# Richtsnoeren 03/2021 voor de toepassing van artikel 65, lid 1, punt a), AVG

- Type: Guidance
- Source: EDPB
- Identifier: edpb-guidelines-voor-de-toepassing-van-artikel-65-lid-1-punt-a-avg
- Date: 2021-01-01
- Original: https://www.edpb.europa.eu/system/files/2022-10/guidelines_202202_on_the_application_of_article_60_gdpr_nl.pdf
- Canonical: https://overview.legal/posts/38106
- Topics: Supervisory Authorities, Inspection Access Rights and Cooperation Obligations, Right to Rectification, Video Surveillance, Data Subject Rights Exercise Modalities and Procedures, Prior Consultation, Notified Body Competence Challenges and Dispute Resolution, Fines, Right to Erasure, Social Media

## Summary

Het EDPB heeft in versie 2.0 deze richtsnoeren vastgesteld om de toepassing te verduidelijken van de geschillenbeslechtingsprocedure van artikel 65, lid 1, punt a), AVG, waarbij de EDPB bindende besluiten neemt bij meningsverschillen tussen toezichthoudende autoriteiten over de grond van de zaak in grensoverschrijdende gevallen. De richtsnoeren verhelderen het rechtskader, de procedurele stadia, de toetsing van relevante en gemotiveerde bezwaren, de bevoegdheidsomvang van het EDPB-besluit, en de procedurele waarborgen en rechtsmiddelen. Het document is beperkt tot geschillenbeslechting onder artikel 65, lid 1, punt a), AVG en behandelt geen bevoegdheidsconflicten of niet-opvolging van adviezen onder de punten b) en c).

## Full text

<!-- image -->

## Richtsnoeren 03/2021 voor de toepassing van artikel 65, lid 1, punt a), AVG

Versie 2.0

Vastgesteld op 24 mei 2023

This language version has not yet been proofread.

## Versiegeschiedenis

| Versie 1.0   | 13 april 2021   | Vaststelling van de richtsnoeren voor openbare raadpleging   |
|--------------|-----------------|--------------------------------------------------------------|
| Versie 2.0   | 24 mei 2023     | Vaststelling van de richtsnoeren na openbare raadpleging     |

## Samenvatting

Artikel 65, lid 1, punt a), AVG is een geschillenbeslechtingsmechanisme dat bedoeld is om de correcte en consequente  toepassing  van de AVG  te  waarborgen  in gevallen  waarin sprake is van grensoverschrijdende  verwerking  van  persoonsgegevens.  Het  heeft  tot  doel  meningsverschillen tussen de leidende toezichthoudende autoriteit(en) en de betrokken toezichthoudende autoriteit(en) over de grond van de zaak op te lossen, met name over de vraag of al dan niet inbreuk wordt gemaakt op de AVG, teneinde een correcte en consequente toepassing van de AVG in individuele gevallen te waarborgen. Deze richtsnoeren verduidelijken de toepassing van de geschillenbeslechtingsprocedure van artikel 65, lid 1, punt a), AVG.

Overeenkomstig artikel 65, lid 1, punt a), AVG moet de EDPB een bindend besluit nemen wanneer een leidende toezichthoudende autoriteit een ontwerpbesluit vaststelt en hierover bezwaren ontvangt van de betrokken toezichthoudende autoriteiten, die zij afwijst of niet relevant en gemotiveerd acht.

Deze  richtsnoeren  verduidelijken  het  toepasselijke  rechtskader  en  de  belangrijkste  stadia  van  de procedure, met inachtneming van de relevante bepalingen van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, de AVG en het reglement van orde van de EDPB. De richtsnoeren verduidelijken ook de bevoegdheid van de EDPB bij het vaststellen van een juridisch bindend besluit op grond van artikel 65, lid 1, punt a), AVG. Overeenkomstig artikel 65, lid 1, punt a), AVG heeft het bindend besluit van de EDPB betrekking op alle aangelegenheden die onderwerp van het relevante en gemotiveerde bezwaar zijn. Bijgevolg  zal  de  EDPB eerst  beoordelen  of  de  ingediende  bezwaren  voldoen  aan  de criteria inzake 'relevante en gemotiveerde bezwaren' in artikel 4, punt 24, AVG. Alleen in geval van bezwaren die aan deze drempel voldoen, zal de EDPB een standpunt innemen over de gegrondheid van de ingediende bezwaren. In de richtsnoeren worden voorbeelden van bezwaren geanalyseerd die wijzen  op  meningsverschillen  tussen  de  leidende  toezichthoudende  autoriteit  en  de  betrokken toezichthoudende autoriteit(en) over specifieke aangelegenheden en wordt de bevoegdheid van de EDPB in elke zaak verduidelijkt.

De richtsnoeren verduidelijken ook de toepasselijke procedurele waarborgen en rechtsmiddelen, met inachtneming van de relevante bepalingen van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, de AVG en het reglement van orde van de EDPB. In deze richtsnoeren wordt met name ingegaan op het recht om te worden gehoord, het recht op inzage in het dossier en de verplichting van de EDPB om zijn besluiten te motiveren. Ook worden de beschikbare rechtsmiddelen uiteengezet.

Deze richtsnoeren hebben geen betrekking op geschillenbeslechting door de EDPB in gevallen waarin: 1)  er  verschillend  wordt  geoordeeld  over  de  vraag  welke  betrokken  toezichthoudende  autoriteit bevoegd is voor de hoofdvestiging (artikel 65, lid 1, punt b), AVG); of 2) een bevoegde toezichthoudende autoriteit in de in artikel 64, lid 1, genoemde gevallen het Comité niet om advies vraagt,  of  het  krachtens  artikel 64  uitgebrachte  advies  van  het  Comité  niet  volgt  (artikel 65,  lid 1, punt c), AVG).

## Inhoudsopgave

|                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                              | Inleiding en toepassingsgebied.......................................................................................................6                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                       | Inleiding en toepassingsgebied.......................................................................................................6                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                       | Inleiding en toepassingsgebied.......................................................................................................6                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                       |
|--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|
| 2.1                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                          |                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                              |                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                              |                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                              |
| 2.2                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                          | Recht op behoorlijk bestuur ...................................................................................................7 AVG .........................................................................................................................................9                                                                                                                                                                                                                              | Recht op behoorlijk bestuur ...................................................................................................7 AVG .........................................................................................................................................9                                                                                                                                                                                                                              | Recht op behoorlijk bestuur ...................................................................................................7 AVG .........................................................................................................................................9                                                                                                                                                                                                                              |
| 2.3                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                          |                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                              |                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                              |                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                              |
| 3                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                            | Reglement van orde van de EDPB...........................................................................................9 Belangrijkste stadia van de procedure (overzicht) .........................................................................9                                                                                                                                                                                                                                                      | Reglement van orde van de EDPB...........................................................................................9 Belangrijkste stadia van de procedure (overzicht) .........................................................................9                                                                                                                                                                                                                                                      | Reglement van orde van de EDPB...........................................................................................9 Belangrijkste stadia van de procedure (overzicht) .........................................................................9                                                                                                                                                                                                                                                      |
| 3.1                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                          | Voorwaarden voor de vaststelling van een bindend besluit ..................................................9                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                 | Voorwaarden voor de vaststelling van een bindend besluit ..................................................9                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                 | Voorwaarden voor de vaststelling van een bindend besluit ..................................................9                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                 |
| 3.2                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                          | Beoordeling van de volledigheid van het dossier.................................................................10                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                           | Beoordeling van de volledigheid van het dossier.................................................................10                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                           | Beoordeling van de volledigheid van het dossier.................................................................10                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                           |
| 3.3                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                          | Vaststelling van de termijn(en).............................................................................................14                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                               | Vaststelling van de termijn(en).............................................................................................14                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                               | Vaststelling van de termijn(en).............................................................................................14                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                               |
| 3.3.1                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                        | Berekening ....................................................................................................................14                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                            | Berekening ....................................................................................................................14                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                            | Berekening ....................................................................................................................14                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                            |
| 3.3.2                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                        | Besluit tot verlenging met één maand..........................................................................15                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                             | Besluit tot verlenging met één maand..........................................................................15                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                             | Besluit tot verlenging met één maand..........................................................................15                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                             |
|                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                              | Verlenging met twee weken.........................................................................................15                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                         | Verlenging met twee weken.........................................................................................15                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                         | Verlenging met twee weken.........................................................................................15                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                         |
| 3.4                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                          | Voorbereiding van het ontwerp van het bindend besluit van de EDPB...............................15                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                           | Voorbereiding van het ontwerp van het bindend besluit van de EDPB...............................15                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                           | Voorbereiding van het ontwerp van het bindend besluit van de EDPB...............................15                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                           |
| 3.5                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                          | Vaststelling van het bindend besluit van de EDPB................................................................16                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                           | Vaststelling van het bindend besluit van de EDPB................................................................16                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                           | Vaststelling van het bindend besluit van de EDPB................................................................16                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                           |
| 3.6                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                          | Kennisgeving aan de betrokken toezichthoudende autoriteiten .........................................17                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                      | Kennisgeving aan de betrokken toezichthoudende autoriteiten .........................................17                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                      | Kennisgeving aan de betrokken toezichthoudende autoriteiten .........................................17                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                      |
| 3.7 Definitief                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                               | 3.7.1 'Op basis van'...............................................................................................................18                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                        | 3.7.1 'Op basis van'...............................................................................................................18                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                        | 3.7.1 'Op basis van'...............................................................................................................18                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                        |
| 3.7.2 Besluit(en) van de leidende toezichthoudende autoriteit en/of de betrokken                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                             | 3.7.2 Besluit(en) van de leidende toezichthoudende autoriteit en/of de betrokken                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                             | 3.7.2 Besluit(en) van de leidende toezichthoudende autoriteit en/of de betrokken                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                             | 3.7.2 Besluit(en) van de leidende toezichthoudende autoriteit en/of de betrokken                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                             |
| toezichthoudende autoriteit.........................................................................................................18                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                       | toezichthoudende autoriteit.........................................................................................................18                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                       | toezichthoudende autoriteit.........................................................................................................18                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                       | toezichthoudende autoriteit.........................................................................................................18                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                       |
| 3.7.3 Informatie aan de EDPB................................................................................................19 3.8 Bekendmaking van het bindend besluit van de EDPB..........................................................19 Bevoegdheid van de EDPB............................................................................................................20                                                                                                                        | 3.7.3 Informatie aan de EDPB................................................................................................19 3.8 Bekendmaking van het bindend besluit van de EDPB..........................................................19 Bevoegdheid van de EDPB............................................................................................................20                                                                                                                        | 3.7.3 Informatie aan de EDPB................................................................................................19 3.8 Bekendmaking van het bindend besluit van de EDPB..........................................................19 Bevoegdheid van de EDPB............................................................................................................20                                                                                                                        | 3.7.3 Informatie aan de EDPB................................................................................................19 3.8 Bekendmaking van het bindend besluit van de EDPB..........................................................19 Bevoegdheid van de EDPB............................................................................................................20                                                                                                                        |
| 4.1                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                          | Beoordeling van de relevantie en motivering van de bezwaren..........................................21                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                      | Beoordeling van de relevantie en motivering van de bezwaren..........................................21                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                      | Beoordeling van de relevantie en motivering van de bezwaren..........................................21                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                      |
| 4.2                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                          | Onderwerpen waarop het relevante en gemotiveerde bezwaar betrekking heeft .............22                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                    | Onderwerpen waarop het relevante en gemotiveerde bezwaar betrekking heeft .............22                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                    | Onderwerpen waarop het relevante en gemotiveerde bezwaar betrekking heeft .............22                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                    |
| 4.2.1                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                        | Bestaan van een inbreuk op de AVG.............................................................................22                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                             | Bestaan van een inbreuk op de AVG.............................................................................22                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                             | Bestaan van een inbreuk op de AVG.............................................................................22                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                             |
| 4.2.2 Bestaan van verdere of alternatieve inbreuken op de AVG.........................................23 4.2.3 Lacunes in het ontwerpbesluit die verder onderzoek door de leidende                                                                                                                                                                                                                                                                                                                           | 4.2.2 Bestaan van verdere of alternatieve inbreuken op de AVG.........................................23 4.2.3 Lacunes in het ontwerpbesluit die verder onderzoek door de leidende                                                                                                                                                                                                                                                                                                                           | 4.2.2 Bestaan van verdere of alternatieve inbreuken op de AVG.........................................23 4.2.3 Lacunes in het ontwerpbesluit die verder onderzoek door de leidende                                                                                                                                                                                                                                                                                                                           | 4.2.2 Bestaan van verdere of alternatieve inbreuken op de AVG.........................................23 4.2.3 Lacunes in het ontwerpbesluit die verder onderzoek door de leidende                                                                                                                                                                                                                                                                                                                           |
| toezichthoudende autoriteit rechtvaardigen ...............................................................................24                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                 | toezichthoudende autoriteit rechtvaardigen ...............................................................................24                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                 | toezichthoudende autoriteit rechtvaardigen ...............................................................................24                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                 | toezichthoudende autoriteit rechtvaardigen ...............................................................................24                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                 |
| 4.2.4 Onvoldoende feitelijke informatie of argumentatie.....................................................26 4.2.5 Procedurele aspecten ...................................................................................................27 4.2.6 Voorgenomen maatregel..............................................................................................27 Het rechtom te worden gehoord.................................................................................................28 | 4.2.4 Onvoldoende feitelijke informatie of argumentatie.....................................................26 4.2.5 Procedurele aspecten ...................................................................................................27 4.2.6 Voorgenomen maatregel..............................................................................................27 Het rechtom te worden gehoord.................................................................................................28 | 4.2.4 Onvoldoende feitelijke informatie of argumentatie.....................................................26 4.2.5 Procedurele aspecten ...................................................................................................27 4.2.6 Voorgenomen maatregel..............................................................................................27 Het rechtom te worden gehoord.................................................................................................28 | 4.2.4 Onvoldoende feitelijke informatie of argumentatie.....................................................26 4.2.5 Procedurele aspecten ...................................................................................................27 4.2.6 Voorgenomen maatregel..............................................................................................27 Het rechtom te worden gehoord.................................................................................................28 |
| 5.1                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                          | 5.1                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                          | Toepasselijkheid....................................................................................................................28                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                       | Toepasselijkheid....................................................................................................................28                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                       |
| 5                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                            | 5                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                            | 5                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                            | 5                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                            |
| 5.2                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                          | 5.2                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                          | Doel.......................................................................................................................................29                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                | Doel.......................................................................................................................................29                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                |
| 5.3                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                          | 5.3                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                          | Tijdstip...................................................................................................................................30                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                | Tijdstip...................................................................................................................................30                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                |

| 5.3.1   | Op nationaal niveau en voorafgaand aan doorverwijzing naar de EDPB .....................30                                                    |
|---------|-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|
| 5.3.2   | Tijdens de beoordeling van de volledigheid van het dossier........................................30                                          |
| 6       | Inzage in het dossier .....................................................................................................................31 |
| 7       | Motiveringsplicht..........................................................................................................................33 |
| 8       | Rechtsmiddelen ............................................................................................................................34 |
| 8.1     | Toezichthoudende autoriteiten............................................................................................35                   |
| 8.2     | Verwerkingsverantwoordelijke, verwerker, klager of andere entiteit .................................37                                        |

## 1 INLEIDING EN TOEPASSINGSGEBIED

1. Op  grond  van  artikel 65,  lid 1,  punt a),  AVG  moet  de  EDPB  een  juridisch  bindend  besluit  nemen wanneer een leidende toezichthoudende autoriteit een ontwerpbesluit in de zin van artikel 60, lid 3, AVG vaststelt en besluit een relevant en gemotiveerd bezwaar van een betrokken toezichthoudende autoriteit af te wijzen of van mening is dat het bezwaar niet relevant of gemotiveerd is 1 .
2. Artikel 65, lid 1, punt a), AVG is een geschillenbeslechtingsmechanisme dat bedoeld is om de correcte en consequente  toepassing  van de AVG  te  waarborgen  in gevallen  waarin sprake is van grensoverschrijdende  verwerking  van  persoonsgegevens 2 .  Het  heeft  tot  doel  meningsverschillen tussen de leidende toezichthoudende autoriteit(en) en de betrokken toezichthoudende autoriteit(en) over de grond van de zaak op te lossen, met name over de vraag of al dan niet inbreuk wordt gemaakt op de AVG, teneinde een correcte en consequente toepassing van de AVG in individuele gevallen te waarborgen 3 .
3. In het kader van het zogenaamde  'één-loketmechanisme', dat van toepassing is op de grensoverschrijdende  verwerking  van  persoonsgegevens,  treedt  de  leidende  toezichthoudende autoriteit bij dat soort verwerking op als de enige gesprekspartner voor de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker 4 . De leidende toezichthoudende autoriteit is verantwoordelijk voor  het  uitvoeren  van  de  nodige  onderzoeken,  het  meedelen  van  de  relevante informatie aan alle betrokken toezichthoudende autoriteiten en het opstellen van een ontwerpbesluit 5 .  Voorafgaand  aan  de  vaststelling  van  het  ontwerpbesluit  moet  de  leidende toezichthoudende autoriteit samenwerken met de betrokken toezichthoudende autoriteiten om tot een  consensus  te  komen  en  moeten  de  leidende  toezichthoudende  autoriteit  en  de  betrokken toezichthoudende autoriteiten alle relevante informatie uitwisselen 6 .
4. Zodra een ontwerpbesluit is opgesteld, legt de leidende toezichthoudende autoriteit dit ontwerpbesluit ter beoordeling voor aan alle betrokken toezichthoudende autoriteiten en houdt zij naar behoren rekening met hun standpunten 7 . Binnen vier weken na te zijn geraadpleegd kan een betrokken toezichthoudende autoriteit een 'relevant en gemotiveerd bezwaar' tegen het


2   Het samenwerkings- en coherentiemechanisme is van toepassing op 'individuele gevallen', ongeacht of de zaak gebaseerd is op een klacht of een ambtshalve ingesteld onderzoek.

