Skip to content
Case Law · Rechtbank Den Haag ·ECLI:NL:RBDHA:2026:27699 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Den Haag, 31-03-2026 (SGR 25/2199)

Judgment

Decision

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Verbatim, from the decision of the court. Read it in the text ↓

Summary

Beroep tegen besluit van de korpschef van de politie dat er onvoldoende waarborgen bestaan dat hij betrouwbaar kan worden geacht om werkzaamheden voor de politie te verrichten - het bestreden besluit is zorgvuldig voorbereid - verweerder mocht concluderen dat eiser niet open eerlijk is geweest in het betrouwbaarheidsonderzoek door het OPG-formulier niet volledig en naar waarheid in te vullen - het bestreden besluit is niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel - verweerder heeft op goede gronden besloten dat er onvoldoende waarborgen zijn dat eiser betrouwbaar kan worden geacht.

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 25/2199 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 maart 2026 in de zaak tussen [eiser], uit [woonplaats], eiser (gemachtigde: mr. M.C. van Meppelen Scheppink), en de korpschef van politie, verweerder (gemachtigden: [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2]). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit dat er onvoldoende waarborgen bestaan dat hij betrouwbaar kan worden geacht om werkzaamheden voor de politie te verrichten. 1.1. Verweerder heeft dit besluit genomen op 23 juli 2024. Met het bestreden besluit van 11 februari 2025 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 1.2. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 13 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigden van verweerder. 1.4. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst. Zowel eiser als verweerder hebben de gelegenheid gekregen om aanvullende stukken in te dienen. 1.5. Eiser heeft hierna nadere stukken en nadere reacties ingediend. Verweerder heeft eveneens nadere stukken en een nadere reactie ingediend. Verweerder heeft bij het indienen van de stukken een beroep gedaan op beperkte kennisneming als bedoeld in artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Bij beslissing van 2 februari 2026 heeft de geheimhoudingskamer van de rechtbank het verzoek van verweerder toegewezen. 1.6. Eiser heeft hierop nadere reacties ingediend en de rechtbank toestemming gegeven om de betreffende 8:29 Awb-stukken te gebruiken bij de beoordeling van het beroep. 1.7. Partijen hebben de rechtbank toestemming gegeven uitspraak te doen zonder nadere zitting. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? 2. Eiser heeft gesolliciteerd naar de functie van medewerker beveiliging bij het team Bewaken en Beveiligen bij de politie eenheid van Den Haag. In het kader van de sollicitatieprocedure heeft een onderzoek naar zijn betrouwbaarheid plaatsgevonden. Verweerder heeft hieruit geconcludeerd dat er onvoldoende waarborgen zijn dat eiser betrouwbaar kan worden geacht om werkzaamheden voor de politie uit te voeren. Redengevend hiervoor is dat eiser niet open en eerlijk is geweest in het betrouwbaarheidsonderzoek door het ‘Opgaveformulier Persoonlijke Gegevens’(hierna: OPG-formulier) niet volledig en naar waarheid in te vullen. Wat vindt eiser in beroep? 3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Het bestreden besluit is niet evenredig nu de impact van het besluit groot is. Niet alleen is eiser door het besluit niet tot de gewenste aanstelling bij de politie gekomen, ook de reputatie van eiser heeft grote schade opgelopen. Bovendien duurt het aanvragen van een pas in de beveiligingsbranche extra lang, waarschijnlijk door de resultaten van het betrouwbaarheidsonderzoek. Dit geldt temeer nu eiser in 2022 een betrouwbaarheidsonderzoek heeft laten uitvoeren en dit een positieve uitkomst kende en eiser hiervoor bij de Koninklijke Marechaussee (hierna: KMar) heeft gewerkt en in die functie niet van enige onbetrouwbaarheid is gebleken. 3.1. Het betrouwbaarheidsonderzoek heeft op onzorgvuldige wijze plaatsgevonden. Eiser heeft pas in bezwaar kennisgenomen van het Gespreksverslag betrokkene van 21 juni 2024 (hierna: het gespreksverslag) en het rapport van de afdeling Veiligheid, Integriteit en Klachten (hierna; VIK) van 3 juli 2024. Uit het gespreksverslag en het rapport blijkt een gebrek aan objectiviteit en een schijn van vooringenomenheid. Daarmee is het bestreden besluit in strijd met artikel 7, eerste en tweede lid, van het Besluit screening ambtenaren van politie en politie-externen. Zonder medeweten van eiser en zonder hoor en wederhoor is een aangifte van de zus van eisers vriendin onderdeel gaan uitmaken van het betrouwbaarheidsonderzoek. Deze aangifte is niet juist. Eiser heeft ter onderbouwing van deze stelling een verklaring van de zus van zijn vriendin ingebracht. Eiser was verder niet bekend met de aangifte en had hier dus ook niet open over kunnen zijn. Dat eiser aangever zou hebben proberen te weerhouden om aangifte te doen klopt niet met de tijdlijn nu op 2 maart 2024 aangifte is gedaan en eiser op 27 maart 2024 solliciteerde bij de politie. Op 2 maart was hij nog niet bekend met de vacature waarop hij solliciteerde. Bovendien is de aangifte niet tegen eiser gericht. De wijze waarop deze aangifte is gebruikt is onjuist en onrechtmatig. De volledige naam van de aangever is opgenomen in het gespreksverslag. Daarnaast is eiser zonder strafrechtelijke verdenking in het gespreksverslag aangemerkt als mogelijke dader en verweerder heeft geprobeerd een intern onderzoek naar eiser te starten, ondanks dat door de politie zelf is vastgesteld dat geen sprake is van een strafbaar feit. Bij de uitvoering van het betrouwbaarheidsonderzoek waren onvoldoende waarborgen nu het onderzoek na uitvoering niet is beoordeeld door een tweede medewerker van VIK en niet is besproken in een Casus- en zienswijzeoverleg. Ook is eiser onvoldoende voorgelicht over het betrouwbaarheidsonderzoek. Verder zijn de twee referenten die eiser heeft aangedragen, een luitenant en adjudant van de KMar, niet door verweerder benaderd. Eiser is niet geïnformeerd dat informatie is ingewonnen bij eisers vriendin, de zus van eisers vriendin en een medewerker van de KMar. Door een veel te summier onderbouwd voornemen kreeg eiser pas bij het bestreden besluit duidelijkheid over de gronden van de negatieve beslissing. Gelet op het voorgaande is het bestreden besluit onzorgvuldig voorbereid. 3.2. Het bestreden besluit is daarnaast niet deugdelijk gemotiveerd. Verweerder stelt ten onrechte dat eiser zijn relatie heeft verzwegen. Eiser voldoet aan de definitie ‘alleenstaand’ in de zin van burgerlijke staat nu hij niet samenwoont met zijn vriendin. Ook is eiser tijdens het gesprek meteen open geweest over zijn relatie. Eiser heeft het betrouwbaarheidsonderzoek uit 2022 niet bewust verzwegen. Hier was ook geen reden toe gezien de positieve uitkomst van het onderzoek. Verweerder stelt ten onrechte dat eiser diverse contacten met de politie niet heeft vermeld op het OPG-formulier. Aan de meldingen had eiser geen herinnering meer nu het gaat om betamelijk onbelangrijke zaken. Er kwam geregeld een wijkagent bij eiser over de vloer, met wie hij dingen die gebeurde in de wijk besprak. Eiser wist niet dat de wijkagent hiervan meldingen deed. Anders dan verweerder stelt, is eiser niet betrokken geweest bij een strafrechtelijk onderzoek. Eiser heeft dit dan ook niet verzwegen. Bovendien wist eiser niet af van de aangifte, hij kon hier dan ook, anders dan verweerder stelt, niet open en transparant over zijn. Wat zijn de regels? 