Skip to content
Laws
NL

Recital 16

Recital 16 Recital
NIS2

Content

Om te voorkomen dat entiteiten met partnerondernemingen of verbonden ondernemingen als essentiële of belangrijke entiteiten worden beschouwd wanneer dit onevenredig zou zijn, kunnen de lidstaten bij de toepassing van artikel 6, lid 2, van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG rekening houden met de mate van onafhankelijkheid welke die entiteiten ten opzichte van hun partnerondernemingen of verbonden ondernemingen genieten. Meer bepaald kunnen de lidstaten rekening houden met het feit dat een entiteit onafhankelijk is van haar partnerondernemingen of verbonden ondernemingen wat de netwerk- en informatiesystemen betreft waarvan die entiteit gebruikmaakt bij het verlenen van haar diensten en wat de diensten betreft die de entiteit verleent. Op basis daarvan kunnen de lidstaten een dergelijke entiteit in voorkomend geval beschouwen als een entiteit die niet wordt aangemerkt als een middelgrote onderneming uit hoofde van artikel 2 van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG, noch de plafonds voor een middelgrote onderneming als bepaald in lid 1 van dat artikel overschrijdt, indien die entiteit, rekening houdend met de mate van onafhankelijkheid die zij geniet, niet als middelgrote onderneming zou worden aangemerkt of niet zou worden geacht die plafonds te overschrijden ingeval alleen rekening zou worden gehouden met haar eigen gegevens. Dit doet geen afbreuk aan de in deze richtlijn vastgelegde verplichtingen van partnerondernemingen en verbonden ondernemingen die binnen het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen.