Skip to content
Laws
NL

Recital 94

Recital 94 Recital
NIS2

Content

De lidstaten kunnen de rol van de bevoegde autoriteiten voor vertrouwensdiensten toewijzen aan de toezichthoudende organen uit hoofde van Verordening (EU) nr. 910/2014 om de voortzetting van de huidige praktijken te waarborgen en voort te bouwen op de bij de toepassing van die verordening opgedane kennis en ervaring. In een dergelijk geval moeten de uit hoofde van deze richtlijn bevoegde autoriteiten nauw en tijdig samenwerken met die toezichthoudende organen door relevante informatie uit te wisselen om doeltreffend toezicht te waarborgen en om ervoor te zorgen dat verleners van vertrouwensdiensten zich houden aan de eisen van deze richtlijn en Verordening (EU) nr. 910/2014. In voorkomend geval moet het CSIRT of de bevoegde autoriteit uit hoofde van deze richtlijn het toezichthoudend orgaan uit hoofde van Verordening (EU) nr. 910/2014 onmiddellijk informeren over alle gemelde significante cyberdreigingen of -incidenten met gevolgen voor vertrouwensdiensten, evenals over alle gevallen waarin een verlener van vertrouwensdiensten inbreuk pleegt op deze richtlijn. Voor de rapportage kunnen de lidstaten in voorkomend geval een beroep doen op het centrale contactpunt dat is ingesteld om te komen tot een gemeenschappelijke en automatische melding van incidenten aan zowel het toezichthoudend orgaan uit hoofde van Verordening (EU) nr. 910/2014 als het CSIRT of de bevoegde autoriteit uit hoofde van deze richtlijn.