Cameras aan buitenzijde huurwoning. Verhouding verhuurder/huurder en toestemming gegeven door eerste voor plaatsen camera's. Videodeurbel wordt maatschappelijk meer aanvaard en daarom gezien als alternatief. Huidige camera moet weg.
Rechtbank
Case Summary
Drie camera's aan de gevel van huurwoningen geplaatst. De cameras nemen een beeld op dat enige tijd wordt bewaard en kan worden uitgekeken. Het is niet komen vast te staan of (en in hoeverre) de cameras kunnen bewegen, personen (automatisch) kunnen volgen of (automatisch) inzoomen op personen. Sommige kunnen na aanpassing op toestemming rekenen van verhuurder, rest de vraag of een camera (met aangebrachte kap) verwijderd moet worden. Daarover wordt onder meer het volgende overwogen: (r.o. 5.10) "Dat zich autoinbraken in de buurt van zijn woning hebben voorgedaan, is onvoldoende om een persoonlijk belang van [huurders] in te onderkennen, omdat dit anders er toe zou kunnen leiden dat alle buurtbewoners cameras aan hun gevel zouden mogen aanbrengen. Dit zou anders zijn wanneer zou zijn komen vast te staan dat [huurders] persoonlijk slachtoffer is van (meerdere gevallen van) vandalisme of diefstal uit zijn auto. Dat is niet het geval. Het alternatief van een videodeurbel is een mogelijkheid die [huurders] had moeten overwegen. Met Leystromen is de kantonrechter van mening dat een videodeurbel maatschappelijk meer wordt aanvaard dan een camera die aan de voorgevel van de woning is aangebracht en die is gericht op de openbare weg. Het gevoel van het constant bespied kunnen worden - en daarmee de gevoelde privacy-inbreuk - , is minder sterk aanwezig bij een videodeurbel. Ook andere alternatieven voor bescherming van zijn auto had [huurders] moeten overwegen, zoals een deugdelijk alarmsysteem in de auto die waarschuwt tegen openen van portieren, de motorkap of kofferdeksel/achterklep. Een dergelijk alternatief veroorzaakt geen enkele privacyinbreuk en kan als zeer effectief worden aan gemerkt."