Skip to content
Case Law · Rechtbank Amsterdam ·ECLI:NL:RBAMS:2026:9523 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Amsterdam, 15-09-2026 (13-062432-26)

Executie-EAB Polen; voortzetting na tussenuitspraak; artikel 6a OLW: geen toestemming voor strafovername; overlevering toegestaan.

Judgment

Full text

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-062432-26 Datum uitspraak: 15 september 2026 UITSPRAAK op de vordering van 10 maart 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 22 januari 2026 door the Regional Court in Opole , Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1983. ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [BRP adres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang Zitting van 7 mei 2026 De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 7 mei 2026 in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. L.C. Cox, advocaat te Amersfoort, en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. Tussenuitspraak van 21 mei 2026 In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank vastgesteld dat aan de voorwaarden voor gelijkstelling met een Nederlander als bedoeld in artikel 6a, negende lid, OLW is voldaan en dat de tenuitvoerlegging van de opgelegde vrijheidsstraf kan worden overgenomen. De rechtbank heeft het onderzoek heropend en geschorst voor onbepaalde tijd om in navolging van het arrest C.J. van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) de officier van justitie te verzoeken om het ingevulde certificaat zoals opgenomen in bijlage 1 van het Kaderbesluit 2008/909/JBZ en een kopie van het vonnis van the District Court in Nysa van 4 februari 2010 met kenmerk II K 649/10 op te vragen bij of via de uitvaardigende justitiële autoriteit, zodat de rechtbank kan beslissen over de overname van de tenuitvoerlegging van de in Polen opgelegde straf als bedoeld in artikel 6a OLW. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vierde lid, OLW met 60 dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de (geschorste) overleveringsdetentie op grond van artikel 27, derde lid, OLW. Zitting van 16 juli 2026 Op deze zitting heeft de rechtbank – met instemming van partijen – de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling voortgezet in aanwezigheid van mr. E.M. Meppelink, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. L.C. Cox, en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vierde lid, OLW met 60 dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de (geschorste) overleveringsdetentie op grond van artikel 27, derde lid, OLW om het opgevraagde certificaat af te wachten. Zitting van 1 september 2026 Op deze zitting heeft de rechtbank – met instemming van partijen – de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling voortgezet in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. L.C. Cox, en door een tolk in de Poolse taal. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3 Tussenuitspraak van 21 mei 2026 In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB (onder 3), de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW (onder 4), de strafbaarheid van het feit (onder 5) en de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a, negende lid, OLW (onder 6). Hetgeen de rechtbank hierover heeft overwogen, moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. 4 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW Toestemming voor overname en tenuitvoerlegging van de straf? De straf kan door Nederland pas worden overgenomen als de Poolse bevoegde autoriteit toestemming heeft gegeven voor overname en tenuitvoerlegging van de opgelegde vrijheidsstraf in Nederland. De bevoegde autoriteit geeft deze toestemming door het toesturen van een certificaat, en een kopie van het veroordelende vonnis. Bij bericht van 31 juli 2026 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit (onder andere) de volgende aanvullende informatie verstrekt: "(…), the Republic of Poland – as the issuing and executing State – will apply to it the legal instruments concerning the transfer of sentenced persons applicable before the entry into force of the Framework Decision, which did not at all allow for the possibility of