Skip to content
Case Law · Rechtbank Zeeland-West-Brabant ·ECLI:NL:RBZWB:2026:7791 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17-07-2026 (C/02/415163 / FA RK 23-4948)

Verzoek eenhoofdig gezag niet langer gehandhaafd door de vrouw.

Judgment

Decision

De rechtbank 6.1 wijst het verzoek van de vrouw ten aanzien van het gezag af; 6.2 wijzigt de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken van [minderjarige] , zoals deze is vastgesteld bij beschikking van 25 oktober 2023, en stelt de volgende verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast: - één keer per veertien dagen, in de oneven weken, op zaterdag van 10.00 tot 19.00 uur is er contact tussen de man en [minderjarige] , waarbij de man [minderjarige] haalt bij de vrouw en weer terugbrengt naar de vrouw; - wekelijks op woensdagavond vindt er contact plaats tussen de man en [minderjarige] via bellen of FaceTime; waarbij de GI de regie heeft over de regeling; 6.3 verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 6.4 wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. Maandag, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2026 in tegenwoordigheid van mr. Van Oorschot, griffier. Mededeling van de griffier : Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. verzonden op: In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van de rechtbank Breda.

Verbatim, from the decision of the court. Read it in the text ↓

Summary

Wijziging zorgregeling.

