwerkingsverantwoordelijken mogelijk  om  op  eenvoudige  wijze  meer  persoonsgegevens  te  verzamelen  en  verwerken  dan  ooit tevoren. Als gevolg daarvan bestaat er een acuut risico dat verwerkingsverantwoordelijken kunnen proberen  algemene  verwerkingsbedingen  op  te  nemen  in  overeenkomsten  om  zo  de  mogelijke verzameling en het mogelijke gebruik van gegevens te maximaliseren, zonder dat deze doeleinden in voldoende mate worden gespecificeerd of rekening wordt gehouden met de verplichtingen op het gebied van minimale gegevensverwerking. De WP29 heeft al eerder het volgende verklaard:

Het doel van de verzameling moet duidelijk en specifiek worden vermeld: deze vermelding moet gedetailleerd genoeg zijn om te kunnen vaststellen welke soorten verwerking wel en niet vallen onder de opgegeven doelstelling en om de beoordeling van de naleving van de wetgeving en de toegepaste beschermingsmaatregelen op het gebied van gegevensbescherming mogelijk te maken. Daarom zal een doelstelling die vaag of algemeen is, zoals bijvoorbeeld 'verbetering van de gebruikerservaring', 'marketingdoeleinden', 'IT-beveiligingsdoeleinden' of 'toekomstig onderzoek', meestal niet voldoen aan het criterium 'specifiek'. 12

## 2.2 Wisselwerking van artikel 6, lid 1, onder b) met andere rechtmatige grondslagen voor verwerking

17. Wanneer  de  verwerking  niet  als  'noodzakelijk  voor  de  uitvoering  van  een  overeenkomst'  wordt beschouwd,  dat  wil  zeggen  wanneer  een  gevraagde  dienst  kan  worden  verleend  zonder  dat  de specifieke  verwerking  plaatsvindt,  erkent  het  EDPB  dat  er  een  andere  rechtmatige  grondslag  van


12 Advies 03/2013 van de Groep artikel 29 over doelbinding (WP203), blz. 15-16 (alleen in de Engelse taal beschikbaar).


toepassing  kan  zijn,  mits  aan  de  toepasselijke  voorwaarden  wordt  voldaan.  Het  kan  met  name  in sommige omstandigheden passender zijn om te vertrouwen op de vrijwillig verleende toestemming op grond van artikel 6, lid 1, onder a). In andere gevallen kan artikel 6, lid 1, onder f), een passendere rechtmatige grondslag voor de verwerking bieden. De rechtsgrondslag moet aan het begin van de verwerking worden geïdentificeerd en in de informatie die overeenkomstig de artikelen 13 en 14 aan betrokkenen wordt verstrekt, moet de rechtsgrondslag worden vermeld.

18. Het  is  mogelijk  dat  een  andere  rechtsgrondslag  dan  artikel 6,  lid 1,  onder b),  beter  past  bij  de doelstelling  en  context  van  de  betreffende  verwerkingsactiviteit.  De  identificatie  van  de  passende rechtmatige grondslag is gebonden aan de beginselen van behoorlijkheid en doelbinding. 13
19. In de richtsnoeren van de WP29  inzake toestemming  wordt  ook toegelicht dat als  'een verwerkingsverantwoordelijke persoonsgegevens wil verwerken die in feite noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een overeenkomst, toestemming [dan] niet de passende rechtsgrond [is]'. Omgekeerd is het EDPB van mening dat wanneer verwerking feitelijk niet noodzakelijk is voor de uitvoering van een  overeenkomst,  deze  verwerking  alleen  kan  plaatsvinden  als  wordt  vertrouwd  op  een  andere passende rechtsgrondslag. 14
20. Net als bij hun transparantieverplichtingen moeten verwerkingsverantwoordelijken ervoor zorgen dat er  geen verwarring bestaat over wat de toepasselijke rechtsgrondslag is. Dit is met name relevant wanneer de betreffende rechtsgrondslag wordt gevormd door artikel 6, lid 1 onder b), en betrokkenen een  overeenkomst  voor  onlinediensten  aangaan.  Afhankelijk  van  de  omstandigheden  kunnen betrokkenen verkeerdelijk de indruk krijgen dat zij hun toestemming geven overeenkomstig artikel 6, lid 1, onder a), wanneer zij een overeenkomst ondertekenen of akkoord gaan met servicevoorwaarden. Tegelijkertijd kan een verwerkingsverantwoordelijke er verkeerdelijk van uitgaan dat de ondertekening van een overeenkomst gelijk staat aan een toestemming in de zin van artikel 6, lid 1, onder a). Dit zijn echter compleet verschillende concepten. Het is belangrijk om een onderscheid te  maken  tussen  akkoord  gaan  met  servicevoorwaarden  om  een  overeenkomst  aan te  gaan,  en toestemming geven in de zin van artikel 6, lid 1, onder a), aangezien voor deze concepten verschillende vereisten gelden en ze verschillende juridische gevolgen hebben.
21. In de richtsnoeren inzake toestemming heeft de WP29 in verband met de verwerking van bijzondere categorieën van persoonsgegevens ook het volgende opgemerkt:

Artikel 9,  lid 2  erkent  'noodzakelijk  voor  de  uitvoering  van  een  overeenkomst'  niet  als  een uitzondering  op  het  algemene  verbod  op  verwerking  van  bijzondere  categorieën  gegevens. Daarom moeten verwerkingsverantwoordelijken en lidstaten die met deze situatie te maken krijgen, bekijken of een van de specifieke uitzonderingen in artikel 9, lid 2, onder b) tot en met j) van toepassing is. Indien geen van de uitzonderingen onder b) tot en met j) van toepassing is, is het verkrijgen van uitdrukkelijke toestemming overeenkomstig de voorwaarden voor geldige toestemming in de AVG de enige mogelijke rechtmatige uitzondering om deze gegevens te verwerken. 15

13 Wanneer  verwerkingsverantwoordelijken  de  passende  rechtsgrondslag  identificeren  in  overeenstemming  met  het behoorlijkheidsbeginsel, zal dit moeilijk zijn als ze niet eerst duidelijk de doeleinden van de verwerking hebben bepaald of wanneer de verwerking van de persoonsgegevens verder gaat dan noodzakelijk is voor de opgegeven doeleinden.

