CASE OF A.R. v. THE UNITED KINGDOM
ECHR
Case Summary
In deze zaak gaat het om A.R., die ondanks zijn vrijspraak in een verkrachtingszaak van een 17-jarige toch te maken kreeg met politie-informatie over de aanklacht tijdens een ECRC, een soort uitgebreide VOG-screening voor werk, waarin onder het kopje 'overig' details over zijn zaak stonden vermeld. Hierdoor ondervond hij problemen bij zijn sollicitaties in 2011 en 2012, eerst als docent en later voor een chauffeursvergunning. A.R. stelde dat deze onthullingen hem effectief afsloten van veel soorten werk en een schending van art. 8 EVRM inhield. Het Hof concludeerde dat de openbaarmaking van de informatie niet "in overeenstemming met de wet" was vanwege het ontbreken van uitgebreide wettelijke richtlijnen voor korpschefs met betrekking tot de openbaarmaking van informatie na een vrijspraak. Het Hof merkte op dat de politieautoriteiten destijds een te ruime discretionaire bevoegdheid hadden, wat onvoldoende waarborgen bood tegen willekeur (para 68). Sindsdien zijn er meer richtlijnen gekomen, maar het EHRM heeft deze niet gedetailleerd bekeken of onderzocht hoe ze in de praktijk werken. In deze zaak is er in ieder geval sprake van een schending van