Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18-09-2026 (21-001452-20)
Het hof heeft verdachte gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep.
Judgment
Decision
Het hof: verklaart verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep voor zover gericht tegen de partiële vrijspraak ten aanzien van de onder 1, 3, 4 en 6 ten laste gelegde feiten voor zover deze feiten betrekking hebben op aangevers [aangever 1] (feit 1), [aangever 2] (feit 1), [aangever 3] (feit 1 en 4), [aangever 4] (feit 1 en 3), [aangever 5] (feit 1 en 4), [aangever 6] (feit 4), [aangever 7] (feit 4), [aangever 8] (feit 4) en [benadeelde partij] (feit 6). Vernietigt het vonnis waarvan beroep – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – en doet in zoverre opnieuw recht: verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9 tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij . Verklaart het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 360 (driehonderdzestig) dagen . Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 252 (tweehonderdtweeënvijftig) dagen , niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Beveelt dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, Sr bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Veroordeelt verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren , indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis . Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: - [nummer] 1 STK Apple iPhone (grijs); - [nummer] 1 STK Apple iPhone (grijs); - [nummer] 1 STK Apple iPhone (grijs); - [nummer] 1 STK Lenovo Notebook (grijs); - [nummer] 1 STK Apple iPhone (zwart); - [nummer] 41 STK Lyca Mobile Simkaart; - [nummer] 1 STK Apple iPhone (grijs). Gelast de teruggave aan verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: - [nummer] 1 STK plastic ijsbak. Dit arrest is gewezen door mr. T.H. Bosma, mr. F. van der Maden en mr. D. Stikkelbroeck, in aanwezigheid van de griffier mr. I.C. Bita en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 4 september 2026. Te weten [nummer] 1 STK Apple iPhone (grijs); [nummer] 1 STK Apple iPhone (grijs); [nummer] 1 STK Apple iPhone (grijs); [nummer] 1 STK Lenovo Notebook (grijs); [nummer] 1 STK Apple iPhone (zwart); [nummer] 41 STK Lyca Mobile Simkaart en [nummer] 1 STK Apple iPhone (grijs). Te weten [nummer] 1 STK plastic ijsbak. HR 5 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:475, r.o. 6.13.1 tot en met 6.13.5 en HR 18 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:408. HR 5 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:475, r.o. 6.12.4. HR 5 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:475, r.o. 6.12.5. Opgenomen op pagina 485 en 486 van het hierna genoemde politiedossier. Wanneer hierna wordt verwezen naar processen-verbaal betreffen dit steeds, tenzij anders aangegeven, processen-verbaal die op ambtseed of ambtsbelofte door de daartoe bevoegde ambtenaren zijn opgemaakt en zijn opgenomen op de genoemde paginanummers van het politiedossier met nummer 2019065730Z, dat op 2 juli 2019 is afgesloten en ondertekend. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 485. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 491 en 492, en een proces-verbaal van bevindingen, pagina 495. Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] , pagina 272. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 855. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 900. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 866. Processen-verbaal van aangifte, pagina 535 tot en met 666 en pagina 678 tot en met 817. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 860. Processen-verbaal van aangifte, pagina 1228 tot en met 1293. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1295. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1294. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 320. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 1397. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1402. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 1383. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 494. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1185 tot en met 1188. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 1168. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 494. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1175. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 1403 en 1407. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 494. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1418. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 1038, een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 1427, en een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 1450. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 494. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 1064, 1065, 1441 tot en met 1444, 1452 tot en met 1453. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 1085. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 494. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1099 tot en met 1104. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1098. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 1321. Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] , pagina 1115. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 494. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 944. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1151 tot en met 1163. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1147. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 1421. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 494. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1426. Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , pagina 716 tot en met 738. Een …
Verbatim, from the decision of the court. Read it in the text ↓
Verder heeft het hof verdachte veroordeeld ten aanzien van de onder 1 tot en met 9 ten laste gelegde feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van 360 dagen met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 252 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf van 240 uren, bij niet naar behoren uitvoeren te vervangen door 120 dagen hechtenis. Ook heeft het hof een deel van de in beslag genomen voorwerpen verbeurdverklaard. Van het andere deel heeft het hof de teruggave aan verdachte gelast.
Full text
Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-001452-20 Uitspraakdatum: 18 september 2026 Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 6 maart 2020 met parketnummer 16-061824-19 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1999 in [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] . 1 Hoger beroep Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voornoemd vonnis van de rechtbank. 2 Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 4 september 2026 en het onderzoek op de terechtzitting van de rechtbank. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot veroordeling van verdachte ten aanzien van het onder 1 tot en met 9 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf van 360 dagen waarvan 251 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf van 240 uur, bij niet naar behoren uitvoeren te vervangen door 120 dagen hechtenis; verbeurdverklaring, dan wel teruggave aan verdachte van de in beslag genomen voorwerpen, in lijn met het vonnis van de rechtbank. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M. A. Lubbers, hebben aangevoerd. 3 Het vonnis De rechtbank heeft verdachte bij voornoemd vonnis veroordeeld ten aanzien van het onder 1 tot en met 9 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Hierbij heeft de rechtbank, kort gezegd, de navolgende bijzondere voorwaarden gesteld: een meldplicht, een contactverbod met medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en een meewerkplicht aan de controle van zijn digitale gegevensdragers door de politie en/of reclassering. Daarnaast heeft de rechtbank een deel van de in beslag genomen voorwerpen verbeurdverklaard en van het overige deel van de voorwerpen de teruggave aan verdachte gelast . Verder heeft de rechtbank [benadeelde partij] gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard in de vordering (voor zover het betrekking heeft op het handelen waarvan verdachte onder 6 partieel is vrijgesproken). Voor het overige heeft de rechtbank de vordering van [benadeelde partij] afgewezen. Het hof komt in dit arrest tot een deels andere beslissing over het bewijs, een deels andere kwalificatie en een andere strafoplegging dan de rechtbank. Het hof zal het vonnis van de rechtbank dan ook vernietigen en opnieuw rechtdoen. Het hof is echter van oordeel dat de rechtbank grotendeels op de juiste wijze en gronden heeft beslist. Het hof zal daarom (grote) delen van het vonnis overnemen. 4 Ontvankelijkheid van verdachte en omvang van het hoger beroep Verdachte is door de rechtbank ten aanzien van de onder 1, 3, 4 en 6 ten laste gelegde feiten (partieel) vrijgesproken voor zover deze feiten betrekking hebben op aangevers [aangever 1] (feit 1), [aangever 2] (feit 1), [aangever 3] (feit 1 en 4), [aangever 4] (feit 1 en 3), [aangever 5] (feit 1 en 4), [aangever 6] (feit 4), [aangever 7] (feit 4), [aangever 8] (feit 4) en [benadeelde partij] (feit 6). Door de wijze van ten laste leggen en de keuze voor het gebruik van de “en/of-constructie’ in de tenlastelegging, gaat het hof uit van een impliciet cumulatieve wijze van ten laste leggen. Het hof is daarmee, nu er geen hoger beroep is ingesteld door het openbaar ministerie, van oordeel dat sprake is van onherroepelijke vrijspraken ten aanzien van de onder 1, 3, 4 en 6 ten laste gelegde feiten voor zover betrekking hebbend op voornoemde aangevers. Door verdachte is het hoger beroep onbeperkt ingesteld. Het hoger beroep van verdachte is dan ook mede gericht tegen voornoemde (deel)vrijspraken. Gelet op wat is bepaald in artikel 404, vijfde lid van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) staat voor verdachte echter geen hoger beroep open tegen deze beslissing van de rechtbank. Het hof zal verdachte daarom nietontvankelijk verklaren in het door hem ingestelde hoger beroep, voor zover dit is gericht tegen voornoemde (deel)vrijspraken. 5 Tenlastelegging Op de zitting bij de rechtbank Midden-Nederland is de tenlastelegging gewijzigd. Aan verdachte is, na deze wijziging en voor zover in hoger beroep nog aan de orde, ten laste gelegd dat: 1. hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 november 2018 tot en met 19 maart 2019 te [plaats] en/of [plaats] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in (een) (gedeelte van een) geautomatiseerd(e) werk(en), te weten de computer(s) en/of server(s) van de ING Bank en/of computersyste(e)m(en) bevattende (een) ING Bank account(s), is/zijn binnengedrongen door het doorbreken van een beveiliging en/of door een technische ingreep en/of met behulp van valse signalen of een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door het (telkens) inloggen met onrechtmatig verkregen inlognamen en/of wachtwoorden en/of andere (inlog)gegevens van accounthouders van de ING Bank , te weten van: - [naam] (ZD1) en/of - [naam] (ZD1) en/of - [naam] (ZD1) en/of - [naam] (ZD1) en/of - [naam] (ZD1) en/of - [naam] (ZD1) en/of - [naam] (ZD1) en/of - [naam] (ZD1) en/of - [naam] (ZD1) en/of - [naam] (ZD1) en/of - [naam] (ZD1) en/of - [aangever 8] (ZD1) en/of - [naam] (ZD2) en/of - [naam] (ZD3) en/of - [naam] (ZD4) en/of - [naam] (ZD5) en/of - [naam] (ZD5) en/of - [naam] (ZD6) en/of - [naam] (ZD6) en/of - [naam] (ZD6) en/of - [naam] (ZD7) en/of - [naam] (ZD7) en/of - [naam] (ZD7) en/of - [naam] (ZD7) en/of - [naam] (ZD7) en/of - [naam] (ZD7) en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid door zich voor te doen als de accounthouder van voornoemde ING Bank accounts; 2. hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 30 november 2018 tot en met 19 maart 2019 te [plaats] en/of [plaats] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (een) technisch(e) hulpmiddel(en) die/dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt en ontworpen was/waren tot het plegen van en misdrijf als bedoeld in artikel 138ab Wetboek van Strafrecht, heeft vervaardigd en/of voorhanden heeft gehad en/of een computerwachtwoord, toegangscode of daarmee vergelijkbaar gegeven waardoor toegang kan worden verkregen tot een geautomatiseerd werk of een deel daarvan, heeft verworden en/of ter beschikking heeft gesteld en/of voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab van het Wetboek van Strafrecht werd gepleegd, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (een) phishingsite(s) en/of software bestemd voor het versturen van valse betalingsverzoeken, voorhanden gehad en/of gebruikt, met de bedoeling om (een) inlogcode('s) en/of inloggegevens en/of klantgegevens af te vangen die toegang geven tot het/de geautomatiseerde (betaal)syste(e)m(en) van een of meerdere bank(en) en/of (vervolgens) die inloggegevens verworven en/of ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad met de bedoeling om daarmee zichzelf of een ander toegang te verschaffen tot het telecommunicatieverkeer en/of het betalingsverkeer zijnde geautomatiseerde werken van de ING Bank en/of zijn/haar/hun klanten; 3. hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 november 2018 tot en met 19 maart 2019 te [plaats] en/of [plaats] , in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de hierna te noemen personen (telkens) heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten de afgifte van de hierna te noemen geldbedrag(en), door - zich voor te doen als bonafide koper(s) op [website] (een internetdienst) en/of - ( daarbij) gebruik te maken van een of meer (valse) identiteit(en) en/of - via [website] contact te zoeken met de hieronder genoemde verkopers van aangeboden goederen en/of - met die verkopers een afspraak te maken om een of meer goederen te kopen en/of - die verkopers te vragen om de/het telefoonnummer en/of adresgegevens en/of bankgegevens en/of - ( vervolgens) die verkopers te vragen 0,01 eurocent, althans enig(e) geldbedrag(en) over te maken en/of - ( daarbij) die verkopers (via WhatsApp) een link naar een of meer valse betalingssite(s) en/of en/of phishingsites te sturen en/of - bij die personen er op aan te dringen het/de geldbedrag(en) over te maken en/of - zich de toegang tot de bankgegevens en/of internetbankierenaccount(s) van die personen te verschaffen en/of - ( vervolgens) tegen die personen te zeggen dat de betaling(en) is/zijn mislukt en/of - ( vervolgens) tegen die personen te zeggen dat hij, verdachte, een overboeking naar de personen zal doen en/of - ( vervolgens) die personen te doen geloven dat een verkeerd, althans (een) (te) hoog geldbedrag(en) aan die personen is overgemaakt en/of - ( vervolgens) die personen te vragen het/de geldbedrag(en) terug te storten, waardoor, - [aangever 8] is bewogen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) van (in totaal) 16.000,- (ZD1) en/of - [naam] is bewogen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) van (in totaal) €4.750,- (ZD2) en/of - [naam] is bewogen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) van (in totaal) €5.007,- (ZD3) en/of - [naam] is bewogen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) van (in totaal) €9.000,- (ZD6) en/of - [naam] is bewogen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) van (in totaal) €4.000,- (ZD7) en/of - [naam] is bewogen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) van (in totaal) €1.001,- (ZD7) en/of - [naam] is bewogen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) van (in totaal) €10.000,- (ZD7) en/of - [naam] is bewogen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) van (in totaal) €10.000,- (ZD7); 4. hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 november 2018 tot en met 19 maart 2019 te [plaats] en/of [plaats] , in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de