# FSV. Afsluitende brief is niet een besluit in de zin van de Awb, maar feitelijke handeling. Voor vragen over de rechtmatigheid en met name de schadevergoeding van de FSV verwerking moet men zich wenden tot de burgerlijke rechter

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank
- Date: 2025-01-15
- Original: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:2293
- Canonical: https://overview.legal/posts/50644
- Topics: Liability, Processing, Public Authority, Personal Data, Integrity and Confidentiality Principle, Minors, Data Breaches, Transparency, Human Resources

## Summary

Proces-verbaal mondelinge uitspraak. Beroep ongegrond. Afsluitende brief FSV is geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Uitsluitend de burgerlijke rechter is bevoegd ter zake gestelde schade als gevolg van (beweerdelijke) inbreuk AVG.

## Sections (7)

### ¶1

Verweerder heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat de afsluitende brief van 12 september 2023, waarin eiser wordt medegedeeld dat de FSV-registratie voor hem geen gevolgen heeft gehad en hij daarom niet in aanmerking komt voor een financiële tegemoetkoming, geen besluit is. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of verweerder het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

### ¶2

Ingevolge artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt onder besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

### ¶3

Zoals inmiddels meermaals is geoordeeld, is een brief zoals die van 12 september 2023 een informatieve brief die niet is gericht op publiekrechtelijk rechtsgevolg. De afsluitende brief is niet gebaseerd op een publiekrechtelijke grondslag. Daarom is de brief geen besluit in de zin van artikel 1:3, van de Awb.

### ¶4

Daarbij, en ook voor zover eiser zich op het standpunt stelt dat in een procedure als deze geoordeeld moet kunnen worden over een financiële tegemoetkoming dan wel een verzoek om schadevergoeding als gevolg van de met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) strijdige en aldus onrechtmatige verwerking van zijn persoonsgegevens in de FSV, merkt de rechtbank het volgende op. 5. De verwerking van persoonsgegevens in de FSV is een feitelijke handeling. Deze verwerking zelf is daarom geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. De bestuursrechter kan dan ook geen oordeel geven over de rechtmatigheid van beslissingen van verweerder over vergoeding van schade veroorzaakt door feitelijk handelen. De weg van het zuiver schadebesluit is in dit geval dus niet begaanbaar.

> Topics: Processing, Integrity and Confidentiality Principle, Personal Data

### ¶6

Er is voorts geen publiekrechtelijke regeling op grond waarvan verweerder een tegemoetkoming kan toekennen in verband met de nadelige gevolgen van een FSV-registratie. Dat verweerder zich in andere gevallen op grond van artikel 82 van de AVG aansprakelijk heeft geacht en schadevergoedingen heeft toegekend, maakt dat niet anders. Daarbij is van belang dat de AVG, meer in het bijzonder artikel 82 van de AVG, geen zelfstandige grondslag bevat voor schadevergoeding. De wetgever heeft bij de invoering van de Uitvoeringswet AVG verwezen naar titel 8.4 van de Awb of de civiele rechter als de wegen waarlangs schadevergoeding voor een (beweerdelijke) inbreuk op de AVG kan worden verkregen. In dit geval is titel 8.4 – en in het bijzonder artikel 8:88 van de Awb – niet van toepassing. Volgens het eerste lid, aanhef en onder b, van artikel V van de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten (Wns) is onder andere titel 8.4 van de Awb, dat ziet op schadevergoeding, niet van toepassing op schade veroorzaakt door besluiten of andere handelingen van bestuursorganen voor zover genomen of verricht in het kader van aan de Belastingdienst opgedragen taken.

### ¶7

In dit geval biedt de weg van het wel toepasselijke artikel 8:73 Awb (oud) de bestuursrechter gelet op het vorenstaande ook niet de mogelijkheid verweerder tot schadevergoeding te veroordelen.

### ¶8

Uit het vorenstaande volgt dat uitsluitend de burgerlijke rechter bevoegd is om een schadevergoedingsvordering van eiser ter zake van de door hem gestelde schadeoorzaak te beoordelen, en kan het daartoe door eiser in deze procedure gedane verzoek niet tot het door hem beoogde resultaat leiden. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze. De beslissing en een samenvatting van de gronden van de beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 januari 2025 door mr. P.H. Lauryssen, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Degen, griffier. griffier rechter Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Bijvoorbeeld: Rechtbank Midden-Nederland, 22 februari 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:3363; Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24 januari 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:557; Rechtbank Rotterdam, 1 februari 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:560; Rechtbank Midden-Nederland, 27 augustus 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:5983; Rechtbank Amsterdam, 19 september 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:6056 (tekst niet gepubliceerd); Rechtbank Rotterdam, 23 december 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:13096. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 17 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024;2891, ov. 18-20. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 18 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3746.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/50644 · 2026-08-22
