# Richtsnoeren 06/2020 inzake de wisselwerking tussen de tweede richtlijn betalingsdiensten en de AVG

- Type: Guidance
- Source: EDPB
- Identifier: edpb-guidelines-wisselwerking-psd2-en-avg
- Date: 2020-01-01
- Original: https://www.edpb.europa.eu/system/files/2023-09/edpb_guidelines_05-2021_interplay_between_the_application_nl.pdf
- Canonical: https://overview.legal/posts/38108
- Topics: Meaningful Human Review and Decision-Making, Prior Consultation, GDPR Article 5 Principles of Processing, Fairness & Transparency, Archiving, Processing, IP Address, Lawful Basis, Data Controller, Consent

## Summary

De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (ETRB) heeft in Richtsnoeren 06/2020 (versie 2.0, vastgesteld op 15 december 2020) uiteengezet hoe de tweede richtlijn betalingsdiensten (PSD2) en de AVG op elkaar inwerken, met bijzondere aandacht voor rechtmatige verwerkingsgronden, fraudepreventie en verdere verwerking door account information service providers (AISPs) en payment information service providers (PISPs). Het document verduidelijkt onder meer wanneer artikel 6, lid 1, onder b, AVG (noodzakelijkheid voor de uitvoering van een overeenkomst) als grondslag kan dienen, hoe de uitdrukkelijke toestemming onder PSD2 zich verhoudt tot de AVG-toestemming, en welke verplichtingen rusten op rekeninghoudende betalingsdienstaanbieders bij het verlenen van toegang tot de betaalrekening. Deze richtsnoeren bevatten geen boetemaatregelen, maar bieden interpretatief kader voor de praktijk.

## Full text

<!-- image -->

## Richtsnoeren 06/2020 inzake de wisselwerking tussen de tweede richtlijn betalingsdiensten en de AVG

Versie 2.0

Vastgesteld op 15 december 2020

## Versiegeschiedenis

| Versie 2.0   | 15.12.2020   | Vaststelling van de richtsnoeren na openbare raadpleging   |
|--------------|--------------|------------------------------------------------------------|
| Versie 1.0   | 17.07.2020   | Vaststelling van de richtsnoeren voor openbare raadpleging |

## Inhoudsopgave

1. Inleiding............................................................................................................................................... 6

| 1.1                                                                                                                                                                                                                                                     | 1.1                                                                                                                                                                                                                                                     | Definities.................................................................................................................................. 7                                                                      |
|---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------|
| 1.2                                                                                                                                                                                                                                                     | 1.2                                                                                                                                                                                                                                                     | Diensten in het kader van de RBD2......................................................................................... 9                                                                                        |
| 2 Rechtmatige gronden en verdere verwerking uit hoofde van de RBD2 ....................................... 11                                                                                                                                           | 2 Rechtmatige gronden en verdere verwerking uit hoofde van de RBD2 ....................................... 11                                                                                                                                           | 2 Rechtmatige gronden en verdere verwerking uit hoofde van de RBD2 ....................................... 11                                                                                                       |
| 2.1                                                                                                                                                                                                                                                     | 2.1                                                                                                                                                                                                                                                     | Rechtmatige gronden voor verwerking................................................................................. 11                                                                                             |
| 2.2 Artikel 6, lid 1, punt b), AVG (verwerking is noodzakelijk voor de uitvoering van een overeenkomst) ..................................................................................................................................              | 2.2 Artikel 6, lid 1, punt b), AVG (verwerking is noodzakelijk voor de uitvoering van een overeenkomst) ..................................................................................................................................              | 11                                                                                                                                                                                                                  |
| 2.3                                                                                                                                                                                                                                                     | 2.3                                                                                                                                                                                                                                                     | Fraudepreventie.................................................................................................................... 13                                                                              |
| 2.4                                                                                                                                                                                                                                                     | 2.4                                                                                                                                                                                                                                                     | Verdere verwerking (AISP en PISP) ....................................................................................... 13                                                                                        |
| 2.5 Rechtmatige grond voor het verlenen van toegang tot de rekening (rekeninghoudende betalingsdienstaanbieders)...............................................................................................................                         | 2.5 Rechtmatige grond voor het verlenen van toegang tot de rekening (rekeninghoudende betalingsdienstaanbieders)...............................................................................................................                         | 14                                                                                                                                                                                                                  |
| 3 Uitdrukkelijke toestemming.......................................................................................................... 16                                                                                                               | 3 Uitdrukkelijke toestemming.......................................................................................................... 16                                                                                                               | 3 Uitdrukkelijke toestemming.......................................................................................................... 16                                                                           |
| 3.1                                                                                                                                                                                                                                                     | 3.1                                                                                                                                                                                                                                                     | Toestemming op grond van de AVG ..................................................................................... 16                                                                                            |
| 3.2                                                                                                                                                                                                                                                     | 3.2                                                                                                                                                                                                                                                     | Toestemming op grond van de AVG ..................................................................................... 17                                                                                            |
| 3.2.1                                                                                                                                                                                                                                                   | 3.2.1                                                                                                                                                                                                                                                   | Uitdrukkelijke toestemming op grond van artikel 94, lid 2, RBD2................................ 17                                                                                                                  |
| 3.3 Conclusie                                                                                                                                                                                                                                           | 3.3 Conclusie                                                                                                                                                                                                                                           | ............................................................................................................................... 19                                                                                  |
| 4 Verwerking van derdengegevens..................................................................................................                                                                                                                       | 4 Verwerking van derdengegevens..................................................................................................                                                                                                                       | 20                                                                                                                                                                                                                  |
| 4.1 Derdengegevens....................................................................................................................                                                                                                                  | 4.1 Derdengegevens....................................................................................................................                                                                                                                  | 20                                                                                                                                                                                                                  |
| 4.2                                                                                                                                                                                                                                                     | 4.2                                                                                                                                                                                                                                                     | Het gerechtvaardigde belang van de verwerkingsverantwoordelijke .................................. 20                                                                                                               |
| 4.3                                                                                                                                                                                                                                                     | 4.3                                                                                                                                                                                                                                                     | Verdere verwerking van persoonsgegevens van de derde................................................... 21                                                                                                          |
| 5 De                                                                                                                                                                                                                                                    | 5 De                                                                                                                                                                                                                                                    | verwerking van bijzondere categorieën van persoonsgegevens in het kader van de RBD2... 22                                                                                                                           |
| 5.1 Bijzondere                                                                                                                                                                                                                                          | 5.1 Bijzondere                                                                                                                                                                                                                                          | categorieën van persoonsgegevens.................................................................... 22                                                                                                             |
| 5.2                                                                                                                                                                                                                                                     | 5.2                                                                                                                                                                                                                                                     | Mogelijke afwijkingen ........................................................................................................... 23                                                                                |
| 5.3                                                                                                                                                                                                                                                     | 5.3                                                                                                                                                                                                                                                     | Zwaarwegend algemeen belang ........................................................................................... 23                                                                                          |
| 5.4                                                                                                                                                                                                                                                     |                                                                                                                                                                                                                                                         | Uitdrukkelijke toestemming.................................................................................................. 24                                                                                     |
| 5.5 Geen                                                                                                                                                                                                                                                | 5.5 Geen                                                                                                                                                                                                                                                | geschikte afwijking....................................................................................................... 24                                                                                       |
| 6 Minimale gegevensverwerking, beveiliging, transparantie, verantwoordingsplicht en profilering ....................................................................................................................................................... | 6 Minimale gegevensverwerking, beveiliging, transparantie, verantwoordingsplicht en profilering ....................................................................................................................................................... | . 25                                                                                                                                                                                                                |
| 6.1                                                                                                                                                                                                                                                     | Gegevensminimalisering en gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen........................................................................................................................ 25                                     | Gegevensminimalisering en gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen........................................................................................................................ 25 |
| 6.2 Maatregelen voor gegevensminimalisatie............................................................................                                                                                                                                  | 6.2 Maatregelen voor gegevensminimalisatie............................................................................                                                                                                                                  | 26                                                                                                                                                                                                                  |
| 6.3                                                                                                                                                                                                                                                     | 6.3                                                                                                                                                                                                                                                     | Veiligheid................................................................................... Error! Bookmark not defined.                                                                                          |
| 6.4                                                                                                                                                                                                                                                     | 6.4                                                                                                                                                                                                                                                     | Transparantie en verantwoording......................................................................................... 28                                                                                         |
| 6.5                                                                                                                                                                                                                                                     | 6.5                                                                                                                                                                                                                                                     | Profilering.............................................................................................................................. 30                                                                        |

## Het Europees Comité voor gegevensbescherming

Gezien artikel 70, lid 1, punt e), van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad  van  27 april  2016  betreffende  de  bescherming  van  natuurlijke  personen  in  verband  met  de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (hierna 'AVG' genoemd),

Gezien de EER-overeenkomst en in het bijzonder bijlage XI en protocol 37 van die overeenkomst, als gewijzigd bij Besluit nr. 154/2018 van het Gemengd Comité van de EER van 6 juli 2018 1 ,

Gezien de artikelen 12 en 22 van zijn reglement van orde,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De algemene verordening gegevensbescherming biedt een samenhangend geheel van regels voor de verwerking van persoonsgegevens in de gehele EU.

- (2) De tweede richtlijn betalingsdiensten (Richtlijn 2015/2366/EU van het Europees Parlement en de Raad van 23 december 2015, hierna 'PSD2' genoemd) strekt tot intrekking van Richtlijn 2007/64/EG en bevat nieuwe voorschriften om consumenten, handelaren en ondernemingen in de betalingsketen rechtszekerheid te bieden en het rechtskader voor de markt voor betalingsdiensten te moderniseren 2 . De lidstaten hadden tot 13 januari 2018 de tijd om de RBD2 in intern recht om te zetten.
- (3)  Een  belangrijk kenmerk  van  de  RBD2  is  de  invoering  van  een  rechtskader  voor  nieuwe betalingsinitiatiediensten en rekeninginformatiediensten. De RBD2 stelt deze nieuwe betalingsdienstaanbieders in staat om toegang te krijgen tot betaalrekeningen van betrokkenen voor het aanbieden van voornoemde diensten.
- (4) Met betrekking tot gegevensbescherming is in artikel 94, lid 1, RBD2 bepaald dat de verwerking van persoonsgegevens,  met  inbegrip  van  de  verstrekking  van  informatie  over  de  verwerking,  voor  de doeleinden van de RBD2 geschiedt overeenkomstig de AVG 3 en Verordening (EU) nr. 2018/1725.
- (5) In overweging 89 RBD2 staat dat wanneer er voor de toepassing van de RBD2 persoonsgegevens worden verwerkt,  het  precieze  doel  wordt  aangegeven,  de  desbetreffende  rechtsgrondslag  wordt vermeld,  de  relevante  beveiligingsvoorschriften  van  de  AVG  worden  nageleefd  en  de  beginselen noodzaak, evenredigheid, doelbegrenzing en een niet-buitensporige bewaarperiode in acht worden genomen. Ook moeten in alle gegevensverwerkingssystemen die in het kader van de RBD2 worden ontwikkeld en gebruikt, de beginselen gegevensbescherming by design (gegevensbescherming door ontwerp) en gegevensbescherming by default (gegevensbescherming door standaardinstellingen) in acht worden genomen 4 .
- (6) In overweging 93 van de RBD2 staat dat de betalingsinitiatiedienstaanbieders en de rekeninginformatiedienstaanbieders  enerzijds  en  de  rekeninghoudende  betalingsdienstaanbieders anderzijds  de  noodzakelijke  gegevensbeschermings- en  beveiligingsvoorschriften  in  acht  dienen  te



2 Overweging 6 RBD2.

4 Overweging 89, RBD2.

nemen die zijn vastgesteld door of waarnaar wordt verwezen in deze richtlijn of die zijn opgenomen in de technische reguleringsnormen.

