Skip to content
Case Law · Rechtbank Den Haag ·ECLI:NL:RBDHA:2026:27729 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Den Haag, 13-02-2026 (SGR 25/1931)

Judgment

Decision

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Verbatim, from the decision of the court. Read it in the text ↓

Summary

Afwijzing verzoek tot wijziging van twee politieregistraties - verweerder heeft niet hoeven voldoen aan eisers verzoek tot wijziging dan wel vernietiging van (delen van) de betreffende registratie nu niet is gebleken dat de daarin vermelde gegevens onjuist zijn - het deel van het verzoek dat ziet op gedragingen van eisers vrouw heeft verweerder kunnen afwijzen omdat deze gedragingen niet op eiser persoonlijk zien - de opmerking dat eiser uit het niets het woord 'geweld' heeft gebruikt betreft een feitelijkheid - de opmerking dat eiser overdreven meewerkend was betreft een professionele indruk - voor zover eisers verzoek moet worden opgevat als een verzoek tot aanvulling, heeft verweerder hier niet aan hoeven voldoen - beroep ongegrond.

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 25/1931 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 februari 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser (gemachtigde: F. van der Linde), en de korpschef van de politie, verweerder (gemachtigde: mr. J. Bruinsma). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de beslissing op zijn verzoek tot wijziging van twee politieregistraties op grond van de Wet politiegegevens (Wpg). 1.1. Verweerder heeft dit verzoek met het besluit van 27 februari 2025 gedeeltelijk afgewezen. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. 1.2. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 16 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van eiser. De gemachtigde van verweerder is met voorafgaand bericht niet ter zitting verschenen. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? 2. Eiser heeft op 4 februari 2025 verweerder verzocht om de registraties [registratie 1] en [registratie 2] te wijzigen op grond van artikel 28 van de Wpg. In registratie [registratie 2] is weergegeven dat er contact is geweest met eiser in verband met de vermissing van een minderjarige. In registratie [registratie 1] wordt weergegeven dat de politie de woning van eiser heeft bezocht op 17 oktober 2024 in verband met een melding van de buren. 2.1. Eiser heeft verzocht om registratie [registratie 2] te wijzigen omdat eiser in de mutatie ten onrechte als melder is aangeduid. Eiser heeft verzocht om registratie [registratie 1] te wijzigen omdat in de mutatie is opgenomen dat zijn vrouw fel reageerde en de deur dichtgooide, dat er mogelijk op de deurbel werd meegekeken, dat eiser overdreven meewerkend was en dat eiser uit het niets het woord ‘geweld’ benoemde en dit onjuist is. 2.2. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 27 februari 2025 het verzoek van eiser tot wijziging van [registratie 2] opgevat als een verzoek tot vernietiging van zijn persoonsgegevens en dit verzoek toegewezen omdat uit onderzoek is gebleken eiser ten onrechte als melder is aangemerkt. 2.3. Het verzoek tot wijziging dan wel verwijdering van registratie [registratie 1] heeft verweerder afgewezen. Ten aanzien van eisers verzoek tot wijziging dan wel verwijdering van de passage in de registratie waarin staat dat zijn vrouw fel heeft gereageerd en de deur heeft dichtgegooid stelt verweerder zich op het standpunt dat het recht op rectificatie van politiegegevens een persoonlijk recht is dat dus alleen betrekking kan hebben op politiegegevens die op eiser persoonlijk zien. Ten aanzien van de overige verzoeken stelt verweerder dat dit weergaves van de indrukken en waarnemingen van verbalisanten betreffen en dat uit eisers enkele verklaring niet blijkt dat deze gegevens onjuist of onvolledig zijn, noch dat deze in strijd met enig wettelijk voorschrift zijn verkregen of dat met rectificatie daarvan aan enig wettelijk voorschrift wordt voldaan. Wat vindt eiser in beroep? 