Rechtbank Den Haag, 14-09-2026 (SGR 24/7439)
Judgment
Decision
De rechtbank verklaart het beroep gegrond; vernietigt besluiten op bezwaar I en II; draagt verweerder op om - met inachtneming van deze uitspraak - een gezamenlijk besluit op bezwaar te nemen voor de openbaar te maken documenten onder verzoek I en II, behoudens de eventuele intrekking van de bezwaarprocedures door eiser; veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 178,34; wijst af het verzoek om een dwangsom op te leggen; bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 187,- aan eiser vergoedt.
Verbatim, from the decision of the court. Read it in the text ↓
Woo-verzoeken inzake kroosoverlast in de wijk Vliettuinen in Wateringen - gevoegde behandeling van twee tijdig ingestelde beroepen - artikel 8:14 Awb - resultaten van de zoekslag zijn onvolledig gebleken en besluitvorming is nog niet afgerond - beroep gegrond - na minnelijk overleg zal verweerder opnieuw moeten beslissen op het bezwaar.
Full text
RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 24/7439 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 september 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westland, verweerder (gemachtigde: mr. D. McLean). Inleiding 1. In deze uitspraak oordeelt de rechtbank over het beroep van eiser tegen besluiten van verweerder op twee van zijn verzoeken op grond van de Wet open overheid (Woo). Woo-verzoek I 1.1 Eiser heeft op 17 juli 2023 een Woo-verzoek (verzoek I) ingediend bij verweerder. 1.2 Met het besluit van 18 september 2023 (primair besluit I) heeft verweerder op verzoek I besloten en meerdere documenten (gedeeltelijk) openbaar gemaakt. 1.3 Met het besluit van 17 september 2024 (besluit op bezwaar I) heeft verweerder de bezwaren van eiser gegrond verklaard, primair besluit I herroepen en extra documenten openbaar gemaakt in het kader van verzoek I. Woo-verzoek II 1.4 Naar aanleiding van primair besluit I heeft eiser op 27 september 2023 zijn eerdere Woo-verzoek aangevuld (verzoek II) en gevraagd om meer specifieke informatie van verweerder, gerelateerd aan het onderwerp van verzoek I. 1.5 Bij besluit van 27 november 2023 (primair besluit II) heeft verweerder op verzoek II besloten en documenten (gedeeltelijk) openbaar gemaakt. 1.6 Met het bestreden besluit van 10 juli 2024 (besluit op bezwaar II) heeft verweerder de bezwaren van eiser ongegrond verklaard en primair besluit II in stand gelaten. Beroep bij de rechtbank 1.7 Eiser heeft op 20 augustus 2024 bij de rechtbank tijdig beroep ingesteld tegen besluit op bezwaar II en tegelijk beroepsgronden ingediend. 1.8 Gedurende deze beroepsprocedure is ook besluit op bezwaar I genomen. Eiser heeft binnen 6 weken, namelijk op 8 oktober 2024, in de reeds lopende beroepsprocedure tegen besluit op bezwaar II inhoudelijke beroepsgronden ingediend, die gericht zijn tegen besluit op bezwaar I. 1.9 De rechtbank heeft het beroep eerst op 3 juli 2025 op zitting behandeld en vervolgens het onderzoek ter zitting geschorst, teneinde verweerder de mogelijkheid te bieden voor het verrichten van een nadere zoekslag naar aanvullende documenten. 1.10 Eiser en verweerder hebben na schorsing van het onderzoek ter zitting, nadere stukken ingediend. Eiser heeft op 1 oktober 2025 een ingebrekestelling ingediend en gevraagd om een dwangsom op te leggen wegens niet nakoming van de afspraken zoals vastgelegd in het proces-verbaal van schorsing na de zitting van 3 juli 2025. 1.11 De rechtbank heeft de behandeling van dit beroep op de openbare zitting van 14 juli 2026 voorgezet en heeft het onderzoek aan het einde van deze zitting gesloten. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? 2. Eiser heeft twee afzonderlijke, inhoudelijk samenhangende Woo-verzoeken ingediend bij verweerder inzake kroosproblematiek in de wijk Vliettuinen in Wateringen. 