## HEEFT DE VOLGENDE RICHTSNOEREN VASTGESTELD

## 1. INLEIDING

- Bij de tweede richtlijn betalingsdiensten (RBD2) zijn een aantal nieuwigheden op het gebied van betalingsdiensten ingevoerd. Hoewel deze richtlijn nieuwe kansen creëert voor consumenten en de  transparantie  op  dit  gebied  verbetert,  doet  de  toepassing  van  de  RBD2  enige  vragen  en bezorgdheid rijzen over het feit dat de betrokkenen volledige zeggenschap over  hun persoonsgegevens moeten behouden. De algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens, met inbegrip van verwerkingsactiviteiten in het kader van betalingsdiensten zoals gedefinieerd in de RBD2 5 . Verwerkingsverantwoordelijken die  actief  zijn  op  het  gebied  dat  onder  de  RBD2  valt,  moeten  er  dus  altijd  voor  zorgen  dat  zij voldoen aan de vereisten van de AVG, met inbegrip van de beginselen van gegevensbescherming zoals beschreven  in  artikel 5  AVG,  en  aan  de  relevante  bepalingen  van  de  e-privacyrichtlijn 6 . Hoewel  de  RBD2 7 en  de  technische  reguleringsnormen  voor  sterke  cliëntauthenticatie  en gemeenschappelijke en veilige open communicatiestandaarden (hierna: 'technische reguleringsnormen' 8 ) een aantal bepalingen ten aanzien van gegevensbescherming en beveiliging bevatten, is er twijfel gerezen over de uitlegging van die bepalingen en over de wisselwerking tussen het algemene kader voor gegevensbescherming en de RBD2.
- Op 5 juli 2018 heeft het EDPB een brief opgesteld over de RBD2, waarin het nadere toelichting heeft gegeven over vragen met betrekking tot de bescherming van persoonsgegevens in het kader van de RBD2, in het bijzonder met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens van nietovereenkomstsluitende partijen (zogeheten 'silent party data' of derdengegevens)  door rekeninginformatiedienstaanbieders  en  betalingsinitiatiedienstaanbieders,  de  procedures  voor het verlenen en intrekken van toestemming, de technische reguleringsnormen en de samenwerking tussen rekeninghoudende betalingsdienstaanbieders op het gebied van beveiligingsmaatregelen.  Bij de voorbereidende werkzaamheden voor deze richtsnoeren is input verzameld bij belanghebbenden, zowel schriftelijk als tijdens een evenement voor belanghebbenden, teneinde de meest prangende uitdagingen vast te stellen.
- Deze richtsnoeren moeten een verdere leidraad verschaffen inzake gegevensbeschermingsaspecten in de context van de RBD2, in het bijzonder inzake het verband tussen de desbetreffende bepalingen van de AVG en de RBD2. De nadruk ligt in deze richtsnoeren

5 Artikel 1, lid 1, AVG.

Artikel 94 BRD enz.



vooral  op  de  verwerking  van  persoonsgegevens  door  rekeninginformatiedienstaanbieders  en betalingsinitiatiedienstaanbieders. In dit document wordt daarom ingegaan op de voorwaarden voor het verlenen van toegang tot rekeninginformatie door rekeninghoudende betalingsdienstaanbieders en voor de verwerking van persoonsgegevens door betalingsinitiatiedienstaanbieders  en  rekeninginformatiedienstaanbieders,  met  inbegrip  van  de vereisten en waarborgen ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens door betalingsinitiatiedienstaanbieders en rekeninginformatiedienstaanbieders voor andere doeleinden dan de doeleinden waarvoor de gegevens oorspronkelijk werden verzameld, in het bijzonder wanneer zij werden verzameld bij het aanbieden van rekeninginformatiediensten 9 . In dit document komen ook verschillende begrippen met betrekking tot uitdrukkelijke toestemming in het  kader  van  de  RBD2  en  de  AVG  aan  bod,  alsook  de  verwerking  van  derdengegevens,  de verwerking van bijzondere categorieën van persoonsgegevens door betalingsinitiatiedienstaanbieders en rekeninginformatiedienstaanbieders en de toepassing van de belangrijkste beginselen voor gegevensbescherming van de AVG, waaronder gegevensminimalisatie,  transparantie,  verantwoordingsplicht  en  beveiligingsmaatregelen.  De RBD2  behelst  functie-overschrijdende  verantwoordelijkheden  op  het  gebied  van  onder  meer consumentenbescherming en mededingingsrecht. Overwegingen ten aanzien van deze rechtsgebieden vallen niet onder deze richtsnoeren.

- Om de lezing van de richtsnoeren te verbeteren, wordt hieronder een overzicht gegeven van de belangrijkste definities die in dit document zijn gebruikt.

## 1.1 Definities

'Rekeninginformatiedienstaanbieder': de aanbieder van een onlinedienst voor het verstrekken van geconsolideerde informatie over een of meer betaalrekeningen die de betalingsdienstgebruiker bij een andere betalingsdienstaanbieder of bij meer dan één betalingsdienstaanbieder aanhoudt;

'rekeninghoudende  betalingsdienstaanbieder':  een  betalingsdienstaanbieder  die  ten  behoeve  van een betaler een betaalrekening aanbiedt en beheert;

'minimale gegevensverwerking': een beginsel van gegevensverwerking dat inhoudt dat persoonsgegevens toereikend en ter zake dienend moeten zijn en beperkt moeten blijven tot wat noodzakelijk is voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt;

'betaler':  een  natuurlijke  persoon  of  rechtspersoon  die  houder  is  van  een  betaalrekening  en  een betalingstransactie vanaf die betaalrekening toestaat, hetzij, bij ontbreken van een betaalrekening, een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een betalingsopdracht geeft;

'begunstigde': natuurlijke persoon of rechtspersoon die de beoogde uiteindelijke ontvanger is van de geldmiddelen waarop een betalingstransactie betrekking heeft;

'betaalrekening': een op naam van één of meer betalingsdienstgebruikers aangehouden rekening die voor de uitvoering van betalingstransacties wordt gebruikt;

9 Een rekeninginformatiedienst is een onlinedienst voor het verstrekken van geconsolideerde informatie over één of meer betaalrekeningen die de betalingsdienstgebruiker bij een andere betalingsdienstaanbieder of bij meer dan één betalingsdienstaanbieder aanhoudt.

'betalingsinitiatiedienstaanbieder': de aanbieder  van  een  dienst  voor het initiëren  van  een betalingsopdracht, op verzoek van de betalingsdienstgebruiker, met betrekking tot een betaalrekening die bij een andere betalingsdienstaanbieder wordt aangehouden;

'betalingsdienstaanbieder': een orgaan bedoeld in artikel 1, lid 1, RBD2 10 of een natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vrijstelling op grond van artikel 32 of 33 van de RBD2 is verleend;

'betalingsdienstgebruiker':  een  natuurlijke  persoon  of  rechtspersoon  die  in  de  hoedanigheid  van betaler, begunstigde of beide van een betalingsdienst gebruikmaakt;

'persoonsgegevens': iedere informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon ('betrokkene'); als identificeerbaar wordt beschouwd een natuurlijke persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd, met name aan de hand van een identificator zoals een naam,  een  identificatienummer,  locatiegegevens,  een  online identificator  of  van  een  of  meer elementen die kenmerkend zijn voor de fysieke, fysiologische, genetische, psychische, economische, culturele of sociale identiteit van die natuurlijke persoon;

'gegevensbescherming  door  ontwerp':  in  een  product  of  dienst  geïntegreerde  technische  en organisatorische  maatregelen  die  zijn  ontworpen  om  de  beginselen  van  gegevensbescherming  op doeltreffende wijze uit te voeren en om de nodige waarborgen in de verwerking in te bouwen om tegemoet te komen aan de vereisten van de AVG en de rechten van betrokkenen te beschermen;

'gegevensbescherming door standaardinstellingen': in een product of dienst geïntegreerde passende technische en organisatorische maatregelen om ervoor te zorgen dat in beginsel alleen persoonsgegevens worden verwerkt die noodzakelijk zijn voor elk specifiek doel van de verwerking;

'technische reguleringsnorm': Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/389 van de Commissie van 27 november 2017 tot aanvulling van Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft technische reguleringsnormen voor sterke cliëntauthenticatie en gemeenschappelijke en veilige open communicatiestandaarden;

'derde-aanbieder': zowel betalingsinitiatiedienstaanbieders als rekeninginformatiedienstaanbieders.

10 In artikel 1, lid 1, RBD2 is bepaald dat bij de RBD2 de voorschriften worden vastgesteld op grond waarvan de lidstaten een onderscheid maken tussen de volgende categorieën van betalingsdienstaanbieders:

b) instellingen voor elektronisch geld als gedefinieerd in artikel 2, punt 1, van Richtlijn 2009/110/EG, met inbegrip van, overeenkomstig artikel 8 van die richtlijn en het nationale recht, bijkantoren ervan, ingeval die bijkantoren zich binnen de Unie bevinden en de hoofdkantoren van die bijkantoren buiten de Unie, voor zover de door die bijkantoren aangeboden betalingsdiensten verband houden met de uitgifte van elektronisch geld; c) postcheque- en girodiensten die krachtens nationale wetgeving gemachtigd zijn om betalingsdiensten aan te

a) kredietinstellingen als gedefinieerd in punt 1 van artikel 4, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad, met inbegrip van bijkantoren ervan zoals gedefinieerd in punt 17 daarvan, indien die bijkantoren zich in de Unie bevinden, ongeacht of de hoofdkantoren van die bijkantoren zich in de Unie of, in overeenstemming met artikel 47 van Richtlijn 2013/36/EU en met het nationale recht, buiten de Unie bevinden;

bieden;

e) de ECB en nationale centrale banken wanneer zij niet handelen in hun hoedanigheid van monetaire autoriteit of andere publieke autoriteit;

d) betalingsinstellingen;

f) de lidstaten en hun regionale en lokale overheden wanneer zij niet handelen in hun hoedanigheid van overheidsinstantie.

## 1.2 Diensten in het kader van de RBD2

- Met  de RBD2  zijn twee nieuwe soorten (aanbieders van) betalingsdiensten ingevoerd: betalingsinitiatiedienstaanbieders en rekeninginformatiedienstaanbieders. Bijlage 1 van de RBD2 bevat de acht betalingsdiensten die onder de RBD2 vallen.
- Betalingsinitiatiedienstaanbieders bieden diensten aan voor het initiëren van een betalingsopdracht, op verzoek van de betalingsdienstgebruiker,  met betrekking tot  een betaalrekening van de gebruiker die bij een andere betalingsdienstaanbieder wordt aangehouden 11 . Een betalingsinitiatiedienstaanbieder kan een rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder (gewoonlijk een bank) verzoeken om een transactie te initiëren namens de betalingsdienstgebruiker. De (betalingsdienst)gebruiker kan een natuurlijke persoon (betrokkene) of een rechtspersoon zijn.
- Rekeninginformatiedienstaanbieders bieden onlinediensten aan voor het verstrekken  van geconsolideerde informatie over een of meer betaalrekeningen die de betalingsdienstgebruiker bij een andere betalingsdienstaanbieder of bij meer dan één betalingsdienstaanbieder aanhoudt 12 . Volgens overweging 28 RBD2 kan de betalingsdienstgebruiker onmiddellijk een overzicht van zijn financiële situatie krijgen.
- In het kader van rekeninginformatiediensten kunnen er verschillende soorten diensten worden aangeboden, waarbij de nadruk ligt op de verschillende kenmerken en doeleinden. Zo kunnen sommige aanbieders gebruikers diensten aanbieden zoals budgetplanning of uitgavencontrole. De verwerking van persoonsgegevens in het kader van die diensten valt onder de RBD2. Diensten waarbij  kredietwaardigheidsbeoordelingen  van  de  betalingsdienstgebruiker  komen kijken  of controlediensten worden  verricht op basis van de verzameling van informatie via  een rekeninginformatiedienst, vallen buiten het toepassingsgebied van de RBD2 en vallen daardoor onder  de  AVG.  Andere  rekeningen  dan  betaalrekeningen  (bv.  spaar- of  beleggingsrekeningen) vallen evenmin onder de RBD2. Hoe dan ook geldt de AVG als rechtskader voor de verwerking van persoonsgegevens.

## Voorbeeld 1:

HappyPayments is een onderneming die een onlinedienst aanbiedt waarbij informatie over een of meer betaalrekeningen wordt verstrekt via  een mobiele  app,  om  zo een  financieel overzicht  te verschaffen (een rekeninginformatiedienst). Met deze dienst kan de betalingsdienstgebruiker in één oogopslag zijn saldi en recente verrichtingen op twee of meer betaalrekeningen bij verschillende banken  bekijken.  Wanneer  de  betalingsdienstgebruiker  hiervoor  kiest,  kan  hij  uitgaven  en inkomsten ook indelen in verschillende categorieën (loon, vrije tijd, energie, hypotheek enz.), wat de betalingsdienstgebruiker helpt bij de financiële planning. Binnen deze app biedt HappyPayments ook een dienst aan om betalingen te initiëren rechtstreeks vanaf de door de gebruiker aangewezen betaalrekening(en) (een betalingsinitiatiedienst).

- Voor  het  aanbieden  van  die  diensten  zijn  in  de  RBD2  de  wettelijke  voorwaarden  vastgesteld waaronder  betalingsinitiatiedienstaanbieders  en  rekeninginformatiedienstaanbieders  toegang kunnen krijgen tot betaalrekeningen om een dienst aan te bieden aan de betalingsdienstgebruiker.
- In artikel 66, lid 1, en artikel 67, lid 1, RBD2 is bepaald dat de toegang en het gebruik van betalingsen rekeninginformatiediensten het recht zijn van de betalingsdienstgebruiker. Dat betekent dat de

11 Artikel 4, punt 15, RBD2.

12 Artikel 4, punt 16, RBD2.

betalingsdienstgebruiker volledig vrij moet zijn om dat recht uit te oefenen en niet kan worden gedwongen er gebruik van te maken.