4. Met ingang van 1 januari 2023 is de Wet screening ambtenaren van politie en politie-externen (hierna: Wet screening) in werking getreden. Deze wet bepaalt dat iedereen, die werkzaamheden bij de politie verricht, gescreend moet zijn. De politie heeft als werkgever de bevoegdheid om ambtenaren van politie aan een betrouwbaarheidsonderzoek te onderwerpen, zowel voorafgaand aan, als tijdens het dienstverband. Het verrichten van werkzaamheden als politieambtenaar is namelijk alleen mogelijk als hiertegen op grond van een betrouwbaarheidsonderzoek geen bezwaar bestaat. Van een bezwaar is sprake als er naar het oordeel van verweerder onvoldoende waarborgen zijn dat de betrokkene betrouwbaar kan worden geacht. De screening dient mede om de legitimiteit en het imago van de politie te borgen. Mede vanuit dit oogpunt moet de ambtenaar van onbesproken gedrag zijn, zodat zijn betrouwbaarheid en integriteit boven twijfel zijn verheven. Wat is het oordeel van de rechtbank? 5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder op goede gronden heeft besloten dat er onvoldoende waarborgen zijn dat eiser betrouwbaar kan worden geacht om werkzaamheden voor de politie uit te voeren. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. Is het besluit zorgvuldig voorbereid? 5.1. Ten aanzien van het betoog van eiser dat het betrouwbaarheidsonderzoek en de daaropvolgende besluitvorming niet zorgvuldig zijn verlopen, overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank is het niet met eiser eens dat het taalgebruik en de insteek van het gespreksverslag duiden op een schijn van vooringenomenheid. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat de opmerkingen waarop eiser doelt, zijn vermeld bij het onderwerp ‘Algemene indruk over betrokkene’. Verder blijkt uit het gespreksverslag dat alle onderwerpen zijn besproken die van belang zijn voor het betrouwbaarheidsonderzoek en dat eiser daar open en eerlijk over moet verklaren. Daarbij is altijd sprake van een subjectieve waarneming. Eisers stelling dat de onderzoeker bij het afscheid na het gesprek van 21 juni 2024 opmerkingen heeft gemaakt die zien op zijn persoon, heeft hij niet nader onderbouwd. Verder is het gesprek op 21 juni 2024 uitgevoerd door een onderzoeker van het VIK en dit gesprek is vervolgens door een andere medewerker van het VIK, een zogenaamde bewerker, beoordeeld in een rapport. Bovendien is het uiteindelijke besluit van 23 juli 2024 genomen door de Teamchef van het VIK. Verweerder stelt terecht dat daarmee is voldaan aan het vier-ogen-principe, en het daarover bepaalde in artikel 7 van de Wet screening. 5.2. De rechtbank volgt eiser ook niet in zijn betoog dat de aangifte van de zus van eisers vriendin onjuist, onrechtmatig en in strijd met de AVG is gebruikt. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat in het kader van het betrouwbaarheidsonderzoek op grond van artikel 38r, derde lid, onder b, van de Politiewet ook de op eiser betrekking hebbende politiegegevens worden geraadpleegd. Uit deze politiegegevens blijkt dat een aangifte bekend is waarin eiser is genoemd door de aangeefster. Ook staan eisers gegevens vermeld in de mutatie van deze aangifte. Daarmee is dus sprake van politiegegevens en was verweerder gemachtigd om deze gegevens te betrekken bij het betrouwbaarheidsonderzoek, en heeft verweerder niet in strijd met de AVG gehandeld. Dat de gegevens van de aangeefster in het verslag staan vermeld, doet niet af aan het voorgaande. 5.3. De rechtbank is verder niet met eiser eens dat hij in zijn belangen is geschaad omdat uit het voornemen niet kon worden afgeleid op welke gronden de afwijzing was gebaseerd. In het voorgenomen besluit van 3 juli 2024 is opgenomen dat verweerder het voornemen heeft te besluiten dat er onvoldoende waarborgen zijn dat eiser betrouwbaar kan worden geacht omdat hij niet open en eerlijk is geweest in het betrouwbaarheidsonderzoek vanwege het niet op het OPG-formulier vermelden dat hij een vriendin heeft, dat er eerder een betrouwbaarheidsonderzoek door de Nationale Politie in 2022 naar hem is ingesteld, het niet vermelden dat er met eiser algemene politiecontacten zijn geweest en dat hij betrokken was bij een strafrechtelijk onderzoek. In het primaire besluit van 23 juli 2024 is het voorgenomen besluit als herhaald en ingelast beschouwd. Hiermee was eiser voldoende bekend met de gronden van afwijzing en is hij voldoende in de gelegenheid gesteld hierop te reageren. 