Skip to content
Case Law
EN

CASE OF UYGUN v. TÜRKİYE

ECHR

ECHR

Case Summary

In deze zaak, werd Emrah Uygun, die na de couppoging in 2016 werd vastgehouden wegens vermeend lidmaatschap van de FETÖ/PDY terroristische organisatie, geconfronteerd met de inbeslagname van een brief aan zijn verloofde door de gevangenisautoriteiten. Uygun betoogde dat dit zijn recht op eerbiediging van zijn privéleven en correspondentie onder art. 8 EVRM schond. Het EHRM oordeelde dat de weigering om de brief te versturen een inmenging vormde in Uyguns recht op correspondentie, en hoewel de inmenging een wettelijke basis had en een legitiem doel diende, was deze niet proportioneel of noodzakelijk in een democratische samenleving (r.o. 60-62, 70). De autoriteiten hadden niet voldoende rekening gehouden met minder beperkende maatregelen, zoals het verzenden van de brief na redactie/weglakken van de bezwaarlijke inhoud, en hadden de persoonlijke aard van de rest van de brief niet voldoende gewogen (r.o. 68-69). Het Hof concludeerde daarom dat er sprake was van een schending van art. 8 EVRM (r.o. 72).