15 Richtsnoeren van de WP29 inzake toestemming overeenkomstig Verordening 2016/679 (WP259), goedgekeurd door het EDPB, blz. 22.


## 2.3 Reikwijdte van artikel 6, lid 1, onder b)

22. Artikel 6, lid 1, onder b) is van toepassing wanneer aan een van de volgende twee voorwaarden wordt voldaan:  de  verwerking  moet  objectief  gezien  noodzakelijk  zijn  voor  de  uitvoering  van  een overeenkomst met de betrokkene of de verwerking moet objectief gezien noodzakelijk zijn om op verzoek van de betrokkene vóór de sluiting van een overeenkomst maatregelen te nemen.

## 2.4 Noodzaak

23. De noodzaak van de verwerking is een voorwaarde voor beide onderdelen van artikel 6, lid 1, onder b). Vanaf het begin moet worden opgemerkt dat het begrip 'noodzakelijk voor de uitvoering van een overeenkomst' niet eenvoudigweg een beoordeling is van wat is toegestaan of opgenomen in de voorwaarden  van  een  overeenkomst.  Het  begrip  'noodzakelijkheid'  heeft  in  het  Unierecht  een onafhankelijke  betekenis,  die  de  doelstellingen  van  de  gegevensbeschermingswetgeving  moet weergeven 16 . Daarom heeft dit ook betrekking op overwegingen ten aanzien van het grondrecht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de bescherming van persoonsgegevens 17 , evenals de vereisten inzake de beginselen op het gebied van gegevensbescherming, met name het behoorlijkheidsbeginsel.
24. Er moet worden begonnen met de identificatie van het doeleinde van de verwerking en in het kader van  een  contractuele  relatie  kunnen  er  verschillende  doeleinden  bestaan  voor  verwerking.  Deze doeleinden  moeten  duidelijk worden  gespecificeerd en meegedeeld  aan  de  betrokkene, in overeenstemming  met  de  verplichtingen  van  de  verwerkingsverantwoordelijke  op  het  gebied  van doelbinding en transparantie.
25. Voor  de  beoordeling  van  wat  'noodzakelijk'  is,  moet  een  gecombineerde  op  feiten  gebaseerde beoordeling  van  de  verwerking  voor  het  beoogde  doeleinde,  en  of  deze  minder  indringend  is  in vergelijking  met  andere  opties  voor  het  bereiken  van  hetzelfde  doel  worden  uitgevoerd. 18 Als  er realistische, minder indringende alternatieven zijn, is de verwerking niet 'noodzakelijk'. 19 Artikel 6, lid 1, onder b) is niet van toepassing op verwerking die nuttig is, maar niet objectief gezien noodzakelijk voor de uitvoering van een contractuele dienst of voor het op verzoek van de betrokkene nemen van maatregelen vóór de sluiting van de overeenkomst, zelfs als dit noodzakelijk is voor de andere zakelijke doeleinden van de verwerkingsverantwoordelijke.





## 2.5 Noodzakelijk voor de uitvoering van een overeenkomst met de betrokkene

26. Een verwerkingsverantwoordelijke kan gebruikmaken van de eerste optie in artikel 6, lid 1, onder b), om persoonsgegevens te verwerken wanneer hij, in overeenstemming met de verantwoordingsplicht op grond van artikel 5, lid 2, kan aantonen dat de verwerking plaatsvindt in het kader van een geldige overeenkomst  met  de  betrokkenen en dat  de  verwerking  noodzakelijk  is  om  die specifieke overeenkomst met de betrokkene uit te kunnen voeren. Wanneer een verwerkingsverantwoordelijke niet  kan  aantonen  dat  (a)  er  sprake  is  van  een  overeenkomst,  (b)  de  overeenkomst  geldig  is overeenkomstig het toepasselijke nationale verbintenissenrecht en (c) de verwerking noodzakelijk is voor  de  uitvoering  van  de  overeenkomst,  moet  de  verwerkingsverantwoordelijke  een  andere rechtsgrondslag voor de verwerking zoeken.
27. Slechts de verwijzing of vermelding van gegevensverwerking in een overeenkomst is niet voldoende om de betreffende verwerking te laten vallen binnen de reikwijdte van artikel 6, lid 1, onder b). De verwerking  kan  daarentegen  objectief  gezien  noodzakelijk  zijn,  ook  als  deze  niet  specifiek  in  de overeenkomst is vermeld. De verwerkingsverantwoordelijke moet in elk geval aan zijn transparantieverplichtingen voldoen. Wanneer een verwerkingsverantwoordelijke wil aantonen dat de verwerking is gebaseerd op de uitvoering van een overeenkomst met de betrokkene, is het van belang te beoordelen wat objectief  gezien  noodzakelijk is  om  de  overeenkomst uit te voeren. Het begrip 'noodzakelijk voor de uitvoering' vereist duidelijk meer dan een contractuele bepaling. Dit wordt  ook  duidelijk  gelet  op  artikel 7,  lid 4.  Hoewel  deze  bepaling  alleen  betrekking  heeft  op  de geldigheid van de toestemming, wordt er een onderscheid verduidelijkt tussen verwerkingsactiviteiten die  noodzakelijk  zijn  voor  de  uitvoering  van  een  overeenkomst  en bepalingen die  bepaalde verwerkingsactiviteiten die feitelijk niet noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de overeenkomst, als voorwaarde stellen voor de dienst.
28. In  dit  verband  stemt het EDPB in met de eerder door de WP29 vastgestelde richtsnoeren over de equivalente bepaling in de voorgaande richtlijn, waarin staat dat 'noodzakelijk voor de uitvoering van een overeenkomst met de betrokkene':

