Recital 133
Content
Om de doeltreffendheid en het afschrikkingseffect van de handhavingsmaatregelen die van toepassing zijn op inbreuken op deze richtlijn verder te versterken, moeten de bevoegde overheden gemachtigd worden over te gaan tot een tijdelijke opschorting, of te kunnen verzoeken om tijdelijke opschorting, van een certificering of vergunning voor een deel of het geheel van de door een essentiële entiteit verleende relevante diensten of uitgevoerde activiteiten, en te kunnen verzoeken om het opleggen van een tijdelijk verbod op de uitoefening van bestuursfuncties door een natuurlijke persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden op het niveau van de algemeen directeur of de wettelijke vertegenwoordiger. Gezien de ernst en het effect van dergelijke tijdelijke opschortingen of verboden op de activiteiten van de entiteiten en uiteindelijk op hun consumenten, mogen zij alleen worden toegepast in verhouding tot de ernst van de inbreuk en rekening houdend met de specifieke omstandigheden van elk individueel geval, met inbegrip van het opzettelijke of nalatige karakter van de inbreuk, en maatregelen die zijn genomen om de materiële of immateriële schade te voorkomen of te beperken. Dergelijke tijdelijke opschortingen of verboden mogen alleen worden toegepast als ultiem middel, met name alleen nadat de andere in deze richtlijn neergelegde relevante handhavingsmaatregelen zijn uitgeput, en alleen totdat de betrokken entiteit de noodzakelijke stappen zet om de tekortkomingen te verhelpen of te voldoen aan de door de bevoegde autoriteit gestelde eisen waarvoor dergelijke tijdelijke opschortingen of verboden werden toegepast. Het opleggen van dergelijke tijdelijke opschortingen of verboden moet worden onderworpen aan passende procedurele waarborgen overeenkomstig de algemene beginselen van het Unierecht en het Handvest, met inbegrip van het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht, het vermoeden van onschuld en de rechten van de verdediging.