3. Eiser is het niet eens met de afwijzing van zijn verzoek tot wijziging van registratie [registratie 1] (hierna: de registratie). Eiser erkent dat een deel van het verzoek niet op hem persoonlijk ziet. Eisers vrouw zal het verzoek alsnog ondertekenen zodat een aparte procedure voorkomen kan worden. Eiser ziet ten aanzien van (delen van) de registratie die betrekking hebben op zijn vrouw, niet in wat de relevantie is van het vermelden dat mogelijk werd meegekeken op de deurbel. Er is niks mis met meekijken als de politie voor de deur staat. Eisers verzoekt dan ook om deze zinnen uit de mutatie te verwijderen. Verweerder wijst er daarnaast ten onrechte op dat het in artikel 28 van de Wpg neergelegde recht niet bedoeld is om indrukken, meningen en conclusies waarmee de betrokkene zich niet kan verenigen, te rectificeren of te vernietigen. De opmerkingen dat eiser overdreven meewerkend was en dat hij uit het niets het woord ‘geweld’ gebruikte betreffen geen indrukken maar feitelijkheden. Verweerder doet feitelijkheden structureel af als waarnemingen om burgers daarmee het rectificatierecht af te nemen. Eiser wijst hierbij op een uitspraak van de hoogste bestuursrechter. Verder stelt verweerder een onmogelijke eis door van eiser te verwachten dat hij aannemelijk maakt dat feitelijkheden onjuist zijn. Tot slot, wijst eiser op een artikel van Follow the Money en een podcast van Follow the Money met de voorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens, Aleid Wolfsen, van 13 april 2025 waaruit blijkt dat het niet goed gaat met de datahuishouding bij de politie en wijst eiser op een artikel uit het NRC Handelsblad en een opiniestuk van de gemachtigde van eiser in het Parool waarin hij betoogt dat er vaak onjuistheden staan in processen-verbaal van de politie. Wat is het oordeel van de rechtbank? 4. De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet heeft hoeven voldoen aan eisers verzoek tot wijziging dan wel vernietiging van (delen van) de betreffende de registratie nu niet is gebleken dat de in de registratie vermelde gegevens onjuist zijn. Ook is niet gebleken dat de gegevens voor het doel van de verwerking onvolledig zijn of niet ter zake dienend zijn, dan wel in strijd met een wettelijk voorschrift zijn verwerkt of dat enig wettelijk voorschrift tot vernietiging van deze gegevens verplicht. De rechtbank zal dit oordeel hierna uitleggen. 4.1. In artikel 28, eerste lid, van de Wpg is het recht op rectificatie van politiegegevens opgenomen. Dat recht is bedoeld om onjuiste politiegegevens te wijzigen of, gelet op het doel van de verwerking, onvolledige politiegegevens aan te vullen. De hoogste bestuursrechter heeft in haar rechtspraak overwogen dat op grond van artikel 28 , eerste lid, van de Wpg, correctie van de gegevens alleen mogelijk is wanneer de gegevens feitelijke onjuistheden bevatten. Het correctierecht is niet bedoeld om gegevens, bestaande uit indrukken, meningen en conclusies, waarmee de betrokkene zich niet kan verenigen, te corrigeren of te verwijderen. Voor zover het verzoek tot wijziging betrekking heeft op feiten, is het aan de betrokkene om aannemelijk te maken dat deze feiten onjuist zijn. 4.2. In artikel 28, tweede lid, van de Wpg is het recht op vernietiging van politiegegevens opgenomen. Er geldt slechts een verplichting tot vernietiging als de betreffende gegevens in strijd met een wettelijk voorschrift zijn verwerkt of als er een wettelijke verplichting bestaat om deze gegevens te vernietigen. Verweerder heeft hierbij dus geen beslissingsruimte. 4.3. De rechtbank overweegt dat niet in geschil is tussen partijen dat het verzoek dat ziet op de opmerkingen over het gedrag van eisers vrouw, geen betrekking hebben op eiser persoonlijk en hij dus niet op grond van artikel 28 van de Wpg kan verzoeken om deze opmerkingen te verwijderen dan wel te wijzigen. Uit de overgelegde stukken blijkt dat het hierbij gaat om de opmerkingen dat eisers vrouw fel reageerde, de deur dichtgooide en dat er mogelijk werd meegekeken op de deurbel. Bij brief van 3 juni 2025 heeft eisers vrouw het verzoek alsnog ondertekend en hebben eiser en zijn vrouw verweerder verzocht om een aanvullend besluit te nemen. Niet is gebleken dat verweerder een aanvullend besluit heeft genomen dat bij deze beroepsprocedure betrokken dient te worden. 4.4. De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet heeft hoeven voldoen aan eisers verzoek om de opmerking in de mutatie dat hij uit het niets het woord ‘geweld’ heeft gebruikt, te wijzigen. Daarbij is allereerst van belang dat, anders dan eiser stelt, in de mutatie niet is opgenomen dat eiser uit het niets het woord ‘geweld’ heeft gebruikt maar dat hij uit zichzelf het woord geweld heeft gebruikt. Eiser heeft toegelicht dat hij aan zijn kinderen heeft gevraagd uit te leggen waar zij iedere dag onderling mee bezig zijn, toen de politieagenten zijn woning betraden. Zijn oudste zoon heeft toen verteld dat hij en zijn jongere broertje elke dag met elkaar spelen en af en toe ruzie maken en dat zij elkaar dan soms slaan. De politieagente heeft toen haar arm uitgestoken en aan zijn oudste zoon gevraagd om een tikje op haar hand te geven zodat zij kon vaststellen hoe hard zijn zoon sloeg. Nadat hij dit had gedaan gaf de politieagente aan dat dit niet hard was. Daarop heeft eiser aangegeven dat er verder niets aan de hand was en dat geen sprake was van geweld of enige andere problematiek. Volgens eiser is het voorgaande ten onrechte niet opgenomen in de mutatie. Dat eiser uit zichzelf het woord ‘geweld’ heeft gebruikt betreft dus een feitelijkheid die hij niet weerspreekt. Eiser heeft enkel aangevoerd dat de opmerking context mist maar dit is onvoldoende om de opmerking voor rectificatie in aanmerking te laten komen. 