(…) strikt [moet] worden geïnterpreteerd en geen situaties [dekt] waarin de verwerking niet daadwerkelijk noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst, maar eerder eenzijdig opgelegd aan de betrokkene door de voor de verwerking verantwoordelijke. Ook het feit dat de verwerking van bepaalde gegevens valt onder een overeenkomst houdt niet automatisch in dat de verwerking noodzakelijk is voor de uitvoering ervan. (…) Zelfs als deze verwerkingsactiviteiten specifiek worden vermeld in de kleine lettertjes van de overeenkomst, dan nog is dit feit alleen niet voldoende om de verwerking "noodzakelijk" te maken voor de uitvoering van de overeenkomst. 20

29. Het EDPB wijst ook op hetzelfde advies van de WP29, waarin het volgende staat:

Er bestaat hier een duidelijk verband tussen de beoordeling van de noodzaak en de naleving van het doelbindingsbeginsel. Het is van belang om de exacte achterliggende reden van de overeenkomst vast te stellen, d.w.z. de inhoud en de basisdoelstelling daarvan, aangezien dit zal  worden  gebruikt  om  te  beoordelen  of  de  gegevensverwerking  noodzakelijk  is  voor  de uitvoering. 21


21 Ibid., blz. 21.

30. Bij de beoordeling of artikel 6, lid 1, onder b) een geschikte rechtsgrondslag is voor verwerking in het kader  van  een  contractuele  onlinedienst,  moet  worden  gekeken  naar  het  specifieke  doel,  het doeleinde  of  de  doelstelling  van  de  dienst.  Artikel 6,  lid 1,  onder b)  is  alleen  toepasselijk  als  de verwerking objectief gezien noodzakelijk is voor een doeleinde dat integraal is voor de verlening van die contractuele dienst aan de betrokkene. De verwerking van betalingsgegevens voor de betaling voor de  dienst  is  niet  uitgesloten.  De  verwerkingsverantwoordelijke  moet  kunnen  aantonen  hoe  het belangrijkste onderwerp van de specifieke overeenkomst met de betrokkene feitelijk niet kan worden uitgevoerd als de specifieke verwerking van de betreffende persoonsgegevens niet plaatsvindt. Het belangrijkste punt is hier de samenhang tussen de persoonsgegevens en de betreffende verwerkingsactiviteiten  en  het  al  dan  niet  uitvoeren  van  de  in  het  kader  van  de  overeenkomst verleende dienst.
31. Overeenkomsten  voor  digitale diensten kunnen  uitdrukkelijke  voorwaarden  bevatten  waarin aanvullende bepalingen worden opgelegd, onder meer inzake advertenties, betalingen of cookies. Een overeenkomst kan de categorieën van persoonsgegevens of de soorten verwerkingsactiviteiten die de verwerkingsverantwoordelijke moet uitvoeren voor de uitvoering van de overeenkomst in de zin van artikel 6, lid 1, onder b), niet kunstmatig uitbreiden.
32. De verwerkingsverantwoordelijke moet de noodzakelijkheid van de verwerking kunnen rechtvaardigen door te verwijzen naar de belangrijkste en wederzijds begrepen doelstelling van de overeenkomst. Dit is niet alleen afhankelijk van het perspectief van de verwerkingsverantwoordelijke, maar ook van het perspectief van een redelijke betrokkene wanneer deze de overeenkomst aangaat en of de overeenkomst nog steeds kan worden beschouwd als 'uitgevoerd' zonder de betreffende verwerking.  Hoewel  de  verwerkingsverantwoordelijke  van  mening  kan  zijn  dat  de  verwerking noodzakelijk is voor de doelstelling van de overeenkomst, is het van belang dat hij het perspectief van een gemiddelde betrokkene onderzoekt, om ervoor te zorgen dat er een daadwerkelijk wederzijds begrip bestaat ten aanzien van de doelstelling van de overeenkomst.
33. Bij de uitvoering van de beoordeling of artikel 6, lid 1, onder b) van toepassing is, kunnen de volgende vragen dienen als richtsnoeren:
5. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; Wat  is  de  aard  van  de  dienst  die  wordt  verleend aan  de  betrokkene?  Wat  zijn  de onderscheidende kenmerken ervan?
6. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; Wat  is  de  exacte  rationale  van  de  overeenkomst  (d.w.z.  de  wezenlijke  inhoud  en fundamentele doelstelling)?
7. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; Wat zijn de essentiële elementen van de overeenkomst?
8. GLYPH&lt;UNKNOWN&gt; Wat zijn de perspectieven en verwachtingen van beide partijen bij de overeenkomst? Hoe wordt de dienst gepromoot bij de betrokkene of hoe wordt ervoor reclame gemaakt? Zou een normale gebruiker van de dienst redelijkerwijs verwachten dat, gelet op de aard van de dienst, de beoogde verwerking zou plaatsvinden om de overeenkomst waar zij partij bij zijn, uit te voeren?
34. Als  de  beoordeling  van  wat  'noodzakelijk  is  voor  de  uitvoering  van  een overeenkomst',  die  moet worden uitgevoerd voorafgaand aan de verwerking, laat zien dat de beoogde verwerking verder gaat dan wat objectief gezien noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst, zorgt dit er niet voor  dat  dergelijke  verwerking  in  de  toekomst  per  se  onrechtmatig  is.  Zoals  al  is  vermeld,  maakt

- artikel 6 duidelijk dat er mogelijk andere rechtmatige grondslagen beschikbaar zijn voor de aanvang van de verwerking. 22
35. Indien tijdens de levensduur van een dienst nieuwe technologie wordt ingevoerd die een verandering teweegbrengt in de manier waarop persoonsgegevens worden verwerkt, of de dienst zich anderszins ontwikkelt,  moeten  de  bovenstaande  criteria  opnieuw  worden  beoordeeld  om  vast  te  stellen  of nieuwe of gewijzigde verwerkingsactiviteiten kunnen worden gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b).

## Voorbeeld 1:

Een betrokkene koopt goederen bij een online detailhandelaar. De betrokkene wil met zijn creditcard betalen en wil dat de goederen op zijn thuisadres worden afgeleverd. Om aan de overeenkomst te voldoen,  moet  de  detailhandelaar  de  creditcardgegevens  en  het  factuuradres  van  de  betrokkene verwerken  voor  betalingsdoeleinden  en  het  thuisadres  van  de  betrokkene  voor  de  aflevering. Dientengevolge is artikel 6, lid 1, onder b) van toepassing als de rechtsgrond voor de verwerkingsactiviteiten.