- De toegang tot betaalrekeningen en het gebruik van betaalrekeninginformatie zijn gedeeltelijk geregeld in de artikelen 66 en 67 RBD2, die waarborgen bevatten ten aanzien van de bescherming van (persoons)gegevens. In artikel 66, lid 3, punt f), RBD2 is bepaald dat de betalingsinitiatiedienstaanbieder geen gegevens van de betalingsdienstgebruiker vraagt die niet nodig zijn voor het verstrekken van de betalingsinitiatiedienst, en artikel 66, lid 3, punt g), RBD2 luidt  dat  betalingsinitiatiedienstaanbieders  niet  overgaan  tot  het  gebruiken,  zich  toegang verschaffen tot of opslaan van gegevens voor andere doelstellingen dan het verstrekken van de door de betalingsdienstgebruiker uitdrukkelijk gevraagde betalingsinitiatiedienst. Bovendien is de toegang van rekeninginformatiedienstaanbieders volgens artikel 67, lid 2, punt d), RBD2 beperkt tot  de  informatie  van  de  aangewezen  betaalrekeningen  en  de  betrokken  betalingstransacties, terwijl in artikel 67, lid 2, punt f), RBD2 is bepaald dat rekeninginformatiedienstaanbieders niet overgaan tot het gebruiken, zich toegang verschaffen tot of opslaan van gegevens voor andere doelstellingen dan het uitvoeren van de door de betalingsdienstgebruiker uitdrukkelijk gevraagde rekeninginformatiedienst, overeenkomstig de voorschriften inzake gegevensbescherming. In dat laatste punt wordt benadrukt dat persoonsgegevens in de context van rekeninginformatiediensten uitsluitend mogen worden verzameld voor specifieke, uitdrukkelijke en rechtmatige doeleinden. Rekeninginformatiedienstaanbieders moeten derhalve uitdrukkelijk in de overeenkomst vermelden  voor  welk  specifiek  doel  persoonlijke  rekeninginformatiegegevens  zullen  worden verwerkt in het kader van de rekeninginformatiedienst die zij aanbieden. De overeenkomst moet rechtmatig, behoorlijk en transparant zijn overeenkomstig artikel 5 AVG en moet tevens voldoen aan andere wetten inzake consumentenbescherming.
- Naargelang van de specifieke omstandigheden kunnen betalingsdienstaanbieders verwerkingsverantwoordelijken  of  verwerkers  zijn  volgens  de  AVG.  In  deze  richtsnoeren  zijn 'verwerkingsverantwoordelijken' betalingsdienstaanbieders die, alleen of samen met anderen, de doeleinden en middelen voor de verwerking van persoonsgegevens bepalen. Nadere informatie hieromtrent is te vinden in EDPB-richtsnoeren 07/2020 inzake de begrippen verwerkingsverantwoordelijke en verwerker in de AVG.

## 2 RECHTMATIGE GRONDEN EN VERDERE VERWERKING UIT HOOFDE VAN DE RBD2

## 2.1 Rechtmatige gronden voor verwerking

- Volgens de  AVG  moeten  de  verwerkingsverantwoordelijken  een  rechtsgrond  hebben  om persoonsgegevens te verwerken. Artikel 6, lid 1, AVG bevat een volledige, restrictieve lijst van zes rechtsgronden voor de verwerking van persoonsgegevens op grond van de AVG 13 . Het is aan de verwerkingsverantwoordelijke om de passende rechtsgrond te bepalen en te waarborgen dat aan alle voorwaarden voor die rechtsgrond is voldaan. Om te bepalen welke rechtsgrond geldig is en het meest geschikt is in een specifieke situatie, moet worden gekeken naar de omstandigheden waarin de verwerking plaatsvindt, met inbegrip van de verwerkingsdoeleinden en de relatie tussen de verwerkingsverantwoordelijke en de betrokkene.

## 2.2 Artikel 6, lid 1, punt b), AVG (verwerking is noodzakelijk voor de uitvoering van een overeenkomst)

- Betalingsdiensten worden verricht op basis van een overeenkomst tussen de betalingsdienstgebruiker en de betalingsdienstaanbieder. Zoals in overweging 87 RBD2 is vermeld, '[dient]  deze  richtlijn  [...]  alleen  betrekking  te  hebben  op contractuele  verplichtingen  en aansprakelijkheden  tussen  de  betalingsdienstgebruiker  en  de  betalingsdienstaanbieder'. In termen van de AVG is de belangrijkste rechtsgrondslag voor de verwerking van persoonsgegevens voor  het  aanbieden  van  betalingsdiensten artikel 6,  lid 1,  punt b),  AVG,  wat  betekent  dat  de verwerking noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst waarbij de betrokkene partij is, of om op verzoek van de betrokkene vóór de sluiting van een overeenkomst maatregelen te nemen.
- De betalingsdiensten die onder de RBD2 vallen, zijn gedefinieerd in bijlage 1 bij de RBD2. Het aanbieden van die diensten zoals gedefinieerd in de RBD2 is een vereiste voor het vaststellen van een overeenkomst uit hoofde waarvan de partijen toegang krijgen tot betaalrekeninggegevens van

13 Volgens artikel 6 is de verwerking alleen rechtmatig indien en voor zover aan ten minste een van de onderstaande voorwaarden is voldaan:

(a) de betrokkene heeft toestemming gegeven voor de verwerking van zijn persoonsgegevens voor een of meer specifieke doeleinden;

(b) de verwerking is noodzakelijk voor de uitvoering van een overeenkomst waarbij de betrokkene partij is, of om op verzoek van de betrokkene vóór de sluiting van een overeenkomst maatregelen te nemen;

(c) de verwerking is noodzakelijk om te voldoen aan een wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust;

(d) de verwerking is noodzakelijk om de vitale belangen van de betrokkene of van een andere natuurlijke persoon te beschermen;

(e) de verwerking is noodzakelijk voor de vervulling van een taak van algemeen belang of van een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag dat aan de verwerkingsverantwoordelijke is opgedragen;

(f) de verwerking is noodzakelijk voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van de verwerkingsverantwoordelijke of van een derde, behalve wanneer de belangen of de grondrechten en de fundamentele vrijheden van de betrokkene die tot bescherming van persoonsgegevens nopen, zwaarder wegen dan die belangen, met name wanneer de betrokkene een kind is.

de betalingsdienstgebruiker. Deze betalingsdienstaanbieders moeten ook vergunninghoudende marktdeelnemers zijn. Wat betalingsinitiatiediensten en rekeninginformatiediensten in het kader van de RBD2 betreft, kunnen overeenkomsten ook bepalingen bevatten waarmee voorwaarden worden opgelegd met betrekking tot aanvullende diensten die niet in de RBD2 zijn geregeld. In EDPB-richtsnoeren  2/2019  betreffende  de  verwerking  van  persoonsgegevens  op  grond  van artikel 6,  lid 1,  onder b), van  de  AVG  in  het  kader  van  de  verlening  van  onlinediensten  aan betrokkenen is duidelijk gesteld dat verwerkingsverantwoordelijken moeten beoordelen welke verwerking van persoonsgegevens objectief noodzakelijk is om de overeenkomst uit te voeren. In deze richtsnoeren wordt erop gewezen dat de rechtvaardiging van de noodzaak afhankelijk is van de  aard  van  de  dienst,  de  wederzijdse  perspectieven  en  verwachtingen  van  de  partijen  bij  de overeenkomst, de rationale van de  overeenkomst  en de essentiële elementen  van  de overeenkomst.

- In EDPB-richtsnoeren 2/2019 is ook duidelijk vermeld dat in het licht van artikel 7, lid 4, AVG een onderscheid wordt gemaakt tussen verwerkingsactiviteiten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van  een  overeenkomst  en  bepalingen  die  bepaalde  verwerkingsactiviteiten  die  feitelijk  niet noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de overeenkomst, als voorwaarde stellen voor de dienst. 'Noodzakelijk voor de uitvoering' vereist duidelijk meer dan een contractuele voorwaarde 14 . De verwerkingsverantwoordelijke moet kunnen aantonen hoe het belangrijkste onderwerp van de specifieke overeenkomst met de betrokkene feitelijk niet kan worden uitgevoerd als de specifieke verwerking  van  de  betreffende  persoonsgegevens  niet  plaatsvindt.  Slechts  de  verwijzing  of vermelding van gegevensverwerking in een overeenkomst is niet voldoende om de betreffende verwerking te laten vallen binnen de reikwijdte van artikel 6, lid 1, punt b), AVG.
- In  artikel 5,  lid 1,  punt b),  AVG  is  het  beginsel  van  doelbinding  vastgelegd,  dat  inhoudt  dat persoonsgegevens voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden worden  verzameld  en  niet  verder  mogen  worden  verwerkt  op  een  met  die  doeleinden onverenigbare wijze. Bij de beoordeling of artikel 6, lid 1, punt b), een geschikte rechtsgrondslag is voor verwerking in het kader van een online(betalings)dienst, moet worden gekeken naar het specifieke doel, het doeleinde of de doelstelling van de dienst 15 . De doeleinden van de verwerking moeten duidelijk worden gespecificeerd en meegedeeld aan de betrokkene, in overeenstemming met de verplichtingen van de verwerkingsverantwoordelijke op het gebied van doelbinding en transparantie. Voor de beoordeling van wat 'noodzakelijk' is, moet een gecombineerde, op feiten gebaseerde  beoordeling  van  de  verwerking  'voor  het  beoogde  doeleinde,  en  of  deze  minder indringend  is  in  vergelijking  met  andere  opties  voor  het  bereiken  van  hetzelfde  doel'  worden uitgevoerd. Artikel 6, lid 1, punt b), is niet van toepassing op verwerking die nuttig is, maar niet objectief gezien noodzakelijk voor de uitvoering van een contractuele dienst of voor het op verzoek van de betrokkene nemen van maatregelen vóór de sluiting van de overeenkomst, zelfs als dit noodzakelijk is voor de andere zakelijke doeleinden van de verwerkingsverantwoordelijke 16 .
- Uit  EDPB-richtsnoeren  2/2019  blijkt  duidelijk  dat  een  overeenkomst  de  categorieën  van persoonsgegevens  of  de  soorten  verwerkingsactiviteiten  die  de  verwerkingsverantwoordelijke moet uitvoeren voor de uitvoering van de overeenkomst in de zin van artikel 6, lid 1, punt b), niet kunstmatig kan uitbreiden 17 . In deze richtsnoeren wordt ook ingegaan op gevallen waarin situaties

14 Richtsnoeren 2/2019 betreffende de verwerking van persoonsgegevens op grond van artikel 6, lid 1, onder b), van de AVG in het kader van de verlening van onlinediensten aan betrokkenen, EDPB, blz. 8.

16 Idem, bladzijde 9.

15 Idem.

17 Idem, bladzijde 11.

ontstaan  waarbij  betrokkenen  moeten  instemmen  met  de  gehele  bundel,  terwijl  ze  mogelijk slechts geïnteresseerd zijn in een van de diensten. Dat kan gebeuren wanneer een verwerkingsverantwoordelijke verschillende afzonderlijke diensten of elementen van een dienst met verschillende wezenlijke doelstellingen, functies of rationales wil bundelen in  één overeenkomst.  Wanneer  de  overeenkomst  bestaat  uit  verschillende  afzonderlijke  diensten  of elementen van een dienst die feitelijk redelijkerwijs ook onafhankelijk van elkaar kunnen worden uitgevoerd, moet de toepasselijkheid van artikel 6, lid 1, punt b), worden beoordeeld in het kader van  elk  van  deze  diensten  afzonderlijk,  waarbij  wordt  gekeken  naar  wat  objectief  gezien noodzakelijk is voor de uitvoering van elk van de afzonderlijke diensten waarom de betrokkene actief heeft verzocht of waarvoor hij zich actief heeft aangemeld 18 .

- In overeenstemming met bovengenoemde richtsnoeren moeten de verwerkingsverantwoordelijken beoordelen wat objectief noodzakelijk is om de overeenkomst uit te voeren. Wanneer verwerkingsverantwoordelijken niet kunnen aantonen dat de verwerking van de  persoonsgegevens  objectief  noodzakelijk  is  voor  de  verlening  van  elk  van  deze  diensten afzonderlijk,  is  artikel 6,  lid 1,  punt b),  AVG  geen  geldige  rechtsgrond  voor  verwerking.  In  die gevallen  moet  de  verwerkingsverantwoordelijke  een  andere  rechtsgrond  voor  verwerking overwegen.

## 2.3 Fraudepreventie

- In  artikel 94,  lid 1,  RBD2  is  bepaald  dat  de  lidstaten  toestaan  dat  betalingssystemen  en betalingsdienstaanbieders persoonsgegevens verwerken wanneer zulks noodzakelijk is voor de voorkoming van, het onderzoek naar en de opsporing van betalingsfraude. De verwerking van persoonsgegevens  die  strikt  noodzakelijk  is  voor  fraudepreventie is  ook  een  gerechtvaardigd belang van de verwerkingsverantwoordelijke in kwestie, voor zover die belangen niet ondergeschikt zijn aan de belangen of fundamentele rechten en vrijheden van de betrokkene 19 . Verwerkingsactiviteiten  met  het  oog  op  fraudepreventie  moeten  gebaseerd  zijn  op  een zorgvuldige beoordeling per geval door de verwerkingsverantwoordelijke, in overeenstemming met het verantwoordingsbeginsel. Daarnaast kunnen verwerkingsverantwoordelijken, om fraude te  voorkomen,  ook  worden  onderworpen  aan  specifieke  wettelijke  verplichtingen  die  de verwerking van persoonsgegevens noodzakelijk maken.