3 Overweging 136 en artikel 65, lid 1, punt a), AVG.




ontwerpbesluit  indienen 8 .  Wanneer  geen  enkele  betrokken  toezichthoudende  autoriteit  bezwaar maakt, kan de leidende toezichthoudende autoriteit overgaan tot vaststelling van het besluit. Indien een  betrokken  toezichthoudende  autoriteit  bezwaar  maakt,  moet  de  leidende  toezichthoudende autoriteit beslissen of zij het relevante en gemotiveerde bezwaar zal honoreren of van mening is dat het  bezwaar  niet  relevant  of  gemotiveerd  is.  Indien  de  leidende  toezichthoudende  autoriteit  niet voornemens is het bezwaar/de bezwaren te honoreren of deze niet relevant en gemotiveerd acht, is de leidende toezichthoudende autoriteit verplicht de zaak voor geschillenbeslechting naar de EDPB te verwijzen 9 .

5. De EDPB treedt vervolgens op als geschillenbeslechtingsorgaan en stelt een juridisch bindend besluit vast. De leidende toezichthoudende autoriteit, en in sommige gevallen de betrokken toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend 10 , moet haar definitieve besluit vaststellen op  basis  van  het  besluit  van  de  EDPB.  Het  definitieve  besluit  van  de  bevoegde  toezichthoudende autoriteit  wordt  gericht  tot  de  verwerkingsverantwoordelijke  of  de  verwerker  en,  in  voorkomend geval, tot de klager.
6. Deze richtsnoeren verduidelijken de toepassing van artikel 65, lid 1, punt a), AVG. Zij verduidelijken met name de toepassing van de relevante bepalingen van de AVG en het reglement van orde, bakenen de belangrijkste stadia van de procedure af en verduidelijken de bevoegdheid van de EDPB bij het vaststellen  van  een  juridisch  bindend  besluit  op  grond  van  artikel 65,  lid 1,  punt a),  AVG.  In  de richtsnoeren  worden  onder  meer  de  toepasselijke procedurele  waarborgen  en  rechtsmiddelen beschreven.
7. Deze richtsnoeren hebben geen betrekking op geschillenbeslechting door de EDPB in gevallen waarin:
- er  verschillend  wordt  geoordeeld  over  de  vraag  welke  betrokken  toezichthoudende  autoriteit bevoegd is voor de hoofdvestiging (artikel 65, lid 1, punt b), AVG);
- een  bevoegde  toezichthoudende  autoriteit  in  de  in  artikel 64,  lid 1,  genoemde  gevallen  het Comité niet om advies vraagt, of het krachtens artikel 64 uitgebrachte advies van het Comité niet volgt (artikel 65, lid 1, punt c), AVG).

## 2 RECHTSKADER EN REGLEMENT VAN ORDE

## 2.1 Recht op behoorlijk bestuur

8. De  EDPB  moet  zich  houden  aan  het  Handvest  van  de  grondrechten  van  de  Europese  Unie  (het 'Handvest'), waaronder artikel 41 (recht op behoorlijk bestuur). Dit blijkt ook uit artikel 11, lid 1, van

8 Artikel 60, lid 4, AVG.



het reglement van orde van de EDPB 11 , waarin wordt bevestigd dat de EDPB het recht op behoorlijk bestuur als voorgeschreven in artikel 41 van het Handvest moet eerbiedigen.

9. Volgens artikel 41 van het Handvest heeft eenieder er recht op dat zijn zaken onpartijdig, billijk en binnen  een  redelijke  termijn door  de  instellingen,  organen  en  instanties  van  de  Unie  worden behandeld. Dit recht behelst met name:
- het recht van eenieder te worden gehoord voordat jegens hem een voor hem nadelige individuele maatregel wordt genomen; en
- het recht van eenieder om inzage te krijgen in het hem betreffende dossier, met inachtneming van het gerechtvaardigde belang van de vertrouwelijkheid en het beroeps- en bedrijfsgeheim.

Het recht op behoorlijk bestuur omvat ook de plicht van de betrokken diensten om hun beslissingen met redenen te omkleden .


https://edpb.europa.eu/sites/edpb/files/files/file1/edpb rop version 7 adopted 20201008 nl.pdf

'reglement van orde' genoemd).

(hierna

## 2.2 AVG

10. In  artikel 65, lid 1,  AVG worden drie verschillende situaties genoemd waarin de EDPB optreedt als geschillenbeslechtingsorgaan. De belangrijkste regels die van toepassing zijn op de geschillenbeslechtingsprocedures zijn vastgelegd in artikel 65, leden 2 tot en met 6, AVG.
11. In  geval  van  geschillenbeslechting  op  grond  van  artikel 65,  lid 1,  punt a),  AVG  moet  ook  rekening worden gehouden met artikel 60 AVG, dat van toepassing is op de samenwerking tussen de leidende toezichthoudende  autoriteit  en  de  betrokken  toezichthoudende  autoriteit  in  individuele  gevallen waarbij  sprake  is  van  grensoverschrijdende  verwerking,  en  waarin  wordt  gespecificeerd  in  welke gevallen  de  leidende  toezichthoudende  autoriteit  de  zaak  ter  beslechting  aan  de  EDPB  voorlegt. Hoewel deze richtsnoeren in de eerste plaats betrekking hebben op de toepassing van artikel 65, lid 1, punt a),  AVG,  zal  ook  worden  verwezen  naar  de  bepalingen  van  artikel 60  AVG,  voor  zover  deze relevant zijn om de belangrijkste stadia van de procedure en de bevoegdheid van de EDPB op grond van artikel 65, lid 1, punt a), AVG te verduidelijken 12 .

## 2.3 Reglement van orde van de EDPB

12. Artikel 11 van het reglement van orde verduidelijkt de regels die van toepassing zijn in gevallen waarin de EDPB een bindend besluit moet nemen, waaronder in het kader van de geschillenbeslechtingsprocedure.  Artikel 11,  lid 2,  van  het  reglement  van  orde  bevat  regels  die specifiek van toepassing zijn op de geschillenbeslechtingsprocedure van artikel 65, lid 1, punt a), AVG.
13. Ook  al  richten  deze  richtsnoeren  zich  voornamelijk  op  andere  aspecten,  zal  waar  relevant  ook aandacht  worden  besteed  aan  artikel 22  (stemprocedures),  artikel 32  (toegang  tot  documenten), artikel 33 (vertrouwelijkheid van de besprekingen) en artikel 40 (berekening van de termijnen) van het reglement.

## 3 BELANGRIJKSTE STADIA VAN DE PROCEDURE (OVERZICHT)

## 3.1 Voorwaarden voor de vaststelling van een bindend besluit

14. De algemene voorwaarden voor de vaststelling van een bindend besluit door de EDPB zijn uiteengezet in artikel 60, leden 4 en 5, en artikel 65, lid 1, punt a), AVG.
15. De EDPB is bevoegd om op grond van artikel 65, lid 1, punt a), AVG bindende besluiten vast te stellen indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- er is door de leidende toezichthoudende autoriteit een ontwerpbesluit in de zin van artikel 60, lid 3, voorgelegd aan de betrokken toezichthoudende autoriteiten;
- ten minste één betrokken toezichthoudende autoriteit heeft binnen de in artikel 60, leden 4 en 5, AVG vastgestelde termijn (een of meer) bezwaren tegen het (herziene) ontwerpbesluit van de leidende toezichthoudende autoriteit ingediend; en


- de leidende toezichthoudende autoriteit heeft besloten het bezwaar/de bezwaren betreffende het  ontwerpbesluit  niet  te  honoreren  of  het  bezwaar/de  bezwaren  als  niet  relevant  of gemotiveerd heeft afgewezen.
16. Wanneer aan deze voorwaarden is voldaan, is de EDPB bevoegd om op grond van artikel 65, lid 1, punt a), AVG een bindend besluit vast te stellen dat betrekking heeft op alle aangelegenheden die onderwerp van het relevante en gemotiveerde bezwaar zijn, en met name op de vraag of inbreuk op de AVG wordt gemaakt 13 .
17. Wanneer een betrokken toezichthoudende autoriteit slechts een 'opmerking' bij een ontwerpbesluit plaatst, vormt dat geen bezwaar in de zin van artikel 4, punt 24, AVG. Het feit dat er opmerkingen zijn gemaakt, brengt niet de verplichting met zich mee om de procedure van artikel 65, lid 1, punt a), in gang  te  zetten  indien  de  leidende  toezichthoudende  autoriteit  besluit  om  geen  gevolg  aan  de opmerkingen te geven. Bovendien vormen eventuele opmerkingen als zodanig geen aangelegenheid waarover de EDPB in het kader van zijn bindend besluit moet beslissen. De leidende toezichthoudende autoriteit moet echter bij het opstellen van het ontwerpbesluit naar behoren rekening te houden met de standpunten van alle betrokken toezichthoudende autoriteiten 14 en,  in  gevallen  waarin  aan  de voorwaarden van artikel 56, lid 2, is voldaan, zoveel mogelijk rekening te houden met de standpunten van de betrokken toezichthoudende autoriteit bij wie de klacht is ingediend 15 .

## 3.2 Beoordeling van de volledigheid van het dossier

18. Artikel 11, lid 2, van het reglement van orde bepaalt dat de voorzitter en de leidende toezichthoudende autoriteit een besluit moeten nemen over de volledigheid van het dossier 16 .  De beoordeling van de volledigheid van het dossier is een belangrijke stap in de procedure, die ervoor moet zorgen dat aan alle voorwaarden voor de vaststelling van een bindend besluit is voldaan en dat de EDPB over alle daarvoor benodigde informatie beschikt 17 . De beoordeling van de volledigheid van het dossier dient ook als uitgangspunt voor de in artikel 65, leden 2 en 3, AVG genoemde wettelijke termijnen 18 .  Ten  slotte  heeft  de  beoordeling  van  de  volledigheid  van  het  dossier  ook  tot  doel  de naleving te waarborgen van het recht om te worden gehoord, zoals voorzien in artikel 41 van het Handvest.
19. Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit de zaak voor geschillenbeslechting aan de EDPB voorlegt, voegt zij het volgende bij:
- a) het ontwerpbesluit  of  het  herziene  ontwerpbesluit waartegen  bezwaar/bezwaren  is/zijn ingediend;
- b) een samenvatting van de relevante feiten en gronden;


14 Artikel 60, lid 3, AVG.

15 Artikel 56, lid 4, en artikel 60, lid 1, AVG.

16 Het secretariaat onderzoekt namens de voorzitter of het dossier volledig is.

17   Indien noodzakelijk moeten de door de bevoegde autoriteit ingediende documenten door het secretariaat van de EDPB in het Engels worden vertaald.


c) het  bezwaar/de  bezwaren dat/die  door  betrokken  toezichthoudende  autoriteit(en)  is/zijn ingediend in overeenstemming met artikel 60, lid 4, AVG (en, waar van toepassing, artikel 60, lid 5, AVG);

d)  een vermelding of  de  leidende  toezichthoudende  autoriteit  het  relevante  en  gemotiveerde bezwaar afwijst of het niet relevant of niet gemotiveerd acht;

e) bewijsstukken betreffende het tijdstip waarop en de vorm waarin het (herziene) ontwerpbesluit is  afgegeven  en  het  bezwaar/de  bezwaren  door  de  betrokken  toezichthoudende  autoriteit(en) is/zijn ingediend 19 ; en f) in overeenstemming met artikel 41 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, de schriftelijke opmerkingen die de leidende toezichthoudende autoriteit heeft ontvangen van de personen die nadelige gevolgen kunnen ondervinden van het besluit van het Comité , samen met een bevestiging en bewijsstukken waaruit blijkt welke aan het Comité overgelegde documenten hun zijn verstrekt bij de uitnodiging om hun recht om te worden gehoord uit te oefenen , dan wel een duidelijke identificatie van de elementen waarvoor dat niet geldt 20 .

20. Uit de formulering van artikel 60, lid 4, AVG en artikel 11, lid 2, van het reglement van orde blijkt dat de  leidende  toezichthoudende  autoriteit  ervoor  moet  zorgen  dat  het  dossier  volledig  is  en  alle relevante  informatie  aan  de  EDPB  wordt  verstrekt.  Indien  nodig  kan  het  secretariaat  de  leidende toezichthoudende autoriteit en/of de betrokken toezichthoudende autoriteiten echter binnen een bepaalde  termijn om  aanvullende  informatie  verzoeken 21 . De  mogelijkheid  om  aanvullende informatie op te vragen moet worden gezien in het licht van de doelstelling om ervoor te zorgen dat de EDPB alle informatie krijgt die nodig is om een bindend besluit te nemen over alle aangelegenheden die onderwerp van het relevante en gemotiveerde bezwaar zijn, en met name over de vraag of inbreuk wordt gemaakt op de AVG.

## Voorbeeld 1 :

Een ontwerpbesluit bevat verschillende verwijzingen naar interne documenten van de verwerkingsverantwoordelijke. Hoewel de (betwiste) vaststelling van een inbreuk door de leidende toezichthoudende  autoriteit  in  haar  ontwerpbesluit  wordt  onderbouwd  door  verwijzing  naar  de inhoud van deze documenten, voegt de leidende toezichthoudende autoriteit geen kopie daarvan bij wanneer zij de zaak voor geschillenbeslechting aan de EDPB voorlegt. Het secretariaat kan de leidende toezichthoudende autoriteit verzoeken binnen een bepaalde termijn een kopie te verstrekken van de documenten waarnaar wordt verwezen, indien dit nodig is om een besluit te kunnen nemen over het onderwerp van het/de relevante en gemotiveerde bezwaar/bezwaren.

De mogelijkheid om in een later stadium om aanvullende informatie te verzoeken, doet niets af aan de  verantwoordelijkheid  van  de  leidende  toezichthoudende  autoriteit  om  van  meet  af  aan  alle relevante  informatie  te  verstrekken  wanneer  zij  een  zaak  aan  de  EDPB  voorlegt.  Aangezien  de verantwoordelijkheid voor de volledigheid van het dossier bij de leidende toezichthoudende autoriteit ligt, zou een verzoek om aanvullende informatie aan de leidende toezichthoudende autoriteit en/of

19 Het  doel  van  het  verstrekken  van  deze  informatie  is  het  secretariaat  in  staat  te  stellen  na  te  gaan  of  het bezwaar schriftelijk en binnen de wettelijke termijn is ingediend. Het tijdstip waarop en de vorm waarin het (herziene)  ontwerpbesluit  is  afgegeven  en  het  bezwaar/de  bezwaren  is/zijn  ingediend  kunnen  bijvoorbeeld worden aangetoond aan de hand van het verslag inzake het relevante en gemotiveerde bezwaar, zoals opgesteld in het in artikel 17 van het reglement van orde genoemde informatie- en communicatiesysteem.


21 Artikel 11, lid 2, van het reglement van orde.

de betrokken toezichthoudende autoriteit in beginsel alleen in uitzonderlijke omstandigheden nodig moeten zijn. Aangezien de leidende toezichthoudende autoriteit en de betrokken toezichthoudende autoriteit verplicht zijn in de loop van de samenwerkingsprocedure alle relevante informatie uit te wisselen, moet de relevante informatie bovendien al aan de betrokken toezichthoudende autoriteiten zijn verstrekt voordat de geschillenbeslechtingsprocedure wordt ingeleid. Indien alle informatie die nodig  is  om  een  bindend  besluit  te  nemen  over  de  gemaakte  bezwaren  ook  door  de  leidende toezichthoudende autoriteit wordt doorgegeven wanneer zij de zaak aan de EDPB voorlegt, hoeft het secretariaat niet om aanvullende informatie te verzoeken alvorens het dossier volledig te verklaren.

21. Opgemerkt  moet  worden  dat  een  verzoek  om  aanvullende  informatie  enkel  tot  doel  heeft  de volledigheid van het dossier te waarborgen. Het houdt geen oordeel in over de gegrondheid van de gemaakte bezwaren, noch wordt een aan de EDPB voorgelegd bezwaar hierdoor op enigerlei wijze inhoudelijk  gewijzigd.  Zodra  het  dossier  als  volledig  is  aangemerkt  en  de  zaak  naar  de  EDPB  is doorverwezen, kan in uitzonderlijke omstandigheden ook in een later stadium van de procedure om aanvullende informatie worden verzocht (d.w.z. nadat de zaak aan het Comité is voorgelegd) indien dit nodig is om eventuele omissies te corrigeren. De EDPB zal hierover een besluit nemen 22 .
22. Indien  noodzakelijk,  worden  de  door  de  leidende  en/of  betrokken  toezichthoudende  autoriteit ingediende documenten door het secretariaat van de EDPB naar het Engels vertaald 23 . De vertaling kan ook worden beperkt tot de specifieke delen die waarschijnlijk van belang zijn voor het besluit over het onderwerp van het/de relevante en gemotiveerde bezwaar/ bezwaren. De leidende toezichthoudende autoriteit en/of de betrokken toezichthoudende autoriteit moeten het eens zijn over de vertaling 24 .