hieronder genoemde personen te bewegen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten de afgifte van enig(e) geldbedrag(en), - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - zich heeft voorgedaan als bonafide koper(s) op [website] (een internetdienst) en/of - ( daarbij) gebruik heeft gemaakt van een of meer (valse) identiteit(en) en/of - via [website] contact heeft gezocht met de hieronder genoemde personen, zijnde verkopers van aangeboden goederen op [website] en/of - met die personen een afspraak heeft gemaakt om een of meer goederen te kopen en/of - die personen heeft gevraagd om de/het telefoonnummer en/of adresgegevens en/of bankgegevens en/of - ( vervolgens) die personen heeft gevraagd 0,01 eurocent over te maken en/of - ( daarbij) die personen (via WhatsApp) een link naar een of meer valse betalingssite(s) en/of phishingsites heeft gestuurd en/of - ( vervolgens) bij die personen er op heeft aangedrongen 0,01 eurocent over te maken en/of - ( vervolgens) zich de toegang tot de bankgegevens en/of internetbankierenaccount(s) van die personen heeft verschaft en/of heeft getracht te verschaffen, te weten van: - [naam] (ZD1) en/of - [naam] (ZD1) en/of - [naam] (ZD1) en/of - [naam] (ZD1) en/of - [naam] (ZD1) en/of - [naam] (ZD1) en/of - [naam] (ZD1) en/of - [naam] (ZD1) en/of - [aangever 1] (ZD1) en/of - [naam] (ZD1) en/of - [naam] (ZD1) en/of - [naam] (ZD1) en/of - [naam] (ZD1) en/of - [naam] (ZD5) en/of - [naam] (ZD6) en/of - [naam] (ZD7), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 5. hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 november 2018 tot en met 19 maart 2019 te [plaats] en/of [plaats] , in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de hieronder genoemde personen te bewegen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten de afgifte van enig(e) geldbedrag(en), - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - zich heeft/hebben voorgedaan als bonafide koper(s) op [website] (een internetdienst) en/of - ( daarbij) gebruik heeft/hebben gemaakt van een of meer (valse) identiteit(en) en/of - via [website] contact heeft/hebben gezocht met de hieronder genoemde personen, zijnde verkopers van aangeboden goederen op [website] en/of - met die personen een afspraak heeft/hebben gemaakt om een of meer goederen te kopen en/of - die personen heeft/hebben gevraagd om de/het telefoonnummer en/of adresgegevens en/of bankgegevens en/of - ( vervolgens) die personen heeft/hebben gevraagd 0,01 eurocent over te maken en/of - ( daarbij) die personen (via WhatsApp) een link naar een of meer valse betalingssite(s) en/of phishingsites heeft/hebben gestuurd en/of - ( vervolgens) bij die personen er op heeft/hebben aangedrongen 0,01 eurocent over te maken en/of - ( vervolgens) zich de toegang tot de bankgegevens van die personen heeft/hebben verschaft en/of - ( vervolgens) tegen die personen te zeggen dat de betaling(en) is/zijn mislukt en/of - ( vervolgens) tegen die personen te zeggen dat hij, verdachte, een overboeking naar de personen zal doen en/of - (vervolgens) die personen te doen geloven dat een verkeerd, althans (een) (te) hoog geldbedrag(en) aan die personen is overgemaakt en/of - ( vervolgens) die personen te vragen het/de geldbedrag(en) terug te storten, te weten van: - [aangever 2] en/of [naam] (ZD4) en/of - [naam] (ZD5) en/of - [naam] (ZD6) en/of - [naam] (ZD7), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 6. hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 november 2018 tot en met 19 maart 2019 te [plaats] en/of [plaats] , in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door geweld en/of bedreiging met geweld de hieronder genoemde personen te dwingen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die hieronder genoemde personen toebehoorde de hieronder genoemde personen één of meer WhatsApp-berichten heeft/hebben gestuurd en/of telefonisch heeft/hebben benaderd dat de hieronder genoemde personen enig(e) gelbedrag(en) moesten overmaken en/of (daarbij) dreigend de tekst en/of de woorden heeft/hebben toegevoegd: - aan [aangever 7] (ZD1): “Wij zijn een groepje van 4 die zwaar geweld gebruiken bij mensen met vermogen. We hebben altijd 2 opties: 1. Meewerken. Geen probleem 2. Niet meewerken. Dat zorgt voor problemen. Bont en Blauw tot aan brandstichting toe” en/of - aan [naam] (ZD1): “Wij komen vandaag nog langs“ en/of (daarbij) het adres van die [naam] en/of (daarbij) een filmpje van een vuurwapen dat wordt afgevuurd toe te voegen en/of - aan [naam] (ZD1): “Wij zijn een groepje van 4 die op zoek zijn naar rijke dames. Krijgen we geen geld verkrachten we ze. We hebben je adres al“ en/of “Wapen is geladen en onze jongens hebben zin om 'm diep erin te stoppen“ en/of (daarbij) een filmpje van een vuurwapen dat wordt afgevuurd toe te voegen en/of - aan [naam] (ZD1): “Wij komen langs ik zweer je we schieten alles kapot“ en/of “Je hoort het wel handgranaten en kogelringen op zaken en [plaats] “ en/of “hij is doorgeladen“ en/of (daarbij) een filmpje van een vuurwapen dat wordt afgevuurd toe te voegen en/of - aan [naam] (ZD1): “Hé man, kijk, werk aub mee ik heb je gegevens al. Bank bellen heeft geen nut ik kom langs. Zodra je niet reageert kom ik langs“ en/of (daarbij) een filmpje van een vuurwapen dat wordt afgevuurd toe te voegen en/of - aan [naam] (ZD1): “Ik kom zo langs en gooi een granaat naar binnen vriend“ en/of “We zijn onderweg hè“ en/of “Molotov cocktails hebben we in de auto liggen alles“ en/of “Jullie gaan eraan“ en/of - aan [aangever 1] (ZD1): “Ik heb toch al je gegevens al“ en/of “Je hoort vaak genoeg verhalen over jongens die langs gaan bij oudere mensen die worden helemaal in elkaar geslagen“ en/of “We komen straks naar je toe“ en/of “Kies je geld of je gezondheid“ en/of “hij ligt klaar“ en/of daarbij een foto van een pistool toe te voegen en/of - aan [naam] (ZD1): “We komen bij je langs vriend“ en/of (daarbij) een filmpje van een vuurwapen dat wordt afgevuurd toe te voegen en/of - aan [naam] (ZD1): “Wij zijn een groepje van 4. We hebben jou adres en gegevens“ en/of “We komen langs krassen en deuken in de auto en je gezin wat aan laten doen“ en/of “Wij zijn jongens die schieten en granaten achterlaten bij je woning“ - aan [naam] (ZD1): “Ik gooi een kanker Molotov cocktail“ en/of “Oké ik stuur me jongens zo nog een keer“ en/of “Let maar op, er komen een aantal handgranaten door je tering raam binnen vliegen“ en/of - aan [naam] (ZD5): “Ik steek je huis in de fik en/of ik steek jou kapot en/of ik kom van het kamp en/of ik steek jouw hond kapot en/of ik steek je vrouw neer, ik maak heel jouw familie kapot“ en/of (daarbij) het adres van die [aangever 11] te noemen en/of - aan [naam] (ZD6): “Ik heb net geld aan de maffia gegeven, ze komen je kop eraf schieten!“ en/of (daarbij) de adres- en/of persoonsgegevens van die [naam] toe te voegen en/of - aan [naam] (ZD6): “Ik kom jou en je vriendin keel opensnijden vriend“ en/of “We gebruiken zware wapens“ en/of (daarbij) de adresgegevens van die [naam] toe te voegen, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 7. hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 november 2018 tot en met 19 maart 2019 te [plaats] en/of [plaats] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) de hierna te noemen personen heeft bedreigd met - verkrachting, en/of - feitelijke aanranding van de eerbaarheid, en/of - enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of - zware mishandeling, en/of - brandstichting, door die personen via WhatsApp en/of telefonisch dreigend de woorden toe te voegen: - aan [naam] (ZD1): dat hij €10.000,- op het hoofd van die [naam] zou zetten als hij naar de politie zou gaan om aangifte te doen en/of - aan [naam] (ZD1): “mijn vrienden zeiden dat ze even langs wouden bij jou“ en/of zij zijn niet de liefste“ en/of “Ze komen je halen... sorry man“ en/of (daarbij) een filmpje van een vuurwapen dat wordt afgevuurd toe te voegen en/of - aan [aangever 2] (ZD4): “Als je dat doet, kom ik jullie huis in brand steken“ en/of “Ik zie nu zwart voor me ogen en dan ga ik gekke dingen doen“ en/of - aan [naam] en/of haar echtgenoot (ZD7): “Ik ga jouw vrouw verkrachten en/of “Ik neuk jou vrouw“ en/of - aan [naam] (ZD7): “Als je ING belt ik heb je adres he, ik kom langs dan ga ik die 1500 euro gebruiken voor handgranaten“; 8. hij op of omstreeks 03 december 2018 te [plaats] en/of [plaats] , in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [naam] (ZD1) heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten de afgifte van € 1000,-, althans enig(e) geldbedrag(en), door - zich voor te doen als bonafide koper(s) op [website] (een internetdienst) en/of - ( daarbij) gebruik te maken van een of meer (valse) identiteit(en) en/of - via [website] contact te zoeken met die [naam] over een aangeboden goed en/of - met die [naam] een afspraak te maken om het goed te kopen en/of - die [naam] te vragen om de/het telefoonnummer en/of bankgegevens en/of - ( vervolgens) die [naam] te vragen 0,01 eurocent, althans enig(e) geldbedrag(en) over te maken en/of - ( daarbij) die [naam] (via WhatsApp) een link naar een valse betalingssite en/of phishingsite te sturen en/of - ( vervolgens) die [naam] om een tancode en/of bankpasgegevens en/of geboortedatum te vragen en/of - ( vervolgens) € 1000,- van de bankrekening van die [naam] over te boeken; 9. hij op of omstreeks 3 december 2018 te [plaats] en/of [plaats] , in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, enig(e) geldbedrag(en) van (in totaal) €1000,-, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [naam] (ZD1), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel(s), te weten met oplichting verkregen - bankpasgegevens en/of - gebruikersnaam en/of wachtwoord voor het inloggen op internetbankieren, in elk geval (een) sleutel(s) tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. 6 Bewijsoverweging 6.1. Standpunt van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 tot en met 9 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. 6.2. Standpunt van de verdediging 6.2.1. Bewijsuitsluitingsverweer De raadsvrouw heeft allereerst aangevoerd dat de officier van justitie de historische verkeersgegevens ten aanzien van een telefoonnummer dat op naam stond van verdachte op onrechtmatige wijze heeft verkregen. Die verkeersgegevens zijn verkregen op basis van een vordering als bedoeld in artikel 126n Sv. Dit terwijl uit het dossier niet blijkt van een voldoende concrete verdenking die een dergelijke vordering rechtvaardigt of een van een onafhankelijke voorafgaande beoordeling van de noodzaak en proportionaliteit van de uiteindelijke gegevensverstrekking. Hiermee voldeed de vordering niet aan de wettelijke vereisten. Een en ander levert een vormverzuim in het voorbereidend onderzoek op dat op grond van artikel 359a Sv dient te leiden tot bewijsuitsluiting van het aldus (direct of indirect) verkregen bewijsmateriaal. Voor zover het hof niet over zal gaan tot bewijsuitsluiting dient strafvermindering te volgen. 6.2.2. Algemene verweren De raadsvrouw heeft zich verder, in meer algemene zin ten aanzien van de gehele tenlastelegging, op het standpunt gesteld dat een tenaamstelling, IMEI-koppeling of zendmastregistratie niet zonder meer bewijst welke persoon het desbetreffende toestel op een bepaald moment feitelijk heeft gebruikt. Een en ander dient ertoe te leiden dat verdachte vrijgesproken dient te worden van (onderdelen van) de gehele tenlastelegging voor zover niet vastgesteld kan worden dat verdachte daadwerkelijk degene is geweest die op een bepaald tijdstip een bepaald telefoonnummer heeft gebruikt en daarmee specifieke gedragingen heeft verricht tegenover een bepaalde aangever. Verder heeft de raadsvrouw ten aanzien van het medeplegen zoals onder 1 tot en met 5, 8 en 9 ten laste is gelegd, gesteld dat het enkele feit dat verdachte software heeft ontvangen of heeft gebruikt niet zonder meer bewijst dat hij medepleger is van voornoemde feiten. Verdachte dient dan ook van (onderdelen van) deze feiten vrijgesproken te worden voor zover niet per aangever vastgesteld kan worden dat verdachtes bijdrage bij dat bepaalde feit van voldoende gewicht is geweest om van medeplegen te kunnen spreken. Meer specifiek heeft de raadsvrouw per feit aanvullend het navolgende aangevoerd. 6.2.3. Overige verweren per feit Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw aangevoerd dat verdachte in ieder geval van dit feit vrijgesproken dient te worden voor zover betrekking hebbend op aangeefster [naam] . Uit het dossier is ten aanzien van deze aangeefster gebleken dat de verzonden link aanvankelijk een foutmelding gaf. Niet is gebleken van een overboeking of van vervolgcontact hierna. Ook dient verdachte vrijgesproken te worden van de overige aangevers voor zover slechts sprake is geweest van een poging om gegevens te verkrijgen. In dat geval kan een voltooide computervredebreuk namelijk niet worden bewezen. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw gesteld dat verdachte vrijgesproken dient te worden van dit feit voor zover inhoudende het voorhanden hebben van de desbetreffende phishingwebsites. Op basis van het dossier is immers niet vast te stellen dat verdachte beschikkingsmacht heeft gehad over de desbetreffende sites. Het gebruiken ervan is niet met het voorhanden hebben ervan gelijk te stellen. Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw gesteld dat verdachte vrijgesproken dient te worden van dit feit voor zover het gaat om aangevers [aangever 8] , [aangever 9] en [aangever 10] . Ten aanzien van aangever [aangever 8] heeft de raadsvrouw hiertoe aangevoerd dat de transactie om het geldbedrag van € 16.025,00 van de rekening van aangever [aangever 8] af te boeken door ING is geblokkeerd en teruggedraaid. Hierdoor kan niet vastgesteld worden dat verdachte en/of zijn mede(daders) beschikkingsmacht hebben gekregen over het betreffende geldbedrag. Een en ander maakt dat geen sprake is geweest van een voltooide oplichting. Ten aanzien van aangeefsters [aangever 9] en [aangever 10] heeft de raadsvrouw aangevoerd dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten biedt voor de koppeling tussen de oplichting van deze aangeefsters (en de wijze waarop dit is gebeurd) en verdachte. Ten aanzien van het onder 4 en 5 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw gesteld dat verdachte vrijgesproken dient te worden van dit feit voor zover er, kort gezegd, per aangever, geen sprake is geweest van een voltooide poging tot oplichting. Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw gesteld dat verdachte vrijgesproken dient te worden van dit feit voor zover per aangever geen sprake is geweest van een bedreiging en/of het oogmerk om door die bedreiging een concreet geldbedrag of goed van de desbetreffende aangever te verkrijgen. Meer specifiek geldt voor aangever [naam] dat de uitingen niet tegen hemzelf, maar tegen “ [naam] ” waren gericht. Met betrekking tot aangever [aangever 11] geldt dat ondersteunend bewijs, naast de aangifte, in het dossier ontbreekt. Ten aanzien van het onder 7 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw gesteld dat verdachte van dit feit vrijgesproken dient te worden nu niet vastgesteld kan worden dat verdachte de desbetreffende bedreigende uitingen heeft uitgesproken of daaraan als medepleger heeft deelgenomen. 