## 2.4 Verdere verwerking (AISP en PISP)

- In  artikel 6,  lid 4,  AVG  zijn de voorwaarden bepaald voor de verwerking van persoonsgegevens voor een ander doel dan dat waarvoor de persoonsgegevens zijn verzameld. Dergelijke verdere verwerking mag meer specifiek plaatsvinden wanneer zij berust op een Unierechtelijke bepaling of een lidstaatrechtelijke bepaling die in een democratische samenleving een noodzakelijke en evenredige maatregel vormt ter waarborging van de in artikel 23, lid 1, bedoelde doelstellingen, wanneer de betrokkene zijn toestemming heeft gegeven of wanneer de verwerking voor een ander doel  dan  dat  waarvoor  de  persoonsgegevens  zijn  verzameld  niet  onverenigbaar  met  de oorspronkelijke doeleinden is.
- Er  moet  terdege  rekening  worden  gehouden  met  artikel 66,  lid 3,  punt g),  en artikel 67,  lid 2, punt f),  RBD2.  Zoals  hierboven  vermeld,  is  in  artikel 66,  lid 3,  punt f),  RBD2  bepaald  dat  de betalingsinitiatiedienstaanbieder niet overgaat tot het gebruiken, zich toegang verschaffen tot of opslaan van gegevens voor andere doelstellingen dan het verstrekken van de door de betaler uitdrukkelijk gevraagde betalingsinitiatiedienst. In artikel 67, lid 2, punt f), RBD2 is bepaald dat de

18 Idem, bladzijde 13.

19 Overweging 47 AVG.

rekeninginformatiedienstaanbieder niet overgaat tot het gebruiken, zich toegang verschaffen tot of  opslaan  van  gegevens  voor  andere  doelstellingen  dan  het  uitvoeren  van  de  door  de betalingsdienstgebruiker  uitdrukkelijk  gevraagde  rekeninginformatiedienst,  overeenkomstig  de voorschriften inzake gegevensbescherming.

- Bijgevolg worden de mogelijkheden voor verwerking voor andere doeleinden bij artikel 66, lid 3, punt g), en artikel 67, lid 2, punt f), RBD2 aanzienlijk beperkt, wat betekent dat verwerking voor een ander doel niet is toegestaan tenzij de betrokkene toestemming heeft gegeven overeenkomstig artikel 6, lid 1, punt a), AVG of de verwerking is vastgelegd in het Unierecht of het recht van de lidstaat waaraan de verwerkingsverantwoordelijke is onderworpen, overeenkomstig artikel 6,  lid 4,  AVG.  Wanneer  de  verwerking  voor  een  ander  doel  dan  dat  waarvoor  de persoonsgegevens  zijn  verzameld  niet  berust  op  de  toestemming  van  de  betrokkene  of  een Unierechtelijke of lidstaatrechtelijke bepaling, blijkt uit de in artikel 66, lid 3, punt g), en artikel 67, lid 2, punt f), RBD2 vastgelegde beperkingen duidelijk dat andere doelen niet verenigbaar zijn met het doel waarvoor de persoonsgegevens aanvankelijk zijn verzameld. De verenigbaarheidstoets van artikel 6, punt 4, AVG kan geen aanleiding geven tot een rechtsgrond voor verwerking.
- Artikel 6, lid 4, AVG biedt de mogelijkheid tot verdere verwerking op grond van het Unierecht of het recht van de lidstaat. Zo zijn alle betalingsinitiatiedienstaanbieders en rekeninginformatiedienstaanbieders  meldingsplichtige  entiteiten  in  de  zin  van  artikel 3,  lid 2, punt a), van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering. Die meldingsplichtige entiteiten zijn derhalve verplicht cliëntenonderzoeksmaatregelen toe te passen zoals bepaald in de richtlijn. De persoonsgegevens die in verband met een RBD2-dienst worden verwerkt, worden derhalve verder verwerkt op basis van ten minste één wettelijke verplichting die op de dienstaanbieder rust 20 .
- Zoals vermeld in punt 20 is in artikel 6, lid 4, AVG bepaald dat de verwerking voor een ander doel dan dat waarvoor de persoonsgegevens zijn verzameld, kan berusten op de toestemming van de betrokkene, indien aan alle voorwaarden voor toestemming uit hoofde van de AVG is voldaan. Zoals hierboven uiteengezet, moet de verwerkingsverantwoordelijke aantonen dat het mogelijk is toestemming te weigeren of in te trekken zonder nadelige gevolgen (overweging 42 AVG).

## 2.5 Rechtmatige grond voor het verlenen van toegang tot de rekening (rekeninghoudende betalingsdienstaanbieders)

- Zoals vermeld in punt 10 kunnen betalingsdienstgebruikers hun recht uitoefenen om gebruik te maken van betalingsinitiatie- en rekeninginformatiediensten. De bij artikel 66, lid 1, en artikel 67, lid 1, RBD2 aan de lidstaten opgelegde verplichtingen moeten in het interne recht worden omgezet om te waarborgen dat het recht van de betalingsdienstgebruiker om van de bovengenoemde betalingsdiensten te profiteren, daadwerkelijk wordt toegepast. De daadwerkelijke toepassing van dat recht zou niet mogelijk zijn zonder het bestaan van een overeenkomstige verplichting voor de rekeninghoudende betalingsdienstaanbieders, gewoonlijk een bank, om de betalingsdienstaanbieder toegang te bieden tot de rekening, op voorwaarde dat de betalingsdienstaanbieder aan alle vereisten heeft voldaan om toegang te krijgen tot de rekening van de betalingsdienstgebruiker. Voorts is in artikel 66, lid 5, en artikel 67, lid 4, RBD2 duidelijk bepaald dat het aanbieden van betalingsinitiatiediensten en van rekeninginformatiediensten niet mag afhangen van het bestaan van een contractuele relatie tussen de


betalingsinitiatiedienstaanbieders/rekeninginformatiedienstaanbieders en de rekeninghoudende betalingsdienstaanbieders.

- De verwerking  van  persoonsgegevens  door  de  rekeninghoudende  betalingsdienstaanbieders, waarbij toegang wordt verleend tot de door de betalingsinitiatiedienstaanbieder en rekeninginformatiedienstaanbieder gevraagde persoonsgegevens opdat zij hun betalingsdiensten aan de betalingsdienstgebruiker kunnen verlenen, berust op een wettelijke verplichting. Om de doelstellingen van de RBD2 te verwezenlijken, moeten rekeninghoudende betalingsdienstaanbieders de persoonsgegevens voor de diensten van de betalingsinitiatiedienstaanbieders en rekeninginformatiedienstaanbieders verstrekken, als noodzakelijke voorwaarde opdat de betalingsinitiatiedienstaanbieders en rekeninginformatiedienstaanbieders hun diensten kunnen verlenen en zo de in artikel 66, lid 1, en artikel 67, lid 1, RBD2 vastgelegde rechten kunnen waarborgen. De toepasselijke rechtsgrond is in dit geval dus artikel 6, lid 1, punt c), AVG.
- Aangezien in de AVG is bepaald dat verwerking op basis van een wettelijke verplichting duidelijk moet zijn vastgelegd bij het Unierecht of het lidstatelijk recht (zie artikel 6, lid 3, AVG), moet de verplichting  voor  de  rekeninghoudende  betalingsdienstaanbieders  om  toegang  te  verlenen voortvloeien uit de nationale wetgeving tot omzetting van de RBD2.

## 3 UITDRUKKELIJKE TOESTEMMING

## 3.1 Toestemming op grond van de AVG

- Volgens de AVG is toestemming een van de zes rechtsgronden voor de rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens. In artikel 4, punt 11, AVG is toestemming gedefinieerd als 'elke vrije,  specifieke,  geïnformeerde  en ondubbelzinnige  wilsuiting  waarmee  de  betrokkene  door middel van een verklaring of een ondubbelzinnige actieve handeling hem betreffende verwerking van  persoonsgegevens  aanvaardt'.  Deze  vier  voorwaarden - vrij,  specifiek,  geïnformeerd  en ondubbelzinnig - zijn van essentieel belang voor de geldigheid van de toestemming. Volgens EDPB-richtsnoeren  05/2020  inzake  toestemming  overeenkomstig  Verordening  2016/679  kan toestemming alleen een passende rechtsgrond zijn als een betrokkene controle kan uitoefenen en echt  een  keuze  heeft  met  betrekking  tot  het  accepteren  of  afwijzen  van  de  aangeboden voorwaarden of het afwijzen ervan zonder nadeel. Wanneer de verwerkingsverantwoordelijke om toestemming verzoekt, heeft hij de plicht om na te gaan of aan alle vereisten voor het verkrijgen van geldige toestemming is voldaan. Indien de toestemming geheel overeenkomstig de AVG wordt verkregen, is toestemming een instrument dat de betrokkenen controle geeft over het al dan niet verwerken  van  hun  persoonsgegevens.  Indien  dit  niet het  geval  is,  is  deze  controle  van  de betrokkene slechts schijn, en geen geldige grond voor verwerking, waardoor de verwerkingsactiviteiten onrechtmatig worden 21 .
- De AVG bevat ook verdere waarborgen in artikel 7, waarin is bepaald dat de verwerkingsverantwoordelijke moet kunnen aantonen dat er ten tijde van de verwerking geldige toestemming  was  gegeven.  Het  verzoek  om  toestemming  moet  ook  in  een  begrijpelijke  en gemakkelijk toegankelijke vorm en in duidelijke en eenvoudige taal zodanig gepresenteerd zijn dat een duidelijk onderscheid kan worden gemaakt met de andere aangelegenheden. De betrokkene moet voorts in kennis worden gesteld van zijn recht zijn toestemming te allen tijde even eenvoudig in te trekken als zij werd gegeven.
- Volgens artikel 9 AVG is toestemming een van de uitzonderingen op het algemene verbod op de verwerking  van  bijzondere  categorieën  van  persoonsgegevens.  In  dergelijke  gevallen  moet  de toestemming van de betrokkene echter 'uitdrukkelijk' zijn 22 .
- Volgens de EDPB-richtsnoeren  05/2020  inzake  toestemming  overeenkomstig  Verordening 2016/679  verwijst  de  term  'uitdrukkelijk'  naar  de  manier  waarop  toestemming  door  de betrokkene tot uitdrukking wordt gebracht. Het betekent dat de betrokkene een uitdrukkelijke verklaring van toestemming voor specifieke verwerkingsdoeleinden moet geven. Een voor de hand liggende  manier  om  ervoor  te  zorgen  dat  toestemming  uitdrukkelijk  is,  is  het  uitdrukkelijk bevestigen  van toestemming  in  een  schriftelijke  verklaring.  In  voorkomende  gevallen  zou  de verwerkingsverantwoordelijke  ervoor  kunnen  zorgen  dat  de  schriftelijke  verklaring  door  de betrokkene wordt ondertekend, om elke mogelijke twijfel en mogelijk gebrek aan bewijs in de toekomst te voorkomen.
- Uit potentieel dubbelzinnige verklaringen of handelingen kan in geen geval toestemming worden afgeleid. Een verwerkingsverantwoordelijke moet zich er ook van bewust zijn dat toestemming

21 Richtsnoeren 05/2020 inzake toestemming overeenkomstig Verordening 2016/679, EDPB, punt 3.


niet kan worden verkregen door middel van dezelfde handeling als die voor het instemmen met een overeenkomst of het aanvaarden van algemene voorwaarden van een dienst.

## 3.2 Toestemming onder de PSD2

- Het EDPB merkt op dat het rechtskader inzake uitdrukkelijke toestemming complex is, aangezien zowel de RBD2 als de AVG het begrip 'uitdrukkelijke toestemming' bevatten. Dat leidt tot de vraag of 'uitdrukkelijke toestemming' zoals vermeld in artikel 94, lid 2, RBD2 op dezelfde manier moet worden uitgelegd als uitdrukkelijke toestemming op grond van de AVG.