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats: Breda Zaaknummer: C/02/415163 / FA RK 23-4948 datum uitspraak: 17 juli 2026 beschikking betreffende gezag en wijziging van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken in de zaak van [de vrouw] , hierna te noemen: de vrouw, wonende te [woonplaats] , advocaat: mr. S. van Reeven-Özer te Waalwijk, tegen [de man] , hierna te noemen de man , wonende op een bij de rechtbank bekend adres. De rechtbank merkt als belanghebbende aan: de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, locatie 's-Hertogenbosch, hierna te noemen de GI, Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: - Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren. 1 Het procesverloop 1.1 De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken: - de beschikking van deze rechtbank van 18 juli 2026 en alle daarin vermelde stukken; - de brief van de GI van 20 april 2026. 1.2 De zaak is mondeling behandeld op 7 juli 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen de vrouw, bijgestaan haar advocaat, en de man. Tevens was aanwezig een medewerker namens de Raad en een vertegenwoordiger van de GI. 1.3 De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een brief gestuurd. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 1.4 Gelet op de nauwe samenhang tussen de onderhavige verzoeken van de vrouw en het verzoek van de GI in de zaak met zaaknummer C/02/447856 / JE RK 26-783 over een verlenging van de ondertoezichtstelling, zijn de zaken gelijktijdig tijdens de zitting behandeld. In beide zaken wordt een afzonderlijke beschikking afgegeven. 2 De feiten 2.1 Partijen zijn met elkaar getrouwd geweest. Bij beschikking van de rechtbank Overijssel van 9 maart 2022 is in het huwelijk van partijen de echtscheiding uitgesproken, welke beschikking op 25 april 2022 is ingeschreven in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand. Het ouderschapsplan van 18 januari 2022 is aan deze beschikking gehecht. 2.2 Uit het huwelijk van partijen is het navolgende nu nog minderjarige kind geboren: - [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2016, hierna te noemen: [minderjarige] . 2.3 De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.4 [minderjarige] verblijft bij de vrouw. 2.5 In het ouderschapsplan van 18 januari 2022 is opgenomen dat [minderjarige] een weekend per veertien dagen van vrijdagmiddag 17.30 uur tot zondagmiddag 18.00 uur bij de man verblijft, met als uiteindelijk uitgangspunt co-ouderschap. Daarnaast zijn de schoolvakanties bij helfte verdeeld en is er een verdeling opgenomen van de feestdagen en de bijzondere dagen. 2.6 Bij vonnis in kort geding van 25 oktober 2023 is vastgesteld dat partijen met elkaar zijn overeengekomen dat de man en [minderjarige] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken voorlopig recht hebben op contact met elkaar één weekend per veertien dagen zonder overnachting op de volgende wijze: - zaterdag: de vrouw brengt [minderjarige] naar de zwemles en de man neemt haar na afloop mee, waarna de man [minderjarige] weer om 19.00 uur terugbrengt naar de vrouw; - zondag: de vrouw brengt [minderjarige] om 10.00 uur naar de man en de man brengt haar om 17.00 uur naar de vrouw, alsmede iedere woensdag telefonisch contact vanaf 13.30 uur. Daarnaast zijn partijen en [minderjarige] voor een (jeugd)hulpverleningstraject verwezen naar het gemeentelijk loket. De rechtbank heeft het loket verzocht om in de onderhavige bodemprocedure de rapportage over het verloop en over het resultaat van het (jeugd)hulpverleningstraject in te dienen. 2.7 Bij beschikking van deze rechtbank van 18 juli 2025 is de bij vonnis in kort geding van 25 oktober 2023 vastgestelde zorgregeling tussen [minderjarige] en de man gewijzigd en is bepaald dat de regie over deze zorgregeling voorlopig wordt belegd bij de GI. De behandeling van de overige verzoeken is aangehouden. 3 De verzoeken 3.1 De vrouw verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat de zorgregeling en [minderjarige] , zoals opgenomen in het ouderschapsplan van 18 januari 2022, wordt gewijzigd en om een nader door de vrouw te formuleren contactregeling vast te leggen tussen de man en [minderjarige] , althans een zodanige beslissing te nemen die de rechtbank in goede justitie redelijk en juist acht. Daarnaast verzoekt de vrouw, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het gezag te wijzigen en de vrouw te belasten met het eenhoofdig ouderlijk gezag over [minderjarige] . 4 De standpunten 4.1 Door en namens de vrouw is tijdens de zitting naar voren gebracht dat zij het verzoek ten aanzien van het gezag niet langer handhaaft, omdat de man inmiddels in beeld is en betrokken is bij [minderjarige] . Ten aanzien van de zorgregeling geeft de vrouw aan dat er op dit moment één keer per veertien dagen, in de oneven weken, op zaterdag van 10.00 tot 19.00 uur contact is tussen de man en [minderjarige] , waarbij de man [minderjarige] haalt bij de vrouw en weer terugbrengt naar de vrouw. Daarnaast vindt er wekelijks op woensdagavond contact plaats via bellen of FaceTime. Ook belt de man doordeweeks nog zelf of komt hij extra langs. Volgens de vrouw verloopt dit goed en zij is blij met hoe het momenteel gaat. [minderjarige] vindt het contact ook fijn. De vrouw verzoekt daarom de regeling, zoals deze op dit moment verloopt, vast te stellen. Daarbij wil de vrouw dat de GI de regie krijgt over de regeling, zodat de GI de regeling kan uitbreiden of afschalen als dat nodig is. 4.2 [minderjarige] geeft in haar brief aan dat zij het moeilijk vindt om haar mening te geven over dit soort grote vragen. Zij vertrouwt de man en de vrouw even veel, dus zij weet daarom niet welke keuze zij moet maken. Op dit moment is zij om de week bij de man op zaterdag. De andere dagen is zij bij de vrouw. 4.3 De man is het eens met het verzoek van de vrouw en wil ook dat de regeling, zoals die momenteel wordt uitgevoerd, wordt vastgesteld. Ook wil de man dat de regie over de regeling bij de GI wordt belegd. De communicatie tussen partijen verloopt momenteel goed en partijen vormen meer een team. De man zal zich de komende tijd hard gaan inzetten. 