## Voorbeeld 2:

In haar ontwerpbesluit concludeert de leidende toezichthoudende autoriteit dat slechts één van de door de klager aangevoerde inbreuken op de AVG heeft plaatsgevonden. De betrokken toezichthoudende autoriteit is in haar relevante en gemotiveerde bezwaar van mening dat de andere door de klager aangevoerde inbreuken ook zijn begaan, terwijl in het ontwerpbesluit de feitelijke elementen die nodig zijn om te  concluderen  dat  de  inbreuken  zich  niet  hebben  voorgedaan,  niet volledig zijn uiteengezet. Daarom verzoekt het secretariaat de leidende toezichthoudende autoriteit om binnen een bepaalde termijn een kopie van de noodzakelijke delen van het onderzoeksverslag te verstrekken 25 . Indien vertaling van deze delen noodzakelijk is, wordt deze door het secretariaat naar het Engels vertaald en moet de leidende toezichthoudende autoriteit instemmen met de vertaling.

23. Zodra  de  voorzitter  en  de  leidende  toezichthoudende  autoriteit  hebben  besloten  dat  het  dossier volledig  is  (en  de  bevoegde  toezichthoudende  autoriteit  heeft  ingestemd  met  de  nodige  Engelse vertalingen), verwijst het secretariaat de zaak namens de voorzitter onverwijld door naar de leden van de EDPB 26 .

22 In artikel 11, lid 2, van het reglement van orde is bepaald dat de EDPB in uitzonderlijke omstandigheden kan beslissen  om  verdere  documenten  in  aanmerking  te  nemen  indien  het  zulks  nodig  acht.  Bijgevolg  kan  het secretariaat/de  voorzitter  om  aanvullende  informatie  verzoeken,  maar  de  EDPB  moet  beslissen  of  het  de aanvullende informatie die wordt ingediend al dan niet in aanmerking neemt.

23 De bevoegde autoriteit moet met de geleverde vertaling instemmen (artikel 11, lid 2, van het reglement van orde).

24 Artikel 11, lid 2, van het reglement van orde.

25 Artikel 11, lid 2, van het reglement van orde.

26 Artikel 11, lid 2, van het reglement van orde.

24. Indien  de  leidende  toezichthoudende  autoriteit  de  bovengenoemde  informatie  niet  binnen  de vastgestelde termijn verstrekt 27 , verzoekt de voorzitter het secretariaat de zaak aan de EDPB voor te leggen.  De  EDPB  beoordeelt vervolgens per geval of het kan overgaan tot de vaststelling van zijn besluit op basis van de reeds verstrekte informatie, dan wel of het noodzakelijk is eerst de gevraagde informatie  te  verkrijgen  (bv.  bevestiging  en  bewijsstukken  waaruit  blijkt  welke  aan  het  Comité overgelegde documenten hun zijn verstrekt bij de uitnodiging om hun recht om te worden gehoord uit te oefenen, dan wel een duidelijke identificatie van de elementen waarvoor dat niet geldt) alvorens een besluit vast te stellen.

## Verband met het recht om te worden gehoord

25. De beoordeling van de volledigheid van het dossier heeft ook tot doel de naleving te waarborgen van het recht om te worden gehoord, zoals voorzien in artikel 41 van het Handvest. In artikel 11, lid 2, van het reglement van orde is bepaald dat de EDPB alleen rekening houdt met de documenten die door de leidende toezichthoudende autoriteit en de andere betrokken toezichthoudende autoriteit(en) zijn verstrekt voordat de zaak aan het Comité is voorgelegd. Eenieder die benadeeld zou kunnen worden, moet dus in beginsel al zijn uitgenodigd om zijn recht om te worden gehoord uit te oefenen 28 . Waar nodig,  neemt  het  Comité  verdere  maatregelen  om  het  recht  van  de  betrokken  personen  te waarborgen om te worden gehoord over elementen in de documenten die deel uitmaken van het dossier en die de EDPB in aanmerking zal nemen bij zijn besluit 29 .
26. Zodra  het  dossier  volledig  is  verklaard,  kunnen  de  leidende  toezichthoudende  autoriteit  en  de betrokken  toezichthoudende  autoriteit(en)  in  beginsel  geen  aanvullende  informatie  over  het onderwerp van het geschil meer indienen (tenzij het secretariaat daarom verzoekt om een omissie te corrigeren overeenkomstig artikel 11, lid 2, van het reglement van orde 30 ).  Alleen in uitzonderlijke omstandigheden kan het Comité  besluiten verdere documenten  in  aanmerking  te  nemen  die  het noodzakelijk acht. Zo kan de leidende toezichthoudende autoriteit geen nieuwe feitelijke elementen aanvoeren ter ondersteuning van haar besluit om een of meer bezwaren af te wijzen die niet waren meegedeeld voordat de zaak aan de EDPB werd voorgelegd 31 . Bovendien moet alle informatie die relevant is voor de beoordeling van de gemaakte bezwaren al tussen de leidende toezichthoudende autoriteit en de betrokken toezichthoudende autoriteit worden uitgewisseld voordat de procedure van artikel 65, lid 1, punt a), wordt ingeleid om te proberen tot een consensus te komen (aangezien

27   Dit  tijdschema  moet per geval worden vastgesteld, rekening houdend met de aard en de omvang van de gevraagde documenten. Het secretariaat moet de leidende toezichthoudende autoriteit (of, in voorkomend geval, de betrokken toezichthoudende autoriteit) raadplegen om hun mening te vragen over wat een passend tijdschema is.



30 Zie punt 20.

31 De  formulering  van  artikel 11,  lid 2,  punt d),  van  het  reglement  van  orde  bevestigt  dat  de  leidende toezichthoudende  autoriteit  bij  het  inleiden  van  de  procedure  moet  'vermelden'  of  zij  het  relevante  en gemotiveerde bezwaar afwijst dan wel of zij van mening is dat het bezwaar niet relevant of gemotiveerd is (d.w.z. slechts een indicatie hoeft te geven of zij de bezwaren al dan niet afwijst). Bijgevolg mogen er geen nieuwe elementen  worden  ingediend  waarvan  de  betrokken  toezichthoudende  autoriteiten  voorafgaand  aan  de voorlegging aan het Comité niet in kennis waren gesteld.

hiermee ook kan worden voorkomen dat een beroep moet worden gedaan op het geschillenbeslechtingsmechanisme).

27. Zodra het dossier volledig is verklaard en de zaak aan de EDPB is voorgelegd, moet de EDPB over elk bezwaar een bindend besluit nemen, tenzij de betrokken toezichthoudende autoriteit die een bepaald bezwaar  heeft  ingediend,  besluit  om  dat  bezwaar  in  te  trekken.  Aangezien  de  intrekking  van  het bezwaar betekent dat het geschil tussen de leidende toezichthoudende autoriteit en de betrokken toezichthoudende autoriteit is beëindigd, hoeft de EDPB dan geen uitspraak meer te doen over de zaak 32 . De leidende toezichthoudende autoriteit kan een doorverwijzing naar de EDPB op grond van artikel 60, lid 4, AVG ook intrekken in gevallen waarin zij in een later stadium besluit dat zij elk van de aangevoerde bezwaren wil honoreren. De intrekking van een bezwaar of doorverwijzing mag echter slechts  in  zeer  uitzonderlijke  gevallen  plaatsvinden,  aangezien  de  leidende  toezichthoudende autoriteit  en  de  betrokken  toezichthoudende  autoriteit(en)  uit  hoofde  van  artikel 60  AVG  tot een consensus  moeten  proberen  te  komen  en  het  geschillenbeslechtingsmechanisme  dus  alleen  in werking wordt gesteld in geval van aanhoudende meningsverschillen en wanneer het onmogelijk blijkt om een consensus te bereiken.

## 3.3 Vaststelling van de termijn(en)

28. De wettelijke standaardtermijn voor de vaststelling van een bindend besluit door de EDPB is één maand nadat de voorzitter en de bevoegde toezichthoudende autoriteit hebben besloten dat het dossier volledig is 33 . Deze termijn kan wegens de complexiteit van de aangelegenheid met één maand worden verlengd 34 . Indien de EDPB na het verstrijken van deze verlenging geen besluit heeft kunnen nemen, doet het dit alsnog binnen twee weken na het verstrijken van de verlengde termijn 35 .

## 3.3.1 Berekening

29. De  termijn  voor  de  vaststelling  van  het  bindend  besluit  moet  worden  berekend  op  basis  van Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 36 . Volgens artikel 3, lid 2, punt c), van Verordening 1182/71

'gaat een in weken, maanden of jaren omschreven termijn in bij de aanvang van het eerste uur van de eerste dag van de termijn en loopt deze termijn af bij het einde van het laatste uur van de dag die - in de laatste week, de laatste maand of het laatste jaar - dezelfde naam of cijferaanduiding heeft als de dag waarop de termijn ingaat'.

Het Hof van Justitie heeft bevestigd dat indien bijvoorbeeld een gebeurtenis die een termijn van een week doet ingaan, op een maandag plaatsvindt, de termijn afloopt op de daaropvolgende maandag,

32  In gevallen waarin het enige bezwaar wordt ingetrokken dat de leidende toezichthoudende autoriteit heeft afgewezen of niet relevant en gemotiveerd heeft geacht, is de EDPB niet langer gehouden een bindend besluit te nemen overeenkomstig artikel 65, lid 1, punt a), AVG.

33 Artikel 65, lid 2, AVG, juncto artikel 11, lid 4, van het reglement van orde.

34 Artikel 65, lid 2, AVG.

35 Artikel 65, lid 3, AVG. Zie ook punt 32.


die dan de dies ad quem is (de dag waarop de termijn afloopt) 37 . Indien de termijn in maanden wordt uitgedrukt en de gebeurtenis zich voordoet op 20 maart, loopt de termijn af op 20 april.

30. De aanvangsdatum ('dies a quo') bij de toepassing van artikel 65, lid 1, punt a), AVG is de dag waarop de voorzitter en de bevoegde toezichthoudende autoriteit hebben besloten dat het dossier volledig is en de zaak door het secretariaat aan de  EDPB  wordt  voorgelegd  via  het informatieen communicatiesysteem als bedoeld in artikel 17 van het reglement van orde van de EDPB.
31. Aangezien  de  AVG  termijnen  niet  in  werkdagen  uitdrukt,  omvatten  de  betrokken  termijnen  ook feestdagen, zondagen en zaterdagen 38 . Wanneer de laatste dag van een termijn echter een feestdag, een  zondag  of  een  zaterdag  is,  loopt  de  termijn  af  bij  het  verstrijken  van  het  laatste  uur  van  de volgende werkdag 39 , zodat de dag waarop de termijn afloopt ('dies ad quem') de volgende werkdag is.

## 3.3.2 Besluit tot verlenging met één maand

32. Op grond van artikel 65, lid 2, AVG kan de eerste termijn van één maand met één maand worden verlengd om rekening te houden met de complexiteit van de aangelegenheid. Tot verlenging moet worden besloten door de voorzitter van de EDPB, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van ten minste een derde van de leden van de EDPB 40 . Het besluit tot verlenging moet worden genomen voordat de termijn van één maand is verstreken.

## 3.3.3 Verlenging met twee weken

33. Het  bindend  besluit  moet  in  beginsel  uiterlijk  twee  maanden  nadat  het  dossier  als  volledig  is aangemerkt  en  de  zaak  naar  de  EDPB  is  doorverwezen  met  een  tweederdemeerderheid  worden vastgesteld.  Indien  de  EDPB  echter  niet  binnen  de  verlengde  termijn  een  besluit  heeft  kunnen vaststellen  omdat  de  vereiste  meerderheid  niet  is  bereikt,  stelt  de  EDPB  het  besluit  binnen  twee weken na het verstrijken van de tweede maand vast met een gewone meerderheid van zijn leden 41 .
34. Gedurende de twee extra weken kunnen wijzigingen worden aangebracht in het ontwerp van het bindend  besluit  van  de  EDPB  dat  eerder  voor  vaststelling  met  een  tweederdemeerderheid  werd voorgelegd, indien dat nodig is om een gewone meerderheid te bereiken. Met andere woorden, het ontwerp  van  het  bindend  besluit  van  de  EDPB  kan  worden  aangepast  en  bijgesteld  indien  de tweederdemeerderheid niet wordt bereikt.

## 3.4 Voorbereiding van het ontwerp van het bindend besluit van de EDPB

35. Overeenkomstig artikel 11, lid 5, van het reglement van orde worden de bindende besluiten 'door het secretariaat en, na een besluit van de voorzitter, samen met een rapporteur en leden van subgroepen van deskundigen voorbereid en opgesteld' 42 . Derhalve moet het secretariaat van de EDPB optreden


38 Artikel 3, lid 3, van Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71.

39 Artikel 3, lid 4, van Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71.

40 Artikel 11, lid 4, van het reglement van orde.



als hoofdrapporteur en moet de voorzitter beslissen over de betrokkenheid van een subgroep van deskundigen en corapporteurs.

36. Zodra de leidende toezichthoudende autoriteit de zaak ter beslechting aan de EDPB heeft voorgelegd, moet het secretariaat beginnen met de beoordeling van de volledigheid van het dossier. Tijdens deze beoordeling wordt de voorzitter verzocht een besluit te nemen over de mogelijke betrokkenheid van corapporteurs en zal hij de leden van de EDPB verzoeken aan te geven of zij belangstelling hebben om corapporteur te worden (tenzij de voorzitter besluit bij de zaak geen corapporteurs te betrekken) 43 . Om  de  billijkheid  en  onpartijdigheid  te  waarborgen,  mogen  aan  de  groep  corapporteurs  geen delegaties van de leidende toezichthoudende  autoriteit of de betrokken toezichthoudende autoriteiten deelnemen die bezwaren hebben ingediend met betrekking tot het ontwerpbesluit 44 .
37. Tot slot moet worden opgemerkt dat de voorzitter ook kan besluiten de leden van een of meer andere subgroepen van deskundigen bij de voorbereiding van het besluit te betrekken, indien dat voor de zaak nodig wordt geacht.
38. Zoals eerder vermeld, bepaalt artikel 11, lid 2, van het reglement van orde dat de EDPB alleen rekening houdt met de documenten die door de leidende toezichthoudende autoriteit en de andere betrokken toezichthoudende  autoriteit(en)  zijn  verstrekt  voordat  de  zaak  aan  de  EDPB  is  voorgelegd.  Dit betekent dat de leidende toezichthoudende autoriteit of de betrokken toezichthoudende autoriteit(en) tijdens het ontwerpstadium geen nieuwe feitelijke elementen mogen aanvoeren om hun respectieve standpunten te onderbouwen.
39. Overeenkomstig artikel 76, lid 1, AVG zijn de besprekingen van het Comité en van subgroepen van deskundigen vertrouwelijk wanneer zij betrekking hebben op het coherentiemechanisme 45 . Bovendien  wordt  ook  een  geheimhoudingsplicht  opgelegd  aan  het  personeel  van  alle  nationale toezichthoudende autoriteiten van de EER 46 , de EDPS en het secretariaat van de EDPB 47 . Dit betekent dat de geheimhoudingsplicht en het beroepsgeheim, die van het grootste belang zijn, door de EDPB en zijn leden in acht moeten worden genomen, ook in geval van geschillenbeslechting op grond van artikel 65, lid 1, punt a). Dit geldt zowel voor de besprekingen als voor de uitgewisselde documenten.

## 3.5 Vaststelling van het bindend besluit van de EDPB

40. Alle  meerderheden  waarnaar  in  de  AVG  (of  in  het  reglement  van  orde)  wordt  verwezen,  hebben betrekking op het totale aantal stemgerechtigde leden van de EDPB, ongeacht of zij aanwezig zijn of niet 48 .

43  Indien het verzoek om aan te geven wie belangstelling heeft om als corapporteur op te treden wordt gedaan voordat wordt beoordeeld of het dossier volledig is, moet ervoor worden gezorgd dat er geen onderdelen van het  dossier  openbaar  worden  gemaakt  voordat  de  beoordeling  is  uitgevoerd  en  de  zaak  aan  de  EDPB  is voorgelegd.


45 Artikel 33 van het reglement van orde.

46 Artikel 54, lid 2, AVG.

47 Artikel 56 van Verordening (EU) 2018/1725.

48 Artikel 22, lid 3, van het reglement van orde.

41. Hoewel zij geen stemrecht hebben, hebben de toezichthoudende autoriteiten van de EER/EVA-staten (d.w.z. IJsland, Liechtenstein en Noorwegen) het recht om hun standpunt over alle besproken en/of in stemming gebrachte punten kenbaar te maken 49 .
42. Overeenkomstig artikel 68, lid 6, AVG heeft de EDPS uitsluitend stemrecht bij besluiten over op de instellingen, organen en instanties van de Unie toepasselijke beginselen en regels die inhoudelijk met die van de AVG overeenstemmen. Wanneer dat het geval is, heeft de EDPS het recht om over het besluit in zijn geheel te stemmen.
43. Ieder stemgerechtigd lid van het Comité dat niet in een plenaire vergadering is vertegenwoordigd, kan zijn  stemrechten  overdragen  aan  een  ander  stemgerechtigd  lid  van  het  Comité  dat  de  plenaire vergadering bijwoont 50 .
44. De meerderheid die vereist is voor de vaststelling van een bindend besluit op grond van artikel 65, lid 1, punt a), AVG is twee derde van de stemgerechtigde leden van de EDPB 51 . Indien de EDPB er niet in  slaagt  een  besluit  met  een  tweederdemeerderheid  vast  te  stellen,  stelt  het  Comité  zijn  besluit binnen de volgende twee weken vast, met een gewone meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen onder de leden van het Comité is de stem van de voorzitter beslissend 52 .