transferring abroad the enforcement of a custodial sentence imposed on a Polish citizen,- as well as the circumstances relating to the convicted person, including in particular his exclusive Polish citizenship, upbringing in a Polish cultural environment and his previous criminal record, which do not provide grounds for considering that the transfer of the judgment of the District Court in Nysa of 4 February 2010, file ref. Act II K 649/10, to be executed in the territory of the Kingdom of the Netherlands, will allow for the educational and preventive objectives of the penalty to be achieved to a greater extent, as required by the provisions of Chapter 66f of the Polish Code of Criminal Procedure, which implements Framework Decision 2008/909." Bij bericht van 17 augustus 2026 is hier nog het volgende aan toegevoegd: “The Regional Court in Opole, III Criminal Division, in case reference III Kop 72/25, in response to your message of August 13, 2026, informs you that the decision expressed in the resolution of September 21, 2023, in case reference III Kop 44/23, regarding the lack of legal grounds for applying to the judicial authorities of the Kingdom of the Netherlands for consent to the execution in the territory of the Kingdom of the Netherlands of the penalties imposed on Sebastian Tymoszynski by the District Court in Nysa (in cases II K 807/07 and II K 649/10), is still upheld. The reasoning contained in the aforementioned resolution remains valid.” Standpunt van de raadsvrouw De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd onder gelijktijdige strafovername omdat uit vraag 3 van het arrest C.J. blijkt dat het de uitvoerende lidstaat vrij staat om zonder toestemming van de uitvaardigende lidstaat de straf over te nemen. De uitvaardigende lidstaat, in dit geval Polen, behoudt daarnaast wel het recht om de straf in Polen ten uitvoer te leggen. De opgeëiste persoon loopt hiermee het risico de straf twee keer te moeten uitzitten. De opgeëiste persoon heeft aangegeven bereid te zijn dit risico te nemen. Daarnaast moet de overlevering worden geweigerd omdat de Poolse autoriteit geen evenredigheidstoets heeft gedaan sinds de beslissing van 21 september 2023 met kenmerk III Kop 44/23 waarin is besloten dat de straf in Polen ten uitvoer moet worden gelegd ten behoeve van resocialisatie en preventie. Inmiddels heeft de opgeëiste persoon drie jaar langer in Nederland gewoond en gewerkt waardoor opnieuw getoetst moet worden of de beslissing uit 2023 nog steeds evenredig is. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden toegestaan nu er uitdrukkelijk geen toestemming is gegeven voor strafovername gelet op een beslissing van 21 september 2023 met kenmerk III Kop 44/23 waarin is besloten dat de straf in Polen ten uitvoer moet worden gelegd ten behoeve van resocialisatie en preventie. Uit het arrest C.J. volgt uit rechtsoverweging 70 dat straffeloosheid dient te worden voorkomen en dat de uitvaardigende lidstaat een eigen afweging kan maken over het geven van toestemming. Het belang van straffeloosheid gaat boven het belang van resocialisatie. Ten aanzien van de evenredigheid blijkt uit de aanvullende informatie van 17 augustus 2026 expliciet dat er een evenredigheidstoets is gedaan door de Poolse autoriteiten nu zij aangeven dat de beslissing uit 2023 nog steeds van kracht is en dat de motivering van die beslissing nog steeds stand houdt. Oordeel van de rechtbank De rechtbank leest allereerst in het arrest C.J. van het HvJEU van 4 september 2025 de volgende rechtsoverwegingen: “ Hieruit volgt ten eerste dat de uitvoerende rechterlijke autoriteiten de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel slechts kunnen weigeren om redenen die voortvloeien uit kaderbesluit 2002/584, zoals uitgelegd door het Hof. Ten tweede is de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel de regel en de weigering van de tenuitvoerlegging de uitzondering, die dus strikt moet worden uitgelegd [arrest van 6 juni 2023, O. G. (Europees aanhoudingsbevel tegen een onderdaan van een derde land),C700/21, EU:C:2023:444, punt 33 en aldaar aangehaalde rechtspraak ]” (…) “ Indien een daadwerkelijke overname van de tenuitvoerlegging van de