## 3.2.1 Uitdrukkelijke toestemming op grond van artikel 94, lid 2, RBD2

- De RBD2 bevat een aantal specifieke regels voor de verwerking van persoonsgegevens, met name in artikel 94, lid 1, RBD2, waarin is bepaald dat de verwerking van persoonsgegevens voor de bij de RBD2 beoogde doeleinden moeten stroken met het gegevensbeschermingsrecht van de EU. Voorts  is in artikel 94,  lid 2,  RBD2  bepaald  dat  betalingsdienstaanbieders  alleen  met  de uitdrukkelijke toestemming van de betalingsdienstgebruiker toegang mogen krijgen tot persoonsgegevens die noodzakelijk zijn voor het aanbieden van hun betalingsdiensten, en deze mogen verwerken en bewaren. Volgens artikel 33, lid 2, RBD2 geldt dit vereiste van uitdrukkelijke toestemming van de betalingsdienstgebruiker niet voor rekeninginformatiedienstaanbieders. In artikel 67, lid 2, punt a), RBD2 is evenwel nog steeds voorzien in uitdrukkelijke toestemming voor rekeninginformatiedienstaanbieders voor het verrichten van de dienst.
- Zoals hierboven vermeld is de lijst van rechtmatige gronden voor verwerking op grond van de AVG uitputtend. Zoals vermeld in punt 14 is de rechtsgrond voor de verwerking van persoonsgegevens voor de verlening van betalingsdiensten in principe artikel 6, lid 1, punt b), AVG, wat betekent dat de verwerking noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst waarbij de betrokkene partij is, of om op verzoek van de betrokkene vóór de sluiting van een overeenkomst maatregelen te  nemen.  Daaruit  volgt  dat  artikel 94,  lid 2,  RBD2  niet  mag  worden  beschouwd  als  een aanvullende rechtsgrond voor de verwerking van persoonsgegevens. Het EDPB is van mening dat dit  lid,  gelet  op  het  voorgaande,  moet  worden  gelezen  in  samenhang  met  het  toepasselijke rechtskader inzake gegevensbescherming en wel op zodanige wijze dat het nuttig effect ervan behouden blijft. Uitdrukkelijke toestemming op grond van artikel 94, lid 2, RBD2 moet derhalve worden beschouwd als een aanvullende eis van contractuele aard 23 in verband met de toegang tot en  daaropvolgende  verwerking  en  opslag  van  persoonsgegevens  voor  het  verlenen  van betalingsdiensten en is derhalve niet hetzelfde als (uitdrukkelijke) toestemming in het kader van de AVG.
- De  'uitdrukkelijke  toestemming'  waarvan  sprake  in  artikel 94,  lid 2,  RBD2  is  een  contractuele toestemming.  Dat  houdt  in dat  artikel 94,  lid 2,  RBD2  aldus  moet  worden  uitgelegd  dat betrokkenen bij het aangaan van een overeenkomst met een betalingsdienstaanbieder op grond van  de  RBD2  volledig  in  kennis  moeten  worden  gesteld  van  de  specifieke  categorieën persoonsgegevens die zullen worden verwerkt. Bovendien moeten zij in kennis worden gesteld van het specifieke doeleinde (de betalingsdienst) waarvoor hun persoonsgegevens zullen worden verwerkt  en  moeten  zij  uitdrukkelijk akkoord  gaan met  deze  bedingen.  Dergelijke bepalingen moeten duidelijk te onderscheiden zijn van de andere aangelegenheden die in de overeenkomst aan bod komen en moeten uitdrukkelijk worden aanvaard door de betrokkene.


- Centraal in het begrip 'uitdrukkelijke toestemming' op grond van artikel 94, lid 2, RBD2 staat het verkrijgen van toegang tot persoonsgegevens om die gegevens vervolgens te verwerken en op te slaan met het oog op het aanbieden van betalingsdiensten. Dat houdt in dat de betalingsdienstaanbieder 24 de persoonsgegevens nog niet verwerkt, maar toegang moet hebben tot  persoonsgegevens  die  zijn  verwerkt  onder  de  verantwoordelijkheid  van  een  andere verwerkingsverantwoordelijke.  Indien  een  betalingsdienstgebruiker  een  overeenkomst  aangaat met bijvoorbeeld een betalingsinitiatiedienstaanbieder, moet die aanbieder toegang krijgen tot persoonsgegevens van de betalingsdienstgebruiker die worden verwerkt onder de verantwoordelijkheid van de rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder. Het voorwerp van de uitdrukkelijke  toestemming  op  grond  van  artikel 94,  lid 2,  RBD2  is  de  toelating  om  toegang  te krijgen  tot  die  persoonsgegevens,  teneinde  die  persoonsgegevens  te  kunnen  verwerken  en opslaan  die  nodig  zijn  om  de  betalingsdienst  te  verlenen.  Indien  de  betrokkene  uitdrukkelijke toestemming geeft, is de rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder verplicht om toegang te verschaffen tot de vermelde persoonsgegevens.
- Hoewel de toestemming uit artikel 94, lid 2, RBD2 geen rechtsgrond is voor de verwerking van persoonsgegevens,  houdt  deze  toestemming  specifiek  verband  met  persoonsgegevens  en gegevensbescherming en waarborgt zij de transparantie en een zekere mate van controle voor de betalingsdienstgebruiker 25 .  Hoewel de materiële voorwaarden voor toestemming op grond van artikel 94, lid 2, RBD2 niet worden gespecificeerd in de RBD2, moet zij, zoals hierboven vermeld, worden gezien in samenhang met het toepasselijke rechtskader inzake gegevensbescherming en op zodanige wijze dat het nuttige effect ervan behouden blijft.
- Met  betrekking  tot  de  door  verwerkingsverantwoordelijken  te verschaffen  informatie  en  het vereiste  van  transparantie,  is  in  de  Richtsnoeren  inzake  transparantie  van  de  Groep  artikel 29 gespecificeerd dat 'een van de kernelementen van het transparantiebeginsel zoals bedoeld in deze bepalingen  is  dat  betrokkenen  van tevoren  de  reikwijdte  en  de  gevolgen  van  de  verwerking moeten  kunnen  bepalen  en  later  niet  verrast  worden  door  andere  manieren  waarop  hun persoonsgegevens zijn gebruikt' 26 .
- Bovendien  moeten  persoonsgegevens  overeenkomstig  het  beginsel  van  doelbinding  worden verzameld voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden (artikel 5, lid 1, punt b), AVG). Wanneer persoonsgegevens voor meer dan één doeleinde worden verzameld, 'moeten verwerkingsverantwoordelijken vermijden slechts één breed doel te identificeren om verschillende verdere verwerkingsactiviteiten te rechtvaardigen die in feite slechts losjes verband houden met het eigenlijke  oorspronkelijke  doel' 27 .  Het  EDP  heeft,  laatstelijk  in  het  kader  van overeenkomsten voor  onlinediensten, gewezen  op  het  risico  van  het  opnemen  van  algemene verwerkingsbepalingen in overeenkomsten en heeft verklaard dat het doel van de verzameling duidelijk en specifiek moet worden vermeld: deze vermelding moet gedetailleerd genoeg zijn om te  kunnen  vaststellen  welke  soorten  verwerking  wel  en  niet  vallen  onder  de  opgegeven

24 Dit geldt voor de diensten 1 tot en met 7 van bijlage 1 bij de RBD2.


25 Artikel 94, lid 2, RBD2 valt onder hoofdstuk 4, 'Gegevensbescherming'.

27 Advies 03/2013 inzake doelbinding (WP203) van de Groep artikel 29, blz. 16.

- doelstelling  en  om  de  beoordeling  van  de  naleving  van  de  wetgeving  en  de  toegepaste beschermingsmaatregelen op het gebied van gegevensbescherming mogelijk te maken 28 .
- Wanneer beschouwd in de context van het aanvullende vereiste van uitdrukkelijke toestemming op grond van artikel 94, lid 2, RBD2, betekent dit dat verwerkingsverantwoordelijken betrokkenen specifieke en uitdrukkelijke informatie moeten  verschaffen over de specifieke door  de verwerkingsverantwoordelijke vastgestelde doeleinden waarvoor hun persoonsgegevens worden geraadpleegd, verwerkt en bewaard. Overeenkomstig  artikel 94, lid 2,  RBD2  moeten  de betrokkenen deze specifieke doeleinden uitdrukkelijk aanvaarden.
- Zoals hierboven in punt 10 is uiteengezet, wijst het EDPB er bovendien op dat de betalingsdienstgebruiker moet kunnen kiezen of hij al dan niet van de dienst gebruik wil maken en daartoe niet kan worden gedwongen. De toestemming op grond van artikel 94, lid 2, RBD2 moet dan ook een vrijelijk verleende toestemming zijn.

## 3.3 Conclusie

- Uitdrukkelijke toestemming op grond van de RBD2 verschilt van de (uitdrukkelijke) toestemming op  grond  van  de  AVG.  Uitdrukkelijke  toestemming  op  grond  van  artikel 94,  lid 2,  RBD2  is  een aanvullend  vereiste  van  contractuele  aard.  Wanneer  een  betalingsdienstaanbieder  voor  het verlenen van een betalingsdienst toegang moet krijgen tot persoonsgegevens, is uitdrukkelijke toestemming van de betalingsdienstgebruiker overeenkomstig artikel 94, lid 2, RBD2 vereist.

28 Richtsnoeren 2/2019 betreffende de verwerking van persoonsgegevens op grond van artikel 6, lid 1, onder b), van de AVG in het kader van de verlening van onlinediensten aan betrokkenen, punt 16, (versie ter openbare raadpleging) en Advies 03/2013 inzake doelbinding (WP203) van de Groep artikel 29, blz. 15-16.

## 4 VERWERKING VAN DERDENGEGEVENS

## 4.1 Derdengegevens

- Een kwestie met betrekking tot gegevensbescherming die zorgvuldig moet worden bekeken, is de verwerking van zogeheten 'derdengegevens'. In de context van dit document zijn derdengegevens persoonsgegevens met betrekking tot een betrokkene die niet de gebruiker is van een  specifieke  betalingsdienstaanbieder,  maar  wiens  persoonsgegevens  door  die  specifieke betalingsdienstaanbieder worden verwerkt voor de uitvoering van een overeenkomst tussen de aanbieder en de betalingsdienstgebruiker. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer een betalingsdienstgebruiker, betrokkene A, gebruikmaakt van de diensten van een rekeninginformatiedienstaanbieder  en  betrokkene  B  een  reeks  betalingstransacties  naar  de betaalrekening van betrokkene A heeft verricht. In dat geval wordt betrokkene B beschouwd als de 'derde' en worden de persoonsgegevens (zoals het rekeningnummer van betrokkene B en het geldbedrag dat bij deze transacties betrokken was) met betrekking tot betrokkene B beschouwd als derdengegevens.

## 4.2 Het gerechtvaardigde belang van de verwerkingsverantwoordelijke

- In  artikel 5,  lid 1,  punt b),  AVG  is  voorgeschreven  dat  persoonsgegevens  voor  welbepaalde, uitdrukkelijk  omschreven  en  gerechtvaardigde  doeleinden  moeten  worden  verzameld  en vervolgens niet verder op een met die doeleinden onverenigbare wijze mogen worden verwerkt. Daarnaast schrijft de AVG voor dat elke verwerking zowel noodzakelijk als evenredig moet zijn en in  overeenstemming  moet  zijn  met  de  beginselen  inzake  gegevensbescherming,  zoals  de beginselen inzake doelbinding en gegevensminimalisatie.
- De AVG kan de verwerking van derdengegevens toelaten wanneer de verwerking noodzakelijk is voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van de verwerkingsverantwoordelijke of van een derde (artikel 6, lid 1, punt f), AVG). Dergelijke verwerking kan echter alleen plaatsvinden wanneer 'de belangen of de grondrechten en de fundamentele vrijheden van de betrokkene die tot bescherming van persoonsgegevens nopen niet zwaarder wegen' dan het gerechtvaardigde belang van de verwerkingsverantwoordelijke.
- Een rechtmatige basis voor de verwerking van derdengegevens door betalingsinitiatiedienstaanbieders en rekeninginformatiedienstaanbieders - in de context van de verlening van betalingsdiensten in het kader van de RBD2 - zou dus het gerechtvaardigde belang van een verwerkingsverantwoordelijke of een derde om de overeenkomst met de betalingsdienstgebruiker uit te voeren kunnen zijn. De noodzaak om persoonsgegevens van de derde  te  verwerken  is  beperkt  en  wordt  bepaald  door  de  redelijke verwachtingen  van  die betrokkenen. In het kader van het aanbieden van betalingsdiensten die onder de RBD2 vallen, moeten er doeltreffende en passende maatregelen worden vastgesteld om te waarborgen dat de belangen of fundamentele rechten en vrijheden van de derden niet moeten wijken voor andere belangen en om ervoor te zorgen dat de redelijke verwachtingen van die betrokkenen ten aanzien van  de  verwerking  van  hun  persoonsgegevens  worden  geëerbiedigd.  In  dat  verband  moet  de verwerkingsverantwoordelijke (de rekeninginformatiedienstaanbieder of betalingsinitiatiedienstaanbieder) de nodige waarborgen voor de verwerking vaststellen om de rechten van de betrokkenen te beschermen. Dat omvat technische maatregelen om ervoor te zorgen dat derdengegevens niet worden verwerkt voor andere doeleinden dan die waarvoor de persoonsgegevens aanvankelijk werden verzameld door de betalingsinitiatiedienstaanbieders en de  rekeninginformatiedienstaanbieders.  Indien  mogelijk  moeten  ook  versleutelings- of  andere

technieken worden toegepast om een passend niveau van beveiliging en minimale gegevensverwerking te bereiken.