Als de klant echter heeft gekozen voor verzending naar een ophaalpunt, dan is de verwerking van het thuisadres van de betrokkene niet langer noodzakelijk voor de uitvoering van de koopovereenkomst. Voor  de  eventuele  verwerking  van  het  adres  van  de  betrokkene  is  in  dit  verband  een  andere rechtsgrondslag noodzakelijk dan artikel 6, lid 1, onder b).

## Voorbeeld 2:

Dezelfde online detailhandelaar wil profielen samenstellen van de smaak en levensstijl van gebruikers op basis van hun bezoeken aan de website. De voltooiing van de koopovereenkomst is niet afhankelijk van  de  opbouw  van  dergelijke  profielen.  Zelfs  als  deze  profilering  specifiek  wordt  vermeld  in  de overeenkomst, dan is dit feit alleen niet voldoende om de verwerking 'noodzakelijk' te maken voor de uitvoering van de overeenkomst. Als de online detailhandelaar dergelijke profielen wil samenstellen, moet hij daarvoor een andere rechtsgrondslag gebruiken.

36. Binnen de grenzen van het verbintenissenrecht en, indien van toepassing, de consumentenwetgeving, staat het verwerkingsverantwoordelijken vrij om hun zakelijke activiteiten, diensten en overeenkomsten te ontwikkelen. In sommige gevallen wil een verwerkingsverantwoordelijke mogelijk verschillende  afzonderlijke  diensten  of  elementen  van  een  dienst  met  verschillende  wezenlijke doelstellingen,  functies  of  rationales  bundelen  in  één  overeenkomst.  Dit  kan  ertoe  leiden  dat betrokkenen moeten instemmen met de gehele bundel, terwijl ze mogelijk slechts geïnteresseerd zijn in een van de diensten.
37. Op  grond  van  de  gegevensbeschermingswetgeving  moeten  verwerkingsverantwoordelijken  er rekening mee houden dat de beoogde verwerkingsactiviteiten een geschikte rechtsgrondslag moeten hebben. Wanneer de overeenkomst bestaat uit verschillende afzonderlijke diensten of elementen van een dienst die feitelijk redelijkerwijs ook onafhankelijk van elkaar kunnen worden uitgevoerd, rijst de


vraag of artikel 6, lid 1, onder b) kan dienen als rechtsgrondslag. De toepasselijkheid van artikel 6, lid 1, onder b) moet worden beoordeeld in het kader van elk van deze diensten afzonderlijk , waarbij wordt gekeken naar wat objectief  gezien  noodzakelijk  is  voor  de  uitvoering  van  elk  van  de  afzonderlijke diensten waarom de betrokkene actief heeft verzocht of waarvoor hij zich actief heeft aangemeld. Uit deze beoordeling kan blijken dat bepaalde verwerkingsactiviteiten niet noodzakelijk zijn voor de door de  betrokkene  gevraagde  afzonderlijke  diensten,  maar  eerder  noodzakelijk  zijn  voor  het  bredere bedrijfsmodel  van  de  verwerkingsverantwoordelijke.  In  dat  geval  is  artikel 6,  lid 1,  onder b)  geen rechtsgrondslag voor deze activiteiten. Er kunnen echter andere rechtsgrondslagen beschikbaar zijn voor  die  verwerking,  zoals  artikel 6,  lid 1,  onder a)  of f),  mits  aan  alle  toepasselijke  criteria  wordt voldaan.  De  beoordeling  van  de  toepasselijkheid  van  artikel 6,  lid 1,  onder b)  heeft  derhalve  geen invloed op de rechtmatigheid van de overeenkomst of de bundeling van diensten op zich.

38. Zoals  de  WP29  eerder  heeft  opgemerkt,  is  de  rechtsgrondslag  alleen  van  toepassing  op  wat noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst. 23 Als zodanig is de bepaling niet automatisch van toepassing op alle verdere acties die het gevolg zijn van niet-naleving of op alle andere incidenten die zich kunnen voordoen bij de uitvoering van een overeenkomst. Bepaalde acties kunnen echter redelijkerwijs worden voorzien en kunnen noodzakelijk zijn binnen een normale contractuele relatie, zoals het versturen van officiële herinneringen over openstaande betalingen of het corrigeren van fouten  of  vertragingen  bij  de  uitvoering  van  de  overeenkomst.  Artikel 6,  lid 1,  onder b)  kan  van toepassing zijn op de verwerking van persoonsgegevens die noodzakelijk is in verband met dergelijke acties.

## Voorbeeld 3:

Een bedrijf verkoopt online producten. Een klant neemt contact op met het bedrijf omdat de kleur van het aangeschafte product verschilt van de overeengekomen kleur. De verwerking van persoonsgegevens van de klant ten behoeve van de oplossing van dit probleem kan worden gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b).

39. Contractuele garantie kan onderdeel vormen van de uitvoering van een overeenkomst en dus kan de opslag  van  bepaalde  gegevens voor  een  gespecificeerde  bewaarperiode  nadat  de  uitwisseling  van goederen/diensten/betaling  is  voltooid  ten  behoeve  van  de  garantie,  noodzakelijk  zijn  voor  de uitvoering van een overeenkomst.

## 2.6 Beëindiging van een overeenkomst

40. Een verwerkingsverantwoordelijke moet de passende rechtsgrondslag vaststellen voor de beoogde verwerkingsactiviteiten voordat de verwerking begint. Wanneer artikel 6, lid 1, onder b) de grondslag vormt  voor  sommige  of  alle  verwerkingsactiviteiten,  moet  de  verwerkingsverantwoordelijke  zich voorbereiden op wat er gebeurt als de overeenkomst wordt beëindigd. 24


24 Als een overeenkomst later ongeldig wordt, heeft dit gevolgen voor de rechtmatigheid (zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder a))  van  verdere  verwerking.  Dit  houdt  echter niet  automatisch  in  dat  de  keuze  voor  artikel 6,  lid 1,  onder b),  als rechtsgrondslag onjuist was.