sanctie door de tenuitvoerleggingsstaat niet mogelijk is om welke reden dan ook, met inbegrip van de niet-inachtneming van de procedure en de voorwaarden van kaderbesluit 2008/909, vloeit uit het beginsel van wederzijdse erkenning voort dat een Europees aanhoudingsbevel ten uitvoer moet worden gelegd teneinde straffeloosheid van de gezochte persoon te voorkomen. Zoals in punt 41 van dit arrest is opgemerkt, is de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel immers de regel en de weigering ervan de uitzondering, die dus strikt moet worden uitgelegd. ” (…) “ Aangezien een dergelijke handhaving echter een inbreuk kan vormen op de persoonlijke vrijheid van de gezochte persoon, moet nog worden gepreciseerd dat de uitvaardigende rechterlijke autoriteit moet nagaan of die handhaving, gelet op de specifieke omstandigheden van de zaak, evenredig is. In het kader van een dergelijk onderzoek dient die autoriteit met name rekening te houden met de gevolgen voor die persoon van de handhaving van het Europees aanhoudingsbevel dat tegen hem is uitgevaardigd, en met de vooruitzichten betreffende de tenuitvoerlegging van dat aanhoudingsbevel (zie in die zin arrest van 29 juli 2024, Breian, C318/24 PPU, EU:C:2024:658, punt 54 en aldaar aangehaalde rechtspraak) .” Gelet op bovengenoemde rechtsoverwegingen stelt de rechtbank vast dat overlevering de regel is en weigering de uitzondering. Indien een straf niet kan worden overgenomen, dient de overlevering te worden toegestaan om straffeloosheid te voorkomen. Uit de aanvullende informatie van 31 juli 2026 blijkt dat the Regional Court in Opole op 21 september 2023 een beslissing heeft genomen met kenmerk III Kop 44/23 waarin is besloten dat de opgelegde straf niet door Nederland ten uitvoer kan worden gelegd vanwege het Poolse belang van resocialisatie en preventie. De Poolse autoriteiten hebben bij bericht van 17 augustus 2026 laten weten dat de beslissing van 21 september 2023 nog van kracht is en dat de motivering van die beslissing nog stand houdt. Gelet op voornoemde overwegingen van het HvJEU is de rechtbank van oordeel dat er geen ruimte meer is voor de uitvoerende lidstaat om een evenredigheidstoets uit te voeren. Overigens is duidelijk dat de Poolse autoriteiten inhoudelijk naar de zaak hebben gekeken en gemotiveerd hebben vermeld dat de beslissing van 21 september 2023 nog stand houdt. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat de overlevering moet worden toegestaan om straffeloosheid te voorkomen. De rechtbank verwerpt daarom het verweer. 5 Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe. 6 Toepasselijke wetsbepalingen De artikelen 2, 5 en 7 OLW. 7 Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Regional Court in Opole , Polen, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. E. de Rooij, voorzitter, mrs. M. Westerman en A.B.M. Wijnveldt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Gauneau, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 15 september 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. ECLI:NL:RBAMS:2026:8880. HvJ EU, 4 september 2025, C-305/22, ECLI:EU:C:2025:665 ( C.J. (Tenuitvoerlegging van een vonnis naar aanleiding van een EAB) ). Zoals opgenomen in bijlage 1 bij het Kaderbesluit 2008/909/JBZ. HvJ EU, 4 september 2025, C-305/22, ECLI:EU:C:2025:665, rechtsoverweging 41. HvJ EU, 4 september 2025, C-305/22, ECLI:EU:C:2025:665, rechtsoverweging 70. HvJ EU, 4 september 2025, C-305/22, ECLI:EU:C:2025:665, rechtsoverweging 85.

How it connects

Recommendations 01/2021 adequacy referential under the Law Enforcement Directive 1 vo.1 Adopted Recommendations 01/2021 on the adequacy referential under the Law Enforcement Directive Adopted on 2 February 2021 2 vo.1 Adopted Version history Version 1.1 6 July… Recommendations Feb 2, 2021 Law Enforcement Supervision Privacy Shield
Opinion 12/2024 “Code of Conduct for Service Providers in Clinical Research” submitted by EUCROF 1 Adopted Opinion 12 /202 4 on the draft decision of the French Supervisory Authority regarding the “ Code of Conduct for Service Providers in Clinical Research” submitted by… French SA ·Opinion Jun 18, 2024 Supervision Codes of Conduct Supervisory Authorities