## 4.3 Verdere verwerking van persoonsgegevens van de derde

- Zoals vermeld in punt 29 kunnen persoonsgegevens in verband met een door de RBD2 geregelde betalingsdienst verder worden verwerkt op basis van wettelijke verplichtingen van  de dienstverlener. Die wettelijke verplichtingen kunnen betrekking hebben op persoonsgegevens van de derde.
- Wat de verdere verwerking van derdengegevens op basis van het gerechtvaardigde belang betreft, is het EDPB van mening dat deze gegevens niet mogen worden gebruikt voor andere doeleinden dan die waarvoor de persoonsgegevens zijn verzameld, tenzij op basis van het EU-recht of het lidstatelijk recht. Het is juridisch niet haalbaar om toestemming te krijgen van de derde omdat om deze toestemming  te  verkrijgen,  persoonsgegevens  van  de  derde  zouden  moeten  worden verzameld of verwerkt, waarvoor geen rechtsgrond te vinden is in artikel 6 AVG.  De verenigbaarheidstoets van artikel 6, lid 4, AVG kan evenmin een grond vormen voor de verwerking voor andere doeleinden (zoals direct-marketingactiviteiten). De rechten en vrijheden van deze derde betrokkenen worden niet geëerbiedigd indien de nieuwe verwerkingsverantwoordelijke de persoonsgegevens voor andere doeleinden gebruikt, gezien de context waarin de persoonsgegevens zijn verzameld, in het bijzonder het feit dat er geen relatie bestaat met de betrokkenen die derde partij zijn 29 ; het ontbreken van enig verband tussen enig ander doeleinde en  het  doeleinde  waarvoor  de  persoonsgegevens  aanvankelijk  zijn  verzameld  (het  feit  dat betalingsdienstaanbieders de derdengegevens slechts nodig hebben om een overeenkomst met de andere overeenkomstsluitende partij uit te voeren); de aard van de betrokken persoonsgegevens 30 , de omstandigheid dat betrokkenen redelijkerwijs geen verdere verwerking kunnen verwachten of zelfs maar op de hoogte kunnen zijn van welke verwerkingsverantwoordelijke  hun  persoonsgegevens  zou  kunnen  verwerken  en  gezien  de  in artikel 66, lid 3, punt g), en artikel 67, lid 2, punt f), RBD2 beschreven wettelijke beperkingen voor de verwerking.

29 In overweging 87 RBD2 staat dat de RBD2 alleen betrekking heeft op 'contractuele verplichtingen en aansprakelijkheden tussen de betalingsdienstgebruiker en de betalingsdienstaanbieder'. Derdengegevens vallen derhalve niet onder de RBD2.

30 Aangezien de verwerking volgens de richtsnoeren voor gegevensbeschermingseffectbeoordelingen kan worden geacht het potentiële risico voor de rechten en vrijheden van personen te verhogen is bijzondere zorg vereist bij de verwerking van financiële persoonsgegevens.

## 5 DE VERWERKING VAN BIJZONDERE CATEGORIEËN VAN PERSOONSGEGEVENS IN HET KADER VAN DE RBD2

## 5.1 Bijzondere categorieën van persoonsgegevens

- Artikel 9,  lid 1,  AVG  verbiedt  de  verwerking  van  'persoonsgegevens  waaruit  ras  of  etnische afkomst, politieke opvattingen, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen, of het lidmaatschap  van  een  vakbond  blijken,  en  verwerking  van  genetische  gegevens,  biometrische gegevens met het oog op de unieke identificatie van een persoon, of gegevens over gezondheid, of gegevens met betrekking tot iemands seksueel gedrag of seksuele geaardheid'.
- Het moet worden benadrukt dat elektronische betalingen in sommige lidstaten al alomtegenwoordig zijn en dat veel mensen deze wijze van betalen bij hun dagelijkse transacties reeds  verkiezen  boven  contant  geld.  Tegelijkertijd  kunnen  financiële  transacties  gevoelige informatie over een individuele betrokkene onthullen, waaronder informatie die verband houdt met bijzondere categorieën van persoonsgegevens. Naargelang van de details van de transactie, kunnen bijvoorbeeld politieke opvattingen of godsdienstige overtuigingen worden onthuld door schenkingen aan politieke partijen of organisaties, kerken of parochies. Het lidmaatschap van een vakbond kan blijken uit het feit dat een jaarlijkse lidmaatschapsbijdrage van iemands bankrekening wordt afgeboekt. Persoonsgegevens met betrekking tot de gezondheid kunnen worden verzameld door de facturen voor medische behandelingen die een betrokkene aan een arts heeft betaald (bijvoorbeeld aan een psychiater), te analyseren. Tot slot kan informatie over bepaalde aankopen informatie over het seksleven of de seksuele geaardheid van een persoon blootgeven. Zoals uit deze voorbeelden blijkt, kan zelfs één enkele transactie bijzondere categorieën van persoonsgegevens bevatten. Bovendien kunnen rekeninginformatiediensten gebruikmaken van profilering zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 4, AVG. Zoals eerder vermeld in de Richtsnoeren inzake  geautomatiseerde  individuele  besluitvorming  en  profilering  voor  de  toepassing  van Verordening (EU) 2016/679 van de Groep artikel 29, zoals bekrachtigd door het EDPB, '[kunnen] via profilering [...] gegevens van bijzondere categorieën worden gecreëerd op basis van gegevens die zelf niet tot bijzondere categorieën van gegevens behoren, maar wel hiertoe gaan behoren wanneer ze met andere gegevens worden gecombineerd' 31 . Dat betekent dat de combinatie van financiële  transacties  verschillende  soorten  gedragspatronen  kan  onthullen,  die  bijzondere categorieën  van  persoonsgegevens  kunnen  bevatten.    De  kans  is  dan  ook  groot  dat  een dienstverlener die informatie over financiële transacties van betrokkenen verwerkt ook bijzondere categorieën van persoonsgegevens verwerkt.
- Met betrekking tot de term 'gevoelige betalingsgegevens' merkt het EDPB het volgende op. De definitie van gevoelige betalingsgegevens in de RBD2 verschilt aanzienlijk van de manier waarop de term 'gevoelige persoonsgegevens' gewoonlijk wordt gebruikt in het kader van de AVG en de gegevensbescherming(swetgeving).  Terwijl  'gevoelige  betalingsgegevens'  in  de  RBD2  worden gedefinieerd  als  'gegevens  waarmee  fraude  kan  worden  gepleegd,  waaronder  persoonlijke beveiligingsgegevens',  wordt  in  de  AVG  de  nadruk  gelegd  op  de  noodzaak  van  specifieke bescherming voor bijzondere categorieën van persoonsgegevens die volgens artikel 9 AVG door hun aard bijzonder gevoelig zijn wat betreft de grondrechten en fundamentele vrijheden, zoals

31 Richtsnoeren inzake geautomatiseerde individuele besluitvorming en profilering voor de toepassing van Verordening (EU) 2016/679 van de Groep gegevensbescherming artikel 29, WP251rev.01, blz. 17.

bijzondere categorieën van persoonsgegevens 32 . In dat verband wordt aanbevolen om ten minste het  soort  persoonsgegevens  in  kaart  te  brengen  en  nauwkeurig  in  te  delen.  Naar  alle waarschijnlijkheid zal overeenkomstig artikel 35 AVG een gegevensbeschermingseffectbeoordeling vereist zijn, die zal helpen bij het in kaart brengen van het soort persoonsgegevens. Nadere richtsnoeren inzake gegevensbeschermingseffectbeoordeling zijn te vinden in de Richtsnoeren voor gegevensbeschermingseffectbeoordelingen  en  bepaling  of  een  verwerking  'waarschijnlijk  een hoog risico inhoudt' in de zin van Verordening 2016/679 van Groep artikel 29, zoals bekrachtigd door het EDPB.

## 5.2 Mogelijke uitzonderingsgronden

- Het verbod van artikel 9 AVG is niet absoluut. Aangezien de uitzonderingsgronden van de punten b) tot en met f) en h) tot en met j) van artikel 9, lid 2, AVG kennelijk niet van toepassing zijn op de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de RBD2, zouden in het bijzonder de volgende twee afwijkingen in artikel 9, lid 2, AVG kunnen worden overwogen:
- Het  verbod  geldt  niet  als  de  betrokkene  uitdrukkelijke  toestemming  heeft  gegeven  voor  de verwerking van die persoonsgegevens voor een of meer welbepaalde doeleinden (artikel 9, lid 2, AVG).
- Het  verbod  geldt  niet  indien  de  verwerking  noodzakelijk  is  om  redenen  van  zwaarwegend algemeen belang, op grond van Unierecht of lidstatelijk recht, waarbij de evenredigheid met het nagestreefde doel wordt gewaarborgd, de wezenlijke inhoud van het recht op bescherming van persoonsgegevens wordt geëerbiedigd en passende en specifieke maatregelen worden getroffen ter bescherming van de grondrechten en de fundamentele belangen van de betrokkene (artikel 9, lid 2, punt g), AVG).
- Er zij op gewezen dat de lijst van uitzonderingsgronden in artikel 9, lid 2, AVG uitputtend is. De mogelijkheid  dat  bijzondere  categorieën  van  persoonsgegevens  onder  de  persoonsgegevens vallen die worden verwerkt voor het aanbieden van een van de onder de RBD2 vallende diensten, moet door de dienstverlener worden erkend. Aangezien het verbod van artikel 9, lid 1, AVG van toepassing is op deze dienstverleners, moeten zij verzekeren dat een van de uitzonderingen van artikel 9, lid 2, AVG op hen van toepassing is. Er zij op gewezen dat wanneer de dienstverlener niet kan  aantonen  dat  aan  een  van  de  afwijkingen  is  voldaan,  het  verbod  van  artikel 9,  lid 1,  van toepassing is.

## 5.3 Zwaarwegend algemeen belang

- Betalingsdiensten mogen bijzondere categorieën van persoonsgegevens verwerken om redenen van  zwaarwegend  algemeen  belang,  maar  alleen  als  aan alle  voorwaarden  van  artikel 9,  lid 2, punt g),  AVG  is  voldaan.  Dat  betekent  dat  de  verwerking  van  de  bijzondere  categorieën  van persoonsgegevens moet worden geregeld in een specifieke afwijking van artikel 9, lid 1, AVG in het Unierecht of het lidstatelijk recht. Die bepaling moet betrekking hebben op de evenredigheid met  het  nagestreefde  doel  van  de  verwerking  en  moet  passende  en  specifieke  maatregelen omvatten om de grondrechten en de fundamentele belangen van de betrokkene te beschermen. De Unierechtelijke of lidstaatrechtelijke bepaling moet bovendien de wezenlijke inhoud van het

32 In overweging 10 AVG worden bijzondere categorieën van persoonsgegevens bijvoorbeeld aangeduid als 'gevoelige gegevens'.

recht op bescherming van persoonsgegevens eerbiedigen. Tot slot moet ook worden aangetoond dat de verwerking van de bijzondere categorieën van gegevens noodzakelijk is om redenen van zwaarwegend  algemeen  belang,  waaronder  redenen  van  systemisch  belang.  Alleen  wanneer volledig aan al deze voorwaarden is voldaan, kan deze afwijking van toepassing worden verklaard op aangewezen soorten betalingsdiensten.

## 5.4 Uitdrukkelijke toestemming

- In gevallen waarin de afwijking van artikel 9, lid 2, punt g), AVG niet van toepassing is, lijkt het verkrijgen van uitdrukkelijke  toestemming  overeenkomstig  de  voorwaarden  voor  geldige toestemming  van  de  AVG  de  enige  mogelijke  rechtmatige uitzonderingsgrond voor  derdeaanbieders  om  bijzondere  categorieën  van  persoonsgegevens  te  verwerken.  In  de  EDPBrichtsnoeren  05/2020  inzake  toestemming  overeenkomstig  Verordening  2016/679 33 is  het volgende vermeld: 'Artikel 9, lid 2, erkent 'noodzakelijk voor de uitvoering van een overeenkomst' niet als een uitzondering op het algemene verbod op verwerking van bijzondere categorieën gegevens. Daarom moeten verwerkingsverantwoordelijken en lidstaten die met deze situatie te maken krijgen, nagaan of een van de specifieke uitzonderingen in artikel 9, lid 2, onder b)  tot  en  met  j),  van  toepassing  is.  Wanneer  dienstverleners  zich  beroepen  op  artikel 9,  lid 2, punt a), AVG, moeten zij ervoor zorgen dat hun uitdrukkelijke toestemming is verleend voordat zij met  de  verwerking  beginnen.'  Uitdrukkelijke  toestemming  zoals  beschreven  in  artikel 9,  lid 2, punt a), AVG moet aan alle vereisten van de AVG voldoen.

## 5.5 Geen passende uitzonderingsgrond

- Wanneer de dienstverlener niet kan aantonen dat aan een van de afwijkingen is voldaan, is het verbod  van  artikel 9,  lid 1,  van  toepassing,  zoals  hierboven  vermeld.  In  dit  geval  kunnen  er technische  maatregelen  worden  getroffen  om  de  verwerking  van  bijzondere  categorieën  van persoonsgegevens te voorkomen, bijvoorbeeld door de verwerking van bepaalde gegevenspunten te  voorkomen. In dat verband kunnen betalingsdienstaanbieders de technische mogelijkheden onderzoeken  om  bijzondere  categorieën  van  persoonsgegevens  uit  te  sluiten  en  specifieke toegang toe te staan die de verwerking door derde-aanbieders van bijzondere categorieën van persoonsgegevens met betrekking tot derden zou voorkomen.