41. Wanneer  de  verwerking  van  persoonsgegevens  is  gebaseerd  op  artikel 6,  lid 1,  onder b),  en  het contract  volledig  is  beëindigd,  is  in  het  algemeen  de  verwerking  van  die  gegevens  niet  langer noodzakelijk voor de uitvoering van die overeenkomst en dus moet de verwerkingsverantwoordelijke stoppen met de verwerking. De betrokkene heeft mogelijk persoonsgegevens verstrekt in het kader van  een  contractuele  relatie  in  het  vertrouwen  dat  de  gegevens  alleen  worden  verwerkt  als noodzakelijk onderdeel van die relatie. Het is derhalve niet behoorlijk om over te stappen naar een nieuwe rechtsgrondslag als de oorspronkelijke grondslag niet langer bestaat.
42. Wanneer een overeenkomst is beëindigd, kan hiervoor sprake zijn van enige administratie, zoals het retourneren  van  goederen  of  betaling.  De  bijbehorende  verwerking  kan  worden  gebaseerd  op artikel 6, lid 1, onder b).
43. In artikel 17, lid 1, onder a) is bepaald dat persoonsgegevens worden gewist als ze niet langer nodig zijn voor de doeleinden waarvoor ze zijn verzameld. Dit is echter niet van toepassing als de verwerking noodzakelijk  is  voor  bepaalde  specifieke  doeleinden,  waaronder  de  naleving  van  een  wettelijke verplichting overeenkomstig artikel 17, lid 3, onder b), of de instelling, uitoefening of onderbouwing van  een  rechtsvordering  overeenkomstig  artikel 17,  lid 3,  onder e).  In  de  praktijk  geldt  dat  als verwerkingsverantwoordelijken een algemene behoefte zien om gegevens voor wettelijke doeleinden te bewaren, zij vanaf het begin van de verwerking een rechtsgrondslag hiervoor moeten vaststellen en vanaf het begin duidelijk moeten aangeven hoe lang zij voornemens zijn gegevens te bewaren voor deze  wettelijke  doeleinden  na  beëindiging  van  de  overeenkomst.  Als  ze  dat  doen,  hoeven  ze  de gegevens niet te wissen direct na de beëindiging van de overeenkomst.
44. Het  kan  zo  zijn  dat  er  aan  het  begin  van  de  verwerking  verschillende  verwerkingsactiviteiten  met verschillende doeleinden en grondslagen zijn geïdentificeerd. Zolang deze andere verwerkingsactiviteiten rechtmatig blijven en de verwerkingsverantwoordelijke vanaf het begin van de verwerking  duidelijk  heeft  gecommuniceerd over  deze  activiteiten  overeenkomstig  de  in  de  AVG opgenomen  transparantieverplichtingen,  is  het  nog  steeds  mogelijk  om  persoonsgegevens  te verwerken over de betrokkene voor deze afzonderlijke doeleinden na beëindiging van  de overeenkomst.

## Voorbeeld 4:

Een aanbieder van een onlinedienst biedt een abonnementsdienst die op elk moment kan worden opgezegd. Wanneer een overeenkomst voor de dienst wordt gesloten, verstrekt de verwerkingsverantwoordelijke informatie aan de betrokkene over de verwerking van persoonsgegevens.

De  verwerkingsverantwoordelijke  licht  onder  andere  toe  dat,  zolang  de  overeenkomst  geldt,  hij gegevens  verwerkt  over  het  gebruik  van  de  dienst  om  facturen  te  verstrekken.  De  toepasselijke rechtsgrondslag is artikel 6, lid 1, onder b), aangezien de verwerking voor factureringsdoeleinden kan worden  beschouwd  als  objectief  gezien  noodzakelijk  voor  de  uitvoering  van  de  overeenkomst. Wanneer de overeenkomst echter wordt beëindigd en ervan uitgaande dat er geen lopende, relevante juridische  vorderingen  of  wettelijke  vereisten  bestaan  om  de  gegevens  te  bewaren,  wordt  de gebruiksgeschiedenis gewist.

Daarnaast deelt de verwerkingsverantwoordelijke betrokkenen mee dat hij een wettelijke verplichting heeft op grond van de nationale wetgeving om bepaalde persoonsgegevens voor boekhoudkundige

doeleinden te bewaren voor een specifiek aantal jaren. De toepasselijke rechtsgrondslag is artikel 6, lid 1, onder c) en de gegevens worden ook na beëindiging van de overeenkomst bewaard.

## 2.7 Noodzakelijk om maatregelen te nemen vóór de sluiting van een overeenkomst

45. De tweede optie van artikel 6, lid 1, onder b) is van toepassing wanneer de verwerking noodzakelijk is om op verzoek van de betrokkene vóór de sluiting van een overeenkomst maatregelen te nemen. Deze bepaling  is een  afspiegeling  van  het  feit  dat  de  voorafgaande  verwerking  van  persoonsgegevens noodzakelijk  kan  zijn  voor  de  sluiting  van  een  overeenkomst  om  het  mogelijk  te  maken  die overeenkomst daadwerkelijk te sluiten.
46. Ten tijde van de verwerking is het mogelijk niet duidelijk of er daadwerkelijk een overeenkomst wordt gesloten of niet. De tweede optie van artikel 6, lid 1, onder b), kan desalniettemin van toepassing zijn indien de betrokkene het verzoek doet in het kader van de mogelijke sluiting van een overeenkomst en de betreffende verwerking noodzakelijk is om de gevraagde maatregelen te nemen. In verband hiermee kan de verwerking van de persoonsgegevens van de betrokkene ten behoeve van de reactie op het verzoek, wanneer de betrokkene contact opneemt met de verwerkingsverantwoordelijke voor meer informatie over het dienstenaanbod van de verwerkingsverantwoordelijke, worden gebaseerd op artikel 6, lid 1, onder b).
47. Deze bepaling is in elk geval niet van toepassing op ongevraagde marketing of andere verwerkingsactiviteiten die uitsluitend op initiatief van de verwerkingsverantwoordelijke of op verzoek van een derde worden uitgevoerd.

