Recital 123
Content
Ter wille van de duidelijkheid, eenvoud en efficiëntie moet de bevoegdheid om de verplichtingen uit hoofde van deze verordening te controleren en te handhaven, worden toegekend aan de bevoegde autoriteiten in de lidstaat waar zich de hoofdvestiging van de aanbieder van tussenhandeldiensten bevindt, dat wil zeggen waar de aanbieder zijn hoofdkantoor of wettelijke zetel heeft en waar de belangrijkste financiële functies en operationele controle worden uitgeoefend. Ten aanzien van aanbieders die niet in de Unie zijn gevestigd, maar die diensten in de Unie aanbieden en daarom binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen, moet de lidstaat waar die aanbieders hun wettelijke vertegenwoordiger hebben aangewezen, bevoegd zijn, gelet op de functie van wettelijke vertegenwoordigers uit hoofde van deze verordening. Ter wille van de doeltreffende toepassing van deze verordening moeten alle lidstaten, of, indien toepasselijk, de Commissie, evenwel bevoegd zijn ten aanzien van aanbieders die geen wettelijke vertegenwoordiger hebben aangewezen. Deze bevoegdheid kan worden uitgeoefend door een van de bevoegde autoriteiten of door de Commissie, op voorwaarde dat de aanbieder voor dezelfde feiten niet het voorwerp vormt van een handhavingsprocedure door een andere bevoegde autoriteit of door de Commissie. Om ervoor te zorgen dat het ne bis in idem-beginsel wordt nageleefd, en met name om te voorkomen dat eenzelfde inbreuk op de in deze verordening vastgestelde verplichtingen meer dan één keer wordt bestraft, moet elke lidstaat die voornemens is zijn bevoegdheid ten aanzien van dergelijke aanbieders uit te oefenen, alle andere autoriteiten, met inbegrip van de Commissie, hiervan onverwijld in kennis stellen via het voor de toepassing van deze verordening ingestelde informatie-uitwisselingssysteem.