Recital 2
Content
De lidstaten voeren in toenemende mate nationale wetten in, of overwegen deze in te voeren, over onder deze verordening vallende aangelegenheden, waarbij met name zorgvuldigheidseisen worden gesteld aan aanbieders van tussenhandeldiensten wat betreft de manier waarop zij illegale inhoud, online desinformatie of andere maatschappelijke risico’s moeten aanpakken. Die uiteenlopende nationale wetten hebben een negatieve invloed op de interne markt die, krachtens artikel 26 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), een ruimte zonder binnengrenzen omvat waarin het vrije verkeer van goederen en diensten en de vrijheid van vestiging zijn gewaarborgd, rekening houdend met het inherent grensoverschrijdende karakter van het internet, dat over het algemeen voor het aanbieden van die diensten wordt gebruikt. De voorwaarden voor het aanbieden van tussenhandeldiensten in de gehele interne markt moeten worden geharmoniseerd, zodat bedrijven toegang krijgen tot nieuwe markten en nieuwe mogelijkheden krijgen om de voordelen van de interne markt te benutten, terwijl consumenten en andere afnemers van de diensten een grotere keuze kunnen krijgen. Voor de toepassing van deze verordening worden zakelijke gebruikers, consumenten en andere gebruikers beschouwd als “afnemers van de dienst”.