## Voorbeeld 5:

Een betrokkene verstrekt zijn postcode om te zien of een specifieke dienstenaanbieder actief is in zijn omgeving.  Dit  kan  worden  beschouwd  als  verwerking  die  noodzakelijk  is  om  op  verzoek  van  de betrokkene vóór sluiting van een overeenkomst maatregelen te nemen overeenkomstig artikel 6, lid 1, onder b).

## Voorbeeld 6:

In  sommige  gevallen  hebben  financiële  instellingen  de  verplichting  om  klanten  te  identificeren  op grond van de nationale wetgeving. In overeenstemming met deze vereisten vraagt een bank, voordat een  overeenkomst  wordt  gesloten  met  betrokkenen,  of  zij  een  identiteitsdocument  kunnen overleggen.

In dit geval is de identificatie noodzakelijk voor een wettelijke verplichting met betrekking tot de bank en niet om op verzoek van de betrokkene maatregelen te nemen. De passende rechtsgrondslag is derhalve niet artikel 6, lid 1, onder b), maar artikel 6, lid 1, onder c).

## 3 DEEL 3 - TOEPASSELIJKHEID VAN ARTIKEL 6, LID 1, ONDER B) IN SPECIFIEKE SITUATIES

## 3.1 Verwerking voor de 'verbetering van diensten' 25

48. Onlinediensten verzamelen vaak gedetailleerde informatie over de interactie die gebruikers hebben met hun diensten. In de meeste gevallen kunnen de verzameling van organisatorische statistieken over een dienst of details van de betrokkenheid van een gebruiker niet worden beschouwd als noodzakelijk voor de verlening van de dienst, aangezien de dienst kan worden verleend zonder de verwerking van dergelijke persoonsgegevens. Desalniettemin kan een dienstenaanbieder gebruikmaken van alternatieve  rechtmatige  grondslagen  voor  deze  verwerking,  zoals  gerechtvaardigd  belang  of toestemming.
49. Het EDPB is van mening dat artikel 6, lid 1, onder b) over het algemeen geen geschikte rechtmatige grondslag is voor de verwerking ten behoeve van de verbetering van een dienst of de ontwikkeling van nieuwe  functies  binnen  een  bestaande  dienst.  In  de  meeste  gevallen  sluit  een  gebruiker  een overeenkomst  om  gebruik  te  maken  van  een  bestaande  dienst.  Hoewel  de  mogelijkheid  van verbeteringen  en  aanpassingen  van  een  dienst  routinematig  kunnen  worden  opgenomen  in contractvoorwaarden,  kan  een  dergelijke  verwerking  niet  worden  beschouwd  als  objectief  gezien noodzakelijk voor de uitvoering van de overeenkomst met de gebruiker.

## 3.2 Verwerking voor 'fraudebestrijding'

50. Zoals  de  WP29  eerder  heeft  opgemerkt 26 ,  kan  de  verwerking  ten  behoeve  van  fraudebestrijding bestaan uit het houden van toezicht op en het profileren van klanten. Het EDPB is van mening dat dergelijke verwerking waarschijnlijk verder gaat dan objectief gezien noodzakelijk is voor de uitvoering van  een  overeenkomst  met  de  betrokkene.  De  verwerking  van  persoonsgegevens  die  strikt noodzakelijk is voor de bestrijding van fraude, kan een gerechtvaardigd belang van de verwerkingsverantwoordelijke  vormen 27 en  derhalve  als  rechtmatig  worden  beschouwd,  indien  de verwerkingsverantwoordelijke  voldoet  aan  de  specifieke  vereisten  van  artikel 6,  lid 1,  onder f) (gerechtvaardigde belangen). Daarnaast kan ook artikel 6, lid 1, onder c) (wettelijke verplichting) een rechtmatige grondslag vormen voor een dergelijke verwerking van gegevens.

## 3.3 Verwerking voor advertenties op basis van surfgedrag ('behavioural advertisement')

51. Advertenties  op  basis  van  surfgedrag,  en  het  daarbij  behorende  bijhouden  en  profileren  van betrokkenen, wordt vaak gebruikt om online diensten te financieren. De WP29 heeft eerder haar mening gegeven over een dergelijke verwerking en het volgende opgemerkt:


27 Zie overweging 47, zesde volzin.


[contractuele noodzaak] is geen geschikte rechtsgrond voor het opstellen van een profiel over de smaak en levensstijl van de gebruiker op basis van zijn klikgegevens op een website en de aangeschafte goederen. De reden hiervoor is dat de voor de verwerking verantwoordelijke niet is  aangesteld  om  een  profiel  op  te  stellen,  maar  om  bijvoorbeeld  bepaalde  goederen  en diensten te leveren. 28

52. Als  algemene regel geldt dat de verwerking van persoonsgegevens voor advertenties op basis van surfgedrag niet noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst voor onlinediensten. Normaal gesproken is het moeilijk om te beweren dat de overeenkomst niet zou zijn uitgevoerd omdat er geen sprake was van advertenties op basis van surfgedrag. Dit wordt nog verder ondersteund door het feit dat  betrokkenen  krachtens  artikel 21  het  absolute  recht  hebben  om  bezwaar  te  maken  tegen  de verwerking van hun gegevens voor direct-marketingdoeleinden.
53. Daarnaast kan artikel 6, lid 1, onder b) geen rechtmatige grondslag bieden voor advertenties op basis van surfgedrag omdat dergelijke advertenties indirect de verlening van de dienst financieren. Hoewel een  dergelijke  verwerking  de  verlening  van  een  dienst  kan  ondersteunen,  is  dit  op  zichzelf  niet voldoende  om  vast  te  stellen  dat  deze  noodzakelijk  is  voor  de  uitvoering  van  de  betreffende overeenkomst.  De  verwerkingsverantwoordelijke  moet de in punt 33  genoemde  factoren  in overweging nemen.
54. In aanmerking nemende dat gegevensbescherming een grondrecht is dat wordt gegarandeerd door artikel 8 van het Handvest van de grondrechten en rekening houdend met het feit dat een van de belangrijkste doelstellingen van de AVG is dat betrokkenen de controle wordt geboden over informatie die  op  hen  betrekking  heeft,  kunnen  persoonsgegevens  niet  worden  beschouwd als  handelswaar. Hoewel de betrokkene akkoord kan gaan met de verwerking van persoonsgegevens 29 , kunnen zij door middel van dit akkoord geen afstand doen van hun grondrechten. 30
55. Het EDPB merkt eveneens op dat, overeenkomstig de vereisten op het gebied van e-privacy en het bestaande advies van de WP29 inzake advertenties op basis van surfgedrag 31 , evenals werkdocument 02/2013 houdende richtsnoeren voor de verkrijging van toestemming voor cookies 32 , verwerkingsverantwoordelijken de voorafgaande toestemming moeten verkrijgen van betrokkenen om de cookies te plaatsen die noodzakelijk zijn voor advertenties op basis van surfgedrag.
56. Het EDPB merkt tevens op dat het bijhouden en profileren van gebruikers kan worden uitgevoerd voor de  identificatie  van  groepen  individuen  met  soortgelijke  kenmerken  om  gerichte  advertenties  op soortgelijke doelgroepen mogelijk te maken. Een dergelijke verwerking kan niet worden uitgevoerd op basis  van  artikel 6,  lid 1,  onder b),  aangezien  niet  kan  worden  gezegd  dat  dit  objectief  gezien noodzakelijk is voor de uitvoering van de overeenkomst met de gebruiker om de kenmerken en het