6.3. Oordeel van het hof 6.3.1. Inleiding Vanaf begin december 2018 werden meerdere aangiftes opgenomen door de politie ter zake van computervredebreuk, (poging tot) oplichting, bedreiging en/of afpersing. Hierbij viel op dat er veel overeenkomsten zichtbaar waren ten aanzien van de modus operandi van deze feiten. Uit de aangiftes kwam naar voren dat de modus operandi (gebruikte werkwijze) er kort gezegd uit bestond dat een koper de aangever benaderde via [website] of via het telefoonnummer van de aangever dat de koper via [website] had verkregen. De koper liet de aangever, meestal via WhatsApp, weten dat hij het door de aangever aangeboden goed op Markplaats wilde kopen. De koper vroeg de aangever vervolgens om € 0,01 over te maken via een door hem toegestuurde betaallink en zei daarbij dat hij er op die manier zeker van kon zijn dat de aangever te vertrouwen was en hij niet opgelicht zou worden. Wanneer de aangevers de betaallink openden, zagen zij een website die qua uiterlijk overeenkwam met de website van hun eigen bank. De aangever vulde vervolgens enkele persoonlijke gegevens in om deze € 0,01 over te maken. Deze gegevens konden bestaan uit de gebruikersnaam en het wachtwoord van hun bankrekening, het bankpasnummer en de vervaldatum van de bankpas. Deze website sloeg vervolgens de gegevens op, waarna de koper of een derde kon inloggen op de bankrekening van de aangever en transacties kon uitvoeren. In enkele gevallen werd een geldbedrag overgemaakt naar de bankrekening van een derde (een moneymule ) en in diverse andere gevallen verplaatste de koper een geldbedrag van de spaarrekening van de aangever naar diens betaalrekening. Hierbij werd gedaan alsof de koper een geldbedrag van zijn eigen rekening had overgemaakt naar de rekening van de aangever. In dit geval vertelde de koper de aangever dat hij per ongeluk een te groot geldbedrag had overgemaakt, waarna hij de aangever vroeg om het te veel overgemaakte geld terug te storten. Als de aangever voldeed aan dit verzoek, maakte de aangever in werkelijkheid zijn of haar eigen spaargeld over naar de koper. Bij een deel van de aangevers is de voornoemde methode niet voltooid. Deze aangevers kregen op verschillende momenten in dit proces argwaan, werden door hun bank benaderd en gewaarschuwd voor verdachte transacties of wilden om andere redenen niet meer meewerken met de koper. Zodra de koper dit besefte, werd zijn communicatie vaak agressief jegens deze aangevers en probeerde hij ze onder bedreiging van geweld te dwingen mee te werken of een geldbedrag af te staan. Niet alleen de modus operandi is ten aanzien van het merendeel van de aangevers hetzelfde, ook de telefoonnummers en namen die door de koper(s) zijn gebruikt, komen meerdere malen voor ten aanzien van verschillende aangevers. De aangevers die in de tenlastelegging staan opgesomd, zijn benaderd door de koper(s) met de volgende namen en/of onder meer de volgende telefoonnummers. Namen: [naam] ; [naam] ; [naam] ; [naam] ; [naam] ; [naam] ; [naam] ; [naam] ; [naam] ; [naam] ; [naam] ; [naam] ; [naam] ; [naam] ; [naam] ; [naam] ; [naam] . Telefoonnummers: [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ); [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ); [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ); [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ); [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ); [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ); [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ); [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ); [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ); [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ); [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ); [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ); [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ); [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ); [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ); [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ); [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ); [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ); [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ); [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ); [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ). In paragraaf 6.3.2 zal het hof allereerst ingaan op het bewijsuitsluitingsverweer van de raadsvrouw. Vervolgens zal het hof de bewijsmiddelen uiteenzetten in paragraaf 6.3.3. Gelet op het feit dat de aangevers zijn benaderd door (een) perso(o)n(en) die zich voorde(e)d(en) als (een) koper(s) met dezelfde telefoonnummers en/of namen, zal het hof hierbij in sub-paragraaf 6.3.3.1 allereerst de bewijsmiddelen weergeven ten aanzien van voornoemde namen en/of telefoonnummers. Aangezien het per aangever varieert welke feiten aan verdachte ten laste zijn gelegd, zal het hof daarna in sub-paragraaf 6.3.3.2, per aangever de bewijsmiddelen weergeven in chronologische volgorde. In sub-paragraaf 6.3.3.3 komen de bewijsmiddelen met betrekking tot de rol die verdachte en zijn mededader(s) hebben gespeeld bij de ten laste gelegde feiten. Tot slot geeft het hof in de sub-paragrafen van paragraaf 6.4 aanvullend een bewijsoverweging per feit. 6.3.2. Bewijsuitsluitingsverweer “ In het belang van het onderzoek” Ten aanzien van het door de raadsvrouw gedane bewijsuitsluitingsverweer stelt het hof voorop dat voor de vraag of een vordering op grond van artikel 126n Sv rechtmatig is afgegeven, blijkens de wettekst van het artikel, onder meer vereist is dat er sprake is van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid Sv en dat de afgifte ervan “in het belang van het onderzoek” is geweest. Uit de vordering op grond van artikel 126n Sv en het proces-verbaal van verdenking is gebleken dat het telefoonnummer * [telefoonnummer] , zijnde een abonnement dat op naam van verdachte stond, in de ten laste gelegde periode regelmatig contact heeft gehad met het telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ), waarvan op het moment van de vordering het vermoeden bestond dat het in gebruik was bij medeverdachte [medeverdachte 1] , tegen wie op dat moment een verdenking was gerezen voor oplichting (zijnde een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, onder a Sv). Verder bleek uit het politiesysteem dat verdachte al eerder in beeld was gekomen voor oplichtingen via [website] . Een en ander levert naar het oordeel van hof voldoende op om de vordering op grond van artikel 126n Sv met betrekking tot het telefoonnummer van verdachte, in het belang van het lopende onderzoek, te rechtvaardigen. Voor zover de raadsvrouw heeft gesteld dat een andere toetsingsmaatstraf in dit kader dient te worden toegepast, vindt dit standpunt geen steun in het recht. Voorafgaande rechterlijke toetsing Verder geldt dat, de Hoge Raad naar aanleiding van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (in het bijzonder de uitspraak in de zaak Prokuratuur), op 5 april 2022 heeft bepaald dat in verband met de daarmee gepaard gaande inbreuk in de persoonlijke levenssfeer van een verdachte, voorafgaande rechterlijke toetsing door de rechter-commissaris is vereist, voordat de officier van justitie een vordering op grond van artikel 126n Sv kan doen. In onderhavige strafzaak is van een dergelijke voorafgaande toetsing geen sprake geweest. Een en ander leidt ertoe dat het hof van oordeel is dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek in de zin van artikel 359a Sv. De vraag is of aan dit vormverzuim een rechtsgevolg moet worden verbonden en, zo ja, welk rechtsgevolg. Hierbij zal het hof rekening houden met het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het daardoor veroorzaakte nadeel. Het belang van het geschonden voorschrift De vereiste rechterlijke machtiging beoogt een ongeoorloofde inbreuk te voorkomen op het in de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: het Handvest) gewaarborgde recht op eerbiediging van (onder andere) iemands privéleven en communicatie en op bescherming van iemands persoonsgegevens. Dit zijn zwaarwegende belangen. De toegang tot historische verkeersgegevens kan namelijk, via de contacten die de gebruiker van het telefoonnummer heeft en de locaties waar hij zich bevindt ten tijde van het tot stand brengen van die contacten, leiden tot een nauwkeurig beeld over het privéleven van de gebruiker. De ernst van het verzuim en het daardoor veroorzaakte nadeel voor verdachte De Hoge Raad heeft overwogen dat de omstandigheid dat de officier van justitie een vordering heeft gedaan tot het verstrekken van verkeers- of locatiegegevens (anders dan uitsluitend identificerende gegevens), zonder dat tevoren een machtiging van de rechter-commissaris is verkregen, terwijl die machtiging wel was vereist, als zodanig geen grond oplevert voor bewijsuitsluiting. Reeds hierom is bewijsuitsluiting niet aan de orde. De vraag waarvoor het hof zich dan gesteld ziet, is of strafvermindering moet worden toegepast. Toepassing van dit rechtsgevolg komt slechts in aanmerking indien een verdachte door het vormverzuim daadwerkelijk nadeel heeft ondervonden en wanneer strafvermindering ook in het licht van het belang van het geschonden voorschrift en de ernst van het verzuim gerechtvaardigd is. Daarbij geldt dat aanleiding kan bestaan voor strafvermindering wanneer, zoals in onderhavige zaak, de officier van justitie een vordering heeft gedaan op grond van artikel 126n Sv zonder dat van tevoren een machtiging van de rechter-commissaris is verkregen en door het doen van die vordering bewijs is verkregen ten laste van de verdachte. De vraag of, en de mate waarin, de persoonlijke levenssfeer van de verdachte is geschonden, is daarbij mede bepalend voor de ernst van het verzuim en het door het verzuim daadwerkelijk geleden nadeel. Voor de toepassing van strafvermindering moet het gaan om een voldoende ernstig vormverzuim dat concreet de belangen van een verdachte in een strafzaak heeft aangetast. Als door het vormverzuim in niet meer dan geringe mate inbreuk is gemaakt op het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, kan de rechter volstaan met de enkele constatering van dat vormverzuim. Binnen dit kader geldt dat uit verdachtes eigen verklaring op de zitting van het hof, zoals hieronder in sub-paragraaf 6.2.3 weergegeven, blijkt dat hij niet de enige is geweest die gebruik heeft gemaakt van het hier betreffende telefoonnummer, maar dat zijn mededaders dit ook deden. Verder geldt dat het onderzoek zich, blijkens het proces-verbaal dat over de verkregen historische verkeersgegevens is opgemaakt , feitelijk heeft beperkt tot de periode van 17 oktober 2018 tot en met 17 januari 2019 (drie maanden). Een en ander leidt ertoe dat uit het dossier niet blijkt dat de verkregen informatie een min of meer volledig beeld heeft gegeven van de persoonlijke levenssfeer van verdachte. Bij deze stand van zaken had van de verdediging mogen worden verwacht te concretiseren waaruit de schade voor de persoonlijke levenssfeer van verdachte precies zou moeten hebben bestaan. De door de verdediging gedane algemene stelling dat sprake zou zijn geweest van een inbreuk op verdachtes persoonlijke levenssfeer volstaat hier niet. Daarnaast geldt in dit verband dat verdachte niet in een nadeliger positie is geraakt door het vormverzuim. Er moet immers van worden uitgegaan dat de rechter-commissaris de machtiging voor de vordering, onder de hiervoor genoemde omstandigheden, had afgegeven, als hierom door de officier van justitie was verzocht. Het hof ziet dan ook geen aanleiding om strafvermindering toe te passen en volstaat met de enkele constatering van het vormverzuim, zonder daaraan een rechtsgevolg te verbinden. 6.3.3. Bewijsmiddelen 6.3.3.1. De telefoonnummers * [telefoonnummer] , * [telefoonnummer] , * [telefoonnummer] , * [telefoonnummer] , * [telefoonnummer] , * [telefoonnummer] , * [telefoonnummer] , * [telefoonnummer] , * [telefoonnummer] , * [telefoonnummer] , * [telefoonnummer] , * [telefoonnummer] en * [telefoonnummer] * [telefoonnummer] Telefoonnummer * [telefoonnummer] is een abonneenummer van [telefoonprovider] , op naam van [naam] , wonende op de [adres] te [plaats] . Uit een historische bevraging van dit telefoonnummer bleek voorts dat dit telefoonnummer tussen 17 oktober 2018 en 17 januari 2019 1.358 contactmomenten heeft gehad, waarbij een toestel met IMEI-nummer [nummer] (het hof begrijpt, gelet op de rest van het dossier: [nummer] ) (hierna: * [nummer] ) is gebruikt. Verder belde de gebruiker van * [telefoonnummer] op 28 januari 2019, 7 februari 2019 en 22 februari 2019, waarbij hij zichzelf [naam] noemde of door de andere persoon [naam] werd genoemd. Hierbij is het nummer * [telefoonnummer] gebruikt in het toestel met IMEI-nummer [nummer] (hierna: * [nummer] ). Ten slotte verklaarde medeverdachte [medeverdachte 1] op 1 april 2019 dat het aan hem getoonde telefoonnummer dat eindigt op ‘ [nummer] ’ in zijn telefoon staat als ‘M’ en dat dit [naam] betreft. * [telefoonnummer] en * [telefoonnummer] Tussen 30 november 2018 en 11 december 2018 werden in chronologische volgorde de aangevers [aangever 1] , [naam] , [naam] , [aangever 7] , [naam] , [naam] , [naam] , [naam] en [naam] via [website] en/of WhatsApp benaderd door een persoon die zich [naam] of [naam] noemde en daarbij op WhatsApp telefoonnummer * [telefoonnummer] gebruikte. Uit een historische bevraging van telefoonnummer * [telefoonnummer] bleek dat dit nummer tussen 1 oktober 2018 en 31 december 2018 400 keer actief is geweest, waarvan het 328 keer aanstraalde op zendmasten in [plaats] . De zendmast die het meest werd aangestraald in deze periode was gelokaliseerd op [adres] te [plaats] en het IMEI-nummer dat hierbij hoorde was [nummer] (hierna: * [nummer] ). [adres] te [plaats] bevindt zich op 290 meter loopafstand van het woonadres van verdachte. Voorts is gebleken dat telefoonnummer * [telefoonnummer] op 3 december 2018 is opgewaardeerd middels een voucher die was besteld middels een iDeal-betaling van [naam] met [adres] . Van 12 december 2018 tot en met 20 december 2018 werden in chronologische volgorde de aangevers [benadeelde partij] , [naam] , [aangever 6] , [naam] , [naam] , [naam] , [naam] , [naam] , [naam] en [aangever 8] via [website] en/of WhatsApp benaderd door een persoon die zich [naam] , [naam] , [naam] of (alleen bij aangever [aangever 8] ) [naam] noemde en daarbij op WhatsApp telefoonnummer * [telefoonnummer] gebruikte. Uit een historische bevraging van telefoonnummer * [telefoonnummer] bleek dat dit nummer tussen 12 december 2018 en 27 december 2018 1.285 keer actief is geweest, waarbij dit nummer ook gebruikmaakte van IMEI-nummer * [nummer] en het vaakst aanstraalde op de zendmast van [adres] te [plaats] . * [telefoonnummer] Op 13 januari 2019 en 14 januari 2019 werden aangevers [naam] en [aangever 9] via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [naam] of [naam] noemde en daarbij telefoonnummer * [telefoonnummer] gebruikte. Aangever [naam] werd op 16 januari 2019 via WhatsApp benaderd door een persoon die hetzelfde telefoonnummer gebruikte. Uit een historische bevraging van telefoonnummer * [telefoonnummer] bleek dat het nummer tussen 12 januari 2019 en 17 januari 2019 ook gebruikmaakte van IMEI-nummer * [nummer] en het vaakst aanstraalde op de zendmast van [adres] te [plaats] . Deze zendmast werd ook aangestraald op 13 januari 2019, toen de gebruiker van dit telefoonnummer een telefoongesprek voerde met aangeefster [naam] . Ten slotte is uit het onderzoek naar de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 1] gebleken dat het telefoonnummer * [telefoonnummer] , net als telefoonnummer * [telefoonnummer] , in diens telefoon staat opgeslagen onder contact ‘M’. * [telefoonnummer] Op 18 januari 2019 en 19 januari 2019 werd aangeefster [aangever 10] via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [naam] noemde en daarbij telefoonnummer * [telefoonnummer] gebruikte. Uit een historische bevraging van telefoonnummer * [telefoonnummer] bleek dat dit nummer tussen 15 december 2018 en 5 februari 2019 ook gebruikmaakte van IMEI-nummer * [nummer] . * [telefoonnummer] Op 6 februari 2019 werd de echtgenoot van aangeefster [naam] via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [naam] noemde en daarbij telefoonnummer * [telefoonnummer] gebruikte. Uit onderzoek naar het toestel met IMEI-nummer * [nummer] kwam naar voren dat telefoonnummer * [telefoonnummer] in dat toestel werd gebruikt. Verder is uit historische gegevens van IMEI-nummer * [nummer] naar voren gekomen dat telefoonnummer * [telefoonnummer] op 7 februari 2019 in dit toestel