Recital 109
Content
Om een passend toezicht op en de handhaving van de in deze verordening vastgestelde verplichtingen te waarborgen, moeten de lidstaten ten minste één autoriteit aanwijzen die belast is met het toezicht op de toepassing en de handhaving van deze verordening, onverminderd de mogelijkheid om een bestaande instantie aan te wijzen en onverminderd haar rechtsvorm overeenkomstig het nationale recht. De lidstaten moeten echter meer dan één bevoegde autoriteit kunnen belasten met specifieke toezicht- of handhavingstaken en -bevoegdheden met betrekking tot de toepassing van deze verordening, bijvoorbeeld voor specifieke sectoren waarvoor al andere autoriteiten bevoegd kunnen zijn, zoals regelgevende instanties voor elektronische communicatie, regelgevende instanties voor de media of instanties voor consumentenbescherming, op een manier die hun nationale constitutionele, organisatorische en bestuurlijke structuur weerspiegelt. Bij de uitoefening van hun taken moeten alle bevoegde autoriteiten bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening, namelijk de goede werking van de interne markt voor tussenhandeldiensten wanneer de geharmoniseerde regels voor een veilige, voorspelbare en betrouwbare onlineomgeving die bevorderlijk is voor innovatie, en met name de zorgvuldigheidsverplichtingen die gelden voor de verschillende categorieën aanbieders van tussenhandeldiensten, effectief worden gecontroleerd en gehandhaafd, teneinde te waarborgen dat de in het Handvest verankerde grondrechten, waaronder het beginsel van consumentenbescherming, doeltreffend worden beschermd. Deze verordening verplicht de lidstaten niet om de bevoegde autoriteiten te belasten met de taak om uitspraak te doen over de rechtmatigheid van specifieke inhoud.