2.1 In verzoek I heeft eiser verzocht om openbaarmaking van alle informatie over meldingen die bij de gemeente Westland zijn binnengekomen over overtollig kroos en dode dieren in de wijk de Vliettuinen over de periode van 1 juli 2020 tot de datum van het verzoek. Verweerder heeft in reactie op dit verzoek bij primaire besluit I een aantal documenten openbaar gemaakt. 2.2 In verzoek II heeft eiser zijn eerdere Woo-verzoek aangevuld en verzocht om alle informatie over de ondernomen acties aangaande het structureel oplossen van het doorstromingsprobleem en de daarin resulterende kroosoverlast in de wijk Vliettuinen over de periode van 1 juli 2020 tot en met de datum van het verzoek. Eiser heeft in verzoek II aangegeven dat hij de volgende documenten wil ontvangen: - brieven, memo’s, telefoonnotities, e-mails, sms-berichten en whatsapp-berichten van medewerkers van de gemeente die gaan over welke stappen de gemeente Westland concreet heeft ondernomen naar aanleiding van hun constatering in 2021 dat sprake is van een structureel doorstromingsprobleem en naar aanleiding van de bevestiging van de jurist van de gemeente Westland bij de bezwaarschriftencommissie in juni 2023 dat men bezig is met een structurele oplossing hiervoor; - recente rapporten, memo’s en meetgegevens die zien op de kroosproblematiek, waterkwaliteit en de in 2022-2023 uitgevoerde baggercampagne in de wijk Vliettuinen, waaronder het bodemonderzoeksrapport ten behoeve van deze recente baggercampagne; - alle documenten die betrekking hebben op de waterhuishouding in de wijk Vliettuinen en op het realiseren van een structurele oplossing voor de doorstromingsproblematiek; - externe correspondentie over de ondernomen acties voor het oplossen van de doorstromings- en kroosproblematiek met alle instanties zoals bijvoorbeeld, het Hoogheemraadschap Delfland. Wat heeft verweerder besloten? 3. Verweerder heeft bij de eerste zoekslag in het kader van het verzoek I in totaal 115 documenten aangetroffen. Nadat de termijn voor indienen van zienswijzen door derden ongebruikt was verstreken, heeft verweerder deze documenten gedeeltelijk openbaargemaakt. Verweerder heeft informatie uit document B6.5 geweigerd openbaar te maken, omdat dit de financiële of economische belangen van de gemeente Westland zou kunnen schaden. Daarnaast heeft verweerder in meerdere documenten persoonsgegevens van ambtenaren en derden geanonimiseerd vanwege de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Verder heeft verweerder op grond van artikel 5.1, vijfde lid van de Woo in een aantal documenten de handtekeningen van betrokken personen weggelakt, teneinde vervalsing en mogelijke identiteitsfraude te voorkomen. 3.1 Na bezwaar tegen primair besluit I heeft verweerder een nadere zoekslag verricht en heeft op grond van dat zoekresultaat het bezwaar van eiser gegrond verklaard. In aanvulling op de documenten die reeds openbaargemaakt zijn bij primair besluit I heeft verweerder elf meldingen van verweerder aan Hoogheemraadschap Delfland gedeeld, twaalf meldingen van omwonenden over de kroosoverlast in Vliettuinen en twee interne memo’s over dit onderwerp gedeeltelijk openbaargemaakt. In deze stukken heeft verweerder persoonsgegevens weggelakt vanwege de bescherming van de persoonlijke levenssfeer , alsmede BSN-nummers . 