werd gebruikt op het moment dat aangeefster [naam] werd gebeld. Op dat moment straalde dit toestel een zendmast aan van [adres] te [plaats] en noemde de beller zich [naam] . * [telefoonnummer] Op 11 februari 2019 werd aangever [aangever 11] telefonisch en via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [naam] noemde en daarbij telefoonnummer * [telefoonnummer] gebruikte. Uit onderzoek naar het toestel met IMEI-nummer * [nummer] kwam naar voren dat telefoonnummer * [telefoonnummer] in dat toestel werd gebruikt. Voorts is uit de historische gegevens van IMEI-nummer * [nummer] gebleken dat dit toestel met telefoonnummer * [telefoonnummer] op het moment dat aangever [aangever 11] werd benaderd, een zendmast aanstraalde aan de [adres] te [plaats] . * [telefoonnummer] Op 17 februari 2019 werd aangeefster [naam] via WhatsApp benaderd door een persoon die gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer] . Uit onderzoek naar het toestel met IMEI-nummer * [nummer] bleek dat telefoonnummer * [telefoonnummer] in dat toestel werd gebruikt. Voorts is uit de historische gegevens van IMEI-nummer * [nummer] gebleken dat dit toestel met telefoonnummer * [telefoonnummer] , op het moment dat aangeefster [naam] werd benaderd, een zendmast aanstraalde aan [adres] te [plaats] . * [telefoonnummer] Op 19 februari 2019 en 20 februari 2019 werden aangevers [naam] , [naam] en [naam] via WhatsApp benaderd door een persoon die zich respectievelijk [naam] , [naam] en [naam] noemde en daarbij gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer] . Uit onderzoek naar het toestel met IMEI-nummer * [nummer] bleek dat telefoonnummer * [telefoonnummer] in dat toestel werd gebruikt. Voorts is uit de historische gegevens van IMEI-nummer * [nummer] gebleken dat dit toestel met telefoonnummer * [telefoonnummer] , op het moment dat aangevers [naam] , [naam] en [naam] werden benaderd, zendmasten aanstraalden op de locaties [adres] ( [naam] ), [adres] ( [naam] ) en [adres] ( [naam] ) te [plaats] . * [telefoonnummer] en * [telefoonnummer] Op 16 februari 2019 werd aangever [naam] telefonisch en via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [naam] noemde en daarbij gebruikmaakte van telefoonnummers * [telefoonnummer] en * [telefoonnummer] . Uit onderzoek naar het toestel met IMEI-nummer * [nummer] is gebleken dat telefoonnummer * [telefoonnummer] in dit toestel werd gebruikt. Uit de historische gegevens van IMEI-nummer * [nummer] is naar voren gekomen dat dit toestel met telefoonnummer * [telefoonnummer] op het moment dat aangever [naam] werd benaderd, een zendmast aanstraalde van [adres] te [plaats] . Daarnaast is uit de historische gegevens van IMEI-nummer * [nummer] gebleken dat dit toestel met telefoonnummer * [telefoonnummer] rond hetzelfde tijdstip een zendmast op de locatie [adres] te [plaats] aanstraalde en werd gebeld door het nummer * [telefoonnummer] . * [telefoonnummer] Op 21 februari 2019 werd aangever Advocaat via WhatsApp benaderd door een persoon die gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer] . Op 24 februari 2019 werd aangeefster [aangever 2] gebeld en ge-sms’t door een persoon die zich [naam] noemde en gebruikmaakte van hetzelfde telefoonnummer. Uit onderzoek naar het toestel met IMEI-nummer * [nummer] is gebleken dat telefoonnummer * [telefoonnummer] in dit toestel werd gebruikt. Uit de historische gegevens van IMEI-nummer * [nummer] is gebleken dat dit toestel met telefoonnummer * [telefoonnummer] op 21 februari 2019 een zendmast aanstraalde op de locatie [adres] te [plaats] en op 24 februari 2019, omstreeks het tijdstip dat [aangever 2] werd benaderd, een zendmast aanstraalde op een aantal locaties in [plaats] , waaronder [adres] . Ten slotte is het uit onderzoek naar de bij verdachte [medeverdachte 1] in beslag genomen iPhone 8 gebleken dat medeverdachte [medeverdachte 1] op 24 februari 2019 rond hetzelfde tijdstip een gesprek voerde met een persoon die als [naam] opgeslagen staat onder een ander telefoonnummer waar [aangever 2] eerder mee werd benaderd en tegen wie medeverdachte [medeverdachte 1] , kort voordat telefoonnummer * [telefoonnummer] contact legde met [aangever 2] , zei “Of moet ik die [plaats] laten bellen”. * [telefoonnummer] Op 28 februari 2019 werd aangeefster [naam] gebeld door een persoon die zich [naam] noemde en daarbij gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer] . Uit onderzoek naar het toestel met IMEI-nummer * [nummer] is gebleken dat telefoonnummer * [telefoonnummer] in dit toestel werd gebruikt. Uit de historische gegevens van IMEI-nummer * [nummer] is gebleken dat dit toestel met telefoonnummer * [telefoonnummer] op het moment dat aangeefster [naam] werd gebeld een zendmast aanstraalde op de locatie [adres] te [plaats] . 6.3.3.2. De aangevers [aangever 1] Op 30 november 2018 kreeg [aangever 1] via WhatsApp een bericht van een persoon die zich [naam] noemde en haar benaderde via telefoonnummer * [telefoonnummer] . [naam] was geïnteresseerd in een door de aangeefster op [website] aangeboden goed en hij vroeg de aangeefster om € 0,01 over te maken via de [website] . [aangever 1] heeft vervolgens enkele gegevens ingevuld. Vanaf 17:17 uur stuurt [naam] het volgende: “Ik heb je adres nu, En ik heb je gegevens! Je ING naam is [naam] , Je wachtwoord is [naam] , Ik ga je hele rekening leeg plunderen, Als je niet mee werkt, [geboortedatum] , Dat is je geboortedatum. Haal ik je hele rekening leeg, Dus werk mee! Ik heb toch al je gegevens al. Je hoort vaak genoeg verhalen over jongens die langs gaan bij oudere mensen die worden helemaal in elkaar geslagen. We komen straks naar je toe. Kies je geld of je gezondheid. Hij ligt klaar”. [aangever 1] verklaarde dat [naam] een foto van een pistool stuurde. [naam] Op 3 december 2018 kreeg [naam] via WhatsApp een bericht van een persoon die zich [naam] noemde en haar benaderde via telefoonnummer * [telefoonnummer] . [naam] was geïnteresseerd in een door de aangeefster op [website] aangeboden goed. [naam] vraagt het rekeningnummer van aangeefster. Nadat zij dat had doorgegeven, vroeg hij de aangeefster € 0,01 over te maken via de website [naam] Aangeefster heeft deze link geopend. Zij kwam op een site van ING , die later nep bleek te zijn. Hierin moest zij haar pasnummer, vervaldatum en geboortedatum opgeven. Een uur later werd zij gebeld door iemand van de ING Bank die haar mededeelde dat er verdachte activiteiten hadden plaats gevonden op de bankrekening. Daarna zag aangeefster dat er een overboeking van € 1.000,00 had plaatsgevonden naar rekeningnummer [nummer] op naam van [naam] . [naam] Op 3 en 4 december 2018 kreeg [naam] via WhatsApp een bericht van een persoon die gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer] . Deze persoon was geïnteresseerd in een door de aangever op [website] aangeboden goed en hij vroeg de aangever € 0,01 over te maken via de website [naam] . [naam] verklaarde dat hij in een voor hem normaal ogende betaalomgeving van iDeal terechtkwam, dat hij moest inloggen op zijn internetbankierenaccount van ING en dat hij een akkoord had gegeven. Ongeveer 2 uur later werd hij door iemand van ING gebeld die hem mededeelde dat er een verdachte overboeking van € 1.500,00 had plaatsgevonden naar rekeningnummer [nummer] op naam van [naam] . [aangever 7] Tussen 7 en 9 december 2018 kreeg [aangever 7] via WhatsApp een bericht van een persoon die zich [naam] noemde en gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer] . [naam] was geïnteresseerd in een door de aangever op [website] aangeboden goed, waarop de aangever ook zijn woonplaats had vermeld. Ongeveer 7 uur later stuurde [naam] : “Wij zijn een groepje van 4 die zwaar geweld gebruiken bij mensen met vermogen. We hebben altijd 2 opties: 1. Meewerken. Geen probleem 2. Niet meewerken. Dat zorgt voor problemen. Bont en Blauw tot aan brandstichting toe. Voor jou is 5000 is niet veel!”. [naam] Op 7 december 2018 kreeg [naam] een bericht via [website] en WhatsApp van een persoon die zich [naam] noemde en gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer] . [naam] was geïnteresseerd in een door de aangever op [website] aangeboden goed en vroeg hem € 0,01 over te maken via de website ‘ [naam] ’. Aangever voerde vervolgens de codes in. Toen hij daarna in zijn internetbankierenaccount ging kijken, zag hij dat er een overschrijving van € 500,00 naar het rekeningnummer [nummer] op naam van [naam] in de wachtrij stond. Op dezelfde dag belde aangever met ABN AMRO die hem erop wees dat er verdachte activiteiten waren op zijn rekening. Kort daarna stuurde [naam] een screenshot van aangevers rekeningenoverzicht van ABN AMRO, waarbij hij vroeg: “Hoe kom je aan zoveel geld? Er staat bijna 2 ton op je rekening.”. [naam] Tussen 7 december 2018 en 9 december 2018 kreeg [naam] via WhatsApp een bericht van een persoon die zich [naam] noemde en gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer] . [naam] was geïnteresseerd in een door de aangever op [website] aangeboden goed en vroeg hem € 0,01 over te maken via de website ‘ [naam] ’. [naam] voerde een aantal codes in en zag korte tijd later dat er € 2.500,00 van zijn spaarrekening naar zijn betaalrekening was overgemaakt en dat er een betaling klaarstond van € 250,00 naar [naam] of [naam] . Op 9 december 2018 stuurde [naam] een afbeelding van aangevers bankrekeningen bij ABN AMRO met de tekst: “Hoe de fuck kom je aan 2,5 ton op je rekening?!”. [naam] Op 7 december 2018 kreeg [naam] via WhatsApp een bericht van een persoon die zich [naam] noemde en gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer] . [naam] was geïnteresseerd in een door de aangever op [website] aangeboden goed en vroeg haar € 0,01 over te maken via de website ‘ [naam] ’. Aangeefster probeerde dit over te maken, maar zij moest de betaling bevestigen door middel van de ABN-Identifier, waardoor het niet lukte. Vervolgens zag aangeefster in haar ABN AMRO-app dat er twee betalingen van € 1.500,00 in de wachtrij stonden om overgemaakt te worden naar het rekeningnummer [nummer] op naam van ene [naam] . Verdachte [naam] verklaarde in zijn verhoor dat [verdachte] hem had gevraagd om mee te werken, zodat er geld op zijn bankrekening zou komen, en dat hij [naam] zijn bankpas, pincode en andere gegevens had gegeven. Verder verklaarde [naam] dat [naam] en hij betrokken waren bij deze oplichting en dat [naam] contact heeft gehad met de benadeelde. [naam] Op 11 december 2018 kreeg [naam] een bericht via WhatsApp van een persoon die zich [naam] noemde en gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer] . [naam] was geïnteresseerd in een door de aangever op [website] aangeboden goed en vroeg hem € 0,01 over te maken via [naam] . De aangever maakte dit over. Daarna belde hij zijn bank en daar werd hem verteld dat er twee pogingen waren gedaan om € 750,00 en € 500,00 af te schrijven, maar dat dit niet mogelijk was, omdat er geen geld op zijn rekening stond. [naam] stuurde op dezelfde avond: “Ik kan jou ook pakken! Ga je door met stoer doen. Leg ik 10.000 op je hoofd. Ik kom erachter als je aangifte doet”. [naam] Op 11 december 2018 kreeg [naam] een bericht via WhatsApp van een persoon die zich [naam] noemde en gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer] . [naam] was geïnteresseerd in een door de aangever op [website] aangeboden goed en vroeg hem € 0,01 over te maken via [naam] . Aangever heeft zijn gebruikersnaam en wachtwoord ingevuld. [naam] stuurde vervolgens: “Werk maar mee. Want je kunt niks meer. Ik heb al je gegevens. Je kunt 1000,00 overmaken. Of ik haal je hele rekening leeg. Ik kom zo langs en gooi een granaat naar binnen vriend. We zijn onderweg he. Molotov cocktails hebben we in de auto liggen alles! Jullie gaan eraan”. [benadeelde partij] Op 12 december 2018 kreeg [naam] een bericht via WhatsApp van een persoon die gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer] . Deze persoon was geïnteresseerd in een door de aangeefster op [website] aangeboden goed en vroeg haar € 0,01 over te maken via [website 1] . De aangeefster verklaarde dat zij had gekeken, maar nog niets had overgemaakt. Kort daarna stuurde de koper een print-screen van haar rekening en zei hij tegen de aangeefster dat zij haar naam en wachtwoord moest veranderen. [naam] Op 14 december 2018 kreeg [naam] een bericht via WhatsApp van een persoon die zich [naam] noemde en gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer] . [naam] was geïnteresseerd in een door de zoon van de aangever op [website] aangeboden goed en vroeg hen € 0,01 over te maken via [website] . Zij werkten hieraan mee, maar de betaling van € 0,01 lukte niet, waarna zij het niet meer vertrouwden. Vier dagen later werd de zoon van aangever benaderd door een derde die hem foto’s stuurde van de bankrekeningen van aangever en daarbij verklaarde dat hij door dezelfde koper was benaderd. De gebruiker van nummer * [telefoonnummer] stuurde de zoon van aangever daarna de volgende berichten: “Wij komen echt vannacht langs. We zijn bezig met een plan we komen richting [adres] . Je vader moet ons geld betalen”. Daarbij werd een filmpje gestuurd waarop een vuurwapen te zien is dat wordt afgeschoten. [naam] Op 17 december kreeg [naam] een bericht via WhatsApp van een persoon die zich [naam] noemde en gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer] . [naam] was geïnteresseerd in een door de aangever op [website] aangeboden goed en vroeg hem € 0,01 over te maken via [website] . Op 18 december 2018 voerde de aangever zijn pasnummer in. Nadat [naam] ervan afzag stuurde [naam] : “Hé man, kijk, werk aub mee ik heb je gegevens al. Bank bellen heeft geen nut ik kom langs. Zodra je niet reageert kom ik langs ik pleeg fraude ik heb je rek nummer en zelfs bsn nummer. Ik wil gewoon 100,00 niet meer niet minder”. Daarbij stuurde [naam] een screenshot van een overzicht van alle gegevens van de aangever. Kort daarna stuurde [naam] een filmpje waarop een hand zichtbaar was die een zwart vuurwapen vasthield in een donkere omgeving. Het vuurwapen ging 3 keer af in het filmpje. [naam] verklaarde voorts dat op 24 december 2018 [naam] op [website] zijn naam had veranderd naar [naam] . [naam] Op 17 december 2018 en 18 december 2018 kreeg [naam] een bericht via WhatsApp van een persoon die zich [naam] noemde en gebruikmaakte van het telefoonnummer * [telefoonnummer] . [naam] was geïnteresseerd in een door de aangever op [website] aangeboden goed en vroeg hem of het apparaat kon worden opgestuurd. De aangever had daar een slecht gevoel bij en het gesprek escaleerde snel. [naam] stuurde op 18 december 2018 omstreeks 14:02 uur: “Mijn vrienden zeiden dat ze even langs wouden bij jou. En ze zijn niet de liefste moet ik je zeggen. Ze komen je halen… sorry man.” Verder verklaarde de aangever dat hij om 17:21 uur een filmpje ontving, waarop te zien is dat een hand een pistool vasthoudt in een donkere omgeving en dat er drie schoten worden afgevuurd. [naam] Op 18 december 2018 kreeg [naam] een bericht via WhatsApp van een persoon die zich [naam] noemde en gebruikmaakte van het telefoonnummer * [telefoonnummer] . [naam] was geïnteresseerd in een door de aangeefster op [website] aangeboden goed en vroeg haar € 0,01 over te maken via [website] . De aangeefster verklaarde dat niet te vertrouwen en na enige discussie zei [naam] : “Wij zijn een groepje van 4 die op zoek zijn naar rijke dames. Krijgen we geen geld verkrachten we ze. We hebben je adres al.” Daarna stuurde [naam] een filmpje van een schietend pistool en vervolgde hij met: “Kies 1 bedrag uit of anders komt het je duur te staan. Wapen is geladen en onze jongens hebben zin om m diep erin te stoppen”. [naam] Op 18 december 2018 kreeg [naam] een bericht via WhatsApp van een persoon die zich [naam] noemde en gebruikmaakte van het telefoonnummer * [telefoonnummer] . [naam] was geïnteresseerd in een door de aangever op [website] aangeboden goed en vroeg hem € 0,01 over te maken via [website] . Uit het berichtenverkeer tussen [naam] en de aangever blijkt dat de aangever tegen [naam] heeft gezegd dat alles klopte, maar dat het niet werkte. Omstreeks 21:14 uur stuurde [naam] : “Ey Pik. 97,/ heb je hè. Niet zoveel. [nummer] . Identificatiecode” en antwoorde hij op de vraag van de aangever of hij hem had gehackt: “Ja zeker. Ik zit in je rekening. Luister. Betaal me 50”. Nadat de aangever hem vertelde niets te zullen betalen antwoordde [naam] : “Prima heb je adres. We komen langs vriend” en stuurde hij een video waarop een pistool waar drie schoten mee gelost werden te zien was. [naam] Op 18 december 2018 kreeg [naam] een bericht via WhatsApp van een persoon die zich [naam] noemde en gebruikmaakte van het telefoonnummer * [telefoonnummer] . [naam] was geïnteresseerd in een door de aangever op [website] aangeboden goed en vroeg hem € 0,01 over te maken via [website] . De aangever verklaarde daar niet aan mee te willen werken en nadat hij [naam] vertelde op welk adres hij het goed kon komen ophalen, zei [naam] : “Wij zijn een groepje van 4. We hebben jouw adres en gegevens. We komen echt langs. Krassen deuken in je auto en je gezin wat aan laten doen. Wij zijn jongens die schieten en granaten achter laten bij je woning! 