## 3.6 Kennisgeving aan de betrokken toezichthoudende autoriteiten

45. Zodra de EDPB zijn bindend besluit heeft vastgesteld, stelt de voorzitter van de EDPB alle betrokken toezichthoudende  autoriteiten  onverwijld  in  kennis  van  het  besluit 53 .  Alle  bij  de  zaak  betrokken toezichthoudende autoriteiten moeten derhalve in kennis worden gesteld van het bindend besluit.
46. De kennisgeving wordt namens de voorzitter door het secretariaat uitgevoerd via het in artikel 17 van het reglement van orde genoemde informatie- en communicatiesysteem 54 . De kennisgeving van het bindend besluit geschiedt in het Engels, de enige authentieke taal van het besluit 55 .  De  betrokken toezichthoudende  autoriteiten  worden  geacht  volledig  op  de  hoogte  te  zijn  zodra  het  besluit  is bekendgemaakt 56 .

## 3.7 Definitief besluit van de toezichthoudende autoriteit(en)


50 De voorzitter en het secretariaat worden op de hoogte gebracht van elke overdracht van stemrecht. Artikel 22, lid 5, van het reglement van orde.

51 Artikel 65, lid 2, AVG, juncto artikel 22, lid 3, van het reglement van orde.

52 Artikel 65, lid 3, AVG.

53 Artikel 65, lid 5, AVG.

54 Artikel 11, lid 6, van het reglement van orde.

55 Artikel 11, lid 6, van het reglement van orde.

56 Artikel 11,  lid 6,  van  het  reglement  van  orde.  Er  kunnen  dringende  vertalingen  worden  verstrekt  aan autoriteiten  die  in  een  andere  EU-taal  een  besluit  moeten  vaststellen  of  maatregelen  op  nationaal  niveau moeten nemen op basis van het bindend besluit van de EDPB. Andere betrokken toezichthoudende autoriteiten kunnen bij wijze van uitzondering verzoeken om een urgente vertaling, onder opgave van de redenen voor hun verzoek. Aangezien Engels de authentieke taal van het EDPB-besluit is, is de EDPB niet verantwoordelijk voor enig gebruik van de verstrekte vertalingen (artikel 11, lid 7, van het reglement van orde).

47. Binnen een maand na kennisgeving van het besluit van de EDPB aan de toezichthoudende autoriteiten moet  de  leidende  toezichthoudende  autoriteit  en/of  de  betrokken  toezichthoudende  autoriteit (naargelang van het geval 57 )  een  definitief  besluit  vaststellen 58 .  Elk  definitief  besluit  moet  worden vastgesteld 'op basis van' het besluit van de EDPB. Bovendien moet in het definitieve besluit/de definitieve besluiten worden verwezen naar het besluit van de EDPB en moet worden aangegeven dat dit besluit op de website van de EDPB zal worden gepubliceerd. Het definitieve besluit/de definitieve besluiten  van  de  leidende  toezichthoudende  autoriteit  en/of  de  betrokken  toezichthoudende autoriteit moet(en) ook aan het besluit van de EDPB worden 'gehecht' 59 .

## 3.7.1 'Op basis van'

48. Het vereiste om een definitief besluit vast te stellen 'op basis van' het EDPB-besluit houdt verband met het feit dat het besluit van de EDPB juridisch bindend is voor de leidende toezichthoudende autoriteit  (en/of  uiteindelijk  voor  de  betrokken  toezichthoudende  autoriteit(en)  indien  er  een definitief besluit ten aanzien van de betrokkenen moet worden vastgesteld 60 ) als adressaat/adressaten van het besluit 61 .
49. Het  bindend  besluit  heeft  tot  doel  meningsverschillen  tussen  de  leidende  toezichthoudende autoriteit(en) en de betrokken toezichthoudende autoriteit(en) over de zaak op te lossen, met name over de vraag of inbreuk op de AVG wordt gemaakt, teneinde de correcte en consequente toepassing van de AVG in individuele gevallen te waarborgen 62 .
50. Het  definitieve  besluit  moet  worden  vastgesteld  op  basis  van  het  besluit  van  de  EDPB  en  moet derhalve volledige uitvoering geven aan de bindende aanwijzingen zoals uiteengezet in het besluit van de EDPB. Indien de EDPB bijvoorbeeld heeft vastgesteld dat er inderdaad inbreuk op de AVG wordt gemaakt, mag de leidende toezichthoudende autoriteit of de betrokken toezichthoudende autoriteit hier niet van afwijken. Vanuit dezelfde gedachte moet de leidende toezichthoudende autoriteit of de betrokken  toezichthoudende  autoriteit,  indien  de  EDPB  heeft  vastgesteld  dat  de  voorgenomen maatregelen  met betrekking tot de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker niet in overeenstemming zijn met de AVG, hun maatregelen dienovereenkomstig aanpassen 63 .

## 3.7.2 Besluit(en) van de leidende toezichthoudende autoriteit en/of de betrokken toezichthoudende autoriteit

51. Het  definitieve  besluit  van  de  leidende  toezichthoudende  autoriteit  en,  in  voorkomend  geval,  de betrokken toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 60, leden 7, 8 en 9, AVG 64 .


58 Artikel 65, lid 6, AVG.

59 Het vereiste dat het besluit van de EDPB aan het definitieve besluit moet worden 'gehecht', betekent niet dat het besluit van de EDPB één enkel document met het definitieve besluit moet vormen (voldoende is dat het besluit van de EDPB samen met het definitieve besluit aan de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker wordt meegedeeld).

60 Zie artikel 60, leden 8 en 9, AVG.

61  Overwegingen 136 en 143 AVG.

62 Overweging 136 en artikel 65, lid 1, punt a), AVG.


64 Artikel 65, lid 6, AVG.

52. Uitgangspunt is dat de leidende toezichthoudende autoriteit haar definitieve besluit moet vaststellen en  meedelen  aan  de  hoofdvestiging  of  enige  vestiging  van  de  verwerkingsverantwoordelijke  of verwerker en de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten en de EDPB in kennis stelt van haar definitieve besluit (met inbegrip van een samenvatting van de relevante feiten en gronden) 65 .  Een belangrijke  afwijking  van  dit  vereiste  betreft  de  situatie  waarin  een  klacht  wordt  afgewezen  of verworpen.
53. In gevallen waarin een klacht is afgewezen of verworpen, stelt de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend  het besluit vast, deelt zij het mee  aan  de  klager en stelt zij de verwerkingsverantwoordelijke ervan in kennis 66 .
54. Indien wordt besloten een klacht slechts gedeeltelijk af te wijzen, stelt de leidende toezichthoudende autoriteit het besluit vast voor het deel betreffende de maatregelen inzake de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker, deelt zij het mee aan de hoofdvestiging of de enige vestiging van de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker op het grondgebied van haar lidstaat, en stelt de klager daarvan in kennis. Voor het deel waarvoor de klacht in kwestie is afgewezen of verworpen, wordt het besluit vastgesteld door de toezichthoudende autoriteit van de klager, en door haar  aan  die  klager  medegedeeld,  en  wordt  de  verwerkingsverantwoordelijke  of  de  verwerker daarvan in kennis gesteld 67 .
55. Iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon heeft overeenkomstig artikel 78 AVG recht om bij de bevoegde nationale rechterlijke instantie een doeltreffende voorziening in rechte in te stellen tegen een besluit van een toezichthoudende autoriteit dat rechtsgevolgen heeft voor die persoon 68 .

## 3.7.3 Informatie aan de EDPB

56. De leidende toezichthoudende autoriteit of, in voorkomend geval, de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, moet de EDPB de datum meedelen waarop haar definitieve besluit ter kennis wordt gebracht van respectievelijk de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker en van de betrokkene 69 .

## 3.8 Bekendmaking van het bindend besluit van de EDPB

57. Overeenkomstig  artikel 65,  lid 5,  AVG  wordt  het  bindend  besluit  van  de  EDPB  'onverwijld' bekendgemaakt op de website van het Comité nadat de leidende toezichthoudende autoriteit de verwerkingsverantwoordelijke/verwerker in kennis heeft gesteld van het definitieve nationale besluit en/of de betrokken toezichthoudende autoriteit de betrokkene daarvan in kennis heeft gesteld (in geval van afwijzing van een klacht). Waar mogelijk moet 'onverwijld' zodanig worden opgevat dat de bekendmaking van het bindend besluit van de EDPB plaatsvindt op de dag waarop het definitieve nationale besluit ter kennis wordt gebracht van de verwerkingsverantwoordelijke/verwerker/klager.
58. Om de EDPB in staat te stellen zijn bindend besluit 'onverwijld' na kennisgeving van het definitieve nationale besluit bekend te maken, schrijft artikel 65, lid 6, AVG voor dat de bevoegde toezichthoudende autoriteit het Comité de datum meedeelt waarop haar definitieve besluit ter kennis wordt  gebracht  van  respectievelijk  de  verwerkingsverantwoordelijke  of  de  verwerker  en  van  de betrokkene.  Om  onnodige  vertragingen  te  voorkomen,  moet  elke  bevoegde  toezichthoudende

65 Artikel 60, lid 7, AVG.

66 Artikel 60, lid 8, AVG.

67 Artikel 60, lid 9, AVG.


69 Artikel 65, lid 6, AVG.

autoriteit het secretariaat bij voorkeur ten minste één dag van tevoren in kennis stellen van de datum waarop de kennisgeving van het nationale besluit naar verwachting zal plaatsvinden.

59. Artikel 339 VWEU verplicht de leden en het personeel van de instellingen van de Unie om inlichtingen die  naar  hun  aard  onder  de  geheimhoudingsplicht  vallen,  niet  openbaar  te  maken,  met  name inlichtingen  betreffende  ondernemingen,  hun  handelsbetrekkingen  of  de  bestanddelen  van  hun kostprijzen 70 . Bijgevolg moeten sommige delen van het bindend besluit van de EDPB mogelijk worden weggelaten om openbaarmaking van informatie die onder het beroepsgeheim valt te voorkomen. Het secretariaat beoordeelt of dergelijke elementen op basis van het EU-recht en de rechtspraak van het Hof van Justitie moeten worden weggelaten 71 .
60. De EDPB maakt het definitieve nationale besluit/de definitieve nationale besluiten ook bekend in zijn register 72 , rekening houdend met mogelijke beperkingen uit hoofde van het nationale recht van de bevoegde  toezichthoudende  autoriteit  met  betrekking  tot  de  bekendmaking  van  haar  besluiten. Wanneer dergelijke beperkingen van toepassing zijn, moeten de toezichthoudende autoriteiten het secretariaat daarvan in kennis stellen.

## 4 BEVOEGDHEID VAN DE EDPB

61. Het coherentiemechanisme, waaronder artikel 65, lid 1, punt a), AVG, heeft tot doel bij te dragen tot de consequente  toepassing van  de  AVG  in  de  hele  Unie.  In  overweging 136  wordt  duidelijk aangegeven  dat  de  bevoegdheid  van  de  EDPB  om  een  bindend  besluit  te  nemen  in  geval  van meningsverschillen tussen de leidende toezichthoudende autoriteit en de betrokken toezichthoudende autoriteiten in het kader van de procedure voor samenwerking de grond van de zaak betreft, met name de vraag of er sprake is van een inbreuk op de AVG 73 .
62. Overeenkomstig artikel 65, lid 1, punt a), AVG heeft het bindend besluit van de EDPB betrekking op alle  aangelegenheden  die  onderwerp  van  het  relevante  en  gemotiveerde  bezwaar  zijn .  Daarom beoordeelt  de  EDPB alleen kwesties  die  deel  uitmaken  van  de  bezwaren  die  zijn  ingediend  met betrekking tot het ontwerpbesluit of het herziene ontwerpbesluit van de leidende toezichthoudende

70  Het Statuut legt het personeel van de EU-instellingen een geheimhoudingsplicht op. Voor het personeel van de EDPS, met inbegrip van het secretariaat van de EDPB, geldt dit tevens op grond van artikel 56 van Verordening (EU) 2018/1725. Artikel 54, lid 2, AVG  bepaalt  dat ook  voor de leden en personeelsleden van elke toezichthoudende autoriteit het beroepsgeheim geldt.



73 Volgens overweging 136 '[...] [moet] het Comité [...] ook bevoegd zijn om juridisch bindende besluiten vast te stellen wanneer er geschillen bestaan tussen toezichthoudende autoriteiten. In welomschreven gevallen waarin er tussen toezichthoudende autoriteiten, met name in de procedure voor samenwerking tussen de leidende toezichthoudende autoriteit en de betrokken toezichthoudende autoriteiten, meningsverschillen over de zaak bestaan, met name over de vraag of er sprake is van een inbreuk op deze verordening, dient het Comité in beginsel met een tweederdemeerderheid van de leden juridisch bindende besluiten uit te vaardigen.'

autoriteit. De EDPB beoordeelt niet de hele zaak opnieuw en behandelt evenmin kwesties die in de loop van de artikel 65-procedure aan de orde zijn gesteld, maar die niet het onderwerp waren van de gemotiveerde en relevante bezwaren die werden ingediend voordat het geschil aan de EDPB werd voorgelegd.

63. Het  geschil  tussen  de  leidende  toezichthoudende  autoriteit  en  de  betrokken  toezichthoudende autoriteit(en) kan betrekking hebben op het feit dat de leidende toezichthoudende autoriteit een of meer relevante en gemotiveerde bezwaren heeft afgewezen of dat de leidende toezichthoudende autoriteit  van  mening  is  dat  een  of  meer  bezwaren  niet  relevant  of  gemotiveerd  zijn.  De  EDPB beoordeelt of elk afzonderlijk ingediend bezwaar voldoet aan de vereisten van artikel 4, punt 24, AVG, en gaat, indien dat het geval is, in het bindend besluit in op de gegrondheid van het bezwaar.

## 4.1 Beoordeling van de relevantie en motivering van de bezwaren

64. In zijn richtsnoeren inzake relevant en gemotiveerd bezwaar heeft de EDPB verduidelijkt aan welke voorwaarden  moet  worden  voldaan  om  een  bezwaar  te  kunnen  aanmerken  als  'relevant  en gemotiveerd' in de zin van artikel 4, punt 24, AVG 74 .
65. Wanneer een leidende toezichthoudende autoriteit overeenkomstig artikel 60, lid 4, en artikel 63 AVG een  geschil  voor  beslechting  naar  de  EDPB  doorverwijst,  moet  de  EDPB  eerst  beoordelen  of  het ingediende bezwaar/de ingediende bezwaren daadwerkelijk voldoet/voldoen aan de voorwaarden om als relevant en gemotiveerd te worden aangemerkt 75 .
66. De EDPB wijst erop dat om een bezwaar als 'relevant' te kunnen aanmerken, er een rechtstreeks verband moet zijn tussen het bezwaar en de inhoud van het desbetreffende ontwerpbesluit. In het bijzonder moet het bezwaar betrekking hebben op het bestaan van een inbreuk op de AVG of op de vraag  of  de  voorgenomen  maatregel  met  betrekking  tot  de  verwerkingsverantwoordelijke  of  de verwerker strookt met de AVG 76 .
67. Een  bezwaar  is  'gemotiveerd'  indien  daarin  op  een  coherente,  duidelijke,  nauwkeurige  en gedetailleerde wijze wordt uiteengezet wat de redenen voor het bezwaar zijn. In het bezwaar moeten de essentiële elementen waarop de betrokken toezichthoudende autoriteit haar beoordeling heeft gebaseerd, duidelijk en nauwkeurig worden uiteengezet, evenals het verband tussen de verwachte gevolgen van het ontwerpbesluit (indien het zonder wijzigingen wordt uitgevaardigd) en de omvang van de verwachte risico's voor de grondrechten en de fundamentele vrijheden van betrokkenen en, indien van toepassing, voor het vrije verkeer van persoonsgegevens binnen de Unie 77 .

74 RGB-richtsnoeren, punten 12-21.


76 RGB-richtsnoeren,  punt 12.  Een  ingediend  bezwaar  wordt  als  'relevant'  beschouwd  wanneer  het,  indien gehonoreerd, een verandering teweegbrengt die tot een andersluidende conclusie leidt wat betreft het bestaan van een inbreuk op de AVG  of de vraag of de voorgenomen  maatregel met betrekking tot de verwerkingsverantwoordelijke  of  de  verwerker,  zoals  voorgesteld  door  de  leidende  toezichthoudende autoriteit, strookt met de AVG. RGB-richtsnoeren, punt 13.


68. Bij de beoordeling van de vraag of de bezwaren daadwerkelijk relevant en gemotiveerd zijn, richt de EDPB zich op zowel de inhoudelijke als de formele aspecten . Met andere woorden, de EDPB kijkt naar de  specifieke  formulering  die  de  betrokken  toezichthoudende  autoriteit  in  elk  van  de  ingediende bezwaren  gebruikt  en  of  in  elk  bezwaar  uitdrukkelijk  wordt  verwezen  naar  alle  elementen  van artikel 4, punt 24, AVG; er moet dus uitdrukkelijk melding worden gemaakt van de risico's die het ontwerpbesluit  met zich  meebrengt  voor  de  grondrechten  en  fundamentele  vrijheden  van betrokkenen 78 .
69. In  zijn  bindend  besluit  neemt  de  EDPB  geen  standpunt  in  over  de  gegrondheid  van  inhoudelijke kwesties  die  aan  de  orde  worden  gesteld  in  bezwaren  die  niet  voldoen  aan  de  voorwaarden  van artikel 4, punt 24, AVG. Als een bezwaar niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 4, punt 24, AVG betekent dit niet dat het bindend besluit van de EDPB afbreuk doet aan eventuele beoordelingen waar de EDPB om kan worden verzocht in andere zaken, met inbegrip van zaken met dezelfde partijen, rekening houdend met de inhoud van het desbetreffende ontwerpbesluit en de door de betrokken toezichthoudende autoriteiten gemaakte bezwaren.