33 Richtsnoeren 05/2020 inzake toestemming overeenkomstig Verordening 2016/679, EDPB, punt 99.

## 6 MINIMALE GEGEVENSVERWERKING, BEVEILIGING, TRANSPARANTIE, VERANTWOORDINGSPLICHT EN PROFILERING

## 6.1 Minimale gegevensverwerking en gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen

- Het  beginsel  van minimale  gegevensverwerking is  vastgelegd  in  artikel 5,  lid 1,  punt c),  AVG: 'Persoonsgegevens moeten [...] toereikend zijn, ter zake dienend en beperkt tot wat noodzakelijk is  voor  de  doeleinden  waarvoor  zij  worden  verwerkt'.  Volgens  het  beginsel  van minimale gegevensverwerking mogen verwerkingsverantwoordelijken in wezen niet meer persoonsgegevens verwerken dan nodig om de specifieke doeleinden in kwestie te verwezenlijken. Zoals opgemerkt in hoofdstuk 2 worden de hoeveelheid en de aard van de persoonsgegevens die nodig zijn om de betalingsdienst te verlenen bepaald door te verwijzen naar de belangrijkste en wederzijds  begrepen  doelstelling  van  de  overeenkomst 34 .  Minimale  gegevensverwerking  geldt voor elke verwerking (bv. elke verzameling van of raadpleging en opvraging van persoonsgegevens). In EDPB-richtsnoeren 4/2019 inzake artikel 25 - Gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen, staat te lezen dat 'verwerkers en technologieaanbieders ook  worden  erkend  als  belangrijke  spelers  om  gegevensbescherming  door  ontwerp  en  door standaardinstellingen mogelijk te maken en dat zij zich ook bewust moeten zijn van het feit dat verwerkingsverantwoordelijken verplicht zijn om persoonsgegevens uitsluitend te verwerken met behulp van systemen en technologieën die over ingebouwde gegevensbescherming beschikken' 35 .
- Artikel 25  AVG  bevat  de  verplichtingen  om  gegevensbescherming  door  ontwerp  en  door standaardinstellingen toe te passen. Die verplichtingen zijn van bijzonder belang voor het beginsel van minimale  gegevensverwerking.  In  dit  artikel is  bepaald  dat  verwerkingsverantwoordelijke, zowel bij de bepaling van de verwerkingsmiddelen als bij de verwerking zelf, passende technische en organisatorische maatregelen treft, die zijn opgesteld met als doel de gegevensbeschermingsbeginselen  op  een  doeltreffende  manier  uit  te  voeren  en  de  nodige waarborgen in de verwerking in te bouwen ter naleving van de voorschriften van de AVG en ter bescherming  van  de  rechten  van  de  betrokkenen.  De  verwerkingsverantwoordelijke  treft passende  technische  en  organisatorische  maatregelen  om  ervoor  te  zorgen  dat  er  in  beginsel alleen  persoonsgegevens worden verwerkt die noodzakelijk zijn voor elk specifiek doel van de verwerking. Die verplichting geldt voor de hoeveelheid verzamelde persoonsgegevens, de mate waarin zij worden verwerkt, de termijn waarvoor zij worden opgeslagen en de toegankelijkheid daarvan.  Deze  maatregelen  kunnen  versleuteling,  pseudonimisering  en  andere  technische maatregelen omvatten.
- Wanneer  de  verplichting  van  artikel 25  van  de  AVG  wordt  toegepast,  moet  rekening  worden gehouden met de stand van de techniek, met de uitvoeringskosten en met de aard, de omvang, de  context  en  het  doel  van  de  verwerking  alsook  met  de  qua  waarschijnlijkheid  en  ernst uiteenlopende  risico's  voor  de  rechten  en  vrijheden  van  natuurlijke  personen  die  aan  de verwerking zijn verbonden. Nadere toelichtingen ten aanzien van deze verplichting zijn te vinden in de bovengenoemde EDPB-richtsnoeren 4/2019 inzake artikel 25 - Gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen.

34 Richtsnoeren 2/2019 betreffende de verwerking van persoonsgegevens op grond van artikel 6, lid 1, onder b), van de AVG in het kader van de verlening van onlinediensten aan betrokkenen, EDPB, punt 32.

35 Richtsnoeren 4/2019 inzake artikel 25 - Gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen, blz. 29.

## 6.2 Maatregelen voor minimale gegevensverwerking

- Derde-aanbieders  die  betaalrekeninggegevens  raadplegen  om  de  gevraagde  diensten  aan  te bieden,  moeten  ook  rekening  houden  met  het  beginsel  van  gegevensminimalisatie  en  mogen alleen persoonsgegevens verzamelen die noodzakelijk zijn om de specifieke door de betalingsdienstgebruiker gevraagde diensten te verlenen. De toegang tot de persoonsgegevens moet in beginsel worden beperkt tot wat noodzakelijk is voor het aanbieden van betalingsdiensten. Zoals aangegeven in hoofdstuk 2, schrijft de RBD2 voor dat rekeninghoudende betalingsdienstaanbieders informatie over betalingsdienstgebruikers op verzoek van de betalingsdienstgebruiker delen wanneer de betalingsdienstgebruiker een betalingsinitiatiedienst of een rekeninginformatiedienst wil gebruiken.
- Wanneer  niet alle betaalrekeninggegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van  de overeenkomst,  moet  de  rekeninginformatiedienstaanbieder  een  selectie  van  de  relevante gegevenscategorieën maken voordat de gegevens worden verzameld. Voorbeelden van gegevenscategorieën  die  mogelijk  niet  noodzakelijk  zijn,  zijn  de  identiteit  van  de  derde  en  de kenmerken van de transactie. Tenzij dit op grond van het lidstatelijk of het EU-recht vereist is, is het mogelijk ook niet noodzakelijk om het IBAN-nummer van de bankrekening van de derde te tonen.
- In  dat verband kan worden overwogen om een technische maatregel toe te passen die derdeaanbieders in staat stelt of helpt om hun verplichting na te komen om alleen de persoonsgegevens te raadplegen en op te vragen die nodig zijn voor de verlening van hun diensten, als onderdeel van de uitvoering van een passend gegevensbeschermingsbeleid in overeenstemming met artikel 24, lid 2,  AVG.  In  dat  verband  beveelt  het  EDPB  het  gebruik  aan  van  digitale  hulpmiddelen  om rekeninginformatiedienstaanbieders te ondersteunen bij hun verplichting om alleen persoonsgegevens te verzamelen die noodzakelijk zijn voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt. Wanneer bijvoorbeeld een dienstverlener de kenmerken van de transactie (in het veld 'Beschrijving' van de transactiegegevens) niet nodig heeft om zijn dienst te verlenen, zou een digitale  selectietool  als  middel  kunnen  dienen  waarmee  derde-aanbieders  dit  veld  kunnen uitsluiten van de algemene verwerkingsactiviteiten van de derde-aanbieder.

## Voorbeeld 2:

HappyPayments, onze rekeninginformatiedienstverlener uit voorbeeld 1, wil ervoor zorgen dat hij alleen de persoonlijke betaalrekeninggegevens verwerkt waarin zijn gebruikers geïnteresseerd zijn. Voor  het  verlenen  van  de  dienst  is  het  niet  nodig  te  trachten  toegang  te  krijgen  tot  meer betaalrekeninggegevens. Hij biedt de gebruikers daarom de mogelijkheid om de specifieke soorten informatie te kiezen waarin zij geïnteresseerd zijn.

Gebruiker A wil een overzicht van zijn uitgaven van de afgelopen twee maanden. Hij vraagt daarom voor zijn twee bankrekeningen, bij twee verschillende rekeninghoudende betalingsdienstaanbieders, de informatie op over alle transacties van de laatste twee maanden, het bedrag van de transacties, de datum van uitvoering en de naam van de begunstigde, en vinkt de overeenkomstige vakjes aan in de gebruikersinterface van HappyPayments.

HappyPayments begint vervolgens bij de respectieve rekeninghoudende betalingsdienstaanbieders alleen  die  informatie  op  te  vragen  die  overeenstemt  met  de  velden  die  door  Gebruiker  A  zijn ingesteld, en alleen voor de afgelopen twee maanden. Informatie zoals de 'mededeling' van de overschrijving of zelfs het IBAN-nummer worden niet opgevraagd, aangezien Gebruiker A niet om deze informatie heeft gevraagd.

Om  HappyPayments  in  staat  te  stellen  zijn  verplichtingen  inzake  gegevensminimalisatie  na  te komen, bieden de rekeninghoudende betalingsdienstaanbieders HappyPayments de mogelijkheid om specifieke velden voor een bepaalde periode op te vragen.

- Er zij in dit verband tevens op gewezen dat rekeninghoudende betalingsdienstaanbieders volgens de  RBD2  alleen  toegang  mogen  verlenen  tot  betaalrekeninginformatie.  De  RBD2  bevat  geen rechtsgrond  om toegang  te  verlenen  tot  persoonsgegevens  in  andere  rekeningen,  zoals spaarrekeningen,  hypotheken  of  beleggingsrekeningen.  Volgens  de  RBD2  moeten  er  dan  ook technische maatregelen worden getroffen om te verzekeren dat de toegang wordt beperkt tot de noodzakelijke betaalrekeninginformatie.
- De dienstverlener moet niet alleen zo weinig mogelijk gegevens verzamelen, hij moet ook beperkte bewaringstermijnen  hanteren.  Persoonsgegevens  mogen  door  de  dienstverlener  niet  langer worden  bewaard  dan  noodzakelijk  is  voor  de  door  de  betalingsdienstgebruiker  gevraagde doeleinden.
- Indien de overeenkomst tussen de betrokkene en de rekeninginformatiedienstaanbieder vereist dat persoonsgegevens worden doorgegeven aan derden, mogen alleen die persoonsgegevens die noodzakelijk zijn  voor  de  uitvoering  van  de  overeenkomst  worden  doorgegeven.  Betrokkenen moeten ook specifiek in kennis worden gesteld van de doorgifte en van de persoonsgegevens die aan deze derde zullen worden doorgegeven.

## 6.3 Beveiliging

- Het  EDPB  heeft  reeds  benadrukt dat  de  schending  van  financiële  persoonsgegevens  'duidelijk gevolgen  heeft  voor het dagelijkse leven van de betrokkene'  en  haalt de risico's  van betalingsfraude als voorbeeld aan 36 .
- Wanneer een datalek betrekking heeft op financiële gegevens, kan de betrokkene aan aanzienlijke risico's worden blootgesteld. Afhankelijk van de gelekte informatie kunnen betrokkenen worden blootgesteld aan het risico aan het risico van identiteitsdiefstal, diefstal van de tegoeden op hun rekeningen  en  andere  activa.  Bovendien  bestaat  de  mogelijkheid  dat  de  blootstelling  van transactiegegevens verband houdt met aanzienlijke privacyrisico's, aangezien transactiegegevens verwijzingen  kunnen  bevatten  naar  alle  aspecten  van  het  privéleven  van  een  betrokkene. Tegelijkertijd zijn financiële gegevens duidelijk waardevol voor criminelen en dus een aantrekkelijk doelwit.
- Als verwerkingsverantwoordelijken zijn betalingsdienstaanbieders verplicht om passende maatregelen te nemen om de persoonsgegevens van betrokkenen te beschermen (artikel 24, lid 1, AVG).  Hoe  hoger  de  risico's  waarmee  de  door  de  verwerkingsverantwoordelijke  uitgevoerde verwerkingsactiviteit  gepaard  gaat,  hoe  hoger  de  beveiligingsnormen  die  moeten  worden toegepast. Aangezien aan de verwerking van financiële gegevens verscheidene ernstige risico's verbonden zijn, moeten de beveiligingsmaatregelen dienovereenkomstig hoog zijn.
- Dienstverleners moeten aan hoge normen worden onderworpen, waaronder sterke mechanismen voor  cliëntauthenticatie  en  hoge  beveiligingsnormen  voor  de  technische  uitrusting 37 .  Andere

36 Richtsnoeren voor gegevensbeschermingseffectbeoordelingen en bepaling of een verwerking "waarschijnlijk een hoog risico inhoudt" in de zin van Verordening 2016/679 van Groep artikel 29, WP248 rev.01 bekrachtigd door het EDPB.

37 Zie de technische reguleringsnorm.

procedures,  zoals  het  screenen  van  verwerkers  op  beveiligingsnormen  en  het  uitvoeren  van procedures tegen ongeoorloofde toegang, zijn eveneens belangrijk.