1000 euro zal je een hoop ellende kosten! Betaal je ons 1000,- en wij wissen alles en vergeten alles”. [naam] Op 19 december 2018 kreeg [naam] een bericht via WhatsApp van een persoon die zich [naam] noemde en gebruikmaakte van het telefoonnummer * [telefoonnummer] . [naam] was geïnteresseerd in een door de aangever op [website] aangeboden goed en vroeg hem € 0,01 over te maken via [website] . De aangever verklaarde daar niet aan mee te willen werken en na enige tijd stuurde [naam] : “Wij komen langs ik zweer je we schieten alles kapot. Je hoort het wel handgranaten en kogelringen op zaken [plaats] . Je betaalt 1000,-. Hij is doorgeladen!” Ook stuurde [naam] een filmpje van iemand die in het [naam] met een vuurwapen aan het schieten is. [aangever 8] Op 20 december 2018 kreeg [aangever 8] via WhatsApp een bericht van een persoon die zich [naam] noemde en gebruikmaakte van het telefoonnummer * [telefoonnummer] . [naam] was geïnteresseerd in een door de aangever op [website] aangeboden goed en vroeg hem € 0,01 over te maken via [website] . De aangever vulde zijn gebruikersnaam en wachtwoord in. Enkele uren later stuurde de aangever een foto van zijn bankpas en een TAN-code naar [naam] . Kort daarna werd de aangever gebeld door iemand die zich de zoon van [naam] noemde en hij zei dat zijn vader per ongeluk € 8.025,- had overgemaakt. De aangever stortte dit bedrag terug en kort daarna zei [naam] dat hij dezelfde fout had gemaakt. De aangever stortte wederom € 8.000,- terug. Vervolgens werd de aangever gebeld door zijn bank en werd hem verteld dat er onduidelijke bedragen waren afgeschreven van zijn spaarrekening. Een dag later stuurde [naam] weer een bericht en zei hij dat de aangever hem € 16.000,- teveel had overgemaakt, wat hij terug kon krijgen als hij [naam] € 1.000,- via een andere bank zou betalen. [naam] Op 13 januari 2019 werd [naam] via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [naam] noemde en gebruikmaakte van het telefoonnummer * [telefoonnummer] . [naam] was geïnteresseerd in een door de aangeefster op [website] aangeboden goed en vroeg haar € 0,01 over te maken via [website] . De aangeefster voerde al haar gegevens in. [naam] belde haar daarna en zei dat hij geld naar de rekening van de aangeefster had gestuurd en hij vroeg haar het terug te storten en hem de TAN-code te geven zodat hij alles in orde zou maken. Nadat de aangeefster hier niet op in ging, stuurde [naam] haar een bericht met daarin de adresgegevens en een foto van haar e-mailaccount. Verder stuurde [naam] een afbeelding van haar paspoort, een uittreksel van de burgerlijke stand en de teksten: “Ik heb net geld aan de maffia gegeven. Ze komen je kop eraf schieten! Je bent in de [straat] he”. [aangever 9] Op 14 januari 2019 kreeg [naam] via WhatsApp een bericht van een persoon die zich [naam] noemde en gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer] . De aangeefster wilde een goed van deze persoon via [website] kopen en kreeg de link van de website [website] doorgestuurd. De aangeefster opende de link en kreeg een verzoek voor een TAN-code. De verkoper vroeg daarna om een rekeningnummer, waarna de aangeefster een screenshot van haar rekeningnummer doorstuurde. Daarna zag de aangeefster dat er een bedrag van € 9.000,00 was gestort op haar bankrekening, afkomstig van [naam] met rekeningnummer [nummer] . De verkoper zei vervolgens dat het niet goed was gegaan en vroeg de aangeefster het bedrag terug te storten. De aangeefster stortte vervolgens een bedrag van € 4.000,00 en € 5.000,00 terug naar het rekeningnummer. De man van de aangeefster vertelde haar kort erna dat er in totaal € 9.000,00 van hun rekening was afgeschreven. [naam] Op 16 januari 2019 kreeg [naam] via WhatsApp een bericht van een persoon die gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer] . Deze persoon was geïnteresseerd in een door de aangever op [website] aangeboden goed en vroeg de aangever € 0,01 over te maken via [website] . De aangever voerde zijn gegevens in, maar omdat hij geen TAN-code toegestuurd kreeg, vroeg hij de koper een betaalverzoek naar zijn vriendin te sturen. Nadat zij haar gegevens invulde, kreeg zij een TAN-code voor een overschrijving van € 282,99. Nadat de aangever de koper hierop wees, stuurde de koper: “Ik kom jou en je vriendin keel opensnijden vriend. We hebben alles van je. We gebruiken zware wapens. Naar de [adres] . Of je werkt mee en betaalt een klein bedrag!”. [naam] Op 17 januari 2019 kreeg [naam] een bericht via WhatsApp van een persoon die gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer] . Deze persoon was geïnteresseerd in een door de aangever op [website] aangeboden goed en vroeg haar € 0,01 over te maken via [betaalplatform] - [website] . De aangeefster voerde in totaal vier keer haar inlognaam en wachtwoord in. Daarna zag de aangeefster dat er € 5.000,00 op haar rekening was bijgeschreven. De koper belde op en zei dat hij dit bedrag per ongeluk had overgemaakt. De aangeefster stortte dit bedrag terug. Daarna belde de koper weer op en zei hij dat hij dezelfde fout had gemaakt. De aangeefster stortte dit bedrag wederom terug. Daarna werd de aangeefster gebeld door een vrouw van ING die haar vertelde dat er een paar opvallende transacties hadden plaatsgevonden, dat de aangeefster was opgelicht en dat de oplichters geld binnen haar rekening hadden verplaatst. [aangever 10] Op 19 januari 2019 kreeg [naam] een bericht via WhatsApp van een persoon die zich [naam] noemde en gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer] . [naam] was geïnteresseerd in een door de aangeefster op [website] aangeboden goed en vroeg de aangeefster € 0,01 over te maken via een link. De aangeefster heeft dit overgemaakt en op 24 januari 2019 werd haar man gebeld door iemand van ING , die hem vertelde dat er een frauduleuze afschrijving van € 1.000,01 had plaatsgevonden. [naam] Op 6 februari 2019 kreeg [naam] een bericht via WhatsApp van een persoon die zich [naam] noemde. [naam] was geïnteresseerd in een door de aangeefster op [website] aangeboden goed en vroeg haar € 0,01 over te maken via [website] . De echtgenoot van de aangeefster heeft vervolgens zijn gebruikersnaam en wachtwoord ingevoerd. Een uur later ontving de echtgenoot van de aangeefster via WhatsApp een bericht van een persoon die zich [naam] noemde en gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer] . Hij vroeg om hun rekeningnummer en kort daarna vertelde [naam] telefonisch dat hij per ongeluk € 4.165,00 had overgemaakt in plaats van € 165,00. Op hun rekening was inderdaad dit bedrag bijgeschreven en het leek afkomstig te zijn van [naam] . De echtgenoot van de aangeefster heeft vervolgens € 4.000,00 overgemaakt naar [naam] . Kort daarna ontdekte de echtgenoot van de aangeefster dat het bedrag van € 4.165,00 oorspronkelijk afkomstig was van hun spaarrekening. [naam] Op 7 februari 2019 kreeg [naam] een bericht via WhatsApp van een persoon die zich [naam] noemde. [naam] was geïnteresseerd in een door de aangeefster op [website] aangeboden goed en vroeg haar € 0,01 over te maken via betaalplatform.nl. De aangeefster drukte op het linkje en wist niet meer welke gegevens ze heeft ingevoerd. Op 12 februari 2019 had ING contact gezocht met de aangeefster, omdat er vreemde transacties op haar rekening plaatsvonden. Op 15 april 2019 zag de aangeefster dat er € 0,01 was overgemaakt naar de rekening van haar moeder en dat er € 0,01 was overgemaakt naar ING . De aangeefster verklaarde de aan haar getoonde uitdraai van getapte telefoongesprekken tussen haar en de gebruiker van telefoonnummer * [telefoonnummer] te herkennen. [aangever 11] Op 11 februari 2019 kreeg [naam] een bericht via WhatsApp van een persoon die zich [naam] noemde en gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer] . [naam] was geïnteresseerd in een door de aangever op [website] aangeboden goed en vroeg hem € 0,01 over te maken via [website] . De aangever maakte dit over en gaf daarbij zijn geboortedatum, bankpasnummer en de verloopdatum van zijn bankpas door. Daarna belde [naam] de aangever en zei hij dat hij per ongeluk € 3.000,00 had overgemaakt. [naam] vroeg de aangever dit terug te storten. De aangever verklaarde te twijfelen en zei eerst contact te zullen opnemen met zijn bank. [naam] zei daarop: “Ik steek je huis in de fik, ik steek jou kapot, ik kom van het kamp, ik steek jouw hond kapot, ik steek je vrouw neer, ik maak heel jouw familie kapot”. Ook noemde [naam] het adres van de aangever. De aangever zag dat de genoemde € 3.000,00 van zijn eigen spaarrekening naar zijn betaalrekening was overgemaakt. [naam] Op 16 februari 2019 werd [naam] via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [naam] noemde en gebruikmaakte van telefoonnummers * [telefoonnummer] en * [telefoonnummer] . [naam] en de aangever waren wederzijds geïnteresseerd in elkaars op [website] aangeboden goederen. [naam] vroeg de aangever om € 7,00 over te maken via [website] . De aangever verklaarde dat hij op de link had geklikt, maar dat hij het niet kon overmaken. Daarna belde [naam] de aangever en zei hij dat hij per ongeluk € 5.000,00 had overgemaakt in plaats van € 25,00. De aangever heeft vervolgens € 4.975,00 teruggestort. [naam] Op 19 februari 2019 werd [naam] via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [naam] noemde en gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer] . [naam] was geïnteresseerd in een door de aangeefster op [website] aangeboden goed en vroeg haar € 0,01 over te maken. De aangeefster kreeg een link toegestuurd die ze heeft aangeklikt. Ze wist niet meer wat ze toen heeft gedaan. Kort daarna kreeg ze een bericht van [naam] via telefoonnummer * [telefoonnummer] . [naam] zei toen dat hij een fout had gemaakt en € 4.750,00 had overgemaakt. De aangeefster heeft het bedrag teruggestort. Daarop zag de aangeefster dat dit bedrag in feite afkomstig was van haar eigen spaarrekening. Uit onderzoek naar het telefoontoestel met IMEI-nummer * [nummer] is gebleken dat telefoonnummer * [telefoonnummer] in dit toestel is gebruikt tussen 7 februari 2019 en 21 maart 2019. [naam] Op 20 februari 2019 werd [naam] gebeld door een persoon die zich [naam] noemde en gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer] . [naam] was geïnteresseerd in een door de aangever op [website] aangeboden goed en vroeg hem € 0,01 over te maken via [website] . De aangever voerde zijn gebruikersnaam en wachtwoord in. [naam] vertelde aan het einde van een telefoongesprek met de aangever dat hij zag dat er € 248,00 op zijn rekening stond met een kredietmogelijkheid van € 1.500,00. Vervolgens zei [naam] : “U bent deze 1748 euro kwijt opa. Bedankt.”. Uit een getapt gesprek tussen de gebruiker van telefoonnummer * [telefoonnummer] en de aangever kwam naar voren dat de persoon die zich [naam] noemde zei: “Als je ING belt ik heb je adres he, ik kom langs dan ga ik die 1500 euro gebruiken voor handgranaten.”. [naam] Op 20 februari 2019 werd [naam] via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [naam] noemde en gebruikmaakte van het telefoonnummer * [telefoonnummer] . [naam] was geïnteresseerd in een door de aangeefster op [website] aangeboden goed en vroeg haar € 0,01 over te maken via [website] . De aangeefster vulde haar gebruikersnaam, wachtwoord en pasnummer in. [naam] zei vervolgens dat hij per ongeluk € 5.000,00 had overgemaakt en hij vroeg of de aangeefster het kon terugstorten. De aangeefster maakte het geld weer over. Na een kwartier belde [naam] op en zei hij dat hij weer dit bedrag had overgemaakt. De aangeefster stortte dit bedrag wederom terug. Kort daarna zag de aangeefster dat het saldo van haar spaarrekening met € 10.000,00 was gezakt. Advocaat Op 21 februari 2019 werd [naam] via WhatsApp benaderd door een persoon die gebruikmaakte van het nummer * [telefoonnummer] . Deze persoon was geïnteresseerd in een door de aangever op [website] aangeboden goed en vroeg hem € 0,01 over te maken via [website] . De aangever voerde de gevraagde gegevens in en zag kort daarna dat er € 5.000,00 van zijn spaarrekening was overgemaakt naar zijn betaalrekening. Kort daarna stuurde de koper de aangever berichten met het nummer * [telefoonnummer] , waarin hij zei dat hij per ongeluk € 5.000,00 had overgemaakt naar de aangever. [aangever 2] en [naam] Op 24 februari 2019 werd [aangever 2] via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [naam] noemde en gebruikmaakte van de telefoonnummers * [telefoonnummer] en * [telefoonnummer] . [naam] was geïnteresseerd in een door de aangeefster op [website] aangeboden goed en vroeg haar € 0,01 over te maken via ‘ [website] ’. De aangeefster verklaarde dat zij niet kon inloggen, omdat het haar bankaccount niet betrof. Vervolgens vertelde [naam] dat hij per ongeluk € 5.000,00 had overgemaakt en hij vroeg de aangeefster of zij het kon terugstorten. De vriend van de aangeefster zag echter dat er € 5.000,00 was overgemaakt van zijn spaarrekening naar zijn betaalrekening. Vervolgens zei de aangeefster dat zij het niet vertrouwde en dat zij contact ging opnemen met ING en de politie. Daarna stuurde [naam] via het telefoonnummer * [telefoonnummer] : “Als je dat doet, kom ik jullie huis in brand steken. Ik zie nu zwart voor me ogen en dan ga ik gekke dingen doen.”. [naam] Op 28 februari 2019 werd [naam] gebeld door een persoon die zich [naam] noemde en gebruikmaakte van het telefoonnummer * [telefoonnummer] . De aangeefster verklaarde dat [naam] in het gesprek tegen de aangeefster en haar man zei: “Ik ga jouw vrouw verkrachten, ik ga haar in de kont neuken, ik ga haar in de mond neuken.” De aangeefster verklaarde dat zij een beveiligingscamera heeft besteld, omdat ze bang is dat hij hen op komt zoeken. Uit het getapte gesprek tussen de aangeefster en de gebruiker van het telefoonnummer * [telefoonnummer] is gebleken dat deze gebruiker het gesprek begon en dat het gesprek daarna werd overgenomen door een aantal andere onbekend gebleven personen die op verschillende momenten zeggen: “Ik neuk jouw vrouw”. 