## 4.2 Onderwerpen waarop het relevante en gemotiveerde bezwaar betrekking heeft

70. In  de  richtsnoeren  inzake  relevant  en  gemotiveerd  bezwaar  heeft  de  EDPB  ook  het  mogelijke onderwerp (de inhoud) van een relevant en gemotiveerd bezwaar verduidelijkt 79 . In deze richtsnoeren wordt een aantal voorbeelden van bezwaren gegeven die mogelijk aan de vereisten van artikel 4, punt 24, AVG voldoen. Deze voorbeelden hebben betrekking op mogelijke meningsverschillen tussen de  leidende  toezichthoudende  autoriteit  en  de  betrokken  toezichthoudende  autoriteit  over  de volgende aangelegenheden:
1. het bestaan van een inbreuk op de AVG;
2. het bestaan van verdere of alternatieve inbreuken op de AVG;
3. lacunes in het ontwerpbesluit die verder onderzoek rechtvaardigen;
4. onvoldoende feitelijke informatie of argumentatie;
5. procedurele aspecten; en
6. de in het ontwerpbesluit voorgenomen specifieke maatregel.

## 4.2.1 Bestaan van een inbreuk op de AVG

71. Een eerste voorbeeld van een mogelijk relevant en gemotiveerd bezwaar betreft een meningsverschil tussen de leidende toezichthoudende autoriteit en de betrokken toezichthoudende autoriteit over de vraag of er  al  dan  niet  inbreuk  is  gemaakt  op  een  bepaalde  bepaling van  de AVG 80 .  Een  dergelijk meningsverschil  kan  zich  voordoen  wanneer  het  door  de  leidende  toezichthoudende  autoriteit vastgestelde ontwerpbesluit:

voorgenomen maatregel met betrekking tot de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker strookt met de AVG').


79  RGB-richtsnoeren, punten 22-48.

80  RGB-richtsnoeren, punten 24 en 25.

- uitdrukkelijk bevestigt dat er sprake is van een inbreuk op een specifiek artikel van de AVG, maar de betrokken toezichthoudende autoriteit van mening is dat dit artikel van de AVG niet is geschonden 81 ;
- uitdrukkelijk  bevestigt  dat  een  bepaald  artikel  van  de  AVG  niet  is  geschonden,  terwijl  de betrokken toezichthoudende autoriteit van mening is dat er wel sprake is van een inbreuk op het artikel in kwestie.
72. Overeenkomstig  artikel 65,  lid 1,  punt a),  AVG  neemt  de  EDPB  een  bindend  besluit  over  alle aangelegenheden die onderwerp van het relevante en gemotiveerde bezwaar zijn, en 'met name over de vraag of er inbreuk op de AVG wordt gemaakt'. De EDPB moet een bindend besluit nemen dat waar mogelijk,  rekening  houdend  met  de  elementen  van  het  dossier  en  het  recht  om  te  worden gehoord, een definitieve conclusie bevat over de toepassing van de AVG in de zaak in kwestie. Met andere  woorden,  de  EDPB  beoordeelt  de  gegrondheid  van  de  argumenten  die  de  betrokken toezichthoudende autoriteit in het bezwaar heeft ingebracht tegen die van de leidende toezichthoudende autoriteit en stelt definitief vast of de betrokken inbreuk op de AVG al dan niet heeft plaatsgevonden. De EDPB geeft de leidende toezichthoudende autoriteit waar nodig opdracht de vaststelling van een inbreuk te wijzigen of een inbreuk in haar besluit op te nemen. In deze gevallen is de leidende toezichthoudende autoriteit dan verplicht de wijziging in haar definitieve besluit door te voeren, met inachtneming van het bindend besluit van de EDPB over het ingediende bezwaar.

## 4.2.2 Bestaan van verdere of alternatieve inbreuken op de AVG

73. Een tweede voorbeeld van een mogelijk relevant en gemotiveerd bezwaar betreft een meningsverschil tussen de leidende toezichthoudende autoriteit en de betrokken toezichthoudende autoriteit over de conclusies die uit de bevindingen van het onderzoek moeten worden getrokken. In het  bezwaar  kan  bijvoorbeeld  worden  aangevoerd  dat  uit  de  bevindingen  blijkt  dat  er  inbreuk  is gemaakt  op  een  andere  bepaling  van  de  AVG  dan  (en/of  bovenop)  de  inbreuken  die  al  in  het ontwerpbesluit zijn geanalyseerd 82 .
74. Zoals hierboven aangegeven, moet de EDPB een bindend besluit nemen dat waar mogelijk, rekening houdend met de elementen van het dossier en het recht van de verweerder om te worden gehoord, een definitieve conclusie bevat over de toepassing van de AVG in de zaak in kwestie. Hierbij kan ook het  bestaan  van  aanvullende  (of  alternatieve)  inbreuken  worden  vastgesteld,  mits  het  dossier voldoende feitelijke elementen bevat om de vermeende inbreuk te onderbouwen en de personen die benadeeld zouden kunnen worden, zijn of kunnen worden gehoord over de bezwaren inzake het bestaan van een aanvullende of alternatieve inbreuk 83 .

## Voorbeeld 3:

In het ontwerpbesluit van een leidende toezichthoudende autoriteit staat dat de verwerkingsverantwoordelijke  niet  aan  de  informatieplicht  uit  hoofde  van  artikel 14  AVG  heeft voldaan  (te  verstrekken  informatie  wanneer  de  persoonsgegevens  niet  van  de  betrokkene  zijn

81   In de RGB-richtsnoeren wordt het volgende voorbeeld gegeven: De betrokken toezichthoudende autoriteit betoogt dat de leidende toezichthoudende autoriteit er geen rekening mee heeft gehouden dat de uitzondering voor  huishoudelijke  activiteiten  niet  van  toepassing  is  op  sommige  door  een  verwerkingsverantwoordelijke uitgevoerde verwerkingsactiviteiten met betrekking tot het gebruik van beelden van videobewakingssystemen, en dat er daarom geen sprake is van een inbreuk op de AVG.

82 RGB-richtsnoeren, punt 26.


verkregen). Volgens het ontwerpbesluit had de verwerkingsverantwoordelijke de informatie bedoeld in artikel 14, lid 1, en artikel 14, lid 2, punten a) en e), AVG moeten verstrekken; in het besluit worden geen  verdere  inbreuken  op  artikel 14  vastgesteld.  Een  van  de  betrokken  toezichthoudende autoriteiten is van mening dat de verwerkingsverantwoordelijke alle in artikel 14, lid 2, punten b) en f), AVG bedoelde informatie had moeten verstrekken, aangezien alle in dat lid vermelde informatie standaard aan de betrokkene moet worden verstrekt, tenzij een of meer categorieën informatie niet bestaan of niet van toepassing zijn 84 . Mits het bezwaar van de betrokken toezichthoudende autoriteit voldoet aan de vereisten van artikel 4, punt 24, beslist de EDPB of de verwerkingsverantwoordelijke behalve artikel 14, lid 1, en artikel 14, lid 2), punten a) en e), AVG ook artikel 14, lid 2, punten b) en f), AVG heeft geschonden. De EDPD houdt daarbij rekening met de elementen van het dossier en het recht om te worden gehoord.

75. Indien de EDPB naar aanleiding van een relevant en gemotiveerd bezwaar in dit verband vaststelt dat er verdere en/of alternatieve bepalingen van de AVG zijn geschonden, is de leidende toezichthoudende autoriteit gehouden dit in haar definitieve besluit op te nemen, rekening houdend met het bindend besluit van de EDPB over het ingediende bezwaar.
76. In uitzonderlijke gevallen is het mogelijk dat het bij de EDPB ingediende dossier onvoldoende feitelijke elementen bevat om de EDPB in staat te stellen een definitieve conclusie te trekken over het bestaan van de inbreuk die in het relevante en gemotiveerde bezwaar is vastgesteld. In de meeste gevallen moet de tijdens de samenwerkingsprocedure uitgewisselde informatie echter toereikend zijn om de betrokken  toezichthoudende  autoriteit  in  staat  te  stellen  haar  bezwaar  op  zodanige  wijze  te onderbouwen dat de EDPB definitief kan vaststellen of er al dan niet sprake is van een inbreuk op de AVG 85 . Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit de zaak aan het secretariaat voorlegt om een bindend besluit te verkrijgen op grond van artikel 65, lid 1, punt a), AVG, kan het secretariaat de leidende  toezichthoudende  autoriteit  en/of  de  betrokken  toezichthoudende  autoriteit  bovendien verzoeken aanvullende informatie te verstrekken om ervoor te zorgen dat het dossier volledig is 86 .

## 4.2.3 Lacunes in het ontwerpbesluit die verder onderzoek door de leidende toezichthoudende autoriteit rechtvaardigen

77. Een derde voorbeeld van een mogelijk relevant en gemotiveerd bezwaar betreft een meningsverschil tussen de leidende toezichthoudende autoriteit en de betrokken toezichthoudende autoriteit over de vraag of bij de voorbereiding van het ontwerpbesluit de relevante inbreuken op de AVG voldoende zijn onderzocht 87 .

## Voorbeeld 4:

Na de ontvangst van een klacht is de leidende toezichthoudende autoriteit van oordeel dat niet alle in de klacht gestelde inbreuken een onderzoek rechtvaardigen. In haar ontwerpbesluit behandelt de leidende  toezichthoudende  autoriteit  alleen  die  aspecten  van  de  klacht  die  zij  heeft  onderzocht, zonder iets te zeggen over de andere vermeende  inbreuken op de AVG. De betrokken toezichthoudende  autoriteit  is  van  mening  dat  de  leidende  toezichthoudende  autoriteit  bij  haar onderzoek zonder geldige reden heeft nagelaten een aantal door de klager aangevoerde vermeende


85   In  voorkomend geval kunnen de betrokken toezichthoudende autoriteit en de leidende toezichthoudende autoriteit  gebruikmaken  van  de  artikelen 61  en  62  AVG  om  de  nodige  informatie  te  verkrijgen  voordat  het ontwerpbesluit wordt uitgevaardigd.

86 Zie deel 3.2.

87 RGB-richtsnoeren, punt 27.

inbreuken  te  behandelen  en  dient  een  relevant  en  gemotiveerd  bezwaar in  omdat  de  leidende toezichthoudende  autoriteit  de  klacht  niet  naar  behoren  heeft  behandeld  en  de  rechten  van  de betrokkene niet heeft beschermd.

78. Artikel 57, lid 1, punt f), AVG verplicht de toezichthoudende autoriteiten elke bij hen ingediende klacht te  behandelen en de inhoud van de klacht te onderzoeken 'in de mate waarin dat gepast is'. De uitdrukking 'in de mate waarin dat gepast is' biedt de bevoegde toezichthoudende autoriteit een zekere  beoordelingsruimte  met  betrekking  tot  de  omvang  of  de  grondigheid  van  het  vereiste onderzoek.  Deze  discretionaire  bevoegdheid  moet  echter  worden  uitgeoefend  met  de  nodige voortvarendheid en zorgvuldigheid 88  en in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen van de AVG die wederzijdse samenwerking vergen.
79. Indien  de  EDPB  op  basis  van  een  relevant  en  gemotiveerd  bezwaar  vaststelt  dat  de  leidende toezichthoudende autoriteit zonder geldige reden heeft nagelaten om een aantal in de klacht aan de orde gestelde kwesties te onderzoeken of anderszins te behandelen, kan de EDPB een bindend besluit uitvaardigen waarin wordt bepaald dat de leidende toezichthoudende autoriteit de zaak verder moet behandelen en de overige inhoud van de klacht moet onderzoeken in de mate waarin dat gepast is. Voor zover het ontwerpbesluit dit toelaat, moet de leidende toezichthoudende autoriteit in beginsel eerst binnen de in artikel 65, lid 6, gestelde termijn trachten haar ontwerpbesluit af te ronden met betrekking tot aangelegenheden waarvoor geen verder onderzoek nodig is.
80. Voor  aangelegenheden  die  nader  onderzoek  vereisen,  kan  het  noodzakelijk  zijn  dat  de  leidende toezichthoudende autoriteit een nieuw dossier opent. Indien een nieuw dossier wordt geopend om de resterende kwesties te behandelen, moet de leidende toezichthoudende autoriteit voldoen aan alle  samenwerkingsvoorschriften  van  de  AVG.  Dit  kan  leiden  tot  de  indiening  van  een  nieuw ontwerpbesluit  overeenkomstig  artikel 60,  lid 3,  AVG,  waarin  wordt  ingegaan  op  de  nog  niet behandelde vermeende inbreuk.

In situaties waarin de leidende toezichthoudende autoriteit deze aanpak niet kan volgen (bv. wanneer er een onlosmakelijk verband bestaat tussen de aangelegenheid die nader onderzoek vereist en de andere  delen  van  het  ontwerpbesluit  van  de  leidende  toezichthoudende  autoriteit  die  moeten worden afgerond), kan het nodig zijn dat de leidende toezichthoudende autoriteit de zaak eerst verder onderzoekt en een bijgewerkt ontwerpbesluit opstelt.

81. Hoe dan ook is de leidende toezichthoudende autoriteit verplicht de zaak verder te behandelen en de leden van de EDPB op de hoogte te houden van de genomen stappen. De betrokken toezichthoudende autoriteiten kunnen bovendien gebruikmaken van de samenwerkings- en coherentiemechanismen waarin  de  AVG  voorziet  indien  de  leidende  toezichthoudende  autoriteit  niet  voldoet  aan  de verplichtingen die voortvloeien uit het besluit uit hoofde van artikel 65 (d.w.z. behandeling van de resterende geschilpunten) 89 .



## 4.2.4 Onvoldoende feitelijke informatie of argumentatie

82. Een vierde voorbeeld van een mogelijk relevant en gemotiveerd bezwaar betreft een meningsverschil tussen de leidende toezichthoudende autoriteit en de betrokken toezichthoudende autoriteit over de vraag of het ontwerpbesluit voldoende feitelijke elementen en/of argumenten bevat 90 . Een betrokken toezichthoudende  autoriteit  zou  bijvoorbeeld  van  oordeel  kunnen  zijn  dat  de  conclusie  van  de leidende toezichthoudende autoriteit in het ontwerpbesluit onvoldoende wordt bevestigd door de uitgevoerde beoordeling en het aangevoerde bewijsmateriaal 91 . In dat geval is de EDPB ook bevoegd om een bindend besluit vast te stellen, mits het ingediende bezwaar voldoet aan alle elementen van de in  artikel 4,  punt 24,  AVG  vastgestelde  drempel, waaronder  een verband tussen  een  dergelijke vermeende  ontoereikende  analyse  en  de  vaststelling  van  een  inbreuk  of  de  voorgenomen maatregel 92 .
83. In  gevallen  waarin  het  ontwerpbesluit  van  de  leidende  toezichthoudende  autoriteit  onvoldoende feitelijke  elementen  bevat  of  de  argumentatie  ontoereikend  is,  zijn  er  in  wezen  twee  mogelijke scenario's.
84. In het eerste scenario bevat het dossier op basis waarvan de EDPB zijn besluit moet nemen reeds voldoende informatie om het gebrek aan feitelijke elementen of argumenten in het ontwerpbesluit te verhelpen. In deze gevallen bepaalt de EDPB, rekening houdend met de inhoud van het relevante en gemotiveerde  bezwaar,  in  hoeverre  de  leidende  toezichthoudende  autoriteit  haar  ontwerpbesluit moet wijzigen om de ontoereikende argumentatie te corrigeren, onder verwijzing naar de relevante elementen in het dossier.

## Voorbeeld 5:

In  het ontwerpbesluit van de leidende toezichthoudende autoriteit wordt een inbreuk op de AVG vastgesteld  op  basis  van  feitelijke  bevindingen  die  worden  gestaafd  met  bewijsstukken  die  in  het dossier  aan  de  EDPB  zijn  verstrekt.  Een  aantal  betrokken  toezichthoudende  autoriteiten  dient relevante en gemotiveerde bezwaren in waarin wordt gesteld dat het ontwerpbesluit onvoldoende argumenten  bevat  dat  het  verband  tussen  de  bewijsstukken  en  de  vaststelling  van  de  inbreuk aantoont. In het besluit van de EDPB wordt vastgesteld dat de bezwaren relevant en gemotiveerd zijn en worden de juiste juridische interpretatie en argumenten vermeld die de leidende toezichthoudende autoriteit in haar definitieve besluit moet opnemen.

85. In  het  tweede  scenario  bevat  het  dossier  op  basis  waarvan  de  EDPB  zijn  besluit  moet  nemen onvoldoende  feitelijke  elementen  om  de  ontoereikendheid  van  de  feitelijke  elementen  of  de argumentatie te corrigeren.

