Rechtbank Noord-Nederland, 27-08-2026 (NL:TZ:2615391:R-RK)
Dwangakkoord, art. 287a Fw.
Judgment
Prognoseakkoord. Dat het maximaal haalbare is aangeboden, is uit de huidige omstandigheden en wat op zitting is besproken, voldoende gebleken. Toewijzing
Full text
RECHTBANK Noord-Nederland Team Insolventie Zittingsplaats Leeuwarden Rekestnummer: NL:TZ:2615391:R-RK Vonnis van 27 augustus 2026 op het verzoek van [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats], wonende te geheim adres, verzoeker, hierna te noemen [verzoeker], tegen 1 Centraal Beheer Achmea, gevestigd en kantoorhoudende te Apeldoorn, gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders, postbus 774, 9700 AT Groningen, hierna te noemen Centraal Beheer Achmea, 2 Elbuco, gevestigd en kantoorhoudende te Zaltbommel, gemachtigde: [naam], Henri Wijnmalenweg 5, 5657 EP Eindhoven, hierna te noemen Elbuco, 3 Infomedics, gevestigd en kantoorhoudende te Almere, gemachtigde: Yards Deurwaardersdiensten, postbus 1031, 1300 BA Almere, hierna te noemen Infomedics, 4 Stichting Elkien, gevestigd en kantoorhoudende te Heerenveen, gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders, postbus 774, 9700 AT Groningen, hierna te noemen Elkien, 5 HB Administratie, Finance & Control, gevestigd en kantoorhoudende te (8446 MJ) Heerenveen, Zwette 34, hierna te noemen HB Administratie, Finance & Control, en hierna gezamenlijk ‘de weigerende schuldeisers’ te noemen, tot het bevelen van voornoemde schuldeiser(s) in te stemmen met een schuldregeling ex artikel 287a Faillissementswet. 1 De procedure 1.1. [verzoeker] heeft op twee verzoeken bij de rechtbank ingediend. In de eerste plaats wil [verzoeker] dat de rechtbank aan de weigerende schuldeisers een dwangakkoord oplegt. Zij moeten dan meewerken aan de schuldregeling van [verzoeker]. Als de rechtbank dit verzoek afwijst, wil [verzoeker] worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). 1.2. LAVG heeft namens Elkien op 5 augustus 2026 bij de rechtbank een verweerschrift ingediend en Centraal Beheer Achmea heeft de rechtbank op 13 augustus 2026 een verweerschrift toegestuurd. 1.3. Het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord is behandeld op de zitting van 19 augustus 2026. Hierbij zijn verschenen [verzoeker], [schuldhulpverlener] (schuldhulpverlener) en [begeleider] (begeleider [stichting]). 1.4. De rechtbank heeft bepaald dat vandaag vonnis wordt gewezen. 2 De feiten 2.1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. De totale schuldenlast van [verzoeker] is € 56.451,33. [verzoeker] heeft 18 schuldeisers. [verzoeker] heeft met behulp van [bedrijf] een voorstel gedaan aan zijn schuldeisers waarbij een deel van de schulden wordt voldaan en het resterende deel door de schuldeisers wordt kwijtgescholden. De gewone schuldeisers krijgen een uitkering van 1,35% en de schuldeisers met voorrang krijgen een uitkering van 2,7%. Het voorstel is gebaseerd op een prognoseakkoord. 2.2. Op de zitting is gebleken dat HB Administratie, Finance & Control alsnog heeft ingestemd met het voorstel. 2.3. De overige weigerende schuldeisers zijn niet met het voorstel van [verzoeker] akkoord gegaan. In totaal vorderen zij € 22.365,09 en dat is 39,6% van de totale schuldenlast. 2.4. [verzoeker] is een alleenstaande man van 31 jaar. Zijn inkomen bestaat uit een Participatiewet-uitkering van de gemeente. De schulden van [verzoeker] zijn ontstaan doordat [verzoeker] geen financiële opvoeding heeft gehad; hij heeft niet geleerd met geld om te gaan. Er zijn schulden ontstaan doordat [verzoeker] zijn geld aan verkeerde dingen uitgaf. Op de zitting is verklaard dat [verzoeker] ook enige tijd dakloos is geweest. Momenteel woont hij in een ‘housing first’-project van Stichting [stichting]. Daar wordt hij vanuit een vaste woonsituatie begeleid bij de aanpak van zijn overige problemen, waaronder zijn schulden. In dat kader is [verzoeker] in maart 2025 onder beschermingsbewind geplaatst. De schuldhulpverlener heeft verklaard dat de gemeente, vanwege dit traject bij Stichting [stichting], [verzoeker] niet houdt aan zijn sollicitatieverplichting die hoort bij de Participatiewet-uitkering. Daarnaast is betoogd dat [verzoeker] een grote afstand heeft tot de arbeidsmarkt. Zijn situatie is op alle vlakken momenteel zo instabiel dat het aangaan van een arbeidscontract en het naleven van de verplichtingen daaruit niet tot de mogelijkheden behoren. 