Skip to content
Case Law · Rechtbank Zeeland-West-Brabant ·ECLI:NL:RBZWB:2026:7743 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15-07-2026 (C/02/447966 / FA RK 26-2377)

Vervangende toestemming Pools paspoort ogv artikel 1:253a BW.

Judgment

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats: Breda Zaaknummer: C/02/447966 / FA RK 26-2377 datum uitspraak: 15 juli 2026 beschikking betreffende paspoortwet in de zaak van [de vrouw] , hierna te noemen: de vrouw, wonende te [woonplaats] , advocaat: mr. L. de Groot te Leusden, tegen [de man] , hierna te noemen: de man , wonende aan de [woonplaats] . Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: - de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda, hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren. 1 Het procesverloop 1.1 De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken: - het op 4 mei 2026 ontvangen verzoek met bijlagen; 1.2 De zaak is, achter gesloten deuren, behandeld op de zitting van 8 juli 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen de vrouw, bijgestaan door haar advocaat. Tevens was aanwezig een medewerkster namens de Raad. 1.3 Alhoewel correct opgeroepen is de man niet verschenen. 2 De feiten 2.1 Partijen zijn gehuwd geweest. Bij beschikking van de rechtbank van [datum 1] 2023 is in het huwelijk van partijen de echtscheiding uitgesproken, welke beschikking op [datum 2] 2023 is ingeschreven in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand. 2.2 Uit het huwelijk van partijen zijn geboren: - [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2010; - [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2013; - [minderjarige 3] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 3] 2016. 2.3 De minderjarigen verblijven bij de vrouw. 2.4 Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de minderjarigen. 2.5 De vrouw, de man en de minderjarigen hebben de Poolse nationaliteit. 3 De verzoeken 3.1 De vrouw verzoekt de rechtbank om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat de verklaring van toestemming van de man tot het aanvragen van de Poolse paspoorten ten behoeve van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wordt vervangen door de toestemming van de rechtbank. 4 De standpunten 4.1 De vrouw en haar advocaat hebben geen aanvullende informatie op de inhoud van het verzoekschrift. Het lukt de vrouw helaas niet om de noodzakelijk toestemming van de man te krijgen voor het regelen van een Pools paspoort voor hun drie kinderen. Volgens de vrouw is het niet geven van toestemming van de man voor belangrijke beslissingen omtrent de kinderen een patroon geworden dat veel stress en onrust veroorzaakt. 4.2 De vertegenwoordigster van de Raad adviseert de rechtbank om het verzoek van de vrouw toe te wijzen. Er is kennelijk weinig tot geen sprake van samenwerking met de man en ook geen medewerking van de man als het gaat om beslissingen over de kinderen. 5 De beoordeling Internationale bevoegdheid en toepasselijk recht 5.1 De Nederlandse rechter is internationaal bevoegd van het verzoek kennis te nemen aangezien de minderjarigen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben (artikel 7 lid 1 Brussel II-ter Verordening). Op dezelfde grond is op de gezagsvoorziening Nederlands recht van toepassing (artikel 15 lid 1 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996). Wettelijk kader 5.2 In artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat geschillen over het samen uitoefenen van het gezag op verzoek van een ouder aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. De rechtbank neemt dan een beslissing die zij in het belang van het kind vindt. De rechter moet eerst bekijken of de ouders met elkaar afspraken kunnen maken (artikel 1:253a lid 5 Burgerlijk Wetboek). 5.3 Aangezien de verzoeken betrekking hebben op het verkrijgen van vervangende toestemming voor de aanvraag van een Poolse paspoort is de Paspoortwet niet van toepassing. Inhoudelijke beoordeling 5.4 De rechtbank oordeelt als volgt. Omdat de man niet op de zitting is verschenen heeft de rechtbank geen vergelijk tussen de ouders kunnen beproeven. De rechtbank komt dan ook toe aan de inhoudelijke beoordeling van het verzoek van de vrouw. 5.5 De rechtbank is van oordeel dat het verzoek van de vrouw voor toewijzing gereed ligt. Het is in het belang van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] dat zij zich kunnen legitimeren en dat zij met de vrouw op vakantie kunnen naar het buitenland. Het bezit van een paspoort is ook noodzakelijk in situaties die regelmatig kunnen voorkomen, zoals ziekenhuisbezoeken. Ook het verzoek van de vrouw om vervangende toestemming voor de aanvraag voor een paspoort voor [minderjarige 3] (die nog niet is verlopen) zal, nu de man daartegen ook geen verweer heeft gevoerd, worden toegewezen. 5.6 De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat betekent dat de beslissing per direct moet worden gevolgd en dat een eventueel hoger beroep die beslissing niet schorst. 6 De beslissing De rechtbank 6.1 verleent toestemming aan de vrouw – die de toestemming van de man vervangt - voor de aanvraag van een (Pools) paspoort voor de minderjarigen: [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2010; [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2013; [minderjarige 3] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 3] 2016; 6.2 verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. Sumner, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026 in tegenwoordigheid van Weterings, griffier. Mededeling van de griffier : Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. verzonden op: In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van de rechtbank Breda.

How it connects