## Voorbeeld 6:

In  het  ontwerpbesluit van de leidende toezichthoudende autoriteit wordt vastgesteld dat er geen inbreuk is gemaakt op artikel 6, lid 1, punt a), AVG en dat de betreffende verwerking rechtmatig is vanwege de toestemming van de betrokkene. Noch het ontwerpbesluit, noch enig ander document in het  dossier  bevat  echter  verdere  elementen  of  analyses  met  betrekking  tot  de  vraag  of  aan  de

Limited, C-645/19, ECLI:EU:C:2021:5, punten 115-121. Daarnaast kan de EDPB in zijn bindend besluit uit hoofde van artikel 65, lid 1, punt a), AVG  de betrokken toezichthoudende autoriteit adviseren de leidende toezichthoudende autoriteit te verzoeken verder onderzoek te verrichten door middel van een verzoek om wederzijdse bijstand als voorzien in artikel 61.

90 RGB-richtsnoeren, punt 29.

91 Ibid.

92 RGB-richtsnoeren, punt 29.

voorwaarden  van  artikel 7  AVG  is  voldaan.  In  het  ontwerpbesluit  wordt  enkel  gesteld  dat  de verwerking  rechtmatig  was  omdat  deze  op  toestemming  berustte,  zonder  nadere  argumenten  of bewijs. Een betrokken toezichthoudende autoriteit maakt bezwaar tegen dit gebrek aan argumenten en voert aan dat het ontbreken van deze analyse leidt tot onzekerheid over de conclusie dat er in deze zaak geen sprake was van een inbreuk.

Indien  de  EDPB  vaststelt  dat  het  dossier  op  basis  waarvan  de  EDPB  zijn  besluit  moet  nemen onvoldoende feitelijke elementen bevat om de ontoereikende argumentatie te corrigeren, kan de EDPB  een  bindend  besluit  uitvaardigen  waarin  wordt  bepaald  dat  de  leidende  toezichthoudende autoriteit  de  zaak  verder  moet onderzoeken  of  behandelen  om voldoende feitelijke  informatie  te verkrijgen, zoals gespecificeerd in de punten 79-81.

## 4.2.5 Procedurele aspecten

86. Een vijfde voorbeeld van een mogelijk relevant en gemotiveerd bezwaar betreft een meningsverschil tussen de leidende toezichthoudende autoriteit en de betrokken toezichthoudende autoriteit over de vraag of de door de AVG opgelegde procedurele vereisten naar behoren zijn nageleefd en of dit van invloed is geweest op de conclusie in het ontwerpbesluit 93 .
87. De EDPB wijst erop dat het geschillenbeslechtingsmechanisme van artikel 65, lid 1, punt a), AVG tot doel  heeft  meningsverschillen  over  de  grond  van  de  zaak  op  te  lossen 94 .  Het  is  niet  bedoeld  om eventuele geschillen over procedurele vereisten of samenwerkingsverplichtingen op te lossen 95 .
88. Een bezwaar dat verband houdt met een verschil van mening over procedurele vereisten wordt alleen als relevant en gemotiveerd beschouwd indien in het bezwaar ook argumenten worden aangevoerd die  duidelijk  maken  tot  welke  andere  conclusie  de  leidende  toezichthoudende  autoriteit  in  het ontwerpbesluit had moeten komen. In zijn besluit biedt de EDPB dan een oplossing voor het geschil over de conclusies in het ontwerpbesluit.
89. Indien de EDPB door de procedurele gebreken niet in staat is het geschil over de conclusies in het ontwerpbesluit op te lossen (bv. wegens onvoldoende feitelijke elementen), wijst de EDPB op de plicht tot  samenwerking  en  vaardigt  een  bindend  besluit  uit  waarin  wordt  bepaald  dat  de  leidende toezichthoudende autoriteit de zaak verder moet onderzoeken of behandelen, in overeenstemming met  hetgeen  in  de  punten 79  tot  en  met  81  is  gespecificeerd  en  met  volledige  naleving  van  de procedurele vereisten van de AVG waaraan eerder niet werd voldaan.

## 4.2.6 Voorgenomen maatregel

90. Een zesde voorbeeld van een mogelijk relevant en gemotiveerd bezwaar betreft een meningsverschil tussen de leidende toezichthoudende autoriteit en de betrokken toezichthoudende autoriteit over de vraag  of  de  voorgenomen  maatregel  met  betrekking  tot  de  verwerkingsverantwoordelijke  of  de verwerker strookt met de AVG 96 .
91. De EDPB wijst erop dat in overweging 150 van de AVG wordt aangegeven dat het coherentiemechanisme ook kan worden gebruikt ter bevordering van een consequente toepassing van administratieve geldboeten. Indien in de beoordeling van de EDPB in dit verband tekortkomingen worden vastgesteld in de argumenten die tot het opleggen van de betrokken boete hebben geleid,

93 RGB-richtsnoeren, punt 30.

94 Zie punt 61.

95 In dit verband wijst de EDPB op artikel 61, artikel 64, lid 2, artikel 65, lid 1, punt c), en artikel 66 AVG.


wordt de leidende toezichthoudende autoriteit derhalve gelast de boete te herzien en de vastgestelde tekortkomingen te verhelpen 97 .

92. Boetes zijn geenszins de enige maatregel die een toezichthoudende autoriteit kan overwegen. Een relevant  en  gemotiveerd  bezwaar  kan  derhalve  ook  betrekking  hebben  op  andere  voorgenomen maatregelen,  gelet  op  de  in  artikel 58,  lid 2,  AVG  genoemde  bevoegdheden.  Elke  voorgenomen maatregel  dient  passend,  noodzakelijk  en  evenredig  te  zijn  met  het  oog  op  naleving  van  deze verordening en rekening houdend met de omstandigheden van elk individueel geval 98 . In dit verband moet erop gewezen worden dat het besluit om een klacht geheel of gedeeltelijk te verwerpen of af te wijzen eveneens een voorgenomen maatregel is waartegen een relevant en gemotiveerd bezwaar kan worden ingediend.

Indien de EDPB op basis van een relevant en gemotiveerd bezwaar vaststelt dat de voorgenomen maatregel in het ontwerpbesluit niet in overeenstemming is met de AVG, gelast de EDPB de leidende toezichthoudende autoriteit de voorgenomen maatregel opnieuw te beoordelen en het ontwerpbesluit te wijzigen in overeenstemming met het bindend besluit van de EDPB.

## 5 HET RECHT OM TE WORDEN GEHOORD

## 5.1 Toepasselijkheid

93. Het recht om te worden gehoord voordat een overheidsinstantie een voor de betrokken persoon nadelige maatregel neemt, is verankerd in artikel 41 van het Handvest en wordt al geruime tijd erkend als een algemeen beginsel van het EU-recht 99 . Het recht om te worden gehoord is ook neergelegd in artikel 16 van de Europese Code van goed administratief gedrag en in artikel 11 van het reglement van orde.
94. Artikel 41  van  het  Handvest  is  niet  gericht  tot  de  lidstaten,  maar  uitsluitend  tot  de  instellingen, organen en instanties van de Europese Unie 100 . Het recht om te worden gehoord is echter ook erkend als een 'integraal deel [...] van de eerbiediging van de rechten van verdediging, dat een algemeen beginsel  van  Unierecht  is ' 101 ,  en  is  derhalve  ook  van  toepassing  wanneer  de  lidstaten  besluiten nemen die binnen de werkingssfeer van het EU-recht vallen 102 .
95. Het  recht  om  te  worden  gehoord  is  van  toepassing  op  administratieve  procedures  waarvan  de uitkomst gevolgen kan hebben voor de belangen van de rechtspersoon of natuurlijke persoon. Het is ook van toepassing  in  situaties  waarin  de  uitvoering  van  het  EU-recht  wordt  verdeeld  of  gedeeld tussen de EU en de lidstaten (zogenaamde 'samengestelde procedures' 103 ). Artikel 41, lid 2, punt a),

97 RGB-richtsnoeren, punt 34.

98  Overweging 129 AVG.






van het Handvest ziet op individuele maatregelen die nadelig zijn voor de betrokken persoon, zonder dat specifiek vereist is dat wordt overgegaan tot uitvoering van de betwiste maatregel 104 .

96. In  artikel 65,  lid 2,  AVG  is  bepaald  dat  het  besluit  van  de  EDPB  wordt  'gericht  tot  de  leidende toezichthoudende autoriteit en alle betrokken toezichthoudende autoriteiten, en [...] bindend [is]'. Uit artikel 65, lid 2, AVG blijkt dat het bindend besluit van de EDPB tot doel heeft een geschil tussen twee of meer nationale toezichthoudende autoriteiten op te lossen. Overeenkomstig de procedure van artikel 60 AVG zet de leidende toezichthoudende autoriteit haar juridische analyse, mede met betrekking tot de tijdens de samenwerkingsprocedure ingediende bezwaren, in het ontwerpbesluit uiteen. De betrokken toezichthoudende autoriteit(en) kan/kunnen daarbij haar/hun bezwaar/bezwaren met  betrekking  tot  het  ontwerpbesluit  kenbaar  maken,  met  inbegrip  van  alle elementen ter onderbouwing van hun bezwaar. Bovendien kan zowel de leidende toezichthoudende autoriteit als de betrokken toezichthoudende autoriteit hun standpunten tijdens de voorbereiding en vaststelling van het EDPB-besluit kenbaar maken 105 .
97. In artikel 65, lid 2, AVG wordt ook bevestigd dat het besluit van de EDPB niet rechtstreeks gericht is tot andere partijen dan de leidende toezichthoudende autoriteit en de betrokken toezichthoudende autoriteiten. Niettemin is het door de EDPB vastgestelde besluit op Europees niveau bindend voor de leidende  toezichthoudende  autoriteit  of,  in  voorkomend  geval,  de  betrokken  toezichthoudende autoriteit  waarbij  de  klacht  is  ingediend,  en  is  het  derhalve  bepalend  voor  het  resultaat  van  de procedure op nationaal niveau. Het kan dus ook gevolgen hebben voor de belangen van personen die partij waren in de procedure die tot het ontwerpbesluit heeft geleid.
98. Bijgevolg  moeten  alle  personen  die  door  het  besluit  kunnen  worden  benadeeld,  met  name  de verwerkingsverantwoordelijke(n) en/of de verwerker(s) tot wie het ontwerpbesluit van de leidende toezichthoudende autoriteit  is  gericht,  alsook  alle  andere  personen  voor  wie  het  besluit  nadelige gevolgen kan hebben, het recht hebben om te worden gehoord over de zaak die overeenkomstig artikel 60, lid 4, artikel 63 en artikel 65, lid 1, punt a), AVG aan de EDPB wordt voorgelegd.

## 5.2 Doel

99. Het recht om te worden gehoord waarborgt volgens het Hof 'dat eenieder in staat wordt gesteld naar behoren en daadwerkelijk zijn standpunt kenbaar te maken in het kader van een administratieve procedure en alvorens een besluit wordt genomen dat zijn belangen aanmerkelijk kan beïnvloeden' 106 .  Zoals het Hof heeft verduidelijkt, heeft de regel dat de adressaat van een nadelig besluit  in  staat  moet  worden  gesteld  zijn  opmerkingen  in  te  dienen  voordat  dat  besluit  wordt genomen, tot doel de bevoegde autoriteit in staat te stellen naar behoren rekening te houden met alle  relevante  informatie.  Om  de  daadwerkelijke  bescherming  van  de  betrokkene  te  waarborgen, heeft deze regel met name tot doel hem in staat te stellen fouten te corrigeren of informatie met

punten 57-79.  Zie  ook  Brito  Bastos,  F., Beyond  Executive  Federalism. The  Judicial  Crafting  of  the  Law  of Composite Administrative Decision-Making , Proefschrift voorgelegd ter beoordeling met het oog op het behalen van het diploma van doctor in de rechtsgeleerdheid van het Europees Universitair Instituut te Florence, 13 juni 2018, met name blz. 120-163.


105   Volgens het reglement van orde kan de EDPB echter in uitzonderlijke omstandigheden besluiten verdere documenten in aanmerking nemen (artikel 11, lid 2, in fine, van het reglement van orde).


betrekking tot zijn persoonlijke omstandigheden te overleggen die pleiten voor vaststelling of nietvaststelling van het besluit, of voor een bepaalde strekking ervan 107 .

100. Het recht om te reageren maakt ook deel uit van het recht om te worden gehoord, aangezien 'aan het  recht  om  in  een  dergelijke  administratieve  procedure  te  worden  gehoord,  [...]  enkel  [wordt] voldaan wanneer de betrokkene de gelegenheid krijgt om [...] zelf zijn standpunt kenbaar te maken en  zich  op  doelmatige  wijze  te  uiten  over  de  relevantie  van  de  feiten  en  eventueel  over  de documenten  die  door  deze  gemeenschapsinstelling  in  aanmerking  zijn  genomen' 108 .  Behalve  in gevallen waarin de wetgeving uitdrukkelijk voorziet in de mogelijkheid van een hoorzitting, zoals in mededingingsprocedures,  vereist  het  recht  om  te  worden  gehoord  niet  noodzakelijkerwijs  een hoorzitting 109 .

## 5.3 Tijdstip

## 5.3.1 Op nationaal niveau en voorafgaand aan doorverwijzing naar de EDPB

101. Voordat de EDPB de taak krijgt  om  een  bindend  besluit  vast  te  stellen,  is  elke  toezichthoudende autoriteit verplicht het recht om te worden gehoord in het kader van haar nationale procedure te eerbiedigen,  als  algemeen  beginsel  van  het  EU-recht 110 .  Elke  toezichthoudende  autoriteit  moet immers 'het recht van eenieder om te worden gehoord eerbiedigen voordat jegens hem een voor hem nadelige individuele maatregel wordt genomen' 111 .  Het  recht om  te  worden  gehoord  is van toepassing ongeacht of de zaak grensoverschrijdend van aard is.
102. Zelfs bij gebrek aan specifieke bepalingen in het nationale recht moet de leidende toezichthoudende autoriteit,  voordat  zij  artikel 65,  lid 1,  punt a),  AVG  in  werking  stelt,  ervoor  zorgen  dat  bij  een  op nationaal niveau gevoerde procedure rekening wordt gehouden met de vereisten van het recht om te worden gehoord als algemeen beginsel van het EU-recht.

## 5.3.2 Tijdens de beoordeling van de volledigheid van het dossier

103. Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit de zaak bij het secretariaat indient om een bindend besluit van de EDPB te verkrijgen op grond van artikel 65, lid 1, punt a), AVG, moet het secretariaat beoordelen welke personen mogelijk door het EDPB-besluit worden benadeeld in de zin van artikel 41 van het Handvest. Het moet ook beoordelen of elk van deze personen in de gelegenheid is gesteld zijn recht om te worden gehoord uit te oefenen.
104. Het volstaat niet dat de leidende toezichthoudende autoriteit de mogelijk benadeelde personen hoort in de loop van de nationale procedure voorafgaand aan de vaststelling van haar ontwerpbesluit in de zin  van  artikel 60,  lid 3,  AVG.  Voordat  de  EDPB  het  geschil  kan  beslechten,  moet  het  recht  om  te worden  gehoord  ook  worden  verleend  met  betrekking  tot  bezwaren  die  in  verband  met  het ontwerpbesluit worden gemaakt, met name wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit besluit het bezwaar af te wijzen (of het niet relevant en/of gemotiveerd acht).

107 Arrest Glencore, punten 41 en 52.



110 Zie punt 94.

111  Overweging 129 AVG.

105. Wanneer  de  leidende  toezichthoudende  autoriteit  de  zaak  bij  het  secretariaat  indient,  moet  zij aantonen op welke wijze het recht om te worden gehoord tijdens de nationale procedure die tot het ontwerpbesluit  heeft  geleid,  is  verleend  aan  de  daartoe  gerechtigde  personen.  Wat  betreft  de documenten die worden gedeeld bij de indiening van de zaak bij het secretariaat, moet de leidende toezichthoudende autoriteit specifiek vermelden of het recht om te worden gehoord al of niet van toepassing was op deze documenten (of de relevante onderdelen ervan 112 ) en voor welke personen dit  gold 113 .  Ook  moeten  de  antwoorden  van  de  gehoorde  personen  of  samenvattingen  van  de hoorzitting(en) worden verstrekt.
106. De verlening van het recht om te worden gehoord is een essentieel onderdeel van de procedure, bij gebreke waarvan het voorwerp van het geschil niet door de EDPB kan worden beslecht. Bijgevolg wordt  de  relevante  informatie  verzameld  en  geverifieerd  in  het  kader  van  de  controle  op  de volledigheid van het dossier, voordat de zaak naar de EDPB wordt verwezen. Pas nadat alle relevante verificaties door het secretariaat zijn verricht, kan de voorzitter het dossier volledig verklaren 114 .
107. Indien er relevante documenten of informatie zijn waarvoor het recht om te worden gehoord niet is verleend, kan de voorzitter het secretariaat gelasten de leidende en/of betrokken toezichthoudende autoriteiten te verzoeken de nodige maatregelen te nemen om elke partij die nadelige gevolgen van het besluit kan ondervinden, in staat te stellen te worden gehoord. Indien nodig kan de voorzitter het secretariaat gelasten maatregelen te nemen om het recht om op EDPB-niveau te worden gehoord, rechtstreeks te waarborgen. In beide gevallen worden de personen die nadelige gevolgen van het besluit kunnen ondervinden, verzocht het recht om over de relevante documenten of informatie te worden gehoord binnen een specifieke termijn uit te oefenen, rekening houdend met de complexiteit van het onderwerp (en de mogelijke behoefte aan vertalingen).