30 Naast het feit dat het gebruik van persoonsgegevens wordt gereguleerd door de AVG, bestaan er aanvullende redenen waarom de verwerking van persoonsgegevens conceptueel verschilt van geldelijke betalingen. Geld kan bijvoorbeeld worden geteld, wat inhoudt dat prijzen kunnen worden vergeleken op een concurrerende markt en geldelijke betalingen kunnen normaal gesproken alleen worden verricht met medeweten van de betrokkene. Daarnaast kunnen persoonsgegevens worden gebruikt door verschillende diensten tegelijkertijd. Zodra iemand de controle over zijn of haar persoonsgegevens kwijt is, kan het zijn dat die controle niet wordt herwonnen.


31 Advies 2/2010 van de Groep artikel 29 over online reclame op basis van surfgedrag ('behavioural advertising') (WP171)

32 Werkdocument 02/2013 van de Groep artikel 29 houdende richtsnoeren voor de verkrijging van toestemming voor cookies (WP208) (beschikbaar in de Engelse, Franse en Duitse taal).

gedrag  van  gebruikers  bij  te  houden  en  te  vergelijken  voor  doeleinden  die  verband  houden  met advertenties voor andere personen. 33

## 3.4 Verwerking voor de personalisatie van inhoud 34

57. Het EDPB erkent dat de personalisatie van inhoud een intrinsiek en verwacht element van bepaalde onlinediensten kan vormen (maar dat is niet altijd het geval) en daarom in sommige gevallen kan worden beschouwd als noodzakelijk voor de uitvoering van de overeenkomst met de gebruiker van de dienst. Of dergelijke verwerking kan worden beschouwd als een intrinsiek aspect van een onlinedienst, is afhankelijk van de aard van de verleende dienst, de verwachtingen van de gemiddelde betrokkene gelet  op niet  alleen  de  voorwaarden  van  de  dienst,  maar  ook  de  manier  waarop  de  dienst  wordt gepromoot  bij  gebruikers  en  of  de  dienst  kan  worden  verleend  zonder  personalisatie.  Indien personalisatie  objectief  gezien  niet  noodzakelijk  is  voor  de  uitvoering  van  de  onderliggende overeenkomst, bijvoorbeeld wanneer de weergave van gepersonaliseerde inhoud bedoeld is om de betrokkenheid van een gebruiker bij de dienst te vergroten, maar geen integraal onderdeel vormt van het gebruik van de dienst, moeten verwerkingsverantwoordelijken een andere rechtmatige grondslag kiezen, indien van toepassing.

## Voorbeeld 7:

Een online zoekmachine voor hotels houdt eerdere boekingen van gebruikers bij om een profiel te maken van hun typische uitgaven. Dit profiel wordt vervolgens gebruikt om bepaalde hotels aan te bevelen  aan  de  gebruiker  bij  terugkerende  zoekresultaten.  In  dit  geval  zijn  de  profilering  van  het eerdere gedrag en de financiële gegevens van de gebruiker objectief gezien niet noodzakelijk voor de uitvoering van de overeenkomst, zijnde de verlening van hospitalitydiensten op basis van specifieke zoekcriteria  die  worden  ingevoerd  door  de  gebruiker.  Artikel 6,  lid 1,  onder b) is  derhalve  niet  van toepassing op de verwerkingsactiviteit.

## Voorbeeld 8:

Een online marktplaats stelt mogelijke kopers in staat om te zoeken naar producten en deze aan te schaffen.  De  marktplaats  wil  gepersonaliseerde  productsuggesties  weergeven  op  basis  van  de advertenties die mogelijke kopers eerder op het platform hebben bekeken om de interactiviteit te vergroten.  Deze  personalisatie  is  objectief  gezien  niet  noodzakelijk  voor  de  verlening  van  de marktplaatsdienst. Daarom kan een dergelijke verwerking van persoonsgegevens geen gebruikmaken van artikel 6, lid 1, onder b) als rechtsgrondslag.



---

## Footnotes

1. Verordening (EU) 2016/679  van  het  Europees  Parlement  en  de  Raad  van  27 april 2016  betreffende  de  bescherming  van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).

3. Zie bijvoorbeeld Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad en artikel 8 van de AVG.

4. Zie overweging 18 van Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt.

7. Advies  06/2014  van  de  Groep  artikel 29  over  het  begrip  'gerechtvaardigde  belangen  van  de  voor  de  gegevensverwerking verantwoordelijke' in artikel 7 van Richtlijn 95/46/EG (WP217). Zie met name de pagina's 11, 16, 17, 18 en 55.

9. Zie  overweging 38,  waarin  staat  dat  kinderen  met  betrekking  tot  hun  persoonsgegevens  recht  hebben  op  specifieke bescherming, aangezien zij zich allicht minder bewust zijn van de betrokken risico's, gevolgen en waarborgen en van hun rechten in verband met de verwerking van persoonsgegevens.