5.4. De rechtbank overweegt verder dat eiser voldoende is geïnformeerd over het betrouwbaarheidsonderzoek. Verweerder heeft erop gewezen dat aan eiser een toelichting is toegestuurd op het betrouwbaarheidsonderzoek. Daarnaast had eiser op de internetpagina kombijdepolitie.nl ook informatie kunnen vinden en bestond voor hem de mogelijkheid (telefonisch) contact op te nemen als hij vragen had over het invullen van het OPG. Hetgeen eiser ook heeft gedaan. Eisers stelling dat hij niet adequaat zou zijn geholpen, heeft hij niet nader onderbouwd, zodat dit het voorgaande niet anders maakt. Eiser kan verder niet worden gevolgd dat hij er niet van op de hoogte zou zijn geweest dat informatie zou worden ingewonnen bij zijn vriendin, de zus van zijn vriendin en een medewerker van de KMar. Verweerder heeft erop gewezen dat op het OPG-formulier vermeld staat dat naast een betrouwbaarheidsonderzoek een omgevingsonderzoek zal worden verricht en dat daarbij ook partners zullen worden betrokken. Het onderzoek naar de partner kon pas plaatsvinden nadat eiser in het gesprek op 21 juni 2024 vertelde dat hij een partner had. Bovendien zijn tijdens dit gesprek aan eiser de gegevens gevraagd van zijn partner en van de zus van zijn partner in verband met een mogelijk referentenonderzoek. Eiser is tijdens het gesprek er zelf mee akkoord gegaan dat zij door de onderzoeker als referent benaderd zouden worden. Daarnaast heeft verweerder in beroep onderbouwd dat er, anders dan eiser stelt, wel degelijk inlichtingen zijn ingewonnen bij de twee door eiser aangedragen referenten van de KMar. Is het besluit goed gemotiveerd? 5.6. Ten aanzien van de inhoudelijke beroepsgronden van eiser stelt de rechtbank voorop dat verweerder beoordelingsruimte heeft bij de beoordeling of iemand voldoende betrouwbaar is. Aan medewerkers die werkzaam zijn voor de politie mogen, gelet op de aard van deze werkzaamheden, hogere eisen worden gesteld dan aan medewerkers in willekeurige andere dienstbetrekkingen. Een politiemedewerker heeft een belangrijke voorbeeldfunctie binnen de maatschappij. Van een politiemedewerker mag worden verwacht dat hij zich zowel tijdens werktijd als privétijd houdt aan de rechtsregels en ervoor zorgt dat zijn gedrag het imago van de politie niet schaadt. Hij hoort in alle gevallen betrouwbaar te zijn. De samenleving verwacht dat een politiemedewerker zorgvuldig en adequaat handelt en daar verantwoordelijkheid voor neemt en daar transparant over is. De betrouwbaarheid en integriteit van (toekomstig) medewerkers van de politie moet daarom boven iedere twijfel verheven zijn. Partner 5.7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder mocht besluiten dat eiser niet open en eerlijk is geweest in het betrouwbaarheidsonderzoek door het OPG-formulier niet volledig en naar waarheid in te vullen. Daarbij heeft verweerder kunnen betrekken dat eiser op het OPG-formulier heeft vermeld dat hij alleenstaand is, terwijl hij een latrelatie heeft. De rechtbank volgt eiser niet in zijn standpunt dat eisers relatie niet onder de definitie van partner in de zin van artikel 48s van de Politiewet valt. Hierin is namelijk opgenomen dat hier ook een ‘andere levensgezel’ onder valt. Verweerder heeft erop gewezen dat in de Memorie van Toelichting op de Wet screening is opgenomen dat onder partner in het wetsvoorstel onder andere een ‘andere levensgezel’ wordt verstaan en dat daarbij bijvoorbeeld gedacht kan worden aan een lange afstandsrelatie. De wetgever gaat dus ook uit van relaties waarbij partners niet samenwonen. De rechtbank volgt ook niet dat eiser het OPG-formulier verkeerd heeft kunnen interpreteren nu op het formulier ook wordt vermeld dat een andere levensgezel onder de definitie valt. Daarbij is als een aparte vraag op het formulier opgenomen: ‘Vul hieronder de adresgegevens van je partner in, indien partner niet op het zelfde adres woont.’ Dit had aanleiding moeten zijn voor eiser om de gegevens van zijn partner in te vullen. Dat hij tijdens het gesprek in het kader van het betrouwbaarheidsonderzoek wel vermeldt dat hij een partner heeft, maakt dit niet anders. Van eiser mag openheid en transparantie worden verwacht. Eerder betrouwbaarheidsonderzoek 5.8. Verweerder heeft ook bij de beoordeling mogen betrekken dat eiser niet heeft vermeld dat een eerder betrouwbaarheidsonderzoek naar hem is ingesteld in 2022. De rechtbank is met verweerder eens dat het ongeloofwaardig is dat eiser zich het onderzoek door de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst in 2021 wel kan herinneren maar het betrouwbaarheidsonderzoek uit 2022 niet. Dit geldt temeer nu eiser in eerste instantie een negatief advies heeft gekregen in dat onderzoek en uiteindelijk na bezwaar een positief advies heeft ontvangen. Wijkagent 5.9. Verweerder heeft eveneens bij de beoordeling mogen betrekken dat eiser diverse politiecontacten niet heeft gemeld. Op het OPG-formulier wordt bij de vraag over politiecontacten vermeld dat het over ieder contact gaat met de politie, ook in de rol van betrokkene, getuige of benadeelde en dat daarbij ook gedacht kan worden aan het doen van meldingen of gecontroleerd worden. Eiser heeft aangevoerd dat de wijkagent regelmatig koffie bij hem dronk. Daarbij werden sociale en onbelangrijke zaken uit de wijk besproken. Eiser wist niet dat de wijkagent registratie heeft opgestart (17 x) van bepaalde door eiser verstrekte informatie/gedane meldingen. Uit de verklaring van de wijkagent van 22 oktober 2025 blijkt echter dat eiser (ook) regelmatig op het spreekuur van de wijkagent kwam voor een gezellig gesprek. De rechtbank is van oordeel dat het regelmatig op het spreekuur komen van de wijkagent, ook als dat niet leidt tot een melding of als het een onbelangrijke zaak betreft, in ieder geval voor eiser aanleiding moest zijn om dit te vermelden bij de betreffende vraag. Aangifte van de zus van eisers vriendin 5.10. Verder heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat eiser op de hoogte was van de aangifte door de zus van eisers vriendin van ‘sextortion’. Vooropgesteld: de politie heeft in opdracht van het Openbaar Ministerie besloten dat geen onderzoek naar deze aangifte wordt ingesteld. Eiser was ook geen verdachte in deze zaak. Dit laat onverlet dat eiser van de aangifte op de hoogte was voorafgaand aan het betrouwbaarheidsonderzoek, en hiervan melding had moeten maken omdat hij wist dat zijn naam in de aangifte genoemd werd. 5.11. Eiser heeft een verklaring ingebracht van de zus van zijn vriendin van 22 oktober 2025, waarin zij onder meer verklaart dat zij aangifte heeft gedaan en dat in het mutatierapport van de melding hiervan ten onrechte is vermeld dat zij eiser op 29 februari over het gaan doen van aangifte heeft verteld. Dit is niet waar; zij heeft dit niet verklaard. De rechtbank overweegt dat mutatierapporten geen op ambtseed of -belofte opgemaakte processen-verbaal zijn. Toch mag een bestuursorgaan en ook de rechter in beginsel afgaan op de juistheid van de bevindingen in een mutatierapport. Wel kan de bewijskracht daarvan door een gemotiveerde betwisting worden aangetast. De rechtbank acht de in beroep ingebrachte verklaring van eiser onvoldoende om niet meer uit te kunnen gaan van de bevindingen in het mutatierapport. De enkele ontkenning van de in het mutatierapport genoemde meldingen is hiervoor onvoldoende. Ook de latere ontkenning van de zus van eisers vriendin in haar verklaring van 22 oktober 2025 is in dit kader onvoldoende. De rechtbank acht daarbij van belang dat de zus van eisers vriendin haar standpunt dat eiser wist van de aangifte heeft herhaald tijdens het referentenonderzoek. Verweer mocht daarom besluiten dat eiser niet open en eerlijk is geweest en dat er dus onvoldoende waarborgen zijn dat eiser betrouwbaar kan worden geacht om werkzaamheden voor de politie uit te voeren. Evenredigheidsbeginsel 6. De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank is met verweerder eens dat het tot het normale risico bij een sollicitatieprocedure behoort dat een kandidaat niet door een screening komt en niet kan worden aangesteld als ambtenaar van de politie. Verder heeft iemand die bij of voor de politie werkt een belangrijke voorbeeldfunctie binnen de maatschappij. De samenleving verwacht dat zo iemand zorgvuldig en adequaat handelt en daar verantwoordelijkheid voor neemt en transparant over is, en in alle gevallen betrouwbaar hoort te zijn. Verweerder heeft deze belangen van de samenleving zwaarder kunnen wegen dan de individuele belangen van eiser. Dat eiser niet open en eerlijk is geweest tijdens het betrouwbaarheidsonderzoek en dat dit mogelijk reputatieschade met zich meebrengt, is te wijten aan eisers eigen gedrag en komt daarom voor zijn eigen rekening en risico. Dat de aanvraag van een pas in de beveiligingsbranche vertraging opliep als gevolg van de afloop van het betrouwbaarheidsonderzoek door de politie, heeft eiser verder niet onderbouwd. Conclusie en gevolgen 7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder op goede gronden heeft besloten dat er onvoldoende waarborgen zijn dat eiser betrouwbaar kan worden geacht om werkzaamheden voor de politie uit te voeren. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.A. Timmer, rechter, in aanwezigheid van mr. J.J. Yilmaz, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 maart 2026. de griffier is buiten staat de uitspraak te ondertekenen rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Op grond van artikel 48q, vierde lid, van de Politiewet 2012 (de Politiewet). Wijziging van de Politiewet 2012 en de Wet op de medische keuringen in verband met het screenen van personen die ambtenaar van politie willen worden of zijn en personen die krachtens overeenkomst werkzaamheden voor de politie, de rijksrecherche of de Politieacademie gaan verrichten of verrichten. Artikel 48q, eerste lid, van de Politiewet 2012 (Politiewet). Artikel 48q, vijfde lid, van de Politiewet. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 170, nummer 3, bladzijde 3 (memorie van toelichting bij de Wet screening ambtenaren van politie en politie-externen) Vergelijk de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 7 november 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:7496. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2447. Zie de brochure ‘Beroepscode Politie’. Zie de uitspraken van de Afdeling van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1897 (https://pi.rechtspraak.minjus.nl/), van 15 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1543 en van 9 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2826. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 9 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2826. Zie de uitspraak van de Afdeling van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1897. Gespreksverslag betrokkene, p. 10.

How it connects

HDPA investigates Greek Infrastructure Ministry for SMS sent without consent or The DPA started an investigation, after receiving 83 complaints from data subjects, against the Ministry of Infrastructure and Transportation (the controller). Particularly,… 17/2026 ·Greece ·Art. 5, 14 Sep 15, 2026 Consent Right to Object Personal Data
Recommendations 01/2021 adequacy referential under the Law Enforcement Directive 1 vo.1 Adopted Recommendations 01/2021 on the adequacy referential under the Law Enforcement Directive Adopted on 2 February 2021 2 vo.1 Adopted Version history Version 1.1 6 July… Recommendations ·EDPB Feb 2, 2021 Law Enforcement Supervision Privacy Shield
Guidelines 05/2020 consent under Regulation 2016/679 Guidelines on consent Guidelines ·EDPB May 4, 2020 Consent Personal Data Audit Logs