4. Verweerder heeft in het kader van de zoekslag bij verzoek II acht documenten aangetroffen. In document nr. 7 is informatie weggelakt vanwege de financiële of economische belangen van de gemeente Westland . Ook heeft verweerder in meerdere documenten persoonsgegevens van ambtenaren en derden geanonimiseerd vanwege de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Verder is in primair besluit II nog opgemerkt dat bij de zoekslag geen whatsapp-berichten en sms-berichten zijn aangetroffen die zien op het verzoek I. Voor wat betreft alle e-mails en externe correspondentie die zien op verzoek II heeft verweerder verwezen naar primair besluit I, waarmee deze documenten al openbaar zijn gemaakt. Verweerder heeft de bezwaren van eiser ongegrond verklaard, conform het advies van de adviescommissie bezwaarschriften, omdat hij in bezwaar niet met concrete aanknopingspunten aannemelijk heeft gemaakt dat er nog stukken ontbreken die wel onder verweerder berusten. Wat zijn de standpunten van eiser in beroep? 5. Eiser betoogt in het kader van het beroep tegen besluit op bezwaar I dat de door verweerder verrichte zoekslag over de meldingen nog steeds onvolledig is en stelt dat hij bekend is met meerdere meldingen van buurtbewoners, waaronder uit zijn eigen straat, en dat deze ontbreken. Ook vertrouwt eiser - ondanks het advies van de adviescommissie bezwaarschriften - het nog steeds niet dat alle meldingen aangaande de wijk Vliettuinen zijn verstrekt, vanwege een mail van de coördinator Waterhuishouding en Riolering, waaruit zou volgen dat men alleen bereid is om meldingen over de speeltuin openbaar te maken. 6. In het kader van het beroep gericht tegen besluit op bezwaar II voert eiser - in de kern samengevat - aan dat de zoekslag onvolledig is geweest. Zo heeft eiser aangevoerd dat nog allerlei interne communicatie over dit probleem ontbreekt, zoals memo’s, telefoonnotities, sms- en whatsappberichten en notulen van (informeel) overleg tussen ambtenaren. Ook externe correspondentie van verweerder met het Hoogheemraadschap Delfland (HHRD) en de verantwoordelijke aannemer voor het weghalen van het kroos ontbreekt. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft eiser bij brief van 22 juni 2025 een aantal documenten ingebracht, waarmee hij bekend is vanwege een ander Woo-verzoek van eiser aan HHRD, dan wel een Woo-verzoek dat is ingediend door een kennis van eiser. Hoe is deze beroepsprocedure verlopen vanaf de eerste zitting op 3 juli 2025? 7. Verweerder heeft voorafgaand aan de zitting van 3 juli 2025 geen verweerschrift uitgebracht in reactie op de beroepsgronden van eiser. 7.1 Op de zitting van 3 juli 2025 heeft verweerder aangegeven dat hij naar aanleiding van de ingebrachte documenten op 22 juni 2025 bereid is een nadere zoekslag te verrichten. Eiser is akkoord gegaan met dit voorstel en vervolgens is het onderzoek ter zitting geschorst. In het proces-verbaal van schorsing is vervolgens vastgelegd dat verweerder een zoekslag verricht naar de documenten door eiser toegestuurd in bijlage 1, 3 en 4 bij de brief van 22 juni 2025. Indien deze documenten worden aangetroffen, zal verweerder ook een integrale zoekslag verrichten naar mogelijk nieuwe documenten die onder verzoek II vallen en binnen 12 weken verslag uitbrengen over deze bevindingen, zowel aan de rechtbank als aan eiser. Vervolgens heeft eiser 2 weken gekregen voor reactie hierop. 7.2 Op 6 oktober 2025 heeft verweerder schriftelijk verslag uitgebracht over de bevindingen bij de uitgevoerde zoekslag naar aanleiding van de schorsing van het onderzoek op de zitting van 3 juli 2025. Verweerder heeft opgesomd welke documenten zijn aangetroffen, welke reeds openbaar gemaakt waren en welke niet, en wat de vervolgstappen zijn voor het openbaar maken van de nieuwe documenten. Op 30 december 2025 heeft verweerder schriftelijk verslag uitgebracht over bevindingen van nieuwe zoekslagen naar aanleiding van verzoeken I en II. Wat is er besproken op de tweede zitting van 14 juli 2026? 