10. Een beding in een overeenkomst waarover niet afzonderlijk is onderhandeld, wordt overeenkomstig de richtlijn oneerlijke bedingen in overeenkomsten als oneerlijk beschouwd 'indien het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de  overeenkomst  voortvloeiende  rechten  en  verplichtingen  van  de  partijen  ten  nadele  van  de  consument  aanzienlijk verstoort'. Net als de transparantieverplichting in de AVG verplicht de richtlijn oneerlijke bedingen in overeenkomsten het gebruik van duidelijke en begrijpelijke bewoordingen. De verwerking van persoonsgegevens die is gebaseerd op wat wordt beschouwd als een oneerlijk beding overeenkomstig de richtlijn oneerlijke bedingen in overeenkomsten, is over het algemeen niet consistent met het vereiste overeenkomstig artikel 5, lid 1, onder a), dat de verwerking rechtmatig en behoorlijk moet zijn.

11. De AVG is van toepassing op bepaalde verwerkingsverantwoordelijken buiten de EER. Zie artikel 3 van de AVG.

14. Zie  voor  meer  informatie  over  gevolgen  in  verband  met  artikel 9  de  richtsnoeren  van  de  WP29  inzake  toestemming overeenkomstig Verordening 2016/679 (WP259), goedgekeurd door het EDPB, blz. 20-23.

16. Het  Hof  van  Justitie  van  de  Europese  Unie  heeft  in  het  arrestHuber verklaard  dat  het  'om  een  autonoom  begrip [noodzakelijkheid] van het gemeenschapsrecht [gaat], dat moet worden uitgelegd op een wijze die volledig beantwoordt aan het  doel  van  de  richtlijn  [Richtlijn 95/46]  zoals  omschreven  in  artikel 1,  lid 1'.  HvJEU,  zaak  C -524/06, Heinz Huber tegen Bundesrepublik Deutschland, 18 december 2008, punt 52.

17. Zie de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

18. Zie de toolkit van het EDPS: Assessing the Necessity of Measures that limit the fundamental right to the protection of personal data, blz. 5 (beschikbaar in de Engelse taal).

19. Het  HvJEU  heeft  in  de  zaakSchecke geoordeeld  dat  de  wetgever,  bij  het  onderzoek  van  de  noodzakelijkheid  van  de verwerking  van  persoonsgegevens,  rekening  moet  houden  met  alternatieve,  minder  indringende  maatregelen.  HvJEU, gevoegde zaken C -92/09 en C -93/09, Volker und Markus Schecke GbR en Hartmut Eifert tegen Land Hessen ,  9  november 2010. Dit is door het HvJEU herhaald in de zaakRīgas , waarin het verklaart dat '[m]et betrekking tot de voorwaarde dat de gegevensverwerking noodzakelijk is, in herinnering [moet] worden gebracht dat de uitzonderingen op de bescherming van persoonsgegevens en de beperkingen ervan binnen de grenzen van het strikt noodzakelijke moeten blijven (...)'. HvJEU, zaak C -13/16, Valsts policijas Rīgas reģiona pārvaldes Kārtības policijas pārvalde tegen Rīgas pašvaldības SIA 'Rīgas satiksme' , punt 30. Een test van de strikte noodzaak is vereist voor eventuele beperkingen op de uitoefening van het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het recht op de bescherming van persoonsgegevens met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, zie de toolkit van het EDPS: Assessing the Necessity of Measures that limit the fundamental right to the protection of personal data, blz. 7 (beschikbaar in de Engelse taal).

20. Advies  06/2014  van  de  Groep  artikel 29  over  het  begrip  'gerechtvaardigd  belang  van  de  voor  de  gegevensverwerking verantwoordelijke' in artikel 7 van Richtlijn 95/46/EG (WP217), blz. 20-21.

22. Zie de richtsnoeren van de WP29 inzake toestemming overeenkomstig Verordening 2016/679 (WP259), goedgekeurd door het EDPB, blz. 36, waarin het volgende staat: 'Krachtens de AVG kan niet worden overgestapt van de ene op de andere rechtsgrond.'

23. Advies 06/2014 van de Groep artikel 29 over het begrip 'gerechtvaardigd belang van de voor de gegevensverwerking verantwoordelijke' in artikel 7 van Richtlijn 95/46/EG (WP217), blz. 22.

25. Onlinediensten moeten mogelijk ook rekening houden met Richtlijn (EU) 2019/770 van het Europees Parlement en de Raad van  20 mei 2019  betreffende  bepaalde  aspecten  van  overeenkomsten  voor  de  levering  van  digitale  inhoud  en  digitale diensten (PB L 136 van 22.5.2019, blz. 1) die vanaf 1 januari 2022 van toepassing zal zijn.

26. Advies 06/2014 van de Groep artikel 29 over het begrip 'gerechtvaardigd belang van de voor de gegevensverwerking verantwoordelijke' in artikel 7 van Richtlijn 95/46/EG (WP217), blz. 21.

28. Advies 06/2014 van de Groep artikel 29 over het begrip 'gerechtvaardigd belang van de voor de gegevensverwerking verantwoordelijke' in artikel 7 van Richtlijn 95/46/EG (WP217), blz. 20-21.

29. Zie Richtlijn (EU) 2019/770 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en digitale diensten.

33. Zie ook de richtsnoeren van de Groep artikel 29 inzake geautomatiseerde individuele besluitvorming en profilering voor de toepassing van Verordening (EU) 2016/679 (WP251rev01), goedgekeurd door het EDPB, blz. 15.

34. Onlinediensten moeten mogelijk ook rekening houden met Richtlijn (EU) 2019/770 van het Europees Parlement en de Raad van  20 mei 2019  betreffende  bepaalde  aspecten  van  overeenkomsten  voor  de  levering  van  digitale  inhoud  en  digitale diensten (PB L 136 van 22.5.2019, blz. 1) die vanaf 1 januari 2022 van toepassing zal zijn.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/38105 · 2026-08-22