4.4 De GI acht het van belang dat de regeling, die de vrouw verzoekt, wordt vastgesteld als minimumregeling. Zowel de man als [minderjarige] ervaren dit contact namelijk als prettig. Op dit moment is het nog niet mogelijk om het contact verder uit te breiden, omdat de man nog geen vaste woonplek heeft. Daarnaast is het van belang dat de regie over de regeling bij de GI komt te liggen. Binnenkort start het behandeltraject MBT-K. De GI kan dan monitoren hoe dit traject verloopt en kijken of er ruimte is bij [minderjarige] om de omgang eventueel verder uit te breiden. Verder hoopt de GI dat de man de komende tijd meer verantwoordelijkheid en initiatief zal nemen. 4.5 De Raad adviseert de regeling, zoals deze momenteel wordt uitgevoerd, wordt vastgesteld, waarbij de GI de regie krijgt over eventuele uitbreiding of inperking van het contact. De Raad geeft aan dat er positieve ontwikkelingen hebben plaatsgevonden en dat er een groei zichtbaar is in het vertrouwen tussen partijen. Het hulpverleningstraject MBT-K is daarnaast heel passend, maar zal veel vragen van partijen en [minderjarige] . Het is dan aan de GI om te bepalen hoe de regeling er gedurende het traject uit komt te zien. 5 De beoordeling Gezag 5.1 De rechtbank merkt op dat in de beschikking van 18 juli 2025, die in deze zaak is afgegeven, is aangegeven dat de advocaat van de vrouw het verzoek ten aanzien van het gezag in een brief had vermeld, maar dat de rechtbank nog verwacht dat de advocaat dit in een aanvullend verzoekschrift zou indienen. Vervolgens is het verzoek ten aanzien van het gezag aangehouden. De advocaat heeft uiteindelijk in overleg met de vrouw besloten om geen aanvullend verzoekschrift meer in te dienen, omdat de situatie is veranderd en de man inmiddels in beeld is. Ter zitting is gebleken dat de vrouw het verzoek daarom niet langer handhaaft. Gelet hierop zal de rechtbank het verzoek van de vrouw afwijzen. Wijzigen zorgregeling Wettelijk kader 5.2 Ingevolge artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen in geval van gezamenlijke uitoefening van gezag geschillen hierover op verzoek van de ouders of een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Op basis van het van overeenkomstige toepassing zijnde artikel 1:377e BW kan de rechtbank een bestaande zorgregeling wijzigen als de omstandigheden zijn veranderd of als de rechtbank die regeling heeft vastgesteld op grond van onjuiste of onvolledige gegevens. 5.3 Op grond van artikel 1:253a lid 5 BW beproeft de rechtbank, voordat zij een beslissing neemt over het verzoek tot wijziging van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, een vergelijk tussen de ouders. Wijziging van omstandigheden 5.4 De rechtbank is van oordeel dat er een relevante wijziging van omstandigheden is aangevoerd, nu de man een periode lang de regeling niet is nagekomen en plotseling was vertrokken uit Nederland. Er is vervolgens een periode lang geen contact geweest tussen [minderjarige] en de man . Inmiddels is de man weer betrokken bij [minderjarige] en sinds januari 2026 is er weer contact tussen de man en [minderjarige] . Gelet hierop vindt de rechtbank dat sprake is van gewijzigde omstandigheden die wijziging van de zorgregeling rechtvaardigen, zodat de vrouw in haar verzoek kan worden ontvangen. Inhoudelijke beoordeling 5.5 Tijdens de zitting is gebleken dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken van [minderjarige] . Zij willen graag dat de regeling, zoals deze op dit moment wordt uitgevoerd, wordt vastgesteld door de rechtbank. Ook willen partijen dat daarbij de regie over de zorgregeling bij de GI wordt gelegd. Zowel de Raad als de GI achten deze regeling in het belang van [minderjarige] , als minimale regeling tussen de man en [minderjarige] . De rechtbank zal de zorgregeling wijzigen, op de manier waarop partijen zijn overeengekomen, nu niet is gebleken dat het belang van [minderjarige] zich daartegen verzet. Uitvoerbaar bij voorraad 5. De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het voor de ontwikkeling van [minderjarige] noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden. 6 De beslissing De rechtbank 6.1 wijst het verzoek van de vrouw ten aanzien van het gezag af; 6.2 wijzigt de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken van [minderjarige] , zoals deze is vastgesteld bij beschikking van 25 oktober 2023, en stelt de volgende verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast: - één keer per veertien dagen, in de oneven weken, op zaterdag van 10.00 tot 19.00 uur is er contact tussen de man en [minderjarige] , waarbij de man [minderjarige] haalt bij de vrouw en weer terugbrengt naar de vrouw; - wekelijks op woensdagavond vindt er contact plaats tussen de man en [minderjarige] via bellen of FaceTime; waarbij de GI de regie heeft over de regeling; 6.3 verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 6.4 wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. Maandag, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2026 in tegenwoordigheid van mr. Van Oorschot, griffier. Mededeling van de griffier : Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. verzonden op: In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van de rechtbank Breda.

How it connects

Guidelines 05/2020 consent under Regulation 2016/679 Guidelines on consent Guidelines ·EDPB May 4, 2020 Consent Personal Data Audit Logs
€158,000 Garante · 487/2026 Character Technologies, Inc (the controller) is a company established in the US that operates the site Character.AI. Character.AI is a generative AI service that allows users to… Italy ·Art. 3, 5, 12 +7 Jul 3, 2026 AI Information Duties Application Scope: Temporal and Territorial Dimensions Right to Object
Guidelines 8/2022 identifying a controller or processor's lead supervisory authority Guidelines for identifying a controller or processor’s lead supervisory authority Guidelines ·EDPB Apr 17, 2023 Supervision Controllers Supervisory Authorities