8. Op de tweede zitting van 14 juli 2026 heeft eiser duidelijk gemaakt dat het hem primair om een praktische oplossing voor de kroosproblematiek in de wijk Vliettuinen te doen is Verweerder heeft in reactie hierop ter zitting aangegeven nog steeds bereid te zijn om minnelijk overleg tussen eiser enerzijds en de toezichthouder en verantwoordelijke wethouder anderzijds te organiseren, om zodoende tot afstemming tussen partijen te komen over de gewenste oplossing in deze. Na onderbreking voor kort beraad heeft de gemachtigde van verweerder toegezegd dat in de 2e helft van september 2026 een gesprek met de teammanager ruimtelijk beheer (of diens vervanger) en de bestuursadviseur van wethouder [naam] zal plaatsvinden om dit met eiser te bespreken. 8.1 Naast de bemiddeling tussen partijen over een oplossing over het achterliggende probleem heeft de rechtbank op de zitting van 14 juli 2026 ook de afdoening van de voorliggende beroepszaak met partijen besproken. Wat is de omvang het geschil in deze beroepszaak? 9. Ten eerste verschillen partijen van mening over de vraag of alleen beroep is ingesteld tegen besluit op bezwaar II of ook tegen besluit op bezwaar I. De rechtbank merkt het schrijven van 8 oktober 2024 - onder verwijzing naar rechtsoverweging 1.8 van deze uitspraak - aan als beroepschrift tegen besluit op bezwaar I. Dit betekent dat in deze zaak sprake is van twee beroepschriften gericht tegen besluiten op bezwaar I en II, die beide binnen de beroepstermijn van zes weken na bekendmaking van de bestreden besluiten zijn ingediend. De rechtbank zal deze beroepen gevoegd behandeld onder één zaaknummer. 10. Inhoudelijk gezien twisten partijen in deze beroepen - kort samengevat - over de zorgvuldige uitvoering van de zoekslagen en of daarbij alle onder verweerder aanwezige documenten zijn aangetroffen, die onder het bereik van verzoek I en II vallen. Wat is het oordeel van de rechtbank? 11. Nu verweerder erkent dat de aanvullende zoekslagen na de schorsing van het onderzoek ter zitting op 3 juli 2025 nieuwe documenten in het kader van zowel verzoek I als verzoek II heeft opgeleverd, staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat de besluiten op bezwaar I en II onzorgvuldig zijn voorbereid. Reeds hierom is het beroep gegrond. 11.1 De gemachtigde van verweerder heeft op de zitting van 14 juli 2026 bevestigd dat naar aanleiding van de bij die zoekslagen gevonden documenten nog geen standpunt is ingenomen over de wijze van (gedeeltelijk) openbaarmaking daarvan, en de eventuele uitzonderingsgronden die van toepassing zijn. 11.2 Het is allereerst aan verweerder om hierover een standpunt in te nemen. Gelet hierop zal de rechtbank de besluiten op bezwaar I en II vernietigen en verweerder opdragen om opnieuw te beslissen op de bezwaren van eiser. Conclusies en gevolgen 12. Het beroep is gegrond en zowel besluit op bezwaar I als II komen voor vernietiging in aanmerking. Omdat de besluitvorming naar aanleiding van de aanvullende zoekslagen van respectievelijk 6 oktober 2025 en 30 december 2025 nog niet is afgerond, bestaat geen ruimte om de rechtsgevolgen van de besluiten op bezwaar in stand te laten. 13. De rechtbank draagt verweerder daarom op om uiterlijk 1 maart 2027 de documenten die hij bij de nadere zoekslagen heeft aangetroffen en in het schrijven van 6 oktober en 30 december 2025 aan eiser heeft geïnventariseerd, daadwerkelijk (gedeeltelijk) openbaar te maken en de eventueel toepasselijke uitzonderingsgronden van een motivering te voorzien. Om een en ander overzichtelijk te houden in deze langdurige en steeds complexer wordende Woo-procedure, draagt de rechtbank verweerder op om één gezamenlijk besluit te nemen op de bezwaren van eiser in het kader van verzoek I en II. In dit nieuw te nemen gezamenlijke besluit op bezwaar dient verweerder een overzicht te geven van alle openbaargemaakte documenten onder verzoek I en verzoek I en te motiveren welke eventuele uitzonderingsgronden daarop van toepassing zijn. Indien eiser zich niet kan verenigen met dit nieuwe besluit op bezwaar, kan hij zich te zijner tijd in één beroepschrift beklagen over de besluitvorming over zijn beide Woo-verzoeken, hetgeen bijdraagt aan een overzichtelijke en finale beslechting van dit geschil. 