## 6.4 Transparantie en de verantwoordingsplicht

- Transparantie en de verantwoordingsplicht zijn twee grondbeginselen van de AVG.
- Met betrekking tot transparantie (artikel 5, lid 1, punt a), AVG), is in artikel 12 AVG gespecificeerd dat verwerkingsverantwoordelijken passende maatregelen nemen om de in de artikelen 13 en 14 AVG bedoelde informatie te verstrekken. Daarnaast is in dit artikel bepaald dat de informatie of communicatie over de verwerking van persoonsgegevens beknopt, transparant, begrijpelijk en gemakkelijk toegankelijk moet zijn. De informatie wordt in duidelijke en eenvoudige taal opgesteld en schriftelijk  'of met andere middelen, met inbegrip van, indien dit passend is, elektronische middelen',  verstrekt.  De  'Richtsnoeren  inzake  transparantie  overeenkomstig  Verordening 2016/679' van Groep artikel 29, zoals bekrachtigd door het EDPB, bevat specifieke richtsnoeren voor de naleving van het transparantiebeginsel in digitale omgevingen.
- Volgens voornoemde Richtsnoeren inzake transparantie overeenkomstig Verordening 2016/679 moet artikel 11 AVG worden gezien als een middel om echte gegevensminimalisatie af te dwingen zonder de uitoefening van rechten door betrokkenen te belemmeren en moet de uitoefening van die  rechten  mogelijk  worden  gemaakt  met  behulp  van  door  de  betrokkene  te  verstrekken aanvullende  informatie.  Er kunnen  situaties  zijn  waarin  een  verwerkingsverantwoordelijke persoonsgegevens  verwerkt  waarvoor  de  identificatie van  een  betrokkene  niet nodig is (bijvoorbeeld bij gepseudonimiseerde gegevens). In dergelijke gevallen kan ook artikel 11, lid 1, relevant zijn, aangezien daarin wordt bepaald dat een verwerkingsverantwoordelijke niet verplicht is  om,  uitsluitend  om  aan  de  AVG  te  voldoen,  aanvullende  gegevens  ter  identificatie  van  de betrokkene bij te houden, te verkrijgen of te verwerken.
- Voor diensten in het kader van de RBD2 is artikel 13 AVG  van toepassing voor  de persoonsgegevens  die  bij  de  betrokkene  worden  verzameld  en  is  artikel 14  van  toepassing wanneer de persoonsgegevens niet bij de betrokkene zijn verkregen.
- De betrokkene moet meer in het bijzonder in kennis worden gesteld van de periode gedurende welke de persoonsgegevens zullen worden opgeslagen, of indien dat niet mogelijk is, de criteria ter  bepaling  van  die  termijn  en,  in  voorkomend  geval,  de  gerechtvaardigde  belangen  van  de verwerkingsverantwoordelijke of van een eventuele derde. Wanneer de verwerking gebaseerd is op toestemming als bedoeld in artikel 6, lid 1, punt a), AVG of op uitdrukkelijke toestemming als bedoeld in artikel 9, lid 2, punt a), AVG, moet de betrokkene in kennis worden gesteld van het bestaan van het recht de toestemming te allen tijde in te trekken.
- De verwerkingsverantwoordelijke verstrekt de informatie aan de betrokkene afhankelijk van de concrete omstandigheden waarin de persoonsgegevens worden verwerkt. Indien de persoonsgegevens  zullen  worden  gebruikt  voor  communicatie  met  de  betrokkene 38 ,  hetgeen waarschijnlijk  het  geval  zal  zijn  voor  rekeninginformatiedienstaanbieders,  moet  de  informatie uiterlijk op het moment van het eerste contact met de betrokkene worden verstrekt. Wanneer de persoonsgegevens aan een andere ontvanger zullen worden verstrekt, moet de informatie uiterlijk worden verstrekt wanneer de persoonsgegevens voor het eerst worden bekendgemaakt.
- Wat  onlinebetalingsdiensten  betreft,  wordt  in  bovengenoemde  richtsnoeren  verduidelijkt  dat verwerkingsverantwoordelijken een gelaagde aanpak kunnen volgen wanneer zij ervoor kiezen om

38 Artikel 14, lid 3, punt b), AVG.

een  combinatie  van  methoden  te  gebruiken  om  transparantie  te  waarborgen.  Teneinde informatiemoeheid  te  voorkomen  en  tegelijkertijd  de  doeltreffendheid  van  de  informatie  te waarborgen is het in het bijzonder aanbevolen om gelaagde privacyverklaringen/mededelingen te gebruiken en daarin links te plaatsen naar de verschillende categorieën informatie die aan de betrokkene moeten worden verstrekt, in plaats van alle informatie in één enkele mededeling op het scherm weer te geven.

- In voornoemde richtsnoeren is ook verduidelijkt dat verwerkingsverantwoordelijken aanvullende manieren kunnen hanteren om informatie te verstrekken aan de individuele betrokkene, zoals privacydashboards.  Een  privacydashboard  is  één  enkel  punt  waar  de  betrokkene  'privacyinformatie' kan  inzien  en  zijn  of  haar  privacyvoorkeuren  kan  beheren  door  toe  te  staan  of  te voorkomen  dat  zijn  of  haar  gegevens  door  de  verwerkingsverantwoordelijke  in  kwestie  op bepaalde manieren worden gebruikt 39 . Een privacydashboard zou een overzicht kunnen geven van de derde-aanbieders die de uitdrukkelijke toestemming van de betrokkene hebben verkregen en zou ook relevante informatie kunnen bieden over de aard van en de hoeveelheid persoonsgegevens die door derde-aanbieders zijn geraadpleegd. In beginsel kan een rekeninghoudende  betalingsdienstaanbieder  de  gebruiker  de  mogelijkheid  bieden  om  een specifieke uitdrukkelijke toestemming in het kader van de RBD2 in te trekken 40 via het overzicht, waardoor een of meer derde-aanbieders de toegang tot hun betaalrekening zou worden ontzegd. De gebruiker zou een rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder ook kunnen verzoeken om de toegang tot hun betaalrekening(en) te ontzeggen aan een of meer specifieke derde-aanbieders 41 , aangezien het recht van de gebruiker is om  al dan niet gebruik te  maken  van  een rekeninginformatiedienst. Indien privacydashboards worden gebruikt om uitdrukkelijke toestemming te geven of in te trekken, moeten zij op rechtmatige wijze worden ontworpen en toegepast en in het bijzonder vermijden belemmeringen op te werpen voor het recht van derdeaanbieders  om  diensten  te  verlenen  in  overeenstemming  met  de  RBD2.  In  dat  verband  en overeenkomstig  de  toepasselijke  bepalingen  van  de  RBD2  heeft  een  derde-aanbieder  de mogelijkheid om opnieuw de uitdrukkelijke toestemming van de gebruiker te verkrijgen nadat die toestemming is ingetrokken.
- De  beginselen  van  verantwoordingsplicht  schrijven  voor  dat  de  verwerkingsverantwoordelijke passende  technische  en  organisatorische  maatregelen  vaststelt  om  te  waarborgen  dat  de verwerking plaatsvindt in overeenstemming met de AVG, in het bijzonder met de belangrijkste gegevensbeschermingsbeginselen van artikel 5, lid 1. Bij die maatregelen moet rekening worden gehouden met de aard, de omvang, de context en het doel van de verwerking en het risico voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen, en de maatregelen moeten worden geëvalueerd en indien nodig geactualiseerd 42 .

39 Volgens  de  Richtsnoeren  inzake  transparantie  overeenkomstig  Verordening  (EU)  2016/679  van  Groep artikel 29, zoals bekrachtigd door het EDPB, zijn privacydashboards met name zinvol wanneer de betrokkene dezelfde dienst gebruikt op verschillende apparaten, omdat de betrokkene zo toegang tot en controle over zijn of  haar  persoonsgegevens  krijgt,  ongeacht  hoe  hij  of  zij  de  dienst  gebruikt.  Toestaan  dat  betrokkenen  hun privacy-instellingen  kunnen  aanpassen  via  een  privacydashboard  kan  het  ook  gemakkelijker  maken  om  een privacyverklaring/mededeling te personaliseren door daarin alleen de soorten verwerkingen op te nemen die op een betrokkene van toepassing zijn.

41 Zie ook EBA/OP/2020/10, punt 45


42 Artikel 5, lid 2, en artikel 24 AVG.

## 6.5 Profilering

- De  verwerking  van  persoonsgegevens  door  betalingsdienstaanbieders  kan  gepaard  gaan  met 'profilering' als bedoeld in artikel 4, punt 4, AVG. Zo kunnen rekeninginformatiedienstaanbieders gebruikmaken  van  de  geautomatiseerde  verwerking  van  persoonsgegevens  om bepaalde persoonlijke aspecten van een natuurlijke persoon te beoordelen. Naargelang van de specifieke kenmerken  van  de  dienst  kan  de  persoonlijke  financiële  situatie  van  een  betrokkene  worden beoordeeld. Rekeninginformatiediensten die op verzoek van gebruikers moeten worden verstrekt, kunnen gepaard gaan met een uitgebreide beoordeling van persoonlijke betaalrekeninggegevens.
- De verwerkingsverantwoordelijke moet tegenover de betrokkene ook transparant zijn over het bestaan van geautomatiseerde besluitvorming, waaronder profilering. In die gevallen moet de verwerkingsverantwoordelijke  nuttige  informatie  verstrekken  over  de  onderliggende  logica  en over het belang en de verwachte gevolgen van die verwerking voor de betrokkene (artikel 13, lid 2, punt f), en artikel 14, lid 2, punt g), en overweging 60) 43 .  Evenzo heeft de betrokkene krachtens artikel 15 AVG het recht om van de verwerkingsverantwoordelijke informatie te ontvangen over het bestaan van geautomatiseerde besluitvorming, waaronder profilering, de onderliggende logica en de gevolgen voor de betrokkene en, in bepaalde omstandigheden, het recht om bezwaar te maken tegen profilering, ongeacht of er uitsluitend geautomatiseerde individuele besluitvorming op basis van profilering plaatsvindt 44 .
- Wat in deze context voorts relevant is, is het in artikel 22 AVG opgenomen recht van de betrokkene niet te worden onderworpen aan een uitsluitend op geautomatiseerde verwerking, waaronder profilering,  gebaseerd  besluit  waaraan  voor  hem  rechtsgevolgen  zijn  verbonden  of dat  hem anderszins in aanmerkelijke mate treft. Die norm houdt onder bepaalde omstandigheden ook in dat de verwerkingsverantwoordelijken passende maatregelen moeten treffen om de rechten van de betrokkene te waarborgen, waaronder specifieke informatie aan de betrokkene, het recht op menselijke tussenkomst en het recht om zijn standpunt kenbaar te maken en om het besluit aan te vechten. Zoals ook vermeld in overweging 71 AVG betekent dit onder meer dat betrokkenen het recht hebben niet te worden onderworpen aan een besluit, zoals de automatische weigering van een online ingediende kredietaanvraag of van verwerking van sollicitaties via internet zonder menselijke tussenkomst 45 .
- Geautomatiseerde  besluitvorming,  waaronder  profilering,  waarbij  bijzondere  categorieën  van persoonsgegevens betrokken zijn, is uitsluitend toegestaan onder de cumulatieve voorwaarden van artikel 22, lid 4, AVG:
- -er geldt een uitzondering op grond van artikel 22, lid 2;
- -en artikel 9, lid 2, punten a) tot en met g), AVG zijn van toepassing. In beide gevallen neemt de verwerkingsverantwoordelijke  passende  maatregelen  om  de  rechten  en  vrijheden  en  het gerechtvaardigde belang van de betrokkene te waarborgen 46 .
- De vereisten voor verdere verwerking, zoals vermeld in deze richtsnoeren, moeten eveneens in acht worden genomen. De verduidelijkingen en instructies inzake geautomatiseerde individuele

43 Richtsnoeren inzake transparantie overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679, WP 260 - bekrachtigd door het EDPB.

45 Overweging 71 AVG.

44 Richtsnoeren inzake geautomatiseerde individuele besluitvorming en profilering voor de toepassing van Verordening (EU) 2016/679 van de Groep artikel 29, WP251rev.01.

46 Richtsnoeren inzake geautomatiseerde individuele besluitvorming en profilering voor de toepassing van Verordening (EU) 2016/679 van de Groep artikel 29, WP251rev.01, blz. 24.

besluitvorming en profilering in de Richtsnoeren inzake geautomatiseerde individuele besluitvorming en profilering voor de toepassing van Verordening (EU) 2016/679 van de Groep artikel 29, zoals bekrachtigd door het EDPB, zijn volledig relevant in de context van betalingsdiensten en moeten derhalve naar behoren in overweging worden genomen.

Voor het Europees Comité voor gegevensbescherming De voorzitter

(Andrea Jelinek)

---

## Footnotes

1. Verwijzingen naar 'lidstaten' in dit document moeten worden gelezen als verwijzingen naar 'lidstaten van de EER'.

3. Aangezien de RBD2 ouder is dan de AVG, wordt nog verwezen naar Richtlijn 95/46. Artikel 94 AVG bepaalt dat verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn 95/46 als verwijzingen naar de AVG gelden.

6. Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlĳke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie); PB L 201 van 31.7.2002, blz. 0037. 7

8. Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/389 van de Commissie van 27 november 2017 tot aanvulling van Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft technische reguleringsnormen voor sterke cliëntauthenticatie en gemeenschappelijke en veilige open communicatiestandaarden (Voor de EER relevante tekst); C/2017/7782; PB L 69 van 13.3.2018, blz. 23. beschikbaar op https://eur-lex.europa.eu/legalcontent/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32018R0389&amp;from=NL

20. Er zij op gewezen dat een grondig onderzoek van de vraag of de antiwitwasrichtlijn voldoet aan de norm van artikel 6, lid 4, AVG buiten het toepassingsgebied van dit document valt.

22. Zie ook Advies 15/2011 over de definitie van 'toestemming' (WP 187), blz. 6-8, en/of Advies 06/2014 over het begrip 'gerechtvaardigd belang van de voor de gegevensverwerking verantwoordelijke' in artikel 7 van Richtlijn 95/46/EG (WP 217), blz. 9, 10, 13 en 14.

23. Brief van het EDPB over de PSD2-richtlijn van 5 juli 2018, blz. 4.

26. Groep artikel 29, Richtsnoeren inzake transparantie overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679, punt 10 (goedgekeurd op 11 april 2018) - bekrachtigd door het EDPB.

40. Zie bijvoorbeeld de in artikel 67, lid 2, punt a), RBD2 vermelde 'uitdrukkelijke toestemming'.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/38108 · 2026-08-22