3 Het verweer 3.1. Schuldeisers Centraal Beheer Achmea, Elbuco, Infomedics en Elkien hebben geweigerd om met het voorstel van [verzoeker] in te stemmen. Infomedics heeft op deze weigering geen nadere toelichting gegeven. De verweren van de overige drie schuldeisers worden hierna besproken. 3.2. Centraal Beheer Achmea heeft in haar verweerschrift aangevoerd dat zij niet instemt met het voorstel omdat haar vordering is ontstaan uit verwijtbaar handelen. [verzoeker] heeft zonder toestemming, zonder rijbewijs en onder invloed van alcohol in de auto van zijn moeder gereden en daarmee schade veroorzaakt. Deze schade is door Centraal Beheer Achmea vergoed. Maatschappelijk valt niet te verdedigen dat deze schade wordt afgekocht tegen finale kwijting, aldus Centraal Beheer Achmea. 3.3. De vordering van Elbuco vloeit voort uit een huurovereenkomst van een televisie en een Playstation 4. Elbuco stemt niet in met het voorstel omdat de huurtermijnen vanaf het moment van levering van de apparatuur niet zijn betaald. Pas als de apparatuur door [verzoeker] wordt ingeleverd of de vervangingswaarde wordt vergoed, kan Elbuco met het voorstel instemmen. 3.4. Elkien heeft in haar verweerschrift aangevoerd dat zij niet met het voorstel instemt omdat haar overige huurder hiervan de dupe worden; de schade die door instemming ontstaat, wordt op hen afgewenteld. Daarnaast heeft Elkien aangevoerd dat een deel van de schulden niet te goeder trouw is ontstaan. Dit maakt dat een vergelijk met het resultaat in de Wsnp niet kan worden gemaakt omdat toelating tot de Wsnp niet te verwachten valt. Tot slot heeft Elkien aangevoerd dat [verzoeker] niet het maximaal haalbare heeft aangeboden dat van hem op financieel vlak mag worden verwacht. [verzoeker] is een relatief jonge man met een werkend leven voor zich. Dat [verzoeker] een afstand heeft tot de arbeidsmarkt is niet door een deskundige vastgesteld en dus onvoldoende onderbouwd. Als [verzoeker] zou gaan werken, zou dit een substantiële stijging van zijn inkomen betekenen en dit zou in een Wsnp een hogere uitkering aan de schuldeisers betekenen, aldus Elkien. 4 De beoordeling van het verzoek tot het vaststellen van een dwangakkoord. 4.1. De rechtbank wijst het verzoek om een dwangakkoord op te leggen toe. De rechtbank legt hieronder uit hoe zij tot deze beslissing komt. Beoordelingskader 4.2. Een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord kan worden toegewezen als aan twee voorwaarden is voldaan. De rechtbank moet ten eerste vaststellen dat de schuldbemiddeling op de juiste wijze is uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie. Ten tweede moet de rechtbank vaststellen dat de weigering om in te stemmen met de aangeboden schuldregeling onredelijk is. Hierbij moet de rechtbank de belangen van de weigerende schuldeiser(s), de overige schuldeisers en schuldenaar tegen elkaar afwegen. De rechtbank neemt daarbij als uitgangspunt dat een schuldeiser mag weigeren om mee te werken aan een door de schuldenaar aangeboden schuldregeling waarbij de schuldenaar maar een deel van de vordering hoeft te betalen. Alleen in bijzondere gevallen kan een schuldeiser gedwongen worden om akkoord te gaan met zo'n betalingsvoorstel. Het is dan aan de schuldenaar om deze bijzondere feiten en omstandigheden te stellen en, waar nodig, te bewijzen. Het moet duidelijk zijn dat de weigering van de schuldeiser om in te stemmen met het akkoord niet redelijk is. Bevoegde instantie 4.3. De rechtbank stelt vast dat het voorstel is ingediend en getoetst door [bedrijf]. [bedrijf] heeft vooral gekeken naar de positie van de schuldeisers wanneer er geen dwangakkoord tot stand zou komen, maar een schuldsaneringsregeling zou worden uitgesproken. [bedrijf] is volgens de rechtbank een onafhankelijke en deskundige partij. Naar het oordeel van de rechtbank is het voorstel goed en betrouwbaar uitgelegd met documenten en voldoende onderbouwd. Maximaal haalbare? 