14. Los van het voorgaande, spreekt de rechtbank - gelet op rechtsoverweging 8 - de wens uit dat partijen in goed overleg tot een oplossing komen voor de daadwerkelijke problemen die ervaren worden met het kroos en geeft daarbij 1 januari 2027 als richtlijn mee. Indien eiser zich kan vinden in de aanpak die verweerder voor het daadwerkelijke achterliggende probleem met het kroos voorstelt, staat het eiser uiteraard vrij om de bezwaarprocedures in beide verzoeken vóór 1 maart 2027 in te trekken. 15. Er bestaat in dit geval aanleiding om verweerder in de proceskosten te veroordelen. De rechtbank stelt dat bedrag vast op een totaal van € 178,34 vanwege verletkosten van eiser in verband met het bijwonen van de twee zittingen bij de rechtbank, als bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel e van het Besluit proceskosten bestuursrecht 2026. Voor de zitting van 3 juli 2025 heeft eiser de verletkosten voor het bijwonen van de zitting genoegzaam onderbouwd met de overlegde salarisstrook en krijgt daarvoor € 124,34 aan vergoeding toegekend. De opgegeven verletkosten voor de zitting van 14 juli 2026 zijn niet met stukken of argumenten onderbouwd en zijn niet anderszins op grond van de in het procesdossier aanwezige informatie verklaarbaar. Om die reden krijgt eiser voor de zitting van 14 juli 2026 op grond van vaste jurisprudentie het forfaitaire bedrag van € 54,- toegekend (6 uur x minimumtarief van € 9,- per uur). De overige kosten die door eiser zijn aangevoerd in verband met zijn eigen tijdsbesteding voor het opstellen van procestukken komen niet voor vergoeding in aanmerking op grond van artikel 1 van Bpr 2026. 16. Voor het opleggen van een rechterlijke dwangsom wegens het niet tijdig nakomen van de afspraken gemaakt bij schorsing van het onderzoek ziet de rechtbank geen aanleiding. Nog los van het gegeven dat de aangezegde termijn van 12 weken in het proces-verbaal een termijn van orde betreft, en geen beslistermijn voor het nemen van een besluit is, heeft verweerder reeds op 6 oktober 2025, dus binnen 12 weken na verzending van het proces-verbaal, de eerste resultaten van de zoekslag bekendgemaakt aan eiser. Van het niet binnen termijn nakomen van de ter zitting gemaakte afspraken is dan ook geen sprake en reeds daarom dient het verzoek om een dwangsom te worden afgewezen. 17. Omdat het beroep gegrond is, dient verweerder op grond van artikel 8:74, eerste lid van de Awb, het griffierecht van € 187,- aan eiser te vergoeden. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep gegrond; vernietigt besluiten op bezwaar I en II; draagt verweerder op om - met inachtneming van deze uitspraak - een gezamenlijk besluit op bezwaar te nemen voor de openbaar te maken documenten onder verzoek I en II, behoudens de eventuele intrekking van de bezwaarprocedures door eiser; veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 178,34; wijst af het verzoek om een dwangsom op te leggen; bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 187,- aan eiser vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Paridon, rechter, in aanwezigheid van mr. M.J.J. Roks, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 14 september 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Woo. Op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo. Ibidem voetnoot 2. Op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Woo. Op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Woo. Op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo. Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 21 maart 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV9511.