## 6 INZAGE IN HET DOSSIER

108. Het  recht  op  behoorlijk  bestuur  omvat  het  recht  van  eenieder  op  inzage  in  het  dossier,  met inachtneming van gerechtvaardigde belangen als de vertrouwelijkheid en het beroepsen bedrijfsgeheim 115 .

112 Voor de toepassing van de procedure van artikel 65, lid 1, punt a), AVG, waarvan de reikwijdte beperkt is tot de beslechting van geschillen over de gemaakte bezwaren, hoeft het recht om te worden gehoord zich niet uit te strekken tot elementen die geen deel uitmaken van het voorwerp van het geschil.


114 Zie ook deel 3.2.


109. Inzage in de documenten en informatie waarop een administratief besluit is gebaseerd, houdt nauw verband met het recht om te worden gehoord 116 . Dat beginsel vereist dat 'de adressaten van besluiten die hun belangen aanmerkelijk raken, in staat worden gesteld naar behoren hun standpunt kenbaar te maken over de elementen waarop de administratie haar besluit wil baseren ' 117 .
110. Het recht op inzage in het dossier van de EDPB als onderdeel van het recht op behoorlijk bestuur staat los  van  het  algemene  recht  op  toegang  tot  documenten  die  in  het  bezit  zijn  van  de  Europese instellingen, organen en instanties op grond van Verordening (EG) nr. 1049/2001 118 , artikel 15, lid 3, VWEU of artikel 42  van  het  Handvest 119 .  Voor  het  recht  op  inzage  in  het  dossier  en  het  recht  op toegang tot documenten gelden verschillende criteria en uitzonderingen, en zij dienen verschillende doeleinden.
111. Het  recht  op  inzage  in  het  dossier  heeft  betrekking  op  de  documenten  die  met  de  EDPB  worden gedeeld om het geschil overeenkomstig de procedure van artikel 65, lid 1, punt a), op te lossen, tenzij er sprake is van bedrijfsgeheimen van andere ondernemingen of vertrouwelijke informatie, hetgeen per geval door de EDPB wordt beoordeeld.
112. Het recht op inzage in het dossier geldt niet voor vertrouwelijke informatie en interne documenten van  de  EDPB  of  de  toezichthoudende  autoriteiten  (bv.  e-mailcorrespondentie  of  voorbereidende documenten). Het recht op inzage geldt met name niet voor informatie die wordt uitgewisseld tussen de EDPB en zijn leden zodra de procedure is gestart 120 .

116

Conclusie  van  advocaat-generaal  Bobek  van  7 september  2017  in  de  zaak  Teodor  Ispas,  C-298/16,

ECLI:EU:C:2017:650, punt 117 e.v.



blz. 43). In artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1049/2001 is bepaald dat iedere burger van de Unie en iedere natuurlijke of rechtspersoon met verblijfplaats of statutaire zetel in een lidstaat een recht van toegang heeft tot

documenten van de instellingen, volgens de beginselen en onder de voorwaarden en beperkingen die in die verordening worden bepaald.

119 Artikel 32 van het reglement van orde.


## 7 MOTIVERINGSPLICHT

113. Het in artikel 41 van het Handvest neergelegde recht op behoorlijk bestuur behelst ook de plicht van de betrokken diensten om hun besluiten met redenen te omkleden 121 .
114. De motiveringsplicht houdt in dat de adressaat van het besluit in kennis wordt gesteld van de feitelijke en juridische gronden waarop het is gebaseerd, zodat hij kan beslissen of hij het besluit zal laten toetsen door de rechter. Hierdoor wordt ook die toetsing door de rechter vergemakkelijkt 122 .
115. De EDPB moet de overwegingen die aan zijn besluit ten grondslag liggen duidelijk en ondubbelzinnig uiteenzetten, zodat de betrokken personen kennis kunnen nemen van de redenen voor zijn besluit. Hoewel de EDPB niet alle feiten en juridische overwegingen hoeft te vermelden die tot zijn besluit hebben geleid, moet het wel de overwegingen uiteenzetten die van wezenlijk belang waren 123 . Vanuit diezelfde gedachte is de EDPB evenmin verplicht een uitdrukkelijk standpunt in te nemen over alle aangevoerde argumenten. Het volstaat dat in het besluit op duidelijke en ondubbelzinnige wijze de belangrijkste juridische en feitelijke elementen worden uiteengezet waarop het besluit is gebaseerd en die noodzakelijk zijn om de redenering die de EDPB tot zijn besluit heeft gebracht, te begrijpen. Waar  het  uiteindelijk  om  gaat,  is  dat  de  motivering  van  de  EDPB  alle  door  het  besluit  getroffen personen in staat stelt na te gaan of de relevante bepalingen correct zijn toegepast.
116. De EDPB moet in zijn motivering alle relevante gronden en overwegingen voor de vaststelling van zijn besluit uiteenzetten, met inbegrip van die welke van het nationale niveau afkomstig zijn. Dit betekent dat, voor zover de in het ontwerpbesluit of de daarmee verband houdende documenten uiteengezette feiten bepalend zijn voor het besluit van de EDPB, de EDPB deze in zijn motivering moet opnemen 124 .
117. In  het  geval  van  bezwaren  waarbij  de  EDPB  zonder  meer  instemt  met  de  motivering  van  het ontwerpbesluit  van  de  leidende  toezichthoudende  autoriteit  of  met  het  besluit  van  de  leidende toezichthoudende autoriteit om het relevante en gemotiveerde bezwaar af te wijzen (of dit als niet relevant  of  gemotiveerd  aan  te  merken),  kan  de  EDPB  aan  zijn  motiveringsplicht  voldoen  door eenvoudigweg te verwijzen naar het standpunt van de leidende toezichthoudende autoriteit, mits de betrokken personen in kennis zijn gesteld van dat standpunt en de mogelijkheid hebben gekregen om daarover te worden gehoord 125 .
118. In het licht van de bovenstaande overwegingen moet het bindend besluit dat de EDPB op grond van artikel 65, lid 1, punt a), AVG vaststelt, in beginsel een samenvatting van het geschil bevatten, alsook

121 Artikel 41, lid 2, punt c), van het Handvest.




125 Ibid.

een beoordeling van de vraag of aan de voorwaarden voor het vaststellen van een bindend besluit is voldaan. Voor elk ingediend bezwaar zal de EDPB dan in beginsel 126 :

- een samenvatting geven van de belangrijkste elementen van het ontwerpbesluit die verband houden met het onderwerp van het bezwaar;
- •
- de belangrijkste elementen van het ingediende bezwaar samenvatten;
- het standpunt van de leidende toezichthoudende autoriteit of de betrokken toezichthoudende autoriteit met betrekking tot het ingediende bezwaar samenvatten; en
- een  samenvatting  geven  van  het  standpunt  van  mogelijk  benadeelde  personen  over  het bezwaar.

Na  uiteenzetting  van  de  relevante  elementen  beoordeelt  de  EDPB  of  elk  afzonderlijk  ingediend bezwaar voldoet aan de vereisten van artikel 4, punt 24, AVG, en gaat het, indien dat het geval is, in het bindend besluit in op de gegrondheid van het bezwaar 127 .

119. Het dispositief van het besluit moet duidelijk als zodanig worden aangeduid en aan het einde van het besluit  worden  opgenomen. Daarbij moet duidelijk worden aangegeven in hoeverre de bevoegde autoriteit haar ontwerpbesluit al dan niet heeft moeten wijzigen alvorens het definitieve besluit vast te stellen.

## 8 RECHTSMIDDELEN

120. Artikel 47 van het Handvest waarborgt het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht. Dit houdt verband met de noodzaak om de verenigbaarheid van de handelingen van de instellingen van de Unie met de rechtsorde van de Europese Unie te waarborgen, een taak die in het algemeen is toevertrouwd aan het Hof van Justitie en de overige rechterlijke instanties van de Europese Unie.
121. Goed administratief gedrag houdt in dat personen die nadeel kunnen ondervinden van een maatregel gewezen worden op de beschikbare beroepsmogelijkheden 128 . In het EDPB-besluit wordt verwezen

126 Het  ontwerp  van  het  bindend  besluit  van  de  EDPB  moet  in  beginsel  een  samenvatting  bevatten  van  de belangrijkste feitelijke elementen die aan het geschil vooraf zijn gegaan, samen met een samenvatting van de belangrijkste  aangevoerde  argumenten,  tenzij  de  specifieke  gebruikte  formulering  essentieel  is  voor  een behoorlijke bespreking of een goed begrip van het geschil in kwestie.

127 Opgemerkt  moet  worden  dat  de  EDPB  geen  standpunt  inneemt  over  de  inhoudelijke  gegrondheid  van bezwaren die worden geacht niet te voldoen aan de vereisten van artikel 4, punt 24, AVG. In dat geval doet het besluit van de EDPB geen afbreuk aan eventuele beoordelingen waar de EDPB om kan worden verzocht in andere zaken, met inbegrip van zaken met dezelfde partijen, rekening houdend met de inhoud van het desbetreffende ontwerpbesluit en de door de betrokken toezichthoudende autoriteiten gemaakte bezwaren.


'Code van goed administratief gedrag', artikel 19 (vermelding van beroepsmogelijkheden): 'Een besluit van de instelling dat de rechten of belangen van een persoon kan schaden, moet de beroepsmogelijkheden vermelden die openstaan om het besluit aan te vechten. Het besluit vermeldt met name de aard van het beroep, de organen

naar  de  mogelijkheden  om  hiertegen  beroep  aan  te  tekenen  (d.w.z.  om  te  verzoeken  om nietigverklaring), terwijl de bevoegde toezichthoudende autoriteit verwijst naar de beroepsmechanismen  die  op  nationaal  niveau  beschikbaar  zijn.  De  bevoegde  toezichthoudende autoriteit kan in haar definitieve besluit ook wijzen op de mogelijkheden voor het instellen van een beroep tot nietigverklaring van het besluit van de EDPB op basis waarvan het definitieve besluit is vastgesteld, zoals verduidelijkt in overweging 143 van de AVG (in aanvulling op informatie over de mogelijke beroepsmechanismen die op nationaal niveau bestaan met betrekking tot haar definitieve besluit).

122. Hoewel overweging 143 verwijst naar de mogelijkheid voor personen die rechtstreeks en individueel worden geraakt door een besluit van de EDPB om een beroep tot nietigverklaring in te stellen bij het Hof van Justitie, wordt het standpunt van het Hof van Justitie over de procesbevoegdheid uiteindelijk bepaald op grond van de voorwaarden van artikel 263 VWEU 129 .
123. Een beroep tot nietigverklaring bij het Hof van Justitie leidt niet tot opschorting van de gevolgen van het besluit van de EDPB 130 . De bevoegde toezichthoudende autoriteiten moeten daarom, ondanks het beroep, nog steeds voldoen aan het besluit van de EDPB zoals vastgesteld op grond van artikel 65, lid 1, punt a), AVG. Dit doet geen afbreuk aan het recht van de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker  om  op nationaal niveau een doeltreffende voorziening in rechte in te stellen overeenkomstig artikel 78 AVG.

## 8.1 Toezichthoudende autoriteiten

124. Artikel 65, lid 2, AVG stelt duidelijk dat besluiten die de EDPB op grond van artikel 65, lid 1, punt a), AVG  vaststelt,  bindend  zijn  voor  de  leidende  toezichthoudende  autoriteit  en  alle  betrokken toezichthoudende  autoriteiten.  Nationale  toezichthoudende  autoriteiten  moeten  hun  definitieve besluit vaststellen op basis van het besluit van de EDPB. Artikel 65, lid 2, maakt ook duidelijk dat het besluit een handeling die is 'gericht tot' de leidende toezichthoudende autoriteit en de betrokken toezichthoudende autoriteiten; het richt zich niet rechtstreeks tot derden 131 .
125. Volgens overweging 143 AVG dienen de betrokken toezichthoudende autoriteiten die wensen op te komen tegen deze besluiten, als adressaten van dergelijke besluiten, binnen twee maanden na de kennisgeving ervan beroep in te stellen overeenkomstig artikel 263 VWEU. Dit betekent onder meer dat de toezichthoudende autoriteiten die bij het Hof van Justitie beroep instellen tegen een bindend besluit van de EDPB, dit moeten doen op een van de in artikel 263 VWEU genoemde gronden voor nietigverklaring.
126. Hoewel alleen de leidende toezichthoudende autoriteit  en  sommige  betrokken  toezichthoudende autoriteiten (overeenkomstig artikel 60, leden 8 en 9, AVG) hun nationale besluit moeten vaststellen op  basis  van  het  bindend  besluit  van  de  EDPB,  is  het  besluit  gericht  tot  alle  toezichthoudende autoriteiten  die  betrokken  zijn  bij  de  grensoverschrijdende  zaak.  Artikel 65,  lid 2,  AVG  noemt  alle

waarbij het beroep kan worden ingesteld en de termijn waarbinnen het beroep dient te worden ingesteld. De besluiten moeten in het bijzonder wijzen op de mogelijkheid om een gerechtelijke procedure in te stellen of een klacht bij de Ombudsman in te dienen, onder de voorwaarden die zijn neergelegd in respectievelijk de artikelen [263] en [228 VWEU].'



betrokken toezichthoudende autoriteiten als adressaten van het besluit en het definitieve nationale besluit is het resultaat van een medebeslissingsprocedure waarin het besluit van de EDPB een grote rol speelt. Bijgevolg worden alle toezichthoudende autoriteiten die bij een bepaalde grensoverschrijdende zaak betrokken zijn (zie artikel 4, punt 22, AVG) als 'adressaten' aangemerkt en hebben zij derhalve het recht om beroep tot nietigverklaring van het EDPB-besluit in te stellen.

127. Hoewel de betrokken toezichthoudende autoriteiten, als leden van de EDPB, kennisnemen van de inhoud van het bindend besluit van de EDPB bij de vaststelling ervan op grond van artikel 65, lid 2, AVG, gaat de termijn waarbinnen zij beroep kunnen instellen in wanneer het secretariaat van de EDPB hun  namens  de  voorzitter 132 formeel  kennisgeving  doet  van  het  besluit,  gebruikmakend  van  het interne informatie- en communicatiesysteem 133 .


## 8.2 Verwerkingsverantwoordelijke, verwerker, klager of andere entiteit

128. Ook andere entiteiten dan de adressaten kunnen het recht hebben om beroep in te stellen bij het Hof van  Justitie  om  het  bindend  besluit  van  de  EDPB  nietig  te  laten  verklaren  indien  het  besluit  hen rechtstreeks en individueel raakt, onder de voorwaarden van artikel 263 VWEU 134 .
129. In  overweging 143  staat  uitdrukkelijk  vermeld  dat  verwerkingsverantwoordelijken,  verwerkers  of klagers rechtstreeks en individueel kunnen worden geraakt door een bindend besluit van de EDPB. Deze vereisten worden echter door het Hof van Justitie restrictief uitgelegd, zodat een beoordeling per geval noodzakelijk is 135 .
130. Onverminderd dit recht uit hoofde van artikel 263 VWEU heeft iedere natuurlijke of rechtspersoon ook het recht om tegen een besluit van een toezichthoudende autoriteit dat rechtsgevolgen heeft voor die persoon, voor het bevoegde nationale gerecht een doeltreffende voorziening in rechte in te stellen 136 . Dit recht moet worden uitgeoefend overeenkomstig de toepasselijke nationale wetgeving. In artikel 78, lid 4, AVG wordt gespecificeerd dat wanneer een procedure wordt ingesteld tegen een besluit van een toezichthoudende autoriteit waaraan een advies of een besluit van het Comité in het kader van het coherentiemechanisme is voorafgegaan, de toezichthoudende autoriteit dat advies of besluit aan de gerechten doet toekomen.
131. Wanneer een besluit van een toezichthoudende autoriteit tot uitvoering van een besluit van de EDPB wordt  betwist  voor  een  nationaal  gerecht  en  de  geldigheid  van  het  EDPB-besluit  op  grond  van artikel 65 aan de orde is, heeft dat nationale gerecht niet de bevoegdheid om het besluit van de EDPB ongeldig te verklaren. Wanneer het nationale gerecht dat besluit ongeldig acht, dient het de vraag inzake de geldigheid voor te leggen aan het Hof van Justitie overeenkomstig artikel 267 VWEU 137 .
132. Een nationaal gerecht kan een vraag inzake de geldigheid van een besluit van de EDPB echter niet aan het  Hof  voorleggen  op  verzoek  van  een  natuurlijke  of  rechtspersoon  indien  die  persoon  wettelijk gerechtigd was om bij het Hof beroep tot nietigverklaring van dat besluit in te stellen (met name wanneer hij rechtstreeks en individueel door dat besluit was geraakt), maar dit niet heeft gedaan binnen de in artikel 263 VWEU gestelde termijn van twee maanden. Wanneer de rechtstreeks en individueel getroffen personen besluiten geen beroep tot nietigverklaring van het bindend besluit van de EDPB in te stellen, worden zij hierdoor dan ook belet de geldigheid van het bindend besluit van de EDPB voor nationale gerechten aan te vechten.

134  Overweging 143 AVG.


136 Overweging 143  AVG.  Dit  omvat  de  uitoefening  van  met  onderzoek,  correctie  en  toestemming  verband houdende  bevoegdheden,  alsook  de  afwijzing  of  verwerping  van  klachten,  maar  niet  maatregelen  die  niet juridisch bindend zijn.