6.3.3.3. De rol van verdachte en zijn mededader(s) Uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen blijkt dat in de ten laste gelegde periode ten minste 32 aangevers zijn benaderd door de voornoemde telefoonnummers. Daarnaast zijn deze telefoonnummers in slechts drie telefoontoestellen gebruikt (te weten de toestellen met IMEI-nummers * [nummer] , * [nummer] en * [nummer] ) en straalden deze nummers in combinatie met de toestellen in de voornoemde periode nagenoeg altijd dezelfde zendmasten aan in de directe omgeving van de woning van verdachte in [plaats] . Bij een aantal aangevers vond dit zelfs plaats op het moment dat er met hen contact werd gelegd. Voorts volgt uit de aangiftes en het onderzoek naar deze telefoonnummers en IMEI-nummers * [nummer] , * [nummer] en * [nummer] dat de aangevers telkens kort na elkaar, hoogstens met een verschil van enkele dagen, werden benaderd door de gebruiker(s) van deze telefoonnummers. De vraag waarvoor het hof zich allereerst gesteld ziet, is of verdachte en/of zijn mededader(s) gebruiker(s) is/zijn geweest van de desbetreffende telefoons en telefoonnummers. In dit kader heeft verdachte op de zitting van het hof verklaard dat hij één van de gebruikers was van de betreffende telefoons en telefoonnummers, maar dat hij niet de enige was. De telefoons, met daaraan gekoppeld de verschillende telefoonnummers, waren volgens verdachte voor meerdere personen beschikbaar om gebruikt te worden voor het benaderen van de aangevers. Als de telefoons werden gebruikt door anderen, dan waren zij wel steeds in verdachtes omgeving. Ook wist verdachte waar zij op dat moment mee bezig waren. Deze werkwijze is zo op den duur ontstaan. Het begon volgens verdachte allemaal toen hij medeverdachte [medeverdachte 1] via internet leerde kennen. Medeverdachte [medeverdachte 1] vertelde hem dat er een systeem was waarmee toegang kon worden verkregen tot de bankrekening van anderen. Hier is verdachte, naar eigen zeggen, in meegegaan. Een en ander sluit aan bij wat medeverdachte [medeverdachte 1] bij de politie heeft verklaard, inhoudende dat hij phishing-sites en het betaalverzoek van [website] heeft nagemaakt en dat hij deze sites heeft verkocht aan verdachte. Dit betroffen nagemaakte sites zoals die van ABN AMRO, Rabobank en ING waarop live betaalgegevens konden worden bekeken. Voor een overboeking was een geboortedatum, vervaldatum en pasnummer nodig. Verder benoemde medeverdachte [medeverdachte 1] een methode waarmee het mogelijk was om het (via ING ) te doen lijken alsof het bedrag dat van de spaarrekening van het slachtoffer op diens betaalrekening was overgeboekt, van een rekening van een ander afkomstig was (door de naam van die ander in te voeren). Verdachte gebruikte voornoemde telefoons en telefoonnummers om de aangevers telefonisch te contacteren en heeft hen zelf telefonisch ook dreigende teksten toegevoegd. Over de dreigende teksten die door middel van geschreven berichten naar de aangevers werden verzonden, heeft verdachte verklaard dat hij wist dat zijn mededaders dergelijke berichten verzonden naar de aangevers en dat hij wist dat deze berichten ver gingen. Hierover heeft verdachte ook gesprekken gevoerd met medeverdachte [medeverdachte 1] . Verder bestond de taak van verdachte uit het ronselen van bankpassen van anderen, zodat op hun bankrekeningen het geld dat de aangevers afhandig was gemaakt, kon worden gestort. Zodra dit geld door deze zogenoemde moneymules werd gepind, werd het naar verdachte of naar medeverdachte [medeverdachte 1] gebracht. Ook heeft hij zelf een deel van de Marktplaatsadvertenties uitgezocht aan de hand waarvan de aangevers werden gecontacteerd. Ook zijn mededaders hielden zich hiermee bezig. De informatie die uiteindelijk op deze manier werd verzameld, werd vervolgens weer gedeeld tussen hem en zijn mededaders. De overige taken werden verdeeld. Verder is verdachte degene geweest die, samen met zijn mededaders, de betaallinks naar de aangevers heeft gestuurd die naar de phishingsites leidden. Het inloggen deed medeverdachte [medeverdachte 1] ; hij beheerde het portaal om toegang te krijgen tot de gegevens van de aangevers. Zo kon hij ook toegang krijgen tot de bankrekeningen van de aangevers. Medeverdachte [medeverdachte 1] stelde verdachte wel steeds tijdens dit proces op de hoogte. Zij hadden veel contact samen. Ook verdachte hield medeverdachte [medeverdachte 1] steeds op de hoogte. Als iemand (het hof begrijpt: één van de aangevers) reageerde, gaf verdachte dat door aan medeverdachte [medeverdachte 1] . Het hof concludeert op grond van het voorgaande dat verdachte – samen met zijn mededaders – gebruiker is geweest van voornoemde telefoonnummers in de tenlastegelegde periode, waarbij verdachte op het moment dat de telefoons werden gebruikt, blijkens zijn eigen verklaring, altijd in de buurt was. 6.4 Bewijsoverweging Feit 1 en 3 tot en met 9 Uit de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen volgt naar het oordeel van het hof dat de gebruiker(s) van de namen [naam] , [naam] , [naam] , [naam] , [naam] , [naam] , [naam] , [naam] , [naam] , [naam] , [naam] , [naam] , [naam] , [naam] en [naam] en van de telefoonnummers * [telefoonnummer] , * [telefoonnummer] , * [telefoonnummer] , * [telefoonnummer] , * [telefoonnummer] , * [telefoonnummer] , * [telefoonnummer] , * [telefoonnummer] , * [telefoonnummer] , * [telefoonnummer] , * [telefoonnummer] en * [telefoonnummer] zich in de ten laste gelegde periode tezamen en in vereniging schuldig hebben gemaakt aan computervredebreuk (feit 1), oplichting (feiten 3 en 8), poging tot oplichting (feiten 4 en 5), poging tot afpersing (feit 6), bedreiging (feit 7) en diefstal door middel van een valse sleutel (feit 9). Een en ander heeft er, in aanvulling op de overige uitgewerkte bewijsmiddelen, mee te maken dat uit verdachtes eigen verklaring in hoger beroep (zoals opgenomen in paragraaf 6..3.3.4) blijkt dat hij bewust, samen met verschillende mededaders, een substantiële en onmisbare rol heeft gespeeld bij het plegen van deze feiten. Zo heeft verdachte zich samen met zijn mededaders bezig gehouden met het selecteren van de Marktplaatsadvertenties naar aanleiding waarvan contact werd gezocht met de aangevers en hebben zij de aldus vergaarde informatie over en weer met elkaar gedeeld zodat de taken strekkende tot het plegen van voornoemde feiten onderling konden worden verdeeld. Daarnaast is verdachte op verschillende momenten medegebruiker geweest van de desbetreffende telefoonnummers , waarbij hij contact had met (een deel van de) aangevers en heeft hij hen ook de links naar de phishingsites toegestuurd. Van zijn handelen in dit kader hield hij medeverdachte [medeverdachte 1] steeds op de hoogte. Daarbij heeft verdachte ook zelf direct telefonisch contact gehad met (een deel van de) aangevers en tegenover hen daarbij ook dreigende woorden geuit. Ook was verdachte steeds in de buurt van zijn mededaders wanneer zij gebruik maakten van de desbetreffende telefoonnummers en wist hij wat zij daarmee deden. Hij wist ook dat zij, naar eigen zeggen vergaande, bedreigingen uitten naar de aangevers en heeft hierover zelfs nog overleg gehad met medeverdachte [medeverdachte 1] , met wie hij overigens tijdens verschillende fasen in het proces van het plegen van voornoemde feiten nauw contact had. Hoewel medeverdachte [medeverdachte 1] degene was die uiteindelijk toegang kreeg tot de bankrekeningen van de aangevers doordat hij via het portaal toegang had tot hun onrechtmatig verkregen inloggegevens en daarmee kon inloggen, had hij dit niet kunnen doen zonder de medewerking van verdachte en diens mededaders en de onderlinge samenwerking en spoedige communicatie die daarmee gepaard ging. Al met al geldt dat verdachte bewust en nauw heeft samengewerkt met medeverdachte [medeverdachte 1] en bij gelegenheid ook met anderen en zodoende een substantiële bijdrage aan de feiten heeft geleverd en een onmisbare schakel heeft gevormd in het geheel, waardoor het er naar het oordeel van het hof voor moet worden gehouden dat hij als medepleger betrokken is geweest ten aanzien van alle hierboven in paragraaf 6.3.3.2 genoemde aangevers voor zover betrekking hebbend op het onder 1 en 3 tot en met 9 ten laste gelegde. Van concrete aanwijzingen in het dossier of concreet door de verdediging aangevoerde omstandigheden die wijzen op het tegendeel, is immers niet gebleken. De meer algemene stelling van de raadsvrouw dat verdachte vrijgesproken dient te worden van (onderdelen van) de tenlastelegging indien niet vastgesteld kan worden of hij degene is geweest die op een bepaald tijdstip een bepaald telefoonnummer heeft gebruikt en daarmee specifieke gedragingen heeft verricht, kan dit oordeel van het hof niet anders maken. Deze stelling is niet enkel niet nader geconcretiseerd, maar vindt bovendien geen steun in het recht. Het is immers voor een bewezenverklaring van medeplegen niet vereist dat verdachte alle delictsbestanddelen van de ten laste gelegde feiten zelf heeft vervuld. Gelet op het hiervoor overwogene, waaronder begrepen de inhoud van de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, is het hof van oordeel dat de onder 1 en 3 tot en met 9 ten laste gelegde feiten wettige en overtuigend bewezen kunnen worden. Hetgeen door de raadsvrouw met betrekking tot aangever [naam] (feit 1) is aangevoerd, maakt dit oordeel van het hof niet anders, nu dit verweer wordt weerlegd door de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen. Hetzelfde geldt voor dat wat de raadsvrouw ten aanzien van aangevers [aangever 8] (feit 3), [aangever 9] (feit 3, [aangever 10] (feit 3), [naam] (feit 6) en [aangever 11] (feit 6) heeft aangevoerd. Ten aanzien van aangever [naam] (feit 3) geldt daarbij bovendien dat de stelling van de raadsvrouw, dat verdachte ten aanzien van deze aangever vrijgesproken moet worden nu niet vastgesteld kan worden dat het geldbedrag van de rekening van deze aangever binnen de beschikkingsmacht van verdachte en/of zijn mededaders terecht is gekomen, geen steun vindt in het recht. Voor een bewezenverklaring ten aanzien van oplichting is immers enkel vereist dat het goed – in ieder geval tijdelijk – uit de beschikkingsmacht van de aangever is geraakt, zonder dat noodzakelijk is dat het betreffende goed ook in de macht van de oplichter komt. Ook het verweer van de raadsvrouw ten aanzien van feiten 4 en 5 kan niet slagen. Door de raadsvrouw zijn geen concrete omstandigheden aangevoerd op grond waarvan anders geoordeeld zou moeten worden. Ook het dossier biedt hiertoe geen aanknopingspunten. Sterker nog, het verweer van de raadsvrouw wordt door de bewijsmiddelen weerlegd. Gelet op de stappen die zijn gezet in het gehele proces, zoals deze uit de bewijsmiddelen volgen, is naar het oordeel van het hof immers steeds sprake geweest van (het medeplegen van) een voltooide poging tot oplichting. Ten aanzien van aangever [aangever 11] (feit 6) geldt dat het hof het verweer van de raadsvrouw, inhoudende dat met betrekking tot deze aangever, buiten de aangifte, geen ondersteunend bewijs voorhanden is, verwerpt. De aanname dat er in dit geval alleen een aangifte is, wordt weerlegd door de bewijsmiddelen voor de andere feiten in onderling verband en samenhang bezien. Gebleken is bijvoorbeeld dat gebruik is gemaakt van nummer * [telefoonnummer] , welk nummer gelet op het onder 6.3.3.3 overwogene in gebruik was bij verdachte en zijn mededaders tijdens de ten laste gelegde periode, het betreffende nummer zat in de telefoon met IMEI-nummer * [nummer] (één van de drie bij alle feiten gebruikte toestellen) dat bovendien tijdens het leggen van contact met deze aangever aanstraalde op de zendmast aan de [adres] te [plaats] (de woonplaats van verdachte) en tenslotte zijn soortgelijke bewoordingen geuit bij andere aangevers. Verder is er in algemene zin sprake van dezelfde modus operandi , inclusief het uiten van dreigementen als [aangever 11] niet onmiddellijk wil meewerken als hem wordt verzocht de, zogenaamd per ongeluk overgeboekte, € 3000,00 naar hem terug over te boeken. Dat verdachte medepleger is van de bedreiging van [aangever 11] acht het hof dan ook wettig en overtuigend bewezen. Feit 2 Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw aangevoerd dat verdachte vrijgesproken dient te worden van dit feit voor zover inhoudende het voorhanden hebben van de desbetreffende phishingwebsites, omdat niet vast te stellen zou zijn dat verdachte beschikkingsmacht heeft gehad over de desbetreffende sites. Het hof oordeelt anders, gelet op de verklaring van verdachte in hoger beroep, zoals hierboven opgenomen in paragraaf 6.3.3.4 en de overige door het hof gebezigde bewijsmiddelen. Verdachte heeft immers (onder andere) verklaard dat hij en zijn mededaders de links naar de betreffende sites hebbengestuurd naar de aangevers. Hieruit leidt het hof af dat hij de desbetreffende sites voorhanden heeft gehad en daarmee dat hij er beschikkingsmacht over heeft gehad. Wanneer de aangevers vervolgens via die links hun gegevens op de desbetreffende phishingsites invulden, communiceerde verdachte dit meteen door aan medeverdachte [medeverdachte 1] . Zo konden de inloggegevens waarmee kon worden ingelogd op de server van de bank meteen worden verworven. Medeverdachte [medeverdachte 1] was blijkens verdachtes verklaring degene die het portaal beheerde om de inloggegevens te bemachtigen en om ermee in te kunnen loggen op (een deel van) de server van de bank van de aangevers. Hiervan stelde medeverdachte [medeverdachte 1] verdachte wel gelijk op de hoogte. Gelet op deze onderlinge afstemming en samenwerking is het hof van oordeel dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking om van medeplegen ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde te kunnen spreken. Gelet hierop, en op het hiervoor overwogene, is het hof van oordeel dat ook dit feit wettig en overtuigend bewezen kan worden. 7 Bewezenverklaring Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: 1. hij op meerdere tijdstippen in de periode van 30 november 2018 tot en met 19 maart 2019 te [plaats] en/of [plaats] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, telkens opzettelijk en wederrechtelijk in (een) (gedeelte van een) geautomatiseerd(e) werk(en), te weten de computer(s) en/of server(s) van de ING Bank en/of computersyste(e)m(en) bevattende (een) ING Bank account(s), zijn binnengedrongen door het doorbreken van een beveiliging en door een valse sleutel en door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door het (telkens) inloggen met onrechtmatig verkregen inlognamen en/of wachtwoorden en/of andere (inlog)gegevens van accounthouders van de ING Bank , te weten van: - [naam] en - [naam] en - [naam] en - [naam] en - [naam] en - [naam] en - [naam] en - [naam] en - [naam] en - [naam] en - [naam] en - [aangever 8] en - [naam] en - [naam] en - [naam] en - [naam] en - [naam] en - [naam] en - [naam] en - [naam] en - [naam] en - [naam] en - [naam] en - [naam] en - [naam] en - [naam] en door het aannemen van een valse hoedanigheid door zich voor te doen als de accounthouder van voornoemde ING Bank accounts; 2. hij op meer tijdstippen in de periode van 30 november 2018 tot en met 19 maart 2019 te [plaats] en/of [plaats] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, meermalen, technische hulpmiddelen die hoofdzakelijk geschikt gemaakt en ontworpen waren tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab Wetboek van Strafrecht, voorhanden heeft gehad en een computerwachtwoord, toegangscode of daarmee vergelijkbaar gegeven waardoor toegang kan worden verkregen tot een geautomatiseerd werk of een deel daarvan, heeft verworven met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab van het Wetboek van Strafrecht werd gepleegd, immers hebben verdachte en zijn mededader phishingsites bestemd voor het versturen van valse betalingsverzoeken, voorhanden gehad en gebruikt, met de bedoeling om inlogcode's en/of inloggegevens en/of klantgegevens af te vangen die toegang geven tot het/de geautomatiseerde (betaal)syste(e)(en) van een of meerdere bank(en) en/of (vervolgens) die inloggegevens verworven en/of ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad met de bedoeling om daarmee zichzelf of een ander toegang te verschaffen tot het telecommunicatieverkeer en/of het betalingsverkeer zijnde geautomatiseerde werken van de ING Bank en/of zijn/haar/hun klanten; 3. hij op meer tijdstippen in de periode van 30 november 2018 tot en met 19 maart 2019 te [plaats] en/of [plaats] , in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging één of meer anderen,, meermalen, telkens met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen telkens door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de hierna te noemen personen