Skip to content
Laws
NL

Recital 130

Recital 130 Recital
NIS2

Content

Wanneer een administratieve geldboete wordt opgelegd aan een essentiële of belangrijke entiteit die een onderneming is, moet een onderneming voor die doeleinden worden opgevat als een onderneming in de zin van de artikelen 101 en 102 VWEU. Wanneer een administratieve geldboete wordt opgelegd aan een persoon die geen onderneming is, moet de bevoegde autoriteit bij het bepalen van het passende bedrag van de boete rekening houden met het algemene inkomensniveau in de lidstaat en met de economische situatie van de persoon. Het is aan de lidstaten om te bepalen of en in welke mate overheidsinstanties aan administratieve geldboeten moeten worden onderworpen. Het opleggen van een administratieve geldboete doet geen afbreuk aan de toepassing van andere bevoegdheden van de bevoegde autoriteiten of van andere sancties die zijn vastgesteld in de nationale voorschriften tot omzetting van deze richtlijn.