4.5. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder de opmerking dat eiser overdreven meewerkend was niet heeft hoeven wijzigen. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat dit een professionele indruk betreft van de betreffende verbalisant die dus niet in aanmerking komt voor wijziging. De rechtbank is met eiser eens dat de constatering dat eiser heeft meegewerkt of niet weliswaar een feitelijkheid betreft, maar in dit geval wordt door eiser niet betwist dat hij heeft meegewerkt. Eiser is het alleen niet eens met de beschrijving van de manier waarop hij dat heeft gedaan. Dit laatste betreft nu juist een professionele indruk. 4.6. Voor zover eisers verzoek zoals weergegeven onder 4.4. en 4.5. moeten worden opgevat als verzoeken tot aanvulling van deze gegevens , heeft verweerder ook daar niet aan hoeven voldoen. Niet is gebleken dat deze gegevens voor het doel van de verwerking onvolledig zijn of niet ter zake dienend zijn. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd dat de vastlegging van een feitelijke weergave van de indrukken en waarnemingen van verbalisanten bijdraagt aan de informatievoorziening ten behoeve van de goede uitvoering van de dagelijkse politietaak , zoals de afhandelingen van meldingen, incidenten en acties waarbij de politie in het kader van haar taakstelling betrokken is of is geweest. Ook heeft verweerder deze gegevens niet hoeven vernietigen nu niet is gebleken dat eisers gegevens in strijd met enig wettelijk voorschrift zijn verwerkt of dat enig wettelijk voorschrift tot verwijdering van deze gegevens verplicht. 4.7. Eisers verwijzing naar een uitspraak van de hoogste bestuursrechter leidt niet tot een ander oordeel. In die zaak is geoordeeld dat, gezien de bewoordingen, in de betreffende passages van het mutatierapport niet alleen professionele indrukken, meningen of conclusies waren opgenomen, maar ook feitelijke gegevens waren weergegeven. De belanghebbende in die zaak was alleen ten onrechte niet in de gelegenheid gesteld om aannemelijk te maken dat deze feitelijke gegevens onjuist waren. Hiervan is in dit geval geen sprake. Eisers verwijzing naar verschillende artikelen en een podcastaflevering maakt het voorgaande ook niet anders. Deze zien immers niet op eisers specifieke situatie in relatie tot zijn verzoeken die in deze procedure ter beoordeling voorliggen. Conclusie en gevolgen 5. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.A. Timmer, rechter, in aanwezigheid van mr. J.J. Yilmaz, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 13 februari 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 14 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:621. W. Heck, ‘Omar klaagt Nederland aan, hij staat ten onrechte op de terreurlijst’, 18 april 2024, NRC Handelsblad. F. van der Linde, ‘Opinie: ‘Rechters geloof agenten niet op hun blauwe ogen’, 8 juni 2024, het Parool. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling). Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 18 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:807, en van 15 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:69. Zie ook de uitspraak van de Afdeling van 19 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2509. Op grond van artikel 28, eerste lid, van de Wpg. Op grond van artikel 3 van De politiewet 2012. Zie voetnoot 1.

How it connects

2025 EDPB Annual Report 2024 De EDPB heeft het Jaarraport van 2024 gepubliceerd. Met ook een handzame samenvatting voor degene die geen tijd hebben. Er wordt ook een lijst met zaken van enkele DPAs… Apr 23, 2025 AI Enforcement Actions Mutual Assistance Between Member States for AI Oversight Cookies
2025 One-Stop-Shop case digest on right of access EDPB/SPE 16 jan 2025 One-Stop-Shop case digest on right of access. Een rapport opgesteld door Hanne Marie Motzfeldt (Københavns Universitet) waarin beslissingen inzake het… EDPB Jan 16, 2025 Right of Access Personal Data Legitimate Interest
Recommendations 01/2021 adequacy referential under the Law Enforcement Directive 1 vo.1 Adopted Recommendations 01/2021 on the adequacy referential under the Law Enforcement Directive Adopted on 2 February 2021 2 vo.1 Adopted Version history Version 1.1 6 July… Recommendations ·EDPB Feb 2, 2021 Law Enforcement Supervision Privacy Shield