137  Overweging 143 AVG.

---

## Footnotes

1. Zie voor het begrip 'relevant en gemotiveerd bezwaar' Richtsnoeren 9/2020 inzake relevant en gemotiveerd bezwaar op grond van Verordening (EG) 2016/679, Europees Comité voor gegevensbescherming, versie 2.0, 9 maart 2021 (hierna 'RGB-richtsnoeren' genoemd), https://www.edpb.europa.eu/system/files/202106/edpb guidelines 202009 rro final nl.pdf.

4. Artikel 56,  lid 6,  AVG.  In  gevallen  waarin  sprake  is  van  klachten  van  betrokkenen,  fungeert  elke  betrokken toezichthoudende autoriteit als het belangrijkste contactpunt voor de betrokkene(n) binnen de desbetreffende lidstaat. Zie artikel 60, leden 7 tot en  met  9, artikel 65, lid 6, en  artikel 77, lid 2,  AVG.  Zie  ook  de overwegingen 130 en 141 AVG.

5. Zie artikel 60, lid 3, AVG. Overeenkomstig artikel 60, lid 2, AVG kan de leidende toezichthoudende autoriteit te allen tijde de andere betrokken toezichthoudende autoriteit verzoeken om wederzijdse bijstand te verlenen overeenkomstig artikel 61 en kan zij gezamenlijke werkzaamheden ondernemen overeenkomstig artikel 62 AVG.

6. Deze verplichting tot samenwerking geldt voor alle stadia van de procedure, van de aanvang van de zaak tot de voltooiing van het volledige besluitvormingsproces; zie artikel 60, lid 1, AVG en de RGB-richtsnoeren, punt 1. In het kader van de samenwerkingsprocedure moeten de leidende toezichthoudende autoriteit en de betrokken toezichthoudende autoriteiten ook alle relevante informatie met elkaar uitwisselen (artikel 60, lid 1, AVG). 7 Artikel 60, lid 3, AVG.

9. Artikel 60, lid 4, artikel 63 en artikel 65, lid 1, punt a), AVG. Indien de leidende toezichthoudende autoriteit voornemens is  een  bezwaar  (of  bezwaren)  die  zij  relevant  en  gemotiveerd  acht,  te  honoreren,  legt  zij  alle betrokken toezichthoudende autoriteiten een herzien ontwerpbesluit voor. De betrokken toezichthoudende autoriteiten  beschikken  vervolgens  over  een  termijn  van  twee  weken  om  hun  relevante  en  gemotiveerde bezwaren  tegen  het  herziene  ontwerpbesluit  kenbaar  te  maken  (artikel 60,  lid 5,  AVG).  Zie  ook  de  RGBrichtsnoeren, punten 2 en 3.

10. Dit geldt met name wanneer de klacht geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen (artikel 60, leden 8 en 9, AVG). Zie punt 51 en volgende voor aanvullende informatie.

11. Reglement  van  orde  van  de  EDPB,  vastgesteld  op  25 mei 2018,  als  laatst  gewijzigd  en  vastgesteld  op 8 oktober 2020, beschikbaar op

12. Zie  voor  aanvullende  richtsnoeren  met  betrekking  tot  artikel 60  AVG,  Richtsnoeren  02/2022  over  de toepassing van artikel 60 AVG van 14 maart 2022, beschikbaar op https://www.edpb.europa.eu/system/files/202210/guidelines\_202202\_on\_the\_application\_of\_article\_60\_gdpr\_nl.pdf.

13. Zie deel 4 voor meer informatie over de bevoegdheid van de EDPB overeenkomstig artikel 65, lid 1, punt a), AVG.

18. Zie artikel 11, lid 4, van het reglement van orde en deel 3.3.

20. Artikel 11, lid 2, van het reglement van orde. Zie ook deel 5.

28. Zie met name artikel 11, lid 2, van het reglement van orde: '[...] samen met een bevestiging en bewijsstukken waaruit blijkt welke aan het Comité overgelegde documenten hun zijn verstrekt bij de uitnodiging om hun recht om te worden gehoord uit te oefenen, dan wel een duidelijke identificatie van de elementen waarvoor dat niet geldt.'

29. Zie deel 5 voor aanvullende informatie over de uitoefening van het recht om te worden gehoord.

36. Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden (PB L 124/1 van 8.6.1971). Artikel 40 van het reglement van orde bepaalt: 'Voor de berekening van de in de AVG en in dit reglement van orde vermelde termijnen en aanvangs- en vervaltijden is Verordening (EEG) nr. 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling  van  de  regels  die  van  toepassing  zijn  op  termijnen,  data  en  aanvangs-  en  vervaltijden  van toepassing'.

37. Zie  arrest  in  de  zaak  Maatschap  Toeters  en  M.C.  Verberk/Productschap  Vee  en  Vlees,  C-171/03, ECLI:EU:C:2004:714, punt 33.

41. Zie  artikel 65,  lid 3,  AVG.  Zie  verder  deel 3.5  (Vaststelling  van  het  bindend  besluit  van  de  EDPB)  voor  de berekening van de meerderheid en de stemrechten van de leden van de EDPB.

42. Zie ook artikel 75, lid 6, punt g), AVG, waarin wordt bepaald dat het secretariaat met name belast is met de voorbereiding, opstelling en bekendmaking  van  besluiten over de beslechting van geschillen tussen toezichthoudende autoriteiten.

44. Zie ook arrest van 27 maart 2019, Dr. August Wolff GmbH  &amp;  Co.  KG  Arzneimittel, C-680/16 P, ECLI:EU:C:2019:257, punten 29-41.

49. Zie het besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 154/2018 van 6 juli 2018 tot wijziging van bijlage XI (Elektronische communicatie, audiovisuele diensten en informatiemaatschappij) en Protocol 37 (houdende de lijst bedoeld in artikel 101) bij de EER-overeenkomst [2018/1022]. Zie ook overweging 7 en artikel 4, lid 1, van het reglement van orde.

57. Zie artikel 60, leden 8 en 9, AVG in geval van gedeeltelijke of volledige afwijzing van een klacht.

63. Zie  deel 4  (Bevoegdheid van de EDPB), met name deel 4.2 (Aangelegenheden die onderwerp zijn van het relevante en gemotiveerde bezwaar).

68. Zie ook overweging 143 AVG. Zie verder deel 8 (Rechtsmiddelen).

71. Zie  bijvoorbeeld  arresten  van  30 mei 2006,  Bank  Austria  Creditanstalt,  T-198/03,  ECLI:EU:T:2006:136; 28 januari 2015,  Evonik  Degussa,  T-341/12,  ECLI:EU:T:2015:51;  28 januari  2015,  Akzo  Nobel NV,  T-345/12, ECLI:EU:T:2015:50;  9 september 2014,  MasterCard, Inc.,  T-516/11,  ECLI:EU:T:2014:759;  21 november 2018, Stichting Greenpeace Nederland, T-545/11 RENV, ECLI:EU:T:2018:817; 25 september 2018, Amicus Therapeutics UK Ltd,  T-33/17,  ECLI:EU:T:2018:595,  en  12 oktober 2007,  Pergan  Hilfsstoffe  für  industrielle Prozesse GmbH, T-474/04, Jurispr. 2007, blz. II-4225.

72. Volgens  artikel 70,  lid 1,  punt y),  AVG  moet  de  EDPB  een  openbaar  elektronisch  register  bijhouden  van besluiten van toezichthoudende autoriteiten en gerechten over in het kader van het coherentiemechanisme behandelde  aangelegenheden.  Zie  https://edpb.europa.eu/our-work-tools/consistency-findings/register-fordecisions.

75. Zoals eerder al werd verduidelijkt, legt de leidende toezichthoudende autoriteit de zaak voor aan de EDPB als zij  het  relevante  en  gemotiveerde bezwaar afwijst of als  zij  van  oordeel  is  dat  het  bezwaar  niet  relevant  of gemotiveerd is. Zie deel 3.1.

77. RGB-richtsnoeren,  punt 19. Zie  ook  punt 16  van  de  RGB-richtsnoeren.  ('Om  als  'gemotiveerd'  bezwaar  te worden aangemerkt, moet in het bezwaar worden verduidelijkt en aangevoerd waarom een wijziging van het besluit  wordt  voorgesteld  (d.w.z.  de  juridische/feitelijke  fouten  in  het  ontwerpbesluit  van  de  leidende toezichthoudende autoriteit). In het bijzonder moet in het bezwaar worden aangetoond hoe de wijziging zou leiden tot een andersluidende conclusie over het bestaan van een inbreuk op de AVG of over de vraag of de

78. Zie ook de RGB-richtsnoeren, punten 7 en 37.

83. Zie deel 5 over het recht om te worden gehoord.

84. Zie ook de richtsnoeren inzake transparantie overeenkomstig Verordening 2016/679 van Groep artikel 29 van 29 november 2017, WP260 rev.01, 11 april 2018, punt 46.

88. Arrest van 6 oktober 2015, Schrems, C-362/14, ECLI:EU:C:2015:650, punt 63.

89. De  EDPB  wijst  erop  dat  de  betrokken  toezichthoudende  autoriteiten  de  mogelijkheid  hebben  om  in voorkomend geval te verzoeken om wederzijdse bijstand op grond van artikel 61 AVG (op grond waarvan de betrokken  toezichthoudende  autoriteit,  indien  de  leidende  toezichthoudende  autoriteit  nalatig  is,  een voorlopige maatregel kan nemen overeenkomstig artikel 66) of te verzoeken om advies op grond van artikel 64, lid 2,  AVG  (hetgeen  door  de  wetgever  uitdrukkelijk  als  bijzonder  gepast  wordt  beschouwd  wanneer  een toezichthoudende autoriteit haar verplichtingen inzake wederzijdse bijstand uit hoofde van artikel 61 AVG niet nakomt). Deze laatste procedure kan uiteindelijk leiden tot een bindend besluit van de EDPB overeenkomstig artikel 65, lid 1, punt c), AVG. Zie ook de conclusie van advocaat-generaal Bobek in de zaak Facebook Ireland

96. Zie ook de RGB-richtsnoeren, punt 32 e.v.

99. Zie bijvoorbeeld arrest van 14 februari 1980, Frankrijk/Commissie, C-301/87, punt 29.

100. Zie bijvoorbeeld arrest van 21 december 2011, Cicala, C-482/10, ECLI:EU:C:2011:868, punt 28.

101. Zie bijvoorbeeld arrest van 5 november 2014, Mukarubega, C-166/13, ECLI:EU:C:2014:2336, punt 45.

102. Ibid.,  punt 46.  Zie  ook  arresten  van  16 oktober  2019,  Glencore  Agriculture  Hungary  Kft.,  C-189/18, ECLI:EU:C:2019:861,  punt 39 ('[...] Deze verplichting  rust  op  de  administratieve  overheden  van  de  lidstaten wanneer  zij  besluiten  nemen  die  binnen  de  werkingssfeer  van  het  Unierecht  vallen,  ook  al  voorziet  de toepasselijke Uniewetgeving niet uitdrukkelijk in een dergelijke formaliteit'), en 9 november 2017, Teodor Ispas, C-298/16, ECLI:EU:C:2017:843, punt 26. Zie ook de conclusie van advocaat-generaal Bobek van 7 september 2017 in de zaak Teodor Ispas, C-298/16, ECLI:EU:C:2017:650, punten 35-69.

103. Zie met betrekking tot samengestelde administratieve procedures bijvoorbeeld de conclusie van advocaatgeneraal Compos Sánchez-Bordana van 27 juni 2018 in de zaak Silvio Berlusconi, C-219/17, ECLI:EU:C:2018:502,

104. Craig, P., 'Article 41 - Right to Good Administration', in EU Charter of Fundamental Rights: A Commentary , red. Steve Peers e.a., Bloomsbury Publishing, 2014, blz. 1079.

106. Zie bijvoorbeeld arresten van 22 november 2012, M.M., C-277/11, ECLI:EU:C:2012:744, punt 87; Mukarubega, punt 46, en Glencore Agriculture Hungary, punt 39 en aldaar aangehaalde rechtspraak.

108. Zie bijvoorbeeld arrest van 21 november 1991, Technische Universität Munchen, C-269/90, punt 25.

109. Zie artikel 12 van Verordening (EG) nr. 773/2004 (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 18). Zie ook de conclusie van advocaat-generaal Wahl van 3 september 2015 in de zaak SKW Stahl-Metallurgie GmbH en Holding AG/Europese Commissie, C-154/14, ECLI:EU:C:2015:543, punten 45-47.

113. Zie  artikel 11,  lid 2,  punt f),  van  het  reglement  van  orde,  waarin  wordt  bepaald  dat  de  leidende toezichthoudende autoriteit bij indiening van de zaak bij het secretariaat onder meer 'in overeenstemming met artikel 41 van het Handvest, de schriftelijke opmerkingen [bijvoegt] die de leidende toezichthoudende autoriteit heeft ontvangen van de personen die nadelige gevolgen kunnen ondervinden van het besluit van het Comité, samen met een bevestiging en bewijsstukken waaruit blijkt welke aan het Comité overgelegde documenten hun zijn verstrekt bij de uitnodiging om hun recht om te worden gehoord uit te oefenen, dan wel een duidelijke identificatie van de elementen waarvoor dat niet geldt'.

115. Artikel 41, lid 2, punt b), van het Handvest. De toezichthoudende autoriteit die optreedt namens de EDPB kan niet  een  algemene  verwijzing  naar  vertrouwelijkheid  gebruiken  als  grond  om  de  openbaarmaking  van documenten in haar dossier aan benadeelde personen volledig te weigeren, noch blanco pagina's verstrekken met  het  argument  dat  deze  documenten  bedrijfsgeheimen  bevatten,  zonder  een  meer  begrijpelijke  nietvertrouwelijke versie of een samenvatting van de documenten te verstrekken.

117. Conclusie  van  advocaat-generaal  Bobek  van  7 september  2017  in  de  zaak  Teodor  Ispas,  C-298/16, ECLI:EU:C:2017:650,  punt 117  e.v.  Zie  in  dezelfde  zin  ook  de  conclusie  van  advocaat-generaal  Bobek  van 16 oktober 2019 in de zaak Glencore Agriculture Hungary Kft., C-189/18, ECLI:EU:C:2019:861, punt 51.

118. Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001,

120. Zie ook artikel 33 van het reglement van orde.

122. Zie  bijvoorbeeld arrest  van 21 maart 2011, Métropole Télévision SA, T-206/99, punt 44. Zie ook Craig, P., 'Article 41 - Right to Good Administration', in EU Charter of Fundamental Rights: A Commentary , red. Steve Peers e.a., Bloomsbury Publishing, 2014, blz. 1085.

123. Zie  bijvoorbeeld  arresten  van  het  Gerecht  van  16 juni  2011,  L'Air  liquide,  T-185/06,  ECLI:EU:T:2011:275, punt 64; 28 maart 2012, Ryanair Ltd, T-123/09, ECLI:EU:T:2012:164, punten 178 en 179, en 15 september 2016, FIH Holding A/S, T-386/14, ECLI:EU:T:2016:474, punt 94.

124. Gebaseerd op Brito Bastos, F., Beyond Executive Federalism. The Judicial Crafting of the Law of Composite Administrative Decision-Making , Proefschrift voorgelegd ter beoordeling met het oog op het behalen van het diploma van doctor in de rechtsgeleerdheid van het Europees Universitair Instituut te Florence, 13 juni 2018, blz. 176 e.v.

128. Zie  ook  'Code  van  goed  administratief  gedrag'  van  de  Commissie,  punt 3,  derde  streepje:  'Indien  het Gemeenschapsrecht beroepsmogelijkheden biedt, moet in de besluiten waarvan kennisgeving wordt gedaan duidelijk worden aangegeven dat beroep mogelijk is en hoe dat moet worden ingesteld (naam en kantooradres van de persoon bij wie of de dienst waarbij het beroep moet worden ingesteld en de termijn waarbinnen dat dient te gebeuren). Indien van toepassing moet in de besluiten worden gewezen op de mogelijkheid om een gerechtelijke procedure te beginnen en/of een klacht bij de Europese ombudsman in te dienen overeenkomstig artikel 230 of artikel 195 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.' Europese Ombudsman,

129. Zie beschikking van het Gerecht van 7 december 2022, WhatsApp Ireland Ltd, T-709/21, ECLI:EU:T:2022:783, met name punt 33 e.v.

130. Artikel 278 VWEU (oud artikel 242 VEG): 'Een bij het Hof van Justitie van de Europese Unie ingesteld beroep heeft geen schorsende werking. Het Hof kan echter, indien het van oordeel is dat de omstandigheden zulks vereisen, opschorting van de uitvoering van de bestreden handeling gelasten.' 131 Zie ook punt 97.

132. Zie  bijvoorbeeld arrest van het Gerecht, Access Info Europe/Raad, T-233/09, ECLI:EU:T:2011:105, punt 28 ('Bij  kennisgeving  aan  de  adressaat  dient  ter  berekening  van  de  [...]  beroepstermijn  rekening  te  worden gehouden met de datum van kennisgeving en niet met de datum waarop kennis is gekregen, welke slechts subsidiair van belang is bij ontbreken van kennisgeving'). 133 Zie artikel 17 van het reglement van orde van de EDPB.

135. Zie ook conclusie van advocaat-generaal Bobek  in de zaak Facebook  Ireland  Limited, C-645/19, ECLI:EU:C:2021:5, voetnoot 52, en beschikking van het Gerecht van 7 december 2022, WhatsApp Ireland Ltd, T709/21, ECLI:EU:T:2022:783, met name punt 33 e.v.

## Cited law provisions (1)

### GDPR — gdpr-art-41-nl

Toezicht op goedgekeurde gedragscodes

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/38106 · 2026-08-22
