Skip to content
Case Law
NL

Artikel 106a en 107 Vreemdelingenwet 2000

Raad van State

Raad van State

Case Summary

Het gebruik van biometrische gegevens in de vreemdelingenketen is (voor zover niet in EU recht al in voorzien) geregeld in met name Artikel 106a en 107 Vreemdelingenwet 2000. Deze bepaling behelst een verregaande mogelijkheid om een gezichtsopname en tien vingerafdrukken af te nemen en te verwerken van een vreemdeling, waarbij de wet vanwege deze ingrijpende privacyinbreuk een tijdelijke werking van zeven jaar kreeg (tot 2021) waarna de bepaling automatisch zou vervallen. Een oorspronkelijk concept-wetsvoorstel om de horizonbepaling te schrappen werd, mede door advies van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken, gewijzigd tot een verlenging van de horizonbepaling. Dit voorstel werd aangenomen, maar de Afdeling Advisering van de Raad van State adviseerde dat een volgende verlenging gebaseerd zou moeten zijn op een evaluatie die de effectiviteit, het nut en de noodzaak van deze bepalingen aantoont. De derde evaluatie uit 2024 toonde weliswaar opnieuw aan dat medewerkers in de vreemdelingenketen unaniem het belang van biometriegebruik onderschrijven. Echter blijft wederom de cijfermatige onderbouwing van de waarde hiervan moeilijk of zelfs onmogelijk te leveren. Voor een beknopt overzicht, zie de destijds gepubliceerde factsheet. Er liggen nu drie opties voor: (1) wederom verlenging van de horizonbepaling, (2) uitwerking van de bepaling met verwijdering van de miljoenen opgeslagen vingerafdrukken (1,3 miljoen) en gezichtsopnames (6,9 miljoen, zie p. 82) binnen enkele maanden, of (3) het definitief schrappen van de horizonbepaling om de bepalingen in de Vreemdelingenwet 2000 permanent te maken.