telkens heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten de afgifte van de hierna te noemen geldbedragen, door - zich voor te doen als bonafide koper(s) op [website] (een internetdienst) en - daarbij gebruik te maken van een of meer valse identiteit(en) en - via [website] contact te zoeken met de hieronder genoemde personen, zijnde verkopers van aangeboden goederen en - met die personen een afspraak te maken om één of meer goederen te kopen en - die personen te vragen om het telefoonnummer en/of de adresgegevens en/of de bankgegevens en/of - vervolgens die personen te vragen 0,01 euro, over te maken en - daarbij die personen (via WhatsApp) een link naar één of meer valse betalingssite(s) en/of en/of phishingsites te sturen en - bij die personen er op aan te dringen het/de geldbedrag(en) over te maken en - zich de toegang tot de bankgegevens en/of internetbankierenaccount(s) van die personen te verschaffen en - vervolgens tegen die personen te zeggen dat de betaling(en) is/zijn mislukt en - vervolgens tegen die personen te zeggen dat hij, verdachte, een overboeking naar de personen zal doen en - vervolgens die personen te doen geloven dat een verkeerd/te hoog geldbedrag aan die personen is overgemaakt en - vervolgens die personen te vragen het geldbedrag terug te storten, waardoor, - [aangever 8] is bewogen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) van (in totaal) € 16.000,- en - [naam] is bewogen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) van (in totaal) € 4.750,- en/of - [naam] is bewogen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) van (in totaal) € 5.007,- en/of - [naam] is bewogen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) van (in totaal) € 9.000,- en - [naam] is bewogen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) van (in totaal) € 4.000,- en - [naam] is bewogen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) van (in totaal) € 1.001,- en - [naam] is bewogen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) van (in totaal) € 10.000,- en - [naam] is bewogen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) van (in totaal) € 10.000,- ; 4. hij op meer tijdstippen in de periode van 30 november 2018 tot en met 19 maart 2019 te [plaats] en/of [plaats] , in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met één of meer anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om telkens met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen telkens door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de hieronder genoemde personen te bewegen tot de afgifte van enig goed, te weten de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - zich heeft/hebben voorgedaan als bonafide koper(s) op [website] (een internetdienst) en - daarbij gebruik heeft/hebben gemaakt van een of meer valse identiteit(en) en - via [website] contact heeft/hebben gezocht met de hieronder genoemde personen, zijnde verkopers van aangeboden goederen op [website] en - met die personen een afspraak heeft/hebben gemaakt om één of meer goederen te kopen en - die personen heeft/hebben gevraagd om de/het telefoonnummer en/of adresgegevens en/of bankgegevens en - vervolgens die personen heeft/hebben gevraagd 0,01 euro over te maken en - daarbij die personen (via WhatsApp) een link naar één of meer valse betalingssite(s) en/of phishingsites heeft/hebben gestuurd en - vervolgens bij die personen er op heeft/hebben aangedrongen 0,01 euro over te maken en - vervolgens zich de toegang tot de bankgegevens en/of internetbankierenaccount(s) van die personen heeft/hebben verschaft en/of heeft/hebben getracht te verschaffen, te weten van: - [naam] en - [naam] en - [naam] en - [naam] en - [naam] en - [naam] en - [naam] en - [naam] en - [aangever 1] en - [naam] en - [naam] en - [naam] en - [naam] en - [naam] en - [naam] en - [naam] en - [naam] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 5. hij op meer tijdstippen in de periode van 30 november 2018 tot en met 19 maart 2019 te [plaats] en/of [plaats] , in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met één of meer anderen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om telkens met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen telkens door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de hieronder genoemde personen te bewegen tot de afgifte van enig goed, te weten de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - zich heeft/hebben voorgedaan als bonafide koper(s) op [website] (een internetdienst) en - daarbij gebruik heeft/hebben gemaakt van één of meer (valse) identiteit(en) en - via [website] contact heeft/hebben gezocht met de hieronder genoemde personen, zijnde verkopers van aangeboden goederen op [website] en - met die personen een afspraak heeft/hebben gemaakt om één of meer goederen te kopen en - die personen heeft/hebben gevraagd om het telefoonnummer en/of de adresgegevens en/of de bankgegevens en/of - vervolgens die personen heeft/hebben gevraagd 0,01 euro over te maken en - daarbij die personen (via WhatsApp) een link naar één of meer valse betalingssite(s) en/of phishingsites heeft/hebben gestuurd en/of - vervolgens bij die personen er op heeft/hebben aangedrongen 0,01 euro over te maken en - vervolgens zich de toegang tot de bankgegevens van die personen heeft/hebben verschaft en - vervolgens tegen die personen te zeggen dat de betaling(en) is/zijn mislukt en - vervolgens tegen die personen te zeggen dat hij, verdachte of (één van) zijn mededader(s), een overboeking naar de personen zal doen en - vervolgens die personen te doen geloven dat een verkeerd/te hoog geldbedrag aan die personen is overgemaakt en - vervolgens die personen te vragen het geldbedrag terug te storten, te weten van: - [aangever 2] en/of [naam] en - [naam] en - [naam] en - [naam] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 6. hij op meer tijdstippen in de periode van 30 november 2018 tot en met 19 maart 2019 te [plaats] en/of [plaats] , in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met één of meer anderen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om telkens met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen telkens bedreiging met geweld de hieronder genoemde personen te dwingen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en), die/dat geheel of ten dele aan die hieronder genoemde personen toebehoorde de hieronder genoemde personen één of meer WhatsApp-berichten heeft/hebben gestuurd en/of telefonisch heeft/hebben benaderd dat de hieronder genoemde personen enig(e) gelbedrag(en) moesten overmaken en (daarbij) dreigend de tekst en/of de woorden heeft/hebben toegevoegd: - aan [aangever 7] : “Wij zijn een groepje van 4 die zwaar geweld gebruiken bij mensen met vermogen. We hebben altijd 2 opties: 1. Meewerken. Geen probleem 2. Niet meewerken. Dat zorgt voor problemen. Bont en Blauw tot aan brandstichting toe“ en - aan [naam] : “Wij komen vandaag nog langs“ en daarbij het adres van die [naam] en daarbij een filmpje van een vuurwapen dat wordt afgevuurd toe te voegen en - aan [naam] : “Wij zijn een groepje van 4 die op zoek zijn naar rijke dames. Krijgen we geen geld verkrachten we ze. We hebben je adres al“ en “Wapen is geladen en onze jongens hebben zin om 'm diep erin te stoppen“ en daarbij een filmpje van een vuurwapen dat wordt afgevuurd toe te voegen en - aan [naam] : “Wij komen langs ik zweer je we schieten alles kapot“ en “Je hoort het wel handgranaten en kogelringen op zaken en [plaats] “ en “hij is doorgeladen“ en daarbij een filmpje van een vuurwapen dat wordt afgevuurd toe te voegen en - aan [naam] : “Hé man, kijk, werk aub mee ik heb je gegevens al. Bank bellen heeft geen nut ik kom langs. Zodra je niet reageert kom ik langs“ en daarbij een filmpje van een vuurwapen dat wordt afgevuurd toe te voegen en - aan [naam] : “Ik kom zo langs en gooi een granaat naar binnen vriend“ en “We zijn onderweg hè“ en “Molotov cocktails hebben we in de auto liggen alles“ en “Jullie gaan eraan“ en - aan [aangever 1] : “Ik heb toch al je gegevens al“ en “Je hoort vaak genoeg verhalen over jongens die langs gaan bij oudere mensen die worden helemaal in elkaar geslagen“ en “We komen straks naar je toe“ en “Kies je geld of je gezondheid“ en “hij ligt klaar“ en daarbij een foto van een pistool toe te voegen en - aan [naam] : “We komen bij je langs vriend“ en daarbij een filmpje van een vuurwapen dat wordt afgevuurd toe te voegen en - aan [naam] (ZD1): “Wij zijn een groepje van 4. We hebben jou adres en gegevens“ en “We komen langs krassen en deuken in de auto en je gezin wat aan laten doen“ en “Wij zijn jongens die schieten en granaten achterlaten bij je woning!“ en - aan [naam] : “Ik steek je huis in de fik“ en “ik steek jou kapot“ en “ik kom van het kamp“ en “ik steek jouw hond kapot“ en “ik steek je vrouw neer, ik maak heel jouw familie kapot“ en daarbij het adres van die [aangever 11] te noemen en - aan [naam] : “Ik heb net geld aan de maffia gegeven, ze komen je kop eraf schieten!“ en daarbij de adres- en persoonsgegevens van die [naam] toe te voegen en - aan [naam] : “Ik kom jou en je vriendin keel opensnijden vriend“ en “We gebruiken zware wapens“ en daarbij de adresgegevens van die [naam] toe te voegen, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 7. hij op meer tijdstippen in de periode van 30 november 2018 tot en met 19 maart 2019 te [plaats] en/of [plaats] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, telkens de hierna te noemen personen heeft bedreigd met - enig misdrijf tegen het leven gericht en/of - brandstichting, door die personen via WhatsApp en/of telefonisch dreigend de woorden toe te voegen: - aan [naam] : dat hij € 10.000,- op het hoofd van die [naam] zou zetten als hij naar de politie zou gaan om aangifte te doen en - aan [naam] : “mijn vrienden zeiden dat ze even langs wouden bij jou“ en zij zijn niet de liefste“ en “Ze komen je halen... sorry man“ en daarbij een filmpje van een vuurwapen dat wordt afgevuurd toe te voegen en - aan [aangever 2] : “Als je dat doet, kom ik jullie huis in brand steken“ en “Ik zie nu zwart voor me ogen en dan ga ik gekke dingen doen“ en - aan [naam] : “Als je ING belt ik heb je adres he, ik kom langs dan ga ik die 1500 euro gebruiken voor handgranaten“; 8. hij op 3 december 2018 te [plaats] en/of [plaats] , in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met één of meer anderen, met het oogmerk om zich en/of een (of meer) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [naam] heeft bewogen tot het ter beschikking stellen van gegevens, te weten haar bank- en/of persoonsgegevens, door - zich voor te doen als bonafide koper(s) op een internetdienst en - daarbij gebruik te maken van een valse identiteit en - contact te zoeken met die [naam] over een aangeboden goed en - met die [naam] een afspraak te maken om het goed te kopen en - die [naam] te vragen om bankgegevens en - vervolgens die [naam] te vragen 0,01 euro over te maken en - daarbij die [naam] (via WhatsApp) een link naar een valse betalingssite en/of phishingsite te sturen en - vervolgens die [naam] om een tancode en bankpasgegevens en geboortedatum te vragen; 9. hij op 3 december 2018 te [plaats] en/of [plaats] , in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een ander, enig geldbedrag van € 1.000,-, dat aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader toebehoorde, te weten aan [naam] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en dat weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel(s), te weten met oplichting verkregen - bankpasgegevens en - gebruikersnaam en/of wachtwoord voor het inloggen op internetbankieren tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren. Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard. 8 Strafbaarheid van het bewezenverklaarde De raadsvrouw heeft met betrekking tot de kwalificatie, in lijn met het vonnis van de rechtbank, gesteld dat ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde sprake is van eendaadse samenloop als bedoeld in artikel 55, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (hierna Sr). Het hof ziet dit anders. Van eendaadse samenloop is immers slechts sprake indien de bewezenverklaarde gedragingen in die mate een samenhangend, zich min of meer op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex opleveren dat verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt, terwijl de strekking van de desbetreffende strafbepalingen niet of slechts enigszins uiteenloopt. Hiervan is in onderhavige zaak geen sprake. Het voorhanden hebben van tools die bestemd zijn tot het plegen van computervredebreuk, brengt niet noodzakelijkerwijs met zich mee dat vervolgens ook daadwerkelijk computervredebreuk wordt gepleegd. Hiervoor zijn een afzonderlijke wilsbeslissing en nadere handelingen van verdachte (en zijn mededaders) vereist. Een en ander brengt met zich mee dat verdachte (en zijn mededaders) ten aanzien van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten afzonderlijk een verwijt kan worden gemaakt, waardoor geen sprake is van eendaadse samenloop in de zin van artikel 55, eerste lid, Sr. Het onder 1 tot en met 9 bewezenverklaarde is strafbaar en levert op: onder 1: medeplegen van computervredebreuk, meermalen gepleegd; onder 2: medeplegen van met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid, Sr wordt gepleegd, een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is tot het plegen van een zodanig misdrijf, voorhanden hebben en een computerwachtwoord, toegangscode of daarmee vergelijkbaar gegeven waardoor toegang kan worden gekregen tot een geautomatiseerd werk of een deel daarvan, vervaardigen, voorhanden hebben en ter beschikking stellen, meermalen gepleegd; onder 3: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd; onder 4 en 5: telkens: medeplegen van poging tot oplichting, meermalen gepleegd; onder 6: poging tot afpersing, meermalen gepleegd; onder 7: medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, met brandstichting en met verkrachting, meermalen gepleegd; onder 8: medeplegen van oplichting; onder 9: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels. 9 Strafbaarheid van verdachte Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is. 10 Oplegging van straf Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte. Hierbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende meegewogen. Verdachte heeft zich samen met zijn mededader(s) gedurende een periode van ongeveer vier maanden meermalen schuldig gemaakt aan het plegen van computervredebreuk, het voorhanden hebben van phishing-websites en inloggegevens van de aangevers, oplichting, poging tot oplichting en diefstal door middel van valse sleutels. Hierbij zijn verdachte en zijn mededader(s) op zeer geraffineerde wijze te werk gegaan. Zij hebben een verdienmodel ontwikkeld, waarbij zij met verschillende telefoonnummers verkopers op [website] benaderden, interesse toonden in de aangeboden goederen en hen vervolgens vroegen om een klein bedrag over te maken, naar eigen zeggen om te voorkomen dat juist zij opgelicht zouden worden. Nadat de aangevers op de betaallink klikten werden zij, zonder dit door te hebben, omgeleid naar een phishingwebsite. Zodra zij hun gegevens hierop invulden, maakten verdachte en zijn mededader(s) geld over van hun rekeningen naar de rekening van een moneymule of verplaatsten zij een geldbedrag van hun spaarrekeningen naar hun betaalrekeningen, waarbij het leek alsof er “per ongeluk” een te hoog bedrag was overgemaakt naar de aangevers. Vervolgens speelden verdachte en zijn mededader(s) wederom in op het vertrouwen van de aangevers door paniek te veinzen en hen te vragen het geld terug te storten, wat zij vervolgens in verschillende gevallen deden. Door aldus te handelen hebben verdachte en zijn mededader(s) misbruik gemaakt van het vertrouwen dat de aangevers hadden gesteld in hun medemens en in het online verhandelen van goederen. Door gebruik te maken van verschillende telefoons, simkaarten, valse namen en bankrekeningen van moneymules , probeerden verdachte en zijn mededader(s) uit handen van de politie te blijven. Verdachte en zijn mededader(s) hebben met deze handelswijze schade toegebracht aan een groot aantal personen, waarbij zij hen meer dan € 60.000,00 afhandig hebben gemaakt. De aangevers hebben daarnaast ook onwetend meerdere essentiële persoons- en bankgegevens ter beschikking gesteld aan verdachte en zijn mededader(s), met als gevolg dat zij niet zullen weten of en naar wie deze gegevens nog meer verspreid zijn. Verdachte en zijn mededader(s) hebben geen enkel respect getoond voor het eigendom en de privacy van anderen en hebben hun eigen geldelijk gewin vooropgesteld. Daarbij hebben zij het vertrouwen, dat het publiek noodzakelijkerwijs in het digitale economische en bancaire verkeer stelt, ernstig geschaad. Niet alleen bij de aangevers, maar ook in bredere zin zal het vertrouwen in de veiligheid van online handel en betaling zijn afgenomen door toedoen van verdachte en zijn mededader(s). Daarbij komt dat verdachte en zijn mededaders zich ook meermalen schuldig hebben gemaakt aan poging tot afpersing en bedreiging. Hiertoe gingen zij over als de slachtoffers argwaan kregen en aangaven niet mee te willen werken. Verdachte en zijn mededader(s) gebruikten hierbij de bij hen bekend geworden gegevens en omstandigheden van de aangevers om druk uit te oefenen. Zo liet hij blijken te weten waar zij woonden, noemde hij persoonlijke details van hen, en kondigde hij aan bij hun woningen langs te komen met onder andere zware wapens, zoals handgranaten. Hiermee hebben verdachte en zijn mededader(s)een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer en de veiligheidsgevoelens van de aangevers. Vele van hen hebben kenbaar gemaakt zich onveilig te hebben gevoeld en bang te zijn geweest dat de bedreigingen uitgevoerd zouden kunnen worden. Daarbij komt dat dit soort feiten niet alleen gevolgen hebben voor de veiligheidsgevoelens van de aangevers, maar ook voor die van anderen in de maatschappij. Dit alles weegt het hof in strafverzwarende zin mee. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft verdachte een verklaring afgelegd waarmee hij inzicht heeft geprobeerd te geven in de rol die hij bij de ten laste gelegde feiten heeft gespeeld. Hierbij heeft hij ook in zekere mate inzicht getoond in de schadelijke gevolgen die zijn handelen teweeg heeft gebracht voor de aangevers. Dit weegt het hof in strafmatigende zin mee. Het hof heeft verder gelet op het strafblad van verdachte van 4 augustus 2026. Daaruit volgt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld voor (soortgelijke) strafbare feiten. Dit weegt het hof in strafverzwarende zin mee. Ook heeft het hof acht geslagen op de reclasseringsadviezen van 26 juni 2019 en 2 juni 2022 die met betrekking tot verdachte door Reclassering Nederland is opgemaakt. Het hof heeft bovendien meegewogen de persoonlijke omstandigheden van verdachte. In dit kader heeft verdachte op de zitting van het hof naar voren gebracht dat hij een ommekeer heeft gemaakt in zijn leven. Zo is hij mede-eigenaar van een goed draaiend en nog groeiend bedrijf. Binnen dit bedrijf houdt hij zich onder andere bezig met de dagelijkse bedrijfsvoering, het klantencontact, het contact met samenwerkingspartners en het aansturen van personeel. Ook heeft verdachte een vriendin en een eigen woning. Verder heeft verdachte aangegeven geen schulden (meer) te hebben. Gelet op het hiervoor overwogene, met name gezien de aard en de ernst van het bewezenverklaarde handelen van verdachte, acht het hof in beginsel passend de oplegging van een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur zoals door de rechtbank is opgelegd. Het hof stelt echter vast dat de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, is overschreden in hoger beroep. Verdachte heeft namelijk blijkens de akte van het instellen van het hoger beroep op 17 maart 2020 hoger beroep ingesteld. Onderhavig arrest is op 18 september 2026 uitgesproken. Tussen deze twee data is een tijd verstreken van 6 jaren en afgerond 6 maanden. De termijn die voor de afdoening in hoger beroep staat, bedraagt in dit geval twee jaren. De termijn is dus overschreden met 4 jaren en afgerond 6 maanden. Deze overschrijding dient naar het oordeel van het hof te leiden tot een vermindering van voornoemde gevangenisstraf. Daarbij komt dat het hof in verdachtes veranderde persoonlijke omstandigheden en inzicht, waaruit blijkt dat de door hem ingeslagen positieve weg een stabiele lijkt te zijn en dat deze ommekeer al enige jaren duurt, aanleiding ziet om af te zien van een strafoplegging die zou betekenen dat verdachte nu terug zou moeten naar de gevangenis. Verdachte heeft laten zien dat hij in staat is een positief en delictvrij leven te leiden en verantwoordelijkheid te nemen. Alles in overweging nemend, acht het hof dan ook passend en noodzakelijk de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 360 dagen met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 252 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf van 240 uren, bij niet naar behoren uitvoeren te vervangen door 120 dagen hechtenis. Het voorwaardelijke deel van deze straf zal als stok achter de deur dienen om verdachte ervan te weerhouden wederom (vergelijkbare) strafbare feiten te plegen. 11 Beslag 11.1. Verbeurdverklaring Ten aanzien van de navolgende in beslag genomen voorwerpen, te weten, [nummer] 1 STK Apple iPhone (grijs); [nummer] 1 STK Apple iPhone (grijs); [nummer] 1 STK Apple iPhone (grijs); [nummer] 1 STK Lenovo Notebook (grijs); [nummer] 1 STK Apple iPhone (zwart); [nummer] 41 STK Lyca Mobile Simkaart; [nummer] 1 STK Apple iPhone (grijs); geldt dat deze voorwerpen toebehoren aan verdachte. Bovendien zijn met betrekking tot deze voorwerpen de bewezen verklaarde feiten begaan en/of zijn deze voorwerpen vervaardigd of bestemd tot het begaan van deze misdrijven. Daarom zal het hof deze voorwerpen verbeurd verklaren. Bij deze beslissing heeft het hof rekening gehouden met de draagkracht van verdachte. 11.2. Teruggave aan verdachte Het hof zal de teruggave gelasten aan verdachte van: - [nummer] 1 STK Plastic ijsbak. 12 Wetsartikelen De straf is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24, 33, 33a, 45, 47, 57, 63, 138ab, 139d, 285, 311, 317 en 326 Sr. Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde, dan wel zoals zij gelden op het moment van het wijzen van dit arrest. 13 BESLISSING Het hof: verklaart verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep voor zover gericht tegen de partiële vrijspraak ten aanzien van de onder 1, 3, 4 en 6 ten laste gelegde feiten voor zover deze feiten betrekking hebben op aangevers [aangever 1] (feit 1), [aangever 2] (feit 1), [aangever 3] (feit 1 en 4), [aangever 4] (feit 1 en 3), [aangever 5] (feit 1 en 4), [aangever 6] (feit 4), [aangever 7] (feit 4), [aangever 8] (feit 4) en [benadeelde partij] (feit 6). Vernietigt het vonnis waarvan beroep – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – en doet in zoverre opnieuw recht: verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9 tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij . Verklaart het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 360 (driehonderdzestig) dagen . Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 252 (tweehonderdtweeënvijftig) dagen , niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Beveelt dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, Sr bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Veroordeelt verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren , indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis . Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: - [nummer] 1 STK Apple iPhone (grijs); - [nummer] 1 STK Apple iPhone (grijs); - [nummer] 1 STK Apple iPhone (grijs); - [nummer] 1 STK Lenovo Notebook (grijs); - [nummer] 1 STK Apple iPhone (zwart); - [nummer] 41 STK Lyca Mobile Simkaart; - [nummer] 1 STK Apple iPhone (grijs). Gelast de teruggave aan verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: - [nummer] 1 STK plastic ijsbak. Dit arrest is gewezen door mr. T.H. Bosma, mr. F. van der Maden en mr. D. Stikkelbroeck, in aanwezigheid van de griffier mr. I.C. Bita en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 4 september 2026. Te weten [nummer] 1 STK Apple iPhone (grijs); [nummer] 1 STK Apple iPhone (grijs); [nummer] 1 STK Apple iPhone (grijs); [nummer] 1 STK Lenovo Notebook (grijs); [nummer] 1 STK Apple iPhone (zwart); [nummer] 41 STK Lyca Mobile Simkaart en [nummer] 1 STK Apple iPhone (grijs). Te weten [nummer] 1 STK plastic ijsbak. HR 5 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:475, r.o. 6.13.1 tot en met 6.13.5 en HR 18 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:408. HR 5 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:475, r.o. 6.12.4. HR 5 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:475, r.o. 6.12.5. Opgenomen op pagina 485 en 486 van het hierna genoemde politiedossier. Wanneer hierna wordt verwezen naar processen-verbaal betreffen dit steeds, tenzij anders aangegeven, processen-verbaal die op ambtseed of ambtsbelofte door de daartoe bevoegde ambtenaren zijn opgemaakt en zijn opgenomen op de genoemde paginanummers van het politiedossier met nummer 2019065730Z, dat op 2 juli 2019 is afgesloten en ondertekend. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 485. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 491 en 492, en een proces-verbaal van bevindingen, pagina 495. Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] , pagina 272. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 855. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 900. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 866. Processen-verbaal van aangifte, pagina 535 tot en met 666 en pagina 678 tot en met 817. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 860. Processen-verbaal van aangifte, pagina 1228 tot en met 1293. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1295. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1294. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 320. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 1397. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1402. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 1383. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 494. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1185 tot en met 1188. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 1168. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 494. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1175. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 1403 en 1407. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 494. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1418. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 1038, een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 1427, en een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 1450. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 494. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 1064, 1065, 1441 tot en met 1444, 1452 tot en met 1453. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 1085. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 494. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1099 tot en met 1104. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1098. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 1321. Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] , pagina 1115. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 494. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 944. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1151 tot en met 1163. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1147. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 1421. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 494. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1426. Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , pagina 716 tot en met 738. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 780 tot en met 786. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 801 tot en met 809. Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 7] , pagina 535 tot en met 551. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 559 tot en met 564. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 678 tot en met 686. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 787 tot en met 800. Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam] , pagina 1031 en 1032. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 565 tot en met 572. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 687 tot en met 715. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 770 tot en met 779. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 587 tot en met 612. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 643 tot en met 666. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 739 tot en met 742. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 613 tot en met 616. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 746 tot en met 749. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 752 tot en met 766. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 621 tot en met 638. Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 8] , pagina 810 tot en met 817. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 1128 tot en met 1163. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 1270 tot en met 1281. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 1285 tot en met 1293. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 1403 tot en met 1415. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 1397 tot en met 1400. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 1383 tot en met 1392. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 1178 tot en met 1188. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 1179. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 1168 tot en met 1175. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 1085 tot en met 1089. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 1038 tot en met 1055. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 375. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 1427 tot en met 1438. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1444. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 1445 tot en met 1449. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 1321 tot en met 1327. Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] , pagina 1115 tot en met 1121. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] , pagina 1421 en 1422. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1426. De verklaring van verdachte zoals afgelegd op de zitting van het hof van 4 september 2026. De verklaring van verdachte zoals afgelegd op de zitting van het hof van 4 september 2026. Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] , pagina 292 tot en met 294. Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] , pagina 267 en 268. Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] , pagina 302. De verklaring van verdachte zoals afgelegd op de zitting van het hof van 4 september 2026. Ten aanzien van aangever [naam] (feiten 8 en 9) geldt in dit kader meer specifiek dat uit de bewijsmiddelen volgt dat het tegoed van het telefoonnummer * [telefoonnummer] op 3 december 2018 om 14.07 uur is opgewaardeerd middels een voucher die was besteld door middel van een iDeal-betaling van verdachte waarbij zijn e-mailadres is gebruikt. Hierdoor moet het ervoor worden gehouden dat verdachte op die betreffende datum zelf de gebruiker is geweest van het telefoonnummer * [telefoonnummer] waarmee om 19.15 uur via Whatsapp aangever [naam] is benaderd. Het dossier biedt geen aanknopingspunten die op het tegendeel zouden kunnen wijzen. Evenmin zijn dergelijke aanknopingspunten door de verdediging aangevoerd.