4.4. Het voorstel van [verzoeker] is het maximaal haalbare dat van hem op financieel vlak verwacht mag worden. De rechtbank volgt daarmee het standpunt van Elkien niet. Elkien heeft aangevoerd dat de onmogelijkheid om te werken en daardoor een inkomensstijging te genereren, onvoldoende is onderbouwd. De rechtbank overweegt dat arbeidsongeschiktheid of een grote afstand tot de arbeidsmarkt doorslaggevend onderbouwd kan worden door, bijvoorbeeld, een medisch rapport of een rapport van een arbeidsdeskundige. Dergelijke stukken zijn bij dit verzoek niet ingebracht. Maar, op de zitting is door mevrouw [begeleider] van [stichting] een helder beeld geschetst van het verleden, de huidige situatie en de toekomst van [verzoeker]. Zij kent [verzoeker] inmiddels vier jaar en weet daarom wat voor vlees zij in de kuip heeft. De rechtbank hecht waarde aan die verklaring. Zonder in details te treden, is de rechtbank van oordeel dat de verklaring van mevrouw [begeleider], de schuldhulpverlener en niet in de laatste plaats de indruk die [verzoeker] zelf op de zitting heeft gemaakt in onderlinge samenhang bekeken maken dat het huidige voorstel het maximale is dat van [verzoeker] op financieel vlak de komende 18 maanden te verwachten valt. Deze regeling is in het belang van de andere schuldeisers 4.5. De schuldeisers die wel met het voorstel van [verzoeker] hebben ingestemd, vertegenwoordigen samen ruim 60% van de totale schuldenlast. Omdat [verzoeker] een maximaal haalbaar voorstel heeft gedaan, moeten de belangen van deze schuldeisers zwaarder wegen dat de belangen van de weigerende schuldeisers omdat zij een groter percentage in de totale schuldenlast vertegenwoordigen. Deze regeling is gunstiger dan de Wsnp 4.6. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat als [verzoeker] zou worden toegelaten tot de Wsnp, zijn schuldeisers aan het einde van de Wsnp geen hogere uitkering kunnen verwachten dan in de aangeboden schuldregeling. De Wsnp leidt tot hogere kosten, doordat de vergoeding van de bewindvoerder uit het gespaarde saldo wordt voldaan. De verwachting is dat daartegenover geen hogere afdracht komt te staan. Immers, de vooruitzichten van [verzoeker] om de komende 18 maanden weer aan het werk te gaan en daarmee een zodanig hoog inkomen te genereren dat daarmee de hogere Wsnp-kosten worden overstegen, is klein. De bemiddelingskosten die [bedrijf] in rekening brengt zijn lager dan de kosten van een bewindvoerder in de Wsnp. Ook hierdoor blijft in de schuldregeling een hoger bedrag over voor de schuldeisers dan in de Wsnp. 4.7. Over het verweer van Centraal Beheer Achmea overweegt de rechtbank dat, voor zover dit verweer moet worden opgevat als een beroep op het ontbreken van de goede trouw, als volgt. De rechtbank wijst op het uitgangspunt dat aan het aspect van de goede trouw pas wordt toegekomen, als het dwangakkoord zou worden afgewezen. Uit HR 14 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY0966, volgt immers dat toewijsbaarheid van het Wsnp-verzoek geen vereiste is voor toewijsbaarheid van een dwangakkoord. Dat betekent overigens niet dat de goede trouw geen enkele rol kan spelen in deze procedure, maar de rechtbank zal dit aspect slechts marginaal in haar oordeel betrekken. Dit staat een vergelijking van het akkoord met de opbrengsten van een Wsnp-traject naar het oordeel in ieder geval niet in de weg. 4.8. Omdat het aanbod van [verzoeker] goed en betrouwbaar is gedocumenteerd, voldoende is onderbouwd, de Wsnp de weigerende schuldeisers geen beter vooruitzicht biedt dan de aangeboden schuldregeling en de overige schuldeisers met het voorstel hebben ingestemd, is de rechtbank van oordeel dat de weigering van de weigerende schuldeisers om akkoord te gaan niet redelijk is. Op basis van de belangenafweging is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat een dwangakkoord hier op zijn plaats is. Dit betekent dat de rechtbank het verzoek tot vaststelling van een dwangakkoord zal toewijzen. 4.9. Omdat het verzoek tot vaststelling van een dwangakkoord zal worden toegewezen, hoeft het verzoek tot toelating tot de Wsnp niet meer besproken te worden. De rechtbank beschouwt het verzoek tot toelating tot de Wsnp als ingetrokken. 5 De beslissing 5.1. beveelt Centraal Beheer Achmea, Elbuco, Infomedics en Elkien in te stemmen met de hierboven genoemde schuldregeling; Dit is een beslissing van mr. H.J. Idzenga, in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2026. Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.